Naar de inhoud

CERGA-aanbeveling · BELAC ISO 17020

Bestaande gasinstallatie: de essentiële veiligheidseisen

U verkoopt of verhuurt een ouder pand, of u kreeg net een afkeuring? De Belgische gasnormen — NBN D51-003, D51-004, B61-001, B61-002 — zijn geschreven voor nieuwe installaties. Voor de rest van het park legt de CERGA-aanbeveling de ondergrens vast: de essentiële veiligheidseisen waaraan elke bestaande aardgasbinneninstallatie moet voldoen, ongeacht haar leeftijd. Deze Atlas-fiche legt uit waarom die aanbeveling bestaat, wat ze thema per thema eist, hoe gebreken in drie ernstgraden worden ingedeeld, en wat een keuring van een bestaande gasinstallatie concreet nagaat.

Type 1

Bij het eerstvolgende onderhoud

Niet-conformiteit die bij de eerstvolgende tussenkomst op de installatie moet worden weggewerkt. Mondelinge melding aan opdrachtgever en bewoner.

Type 2

Weg te nemen binnen 2 maanden

Geen onmiddellijke onderbreking, maar ernstig genoeg om zo spoedig mogelijk weggenomen te worden. Schriftelijke melding met bewijs verplicht.

OEG

Onmiddellijk ernstig gevaar

Onmiddellijke onderbreking van de gastoevoer (geheel of gedeeltelijk) en klever "GEVAAR" tot het gebrek is weggenomen. Risico's: gaslek, CO-vergiftiging.

Waarom een aanbeveling speciaal voor bestaande installaties?

België beschikt over een volledig normenkader voor nieuwe gasinstallaties: de NBN D51-003 voor binneninstallaties met diameter ≤ DN50 (2") en maximale werkdruk (MOP) ≤ 100 mbar, de NBN D51-004 voor diameters > DN50 of drukken > 100 mbar (tot 15 bar), de NBN B61-001 voor stookplaatsen met een nominaal vermogen ≥ 70 kW en de NBN B61-002 voor CV-ketels < 70 kW. De conformiteit van een nieuwe installatie wordt nagegaan met de KVBG-checklists: de HAF1000 is het controleverslag van een kleine aardgasbinneninstallatie, de HAF1003 dat van een grote installatie. Het volledige kader vindt u in onze fiche gasnormen in België.

Het probleem: die normen zijn opgesteld voor het realiseren van nieuwe installaties — hun eisen zijn niet aangepast aan bestaande installaties. Het principe van de normalisatie luidt immers dat een bestaande installatie moet voldoen aan de norm die van toepassing was op het ogenblik dat ze werd gerealiseerd. Concreet voorbeeld uit de CERGA-opleiding: een installatie uit 1994 moet voldoen aan de NBN D51-003 in haar 2de uitgave van 1977, aangevuld met addendum 1 (1983), addendum 2 (1988), addendum 3 (1989) en addendum 4 (1992).

In de praktijk botst dat principe op drie hindernissen:

  • De installatie valt niet te dateren — het is vaak niet mogelijk om de juiste leeftijd van een deel of van de gehele installatie te bepalen, en dus te weten aan welke versie van de norm ze moet voldoen.
  • Onmogelijk goochelen met addenda — de verschillende versies van de normen en hun addenda uit elkaar houden is zeer moeilijk; vaak moet een versie van de norm samen met verschillende addenda worden toegepast.
  • Oude normen kennen de moderne veiligheid niet — de huidige veiligheidsconcepten vinden we niet terug in de oude versies: een installatie kan aan een oude versie van de norm voldoen en toch als onveilig moeten worden beschouwd.

Als antwoord op die drie problemen werd de CERGA-aanbeveling opgesteld: ze legt de minimale — of essentiële — veiligheidseisen vast voor bestaande huishoudelijke aardgasbinneninstallaties, ongeacht de leeftijd van de installatie. Geen jacht meer op de toepasselijke normversie: één veiligheidsreferentieel, hetzelfde voor alle oudere installaties.

"Conform de norm van toen" betekent niet "veilig"

Dit is het kernpunt voor elke eigenaar van een ouder pand: een oude gasinstallatie die conform is aan de norm van haar bouwjaar kan naar de huidige kennis objectief gevaarlijk zijn. De oude normversies kenden bepaalde beveiligingen en verbodsbepalingen nog niet die intussen vanzelfsprekend zijn geworden — het sprekendste voorbeeld is de boiler van het type A1AS, vroeger gebruikelijk in badkamers en vandaag verboden.

Oude gasinstallatie: het gevaar is onzichtbaar

De twee typische risico's waarop de aanbeveling mikt zijn het gaslek en de vergiftiging door koolstofmonoxide (CO) — twee onzichtbare gevaren. Een niet-afgedopte wachtleiding, een door condensaat aangetast flexibel afvoerkanaal of een gele in plaats van blauwe vlam kunnen jarenlang onopgemerkt blijven. Precies daarvoor is de keuring van een bestaande gasinstallatie ontworpen.

De aanbeveling vervangt de normen niet: ze definieert een veiligheidsondergrens waaronder geen enkele installatie, hoe oud ook, mag zakken. Boven die ondergrens wordt de installatie qua veiligheid als aanvaardbaar beschouwd — ook al voldoet ze niet aan de letter van de huidige norm voor nieuwbouw.

Bestaande of nieuwe installatie: welk referentieel geldt?

De grens ligt op twee jaar. Een installatie die meer dan twee jaar vóór de controle werd gerealiseerd is een bestaande installatie: de CERGA-aanbeveling dient om er de minimale veiligheidseisen van na te gaan. Een installatie die twee jaar of minder vóór de controle werd gerealiseerd is een nieuwe installatie: de normen NBN D51-003, NBN D51-004, NBN B61-001 en NBN B61-002 zijn er integraal op van toepassing.

Referentieel Toepassingsgebied Beoogde installatie Controledocument
NBN D51-003Binneninstallaties Ø ≤ DN50 (2") en MOP ≤ 100 mbarNieuw (≤ 2 jaar)Checklist KVBG HAF1000 (kleine installatie)
NBN D51-004Ø > DN50 (2") of MOP > 100 mbar en ≤ 15 barNieuw (≤ 2 jaar)Checklist KVBG HAF1003 (grote installatie)
NBN B61-001Stookplaatsen met nominaal vermogen ≥ 70 kWNieuw (≤ 2 jaar)KVBG-checklists volgens de grootte
NBN B61-002CV-ketels < 70 kWNieuw (≤ 2 jaar)KVBG-checklists volgens de grootte
CERGA-aanbevelingEssentiële veiligheidseisen, ongeacht de leeftijdBestaand (> 2 jaar)Controleverslag voor een bestaande aardgasbinneninstallatie

Een belangrijk onderscheid: officieel zijn enkel controleorganismes gemachtigd om controles uit te voeren op aardgasinstallaties. De professionele Cerga-installateur kan de aanbeveling wel gebruiken bij werken op een bestaande installatie — het periodiek nazicht van een CV-ketel, het herstellen of vervangen van een gastoestel — om na te gaan of de installatie de minimale eisen haalt, en zijn klant een gefundeerd advies geven over de eventueel nodige aanpassingen. Het advies van de installateur wijst de weg; het verslag van het geaccrediteerde organisme geldt als bewijs.

Drie ernstgraden: type 1, type 2 en onmiddellijk ernstig gevaar

De aanbeveling deelt elk vastgesteld gebrek in volgens zijn ernst. Die indeling bepaalt de termijn om de installatie in orde te brengen en de communicatieverplichtingen van de uitvoerder van de controle.

Niet-conformiteit type 1 — bij het eerstvolgende onderhoud

De installatie vertoont een gebrek waarmee rekening moet worden gehouden bij de eerstvolgende tussenkomst op de installatie: de herstelling gebeurt uiterlijk bij het eerstkomende onderhoud. Aangezien het onderhoud van een verwarmingsinstallatie maximum om de twee jaar in Vlaanderen en maximum om de drie jaar in Brussel en Wallonië plaatsvindt, is dat meteen ook de maximale horizon voor de correctie.

De uitvoerder van de controle meldt de niet-conformiteit mondeling aan de opdrachtgever (of zijn aangestelde) en aan de bewoner, licht hen in over de aard van het vastgestelde gebrek en de aard van de risico's bij het gebruik van de installatie, en raadt aan de werken bij de eerstvolgende tussenkomst te laten uitvoeren.

Niet-conformiteit type 2 — zo spoedig mogelijk, maximum 2 maanden

Het gebrek maakt het onderbreken van de gastoevoer niet onmiddellijk noodzakelijk, maar is belangrijk genoeg om zo spoedig mogelijk weggenomen te worden — waarbij "zo spoedig mogelijk" een termijn van maximum twee maanden betekent.

Naast de mondelinge melding (opdrachtgever + bewoner, aard van het gebrek en van de gevaren) moet de niet-conformiteit schriftelijk aan de opdrachtgever worden gemeld, en moet de uitvoerder kunnen aantonen dat de melding is gebeurd. Aanvaarde bewijzen (niet-limitatieve lijst):

  • kopie van een rapport, ondertekend voor ontvangst door de opdrachtgever of zijn vertegenwoordiger (bv. rapport onderhoud stookinstallatie);
  • kopie van de werkopdracht waarop de niet-conformiteiten zijn vermeld, getekend voor ontvangst;
  • aangetekend schrijven met verzendbewijs en antwoordkaart.

Een e-mail, gewone brief of fax geeft geen sluitend bewijs.

Onmiddellijk ernstig gevaar (OEG) — onmiddellijke onderbreking

Het gebrek is voldoende ernstig om de gastoevoer onmiddellijk te onderbreken, geheel of gedeeltelijk, tot het gebrek of de gebreken die een onmiddellijk gevaar betekenen zijn weggenomen. De uitvoerder brengt zonder verwijl een klever of kaartje "GEVAAR" aan op het betrokken deel of de delen van de installatie. Twee scenario's:

  • Gebrek aan een toestel (plaatsing, toevoer van verse lucht, afvoer van de rookgassen of het verbruikstoestel zelf): sluiten van de stopkraan van het betrokken toestel en klever "GEVAAR" op het toestel — de rest van de installatie mag in dienst blijven.
  • Gebrek aan de gasleidingen en toebehoren: sluiten van de gasmeterkraan of sectioneerkraan en klever "GEVAAR" op de gasmeter.

De melding gebeurt mondeling (opdrachtgever + bewoner, met uitleg over de gevaren: gaslek, CO-vergiftiging) en daarna schriftelijk met bewijs: rapport ondertekend voor ontvangst, getekende werkopdracht, of aangetekend schrijven met verzendbewijs.

Twee regels vervolledigen dit systeem. Ten eerste: worden bij één installatie meerdere types niet-conformiteiten (OEG, type 2, type 1) vastgesteld, dan mogen die samen gemeld worden. Ten tweede: de uitvoerder kan een situatie tegenkomen waarvan het risico ernstiger is dan de ernstgraad die de procedure voorziet — hij heeft dan het recht een hogere ernstgraad te vermelden op het verslag, bijvoorbeeld "OEG" in plaats van "type 2".

Ernstgraad Hersteltermijn Melding Gasonderbreking
Type 1Uiterlijk bij de eerstvolgende tussenkomst (onderhoud: max om de 2 jaar in Vlaanderen, max om de 3 jaar in Brussel en Wallonië)Mondeling — opdrachtgever + bewoner, aard van het gebrek en van de risico'sNee
Type 2Zo spoedig mogelijk, maximum 2 maandenMondeling + schriftelijk met aantoonbaar bewijs (getekend rapport, getekende werkopdracht, aangetekend schrijven)Nee
OEGVóór elke heringebruikname van het betrokken deelMondeling + schriftelijk met aantoonbaar bewijsJa — stopkraan van het toestel of gasmeterkraan, klever "GEVAAR"

De minimale eisen, thema per thema

De aanbeveling organiseert de verificatie in genummerde controleonderwerpen: de A-reeks dekt de gasleidingen en hun toebehoren, de B-reeks de verbruikstoestellen — hun plaatsing, luchttoevoer, rookgasafvoer en werking. Elk onderwerp is uitgewerkt in een logigram dat voor elk mogelijk gebrek uitmondt in een letter en een ernstgraad. Dit zijn de grote thema's zoals ze uit de CERGA-opleidingsmodule naar voren komen.

Thema Essentiële eis Voorbeeld van gebrek
Staat van de leidingenLeidingen en toebehoren in goede staat, toegelaten materialenGecorrodeerde leiding, binnen ongeschikt materiaal
Dichtheid (onderwerp A4)De installatie mag geen enkel lek vertonen — dichtheidscontrole, lekzoeken met zeepsop (afzepen)Lek vastgesteld op een koppeling
Stopkranen (onderwerp A6)Stopkranen van de verbruikstoestellen aanwezig en bedienbaar; elke wachtleiding afgesloten met een metalen stop of dopLeiding niet afgesloten met een metalen stop of dop = code A6/A, ingedeeld als OEG
Soepele slangen (onderwerp A7)Soepele slangen voor het aansluiten van de toestellen geschikt en in goede staatVerouderde, gebarsten of ongeschikte slang
Luchttoevoer (onderwerp B5)Voldoende toevoer van verbrandingslucht voor open toestellen — mogelijk via een verticaal kanaal voorzien van een kruiskapLuchttoevoeropening afwezig of verstopt
Rookgasafvoer (onderwerp B6)Aansluitkanaal in goede staat; een flexibel aansluitkanaal staat verticaal of onder een hoek van maximum 30° t.o.v. de verticale asFlexibel kanaal aangetast door condensaat, condensatie in het afvoerkanaal
Werking van de toestellen (onderwerp B9)Volledige, hygiënische verbranding — de vlam is blauwGele of oranjerode vlam = onvolledige verbranding
Uitmonding van de rookgassenUitmonding van de verbrandingsproducten correct gepositioneerdDe CERGA-module wijdt een hele "bloemlezing" aan foutieve uitmondingen op het terrein
Geïnstalleerde toestellenGeen verboden toestel en geen verboden plaatsingA1AS-boiler (verboden — zie onze fiche typologie A/B/C)

Dichtheid, eis nummer één

Het controleonderwerp voor de leidingen (A4) draait om de dichtheidscontrole: een bestaande installatie mag simpelweg niet lekken. Het emblematische gebaar uit de CERGA-opleiding is het afzepen — elke verdachte koppeling wordt met zeepsop ingestreken, en het kleinste belletje verraadt het lek. De volledige procedure, met de proefdrukken voor nieuwe en bestaande installaties, staat in onze fiche dichtheidstest gas.

Wachtleidingen: de klassieker onder de ernstige gevaren

Onderwerp A6 behandelt de stopkranen van de aardgasverbruikstoestellen. Het emblematische gebrek draagt er de code A6/A: een gasleiding die in wacht is gelaten — na het weghalen van een fornuis of een gaskachel bijvoorbeeld — en niet is afgesloten met een metalen stop of dop. Een dichtgedraaide kraan alleen volstaat niet: één verkeerde beweging en het gas stroomt de kamer in. Dit gebrek is ingedeeld als onmiddellijk ernstig gevaar — het rechtvaardigt op zich de onderbreking van de toevoer tot de leiding correct is afgedopt.

Het flexibele afvoerkanaal, zwakke plek van oude installaties

Aan de kant van de rookgasafvoer (onderwerp B6) regelt de aanbeveling het aansluitkanaal tussen het toestel en het schoorsteenkanaal. Een flexibel kanaal moet verticaal staan, of onder een hoek van maximum 30° ten opzichte van de verticale as — een bijna horizontaal gelegd flexibel kanaal houdt het condensaat vast en takelt af. De module toont trouwens flexibele kanalen op het einde van hun leven, aangetast door condensaat: een gebrek dat vanuit de kamer onzichtbaar is, maar verbrandingsproducten in de woning laat ontsnappen.

De vlam als verbrandingsindicator

De controle van de werking van de toestellen (onderwerp B9) steunt onder meer op het vlambeeld: een blauwe vlam wijst op een volledige, hygiënische verbranding; een gele of oranjerode vlam wijst op een onvolledige verbranding — die welke koolstofmonoxide produceert. Het is een van de weinige indicatoren die een bewoner zelf dagelijks kan waarnemen.

Verschillende van deze thema's hebben hun eigen fiche op de Atlas-site: de ventilatie en luchttoevoer van gastoestellen, de toegelaten en verboden leidingmaterialen en de verbranding van aardgas en koolstofmonoxide — die laatste legt uit waarom de kleur van de vlam op zich al een veiligheidsindicator is.

Goed om weten: voorschriften van de aanbeveling die zijn overgenomen uit bestaande geldende normen, worden in elk controleonderwerp aangeduid met de paragraaf van de betrokken norm. De aanbeveling vindt niets uit — ze selecteert uit de regels voor nieuwbouw die regels die tot de essentiële veiligheid behoren.

Zelfcheck vóór de keuring: de blik van de eigenaar

Zonder de keuring te vervangen, geven enkele eenvoudige observaties u een idee van de staat van uw oude gasinstallatie:

  • Heeft elk toestel zijn eigen bereikbare stopkraan?
  • Zijn de wachtleidingen (oude gaskachel, oud fornuis) afgewerkt met een metalen stop of dop — niet enkel een dichtgedraaide kraan?
  • Zijn de soepele slangen van het fornuis in goede staat, zonder barsten?
  • Zijn de verluchtingsopeningen van het lokaal met open toestellen vrij (niet dichtgekit)?
  • Is de vlam van uw branders blauw en stabiel, zonder gele punten?
  • Is het aansluitkanaal van de ketel intact, zonder roestsporen of uitloop?
  • Een gasgeur, zelfs licht? Wacht niet op de keuring: sluit de gasmeterkraan, verlucht en laat een professional komen.

Eén "nee" op deze vragen betekent niet automatisch een afkeuring — maar het is wel een punt dat de keuring van dichtbij zal bekijken.

Een toestel vervangen op een oude installatie: welke regels?

Een zeer vaak voorkomend geval: de ketel of het gasdoorstroomtoestel geeft de geest, maar de installatie die het voedt is dertig jaar oud. Moet dan alles naar de huidige norm? De aanbeveling is duidelijk: bij het vervangen van een aardgastoestel moet de installatie van dat nieuwe toestel voldoen aan de normen voor nieuwe toestellen (NBN D51-003, NBN D51-004, NBN B61-002), met twee uitzonderingen:

  • de luchttoevoer voor open gastoestellen (type B);
  • de plaats van de uitmonding van de verbrandingsgassen.

Voor die twee punten geldt de aanbeveling voor bestaande installaties. Concreet: het nieuwe toestel wordt volgens de huidige regels geplaatst, maar u bent niet verplicht de luchttoevoer te herbouwen of de bestaande uitmonding te verplaatsen zolang die aan de essentiële veiligheidseisen voldoen.

De keuze van het toesteltype blijft doorslaggevend

Een oud open toestel vervangen door een gesloten toestel van type C elimineert aan de bron de meeste controlepunten rond verbrandingslucht en terugstroming. Onze fiche typologie van de toestellen A/B/C beschrijft de toestelfamilies, de verboden configuraties (waaronder de A1AS-boiler) en de vervangingsopties.

Het controleverslag van een bestaande installatie

De aanbeveling voorziet een model van controleverslag voor een bestaande aardgasbinneninstallatie. Daarin wordt genoteerd:

  • de lokalisatie van het gebouw of appartement (straat, nummer, postnummer, gemeente);
  • de aard van het gebouw: eengezinswoning of appartement;
  • de aard van het gas: aardgas type H (20 mbar) of type L (25 mbar);
  • de hoedanigheid van de bewoner: eigenaar of huurder;
  • de identiteit van de uitvoerder van de controle (naam, bedrijf, datum);
  • de lijst van niet-conformiteiten, elk met hun type (1, 2 of OEG) en omschrijving.

Elke niet-conformiteit wordt eenduidig geïdentificeerd via de logigrammen van de aanbeveling: een letter en een getal duiden het controleonderwerp aan, een bijkomende letter het precieze gebrek binnen dat onderwerp. Het voorbeeld uit de opleiding: niet-conformiteit A6/A betekent "de gasleiding is niet afgesloten met een metalen stop of dop" — en uit het logigram lezen we af dat dit een niet-conformiteit van het type OEG is. Dit codesysteem maakt het verslag leesbaar en vergelijkbaar van controleur tot controleur.

Het verslag sluit af met één van de volgende vermeldingen: de installatie bevat geen niet-conformiteiten, of de installatie bevat niet-conformiteiten die in orde moeten worden gebracht, eventueel aangevuld met de andere opmerkingen die aanleiding kunnen geven tot een onveilige situatie — en wordt vervolgens ondertekend door de uitvoerder van de controle.

"De creativiteit van de klussers is onbegrensd"

De formulering komt uit de CERGA-module zelf, en ze vat tientallen slides met terreinfoto's samen. Sommige duidelijk foute situaties komen in geen enkel controleonderwerp van de aanbeveling voor — de module toont onder meer een gasleiding die dwars door een elektriciteitskast loopt en drie gasmeters die in parallel zijn geplaatst. De regel is helder: meent de vakman met zo'n situatie te maken te hebben, dan heeft hij de plicht dit op het verslag te melden, bij de opmerkingen die aanleiding kunnen geven tot een onveilige situatie.

Samen met het recht om de ernstgraad te verhogen (OEG in plaats van type 2 wanneer het risico dat rechtvaardigt) maakt deze regel van de aanbeveling een referentieel van gezond verstand: de lijst met essentiële eisen is een ondergrens, nooit een plafond. Een oude installatie die decennialang is bijgeknutseld kan gebreken opstapelen die geen enkele checklist had voorzien — reden te meer om ze door een geoefend oog te laten nakijken.

Wat Atlas Contrôle doet op een oude gasinstallatie

Als BELAC ISO 17020 geaccrediteerd controleorganisme (nr. 663-INSP) behoort Atlas tot de instanties die officieel gemachtigd zijn om aardgasinstallaties te controleren. De keuring van een bestaande installatie is een kernactiviteit: verkoop of verhuur van een ouder pand, vraag van de energieleverancier, heringebruikname, of herkeuring na een afkeuring.

Vóór het bezoek

  • Offerte binnen 4 u, afspraak binnen 24-48 u
  • Bepaling van het toepasselijke referentieel: nieuwe installatie (≤ 2 jaar) of bestaande
  • Aangepaste checklist: type HAF1000/HAF1003 voor nieuw, essentiële veiligheidseisen voor bestaand

Tijdens de keuring

  • Verificatie thema per thema: leidingen, dichtheid, stopkranen, slangen, luchttoevoer, rookgasafvoer, werking van de toestellen
  • Indeling van elk gebrek: type 1, type 2 of onmiddellijk ernstig gevaar
  • Bij OEG: sluiten van de betrokken kraan en klever "GEVAAR" — de rest van de installatie blijft waar mogelijk in dienst

Na het bezoek

  • Opvorderbaar schriftelijk verslag, met elke niet-conformiteit gecodeerd en haar hersteltermijn
  • Mondelinge toelichting aan opdrachtgever en bewoner: aard van het gebrek, aard van het risico
  • Herkeuring nadat uw installateur de installatie in orde heeft gebracht

Goede reflex als u net een negatief verslag ontving: niet-conformiteiten van type 1 en 2 worden weggewerkt zonder het gas af te sluiten, binnen de hierboven vermelde termijnen; enkel het onmiddellijk ernstig gevaar verplicht tot een onderbreking tot na de herstelling. Uw installateur voert de werken uit, Atlas komt de opheffing van de gebreken vaststellen. Het volledige verloop, de prijzen en de voor te bereiden documenten vindt u in onze volledige gids gaskeuring.

De essentie in zes punten

  1. De normen NBN D51-003, D51-004, B61-001 en B61-002 gelden voor nieuwe installaties; hun conformiteit wordt nagegaan met de KVBG-checklists HAF1000 (kleine installatie) en HAF1003 (grote installatie).
  2. Een bestaande installatie (meer dan 2 jaar vóór de controle gerealiseerd) zou in principe moeten voldoen aan de norm van haar tijd — in de praktijk onmogelijk: versies en addenda niet uit elkaar te houden, leeftijd niet te dateren, moderne veiligheidsconcepten afwezig.
  3. De CERGA-aanbeveling legt daarom de essentiële veiligheidseisen vast, toepasbaar ongeacht de leeftijd van de installatie.
  4. Elk gebrek wordt ingedeeld als type 1 (eerstvolgend onderhoud), type 2 (max 2 maanden, aantoonbare schriftelijke melding) of onmiddellijk ernstig gevaar (onmiddellijke onderbreking + klever "GEVAAR").
  5. Bij het vervangen van een toestel gelden de normen voor nieuw voor het nieuwe toestel — behalve de luchttoevoer van open toestellen en de plaats van de uitmonding, die onder de aanbeveling vallen.
  6. Enkel controleorganismes zijn gemachtigd om officieel te keuren; de Cerga-installateur gebruikt de aanbeveling om bij zijn interventies een gefundeerd advies te geven.

Veelgestelde vragen

Moet mijn oude gasinstallatie voldoen aan de huidige norm NBN D51-003?

Nee. De normen NBN D51-003, D51-004, B61-001 en B61-002 zijn opgesteld voor het realiseren van nieuwe installaties. Volgens het principe van de normalisatie moet een bestaande installatie voldoen aan de norm die van toepassing was op het ogenblik van de realisatie: een installatie uit 1994 valt bijvoorbeeld onder de NBN D51-003 in haar 2de uitgave van 1977, aangevuld met de vier addenda van 1983, 1988, 1989 en 1992. Omdat het in de praktijk onmogelijk is om elk deel van een installatie te dateren en met al die versies te goochelen, legt de CERGA-aanbeveling essentiële veiligheidseisen vast die gelden ongeacht de leeftijd van de installatie.

Wat is de CERGA-aanbeveling voor bestaande installaties?

Het is een referentiedocument (CERGA-aanbeveling 11/01) dat de minimale — of essentiële — veiligheidseisen vastlegt voor bestaande huishoudelijke aardgasbinneninstallaties, onafhankelijk van hun leeftijd. Een professionele Cerga-installateur kan er bij werken op een bestaande installatie (periodiek nazicht van een CV-ketel, herstellen of vervangen van een gastoestel) mee nagaan of de installatie dit minimale veiligheidsniveau haalt, en zijn klant een gefundeerd advies geven over de nodige aanpassingen. De officiële controle blijft voorbehouden aan de erkende controleorganismes.

Wanneer wordt een gasinstallatie als "bestaand" beschouwd?

Een installatie is bestaand wanneer ze meer dan twee jaar vóór de controle werd gerealiseerd: de CERGA-aanbeveling dient dan om de minimale veiligheidseisen na te gaan. Een installatie die twee jaar of minder vóór de controle werd gerealiseerd, geldt als nieuw en blijft onderworpen aan de normen NBN D51-003, NBN D51-004, NBN B61-001 en NBN B61-002.

Wat gebeurt er bij een onmiddellijk ernstig gevaar (OEG)?

De uitvoerder van de controle moet de gastoevoer onmiddellijk geheel of gedeeltelijk onderbreken en een klever of kaartje "GEVAAR" aanbrengen op het betrokken deel, tot het gebrek of de gebreken die een onmiddellijk gevaar betekenen zijn weggenomen. Betreft het gebrek een toestel (plaatsing, toevoer van verse lucht, afvoer van de rookgassen of het toestel zelf), dan sluit hij de stopkraan van dat toestel — de rest van de installatie mag in dienst blijven. Betreft het gebrek de gasleidingen of toebehoren, dan sluit hij de gasmeterkraan of sectioneerkraan en brengt hij de klever op de gasmeter aan. De typische gevaren zijn gaslek en CO-vergiftiging.

Binnen welke termijn moet ik een niet-conformiteit type 2 wegwerken?

Zo spoedig mogelijk, met een maximum van twee maanden. Een niet-conformiteit type 2 rechtvaardigt geen onmiddellijke onderbreking van de gastoevoer, maar is belangrijk genoeg om snel weggenomen te worden. Ze wordt mondeling gemeld aan de opdrachtgever en de bewoner, en daarna schriftelijk genotificeerd met aantoonbaar bewijs: kopie van een rapport ondertekend voor ontvangst, werkopdracht met de niet-conformiteiten getekend voor ontvangst, of aangetekend schrijven met verzendbewijs — een gewone e-mail, brief of fax geldt niet als sluitend bewijs. Een niet-conformiteit type 1, minder dringend, moet uiterlijk bij de eerstvolgende tussenkomst op de installatie hersteld worden (het onderhoud gebeurt maximum om de twee jaar in Vlaanderen, maximum om de drie jaar in Brussel en Wallonië).

Mag een CERGA-installateur mijn bestaande installatie officieel keuren?

Nee. Officieel zijn enkel controleorganismes gemachtigd om controles uit te voeren op aardgasinstallaties. De professionele Cerga-installateur kan de aanbeveling gebruiken bij werken (onderhoud, herstelling, vervanging van een toestel) om de veiligheid van de installatie te beoordelen en zijn klant te adviseren — dat is een gefundeerd advies, geen officiële keuring. Voor een opvorderbaar keuringsverslag (verkoop, verhuur, in orde brengen) richt u zich tot een BELAC ISO 17020 geaccrediteerd organisme zoals Atlas Contrôle (nr. 663-INSP).

Kan een oude gasinstallatie die "conform haar norm van toen" is, toch gevaarlijk zijn?

Ja, en dat is precies de bestaansreden van de CERGA-aanbeveling: de huidige veiligheidsconcepten vinden we niet terug in de oude versies van de normen. Een installatie kan dus aan een oude versie van de norm voldoen en toch als onveilig moeten worden beschouwd. Typische voorbeelden op oude installaties: een wachtleiding die niet met een metalen stop of dop is afgesloten, een flexibel aansluitkanaal dat door condensaat is aangetast, een gele of oranjerode vlam die op onvolledige verbranding wijst, of toestellen die vandaag verboden zijn zoals de A1AS-boiler in de badkamer.

Oude gasinstallatie te keuren? Vraag een Atlas-keuring

Gaskeuring BELAC ISO 17020 vanaf 165 € — offerte binnen 4 u, afspraak binnen 24-48 u, opvorderbaar PV.

Bereken uw offerte in 30 seconden

Indicatieve prijs onmiddellijk, vrijblijvend.

of