Technische gids · Elektrische metingen
Spanning, stroom en weerstand meten met de multimeter — en het draaiveld aflezen
Drie grootheden, drie aansluitwijzen, drie risiconiveaus: spanning meet u parallel, stroom in serie (of met de stroomtang), en weerstand altijd spanningsloos. Daarbovenop komt de draaiveldmeter, onmisbaar vóór het aansluiten van een driefasige motor. Opgesteld door Atlas Contrôle, erkend organisme BELAC ISO 17020 nr. 663-INSP.
Voor u meet: gelijk- of wisselspanning, en het juiste meetbereik
Twee reflexen gelden voor alle metingen met de multimeter. Ten eerste: weet vooraf of u gelijkstroom gaat meten (een batterij bijvoorbeeld) of wisselstroom (het net, een transformator). Het toestel moet op het juiste type ingesteld staan, anders zegt de aflezing niets.
Gelijkspanning/-stroom (DC) — batterijen, accu's, gelijkspanningsvoedingen.
Wisselspanning/-stroom (AC) — het net, transformatoren, huishoudelijke kringen.
Ten tweede, het meetbereik: kent u de grootteorde van de te meten waarde niet, zet de keuzeschakelaar dan op het hoogste bereik van het toestel en ga daarna stap voor stap lager. Voorbeeld bij spanning: start op 750 V; toont de aflezing een waarde van 200 V of minder, schakel dan naar het bereik 200 V; blijft ze onder 20 V, dan mag u naar 20 V. Dezelfde logica bij stroom: op een bereik van 200 mA meet het toestel maximaal 0,2 A (1 A = 1.000 mA). Elke multimeter is anders, maar de meetmethode blijft dezelfde. Hoe de drie grootheden samenhangen, leest u in onze gids over de wet van Ohm en de basis van elektriciteit.
Spanning meten: parallel
Spanning is een verschil in potentiaal tussen twee punten: de voltmeter komt dus parallel met de verbruiker (lamp, weerstand…), één meetpen aan elke kant. De kring blijft gesloten, de verbruiker werkt gewoon, en het toestel leest de spanning op zijn klemmen af.
Het spanningstype instellen. Gelijkspanning (V⎓) of wisselspanning (V∿): de keuze gebeurt vóór het aansluiten van de meetpennen, op basis van de bron.
Het meetbereik kiezen. Onbekende spanning = hoogste bereik (750 V in plaats van 200 V), daarna zakken: ≤ 200 V → bereik 200 V, ≤ 20 V → bereik 20 V.
Parallel meten. De meetpennen komen aan weerszijden van de verbruiker, zonder de kring te openen. De meting gebeurt onder spanning: PBM's en voorzichtigheid.
Stroomsterkte meten: in serie of met de stroomtang
Stroom loopt door de kring: om hem met een multimeter te meten moet de ampèremeter in serie met de verbruiker komen — de kring wordt geopend, het toestel wordt ertussen geplaatst en de volledige stroom loopt erdoor. Ook hier stelt u eerst het stroomtype in: gelijkstroom (batterij) of wisselstroom (transformator).
De bereikkeuze volgt de gebruikelijke regel: onbekende stroomsterkte = hoogste bereik, daarna verfijnen (≤ 20 mA → bereik 20 mA, ≤ 2 mA → bereik 2 mA). Veel multimeters hebben ook een aparte ingang tot 20 A: daarvoor verplaatst u de meetpen naar die ingang en zet u de keuzeschakelaar op 20 A — en de meting mag niet langer dan 15 seconden duren.
De stroomtang: meten zonder de kring te openen
De stroomtang meet de stroom die door een geleider loopt zonder de kring te onderbreken: u werkt een stuk veiliger, tegen de prijs van iets minder nauwkeurigheid. De meeste stroomtangen doen trouwens ook dienst als multimeter. Drie regels:
Eén geleider tegelijk in de bek — nooit de volledige kabel: de velden van de heen- en teruggeleider zouden elkaar opheffen en de tang zou nul aangeven.
Het juiste meetbereik. Onbekende stroomsterkte = eerst het hoogste bereik. Sommige stroomtangen meten zowel AC als DC: selecteer het juiste stroomtype.
Het juiste gebruik. De stroomtang dient om de stroomsterkte in een geleider te meten — ideaal om de belasting van een kring na te gaan zonder iets los te koppelen.
Weerstand meten: altijd spanningsloos
De werkwijze is eenvoudig en geldt om een kabel, een zekering, een lamp of een schakelaar na te kijken:
De voeding uitschakelen van de te meten kring, en de keuzeschakelaar op de stand weerstand (Ω) zetten.
De meetsnoeren aansluiten: het zwarte op de ingang COM, het rode op de ingang V/Ω.
De meetpennen plaatsen op de klemmen van de component (of het deel van de kring) waarvan u de weerstand wil kennen — component losgekoppeld van de rest van de kring.
De waarde en de eenheid aflezen: ohm (Ω), kilo-ohm (1 kΩ = 1.000 Ω) of mega-ohm (1 MΩ = 1.000.000 Ω). Onbekende weerstand = eerst het hoogste bereik (bijvoorbeeld 20 MΩ).
Enkele typische metingen en hun interpretatie
| Meting | Verwachte waarde | Bereik | Interpretatie |
|---|---|---|---|
| Kabel, zekering, gesloten schakelaar | hoogstens enkele ohm | 200 Ω | Een « 1 » links op het display = geen contact. |
| Klein lampje (fiets, auto, halogeen, zaklamp) | 1 tot 30 Ω | 200 Ω | Een « 1 » = lamp stuk. |
| Gloeilamp 220 V (15 W ≈ 250 Ω, 25 W ≈ 150 Ω, 40 W ≈ 95 Ω, 75 W ≈ 50 Ω) | 25 tot 500 Ω | 2.000 Ω | Een « 1 » = lamp stuk. |
| Verwarmingselement (1.000 W ≈ 60 Ω, 2.000 W ≈ 30 Ω) | 30 tot 60 Ω | 200 Ω | Een « 1 » = element stuk. |
| Isolatie van een toestel (tussen aardpen en elke pen van de stekker) | > 10.000.000 Ω | 2.000 kΩ | Hier is de « 1 » (buiten bereik) het goede resultaat. Een leesbare waarde = isolatiedefect: gevaarlijk toestel, « onder foutspanning » zodra de stekker in het stopcontact zit. |
Boven ongeveer 1 MΩ stoot de multimeter op zijn grenzen: de stroom door de te meten weerstand wordt te klein voor een betrouwbare aflezing. Voor zeer grote weerstanden — waaronder echte isolatiemetingen — gebruikt men een specifiek isolatieweerstandsmeettoestel. Dat geldt ook voor de aardingsweerstand, die haar eigen toestel en methode heeft.
De draaiveldmeter: fasevolgorde en draairichting
Bij driefasige voeding bepaalt de fasevolgorde de draairichting van een motor. Veel machines moeten van bij de inschakeling meteen in de juiste richting draaien: daarom meet men het draaiveld vóór het aansluiten van de motor, met een specifieke tester.
De gekleurde meetsnoeren aansluiten op de klemmen van het driefasige stopcontact dat de draaiende machine zal voeden. De aansluitvolgorde van de snoeren is vrij.
De knop ingedrukt houden tijdens de hele controle van de fasevolgorde of van een fase-onderbreking: laat u de knop los, dan verbreekt u het contact. Het kijkvenster toont de richting van het draaiveld.
De drie fasecontrolelampjes nakijken. Alle drie moeten ze branden. Blijft er één gedoofd, dan is ergens stroomopwaarts een fase onderbroken.
Gebruikelijke kleurcodes van de geleiders
| Geleider | Regelmatig gebruikte kleur |
|---|---|
| Fase L1 | Bruin |
| Fase L2 | Zwart |
| Fase L3 | Grijs |
| Nulgeleider (N) | Blauw |
| Beschermingsgeleider (PE) | Geel/groen |
Samenvatting: welke grootheid, welke aansluiting, welke voorzorgen
| Grootheid | Instelling | Aansluiting | Voorzorgen |
|---|---|---|---|
| Spanning (V) | V⎓ of V∿ volgens de bron | Parallel met de verbruiker | Onder spanning: PBM's. Onbekende waarde = eerst hoogste bereik. |
| Stroom (A) | A⎓ of A∿ volgens de bron | In serie in de kring, of stroomtang rond één geleider | Onder spanning: PBM's. Ingang 20 A: maximaal 15 seconden. |
| Weerstand (Ω) | Stand Ω, zwart op COM, rood op V/Ω | Op de klemmen van de losgekoppelde component | Altijd spanningsloos: stekker uit, batterijen verwijderd. |
| Draaiveld | Specifieke tester, knop ingedrukt | Op de drie fasen van een driefasig stopcontact | Nakijken vóór het aansluiten van een motor; zelfde veld op alle stopcontacten. |
En bij de AREI-keuring?
Deze meethandelingen zijn dagelijkse kost voor de Atlas-inspecteur. Tijdens de elektrische keuring (AREI) meet hij onder meer de spreidingsweerstand van de aardelektrode, controleert hij de continuïteit van de beschermingsgeleiders, test hij de uitschakeling van de differentieels en, bij driefasige installaties, de samenhang van het draaiveld. De gebruikte toestellen zijn gekalibreerd en de gemeten waarden staan in het proces-verbaal.
Bereidt u een bezoek voor? Onze gids de elektrische keuring voorbereiden somt op wat op de dag zelf klaar moet liggen, en de pagina automaat, differentieel & zekering legt de beveiligingen uit die de inspecteur test.
Een keuring van uw installatie nodig?
Aardingsmetingen, tests van de differentieels, controle van de kringen: de AREI-keuring door Atlas dekt alles, met een officieel attest als resultaat — overal in België.
Veelgestelde vragen
Hoe meet ik spanning met een multimeter? ▼
Moet de stroom uit om een elektrische meting te doen? ▼
Hoe meet ik stroom met een stroomtang? ▼
Waarom moet een weerstand altijd spanningsloos gemeten worden? ▼
Wat betekent de « 1 » links op het display van de multimeter? ▼
Waarvoor dient een draaiveldmeter? ▼
Wat is het verschil tussen een multimeter en een spanningstester? ▼
Verder lezen
De wet van Ohm en de basis
Spanning, stroom, weerstand: de drie grootheden en hun verband.
De 8 gouden regels
Veilig spanningsloos werken, stap voor stap.
Aardingsweerstand
Welke waarde nastreven en hoe de aarding gemeten wordt.
Automaat, differentieel, zekering
Wie beschermt waartegen, curves B/C/D en types AC/A/B.
Elektrische keuring (AREI)
De verplichte keuring van uw installatie door een erkend organisme.
De keuring voorbereiden
Documenten, toegang, schema's: alles wat klaar moet zijn op de dag zelf.