Naar de inhoud

Educatieve gids · Reglementering

De brandreglementering in België

Wie bepaalt de brandveiligheidsregels in België? Tussen het federale niveau, de Gewesten, de gemeenten en Europa is het kader dicht. Atlas Contrôle, door BELAC ISO 17020 geaccrediteerd organisme (nr. 663-INSP), geeft u de volledige kaart: basisnormen (KB 7 juli 1994), Codex over het welzijn op het werk, ARAB, compartimentering, evacuatie en regels per gebouwtype.

⚖️ KB 7/7/1994 · Codex · ARAB · NBN

De 3 doelstellingen van de brandreglementering

Elk gebouw moet ontworpen, gebouwd en ingericht zijn om drie doelen te bereiken — de basis van heel de reglementering:

1️⃣ Voorkomen

Het ontstaan, de ontwikkeling en de verspreiding van de brand (en de rook) in het gebouw en naar de buurgebouwen verhinderen.

2️⃣ Beschermen

De veiligheid van personen verzekeren: veilige evacuatie of redding van de aanwezigen.

3️⃣ Vergemakkelijken

Het optreden van de brandweer in goede veiligheidsomstandigheden mogelijk maken.

Wie reglementeert de brandveiligheid?

Vier bevoegdheidsniveaus spelen mee, van het breedste tot het meest lokale:

🇪🇺 Europees

De Verordening Bouwproducten (CPR, 305/2011) regelt de CE-markering en legt 6 essentiële eisen vast, waaronder brandveiligheid (zie onze EN 54-gids).

🇧🇪 Federaal

Wetten en koninklijke besluiten: KB 7 juli 1994 (basisnormen), Codex / ARAB, Wet van 30 juli 1979 (preventie van branden & ontploffingen).

🏛️ Gewesten & gemeenschappen

Sectorale regels: hotels, rusthuizen, kinderdagverblijven, woningen, scholen… elk Gewest (Brussel, Wallonië, Vlaanderen) heeft zijn decreten.

🏘️ Gemeentelijk

De burgemeester: politiereglement, stedenbouwkundige en uitbatingsvergunning, advies van de brandweer (DBDMH in Brussel).

📌 De NBN-normen hebben op zich geen wettelijke kracht, maar worden verplicht zodra ze vermeld worden in een reglement, een vergunning of een bestek (regels van goed vakmanschap).

Het KB van 7 juli 1994: de « basisnormen »

Dit is de referentietekst voor nieuwe gebouwen. Het deelt gebouwen in volgens hoogte — laag (LG), middelhoog (MG, 10–25 m), hoog (HG, > 25 m) — en bestaat uit 7 bijlagen:

BijlageInhoud
1Terminologie
2Lage gebouwen (LG)
3Middelhoge gebouwen (MG)
4Hoge gebouwen (HG)
5Brandreactie van materialen
6Industriegebouwen (2009)
7Doorvoeringen van wanden (2012)

🚫 Uitgesloten van de basisnormen: gebouwen met maximum 2 niveaus en < 100 m², en eengezinswoningen (geregeld door andere regels, met name de gewestelijke verplichting van rookmelders).

Op de werkplaats: de Codex (KB 28/3/2014)

Het KB van 28 maart 2014, opgenomen in de Codex over het welzijn op het werk (Boek III, Titel 3), regelt de brandpreventie in bedrijven. Het legt een logica van risicoanalyse op:

🔎 Risicoanalyse (art. 4)

De werkgever beoordeelt het brandrisico volgens factoren: gelijktijdige aanwezigheid van brandstof/oxidator/ontstekingsbron, arbeidsmiddelen en stoffen, aard van de activiteiten, grootte, aantal personen, kwetsbare groepen… Ze wordt regelmatig bijgewerkt.

🛡️ Preventiemaatregelen (art. 5)

Op die basis: de brand voorkomen, de snelle evacuatie verzekeren, elke beginnende brand bestrijden, de gevolgen beperken, de hulpdiensten bijstaan. + intern noodplan en brandpreventiedossier.

Daarbij komt het ARAB (art. 52), nog deels van toepassing: indeling van de lokalen (1ᵉ, 2ᵉ, 3ᵉ groep volgens de opgeslagen stoffen), bewegwijzering van de uitgangen en, in art. 52.10, de verplichting van alarm- en waarschuwingsmiddelen (afzonderlijke elektrische netten) vanaf > 50 werknemers, aanwezigheid van een lokaal van de 1ᵉ groep of bezetting van meerdere verdiepingen.

Compartimentering & evacuatiewegen

Twee pijlers van de passieve preventie, opgelegd door de basisnormen:

🧱 Compartimentering

Het gebouw wordt verdeeld in compartimenten gescheiden door brandwerende wanden (REI). De hoogte van een compartiment = één niveau (afwijkingen: parkings, duplexen, technische lokalen, atria, galerijen). Maximale oppervlakten en brandweerstand van de wanden volgens LG/MG/HG (zie onze REI/RF-gids).

🚪 Evacuatiewegen

Doorlopende, hindernisvrije wegen naar een veilige plaats. Het aantal aanwezigen wordt berekend (1 pers./10 m² in niet-publieke zone, 1 pers./3 m² in publieke zone), wat het aantal uitgangen, de nuttige breedte (veelvouden van 0,60 m) en de maximale afstanden tot de trappenhuizen bepaalt.

Bijlage 5 legt de brandreactie van de materialen vast volgens het lokaal (vloer-, wand-, plafondbekleding): bv. A1 in de trappenhuizen, strengere eisen in schouwburgen, collectieve keukens en parkings.

Specifieke regels per gebouwtype

Naast de basisnormen leggen sectorale (vaak gewestelijke) teksten de branddetectie op volgens het gebruik:

TypeVoornaamste tekstBranddetectie
Hotels / logiesNBN S21-205 + gewestelijke decretenVereist vanaf > 10 personen, of als de Rf-compartimentering niet voldoet
ZiekenhuizenKB 6 november 1979Vereist (risicolokalen, automatische compartimentering van Rf-deuren)
Rusthuizen / WZCKB 12 maart 1974 + gewestelijke decretenVeralgemeende detectie conform NBN S 21-100
ScholenNBN S21-204Keukens, slaapzalen/kamers, opslag van brandbare stoffen (vaak vereist voor internaten)
KinderdagverblijvenGewestelijke decretenDetectoren in alle lokalen; gecentraliseerd bij < 2 uitgangen/verdieping of nachtopvang
Woningen (verhuur)Gewestelijke decreten (BXL, W, VL)Gecertificeerde optische melders (niet-ionisatie), min. 1 per niveau (2 bij > 80 m²)

⚠️ De exacte eisen hangen altijd af van het Gewest, de vergunning en het advies van de brandweer. Bij twijfel beslissen de risicoanalyse + het advies van de brandweer.

Industriegebouwen (bijlage 6): de keuring om de 3 jaar

Bijlage 6 deelt de industriegebouwen in volgens hun karakteristieke vuurbelasting: klasse A (≤ 350 MJ/m²), B (350–900) en C (> 900 MJ/m²). Ze worden uitgerust met een automatische detectie van het type totaalbewaking (behalve klasse A ≤ 2 000 m², waar handbrandmelders volstaan), met voorkeur voor rookdetectoren.

🛡️ Een keuring voorbehouden aan door BELAC geaccrediteerde organismen

De detectie-installatie wordt bij de eerste indienststelling en daarna om de 3 jaar gekeurd. Die keuring moet gebeuren door een keuringsorganisme van type A geaccrediteerd ISO/IEC 17020 door BELAC (wet van 20 juli 1990). Dat is precies de opdracht van Atlas Contrôle (nr. 663-INSP).

Een detectiekeuring aanvragen →

Het centrale controleposte van de actieve installaties moet beschermd zijn (wanden EI 60, max. 15 m van buiten, veiligheidsverlichting). De RWA-installatie (rook- en warmteafvoer) wordt door de detectie gestuurd, behalve in een compartiment met automatische blussing.

Veelgestelde vragen — Brandreglementering

Wat zijn de doelstellingen van de reglementering?

1) Ontstaan/ontwikkeling/verspreiding voorkomen; 2) de veiligheid van personen verzekeren; 3) het optreden van de brandweer vergemakkelijken. De basis van alle teksten.

Wat is het KB van 7 juli 1994?

De basisnormen voor nieuwe gebouwen (LG/MG/HG), in 7 bijlagen (terminologie, LG, MG, HG, brandreactie, industrie, doorvoeringen). Uitgesloten: ≤ 2 niveaus & < 100 m², eengezinswoningen.

Welke regel op de werkplaats?

Het KB van 28 maart 2014 (Codex, Boek III Titel 3): risicoanalyse, preventiemaatregelen, intern noodplan, brandpreventiedossier. + ARAB art. 52.

Wie mag mijn branddetectie keuren?

Een keuringsorganisme type A geaccrediteerd ISO 17020 door BELAC. Atlas Contrôle (663-INSP) is bevoegd — keuring bij indienststelling en daarna om de 3 jaar in de industrie.

Zijn de NBN-normen verplicht?

Op zich niet, maar ze worden het zodra ze vermeld worden in een reglement, een vergunning of een bestek (regels van goed vakmanschap).

Een vraag over brandconformiteit?

Atlas Contrôle · Branddetectie onder BELAC-accreditatie ISO 17020 · Noodverlichting buiten accreditatie · Verslag aanvaard door brandweer & verzekeraars · Overal in België