Technische gids · Een installatie beveiligen

Automaat, differentieel, zekering: welke beveiliging waarvoor?

Drie toestellen, drie rollen. De zekering en de automaat beschermen de kring tegen overbelasting en kortsluiting; de differentieel beschermt personen tegen een isolatiefout. We leggen helder uit wie wat doet, hoe u de curves B/C/D en de types AC/A/B leest, en welk kaliber u kiest. Opgesteld door Atlas Contrôle, erkend organisme BELAC ISO 17020 nr. 663-INSP.

Goed om weten: deze toestellen staan centraal in de AREI-keuring. Een kaliber dat niet bij de doorsnede past, een ontbrekende differentieel of een « overbrugde » zekering zijn veelvoorkomende non-conformiteiten die wij bij onze keuringen vaststellen.

De 3 fouten waartegen we beschermen

Elke elektrische installatie moet beschermd zijn tegen drie soorten fout. Elk toestel dekt een precies bereik — dat is de sleutel om het verschil ertussen te begrijpen.

Overbelasting (S) Te hoge stroom, te lang → de kabel warmt op Kortsluiting (CC) Direct contact fase ↔ nul → enorme stroom Isolatiefout (I) lek → naar aarde / lichaam
Toestel Overbelasting Kortsluiting Isolatiefout
Zekering / automaat
Differentieel
Differentieelautomaat

Deze gids beperkt zich tot toestellen in een TT-aardingsschema — het dominante stelsel in de Belgische residentiële context. Voor de stelsels TT, TN en IT, zie onze verwante gids.

Overbelasting & kortsluiting: zekering of automaat

De smeltzekering en de automaat spelen dezelfde rol: de kring onderbreken wanneer de stroom de toelaatbare waarde van de geleider overschrijdt. De gulden regel: het kaliber moet aangepast zijn aan de kabeldoorsnede. Een te hoog kaliber laat de kabel opwarmen zonder te onderbreken — een klassieke oorzaak van elektrische brand.

Nooit een te hoog gekalibreerde of « overbrugde » zekering. Een zekering vervangen door een hoger kaliber (of door een draad/brug) schakelt de beveiliging uit: de kabel wordt de zwakke schakel. Springt een beveiliging, dan zoekt men de oorzaak — men « versterkt » ze niet.

Welk kaliber voor welke doorsnede?

Richtwaarden voor residentiële installaties:

Geleiderdoorsnede (mm²) Zekering (A) Automaat (A)
1,5 10 A 16 A
2,5 16 A 20 A
4 20 A 25 A
6 32 A 40 A
10 50 A 63 A
16 63 A 80 A
25 80 A 100 A
35 100 A 125 A

De curves B, C en D

De « curve » van een automaat bepaalt zijn magnetische uitschakeldrempel (reactie op kortsluiting), in veelvoud van de nominale stroom In. Men kiest ze volgens het type belasting.

B 3 tot 5 × In

Resistieve belastingen: boiler, fornuis, elektrische verwarming

C 5 tot 10 × In

De standaard: verlichting, stopcontacten, kleine motoren

D 10 tot 20 × In

Grote motoren, hoge aanloopstroom bij het starten

In woningen is curve C het meest voorkomend. Curve B dient voor zuiver resistieve belastingen, curve D voor grote motoren.

De differentieel: personen beschermen

De differentieel vergelijkt voortdurend de stroom die vertrekt (fase) en die terugkeert (nul). Bij normale werking zijn ze gelijk. Lekt een deel van de stroom weg naar de aarde — via een defect toestel of het lichaam van een persoon — dan wordt het evenwicht verbroken en schakelt de differentieel binnen enkele milliseconden uit.

In evenwicht: I heen = I terug Fase N → 16 A 16 A ← geen uitschakeling ✓ Lek naar de aarde: onevenwicht → 16 A 15,97 A ← 30 mA schakelt uit ⚡

30 mA of 300 mA?

De gevoeligheid (de lekstroom die de onderbreking veroorzaakt) hangt af van de rol. De 30 mA beschermt personen: de vereiste drempel op gevoelige kringen (badkamer, keuken, buitenstopcontacten, wasmachine…). De 300 mA (of 500 mA) aan de kop van de installatie beschermt vooral tegen brandgevaar door een diffuse isolatiefout. De « test »-knop moet altijd bereikbaar blijven en regelmatig bediend worden.

Types AC, A en B

Type Detecteert Gebruik
AC Sinusvormige wisselstroom Oude standaard, steeds minder aanbevolen
A Wisselstroom + pulserende gelijkstroom De residentiële referentie (elektronica, inductie, wasmachine)
B Wisselstroom + pulserend + vlakke gelijkstroom Laadpalen, fotovoltaïsch, dimmers

De keuze van het type is cruciaal voor laadpalen, waar een gelijkstroomcomponent een klassieke differentieel kan « verblinden ». Dat geval bespreken we in onze differentieeltool per laadpaal en onze AREI 7.22-gids.

De differentieelautomaat: 3 beveiligingen in één

De differentieelautomaat combineert een automaat (overbelasting + kortsluiting) en een differentieel (isolatiefout) in één toestel. Hij beschermt dus tegen de drie fouten tegelijk. In de industrie gebruikt men eerder een automaat verlengd met een regelbare differentieeleenheid (instelbare drempel en vertraging), want de stromen liggen er veel hoger dan een gewone differentieelschakelaar aankan.

Onthoud: een differentieel alleen beschermt de kabel niet tegen overbelasting, en een automaat alleen beschermt personen niet. Een conforme installatie combineert beide — hetzij in afzonderlijke toestellen, hetzij in differentieelautomaten.

Twijfel over uw beveiligingen?

Verkeerde kalibers, ontbrekende of fout getypeerde differentieel, te hoog gekalibreerde zekering: het zijn veelvoorkomende non-conformiteiten. De AREI-keuring van Atlas controleert uw volledige bord en levert het officiële attest.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een automaat en een differentieel?
Ze beschermen tegen verschillende fouten. De automaat (of de zekering) beschermt de kring tegen overbelasting en kortsluiting — dus tegen oververhitting van de geleiders en brandgevaar. De differentieel (verliesstroomschakelaar) beschermt personen tegen een isolatiefout (een lek naar de aarde of naar het lichaam) door de voeding te onderbreken zodra hij een onevenwicht detecteert. Een automaat beschermt personen niet tegen elektrocutie; een differentieel beschermt de kabel niet tegen overbelasting. De differentieelautomaat combineert beide functies.
Differentieel type AC, A of B: welke kiezen?
Het type AC detecteert enkel sinusvormige wisselstroomfouten. Het type A detecteert daarbovenop pulserende gelijkstroom — vandaag aanbevolen voor kringen met elektronica (inductiekookplaten, dimmers, moderne wasmachines). Het type B detecteert ook vlakke gelijkstroom, vereist bijvoorbeeld voor sommige laadpalen of fotovoltaïsche installaties. In residentiële context is het type A 30 mA de referentie geworden op gevoelige kringen.
Welk kaliber automaat voor welke kabeldoorsnede?
Het kaliber moet aangepast zijn aan de geleiderdoorsnede, anders kan de kabel opwarmen zonder dat de beveiliging onderbreekt — brandgevaar. Gangbare richtwaarden in residentiële context: 1,5 mm² → automaat 16 A (zekering 10 A); 2,5 mm² → 20 A (zekering 16 A); 4 mm² → 25 A (20 A); 6 mm² → 40 A (32 A); 10 mm² → 63 A (50 A). De smeltzekering heeft voor eenzelfde doorsnede een iets lager kaliber dan de automaat.
Wat betekenen de curves B, C en D van een automaat?
De curve bepaalt de magnetische uitschakeldrempel (kortsluiting), in veelvoud van de nominale stroom In. Curve B: 3 tot 5 × In, voor resistieve belastingen (boiler, fornuis, elektrische verwarming). Curve C: 5 tot 10 × In, de standaard voor verlichting en kleine motoren. Curve D: 10 tot 20 × In, voor grote motoren met hoge aanloopstroom. In woningen is curve C het meest voorkomend.
Waarom springt mijn differentieel zonder duidelijke reden?
Een differentieel springt nooit « zonder reden »: hij heeft een lekstroom naar de aarde gedetecteerd. Veelvoorkomende oorzaken: een defect toestel (boiler, wasmachine, koelkast), vocht in een aftakdoos of een buitenstopcontact, een beschadigde kabel, of een opstapeling van kleine lekken over meerdere toestellen. Koppel de toestellen één voor één los om de boosdoener te isoleren. Springt de differentieel meteen bij het inschakelen zonder belasting, dan zit de fout in de vaste bekabeling — schakel een elektricien in.
Zekering of automaat: welk praktisch verschil?
Beide beschermen tegen overbelasting en kortsluiting. De zekering vernietigt zichzelf bij het onderbreken (te vervangen door een identiek kaliber — nooit hoger). De automaat schakelt na het vinden van de oorzaak gewoon terug in. Moderne installaties gebruiken vrijwel uitsluitend automaten, praktischer en preciezer (curves B/C/D). Belangrijk: vervang een zekering nooit door een hoger kaliber of een « brug » — dat is de klassieke oorzaak van een elektrische brand.