Naar de inhoud

Regelgeving zonnepanelen in België: vergunning, EPB, RESCert en premies

Gids zonnepanelen installeren — hoofdstuk 4/16

Een technisch onberispelijke installatie kan een commerciële nachtmerrie worden als het administratieve luik verwaarloosd werd: vergunning vergeten, formulier voor de netbeheerder niet ingediend, een premie aan de klant beloofd terwijl ze niet meer bestaat. Dit hoofdstuk bakent het Belgische kader af: stedenbouw (de Vlaamse vrijstellingsregels, de CoDT in Wallonië, de Brusselse regels), de plaats van pv in de EPB, de RESCert-certificatie van installateurs en de steunmechanismen gewest per gewest. Opgesteld door Atlas Contrôle, erkend keuringsorganisme BELAC ISO 17020 nr. 663-INSP, dat fotovoltaïsche installaties in alle onafhankelijkheid keurt.

Situatie in juli 2026. De financiële en regulatoire passages van dit hoofdstuk (premies, groenestroomcertificaten, prosumententarieven, compensatie, btw) zijn bijgewerkt naar de stand van juli 2026. Deze regimes evolueren voortdurend: controleer bedragen en procedures bij de regulatoren (Vlaamse Nutsregulator/Fluvius, Brugel, CWaPE) vóór elke offerte aan de klant — een ten onrechte beloofde premie brengt uw commerciële aansprakelijkheid in het gedrang.

Stedenbouw in Vlaanderen: vrijstelling en melding

Voor de Vlaamse lezer is dit het belangrijkste luik. Drie punten om te onthouden:

  • plaatsing bovenop of geïntegreerd in het dakvlak (zelfde helling als het dakschild) is het toegelaten basisgeval;
  • op een plat dak is de geciteerde maximale hoogte 1 m boven de dakrand;
  • de algemene richtlijn: raadpleeg vóór de werken de bevoegde gemeentelijke dienst omgeving.

Het Vlaamse stelsel van vrijstelling en melding is vastgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; sinds 2018 loopt een eventuele aanvraag als omgevingsvergunning via het Omgevingsloket. Let op: verkavelingsvoorschriften, beschermd erfgoed of gemeentelijke verordeningen kunnen strenger zijn dan de gewestelijke vrijstelling — de precieze voorwaarden controleert u op de officiële Vlaamse kanalen op het moment van het project.

Stedenbouw in Wallonië: de CoDT en de vrijstelling van vergunning

In Wallonië is de referentie de CoDT (Code du Développement Territorial, de Waalse stedenbouwcode), art. D.II.22 en volgende, die de toegelaten activiteiten, handelingen en werken vastlegt in elk van de 23 gewestplannen die het grondgebied dekken. Goed nieuws voor fotovoltaïsch: het plaatsen van zonnepanelen is er in principe niet langer vergunningsplichtig. Het valt onder de « werken van geringe omvang » van artikel R.IV.1-1, onder drie cumulatieve voorwaarden:

  1. de installatie wijkt niet af van het gewestplan van de zone;
  2. de installatie voedt een gebouw op hetzelfde onroerend goed;
  3. de plaatsing beantwoordt aan een van de geometrische gevallen hieronder.
Twee klassieke valkuilen. De vrijstelling geldt nooit voor beschermde onroerende goederen, archeologische sites of klein volkserfgoed — en ze dekt geen enkele voorbereidende handeling die zelf vergunningsplichtig zou zijn. Opgelet ook met de perceelsgrens: is de afstand tussen de installatie en de gemene grens kleiner dan of gelijk aan de totale hoogte van de installatie, dan is de tussenkomst van een architect verplicht.

De toegelaten afmetingen zonder vergunning

Plaatsingswijze Geometrische voorwaarden (art. R.IV.1-1)
Bovenop het dakvlak (evenwijdig met het dakschild) Max. 30 cm boven het dakvlak; hellingsverschil tussen dak en modules ≤ 15°
Plat dak Totale hoogte h ≤ 1,50 m; helling van de modules ≤ 35°
Zonneluifel (luifel aan de gevel) Horizontale projectie van de oversteek: 1,20 m ≤ L ≤ 1,50 m; helling van de module: 25° ≤ p ≤ 45°

Zodra een configuratie buiten die afmetingen valt — tracker op de grond, veld anders georiënteerd dan het dakschild, hoge structuur op een plat dak — belandt men opnieuw in het regime van de stedenbouwkundige vergunning.

Procedure en termijnen

Is de vergunning nodig, dan wordt de aanvraag ingediend bij de dienst stedenbouw van het gemeentebestuur. De samenstelling van het dossier hangt af van de gemeente en het type werken (art. R.IV.26-1 en volgende); de aangekondigde behandelingstermijn loopt van 30 tot 130 dagen, en het portaal energie.wallonie.be centraliseert de details. Reken die termijn in uw planning in: een werf « met vergunning » tekent u niet met dezelfde plaatsingsdatum als een vrijgestelde werf.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest: de zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte

De Brusselse regels gaan terug op het besluit van 13 november 2008 (Belgisch Staatsblad van 02/12/2008); de logica draait rond de zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte:

  • vrijstelling van vergunning als de modules niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte of, als ze dat wel zijn, voor zover ze in het dakvlak zijn opgenomen of er evenwijdig mee bevestigd zijn, zonder uitsprong van meer dan 30 cm en zonder overschrijding van de dakranden;
  • stedenbouwkundige vergunning verplicht als de modules zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte zonder in het dakvlak te liggen, of als de werken een afwijking vergen van een bestemmingsplan, van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (GSV) of van een verkavelingsvergunning;
  • voor een beschermd gebouw of beschermd perimeter komt het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen in het spel.

Qua procedure wordt de aanvraag ook hier ingediend bij de gemeentelijke dienst stedenbouw; de kosten en termijnen verschillen per gemeente en per dossiertype — actuele informatie bij Urban Brussels en de gemeentelijke dienst stedenbouw.

Te controleren vóór elke Brusselse werf: de stedenbouwkundige regelgeving van het gewest (GSV en vrijstellingsbesluiten « geringe omvang ») is de voorbije jaren hervormd — controleer de geldende tekst vooraleer u tot een vrijstelling besluit.

De plaats van fotovoltaïsch in de EPB

De regelgeving over de energieprestatie van gebouwen (EPB) waardeert fotovoltaïsch rechtstreeks op — een verkoopargument om te kennen. Het Ew-peil (in Vlaanderen spreekt men van het E-peil) wordt voor een EPB-eenheid berekend als de verhouding tussen haar jaarlijkse primaire energieverbruik en dat van een referentiegebouw, vermenigvuldigd met 100. Het verbruik van de eenheid dekt verwarming, sanitair warm water, hulpapparatuur en eventuele koeling, na aftrek van de zelf opgewekte elektriciteit — via die aftrek werkt pv door. Het referentiegebouw is gedefinieerd door conventionele kenmerken (isolatie K45, eenvoudige mechanische ventilatie type C, luchtdichtheid v̇50 = 8 m³/h·m², stookolieketel op lage temperatuur met globaal rendement 0,728…).

Voor een nieuwe woning gold historisch de eis Ew ≤ 80 — hoe lager de waarde, hoe beter de woning presteert. De drempel is sindsdien in de drie gewesten verder aangescherpt (in Vlaanderen geldt voor nieuwbouw intussen het BEN-niveau): controleer de eis die geldt voor het jaar van de vergunningsaanvraag.

Grootteorde om te onthouden: 16 m² pv, ofwel ongeveer 2 400 Wp, pal zuid en onder 35°, verlaagt de Ew-waarde met bijna 15 punten. Bij nieuwbouw of een zware renovatie is pv een van de doeltreffendste hefbomen om aan de EPB-eis te voldoen — het verbetert ook de twee indicatoren van het EPB-certificaat (verbruik in kWhep/m²·jaar en broeikasgasemissies).

Contactpunten: energiesparen.be/epb in Vlaanderen, de Facilitator Duurzame Gebouwen in het Brussels Gewest, en energie.wallonie.be.

De RESCert-certificatie en het bedrijfslabel NRQual PV

De certificatie van installateurs van systemen voor hernieuwbare energie vloeit voort uit de Europese richtlijn 2009/28/EG over hernieuwbare energie. In België is het certificerende organisme RESCert (Renewable Energy Systems Certification, rescert.be), dat zes technologieën dekt: fotovoltaïsche zonne-energie, thermische zonne-energie voor sanitair warm water, thermische zonne-energie met bijverwarming, biomassa, warmtepomp en ondiepe geothermie. Historisch gekoppeld aan de premiestelsels (sommige steun vereiste een gecertificeerde installateur) blijft de certificatie dé referentie voor professionele kwalificatie in de sector.

Situatie in juli 2026 — de certificatie is een toegangsvoorwaarde geworden. In Brussel moet elke nieuwe installatie ≤ 5 kWp die vanaf 1 januari 2026 in dienst gaat door een RESCert-gecertificeerde installateur geplaatst zijn om recht te geven op groenestroomcertificaten (uitzondering: werken aantoonbaar besteld in 2025, met offerte of factuur als bewijs). In Wallonië moet de onderneming die een pv-installatie op dak ontwerpt, plaatst of oplevert sinds 1 juni 2025 over een gecertificeerd installateur beschikken (procedure UP10).

Twee regelingen bestaan naast elkaar en mogen niet verward worden:

RESCert-certificatie Labeling (NRQual PV)
Houder Individueel en op naam (de persoon) De onderneming
Voorwerp Bekwaamheidscertificaat als installateur Attesteert dat de onderneming gecertificeerd personeel inzet
Kostprijs en geldigheid Vergoeding per persoon en per technologie; certificaat 7 jaar geldig (actuele tarieven: rescert.be) Jaarlijkse bijdrage volgens het aantal geplaatste installaties

Hoe behaalt u het certificaat?

Het traject is in de drie gewesten vrijwel identiek en volgt altijd dezelfde weg:

  1. een erkende opleiding volgen in een erkend centrum;
  2. slagen voor het erkende examen met een score ≥ 60 % (herkansing mogelijk bij mislukking);
  3. een account aanmaken op rescert.be en er de certificatieaanvraag indienen, binnen de gestelde termijn na de examendatum;
  4. de administratieve ontvankelijkheid aantonen: inschrijving in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen), toegang tot het beroep (beroepsbekwaamheid en basiskennis bedrijfsbeheer), relevante btw-/NACE-activiteitscodes en bewijzen van praktijkervaring (werkgeversattesten, adressen van uitgevoerde installaties, foto's, facturen, verklaringen op eer).

Meerdere bewijswegen voor de ervaring zijn toegelaten: praktijk als werknemer, als zelfstandig bedrijfsleider, als bestuurder zonder arbeidsovereenkomst (bestuurder, zaakvoerder, werkend vennoot) of als zelfstandig helper, of zelfs een diploma van een basisopleiding. Leidt geen enkele weg tot resultaat, dan is de conclusie onherroepelijk: « geen certificatie mogelijk ». Bij tegenspraak tussen de door RESCert gepubliceerde documenten en de gewestelijke wetgeving primeert altijd de wetgeving.

Bereidt u de certificatie voor? Atlas Academy, het opleidingscentrum van Atlas Contrôle, begeleidt installateurs naar de RESCert-certificatie. Details op onze pagina RESCert-opleiding.

Het bedrijfslabel NRQual PV

Het Waalse label NRQual PV legt de onderneming op:

  • de capaciteit om te ontwerpen: overhandiging aan de klant van een volledig dossier (technische plannen, specificaties van de componenten, berekeningen van de energieopbrengst, gebruikershandleidingen);
  • de capaciteit om te plaatsen: aanwezigheid van RESCert-gecertificeerde installateurs in de teams, steekproefsgewijze audits van uitgevoerde installaties, en een aan de klant overhandigde conformiteitsverklaring;
  • verkoopvoorwaarden: gebruik van het typecontract van de Waalse overheidsdienst (SPW/DGO4) voor residentiële fotovoltaïsche installaties, klachtenopvolging, en het bezit van alle vereiste registraties, beroepstoegangen en verzekeringen.

Premies, groenestroomcertificaten en compensatie: gewest per gewest

Dit is het meest bewegende domein van het hoofdstuk: de federale belastingvermindering verdween eind 2011, en elk gewest heeft zijn steun sindsdien meermaals hertekend. Wat volgt beschrijft de situatie in juli 2026, gewest per gewest.

Vlaanderen

  • Terugdraaiende teller definitief voorbij: het compensatieregime liep af op 31 maart 2026 — sinds 1 april 2026 wordt een opgebouwd negatief saldo niet meer gecompenseerd, noch overgedragen bij de vervanging door een digitale meter. Een analoge teller draait fysiek terug tot de vervanging, maar de prosument betaalt dan wél het prosumententarief.
  • Digitale meter verplicht voor alle eigenaars van zonnepanelen sinds 2025; wie een nieuwe pv-installatie aanmeldt zonder digitale meter, krijgt er binnen maximaal 90 dagen een geplaatst door Fluvius. De laatste uitrolfase is begin 2026 gestart en moet medio 2029 afgerond zijn.
  • Prosumententarief 2026 (alleen nog voor wie een klassieke, analoge teller heeft — het verdwijnt zodra de digitale meter er ligt): maximaal AC-vermogen van de omvormer (kVA) × tarief van het netgebied, maandelijks gespreid volgens de zonuren. In 2026: van 51,54 €/kW/jaar excl. btw (Fluvius Antwerpen) tot 65,65 €/kW/jaar excl. btw (Fluvius West), ofwel ± 54,63 tot 69,59 €/kW/jaar incl. 6 % btw.
  • Injectie: het overschot wordt vergoed via een vrij onderhandeld terugleveringscontract — er bestaat geen wettelijk minimumbedrag. Marktrelevé van eind juni 2026 (residentieel): van ± 0,27 tot 9,14 c€/kWh naargelang leverancier en formule, marktgemiddelde ± 4,37 c€/kWh, terwijl afname in de orde van 30 c€/kWh kost — zelfverbruik maximaliseren primeert. Volgens de Vlaamse Nutsregulator ontving een typisch gezin met zonnepanelen in 2025 gemiddeld 107 € per jaar voor zijn injectie, tegenover gemiddeld 469 € besparing via zelfverbruik.
  • Geen premies meer: de Fluvius-premie voor zonnepanelen is afgeschaft voor elke installatie gekeurd vanaf 1 januari 2024, zonder opvolger — Mijn VerbouwPremie dekt géén fotovoltaïsch (Mijn VerbouwLening blijft wel als financiering). De thuisbatterijpremie is stopgezet (enkel keuringen tot 31/03/2023 kwamen nog in aanmerking; het aanvraagloket is dicht sinds 01/12/2024) en de retroactieve investeringspremie kon uiterlijk 31 december 2025 worden aangevraagd. Geen enkele heropening is aangekondigd.
  • Groenestroomcertificaten: geen toekenning meer voor installaties gekeurd vanaf 14 juni 2015 — voor nieuwe residentiële installaties bestaat dit kanaal dus niet meer; alleen oudere installaties behouden hun lopende rechten.
  • Capaciteitstarief sinds 1 januari 2023: een deel van de nettarieven wordt berekend op het gemiddelde van de twaalf maandpieken (hoogste kwartierpiek per maand, gemeten door de digitale meter), met een forfaitair minimum van 2,5 kW. Alleen afnamepieken tellen — injectiepieken van de pv-installatie niet. In 2026 kost dat gemiddeld ± 53,39 €/kW/jaar excl. btw; de elektriciteitsnettarieven dalen in 2026 overigens met ongeveer 4 %.

De marktregulator in Vlaanderen is de Vlaamse Nutsregulator (de vroegere VREG).

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Geen gewestelijke pv-premie voor particulieren in 2026: fotovoltaïsch staat niet in de catalogus van de RENOLUTION-premies. De steun loopt via de groenestroomcertificaten, beheerd door de regulator Brugel: toekenning van de certificaten aan de producenten op basis van de productiegegevens, en een quotum opgelegd aan de leveranciers die ze opkopen. Toekenningsgraad voor installaties in dienst genomen vanaf 1 april 2026 (basisgraad 1,81 GSC/MWh × jaarlijks herrekende coëfficiënt):

Vermogen [kWp] ≤ 5]5 – 36]]36 – 100]> 100
Toekenningsgraad [GSC/MWh] 2,0551,7390,5590
  • Toekenningsduur: 10 jaar, tegen de graad die geldt op de datum van indienststelling — die graad blijft de volle periode vast. Verkoop op de markt kan het hele jaar; vangnet: Elia koopt op tegen 65 € per certificaat (loket elk jaar van 1 tot 30 april, via de Brugel-extranet). Marktprijs medio 2026: ongeveer 65 à 71 € per certificaat, met een dalende tendens sinds 2022 — Brugel publiceert elk kwartaal de gemiddelde transactieprijzen. De coëfficiënten worden jaarlijks herrekend, met een beoogde terugverdientijd van 7 jaar.
  • Procedure: installaties ≤ 36 kWp zijn vrijgesteld van het certificeringsbezoek — de telling van de certificaten start op de datum van het AREI-keuringsverslag (dat verslag legt dus ook de toekenningsgraad vast); boven 36 kWp volgt een certificeringsbezoek door het keuringsorganisme. Sinds 1 januari 2026 moet elke nieuwe installatie ≤ 5 kWp bovendien door een RESCert-gecertificeerde installateur geplaatst zijn om certificaten te krijgen.
  • Aangifte bij Sibelga: elke installatie (ook een uitbreiding of een omvormervervanging) moet binnen 30 dagen na de indienststelling online worden aangegeven; sinds 1 mei 2025 geldt een boete van 50 € excl. btw bij laattijdige aangifte. De index van de groenestroommeter geeft u 4× per jaar door via Green Meter (in maart, juni, september en december).
  • Injectie: geen compensatie meer sinds 1 november 2021 — het overschot verkoopt u via een injectiecontract bij een leverancier, tegen vrij onderhandelde voorwaarden (bidirectionele meter geplaatst door Sibelga). Er bestaat geen gereglementeerde injectieprijs — vergelijk de aanbiedingen, onder meer via BruSim, de officiële vergelijker van Brugel.
  • Financiering: het ECORENO-krediet (Woningfonds) is sinds 1 januari 2026 opnieuw beschikbaar, tegen 2,5 % of 3,5 % naargelang het gezinsinkomen; zonnepanelen komen er uitdrukkelijk voor in aanmerking.

Alle actuele Brusselse coëfficiënten, met rekenvoorbeelden per vermogensschijf, vindt u op onze pagina over de coëfficiënten van de groenestroomcertificaten in Brussel.

Wallonië

  • Groenestroomcertificaten: geen enkele toekenning meer voor nieuwe installaties ≤ 10 kW sinds maart 2014 (einde van het Solwatt-regime voor nieuwe dossiers). Qualiwatt nam over van 01/03/2014 tot 30/06/2018 en is sindsdien afgeschaft: installaties met een keuringsverslag van na 30 juni 2018 krijgen géén productiesteun. De laatste historische Solwatt-rechten lopen af — het regime dooft vrijwel volledig uit.
  • Compensatie (« terugdraaiende teller »): behouden tot 31 december 2030 voor installaties ≤ 10 kVA in dienst genomen vóór 1 januari 2024 (de datum van het AREI-keuringsverslag telt). Het jaarlijkse overschot wordt niet uitbetaald, en de netkosten blijven verschuldigd via het prosumententarief. Opgelet met wijzigingen vanaf 2024 aan zo'n bestaande installatie: de compensatie gaat voor de hele installatie verloren, tenzij de uitbreiding het netto ontwikkelbaar vermogen cumulatief met hoogstens 1 kWe verhoogt en de installatie globaal ≤ 10 kWe blijft.
  • Installaties in dienst vanaf 1 januari 2024: geen compensatie meer. Een communicerende meter is verplicht vóór de indienststelling; de afgenomen stroom wordt gefactureerd door de leverancier en het geïnjecteerde overschot wordt vergoed via een commercieel (niet-gereguleerd) injectietarief, doorgaans bij dezelfde leverancier. De netkosten worden enkel op de reële afname berekend — voor deze installaties geldt géén prosumententarief. Alternatief: energiedelen.
  • Prosumententarief 2026 (capacitair, voor prosumenten met compensatie): tarieven goedgekeurd door de CWaPE op 18/12/2025 en geldig heel 2026 — bij ORES ≈ 80,98 €/kWe/jaar excl. btw (≈ 85,84 € incl. 6 % btw; één tarief voor het hele ORES-gebied), bij RESA 79,45 €/kWe/jaar excl. btw (≈ 84,22 € incl. btw), toegepast op het netto ontwikkelbaar vermogen. Wie over een meter beschikt die de bruto afname registreert, betaalt de netkosten op die bruto afname, met het capacitaire prosumententarief als plafond.
  • Communicerende meter: sinds 01/01/2024 kunt u de plaatsing van een door de netbeheerder voorgestelde communicerende meter niet meer weigeren (de activering van de communicatiefunctie kan wél geweigerd worden, binnen 15 dagen na de plaatsing). Prosumenten van vóór 2024 hoeven in 2026 nog niet uitgerust te zijn: de plaatsing volgt de uitrolkalender van de netbeheerder, en de vervanging is gratis wanneer ze op diens initiatief gebeurt.
  • Premies: er bestaat in 2026 geen enkele Waalse premie voor residentiële pv — geen investerings- of productiesteun sinds het einde van Qualiwatt, en fotovoltaïsch zit niet in de woonpremies. Onrechtstreeks blijven de federale btw van 6 % (woning ouder dan 10 jaar) en de Waalse renteloze lening (Rénoprêt, onder inkomens- en woningvoorwaarden), die zonnepanelen kan financieren. Sommige gemeenten kennen een lokale premie toe — lokaal na te vragen.
  • Nieuw op 1 januari 2026: het tweevoudig uurtarief kreeg nieuwe daluren (11–17 u en 22–7 u, 7 dagen op 7 — het weekend is niet langer volledig daluren; de omschakeling verloopt automatisch), en er kwam een optioneel distributietarief « Impact » voor aansluitingen ≤ 56 kVA met een actieve communicerende meter.

Het markttoezicht berust bij de CWaPE, de Waalse regulator.

Deze parameters wegen zwaar door in de rendabiliteitsberekening. De federale btw van 6 % geldt voor de plaatsing op een woning ouder dan 10 jaar; voor recentere woningen is het 21 % — het tijdelijke 6 %-tarief voor woningen jonger dan 10 jaar liep eind 2023 af en is voor pv niet verlengd (een thuisbatterij valt overigens altijd onder 21 %). Als referentie voor de vermeden kWh: de CREG raamt de all-in elektriciteitsprijs voor het derde kwartaal van 2026 op 32,22 c€/kWh in Vlaanderen, 37,19 c€/kWh in Brussel en 37,83 c€/kWh in Wallonië. De gedetailleerde berekening komt aan bod in hoofdstuk 8: kostprijs en terugverdientijd.

De indienststellingsformaliteiten bij de netbeheerder

Zodra de installatie geplaatst en gekeurd is door een erkend organisme (zie hoofdstuk 13: de AREI-keuring), wordt het administratieve luik afgesloten bij de distributienetbeheerder:

  • identificeer de bevoegde distributienetbeheerder al bij het technische plaatsbezoek (synergrid.be): in Vlaanderen is dat Fluvius; in Brussel Sibelga; in Wallonië ORES, RESA, AIEG, AIESH of de REW (Régie de Wavre);
  • in Vlaanderen meldt u elke installatie < 25 kVA aan via Mijn Fluvius, uiterlijk 3 maanden na de datum van de AREI-keuring (vanaf 25 kVA is vooraf een netstudie vereist). Een laattijdige aanmelding kost in 2026 97,26 € excl. btw aan administratiekosten. Hou de EAN-code, het conforme AREI-keuringsverslag en het eendraadschema bij de hand; ook elke wijziging (uitbreiding, vervanging van de omvormer, verhuis, wegname) moet gemeld worden;
  • in Wallonië (installatie ≤ 10 kVA — de som van de maximale AC-vermogens van de omvormers) verloopt de aanmelding via het UP10-formulier, dat de netbeheerder uiterlijk 45 kalenderdagen na de conforme AREI-keuring moet ontvangen, met als verplichte bijlagen het keuringsverslag, het door het keuringsorganisme gevalideerde en ondertekende eendraadschema en gedateerde foto's (panelen, omvormer, meter). De indienststelling mag vanaf de conforme keuring; na 45 dagen is het dossier onontvankelijk en is een nieuwe keuring vereist. De communicerende meter moet vóór de aanmelding aangevraagd en vóór de indienststelling geplaatst zijn;
  • in Brussel geeft u elke installatie (ook een uitbreiding of een omvormervervanging) binnen 30 dagen na de indienststelling online aan bij Sibelga — sinds 1 mei 2025 kost een laattijdige aangifte 50 € excl. btw.
Absolute regel: injectie op het net is pas toegelaten na de conforme keuring door een erkend organisme; de aanmelding bij de netbeheerder volgt binnen strikte termijnen (uiterlijk 3 maanden in Vlaanderen, 45 dagen in Wallonië, 30 dagen in Brussel). De volledige stappen na de plaatsing (aanmelding, meter, certificaten) worden uitgewerkt in hoofdstuk 14: de stappen na de installatie.

Om de keuring voor te bereiden moet het dossier onder meer het eendraadschema van de installatie bevatten — met onze online eendraadschema-tool genereert u het gratis.

Onthoud

  • Vlaanderen: plaatsing in of evenwijdig met het dakvlak = toegelaten basisgeval; plat dak beperkt tot 1 m boven de dakrand; raadpleeg systematisch de gemeente (vrijstelling/melding volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
  • Wallonië: vrijstelling van vergunning (CoDT, art. R.IV.1-1) bij plaatsing ≤ 30 cm boven het dakvlak en hellingsverschil ≤ 15°, plat dak h ≤ 1,50 m en helling ≤ 35°, of luifel van 1,20 tot 1,50 m onder 25-45°. Nooit vrijstelling op een beschermd goed; architect verplicht als de afstand tot de perceelsgrens ≤ de hoogte van de installatie.
  • Brussel: centraal criterium = zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte (vrijstelling indien niet zichtbaar of evenwijdig met het dak, uitsprong ≤ 30 cm).
  • Pv verlaagt de Ew-waarde (E-peil) in de EPB sterk: ongeveer −15 punten voor ± 2 400 Wp pal zuid onder 35°.
  • De RESCert-certificatie is individueel en op naam (examen ≥ 60 %, aanvraag via rescert.be, 7 jaar geldig); het label NRQual PV richt zich tot de onderneming. Sinds 2026 is RESCert in Brussel verplicht voor de groenestroomcertificaten van nieuwe installaties ≤ 5 kWp, en sinds juni 2025 in Wallonië voor pv op dak.
  • De steunmechanismen verschillen radicaal per gewest: dit hoofdstuk beschrijft de situatie in juli 2026 — controleer elk cijfer bij de Vlaamse Nutsregulator, Brugel of de CWaPE vóór elke offerte.
  • Geen injectie zonder conforme keuring door een erkend organisme; meld de installatie daarna tijdig aan bij de netbeheerder (3 maanden in Vlaanderen, 45 dagen in Wallonië, 30 dagen in Brussel).

Moet uw fotovoltaïsche installatie gekeurd worden?

Vóór elke injectie op het net moet de installatie gecontroleerd worden door een erkend organisme. Atlas Contrôle voert de AREI-keuring van uw fotovoltaïsche installatie uit in heel België — een onafhankelijke controle, met officieel attest.

Veelgestelde vragen

Heb ik in Vlaanderen een vergunning nodig om zonnepanelen te plaatsen?
In de meeste gevallen niet. Panelen die bovenop of geïntegreerd in het dakvlak van een hellend dak liggen (zelfde helling als het dakschild) vormen het toegelaten basisgeval; op een plat dak geldt als richtwaarde een maximale hoogte van 1 m boven de dakrand. Het Vlaamse stelsel van vrijstelling en melding is vastgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, en sinds 2018 loopt een eventuele aanvraag als omgevingsvergunning via het Omgevingsloket. Let op: verkavelingsvoorschriften, beschermd erfgoed of gemeentelijke verordeningen kunnen strenger zijn — raadpleeg dus altijd de gemeentelijke dienst omgeving vóór de werken.
Is er een vergunning nodig voor zonnepanelen in Wallonië?
In principe niet: de CoDT (de Waalse stedenbouwcode, art. R.IV.1-1) rangschikt het plaatsen van fotovoltaïsche panelen bij de werken van geringe omvang, vrijgesteld van vergunning onder drie cumulatieve voorwaarden: geen afwijking van het gewestplan, voeding van een gebouw op hetzelfde onroerend goed, en naleving van de toegelaten afmetingen (plaatsing max. 30 cm boven het dakvlak met een hellingsverschil ≤ 15°, plat dak beperkt tot 1,50 m en 35°, of zonneluifel van 1,20 tot 1,50 m onder 25° à 45°). Nooit vrijstelling op een beschermd goed, een archeologische site of klein volkserfgoed; en als de afstand tot de perceelsgrens kleiner is dan of gelijk aan de totale hoogte van de installatie, is een architect verplicht.
Wanneer is in Brussel een vergunning nodig voor zonnepanelen?
Het centrale criterium is de zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte. Vrijstelling van vergunning als de modules niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte of, als ze dat wel zijn, voor zover ze in het dakvlak liggen of er evenwijdig mee zijn, zonder uitsprong van meer dan 30 cm en zonder overschrijding van de dakranden. De vergunning wordt opnieuw verplicht als zichtbare modules uit het dakvlak steken, of als de werken een afwijking vergen van een bestemmingsplan, van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (GSV) of van een verkavelingsvergunning; bij een beschermd gebouw of een beschermd perimeter komt het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen in het spel. De Brusselse stedenbouwkundige teksten (GSV en vrijstellingsbesluiten) zijn de voorbije jaren hervormd: controleer de geldende versie vooraleer u tot een vrijstelling besluit.
Wat is de RESCert-certificatie en hoe behaal ik ze?
RESCert is de Belgische certificatie voor installateurs van systemen voor hernieuwbare energie, voortvloeiend uit de Europese richtlijn 2009/28/EG. Ze is individueel en op naam: de persoon wordt gecertificeerd, niet de onderneming. Het traject: een erkende opleiding volgen in een erkend centrum, slagen voor het examen met minstens 60 %, de aanvraag indienen op rescert.be binnen de gestelde termijn, en de administratieve ontvankelijkheid aantonen (KBO-inschrijving, toegang tot het beroep, relevante NACE-codes en bewijzen van praktijkervaring). Het certificaat is 7 jaar geldig; de actuele tarieven vindt u op rescert.be. De certificatie is intussen ook een toegangsvoorwaarde: in Brussel moet elke nieuwe installatie ≤ 5 kWp die vanaf 1 januari 2026 in dienst gaat door een RESCert-installateur geplaatst zijn om groenestroomcertificaten te krijgen, en in Wallonië moet de installerende onderneming sinds 1 juni 2025 over een gecertificeerd installateur beschikken voor pv op dak. Het label NRQual PV richt zich daarentegen tot de onderneming.
Bestaat de terugdraaiende teller nog in België?
Dat hangt af van het gewest (situatie juli 2026). In Vlaanderen is de compensatie definitief voorbij: sinds 1 april 2026 wordt het met een terugdraaiende teller opgebouwde negatieve saldo niet meer gecompenseerd, noch overgedragen bij de plaatsing van de digitale meter — die sinds 2025 verplicht is voor alle eigenaars van zonnepanelen. Het geïnjecteerde overschot wordt er vergoed via een vrij onderhandeld terugleveringscontract, ruim onder de afnameprijs: zelfverbruik maximaliseren is er dus cruciaal. In Wallonië blijft de compensatie behouden tot 31 december 2030 voor installaties ≤ 10 kVA die vóór 1 januari 2024 in dienst zijn genomen (datum van het keuringsverslag telt) — maar het jaarlijkse overschot wordt niet uitbetaald en het prosumententarief blijft verschuldigd; installaties vanaf 2024 vallen onder een regime zonder compensatie, met verplichte communicerende meter en een commercieel injectietarief. In Brussel bestaat de compensatie al sinds 1 november 2021 niet meer; de steun loopt er via de groenestroomcertificaten die Brugel beheert. Deze regimes evolueren: controleer de actuele situatie bij de Vlaamse Nutsregulator, de CWaPE of Brugel vóór elke rendabiliteitsberekening.
Mag ik op het net injecteren vóór de keuring van de installatie?
Nee. De regel is absoluut: injectie op het net is pas toegelaten na de conforme keuring van de installatie door een erkend keuringsorganisme — zoals Atlas Contrôle. Daarna volgt de verplichte aanmelding bij de distributienetbeheerder, binnen strikte termijnen: in Vlaanderen uiterlijk 3 maanden na de keuringsdatum via Mijn Fluvius, in Wallonië binnen 45 kalenderdagen via het UP10-formulier (met een vóór de indienststelling geplaatste communicerende meter), in Brussel binnen 30 dagen bij Sibelga. De panelen leggen volstaat dus niet: zonder conforme AREI-keuring mag de installatie niet aan het net gekoppeld worden, en een laattijdige aanmelding leidt tot administratiekosten of een onontvankelijk dossier.