⚡ Uw verslag begrijpen
Inbreuken van de elektrische keuring, helder uitgelegd
Vermeldt uw keuringsverslag één of meerdere inbreuken? Hier vindt u de 341 vaststellingen die in de verslagen van Atlas Contrôle worden gebruikt, stuk voor stuk uitgelegd: wat de inspecteur vaststelde, het reële risico en hoe u het herstelt.
Elke inbreuk verwijst naar het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, Boek 1). Zoek op de code of op enkele woorden uit de tekst op uw verslag, en klap de kaart open voor de uitleg.
341 van 341 vaststellingen weergegeven
Geen inbreuk gevonden. Probeer één woord uit de tekst op uw verslag, of contacteer ons — wij helpen u graag verder.
Elektrische kast(en) (49)
201 De nominale spanning dient duidelijk vermeld te worden op een oordeelkundig gekozen plaats. ▼
💡 Concreet
Op of bij het schakelbord ontbreekt de vermelding van de nominale spanning (de spanning van uw aansluiting). Het AREI (Boek 1, punt 3.1.3.3) vraagt dat die spanning duidelijk leesbaar wordt aangebracht op een oordeelkundig gekozen plaats, zodat iedereen die aan de installatie werkt meteen weet met welke spanning hij te maken heeft.
⚠️ Het risico
Zonder die aanduiding kan een vakman zich vergissen in de aanwezige spanning en verkeerd materiaal of onaangepaste voorzorgen gebruiken. Het is vooral een markeringspunt: zolang het ontbreekt, is de installatie op dit punt niet in orde.
🔧 Hoe herstellen
Breng zelf een duurzaam, goed leesbaar etiket of plaatje met de nominale spanning aan op het schakelbord; twijfelt u over de juiste waarde, vraag dan raad aan een elektricien. Bij de herkeuring door een erkend organisme wordt dit punt mee nagekeken.
📖 AREI L1: 3.1.3.3
201a Pictogram "levensgevaar" dient op degelijke wijze aangebracht te worden. ▼
💡 Concreet
Op het schakelbord ontbreekt het pictogram 'levensgevaar' (en/of de vermelding van de nominale spanning), of het is niet op een degelijke manier aangebracht. Dat pictogram — de bliksemschicht in een driehoek — waarschuwt iedereen die bij het bord komt dat er delen onder spanning staan.
⚠️ Het risico
Zonder duidelijke waarschuwing kan iemand die het gevaar niet kent — een kind, een vakman van een ander beroep — het bord openen of aanraken, met risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Kleef een degelijk bevestigd pictogram 'levensgevaar' op het schakelbord en breng waar nodig ook de nominale spanning aan. Dat kunt u zelf doen; bij de herkeuring door een erkend organisme wordt dit vastgesteld.
📖 AREI L1: 3.1.3.3 + ND
202 De toegankelijkheid van het schakelbord is te verbeteren. ▼
💡 Concreet
Tijdens de keuring was het schakelbord niet vlot toegankelijk: het stond bijvoorbeeld verborgen of geblokkeerd, of was moeilijk te bereiken. Het AREI vereist dat u het schakelbord op elk moment ongehinderd kunt bereiken, onder meer om de automaten te bedienen en de stroom uit te schakelen.
⚠️ Het risico
Bij een noodgeval (beginnende brand, elektrocutie) telt elke seconde: een slecht bereikbaar schakelbord vertraagt het uitschakelen van de stroom. Ook onderhoud en herstellingen worden er moeilijker door.
🔧 Hoe herstellen
Maak de toegang tot het schakelbord blijvend vrij (meubels, opgeslagen spullen); ligt het probleem bij de opstelling van het bord zelf, laat die dan aanpassen door een elektricien. Bij de herkeuring door een erkend organisme wordt dit punt opnieuw bekeken.
📖 AREI L1: 5.3.5.1. · 5.1.5 · L3: 5.3.5.1.
203 De verdeelkast(en) is (zijn) niet van klasse 1 of 2. ▼
💡 Concreet
De verdeelkast(en) van uw installatie bieden niet het vereiste beschermingsniveau. Een verdeelkast moet ofwel van klasse 1 zijn (de metalen delen zijn geaard), ofwel van klasse 2 (volledig dubbel geïsoleerd); de vastgestelde kast(en) voldoen aan geen van beide.
⚠️ Het risico
Bij een inwendig defect kan de omkasting zelf onder spanning komen te staan; wie de kast dan aanraakt, riskeert elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de niet-conforme verdeelkast(en) door een elektricien vervangen door een model van klasse 1 of klasse 2. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.4.2
202a Aanduidingen kringen in letters ontbreekt . ▼
💡 Concreet
In het schakelbord zijn de stroomkringen niet met letters aangeduid, zoals het AREI vereist: u ziet niet in één oogopslag welke automaat welke kring bedient. Elke kring moet een aanduiding dragen die overeenstemt met de schema's van de installatie.
⚠️ Het risico
Zonder aanduiding schakelt men bij een herstelling of noodgeval snel de verkeerde kring uit of weer in, en kan iemand werken aan een deel van de installatie dat hij ten onrechte spanningsloos waant.
🔧 Hoe herstellen
Breng op elke kring een etiket aan met de letter die overeenstemt met het eendraadsschema. Dat kunt u zelf doen op basis van de schema's, of overlaten aan een elektricien; bij de herkeuring door een erkend organisme wordt de overeenstemming nagekeken.
📖 AREI L1: 5.3.5.1. · L3: 5.3.5.1.
204 Deur of afschermplaat van het schakelbord (terug)plaatsen. Aanraking van naakte onder spanning staande delen is mogelijk. ▼
💡 Concreet
De deur of de afschermplaat van het schakelbord ontbreekt of is niet teruggeplaatst. Daardoor zijn naakte onder spanning staande delen — klemmen, rails, aansluitingen — rechtstreeks aanraakbaar.
⚠️ Het risico
Iedereen die bij het bord komt, ook een kind, kan een deel onder spanning aanraken: het risico op elektrocutie is reëel. Dit punt pakt u best prioritair aan.
🔧 Hoe herstellen
Plaats de originele deur of afschermplaat terug als die er nog is; is ze stuk of verdwenen, laat ze dan vervangen door een elektricien. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt nadien dat alles in orde is.
📖 AREI L1: 4.2.2.3. · 5.1.4. · 5.3.5.1. · L3: 4.2.2.2. · 5.1.4.
206 Het schakelbord dient vervangen te worden, de beschermingsgraad tegen rechtstreekse aanraking is onvoldoende. ▼
💡 Concreet
Het schakelbord zelf biedt een onvoldoende beschermingsgraad tegen rechtstreekse aanraking: de omkasting en de afdekkingen houden de onder spanning staande delen onvoldoende buiten bereik. De keurder stelde vast dat een kleine herstelling niet volstaat en dat het bord vervangen moet worden.
⚠️ Het risico
Bij gewoon gebruik van het bord kunnen delen onder spanning aangeraakt worden, met risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat het schakelbord vervangen door een elektricien. Laat de installatie na de werken herkeuren door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.3.5.1.
207 De genaakbare, naakte onder spanning staande delen zijn niet op een afdoende wijze afgeschermd. ▼
💡 Concreet
De keurder stelde vast dat naakte onder spanning staande delen genaakbaar zijn — bijvoorbeeld onbeschermde klemmen of geleiders in of rond de kast. Het AREI vereist dat zulke delen op een afdoende wijze worden afgeschermd, zodat aanraking niet mogelijk is.
⚠️ Het risico
Zelfs een korte rechtstreekse aanraking van een deel onder spanning kan elektrocutie veroorzaken; het gevaar is het grootst voor kinderen en niet-gewaarschuwde personen.
🔧 Hoe herstellen
Laat de nodige afschermingen (afdekplaatjes, klemafdekkingen, afdekkappen) plaatsen door een elektricien en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 4.2.2.3. · 5.1.4. · L3: 4.2.2.2. · 5.1.4
208 De niet-gebruikte invoeringen van het schakelbord of kast dienen afgedicht te worden. ▼
💡 Concreet
In het schakelbord of de kast zijn niet-gebruikte invoeringen — lege kabeldoorvoeren, opengelaten moduleplaatsen — niet afgedicht. Die openingen moeten dichtgemaakt worden zodat de omkasting haar beschermende rol blijft vervullen.
⚠️ Het risico
Via die openingen kan men met de vingers of een voorwerp delen onder spanning raken (elektrocutiegevaar), en kunnen stof, vocht of ongedierte binnendringen en storingen of defecten veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Dicht de openingen af met passend materiaal: blindplaatjes voor lege moduleplaatsen, doorvoerstoppen voor ongebruikte invoeringen. Een elektricien inschakelen is aangeraden, zeker als de openingen uitgeven op delen onder spanning; bij de herkeuring door een erkend organisme wordt dit nagekeken.
📖 AREI L1: 4.2.2.3. · 5.1.4. · 5.3.5.1.
209 Een algemene alpolige scheidingsschakelaar te voorzien. ▼
💡 Concreet
Uw installatie heeft geen algemene schakelaar waarmee u alles in één beweging en over alle polen (fase(n) en nulgeleider) kunt uitschakelen. Het AREI vereist zo'n algemene alpolige scheidingsschakelaar aan het begin van de installatie.
⚠️ Het risico
Zonder algemene uitschakeling kunt u de installatie bij een noodgeval of vóór werken niet snel volledig spanningsloos maken, waardoor men kan werken aan kringen die nog onder spanning staan.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een algemene alpolige scheidingsschakelaar plaatsen aan het begin van de installatie en laat de installatie nadien herkeuren door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.3.5.1. · L3: 5.3.5.1.
210 De aanduiding van de stroomkringen en/of apparatuur, aansluitklemmen, enz. dient aangebracht of vervolledigd te worden. Aanduiden met letters niet met cijfers. ▼
💡 Concreet
De aanduiding van de stroomkringen, apparatuur en aansluitklemmen in het schakelbord ontbreekt of is onvolledig. De regel uit het AREI: elke stroomkring wordt met een letter aangeduid (niet met cijfers), en de positie van de onderdelen binnen een kring met cijfers, in overeenstemming met de schema's van de installatie.
⚠️ Het risico
Zonder duidelijke aanduiding schakelt men snel de verkeerde kring uit of weer in en kan iemand werken aan onderdelen die hij ten onrechte spanningsloos waant; de overeenstemming met de schema's valt bovendien niet te controleren.
🔧 Hoe herstellen
Vervolledig de aanduidingen — letters voor de stroomkringen, cijfers voor de positie binnen de kring — volgens het eendraadsschema. U kunt dit zelf doen op basis van de schema's of toevertrouwen aan een elektricien; bij de herkeuring door een erkend organisme wordt de overeenstemming nagekeken.
📖 AREI L1: 2.8.1. · 3.1.3. · 5.3.6.1. · 5.3.6.2. · L3: 2.8.1.2. · 3.1.3. · 5.3.6.1.
210a Automatische schakelaar(s), contactor(en) dienen geplaatst te worden volgens de instructies van de fabrikant. ▼
💡 Concreet
Bepaalde toestellen in het bord — automatische schakelaars, contactoren… — zijn niet geplaatst zoals de fabrikant het voorschrijft: stand, bevestiging of aansluiting stemmen niet overeen met de handleiding. Het AREI verplicht het naleven van die instructies, omdat ze de goede werking van het materieel waarborgen.
⚠️ Het risico
Een verkeerd gemonteerd toestel kan falen op het cruciale moment: niet of net ongewenst uitschakelen, of oververhitting van de aansluitingen met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken toestellen correct monteren en aansluiten volgens de instructies van de fabrikant, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 1.4. · 2.8.1. · 3.2.2.4. · 5.3.6.1. · 5.3.6.2. · L3: 1.4. · 2.8.1.2 · 3.2.2.4. · 5.3.6.1.
208a De niet-gebruikte invoeringen van het schakelbord of kast dienen afgedicht te worden. ▼
💡 Concreet
Niet-gebruikte invoeringen van het schakelbord of de kast — lege kabeldoorvoeren, opengelaten moduleplaatsen — zijn niet afgedicht. Ze moeten dichtgemaakt worden zodat de omkasting haar beschermende werking volledig behoudt.
⚠️ Het risico
Via die openingen kan men met de vingers of een voorwerp delen onder spanning raken (elektrocutiegevaar), en kunnen stof, vocht of ongedierte binnendringen en defecten in het bord veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Dicht de openingen af met daarvoor bestemd materiaal (blindplaatjes, doorvoerstoppen). Een elektricien is aangeraden, zeker in de buurt van delen onder spanning; bij de herkeuring door een erkend organisme wordt de correctie nagekeken.
📖 AREI L1 4.2.2.3. · 5.1.4. · 5.3.5.1. · L3: 4.2.2.2. · 5.1.4. · 5.3.5.1.
217 De stroomkring(en) moet(en) zo uitgevoerd worden dat hij (zij) niet ongewild door andere stroombanen gevoed kan (kunnen) worden. De kringen aangesloten op meerdere stroombanen zijn te scheiden. ▼
💡 Concreet
De keurder stelde vast dat één of meerdere kringen op verschillende stroombanen tegelijk zijn aangesloten. Dat mag niet: elke stroomkring moet zo uitgevoerd worden dat hij nooit ongewild door een andere stroombaan gevoed kan worden.
⚠️ Het risico
Een kring die u uitgeschakeld waant, kan via een andere stroombaan nog onder spanning staan: wie eraan werkt, riskeert elektrocutie. Bovendien kan de beveiliging omzeild worden, met kans op overbelasting en oververhitting.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kringen scheiden zodat elke kring slechts vanuit één stroombaan gevoed wordt. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 3.2.4.1. · L3: 3.2.5.1.
211a De doorsnede van de bruggen van de interne bekabeling of van de verdeelrails in het bord is niet aangepast aan de stroomopwaartse beschermingsinrichting tegen overstroom. ▼
💡 Concreet
In het schakelbord hebben de bruggen van de interne bekabeling of de verdeelrails tussen de toestellen een te kleine doorsnede in verhouding tot de stroomopwaartse beschermingsinrichting tegen overstroom. De verbindingen zijn met andere woorden niet 'dik' genoeg voor de stroom die die beveiliging kan doorlaten.
⚠️ Het risico
Bij zware belasting kunnen die verbindingen oververhitten zonder dat de beveiliging ingrijpt, met schade aan het bord en mogelijk brand tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bruggen of verdeelrails vervangen door materiaal met een doorsnede die aangepast is aan de stroomopwaartse beveiliging, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 4.4.1.5 · L1:4.4.1.1. · L1:4.4.1.2.
218 De invoer van de kabels in het schakelbord dient volgens de regels van goed vakmanschap te worden uitgevoerd. ▼
💡 Concreet
De invoer van de kabels in het schakelbord is niet volgens de regels van goed vakmanschap uitgevoerd: kabels zitten bijvoorbeeld los, zonder doorvoerbescherming of slordig door de omkasting gebracht.
⚠️ Het risico
Waar een kabel slecht is ingevoerd, kan de mantel beschadigd raken tegen de rand van de kast; op termijn kan dat leiden tot een isolatiefout, oververhitting of zelfs een beginnende brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kabelinvoeren correct afwerken (degelijke bevestiging, doorvoertules of wartels) en laat de correctie vaststellen bij de herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 1.4
211 De nominale stroomsterkte (In) van de beveiliging dient aangepast te worden aan de toelaatbare stroomsterkte van de stroomafwaarts geïnstalleerde leiding en/of verbruiker. Bord inkom 40A met 2,5mm2 ▼
💡 Concreet
De automaat of smeltveiligheid die een stroombaan beveiligt, heeft een te hoge nominale stroomsterkte (In) ten opzichte van wat de stroomafwaarts geïnstalleerde leiding en/of verbruiker aankan. Bij overbelasting schakelt de beveiliging dus niet tijdig uit.
⚠️ Het risico
De leiding kan oververhit raken zonder dat de beveiliging uitschakelt, met beschadigde isolatie en in het slechtste geval brand tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging vervangen door een exemplaar met een stroomsterkte die past bij de doorsnede van de leiding en de aangesloten verbruiker (of laat de bekabeling aanpassen). Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI (L1: 4.4.1.1. · 4.4.1.5. · 4.4.3.2. · L3:4.4.1.1. · 4.4.1.5. · 4.4.4.2.)
213 De leidingen waarvan de doorsnede van de geleider 1 mm² bedraagt, moeten door smeltveiligheden met een nominale stroomsterkte (In) van maximum 6A of automaten van maximum 10A beschermd worden. ▼
💡 Concreet
Stroombanen met geleiders van 1 mm² doorsnede zijn beveiligd met te zware beveiligingen. Voor die doorsnede zijn enkel smeltveiligheden van maximum 6 A of automaten van maximum 10 A toegelaten, en dat was bij de keuring niet het geval.
⚠️ Het risico
Zo’n dunne geleider kan bij overbelasting oververhit raken zonder dat de beveiliging uitschakelt, met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken beveiligingen vervangen door smeltveiligheden van maximum 6 A of automaten van maximum 10 A. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 8.2.1.
215 De leidingen waarvan de doorsnede van de geleiders minder dan 1 mm² bedraagt, moeten verwijderd of vervangen worden of voorzien te worden van een afdoende beveiliging voor de betrokken toepassing. ▼
💡 Concreet
De installatie bevat leidingen waarvan de geleiders een doorsnede van minder dan 1 mm² hebben. Zulke geleiders zijn te dun voor gewoon gebruik: ze moeten verwijderd of vervangen worden, of voorzien worden van een afdoende beveiliging voor de betrokken toepassing.
⚠️ Het risico
Een te dunne geleider warmt snel op zodra er stroom door vloeit, wat de isolatie kan beschadigen en brand kan veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze leidingen verwijderen of vervangen, of een beveiliging plaatsen die echt bij de toepassing past. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 8.2.1.
216 De volgende toestellen een exclusief toegekende stroombaan: de wasmachine / de afwasmachine / de droogkast / het elektrisch fornuis / de elektrische kookplaat / de elektrische oven / elk (verplaatsbaar) toestel met vaste standplaats met Pnom >= 2600 W. De toestellen van een elektrische verwarming met vaste standplaats worden gevoegd door een of meerdere exclusief toegekende stroombanen. De doorsnede van de elektrische leidingen bestemd voor de voeding van deze elektrische toestellen of machines wordt in functie van het vermogen van deze elektrische toestellen of machines gekozen. ▼
💡 Concreet
Sommige grote toestellen hebben geen eigen stroombaan. Nochtans moeten de wasmachine, de afwasmachine, de droogkast, het elektrisch fornuis, de kookplaat, de oven en elk toestel met vaste standplaats van minstens 2600 W elk een exclusief toegekende stroombaan krijgen, net als de vaste elektrische verwarming, met leidingen waarvan de doorsnede is afgestemd op het vermogen van het toestel.
⚠️ Het risico
Een stroombaan die door meerdere grote verbruikers gedeeld wordt, raakt snel overbelast: opwarming van de leidingen, herhaald uitschakelen en in het slechtste geval brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien vanuit de verdeelkast een aparte stroombaan trekken voor elk betrokken toestel, met een geschikte doorsnede voor het vermogen. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.1.2.
205 De beschermingsgraad (IP) van het schakelbord wordt niet gerespecteerd in functie van de uitwendige invloeden. ▼
💡 Concreet
De beschermingsgraad (IP) geeft aan hoe goed een schakelbord bestand is tegen binnendringend stof en vocht. De inspecteur stelde vast dat uw bord niet de beschermingsgraad heeft die vereist is voor de uitwendige invloeden ter plaatse (vochtige of stoffige ruimte, enz.).
⚠️ Het risico
Vocht of stof kan in het bord binnendringen en corrosie of kortsluiting veroorzaken, of ervoor zorgen dat aanraakbare delen onder spanning komen te staan.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het bord aanpassen of vervangen zodat de IP-graad past bij de ruimte. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.4.3
212 De metalen schakelborden en kasten met apparatuur aan de voorzijde moeten geaard worden. ▼
💡 Concreet
Uw schakelbord of kast is van metaal en heeft apparatuur aan de voorzijde, maar de omhulling is niet geaard, terwijl dat voor zulke kasten verplicht is.
⚠️ Het risico
Bij een inwendig defect kan de metalen kast onder spanning komen te staan: wie de kast aanraakt, riskeert dan elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kast op de aardgeleider aansluiten. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.3.4
214 Op de aansluitklemmenstroken van de kringen moeten de fasen aangeduid worden. ▼
💡 Concreet
Op de aansluitklemmenstroken van de kringen in de verdeelkast zijn de fasen niet aangeduid. Die aanduiding is verplicht om meteen te zien welke geleiders onder spanning staan.
⚠️ Het risico
Zonder aanduiding kan wie later in de kast werkt de geleiders verwisselen, met kans op een verkeerde aansluiting of een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat de fasen op de aansluitklemmenstroken duidelijk en duurzaam aanduiden, bij voorkeur door een elektricien die meteen de bedrading nakijkt. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.2.2
220 Alle componenten van de elektrische kast moeten stevig bevestigd worden in de verdeelkast(en). ▼
💡 Concreet
Sommige componenten van de elektrische kast (automaten, klemmenstroken of andere apparatuur) zijn niet stevig bevestigd in de verdeelkast: ze zitten los of zijn onvoldoende vastgemaakt.
⚠️ Het risico
Een los component kan slechte contacten, opwarming en vonkvorming veroorzaken en de aangesloten geleiders beschadigen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien alle componenten stevig bevestigen in de verdeelkast. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 9.5 · 1.4
219 De verdeelkast(en) kan (kunnen) niet geopend worden zonder beschadigingen aan de ondergrond (bepleistering, behangpapier, ...). De interne bedrading kon niet gecontroleerd worden. ▼
💡 Concreet
De inspecteur kon de verdeelkast(en) niet openen zonder de ondergrond errond (bepleistering, behangpapier…) te beschadigen. De interne bedrading kon daardoor niet gecontroleerd worden.
⚠️ Het risico
Zolang de binnenkant van de kast niet nagekeken kan worden, blijft de keuring onvolledig: eventuele inwendige gebreken kunnen niet opgespoord of uitgesloten worden, en het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat de kast vrijmaken zodat ze vlot geopend kan worden (bepleistering of afwerking laten bijwerken door een elektricien of vakman), en laat daarna een herkeuring door een erkend organisme uitvoeren zodat de interne bedrading gecontroleerd kan worden.
📖 AREI L1: 1.4
219a De verdeelkast(en) kon(den) niet geopend worden door de smeltveiligheden en/of penautomaten die niet of moeilijk verwijderd kunnen worden. De interne bedrading kon niet gecontroleerd worden. ▼
💡 Concreet
De inspecteur kon de verdeelkast(en) niet openen: de smeltveiligheden en/of penautomaten zitten vast en kunnen niet of slechts zeer moeilijk verwijderd worden. De interne bedrading kon daardoor niet gecontroleerd worden.
⚠️ Het risico
De keuring blijft onvolledig: de staat van de bedrading in de kast kon niet nagekeken worden, eventuele gebreken kunnen niet uitgesloten worden en het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de vastzittende smeltveiligheden en/of penautomaten losmaken of vervangen zodat de kast geopend kan worden, en laat daarna een herkeuring door een erkend organisme uitvoeren.
📖 AREI L1: 1.4
219b De verdeelkast(en) kan (kunnen) niet geopend worden zonder de muur, verf of andere te beschadigen. De interne bedrading kon niet gecontroleerd worden. ▼
💡 Concreet
De verdeelkast(en) kan of kunnen niet geopend worden zonder de muur, de verf of andere afwerking te beschadigen. De interne bedrading kon daardoor tijdens de keuring niet nagekeken worden.
⚠️ Het risico
Zolang de kast niet geopend kan worden, blijft de keuring onvolledig: eventuele inwendige gebreken kunnen niet vastgesteld worden en het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat de opening van de kast vrijmaken (muur, verf of afwerking laten bijwerken door een elektricien of vakman) en laat daarna een herkeuring door een erkend organisme uitvoeren zodat de interne bedrading gecontroleerd kan worden.
📖 AREI L1: 1.4
221 Abnormale opwarming van de beveiligingen, schakelapparatuur, aansluitklemmen, na te zien. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde een abnormale opwarming vast van beveiligingen, schakelapparatuur of aansluitklemmen in de kast. Dat wijst meestal op onvoldoende aangespannen klemmen, een slecht contact of een overbelasting, en moet nagezien worden.
⚠️ Het risico
Een plek die abnormaal opwarmt in een verdeelkast kan verergeren: beschadigde apparatuur, kortsluiting en in het slechtste geval brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat de kast zonder uitstel nazien door een elektricien: klemmen aanspannen, aangetaste onderdelen vervangen en de oorzaak van de opwarming opsporen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.3.1.1. & 4.4.1.1.
222 De IP-graad van het bord is niet in overeenstemming met de aanwezige uitwendige invloedsfactoren. ▼
💡 Concreet
De IP-graad van uw bord — de mate waarin het bestand is tegen binnendringend stof en water — stemt niet overeen met de uitwendige invloedsfactoren die in de ruimte aanwezig zijn.
⚠️ Het risico
Stof of vocht kan in het bord binnendringen en corrosie of kortsluiting veroorzaken, of ervoor zorgen dat aanraakbare delen onder spanning komen te staan.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de omhulling van het bord vervangen of aanpassen zodat ze geschikt is voor de omstandigheden in de ruimte. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.4. & 9.1.6.
224 Inwendige bekabeling is uitgevoerd met soepele geleiders: de uiteinden zijn van gepaste samenknijpende hulzen te voorzien. ▼
💡 Concreet
Uw verdeelkast is van klasse II, met een volledig geïsoleerde omhulling die zelf niet geaard wordt. Er zijn echter metalen kabelwartels of afdichtstoppen op gemonteerd: die doorbreken de isolatie en moeten vervangen worden door geïsoleerde uitvoeringen van klasse II.
⚠️ Het risico
Een metalen onderdeel dat door een geïsoleerde omhulling steekt, kan bij een inwendig defect onder spanning komen te staan zonder aarding: kans op een elektrische schok bij aanraking.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de metalen wartels en afdichtstoppen vervangen door geïsoleerde exemplaren van klasse II. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6.1.
225 Bedieningshendel hoofdschakelaar is beschadigd of ontbreekt. ▼
💡 Concreet
De bedieningshendel van de hoofdschakelaar — de schakelaar waarmee u de hele installatie spanningsloos zet — is beschadigd of ontbreekt.
⚠️ Het risico
Bij een noodgeval of vóór werken kunt u de installatie niet snel en veilig volledig uitschakelen, wat het risico op een ongeval vergroot.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bedieningshendel of zo nodig de volledige hoofdschakelaar vervangen. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 1.4.1.3. & 5.3.5.1.b.
224 Inwendige bekabeling is uitgevoerd met soepele geleiders: de uiteinden zijn van gepaste samenknijpende hulzen te voorzien. ▼
💡 Concreet
De inwendige bekabeling van de kast is uitgevoerd met soepele geleiders (draden uit meerdere kerndraadjes). De uiteinden daarvan moeten van gepaste samenknijpende hulzen (adereindhulzen) voorzien worden vóór ze aangesloten worden, en dat was bij de keuring niet het geval.
⚠️ Het risico
Zonder huls kunnen de draadjes van een soepele geleider uitwaaieren: dat geeft een slecht contact dat opwarmt, of raakt een naburig onderdeel met kortsluiting tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien gepaste adereindhulzen op de uiteinden van de soepele geleiders aanbrengen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6.1.
223 Aantal aangesloten geleiders en doorsnede van deze moet beperkt worden (maximum 2 aders per klem), zo niet aangepaste verdeelklemmen. ▼
💡 Concreet
De keurder stelde vast dat te veel aders, of aders met een te grote doorsnede, onder één klem in het bord waren aangesloten. De regel is maximum 2 aders per klem, passend bij die klem; zijn er meer geleiders te verbinden, dan moeten aangepaste verdeelklemmen worden gebruikt.
⚠️ Het risico
Een overbelaste klem maakt slecht contact: de verbinding kan opwarmen, beschadigd raken en op termijn brand in het bord veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze aansluitingen herverdelen en waar nodig aangepaste verdeelklemmen plaatsen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig; de termijn staat op uw verslag.
📖 AREI L1: 1.4.1.3.
226 De dienstspanning is niet op elk bord vermeld. ▼
💡 Concreet
Elk elektrisch bord moet duidelijk zijn dienstspanning vermelden, dus de spanning waarop het werkt. Die vermelding ontbrak op één of meerdere borden tijdens de keuring.
⚠️ Het risico
Zonder die vermelding weet wie aan het bord werkt niet meteen welke spanning aanwezig is, wat de kans op fouten vergroot. Zolang dit niet in orde is, blijft het verslag niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Breng op elk bord een duurzaam etiket aan met de dienstspanning; dat kunt u zelf doen of aan een elektricien vragen. Een herkeuring door een erkend organisme heft de inbreuk daarna op.
📖 AREI L1: 3.1.3.3.
227 Het verdeelbord is niet voorzien van een hoofdschakelaar. ▼
💡 Concreet
Het verdeelbord is niet uitgerust met een hoofdschakelaar waarmee u de hele installatie in één beweging kunt uitschakelen, terwijl de regelgeving dat vereist.
⚠️ Het risico
Bij een noodgeval (brand, elektrocutie) of bij werken is er geen snelle en eenvoudige manier om het bord spanningsloos te maken, wat het risico op ongevallen vergroot.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een hoofdschakelaar aan het begin van het bord plaatsen. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.1.b
228 Het verdeelbord is geplaatst in een ruimte toegankelijk voor publiek en is niet afgesloten met een veiligheidssleutel en/of heeft niet de beschermingsgraad IPXX-D. ▼
💡 Concreet
Het verdeelbord staat in een ruimte die toegankelijk is voor publiek, maar het is niet afgesloten met een veiligheidssleutel en/of de omhulling haalt de beschermingsgraad IPXX-D niet, die verhindert dat men zelfs met een dunne draad delen onder spanning kan raken.
⚠️ Het risico
Iedereen — ook een kind — zou het bord kunnen openen of delen onder spanning kunnen aanraken, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een kast met veiligheidsslot plaatsen of zorgen voor een omhulling met de vereiste beschermingsgraad. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt daarna dat alles in orde is.
📖 AREI L1: 4.2.2.3.d.
229 De sectie van de interne bekabeling van het elektrisch bord is niet aangepast aan de te verwachten stroom. ▼
💡 Concreet
De bekabeling binnen in het elektrisch bord heeft een te kleine sectie (dikte) voor de stroom die erdoor kan vloeien.
⚠️ Het risico
Een te dunne geleider warmt op bij een hoge stroom: de isolatie kan smelten en een kortsluiting of zelfs brand in het bord veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de interne bekabeling vervangen door geleiders met een sectie die aangepast is aan de te verwachten stroom. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1 & 4.4.1.2.
230 De schakel- en verdeelborden moeten op een duidelijke, goed zichtbare en onuitwisbare wijze worden gemarkeerd door middel van individuele markeringen. De individuele markering op elk schakel- en verdeelbord duidt aan: het volgnummer van het schakel- en verdeelbord, spanning, het aardverbindingssysteem, de te verwachten maximale kortsluitstroom, het gebruik van de filiatietechniek. ▼
💡 Concreet
Elk schakel- en verdeelbord moet een individuele, goed zichtbare en onuitwisbare markering dragen met onder meer het volgnummer van het bord, de spanning, het aardverbindingssysteem, de te verwachten maximale kortsluitstroom en het eventuele gebruik van de filiatietechniek. Die markering ontbrak of was onvolledig bij de keuring.
⚠️ Het risico
Zonder die gegevens kan de installatie niet met kennis van zaken worden nagekeken of bediend, en blijft het verslag op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze markering duurzaam op elk bord aanbrengen; een elektricien kan de te vermelden waarden (kortsluitstroom, filiatie) bepalen. Een herkeuring door een erkend organisme heft de inbreuk daarna op.
📖 AREI L1: 3.1.3.3.
231 De beschermings- en bedieningstoestellen betreffende stroombanen waarvan de energie tegen verschillende tarieven geleverd wordt, moeten op afzonderlijke panelen gegroepeerd worden, die ten minste 10cm van elkaar verwijderd zijn of in aparte kasten. Duidelijke opsplitsing is dus noodzakelijk. ▼
💡 Concreet
Uw installatie bevat stroombanen waarvan de energie tegen verschillende tarieven wordt geleverd (bijvoorbeeld dag- en nachttarief), maar de bijbehorende beschermings- en bedieningstoestellen zijn niet duidelijk opgesplitst. De regel vraagt afzonderlijke panelen op ten minste 10 cm van elkaar, of aparte kasten.
⚠️ Het risico
Zonder duidelijke opsplitsing kan men denken dat een deel van het bord spanningsloos is terwijl het via het andere tarief nog gevoed wordt, met gevaar voor elektrocutie bij werken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het bord herschikken zodat elk tarief op een eigen paneel of in een eigen kast zit. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.1.C.
232 De stroombanen die stroomopwaarts van de algemene schakelaar van het schakel –en verdeelbord aangesloten zijn moeten als dusdanig gemarkeerd zijn. ▼
💡 Concreet
Bepaalde stroombanen zijn stroomopwaarts van de algemene schakelaar van het schakel- en verdeelbord aangesloten: ze blijven dus onder spanning, ook als die schakelaar uitstaat. Zulke stroombanen moeten als dusdanig gemarkeerd zijn, en die markering ontbrak bij de keuring.
⚠️ Het risico
Wie de algemene schakelaar uitschakelt, kan denken dat de hele installatie spanningsloos is terwijl deze stroombanen nog gevoed worden, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze stroombanen duidelijk en duurzaam markeren; een elektricien doet dat snel. Een herkeuring door een erkend organisme heft de inbreuk daarna op.
📖 AREI L1: 3.1.3.1.
233 Verboden om de geel/groene geleider te gebruiken als actieve geleider. ▼
💡 Concreet
Een geel/groene geleider werd gebruikt als actieve geleider, dus als draad die stroom voert, terwijl die kleur uitsluitend voorbehouden is aan de beschermingsgeleider (de aarding).
⚠️ Het risico
Die kleurverwarring is misleidend: iemand kan de draad aanraken in de overtuiging dat het de aarding is, terwijl hij onder spanning staat — met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze geleider vervangen volgens de juiste kleurcode. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.6.2.
234 Wanneer een geleider met blauwe isolatie aanwezig is moet die voor nulgeleider gereserveerd worden indien deze aanwezig is in de betrokken stroomkring. ▼
💡 Concreet
In een stroomkring met een nulgeleider moet de blauwe kleur voor die nulgeleider gereserveerd blijven. De keurder stelde vast dat een geleider met blauwe isolatie voor een ander doel werd gebruikt.
⚠️ Het risico
Als blauw niet met de nulgeleider overeenstemt, kan men niet meer op de draadkleuren vertrouwen: dat werkt aansluitfouten en onbedoeld contact met een geleider onder spanning in de hand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bedrading corrigeren zodat de blauwe geleider effectief als nulgeleider dient. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.6.2.
235 Het elektrische materiaal is te bevestigen volgens de regels van het goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
Elektrisch materiaal (toestellen, kabels, kast…) zit niet degelijk vast en moet opnieuw bevestigd worden volgens de regels van het goed vakmanschap, dus stevig en duurzaam.
⚠️ Het risico
Loszittend materiaal trekt aan de aansluitingen: die kunnen loskomen, opwarmen of delen onder spanning blootleggen, met gevaar voor kortsluiting of elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat het materiaal stevig herbevestigen; een elektricien is aangewezen om meteen ook de aansluitingen na te kijken. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt daarna de correctie.
📖 AREI L1: 1.4.1.2. · L1:1.4.1.3
236 De genaakbare, naakte delen onder spanning (actieve delen) in het schakel- en verdeelbord zijn onvoldoende afgeschermd. ▼
💡 Concreet
In het schakel- en verdeelbord zijn naakte delen onder spanning (actieve delen) genaakbaar: ze zijn onvoldoende afgeschermd, bijvoorbeeld door afdekplaten of blindstoppen.
⚠️ Het risico
Wie het bord opent — al is het maar om een automaat opnieuw op te zetten — riskeert rechtstreeks contact met een deel onder spanning, en dus elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de nodige afscherming plaatsen (afdekplaten, blindstoppen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.2.3. · L1:5.3.5.1.a.
237 Het verdeelbord in publiekelijke ruimte moet heeft geen veiligheidsslot. ▼
💡 Concreet
Het verdeelbord bevindt zich in een publiek toegankelijke ruimte en moet daarom met een veiligheidsslot afgesloten zijn; dat slot ontbrak bij de keuring.
⚠️ Het risico
Iedereen zou het bord kunnen openen en delen onder spanning aanraken of de installatie bedienen, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat het bord uitrusten met een veiligheidsslot; een elektricien kan dat doen. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt daarna dat alles in orde is.
📖 AREI L1: 4.2.2.3.
238 De identificatie van de schakel- en verdeelborden door middel van individuele markeringen is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
Elk schakel- en verdeelbord moet een individuele markering dragen die het identificeert, onder meer om het aan de schema's van de installatie te koppelen. Die identificatie was niet aanwezig bij de keuring.
⚠️ Het risico
Zonder identificatie is het moeilijk elk bord aan de schema's te koppelen en de installatie na te kijken; het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Breng op elk bord een duurzame markering aan die overeenstemt met de schema's; dat kunt u zelf doen of aan een elektricien vragen. Een herkeuring door een erkend organisme heft de inbreuk daarna op.
📖 AREI L1: 3.1.3.3.b.
239 De interne bekabeling van het elektrisch bord kan overbelast worden t.g.v. aanwezigheid van parallele bronnen (PV-panelen,….) ▼
💡 Concreet
Uw installatie heeft een productiebron die parallel met het net werkt, bijvoorbeeld PV-panelen. Daardoor kan de interne bekabeling van het elektrisch bord tegelijk stroom van het net en van de productie te verwerken krijgen, terwijl ze daar niet op berekend is.
⚠️ Het risico
Overbelaste bekabeling warmt op: de isolatie kan aangetast raken en tot kortsluiting of zelfs brand in het bord leiden.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het bord aanpassen en de interne bekabeling dimensioneren rekening houdend met de parallelle bronnen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1.
240 De bijkomdende differnetieelstroombeschermingsinrichtingen kunnen overbelast worden t.g.v. aanwezigheid van parallele bronnen (PV-panelen,….) ▼
💡 Concreet
Uw installatie heeft een productiebron die parallel met het net werkt, bijvoorbeeld PV-panelen. De bijkomende differentieelstroombeschermingsinrichtingen (differentieelschakelaars) kunnen daardoor tegelijk stroom van het net en van de productie voeren en overbelast raken.
⚠️ Het risico
Een overbelaste differentieelschakelaar kan opwarmen, beschadigd raken en zijn beschermende rol tegen elektrocutie niet meer betrouwbaar vervullen; bovendien ontstaat opwarming in het bord.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze differentieelschakelaars nakijken en aanpassen, rekening houdend met de totale stroom die erdoor kan vloeien. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1.
241 De hoofdvoedingskabel vertrekkende van de kWh-meter naar het elektrisch laagspanningsbord (klasse I) is niet van het type klasse 2 kabel tot op de aansluitklemmen van de hoofddifferentieelbeveiliging (klasse 2 kabels: kabels die geen enkele geleidende bekleding hebben) ▼
💡 Concreet
Het stuk kabel tussen de kWh-meter en uw elektrisch bord staat nog vóór de hoofddifferentieelbeveiliging en is daar dus niet door beschermd. Daarom eist het AREI dat dit een klasse 2 kabel is: dubbel geïsoleerd en zonder enige geleidende bekleding (geen metalen mantel of wapening). De inspecteur stelde vast dat de geplaatste kabel niet aan dat type voldoet.
⚠️ Het risico
Bij een isolatiefout op dit stuk grijpt de hoofddifferentieelbeveiliging niet in. Met een ongeschikte kabel kan een geleidend deel onder spanning komen te staan zonder dat er iets uitschakelt, met risico op elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kabel tussen de kWh-meter en de aansluitklemmen van de hoofddifferentieelbeveiliging vervangen door een klasse 2 kabel (dubbele isolatie, zonder geleidende bekleding). Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 4.2.4.3.a · L1:4.3.3-5.2.7.
Differentieel (15)
501 Een algemene differentieelschakelaar voorzien met een nominale stroomsterkte van minstens In = 40A, een maximale gevoeligheid van 300mA, type A en een verzegelingsinrichting. ▼
💡 Concreet
Aan het begin van elke huishoudelijke installatie hoort een algemene differentieelschakelaar die de stroom automatisch uitschakelt bij een lekstroom. Bij de keuring ontbrak dit toestel of voldeed het niet aan de vereiste kenmerken: een nominale stroomsterkte van minstens 40 A, een gevoeligheid van maximaal 300 mA, type A (dat ook lekstromen van moderne elektronische toestellen detecteert) en een verzegelingsinrichting.
⚠️ Het risico
Zonder conforme algemene differentieelschakelaar wordt een isolatiefout ergens in de installatie mogelijk nooit uitgeschakeld, met gevaar voor elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een conforme algemene differentieelschakelaar plaatsen of vervangen: dit is een ingreep in het hoofdbord, waar de aankomende voeding onder spanning blijft. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.4
502 Een afzonderlijke differentieelschakelaar met een gevoeligheid van 30 mA voorzien voor badkamer, wasmachine, afwasmachine en/of droogkast en gelijkaardige toestellen. ▼
💡 Concreet
De badkamer en de grote toestellen die met water in aanraking komen (wasmachine, afwasmachine, droogkast en gelijkaardige toestellen) moeten beveiligd zijn door een extra, zeer gevoelige differentieelschakelaar van 30 mA, die de stroom al bij een heel kleine lekstroom uitschakelt. Die aparte beveiliging ontbrak bij de keuring.
⚠️ Het risico
Water verhoogt het elektrische gevaar sterk: zonder differentieelschakelaar van 30 mA wordt een lekstroom via een persoon mogelijk niet snel genoeg onderbroken, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien in het bord een of meer afzonderlijke differentieelschakelaars van 30 mA voor deze kringen plaatsen. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.4.3
501a Alle massa's beschermd door eenzelfde differentieelschakelaar moeten verbonden zijn met dezelfde aarding. ▼
💡 Concreet
De metalen delen van toestellen en uitrusting (de “massa's”) die door eenzelfde differentieelschakelaar beschermd worden, moeten allemaal op dezelfde aarding aangesloten zijn. De inspecteur stelde vast dat dit in uw installatie niet het geval is: sommige massa's zijn met een andere aarding verbonden.
⚠️ Het risico
Met gescheiden aardingen kan de differentieelschakelaar een fout slecht detecteren en kunnen er gevaarlijke spanningsverschillen tussen toestellen ontstaan, met risico op een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien alle betrokken aardingsgeleiders samenbrengen op één en dezelfde aarding. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.4.
503 Een afzonderlijke differentieelschakelaar met een gevoeligheid van 30 mA voorzien voor de kringen uitgerust met contactdozen zonder aardingscontact. ▼
💡 Concreet
Uw installatie bevat kringen met contactdozen zonder aardingscontact. Het reglement vereist dan dat die kringen beveiligd worden door een zeer gevoelige differentieelschakelaar van 30 mA, en dat was bij de keuring niet het geval.
⚠️ Het risico
Bij een contactdoos zonder aardingscontact kan een defect toestel zijn behuizing onder spanning zetten zonder dat de stroom wordt onderbroken: de differentieelschakelaar van 30 mA is dan de enige bescherming tegen elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een of meer differentieelschakelaars van 30 mA plaatsen voor deze kringen. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 8.2.1.6
504 Het is niet toegelaten om meer dan 8 eindstroombanen (voedingskringen) te voeden vanuit een differentieelschakelaar met een grote of zeer grote gevoeligheid (vanaf 01 juni 2023). ▼
💡 Concreet
Sinds 1 juni 2023 mag eenzelfde differentieelschakelaar met een grote of zeer grote gevoeligheid maximaal 8 eindstroombanen voeden. In uw bord hangen meer dan 8 kringen aan dezelfde differentieelschakelaar.
⚠️ Het risico
Wanneer te veel kringen van één differentieelschakelaar afhangen, valt bij één lekstroom een groot deel van de woning zonder stroom, en kan de optelsom van kleine normale lekstromen ongewenste uitschakelingen veroorzaken of de detectie van een echte fout verstoren.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kringen verdelen over een of meer bijkomende differentieelschakelaars in het bord. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.4
505 De nominale stroomsterkte van de differentieelschakelaar dient aangepast te worden aan de beveiliging tegen overstroom. ▼
💡 Concreet
Elke differentieelschakelaar heeft een nominale stroomsterkte: de stroom die hij blijvend kan verdragen. Die moet afgestemd zijn op de automaten of zekeringen die de leiding beveiligen: de inspecteur stelde vast dat dit niet het geval is, waardoor er meer stroom door de differentieelschakelaar kan vloeien dan hij aankan.
⚠️ Het risico
Een te licht gekozen differentieelschakelaar kan oververhitten of beschadigd raken wanneer de installatie zwaar belast wordt, met risico op opwarming of zelfs brand, en verlies van de beschermingsfunctie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de situatie aanpassen: ofwel de differentieelschakelaar vervangen door een exemplaar met een voldoende nominale stroomsterkte, ofwel de beveiliging tegen overstroom aanpassen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.3
506 differentieelstroominrichting testknop werkt niet. ▼
💡 Concreet
Bij de keuring reageerde de differentieelschakelaar niet toen de testknop werd ingedrukt. Die testknop dient net om na te gaan of het toestel nog correct uitschakelt bij een lekstroom; als hij niet werkt, is de goede werking van de differentieelschakelaar niet gegarandeerd.
⚠️ Het risico
Een differentieelschakelaar die niet op de testknop reageert, schakelt mogelijk ook bij een echte lekstroom niet uit, waardoor het gevaar voor elektrocutie of brand onopgemerkt blijft.
🔧 Hoe herstellen
Laat het toestel nakijken en zo nodig vervangen door een elektricien. Na de herstelling is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
507 Markering “3000A, 22.5KA²s” is niet aanwezig op differentieelschakelaar (niet verplicht voor installatie < 7/05/2000). ▼
💡 Concreet
De markering “3000A, 22,5kA²s” geeft aan dat de differentieelschakelaar gebouwd is om een zware kortsluiting te doorstaan zonder vernield te worden. Die markering werd op uw toestel niet aangetroffen; voor installaties van vóór 07/05/2000 is ze evenwel niet verplicht.
⚠️ Het risico
Zonder deze markering is er geen bewijs dat de differentieelschakelaar een zware kortsluiting aankan: hij zou daarbij beschadigd kunnen raken en daarna geen bescherming tegen lekstromen meer bieden.
🔧 Hoe herstellen
Valt uw installatie onder deze verplichting, laat het toestel dan door een elektricien vervangen door een exemplaar met deze markering. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.e.
508 Uitschakelvermogen algemene diff. schakelaar en de onmiddellijk stroomafwaartse beschermingstoestellen tegen overstroom is kleiner dan 3000 A (installatie < 7/05/2000 niet verplicht). ▼
💡 Concreet
Het “uitschakelvermogen” is de maximale stroom die een beveiligingstoestel veilig kan onderbreken. De inspecteur stelde vast dat dit vermogen kleiner is dan 3000 A voor uw algemene differentieelschakelaar en/of voor de automaten die er onmiddellijk stroomafwaarts van staan; voor installaties van vóór 07/05/2000 is deze eis niet verplicht.
⚠️ Het risico
Bij een zware kortsluiting kan een toestel met onvoldoende uitschakelvermogen de stroom mogelijk niet onderbreken: het kan vernield worden, met vorming van een elektrische boog en brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Valt uw installatie onder deze eis, laat de betrokken toestellen dan door een elektricien vervangen door exemplaren met een uitschakelvermogen van minstens 3000 A. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.
509 Contactdozen zonder aardingscontact in bestaande oude delen (< vóór oktober 1981) zijn niet beveiligd door een algemene of bijkomende differentieelstroombeschermingsinrichting van ten hoogste 30mA. ▼
💡 Concreet
In de bestaande oude delen van uw installatie (van vóór oktober 1981) kunnen contactdozen zonder aardingscontact nog toegelaten zijn, maar enkel als ze beveiligd worden door een algemene of bijkomende differentieelstroombeschermingsinrichting van ten hoogste 30 mA. De inspecteur stelde vast dat die beveiliging ontbreekt.
⚠️ Het risico
Bij een contactdoos zonder aardingscontact kan een defect toestel zijn behuizing onder spanning zetten: zonder differentieel van ten hoogste 30 mA wordt de lekstroom door een persoon niet onderbroken, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze kringen in het bord beveiligen met een differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 8.2.1.
510 De verwarmingsweerstanden verzonken in wanden gevoed op een spanning hoger dan 25 V wisselspanning zijn niet uitgerust met een afzonderlijke differentieelstroombeschermingsinrichting met een aanspreekstroom van ten hoogste 100 mA. ▼
💡 Concreet
Uw installatie bevat verwarmingsweerstanden die in wanden, vloer of plafond verzonken zijn en gevoed worden op meer dan 25 V wisselspanning. Die elementen moeten een eigen differentieelstroombeschermingsinrichting hebben met een aanspreekstroom van ten hoogste 100 mA, en die ontbrak bij de keuring.
⚠️ Het risico
Een isolatiefout in een verzonken verwarmingselement is onzichtbaar: zonder afzonderlijke differentieelbeveiliging kan de wand onder spanning komen of plaatselijk opwarmen, met risico op een elektrische schok of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een afzonderlijke differentieelschakelaar van ten hoogste 100 mA op de kring van deze verwarming plaatsen. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.4.3. b.
511 Een differentieel type AC is niet toegelaten. ▼
💡 Concreet
Bij de keuring werd een differentieelschakelaar van het type AC aangetroffen. Dat type is niet toegelaten: het detecteert bepaalde foutstromen niet, met name lekstromen met een gelijkstroomcomponent zoals moderne elektronische toestellen die kunnen veroorzaken.
⚠️ Het risico
Een niet-toegelaten type differentieel kan bij bepaalde fouten gewoon niet uitschakelen: de lekstroom blijft dan bestaan, met gevaar voor elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de differentieelschakelaar vervangen door een toegelaten type. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.4. (a.1)).
512 De werking van de differentieelschakelaar(s) voldoen niet met testknop en/of stroominjectie. ▼
💡 Concreet
De inspecteur controleert elke differentieelschakelaar op twee manieren: met de testknop en door met een meettoestel een kleine, gekalibreerde lekstroom te injecteren. Een of meer van uw differentieelschakelaars schakelden bij die proeven niet correct uit.
⚠️ Het risico
Een differentieelschakelaar die niet correct uitschakelt, beschermt niet meer: bij een echte lekstroom wordt de stroom niet onderbroken, met gevaar voor elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat de defecte differentieelschakelaar(s) vervangen door een elektricien. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 2.6.4-5.1.3.3-5.3.5.3-6.4.6.1-6.4.6.5
513 Differentieelschakelaars zijn niet voorzien van een CE aanduiding of keurmerk. ▼
💡 Concreet
Elke differentieelschakelaar moet leesbaar voorzien zijn van de reglementaire aanduidingen, zoals een CE-aanduiding of een keurmerk, waarmee de inspecteur de kenmerken van het toestel kan controleren. Op uw installatie ontbreken die aanduidingen of zijn ze onleesbaar geworden.
⚠️ Het risico
Zolang de kenmerken van het toestel niet gecontroleerd kunnen worden, kan de conformiteit niet aangetoond worden: het punt blijft een inbreuk op het verslag, en een ongeschikt toestel zou onopgemerkt kunnen blijven.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het toestel identificeren en vervang het zo nodig door een correct gemarkeerd exemplaar. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: B1:5.3.5.5.
513 Differentieelschakelaars zijn niet voorzien van een CE aanduiding of keurmerk. ▼
💡 Concreet
De differentieelschakelaars van uw installatie dragen geen CE-aanduiding en geen keurmerk. Die aanduidingen tonen aan dat het toestel volgens de geldende normen gebouwd en getest werd; zonder deze markering kan de inspecteur de kwaliteit van het toestel niet nagaan.
⚠️ Het risico
Een toestel waarvan de conformiteit niet aangetoond is, biedt bij een lekstroom mogelijk niet de verwachte bescherming, en het punt blijft een inbreuk op het verslag zolang het niet in orde gebracht is.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken differentieelschakelaars vervangen door toestellen met een CE-aanduiding of een keurmerk. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.3.
Aarding (31)
401 Een aarding verwezenlijken overeenkomstig de voorschriften. ▼
💡 Concreet
Uw installatie heeft geen aarding, of de bestaande aarding is niet uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van het AREI. De aarding is het geheel dat foutstromen veilig naar de grond afvoert en de beveiligingen laat werken.
⚠️ Het risico
Zonder degelijke aarding kan het metalen omhulsel van een defect toestel onder spanning blijven staan zonder dat de stroom wordt afgevoerd: gevaar voor elektrocutie, en de beveiligingen schakelen mogelijk niet uit.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een aarding verwezenlijken of de bestaande in orde brengen volgens de voorschriften. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 2.5 · 5.4.2.1 · 8.2.1.11
401a De bijkomende equipotentiale verbindingen zijn onvolledig, niet aangesloten of hebben niet de vereiste doorsnede ▼
💡 Concreet
De bijkomende equipotentiale verbindingen — de geleiders die de metalen delen van eenzelfde ruimte, typisch de badkamer, met elkaar en met de aarding verbinden — zijn onvolledig, niet aangesloten of hebben niet de vereiste doorsnede.
⚠️ Het risico
Tussen metalen delen die u tegelijk kunt aanraken kan een spanningsverschil ontstaan, met kans op een elektrische schok, zeker in vochtige ruimtes.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de verbindingen vervolledigen en correct aansluiten met de vereiste doorsnede. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.4.2.
402 Een demonteerbaar aansluitstuk (aardingsonderbreker) moet steeds gemakkelijk toegankelijk zijn. ▼
💡 Concreet
De aardingsonderbreker is het demonteerbaar aansluitstuk waarmee de aarding kan worden losgekoppeld om ze te meten; hij moet steeds gemakkelijk toegankelijk zijn. Bij de keuring ontbrak hij, was hij niet (vlot) bereikbaar of kon hij niet geopend worden, waardoor de aarding niet in goede omstandigheden kan worden gemeten.
⚠️ Het risico
De kwaliteit van uw aarding kan niet worden gecontroleerd: er is geen zekerheid dat ze u bij een fout daadwerkelijk beschermt, en het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een aardingsonderbreker plaatsen of hem gemakkelijk toegankelijk en bedienbaar maken. Bij de herkeuring kan het erkend keuringsorganisme de meting dan wel uitvoeren.
📖 AREI L1: 2.5 · 5.4.2.1 · 5.4.3.5
403 De minimale doorsnede en/of de aard van de aardgeleider worden niet gerespecteerd. ▼
💡 Concreet
De aardgeleider — de kabel tussen de aardelektrode in de grond en de rest van de installatie — heeft niet de minimale doorsnede en/of is niet van de vereiste aard (materiaal).
⚠️ Het risico
Bij een fout kan hij de stroom onvoldoende afvoeren, opwarmen of beschadigd raken, waardoor de bescherming tegen elektrocutie niet meer gegarandeerd is.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aardgeleider vervangen door een exemplaar met de vereiste doorsnede en van de juiste aard. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.2.2
405 De aansluitingen van de hoofd-equipotentiaalverbindingen (water-, gasleiding, vertrek- en terugvoerleiding van verwarming) dienen vervolledigd te worden. ▼
💡 Concreet
De hoofd-equipotentiaalverbindingen verbinden de grote metalen leidingen van het gebouw (waterleiding, gasleiding, vertrek- en terugvoerleiding van de verwarming) met de aarding. Bij de keuring bleken deze aansluitingen onvolledig: ze dienen vervolledigd te worden.
⚠️ Het risico
Een niet-aangesloten leiding kan bij een fout onder spanning komen te staan; wie ze aanraakt, riskeert een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze verbindingen aanleggen of vervolledigen volgens de voorschriften. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2 · 5.4.2
406 Bijkomende equipotentiaalverbinding(en) in de badkamer of douche is (zijn) te installeren. ▼
💡 Concreet
In de badkamer of douche moeten de metalen delen (leidingen, metalen bad…) onderling en met de aarding verbonden zijn via bijkomende equipotentiaalverbindingen. Bij de keuring bleken die te ontbreken of onvolledig: ze zijn dus nog te installeren.
⚠️ Het risico
In een vochtige ruimte geleidt uw lichaam de stroom beter: zonder deze verbindingen kan een spanningsverschil tussen metalen delen een elektrische schok veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bijkomende equipotentiaalverbindingen installeren of vervolledigen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2 · 5.4.2
406a De sectie van de hoofdbeschermingsgeleider is ontoereikend. ▼
💡 Concreet
De hoofdbeschermingsgeleider — de belangrijkste verbinding tussen het aardingsnet en de rest van de installatie — heeft een ontoereikende sectie (doorsnede) volgens de voorschriften.
⚠️ Het risico
Een te dunne geleider kan een foutstroom onvoldoende afvoeren of opwarmen, waardoor de bescherming via de aarding minder betrouwbaar wordt.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de hoofdbeschermingsgeleider vervangen door een geleider met een toereikende doorsnede. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.2.2.
407 De aansluiting van de equipotentiaal- en/of de beschermingsgeleiders is uit te voeren d.m.v. las- of klemverbinding. Deze konden niet worden vastgesteld tijdens de keuring. ▼
💡 Concreet
De aansluiting van de equipotentiaal- en beschermingsgeleiders moet gebeuren d.m.v. een duurzame las- of klemverbinding. Tijdens de keuring kon niet worden vastgesteld dat dit het geval is.
⚠️ Het risico
Een niet degelijk bevestigde verbinding kan mettertijd loskomen: de aarding raakt dan onopgemerkt onderbroken en de bescherming tegen elektrocutie valt weg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aansluitingen (opnieuw) uitvoeren met een correcte las- of klemverbinding. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2 · 5.4.3
410 Het gebruik van gas- en/of waterleiding als aardelektrode, is niet toegestaan. ▼
💡 Concreet
De beschermingsgeleider (aardingsdraad) is niet doorheen de volledige installatie verdeeld: bepaalde stroombanen of gebruikspunten zijn er niet op aangesloten, terwijl hij de stroombanen in de hele installatie moet vergezellen.
⚠️ Het risico
Toestellen op de delen zonder beschermingsgeleider zijn niet geaard: bij een fout kan hun metalen omhulsel onder spanning blijven staan, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beschermingsgeleider doortrekken tot de betrokken stroombanen en gebruikspunten. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2 · 5.4.4
408 Beschermingsgeleider geel/groen kleurcode voor aarding. ▼
💡 Concreet
De keurder stelde beschermingsgeleiders (aardingsdraden) vast die niet de geel/groene kleurcode dragen. Die dubbele kleur is uitsluitend voorbehouden voor de beschermingsgeleider, zodat hij altijd ondubbelzinnig herkenbaar is.
⚠️ Het risico
Bij latere werken kan een verkeerd gekleurde draad worden verward met een draad onder spanning (of omgekeerd), met gevaarlijke aansluitfouten en elektrocutiegevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken geleiders vervangen door geleiders met geel/groene kleurcode; een elektricien is aanbevolen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.3.3
409 Beschermingsgeleider(s) (PE) is (zijn) te voorzien in een doorsnede van minstens 4 mm² (aderisolatiekleur geel/groen) indien niet mechanisch beschermd of met een doorsnede van minstens 2,5 mm² (aderisolatiekleur geel/groen) onder buis. ▼
💡 Concreet
Een apart geplaatste geel/groene beschermingsgeleider (PE) — die geen deel uitmaakt van de voedingskabel — moet een doorsnede hebben van minstens 4 mm² indien niet mechanisch beschermd, of minstens 2,5 mm² onder buis. Dat was bij de keuring niet het geval.
⚠️ Het risico
Een te dunne geleider is kwetsbaarder voor beschadiging en kan een foutstroom onvoldoende aan: de bescherming tegen elektrocutie is dan niet meer gegarandeerd.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de geleider vervangen met de minimale doorsnede die bij de plaatsingswijze hoort. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.3.1
411 De continuïteit van de beschermingsgeleider(s) naar de aarde dient verzekerd te worden. ▼
💡 Concreet
De continuïteit van de beschermingsgeleider(s) naar de aarde is niet verzekerd: ergens tussen bepaalde beschermingsgeleiders en de aardelektrode is de verbinding onderbroken of van slechte kwaliteit.
⚠️ Het risico
Stopcontacten of toestellen lijken geaard, maar zijn het in werkelijkheid niet: bij een fout wordt de stroom niet afgevoerd en blijft er elektrocutiegevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de onderbreking opsporen en herstellen. Na de herstelling is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.3.5. · L3:&5.4.3.5.
404 Het verbruikstoestel met geleidend omhulsel en enkel basisisolatie (klasse I) moet d.m.v. een beschermingsgeleider (PE- met geel/groene isolatiekleur) aangesloten worden op het aardingsnet. ▼
💡 Concreet
Een verbruikstoestel met geleidend (metalen) omhulsel en enkel basisisolatie — een toestel van klasse I — is niet op het aardingsnet aangesloten, terwijl dat moet gebeuren via een beschermingsgeleider (PE, geel/groen).
⚠️ Het risico
Bij een interne fout kan het metalen omhulsel onder spanning komen te staan: wie het aanraakt, riskeert elektrocutie, en de fout wordt mogelijk niet automatisch uitgeschakeld.
🔧 Hoe herstellen
Laat het toestel via een geel/groene PE-geleider op het aardingsnet aansluiten; een elektricien is aanbevolen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 2.4.3. · 5.4.3.6. · L3: 2.4.3. · 5.4.3.6.
412 De aardingscontacten van de contactdozen moeten ontdaan worden van alle verf en/of pleister. Een slecht contact met de aardingsinstallatie is mogelijk. ▼
💡 Concreet
De aardingscontacten van sommige contactdozen zitten onder verf en/of pleister, waardoor een goed contact met de aardingsinstallatie niet gegarandeerd is wanneer u een toestel inplugt.
⚠️ Het risico
Een toestel op zo'n contactdoos is mogelijk niet echt geaard: de bescherming lijkt aanwezig maar werkt niet, en een fout kan dan tot elektrocutie leiden.
🔧 Hoe herstellen
Maak de contacten zorgvuldig schoon of laat de betrokken contactdozen vervangen, steeds nadat u de stroom hebt afgeschakeld; twijfelt u, doe dan een beroep op een elektricien. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna de herstelling.
📖 AREI L1: 5.3.5.2.
413 De hoofdequipotentiale verbindingen zijn onvolledig, niet aangesloten of hebben niet de vereiste doorsnede ▼
💡 Concreet
De hoofdequipotentiale verbindingen — die de belangrijkste metalen leidingen van het gebouw met het aardingsnet verbinden — zijn onvolledig, niet aangesloten of hebben niet de vereiste doorsnede.
⚠️ Het risico
Bij een fout kunnen die leidingen een gevaarlijke spanning voeren: wie ze aanraakt, riskeert een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de verbindingen vervolledigen en aansluiten met de vereiste doorsnede. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.4.1.
410 Het gebruik van gas- en/of waterleiding als aardelektrode, is niet toegestaan. ▼
💡 Concreet
De aarding van uw installatie steunt op de gas- en/of waterleiding, die als aardelektrode wordt gebruikt. Dat is niet toegestaan: de installatie moet een eigen, reglementaire aardelektrode hebben.
⚠️ Het risico
Een leiding biedt geen betrouwbare aarding — kunststof stukken of koppelingen kunnen de verbinding onderbreken — en kan bovendien zelf onder spanning komen te staan, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een reglementaire aardelektrode plaatsen en het gebruik van de leidingen als aardelektrode ongedaan maken. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.3.1.
414 In een TN-C netsysteem dient de PEN geleider een minimum doorsnede van 10 mm² Cu of 16 mm² aluminium te bezitten. ▼
💡 Concreet
Uw installatie is aangesloten volgens een TN-C netsysteem, waarbij één geleider (de PEN geleider) tegelijk dienstdoet als nulgeleider en als beschermingsgeleider. De voorschriften leggen daarvoor een minimum doorsnede op van 10 mm² koper of 16 mm² aluminium; de aanwezige PEN geleider is dunner.
⚠️ Het risico
Een te dunne PEN geleider kan oververhitten of breken. Breekt hij, dan kunnen de metalen behuizingen van uw toestellen onder spanning komen te staan, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de PEN geleider vervangen door een exemplaar met de vereiste doorsnede. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.4.b.3
415 De aardingsonderbreker ontbreekt of is niet op een normale manier bereikbaar. ▼
💡 Concreet
De aardingsonderbreker — het demonteerbare verbindingsstuk in de aardgeleider — ontbreekt in uw installatie, of zit op een plaats waar men er niet op een normale manier bij kan. Dit onderdeel dient om de aarding tijdelijk los te koppelen zodat de weerstand ervan gemeten kan worden.
⚠️ Het risico
Zonder bereikbare aardingsonderbreker kan de weerstand van de aarding niet correct gemeten worden. De goede werking van de aarding valt dan niet te controleren en het verslag blijft niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een aardingsonderbreker plaatsen op een vlot bereikbare plaats, of de bestaande vrijmaken. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.1&L1:5.4.2.1.
416 De secundaire zijde van de stuurtransfo is niet met de beschermingsgeleider. ▼
💡 Concreet
Uw installatie bevat een stuurtransfo (een transformator die stuurkringen voedt, bijvoorbeeld voor contactoren of relais). De secundaire zijde ervan hoort met de beschermingsgeleider (de aarding) verbonden te zijn, en die verbinding ontbreekt.
⚠️ Het risico
Bij een fout in de stuurkring kan de beveiliging niet correct ingrijpen: onderdelen kunnen ongemerkt onder spanning blijven staan, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de secundaire zijde van de stuurtransfo met de beschermingsgeleider verbinden. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.3.2.
417 De kabelomvlechting en/of mantel is niet met de aardingsinstallatie verbonden. ▼
💡 Concreet
Sommige kabels hebben een metalen kabelomvlechting of mantel. Die moet met de aardingsinstallatie verbonden zijn, en dat is hier niet het geval.
⚠️ Het risico
Komt zo'n omvlechting of mantel door een fout onder spanning te staan, dan wordt de foutstroom niet naar de aarde afgevoerd en schakelt de beveiliging niet uit. Wie de kabel aanraakt, riskeert een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kabelomvlechting en/of mantel correct met de aardingsinstallatie verbinden. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.3.g. · L1:5.4.3.5
418 De continuïteit van de beschermingsgeleider van het stopcontact is te herzien ▼
💡 Concreet
Uit de meting tijdens de keuring blijkt dat de beschermingsgeleider (de aardingsdraad) van een of meer stopcontacten niet goed doorverbonden is tot aan de aardingsinstallatie: de verbinding is onderbroken of van slechte kwaliteit.
⚠️ Het risico
Een toestel dat op zo'n stopcontact is aangesloten, is in werkelijkheid niet geaard. Bij een defect kan de metalen behuizing onder spanning komen te staan, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de continuïteit van de beschermingsgeleider herstellen (draad opnieuw aansluiten of vervangen). Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.3.g. & 5.4.3.5
419 Deur van het schakelbord met montage van elektrische toestellen, beschermingsgeleider ontbreekt. ▼
💡 Concreet
Op de deur van uw schakelbord zijn elektrische toestellen gemonteerd. In dat geval moet de (metalen) deur zelf via een beschermingsgeleider — meestal een soepele verbinding — met de aarding van het bord verbonden zijn, en die ontbreekt.
⚠️ Het risico
Bij een fout kan de deur van het bord onder spanning komen te staan: wie ze opent of aanraakt, riskeert een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een soepele beschermingsgeleider aanbrengen tussen de deur en het aardingspunt van het schakelbord.
📖 AREI L1: 5.3.6.2.
420 De aansluiting van de aardingsonderbreker is te herzien. Deze dient aan de ene zijde verbonden te zijn met de aardgeleider en aan de andere zijde met de hoofdaardingsklem, equipotentiale verbindingen, beschermingsgeleiders, enz... ▼
💡 Concreet
De aardingsonderbreker is niet in de juiste volgorde aangesloten: aan de ene zijde hoort enkel de aardgeleider toe te komen (komende van de aardelektrode), en aan de andere zijde de hoofdaardingsklem met de equipotentiale verbindingen en de beschermingsgeleiders. Die verdeling is hier niet gerespecteerd.
⚠️ Het risico
Bij een omgekeerde of gemengde aansluiting geeft de meting van de aardingsweerstand een vertekend resultaat: er valt niet te garanderen dat de hele installatie correct geaard is.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aansluitingen op de aardingsonderbreker in de juiste volgorde herschikken. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L15: 4.2.1&L1:2.5
421 Het onderbreken van de PE of de PEN-geleider is verboden. ▼
💡 Concreet
De PE-geleider (beschermingsgeleider) — of de PEN-geleider, die nulgeleider en bescherming combineert — moet over zijn hele traject ononderbroken doorlopen: er mag geen schakelaar, zekering of andere onderbreking in zitten. Bij de keuring werd zo'n onderbreking vastgesteld.
⚠️ Het risico
Voorbij de onderbreking zijn de metalen delen van de installatie niet meer geaard: bij een defect kunnen ze onder spanning komen te staan, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de onderbreking wegwerken zodat de PE of PEN-geleider van begin tot einde doorloopt. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.3.1.
422 Er wordt geen hoofdbeschermingsgeleider aangetroffen in het bord, aarding is verwezenlijkt m.b.v. water en/of gasleiding. ▼
💡 Concreet
In het schakelbord is geen hoofdbeschermingsgeleider aanwezig: de aarding van de installatie verloopt via de water- en/of gasleiding, en dat is niet toegelaten. De installatie moet op een echte aardelektrode aangesloten zijn.
⚠️ Het risico
Leidingen bieden geen betrouwbare aarding (kunststof tussenstukken, latere aanpassingen…) en kunnen bij een fout zelf onder spanning komen te staan, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een hoofdbeschermingsgeleider plaatsen en de installatie aansluiten op een echte aardelektrode. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3
423 Aardelektrode is niet volgens de voorschriften geplaatst en aangesloten (aanraking beton,diepte...). ▼
💡 Concreet
De aardelektrode (de aardingspen of -lus) is niet volgens de voorschriften geplaatst of aangesloten: bijvoorbeeld in aanraking met beton, of op onvoldoende diepte.
⚠️ Het risico
Een slecht geplaatste aardelektrode voert foutstromen slecht af naar de grond: de beveiligingen kunnen te traag of helemaal niet ingrijpen, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de aardelektrode correct herplaatsen en aansluiten door een elektricien. Bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme wordt de aardingsweerstand opnieuw gemeten.
📖 AREI L1: 5.4.2.1.
424 Het is verboden om gas- en/of waterleiding te gebruiken als een aardelektrode. ▼
💡 Concreet
Uw installatie gebruikt de gas- en/of waterleiding als aardelektrode, en dat is verboden: de aarding moet gebeuren via een eigen aardelektrode (een pen of lus in de grond).
⚠️ Het risico
Leidingen vormen geen betrouwbare aarding en kunnen bij een fout onder spanning komen te staan — bij een gasleiding is dat extra gevaarlijk.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een eigen aardelektrode plaatsen (pen of lus) en de aardingsinstallatie daarop aansluiten. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.2.1.
425 De minimum doorsnede van de aardgeleider is niet overeenkomstig met de voorschriften (min. 16 mm² geïsoleerd cu,/ 25 mm² niet geïsoleerd cu / 50 mm² Al/St), zie tabel 5.10. ▼
💡 Concreet
De aardgeleider — de kabel tussen de aardelektrode en de aardingsonderbreker — heeft een te kleine doorsnede. De voorschriften vragen minstens 16 mm² geïsoleerd koper, 25 mm² niet geïsoleerd koper of 50 mm² aluminium/staal.
⚠️ Het risico
Een te dunne aardgeleider voert foutstromen slecht af en is kwetsbaarder voor beschadiging: de aarding wordt onbetrouwbaar, waardoor het risico op elektrocutie toeneemt.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aardgeleider vervangen door een exemplaar met een conforme doorsnede. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.2.2.
426 De aansluitingen van equipotentiaalverbindingen en/of beschermingsgeleiders moeten gebeuren door gebruik te maken van gepaste klemverbindingen. Zie klem kelder water en gas ▼
💡 Concreet
De equipotentiaalverbindingen en/of beschermingsgeleiders (bijvoorbeeld naar de water- en gasleiding) zijn niet aangesloten met gepaste klemverbindingen — zoals aardingsbeugels of geschikte klemmen — maar op een geïmproviseerde manier.
⚠️ Het risico
Een geïmproviseerde verbinding kan loskomen of oxideren: de aardverbinding kan dan ongemerkt wegvallen, waardoor de bescherming van de installatie niet meer volledig is.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze aansluitingen overdoen met gepaste klemverbindingen (aardingsbeugels voor leidingen, geschikte klemmen).
📖 AREI L1: 5.4.4.
427 Het is niet toegestaan dat beschermingsgeleider zich buiten de elektrische leidingen bevinden (installatie > 1981). Beschermingsgeleiders bevinden zich niet in de dezelfde leiding als de actieve geleiders en volgen niet dezelfde weg als de actieve geleider. ▼
💡 Concreet
Voor installaties van na 1981 moet de beschermingsgeleider (aardingsdraad) in dezelfde leiding (buis of kabel) zitten als de actieve geleiders en hetzelfde traject volgen. In uw installatie loopt hij apart, buiten de elektrische leidingen.
⚠️ Het risico
Een apart lopende beschermingsgeleider raakt makkelijker beschadigd of wordt bij latere werken over het hoofd gezien: de aarding kan dan ongemerkt wegvallen, met gevaar voor elektrocutie bij een defect.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beschermingsgeleider mee in dezelfde leiding trekken als de actieve geleiders, volgens hetzelfde traject. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.3.1 · L1:5.4.3.6. · L1:8.2.1.
400 Een demonteerbaat aansluitstuk (aardingsonderbreker) dient aangebracht te worden in de aardgeleider teneinde de meting van de verspreidingsweerstand mogelijk te maken. ▼
💡 Concreet
In de aardgeleider hoort een demonteerbaar aansluitstuk te zitten — de aardingsonderbreker — zodat de aarding tijdelijk kan worden losgekoppeld om de verspreidingsweerstand te meten. Dit onderdeel ontbreekt in uw installatie.
⚠️ Het risico
Zonder aardingsonderbreker kan de verspreidingsweerstand van de aarding niet gemeten worden: de kwaliteit van de aarding valt niet te controleren en het verslag blijft niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een goed bereikbare aardingsonderbreker in de aardgeleider plaatsen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.5. · 4.2.3.3. · 5.4.2.1.
Equipotentiale verbindingen (11)
300 Hoofd-equipotentiale verbindingen ontbreken, zijn onvolledig of doornsnede is onvoldoende. ▼
💡 Concreet
Hoofdequipotentiale verbindingen zijn geleiders die de grote metalen leidingen van het gebouw (water, gas, verwarming…) en de metalen constructiedelen met de aarding van de installatie verbinden, zodat alles op hetzelfde elektrische potentiaal staat. De inspecteur stelde vast dat ze ontbreken, onvolledig zijn of dat de doorsnede van de geleider onvoldoende is.
⚠️ Het risico
Bij een elektrisch defect kunnen die metalen delen onder spanning komen te staan: wie dan een kraan, leiding of radiator aanraakt, riskeert elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de verbindingen door een elektricien plaatsen of vervolledigen met geleiders van voldoende doorsnede. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.4.4.1.
301 De continuïteit van de hoofdequipotentiale verbindingen is niet gewaarborgd. ▼
💡 Concreet
Er zijn wel hoofdequipotentiale verbindingen aanwezig, maar hun continuïteit is niet gewaarborgd: ergens is de verbinding onderbroken of zit een aansluiting los, waardoor ze haar functie niet meer over de hele lijn vervult.
⚠️ Het risico
Een onderbroken verbinding beschermt niet meer: bij een defect kunnen leidingen of metalen delen onder spanning komen te staan zonder dat iets dat aangeeft, met risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Een elektricien kan de onderbreking opsporen (losse klem, doorgeknipte geleider) en de continuïteit duurzaam herstellen. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt daarna dat alles in orde is.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
302 De hoofdequipotentiale verbinding van de metalen hoofdleidingen van water is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
De metalen hoofdleiding van het water is niet met de aarding van de installatie verbonden: de hoofdequipotentiale verbinding die daarvoor moet zorgen, is niet aanwezig.
⚠️ Het risico
Bij een elektrisch defect kan de waterleiding onder spanning komen te staan en elektrocutie veroorzaken, bijvoorbeeld wanneer u een kraan aanraakt.
🔧 Hoe herstellen
Een elektricien plaatst een aardingsband op de waterleiding, dicht bij de plaats waar ze het gebouw binnenkomt, en verbindt ze met de aarding van de installatie. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
303 De hoofdequipotentiale verbinding van de metalen hoofdleidingen van centrale verwarming is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
De metalen hoofdleidingen van de centrale verwarming zijn niet met de aarding van de installatie verbonden: de hoofdequipotentiale verbinding die daarvoor voorzien moet zijn, ontbreekt.
⚠️ Het risico
Bij een elektrisch defect kan het verwarmingscircuit — leidingen en radiatoren — onder spanning komen te staan, met risico op elektrocutie bij aanraking.
🔧 Hoe herstellen
Een elektricien verbindt de verwarmingsleidingen met de aarding van de installatie via een geschikte aardingsband. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
304 De hoofdequipotentiale verbinding van de genaakbare en vaste metalen delen van de constructie van het gebouw is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
De genaakbare en vaste metalen delen van de constructie van het gebouw (bijvoorbeeld stalen balken, een metalen gebinte of skelet) zijn niet via een hoofdequipotentiale verbinding met de aarding van de installatie verbonden.
⚠️ Het risico
Bij een elektrisch defect kunnen die constructiedelen onder spanning komen te staan: wie ze aanraakt, loopt dan risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Een elektricien verbindt deze metalen delen met de aarding van de installatie. Laat na de werken een herkeuring door een erkend organisme uitvoeren.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
305 Bijkomende equipotentiale verbindingen ontbreken, zijn onvolledig of doornsnede is onvoldoende. ▼
💡 Concreet
Bijkomende equipotentiale verbindingen — lokale verbindingen die de metalen delen in eenzelfde ruimte met elkaar verbinden, als aanvulling op de hoofdverbindingen — ontbreken, zijn onvolledig of hebben een geleider met onvoldoende doorsnede.
⚠️ Het risico
Zonder deze verbindingen kan bij een defect een spanningsverschil ontstaan tussen twee metalen delen vlak bij elkaar: wie beide tegelijk aanraakt, loopt risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de verbindingen door een elektricien plaatsen of vervolledigen met geleiders van voldoende doorsnede. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
306 De continuïteit van de bijkomende quipotentiale verbindingen is niet gewaarborgd. Aardingskabel naar metalen constructie van de panelen vertrekt vanuit een klem van de omvormer ( zie foto ), als men omvormer afkoppelt zijn panelen niet geaard. ▼
💡 Concreet
Er zijn bijkomende equipotentiale verbindingen aanwezig, maar hun continuïteit is niet gewaarborgd: de verbinding is ergens onderbroken, of ze loopt via een toestel dat afgekoppeld kan worden — waardoor de verbinding samen met het toestel wegvalt.
⚠️ Het risico
De betrokken metalen delen kunnen dan bij een defect onder spanning komen te staan zonder effectieve bescherming, met risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Een elektricien herstelt een ononderbroken en permanente verbinding, onafhankelijk van elk toestel dat losgekoppeld kan worden. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt daarna de correctie.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
307 De bijkomende equipotentiale verbinding van alle beschermingsgeleiders van machines en toestellen is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
De beschermingsgeleiders (aardingsdraden) van machines en toestellen moeten onderling verbonden zijn via een bijkomende equipotentiale verbinding; de inspecteur stelde vast dat die verbinding niet aanwezig is.
⚠️ Het risico
Bij een defect aan een toestel kan de metalen behuizing een gevaarlijke spanning vertonen ten opzichte van omliggende delen, met risico op elektrocutie bij aanraking.
🔧 Hoe herstellen
Een elektricien brengt deze verbinding tussen de beschermingsgeleiders van de betrokken machines en toestellen aan. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
308 Bijkomende equipotentiale verbindingen in badkamer ontbreken, zijn onvolledig of doornsnede is onvoldoende in volume 0 tot volume III. ▼
💡 Concreet
In een badkamer moeten de metalen delen in volume 0 tot volume III — de zones die rond het bad of de douche zijn afgebakend — onderling verbonden zijn met bijkomende equipotentiale verbindingen. Bij u ontbreken die verbindingen, zijn ze onvolledig of is de doorsnede onvoldoende.
⚠️ Het risico
Water en vocht verzwaren de gevolgen van een elektrisch contact aanzienlijk: een metalen deel onder spanning in een badkamer houdt een ernstig risico op elektrocutie in.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze verbindingen in de badkamer door een elektricien aanbrengen of vervolledigen. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 7.1.4.4. · L1:5.4.4.2.
309 De bijkomende- en hoofdequipotentiale verbindingen moeten gemarkeerd worden door de geel/groene kleur. ▼
💡 Concreet
De geleiders van de equipotentiale verbindingen, zowel de hoofd- als de bijkomende, moeten herkenbaar zijn aan de geel/groene kleur. Bij de controle ontbrak die markering op uw installatie.
⚠️ Het risico
Een niet-gemarkeerde beschermingsgeleider kan bij latere werken met een andere draad verward worden en per vergissing afgekoppeld of hergebruikt worden: de bescherming zou dan wegvallen zonder dat iemand het merkt.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken geleiders vervangen door geleiders met geel/groene kleur, bij voorkeur door een elektricien. Een herkeuring door een erkend organisme heft de inbreuk daarna op.
📖 AREI L1: 5.4.4.2.b
310 De bijkomende- en hoofdequipotentiale verbindingen moeten uitgevoerd worden door middel van de nodige aardingsbanden of gelijkwaardig. Dit kon niet worden vastgesteld tijdens de inspectie. ▼
💡 Concreet
De aansluiting van de equipotentiale verbindingen, zowel de hoofd- als de bijkomende, moet gebeuren met de nodige aardingsbanden of een gelijkwaardige oplossing, zodat het contact betrouwbaar en duurzaam is. Tijdens de inspectie kon niet worden vastgesteld dat dit bij uw installatie het geval is.
⚠️ Het risico
Een geïmproviseerde bevestiging — een draad die gewoon rond een leiding gewikkeld of vastgeklemd zit — kan loskomen of de stroom slecht geleiden: de verbinding verliest haar werking en een metalen deel kan bij een defect onder spanning blijven staan.
🔧 Hoe herstellen
Een elektricien vervangt deze aansluitingen door geschikte, goed aangespannen aardingsbanden. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt daarna de conformiteit.
📖 AREI L1: 4.2.3.2.
Leidingen (30)
816 De niet-gebruikte geleiders moeten verwijderd of aan hun uiteinden geïsoleerd worden. ▼
💡 Concreet
De keurder trof geleiders aan die niet meer gebruikt worden en waarvan de uiteinden niet beschermd zijn. Volgens het AREI (Boek 1) moeten niet-gebruikte geleiders verwijderd of aan hun uiteinden geïsoleerd worden.
⚠️ Het risico
Een blootliggend draadeinde kan onder spanning staan of komen: gevaar voor elektrocutie bij aanraking of voor kortsluiting bij contact met andere delen.
🔧 Hoe herstellen
Laat de overbodige geleiders verwijderen of de uiteinden isoleren met isolatiedoppen; dit is een kleine ingreep, maar een elektricien is aanbevolen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.1.3
806 De leiding (type) is niet in overeenstemming met de aanwezige bijzondere uitwendige invloedsfactoren. ▼
💡 Concreet
Het geplaatste leidingtype is niet geschikt voor de bijzondere uitwendige invloedsfactoren die op die plaats aanwezig zijn (bijvoorbeeld vocht, temperatuur of mechanische belasting). Het AREI (Boek 1) vereist dat het kabeltype afgestemd is op de omgeving waarin het ligt.
⚠️ Het risico
Een leiding die niet tegen haar omgeving bestand is, verslijt sneller: de isolatie kan aangetast raken, met kans op kortsluiting, brand of elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de leiding vervangen door een type dat wél geschikt is voor die omstandigheden. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.8
809 Bij aansluiting van meeraderige kabels dient men aangepaste adereindhulzen te gebruiken. ▼
💡 Concreet
Bij de aansluiting van meeraderige kabels zijn geen aangepaste adereindhulzen gebruikt. Zo'n huls zorgt ervoor dat de ader correct en volledig in de klem vastzit.
⚠️ Het risico
Losse draadjes geven een slecht contact, en een slecht contact warmt op: dat kan de isolatie doen smelten en zelfs brand veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aansluitingen afwerken met aangepaste adereindhulzen. Daarna volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.2.1.5
803 Het plaatsen van elektrische leidingen in schoorstenen, ventilatie- of ontluchtingskokers is niet toegestaan. ▼
💡 Concreet
Er lopen elektrische leidingen door een schoorsteen, een ventilatie- of een ontluchtingskoker. Dat is verboden: die kokers dienen voor rookgassen of luchtafvoer, niet voor bekabeling.
⚠️ Het risico
Warmte, rookgassen of vocht in zo'n koker tasten de kabelisolatie aan, met gevaar voor kortsluiting en brand — bovendien op een plaats waar u niets kunt zien.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de leidingen verplaatsen naar een toegelaten traject buiten de koker. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.1.5
813 De kleurcode van de geleiders wordt niet gerespecteerd; de groene en/of gele geleider wordt als actieve geleider gebruikt. ▼
💡 Concreet
Een groene en/of gele geleider wordt als actieve geleider gebruikt, dus als draad die stroom voert (fase of nulgeleider). De kleurcode laat dat niet toe.
⚠️ Het risico
Wie aan de installatie werkt, gaat ervan uit dat zo'n draad bij de bescherming (aarding) hoort en ongevaarlijk is: die verwarring kan tot elektrocutie of foute aansluitingen leiden.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken geleiders vervangen of herbedraden met de juiste kleuren. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.6.2
815 Het gebruik van groene en/of gele geleider is verboden voor kringen die geen stuurkringen zijn. ▼
💡 Concreet
Er zijn volledig groene en/of volledig gele geleiders gebruikt in gewone kringen. Het AREI laat die kleuren enkel toe in stuurkringen; overal elders zijn ze verboden.
⚠️ Het risico
Die kleuren doen denken aan de beschermingsgeleider (aarding): een groene of gele draad die onder spanning staat, kan wie aan de installatie werkt misleiden, met elektrocutiegevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken geleiders vervangen door draden met een correcte kleur; een elektricien is aanbevolen. Nadien volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.1.6.2
810 De kleurencode van de leidingen dient gerespecteerd te worden. De voormelde kleurcombinatie dient aanwezig te zijn over de gehele lengte van de geïsoleerde geleieder. ▼
💡 Concreet
De kleurencode van de geleiders is niet gerespecteerd. De voorgeschreven kleurcombinatie moet bovendien over de volledige lengte van de geïsoleerde geleider aanwezig zijn — een stukje tape of een plaatselijke markering volstaat niet.
⚠️ Het risico
Als de kleur niet meer aangeeft welke functie een draad heeft, kan wie later aan de installatie werkt zich vergissen, met foute aansluitingen of elektrocutiegevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken geleiders vervangen door draden met de juiste kleur over hun hele lengte. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.6
814 De kabel(s) XVB, VVB en/of C/VGVB mechanisch beschermen op blootgestelde plaatsen, tot een minimale hoogte van 10 cm boven het vloerpeil. ▼
💡 Concreet
Kabels van het type XVB, VVB en/of C/VGVB liggen op blootgestelde plaatsen zonder mechanische bescherming onderaan. Het AREI vraagt ze te beschermen tot minstens 10 cm boven het vloerpeil, waar ze stoten kunnen krijgen.
⚠️ Het risico
Vlak boven de vloer kan een kabel geraakt worden (meubels, onderhoud, doorgang): beschadigde isolatie legt geleiders onder spanning bloot, met gevaar voor elektrocutie, kortsluiting of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat op de blootgestelde plaatsen een mechanische bescherming aanbrengen (bijvoorbeeld een buis of stevige kabelgoot) tot minstens 10 cm boven het vloerpeil; een elektricien is aanbevolen. Nadien volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.2.1.5.
804 De onderbreking van de PEN of PE geleider is niet toegestaan. ▼
💡 Concreet
De PE-geleider (aardingsdraad) of de PEN-geleider is ergens onderbroken, bijvoorbeeld door een schakelaar, een zekering of een niet-doorverbonden klem. Dat is verboden: de beschermingsgeleider moet ononderbroken doorlopen.
⚠️ Het risico
Valt de verbinding met de aarding weg, dan kan bij een defect de metalen behuizing van een toestel onder spanning komen zonder dat de beveiliging ingrijpt — met elektrocutiegevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de continuïteit van de PE- of PEN-geleider herstellen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.9.10.
808 De ontdubbeling van de PEN geleider is niet conform. ▼
💡 Concreet
Op het punt waar de gecombineerde PEN-geleider wordt gesplitst in een afzonderlijke nulgeleider en beschermingsgeleider, is die ontdubbeling niet volgens de regels uitgevoerd.
⚠️ Het risico
Een foute ontdubbeling kan de bescherming (aarding) onbetrouwbaar maken: bij een defect kunnen metalen delen onder spanning komen te staan.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de ontdubbeling van de PEN-geleider correct uitvoeren. Nadien volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.2.9.3. · L1:5.2.9.6.
805 De kleurencombinatie voor de PE of PEN geleider dient geel/groen te zijn. ▼
💡 Concreet
De beschermingsgeleider (PE) of de PEN-geleider heeft niet de verplichte geel/groene kleurencombinatie. Alleen die combinatie mag — en moet — voor deze functie gebruikt worden.
⚠️ Het risico
Als de aardingsdraad niet herkenbaar geel/groen is, kan hij bij latere werken verward worden met een stroomvoerende draad, met foute aansluitingen of elektrocutiegevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken geleider vervangen door een geleider met geel/groene isolatie. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.8. · L3: 5.2.9.2.
812 De minimale diepte van de ondergrondse kabels is minder dan 60 cm. ▼
💡 Concreet
De ondergrondse kabels van uw installatie liggen op minder dan 60 cm diepte, terwijl dat de vereiste minimale diepte voor ingegraven kabels is.
⚠️ Het risico
Een kabel die te ondiep ligt, kan bij tuin- of graafwerken geraakt worden, met gevaar voor elektrocutie en kortsluiting.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kabel dieper leggen, op minstens 60 cm. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.3.3
811 De kabels van het type XVB, VVB, XGB en/of VGVB moeten mechanisch beschermd worden tot op minimale hoogte van 10 cm boven vloerniveau. ▼
💡 Concreet
Kabels van het type XVB, VVB, XGB en/of VGVB liggen op blootgestelde plaatsen zonder mechanische bescherming onderaan; ze moeten beschermd worden tot op een minimale hoogte van 10 cm boven het vloerniveau.
⚠️ Het risico
Vlak boven de vloer kan een kabel stoten of slagen krijgen: beschadigde isolatie kan geleiders blootleggen, met gevaar voor elektrocutie, kortsluiting of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien op die plaatsen een mechanische bescherming aanbrengen (bijvoorbeeld een buis) tot minstens 10 cm boven het vloerniveau. Daarna volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.3.5.1
801 De kabels van het type naast-elkaar (VTLmB), platte kabel onder PVC-mantel (LMVVR), COAX, VVT, H05VVF, H07RN-F en R2V (NF) zijn verboden en moeten vervangen worden door kabels van het type XVB. ▼
💡 Concreet
In de vaste installatie zijn kabeltypes gebruikt die daar niet toegelaten zijn: naast-elkaarkabel (VTLmB), platte kabel onder PVC-mantel (LMVVR), COAX, VVT, H05VVF, H07RN-F of R2V. Ze moeten vervangen worden door kabel van het type XVB, dat wél voor vaste installaties bedoeld is.
⚠️ Het risico
Die kabeltypes bieden niet de vereiste isolatie en stevigheid voor vast gebruik: ze kunnen opwarmen of verslijten, met gevaar voor brand of elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken kabels vervangen door XVB-kabel. Nadien volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.3.1.2
802a De bedrading uitgevoerd in nappe en/of in bundel is niet van klasse Cca. ▼
💡 Concreet
Kabels die gegroepeerd geplaatst zijn — naast elkaar of in bundel — zijn niet van klasse Cca. Die brandreactieklasse is vereist wanneer kabels samen liggen en garandeert dat ze een vlam weinig verspreiden.
⚠️ Het risico
Bij een beginnende brand kunnen gebundelde kabels die niet aan die klasse voldoen, het vuur snel langs hun traject verspreiden.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken kabels vervangen door kabels van klasse Cca of de plaatsingswijze aanpassen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.7.3
802 De kabel geplaatst in holle wanden is niet van klasse Cca. ▼
💡 Concreet
Een kabel die in holle wanden ligt (lichte wanden met een lege ruimte erin) is niet van klasse Cca. Die brandreactieklasse is voor deze plaatsingswijze vereist, omdat ze de verspreiding van vlammen beperkt.
⚠️ Het risico
In een holle wand kan een brand zich ongezien ontwikkelen; een kabel die niet aan die klasse voldoet, kan het vuur voeden en verspreiden.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kabel vervangen door een kabel van klasse Cca. Nadien volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.2.7.3
803 Het plaatsen van elektrische leidingen in schoorstenen, ventilatie- of ontluchtingskokers is niet toegestaan. ▼
💡 Concreet
De inspecteur heeft vastgesteld dat er elektrische leidingen door een schoorsteen of een ventilatie- of ontluchtingskoker lopen. Het AREI (Boek 1, afdeling 5.2.8) verbiedt dit: zulke kokers moeten vrij blijven voor hun eigen functie en mogen niet als doorgang voor elektrische leidingen dienen.
⚠️ Het risico
In zo'n koker staan de kabels bloot aan warmte, rook en condens, waardoor de isolatie beschadigd raakt en kortsluiting of brand kan ontstaan. De kabel kan bovendien de goede werking van de koker zelf hinderen.
🔧 Hoe herstellen
Laat de leidingen door een elektricien verplaatsen naar een geschikt traject buiten de schoorsteen of koker. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.8.
804 De onderbreking van de PEN of PE geleider is niet toegestaan. ▼
💡 Concreet
De PE geleider (beschermingsgeleider, verbonden met de aarding) of de PEN geleider (die bescherming en nulleider combineert) is ergens in uw installatie onderbroken, bijvoorbeeld door een schakelaar, een zekering of een losgekoppelde verbinding. Het AREI eist dat deze geleider over zijn hele lengte ononderbroken blijft: hij mag nooit onderbroken of geschakeld worden.
⚠️ Het risico
Bij een onderbreking zijn de metalen delen van uw toestellen niet langer geaard: bij een defect kunnen ze onder spanning komen te staan, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de continuïteit herstellen en elk onderbrekingstoestel op deze geleider verwijderen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.3.5.
805 De kleurencombinatie voor de PE of PEN geleider dient geel/groen te zijn. ▼
💡 Concreet
In uw installatie draagt een geleider die als PE of PEN geleider (aarding) wordt gebruikt niet de verplichte kleurencombinatie geel/groen. Die combinatie is uitsluitend voorbehouden voor deze geleider, zodat hij altijd foutloos herkend kan worden.
⚠️ Het risico
Zonder correcte identificatie kan iemand de aardingsgeleider verwarren met een geleider onder spanning en een foute aansluiting maken, met risico op elektrocutie of op toestellen zonder bescherming.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken geleider vervangen door een geel/groene geleider of de bedrading correct aanpassen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.6.2.
806 De leiding (type) is niet in overeenstemming met de aanwezige bijzondere uitwendige invloedsfactoren. ▼
💡 Concreet
Het gebruikte type leiding of kabel is niet geschikt voor de bijzondere omstandigheden van de ruimte waarin het geplaatst is (vocht, temperatuur, stoten, stof…). Het AREI verplicht om het materiaal te kiezen in functie van deze uitwendige invloedsfactoren.
⚠️ Het risico
Een leiding die niet tegen haar omgeving bestand is, veroudert sneller: de isolatie kan aangetast raken en kortsluiting, brand of elektrocutiegevaar veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken leiding vervangen door een type dat wel geschikt is voor de ruimte, bij voorkeur door een elektricien. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.4. & 9.1.6.
807 Bij het gebruik van kabels type F1/Eca mogen deze niet in bundel geplaatst worden. ▼
💡 Concreet
Kabels van het type F1/Eca — een basisklasse inzake brandgedrag — liggen in uw installatie samen in bundel. Het AREI laat dat niet toe: dit type kabel moet afzonderlijk geplaatst worden.
⚠️ Het risico
In bundel kunnen deze kabels bij brand de vlammen snel van de ene kabel naar de andere doorgeven, waardoor het vuur zich uitbreidt.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kabels uit elkaar leggen of de bundel vervangen door kabels met een betere brandklasse. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.7 · 5.2.7.2
808 De ontdubbeling van de PEN geleider is niet conform. ▼
💡 Concreet
Op een bepaald punt van uw installatie wordt de PEN geleider (die nulleider en aardingsfunctie combineert) opgesplitst in twee afzonderlijke geleiders, maar die ontdubbeling is niet volgens de regels van het AREI uitgevoerd.
⚠️ Het risico
Een foutieve ontdubbeling kan de beschermingsfunctie in het gedrang brengen: bij een defect of een breuk kunnen metalen delen van toestellen onder spanning komen, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien dit splitsingspunt correct uitvoeren volgens het AREI. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.4.b.4.
809 Bij aansluiting van meeraderige kabels dient men aangepaste adereindhulzen te gebruiken. ▼
💡 Concreet
Meeraderige (soepele) geleiders, opgebouwd uit fijne koperdraadjes, zijn in klemmen aangesloten zonder aangepaste adereindhulzen. Zonder die hulzen worden de draadjes platgedrukt of komen ze los, waardoor het contact in de klem niet betrouwbaar is.
⚠️ Het risico
Een slecht contact veroorzaakt plaatselijke opwarming die tot brand kan leiden; losse draadjes kunnen bovendien naburige delen raken en kortsluiting veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Het volstaat om aangepaste adereindhulzen op de betrokken geleiders te plaatsen — een eenvoudige ingreep die u het best aan een elektricien toevertrouwt. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6.1. · L1:1.4.1.2.
810 De kleurencode van de leidingen dient gerespecteerd te worden. De voormelde kleurcombinatie dient aanwezig te zijn over de gehele lengte van de geïsoleerde geleieder. ▼
💡 Concreet
Sommige geleiders in uw installatie respecteren de kleurencode van het AREI niet, of de vereiste kleurcombinatie is niet over de gehele lengte van de geïsoleerde geleider aanwezig — een markering aan de uiteinden alleen volstaat niet. Elke kleur staat voor een vaste functie, zodat geleiders foutloos herkend worden.
⚠️ Het risico
Foute kleuren kunnen iedereen die aan de installatie werkt misleiden: een verkeerde aansluiting kan elektrocutie veroorzaken of toestellen zonder bescherming laten.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken geleiders vervangen door geleiders met de juiste kleuren. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.6.2.
811 De kabels van het type XVB, VVB, XGB en/of VGVB moeten mechanisch beschermd worden tot op minimale hoogte van 10 cm boven vloerniveau. ▼
💡 Concreet
Courante installatiekabels (XVB, VVB, XGB of VGVB) zijn dicht bij de vloer geplaatst zonder mechanische bescherming. Het AREI eist dat ze — bijvoorbeeld met een buis of kabelgoot — mechanisch beschermd worden tot minstens 10 cm boven het vloerniveau, waar ze het meest aan stoten blootstaan.
⚠️ Het risico
Een onbeschermde kabel kan door een stoot (meubel, stofzuiger, werktuig…) beschadigd raken: een aangetaste isolatie kan dan kortsluiting, beginnende brand of contact met onder spanning staande delen veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een mechanische bescherming (buis, kabelgoot of gelijkwaardig) plaatsen tot minstens 10 cm boven het vloerniveau — een eenvoudige ingreep, bij voorkeur door een elektricien. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.1.5.
817 Elektrische leidingen zijn niet ingevoerd, zodat een continue bescherming verzekerd is. ▼
💡 Concreet
Op de plaatsen waar kabels een kast, doos of toestel binnenkomen, is de invoer niet zo uitgevoerd dat een continue bescherming verzekerd is: de buitenmantel stopt te vroeg of de doorvoer is niet correct afgewerkt, waardoor de binnengeleiders onvoldoende beschermd liggen.
⚠️ Het risico
Op die doorvoerpunten kunnen de geleiders beschadigd raken door wrijving of een scherpe rand, met kortsluiting of contact met onder spanning staande delen tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kabelinvoeren correct afwerken, bijvoorbeeld met aangepaste doorvoeren (wartels) en door de buitenmantel tot in de kast te laten doorlopen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6.1.
818 Geleiders die aangetast zijn door overbelasting/slecht contact, dient men te vervangen. ▼
💡 Concreet
De inspecteur heeft geleiders opgemerkt waarvan de isolatie door warmte is aangetast — verkleuring of smeltsporen — als gevolg van overbelasting of een slecht contact. Zulke geleiders dient men te vervangen, niet gewoon te herstellen.
⚠️ Het risico
Door warmte aangetaste isolatie blijft verzwakt: het risico op kortsluiting en brand blijft bestaan, zeker omdat de oorzaak (slecht aangespannen klem, te zwaar belaste kring) nog aanwezig kan zijn.
🔧 Hoe herstellen
Laat de beschadigde stukken vervangen door een elektricien, die meteen ook de oorzaak van de opwarming aanpakt (klemmen aanspannen, belasting van de kring aanpassen). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6.1.
819 De kabels, buizen, open en gesloten goten, kabelrekken en aftakdozen geplaatst zijn in een omgeving zoals vermeld in tabel 4.10 van boek 1 of een moeilijk evacueerbare ruimte bezitten niet de secundaire brandeigenschap a1,s1. Tevens zijn deze niet verzonken of bieden deze geen equivalent veiligheidsniveau. ▼
💡 Concreet
In een ruimte vermeld in tabel 4.10 van Boek 1 van het AREI of in een moeilijk evacueerbare ruimte bezit het zichtbaar geplaatste kabelmateriaal (kabels, buizen, open en gesloten goten, kabelrekken, aftakdozen) niet de secundaire brandeigenschap a1,s1, wat staat voor een beperkte uitstoot van rook en corrosieve gassen bij brand. Het is evenmin verzonken geplaatst en biedt geen gelijkwaardig veiligheidsniveau.
⚠️ Het risico
Bij brand kan dit materiaal dichte en corrosieve rook ontwikkelen die de evacuatie van de bewoners en het werk van de hulpdiensten bemoeilijkt.
🔧 Hoe herstellen
Laat het betrokken materiaal door een elektricien vervangen door materiaal met de eigenschap a1,s1, of laat de leidingen verzonken plaatsen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.3.3.7.
820 De externe invloedsfactor AN (zonnestraling) wordt niet gerespecteerd. ▼
💡 Concreet
Kabels of leidingen die aan de zon blootstaan, zijn niet van een type dat tegen zonnestraling bestand is. Het AREI verplicht om bij de keuze en de plaatsing van het materiaal rekening te houden met de externe invloedsfactor AN (zonnestraling).
⚠️ Het risico
Uv-straling droogt de isolatie uit en doet ze barsten: op termijn kunnen geleiders bloot komen te liggen, met risico op kortsluiting, brand of elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken kabels door een elektricien vervangen door een uv-bestendig type, of laat ze onder een aangepaste bescherming plaatsen (buis, goot, traject uit de zon). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1 5.3.2.10
821 De dubbele isolatie (klasse II) moet over de volledige lengte van de kabel worden gehandhaafd, inclusief op het punt van doorvoer in een kast, een toestel of een omhulsel. ▼
💡 Concreet
Op het punt waar een kabel met dubbele isolatie (klasse II) een kast, toestel of omhulsel binnenkomt, is de buitenmantel te vroeg verwijderd: de dubbele isolatie is daardoor niet over de volledige lengte van de kabel gehandhaafd, zoals nochtans vereist.
⚠️ Het risico
Waar nog maar één isolatielaag overblijft, volstaat een kleine beschadiging om metalen delen onder spanning te zetten of rechtstreeks contact mogelijk te maken, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aansluiting opnieuw uitvoeren, zodat de buitenmantel tot in de kast of het toestel doorloopt. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
Overstroombeveiliging (27)
606 De nominale stroomsterkte van de beveiliging (smeltveiligheid/automaat/differentieelschakelaar) aanpassen aan de doorsnede van de geleiders. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde vast dat minstens één beveiliging (smeltveiligheid, automaat of differentieelschakelaar) een te hoge nominale stroomsterkte heeft voor de doorsnede van de geleiders die ze beschermt. De regel: de beveiliging moet uitschakelen vóór de bedrading overbelast raakt.
⚠️ Het risico
Te dunne geleiders achter een te zware beveiliging kunnen oververhitten zonder dat er iets uitschakelt, met gevaar voor brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging vervangen door een model dat past bij de doorsnede van de geleiders, of laat geleiders met een voldoende doorsnede plaatsen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.5 · 5.2.4
610 Bij 3-fasige kringen met verdeelde nulleider is het beveiligen van de nulleider door middel van een zekering of éénfazige automaat niet toegestaan. ▼
💡 Concreet
De voetstukken van de smeltveiligheden, penautomaten of aansluitautomaten zijn niet uitgerust met kalibreerelementen. Die elementen verhinderen fysiek dat er een zwaardere zekering of automaat wordt geplaatst dan de kring verdraagt.
⚠️ Het risico
Zonder kalibreerelementen kan bij een vervanging een te zware zekering worden geplaatst; de kring is dan niet meer correct beveiligd tegen overbelasting, met risico op oververhitting en brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de juiste kalibreerelementen plaatsen, afgestemd op het voorziene kaliber van elke kring. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5
601 De overbrugde smeltveiligheid(en) en/of automaat (automaten) vervangen. ▼
💡 Concreet
Eén of meer smeltveiligheden of automaten zijn overbrugd: het toestel werd zo aangepast dat het de stroom niet meer onderbreekt. De beveiliging van die kring werkt dus niet meer.
⚠️ Het risico
Een kring zonder werkende beveiliging blijft gevoed bij overbelasting of kortsluiting, met een reëel risico op oververhitting en brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat de overbrugde smeltveiligheid(en) en/of automaat (automaten) vervangen door nieuwe toestellen met het juiste kaliber — een elektricien is aangewezen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
602 Het uitschakelvermogen van de beveiliging tegen overstroom is lager dan 3000A. ▼
💡 Concreet
De beveiligingen tegen overstroom in uw installatie hebben een uitschakelvermogen van minder dan 3000 A. Het uitschakelvermogen is de grootste stroom die een zekering of automaat bij kortsluiting veilig kan onderbreken; 3000 A is hier het vereiste minimum.
⚠️ Het risico
Bij een zware kortsluiting kan een te licht toestel de stroom niet onderbreken en zelf beschadigd raken (vlamboog, oververhitting), met brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiligingen vervangen door modellen met een uitschakelvermogen van minstens 3000 A. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.e
605a De automaten (behalve penautomaten) zijn niet van klasse 3. ▼
💡 Concreet
De automaten van uw installatie (behalve de penautomaten) zijn niet van klasse 3. Die klasse, vermeld op het toestel, geeft aan dat de automaat de energie die bij een kortsluiting door de kring gaat voldoende beperkt; het is de vereiste klasse.
⚠️ Het risico
Een automaat van een lagere klasse laat bij kortsluiting meer energie door, waardoor de geleiders zwaarder belast worden en sneller kunnen oververhitten.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken automaten vervangen door exemplaren van klasse 3 (het cijfer staat in een klein vierkantje op het toestel) — best door een elektricien. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 8.2.1.3 · 8.2.2.3
607 De eenfasige kringen moeten op beide actieve geleiders beveiligd worden. ▼
💡 Concreet
Bij één of meer eenfasige kringen wordt maar één van de twee actieve geleiders beveiligd. De regel is dat beide actieve geleiders van een eenfasige kring samen beveiligd en onderbroken worden, bijvoorbeeld met een tweepolige automaat.
⚠️ Het risico
Als maar één geleider wordt onderbroken, kan de andere onder spanning blijven terwijl de beveiliging al is uitgeschakeld: gevaar voor elektrocutie bij werken aan de kring en een onvolledige uitschakeling bij een fout.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiligingen vervangen door toestellen die beide actieve geleiders onderbreken (tweepolige automaten). Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.4.2
604 De contactdozen met randaarding is niet toegelaten in België ▼
💡 Concreet
De installatie bevat contactdozen met randaarding (het zogenaamde Schuko-type), waarbij de aarding via zijdelingse contacten gebeurt. Dat type is in België niet toegelaten: onze stopcontacten moeten de aarding via een aardingspen verzekeren.
⚠️ Het risico
Met een Belgische stekker in zo'n contactdoos is de verbinding met de aarding niet gegarandeerd; bij een defect toestel wordt de fout dan niet afgevoerd, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken contactdozen vervangen door het Belgische model met aardingspen — best door een elektricien. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.2
603 Te equilibreren kringen: de smeltveiligheden moeten dezelfde nominale stroomsterkte hebben. ▼
💡 Concreet
Bij de te equilibreren kringen hebben de smeltveiligheden die de verschillende geleiders beschermen niet allemaal hetzelfde kaliber, terwijl ze dezelfde nominale stroomsterkte moeten hebben.
⚠️ Het risico
Met verschillende kalibers wordt een deel van de kring op een te hoog niveau beveiligd of blijft een deel gevoed terwijl een ander deel al is uitgeschakeld: onvolledige uitschakeling en risico op oververhitting.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien alle smeltveiligheden van deze kringen op dezelfde, correcte nominale stroomsterkte brengen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.3
609 Het onderbrekingsvermogen van de beveiliging is ontoereikend. ▼
💡 Concreet
Het onderbrekingsvermogen van één of meer beveiligingen is te laag voor uw installatie. Dat is de grootste stroom die de zekering of automaat bij kortsluiting veilig kan onderbreken; het moet volstaan voor de kortsluitstroom die op die plaats kan optreden.
⚠️ Het risico
Bij een zware kortsluiting kan de beveiliging de stroom mogelijk niet onderbreken en zelf stukgaan (vlamboog, oververhitting), met brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken beveiligingen vervangen door toestellen met een toereikend onderbrekingsvermogen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.e.
608 De calibreerelementen voorzien op de voetstukken voor smeltveiligheden en/of penautomaten. ▼
💡 Concreet
Op de voetstukken waarin de smeltveiligheden en/of penautomaten worden geplaatst, ontbreken de calibreerelementen. Die zorgen ervoor dat er alleen een zekering van het juiste kaliber in past.
⚠️ Het risico
Zonder calibreerelementen kan er per vergissing een te zware zekering geplaatst worden, waardoor de kring niet meer correct tegen overbelasting is beveiligd (oververhitting, brandgevaar).
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien op elk voetstuk het calibreerelement plaatsen dat overeenstemt met het kaliber van de kring. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.a
610 Bij 3-fasige kringen met verdeelde nulleider is het beveiligen van de nulleider door middel van een zekering of éénfazige automaat niet toegestaan. ▼
💡 Concreet
Bij een 3-fasige kring met verdeelde nulleider is de nulleider beveiligd met een zekering of een éénfazige automaat. Dat is niet toegestaan: de nulleider mag niet afzonderlijk, los van de fasen, onderbroken worden.
⚠️ Het risico
Valt de nulleider weg terwijl de fasen gevoed blijven, dan raken de spanningen in de installatie uit balans: sommige toestellen krijgen een te hoge spanning, kunnen beschadigd raken en oververhitten.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging aanpassen: de zekering of éénfazige automaat op de nulleider verwijderen en een geschikte meerpolige beveiliging voorzien die de geleiders samen onderbreekt. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.4.4.
611 De houder van de beveiliging is niet voorzien van aangepaste kalibreerelementen. ▼
💡 Concreet
De houder van één of meer beveiligingen is niet voorzien van aangepaste kalibreerelementen. Die elementen garanderen dat er alleen een zekering of automaat van het voorziene kaliber geplaatst kan worden.
⚠️ Het risico
Zonder aangepast kalibreerelement kan bij een vervanging een te zware beveiliging geplaatst worden, waardoor de kring onvoldoende tegen overbelasting beschermd is (risico op oververhitting en brand).
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aangepaste kalibreerelementen in de houder plaatsen, afgestemd op het kaliber van elke kring. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.
612 Geshunteerde beveiligingen zijn te vervangen. ▼
💡 Concreet
Eén of meer beveiligingen zijn geshunteerd: ze werden overbrugd zodat de stroom blijft doorlopen, ook wanneer de zekering zou moeten onderbreken. De beveiliging van die kringen doet dus niets meer.
⚠️ Het risico
Een geshunteerde beveiliging onderbreekt niets meer bij overbelasting of kortsluiting; de kring kan ongemerkt oververhitten, met ernstig brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat de geshunteerde beveiligingen vervangen door nieuwe zekeringen van het juiste kaliber en laat de betrokken kring nakijken — best door een elektricien. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 9.5.
613 De waarde van de beveiliging tegen overbelasting is niet in overeenstemming met de leiding of verbruiker stroomafwaarts. ▼
💡 Concreet
De waarde van de beveiliging tegen overbelasting stemt niet overeen met de leiding of de verbruiker stroomafwaarts: ze laat meer stroom door dan die leiding of dat toestel aankan.
⚠️ Het risico
Een overbelasting kan dan onopgemerkt blijven: de leiding of het toestel warmt op zonder dat de beveiliging uitschakelt, met brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging op de juiste waarde brengen of de leiding aanpassen zodat het geheel klopt. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1. & 4.4.1.2.
614 De secundaire kring van de transformator is niet voorzien van een aangepaste overstroombeveiliging. ▼
💡 Concreet
De kring die door de secundaire zijde van de transformator (de "uitgang") wordt gevoed, heeft geen eigen aangepaste overstroombeveiliging, terwijl dat vereist is.
⚠️ Het risico
Bij overbelasting aan de secundaire zijde schakelt er niets uit: de transformator en de geleiders kunnen oververhitten, met brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een aangepaste overstroombeveiliging op de secundaire kring van de transformator plaatsen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 3.2.2.2.
615 Kringen uitgevoerd door middel van parallel verbonden leidingen dienen dezelfde kenmerken te hebben zoals type, sectie, lengte, plaatsingswijze. ▼
💡 Concreet
Een kring is uitgevoerd met meerdere parallel verbonden leidingen, maar die leidingen hebben niet dezelfde kenmerken (type, sectie, lengte, plaatsingswijze). Parallelle leidingen moeten identiek zijn zodat de stroom zich gelijk over de leidingen verdeelt.
⚠️ Het risico
Bij verschillende leidingen kan één ervan meer stroom voeren dan voorzien en oververhitten zonder dat de beveiliging ingrijpt, met brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kring herbekijken: de parallelle leidingen gelijk maken of vervangen door één leiding met voldoende sectie. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.3.4.
616 De beveiliging tegen overbelasting is niet gegarandeerd. De aM zekeringen realiseren enkel de beveiliging tegen kortsluiting. ▼
💡 Concreet
Uw installatie bevat zekeringen van het type aM. Die schakelen enkel uit bij kortsluiting en beveiligen niet tegen overbelasting, dus tegen een te hoge stroom die te lang blijft vloeien. De beveiliging tegen overbelasting is daardoor niet gegarandeerd.
⚠️ Het risico
Bij een langdurige overbelasting kunnen de leidingen oververhitten zonder dat de zekering uitschakelt, met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze zekeringen vervangen door beveiligingen die ook tegen overbelasting beschermen (geschikte zekeringen of automaten). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.4.
617 Vermindering van de sectie van de geleiders: een aangepaste overstroombeveiliging is te voorzien. ▼
💡 Concreet
Op een bepaald punt in de installatie vermindert de sectie (dikte) van de geleiders, zonder dat er een overstroombeveiliging is voorzien die op die kleinere sectie is afgestemd. De bestaande beveiliging is berekend op de dikkere geleiders en beschermt de dunnere dus onvoldoende.
⚠️ Het risico
Door de dunnere geleiders kan een te hoge stroom vloeien waardoor ze oververhitten zonder dat de beveiliging uitschakelt, met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een aangepaste overstroombeveiliging plaatsen op het punt waar de sectie vermindert, of de bekabeling aanpassen. Daarna is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1, 4.4.1.2 & 4.4.3.1.
618 Het elektrisch materieel is niet afdoend beveiligd tegen overbelasting. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde vast dat het elektrisch materieel niet afdoend beveiligd is tegen overbelasting: de geplaatste zekering of automaat schakelt niet tijdig uit wanneer er te lang een te hoge stroom vloeit.
⚠️ Het risico
Leidingen en materieel kunnen oververhitten, met beschadiging van de isolatie en brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging afstemmen op het circuit, met het juiste kaliber en type. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1. & 4.4.1.2.
619 De minimale kortsluitstroom (Icc) is te laag in functie van de stroomopwaartse beveiliging. ▼
💡 Concreet
Bij een kortsluiting helemaal aan het einde van de stroombaan zou de stroom die vloeit (de minimale kortsluitstroom, Icc) te laag zijn om de stroomopwaartse beveiliging snel te laten uitschakelen. De beveiliging is met andere woorden niet goed afgestemd op de stroombaan, bijvoorbeeld omdat die te lang is of een te kleine sectie heeft.
⚠️ Het risico
Bij een kortsluiting kan de beveiliging te laat of zelfs niet uitschakelen, waardoor de geleiders sterk opwarmen en er brandgevaar ontstaat.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging of de leiding aanpassen (type of kaliber van de beveiliging, sectie of lengte van de stroombaan). Daarna is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.2.1.
620 Zekeringen en automaten ter bescherming van éénzelfde stroombaan moeten dezelfde nominale stroomsterkte hebben. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde vast dat de zekeringen en automaten die eenzelfde stroombaan beschermen niet dezelfde nominale stroomsterkte hebben, terwijl de regel vereist dat die identiek is.
⚠️ Het risico
Een deel van de stroombaan kan daardoor minder goed beveiligd zijn dan bedoeld: bij overbelasting kan de uitschakeling te laat komen en warmen de geleiders op.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiligingen van die stroombaan op dezelfde nominale stroomsterkte brengen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.5.
621 De waarde van de beveiliging tegen kortsluiting is niet in overeenstemming met de geplaatste leiding stroomafwaarts. ▼
💡 Concreet
De waarde (nominale stroomsterkte) van de beveiliging tegen kortsluiting is niet afgestemd op de leiding die er stroomafwaarts op is aangesloten. Die leiding is daardoor niet correct beveiligd.
⚠️ Het risico
Bij een fout of een te hoge stroom kan de leiding oververhitten zonder dat de beveiliging ingrijpt, met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging vervangen door een kaliber dat past bij de sectie van de leiding, of de leiding zelf aanpassen. Daarna is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.2.1.
622 Smeltveiligheden met schroefbasis, type D (Diazed) met kalibreerringen, pensmeltveiligheden en kleine automatische schakelaars met pennen (conform NBN 481:1969) zijn niet meer toegelaten in huishoudelijke installaties. ▼
💡 Concreet
Uw installatie bevat nog verouderde beveiligingstypes: smeltveiligheden met schroefbasis type D (Diazed) met kalibreerringen, pensmeltveiligheden of kleine automatische schakelaars met pennen. Die zijn in huishoudelijke installaties niet meer toegelaten en moeten worden vervangen.
⚠️ Het risico
Deze oude beveiligingen bieden niet meer het veiligheidsniveau van moderne automaten; bij een ernstige fout is een betrouwbare uitschakeling niet gegarandeerd.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze oude beveiligingen vervangen door moderne automaten; vaak gebeurt dat samen met een vernieuwing van het verdeelbord. Na de werken is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.
624 Een vermogensschakelaar met automatische wederinschakeling is verboden in huishoudelijk installaties. ▼
💡 Concreet
Er werd een vermogensschakelaar met automatische wederinschakeling aangetroffen: een schakelaar die zichzelf na een uitschakeling opnieuw inschakelt. In huishoudelijke installaties is dat verboden — na een uitschakeling moet iemand bewust opnieuw inschakelen, nadat de oorzaak is nagekeken.
⚠️ Het risico
Als het toestel automatisch herinschakelt op een echte fout (kortsluiting of isolatiefout), wordt de installatie telkens opnieuw onder spanning gezet op die fout, met risico op oververhitting, brand of elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien dit toestel vervangen door een gewone vermogensschakelaar zonder automatische wederinschakeling. Daarna is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.3.5.a · L1:5.3.3.5.b
623 In huishoudelijke ruimten moeten de eerste automatische schakelaars (uitzondering penautomaten en smeltzekeringen) stroomafwaarts van de beschermingsinrichting tegen overstroom van de distributienetbeheerder, met uitzondering van de penautomaten, voorzien zijn van een conforme markering voor energiebeperkingsklasse 3. ▼
💡 Concreet
De eerste automatische schakelaars van uw installatie, geplaatst aan het begin van de installatie net na de beveiliging van de distributienetbeheerder, moeten een markering dragen die aantoont dat ze bij een kortsluiting de doorgelaten energie voldoende beperken: energiebeperkingsklasse 3. Die markering werd op de geplaatste schakelaars niet aangetroffen.
⚠️ Het risico
Zonder die garantie kunnen de schakelaar en de bekabeling bij een zware kortsluiting meer energie te verwerken krijgen dan voorzien, met beschadiging en oververhitting tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de eerste automatische schakelaars vervangen door modellen met een conforme markering voor energiebeperkingsklasse 3. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.e.
625 Smeltveiligheden of kleine automatische schakelaars met pennen ter bescherming van eenzelfde stroombaan moeten dezelfde karakteristiek hebben. ▼
💡 Concreet
De smeltveiligheden of kleine automatische schakelaars met pennen die eenzelfde stroombaan beschermen, hebben niet dezelfde karakteristiek (kaliber, type), terwijl de regel identieke beveiligingen vereist.
⚠️ Het risico
De beveiliging van die stroombaan is daardoor niet coherent: een deel kan minder goed beschermd zijn en bij overbelasting of kortsluiting kan de uitschakeling te laat komen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien op die stroombaan overal beveiligingen met dezelfde karakteristiek plaatsen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.5.
628 In huishoudelijke ruimten moeten de eerste automatische schakelaars (uitzondering penautomaten en smeltzekeringen) stroomafwaarts van de beschermingsinrichting tegen overstroom van de distributienetbeheerder, met uitzondering van de penautomaten, voorzien zijn van een conforme markering voor energiebeperkingsklasse 3. ▼
💡 Concreet
De verplichte aanduidingen op de zekeringen en/of automaten (zoals de nominale stroom, het uitschakelvermogen of de energiebeperkingsklasse) ontbreken of zijn onleesbaar geworden. Daardoor kan niet worden nagegaan of deze beveiligingen geschikt zijn voor de stroombanen die ze beschermen.
⚠️ Het risico
Een verkeerd gekalibreerde of ongeschikte beveiliging kan zo onopgemerkt blijven en bij overbelasting of kortsluiting niet tijdig uitschakelen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken toestellen nakijken en de onleesbare of niet-gemarkeerde exemplaren vervangen door duidelijk gemarkeerde, geschikte beveiligingen. Daarna is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.
📖 AREI L1: 1.4.1.3. · L1:1:5.3.5.5. · L1: 3.1.2.2.
Badkamer (12)
103 Schakelaar in volume. 2 van badkamer is niet toegelaten. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde een schakelaar vast in volume 2 van de badkamer, de zone vlak bij het bad of de douche. Het AREI (Boek 1) laat daar geen schakelaar toe, omdat die zone aan water en vocht is blootgesteld.
⚠️ Het risico
Een schakelaar bedienen met natte handen of in een vochtige zone verhoogt het risico op elektrocutie aanzienlijk.
🔧 Hoe herstellen
Laat de schakelaar buiten volume 2 verplaatsen, bij voorkeur door een elektricien. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 9.1.2.
707 De beschermingsgraad (IP) van het elektrisch materiaal geplaatst in de badkamer(s) aanpassen aan het volume waarin het geïnstalleerd is. ▼
💡 Concreet
Deze vaststelling betekent dat de beschermingsgraad (IP) van elektrisch materiaal in de badkamer(s) op het moment van de keuring niet volstond voor het volume waarin het is geïnstalleerd. De IP-code geeft aan hoe goed een toestel bestand is tegen het binnendringen van stof en water; hoe dichter bij bad of douche, hoe strenger de eis.
⚠️ Het risico
Als water of damp binnendringt in een toestel onder spanning, kan dat leiden tot kortsluiting, brand of elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat het betrokken materiaal vervangen door materiaal met een beschermingsgraad die bij het volume past, of laat het verplaatsen naar een zone waar het wel toegelaten is — bij voorkeur door een elektricien. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna dat alles in orde is.
📖 AREI L1: 7.1.3.1
4000 De beschermingsgraad IP van het gebruikte elektrisch materiaal dat in de badkamer is geplaatst is niet aangepast aan het volume. ▼
💡 Concreet
Elektrisch materiaal in de badkamer heeft niet de beschermingsgraad IP die vereist is voor het volume (de veiligheidszone) waarin het staat. Elke zone rond bad of douche legt een minimale weerstand tegen vocht en waterspatten op, en het vastgestelde materiaal haalt die niet.
⚠️ Het risico
Water kan in het materiaal binnendringen en kortsluiting, elektrocutie of oververhitting met brandgevaar veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Een elektricien kan het materiaal vervangen door een model met een aangepaste beschermingsgraad IP, of het verplaatsen naar een zone waar het toegelaten is. Voorzie daarna een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 5.1.4. · L1:7.1. · L1:7.1.4.3
4001 Er zijn leidingen met metalen omhulsel/pantsering gebruikt in de badkamer. ▼
💡 Concreet
In de badkamer zijn leidingen met een metalen omhulsel of pantsering gebruikt, wat daar niet toegelaten is. In een vochtige ruimte vormen die metalen delen een bijzonder risico bij een fout in de installatie.
⚠️ Het risico
Als het metalen omhulsel door een fout onder spanning komt te staan, loopt iedereen die het aanraakt — in een badkamer vaak met een vochtige huid — risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze leidingen door een elektricien vervangen door kabels zonder metalen omhulsel die geschikt zijn voor vochtige ruimten. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.1.5.2.
4002 Bijkomende equipotentiale verbindingen in volumes 0 tot 3 ontbreken, zijn onvolledig of doorsnede is onvoldoende. ▼
💡 Concreet
In een badkamer moeten de metalen delen (bad, leidingen, radiator…) onderling en met de aarding verbonden zijn via een bijkomende equipotentiale verbinding: een geleider die alles op dezelfde elektrische potentiaal houdt. Bij de keuring bleek die verbinding te ontbreken, onvolledig te zijn of een te kleine doorsnede te hebben.
⚠️ Het risico
Zonder die verbinding kan er bij een fout een gevaarlijk spanningsverschil ontstaan tussen twee metalen delen die u tegelijk aanraakt, met een verhoogd risico op elektrocutie in een vochtige ruimte.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bijkomende equipotentiale verbinding aanleggen of vervolledigen met een geleider van voldoende doorsnede. Voorzie daarna een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 5.4.4.2 · L1:7.1.4.4
4003 Veiligheidstransformators moeten buiten zones 1 en 2 geplaatst worden. ▼
💡 Concreet
Bij de keuring werd een veiligheidstransformator aangetroffen in zone 1 of 2 van de badkamer. Zo'n transformator levert wel een veilige, verlaagde spanning (bijvoorbeeld voor verlichting), maar het toestel zelf staat op netspanning en moet daarom buiten die zones blijven.
⚠️ Het risico
Blootgesteld aan waterspatten kan er in de transformator een fout ontstaan: de beveiliging die hij net moet bieden valt dan weg, met risico op elektrocutie of kortsluiting.
🔧 Hoe herstellen
Laat de veiligheidstransformator door een elektricien buiten de zones 1 en 2 plaatsen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.1.3.
4004 Toestellen van klasse 1 (bv. wasmachine…) dienen buiten het volume 2 opgesteld te worden. ▼
💡 Concreet
Een toestel van klasse 1 — een toestel waarvan de veiligheid steunt op de aarding van de metalen behuizing, zoals een wasmachine — stond in volume 2 van de badkamer, terwijl het buiten die zone dicht bij bad of douche moet worden opgesteld.
⚠️ Het risico
Als de isolatie van het toestel het begeeft, kan de metalen behuizing gevaarlijk worden bij aanraking; in een vochtige zone is het risico op elektrocutie beduidend groter.
🔧 Hoe herstellen
Plaats het toestel buiten volume 2; is daar geen geschikt stopcontact aanwezig, laat er dan een plaatsen door een elektricien. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna dat alles in orde is.
📖 AREI L1: 7.1.5.3.
4005 De geplaatste elektrische materieel in de badkamer (stopcontact, licht,…) is niet in overeenstemming met zijn volume. ▼
💡 Concreet
Elektrisch materieel in de badkamer (een stopcontact, verlichting…) is geplaatst in een volume — een van de veiligheidszones rond bad of douche — waar het niet toegelaten of onvoldoende beschermd is.
⚠️ Het risico
De combinatie van water en elektriciteit kan leiden tot elektrocutie of kortsluiting, zeker met een natte huid.
🔧 Hoe herstellen
Laat dit materieel buiten het betrokken volume verplaatsen of vervangen door materieel dat daar wel toegelaten is, bij voorkeur door een elektricien. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.1 · L1: 7.1.4.3.
4006 De installatie van vast elektrisch materieel bestemd voor de voeding of bescherming van andere lokalen is verboden in de volumes 0,1, 1bis en 2. ▼
💡 Concreet
Vast elektrisch materieel dat dient voor de voeding of de bescherming van andere lokalen (bijvoorbeeld een aftakdoos of bekabeling naar een andere ruimte) is geïnstalleerd in de volumes 0, 1, 1bis of 2 van de badkamer. In die zones mag enkel materieel staan dat voor de badkamer zelf nodig en daar toegelaten is.
⚠️ Het risico
Elk bijkomend elektrisch element in de zones die aan water zijn blootgesteld, verhoogt het risico op een fout, kortsluiting of elektrocutie — ook op stroombanen die niets met de badkamer te maken hebben.
🔧 Hoe herstellen
Laat dit materieel door een elektricien buiten de betrokken volumes verplaatsen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.1.5.3a
4007 De volume van de badkamer is niet gerespecteerd. ▼
💡 Concreet
Een badkamer is opgedeeld in veiligheidsvolumes: zones rond bad of douche, elk met eigen regels over welk elektrisch materieel er mag staan. Bij de keuring bleek die indeling niet gerespecteerd: er staat materieel in een zone waar het niet toegelaten is.
⚠️ Het risico
Elektrisch materieel dat te dicht bij water staat, stelt de bewoners bloot aan een risico op elektrocutie of kortsluiting.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de installatie in overeenstemming brengen met de volumes: het betrokken materieel verplaatsen of vervangen door materieel dat in die zone toegelaten is. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.1.4.
626 In éénfasige stroombanen van huishoudelijke installaties, is de bescherming tegen overstroom niet voorzien op de twee actieve geleiders. ▼
💡 Concreet
In een huishoudelijke installatie heeft elke éénfasige stroombaan twee actieve geleiders, en de bescherming tegen overstroom (de automaat of zekering in het bord) moet op beide geleiders werken. Bij de keuring was die bescherming maar op één van de twee voorzien.
⚠️ Het risico
Een overbelasting of kortsluiting op de niet-beveiligde geleider wordt mogelijk niet onderbroken, waardoor de kabels kunnen oververhitten en er brand kan ontstaan.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het elektrisch bord aanpassen met beveiligingen die op beide actieve geleiders werken (tweepolige automaten). Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.4.2.
4008 De volume(s) in de ruimte(n) met een zwembad worden niet gerespecteerd. ▼
💡 Concreet
Net zoals een badkamer wordt een ruimte met een zwembad opgedeeld in veiligheidsvolumes: zones rond het bad die bepalen welk elektrisch materieel er mag staan en met welke bescherming. Bij de keuring bleek die indeling niet gerespecteerd.
⚠️ Het risico
Rond een zwembad, waar mensen nat en vaak blootsvoets zijn, kan een elektrische fout tot een bijzonder ernstige elektrocutie leiden.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de installatie in orde brengen: het materieel dat de volumes rond het zwembad niet respecteert, verplaatsen of vervangen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1 7.100
Onrechtstreekse aanraking (8)
605 Alle stroomkringen moeten voorzien zijn van een beveiliging onrechtstreekse aanraking. Aan automaat 40A 2p vertrekt er een 2,5mm2 kabel, dit is voor de differentieel. ▼
💡 Concreet
Vanaf een tweepolige automaat van 40 A vertrekt een kabel van 2,5 mm² die de differentieelschakelaar voedt. Een automaat van dat kaliber beveiligt zo'n kabel onvoldoende: elke stroomkring moet beveiligd zijn door een automaat of zekering die past bij de sectie van de kabel.
⚠️ Het risico
Een te zwaar gekalibreerde automaat schakelt niet af wanneer er te veel stroom door de kabel loopt. De kabel kan dan oververhitten, met risico op beschadigde isolatie en brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging of de kabelsectie aanpassen zodat automaat en kabel op elkaar afgestemd zijn. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig; de details vindt u op uw verslag.
📖 AREI L1: 4.4.1 · 5.2.4
1000 Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking : de gevoeligheid van de verliesstroomschakelaar is te hoog ingesteld. ▼
💡 Concreet
De verliesstroomschakelaar meet lekstromen naar de aarde en schakelt de installatie dan uit. Zijn gevoeligheid is instelbaar, en die stond bij de keuring te hoog ingesteld: het toestel zou pas afschakelen bij een grotere lekstroom dan het AREI toelaat.
⚠️ Het risico
Bij een isolatiefout schakelt de verliesstroomschakelaar mogelijk niet of te laat af. Wie een defect toestel aanraakt, riskeert dan een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de gevoeligheid correct instellen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de regularisatie vast te stellen.
📖 AREI L1: 4.2.4.4.d
1001 Leidingen van de klasse I ( XFVB, EVAVB, … ): de verliesstroomschakelaar dient stroomopwaarts geplaatst te worden. ▼
💡 Concreet
Leidingen van klasse I, zoals XFVB of EVAVB, moeten volledig stroomafwaarts van de verliesstroomschakelaar liggen, zodat ze door dat toestel beschermd worden. Bij de keuring bleek een deel van deze leidingen vóór de verliesstroomschakelaar te zitten.
⚠️ Het risico
Bij een isolatiefout op dat stuk leiding merkt de verliesstroomschakelaar niets en wordt de lekstroom niet onderbroken. Wie met de fout in aanraking komt, riskeert een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bedrading aanpassen zodat de verliesstroomschakelaar stroomopwaarts van deze leidingen geplaatst is. Nadien volgt een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 4.2.3.1.
1002 In een niet- huishoudelijke installatie dient in een TT-net te gebeuren door hetzij differentieel schakelaars of dubbele isolatie. ▼
💡 Concreet
Uw niet-huishoudelijke installatie is uitgevoerd volgens een TT-net (aardingsschema). Het AREI vereist dan dat de bescherming tegen onrechtstreekse aanraking — het aanraken van een metalen onderdeel dat per ongeluk onder spanning staat — verzekerd wordt door differentieelschakelaars of door dubbele isolatie, en dat was hier niet overal het geval.
⚠️ Het risico
Bij een defect kan de metalen behuizing van een toestel onder spanning blijven staan zonder dat de stroom wordt onderbroken. Wie ze aanraakt, riskeert een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de nodige differentieelschakelaars plaatsen of materieel met dubbele isolatie voorzien. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.4.4.
1003 De beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking is niet gegarandeerd : lengte - sectie, beveiliging en/of instelling zijn niet in overeenstemming. ▼
💡 Concreet
Bij een isolatiefout moet de beveiliging de stroom automatisch en snel genoeg onderbreken. Dat is in uw installatie niet gegarandeerd: de lengte of de sectie van bepaalde leidingen, de gekozen beveiliging en/of de instelling ervan zijn niet in overeenstemming met het AREI.
⚠️ Het risico
Een fout kan metalen delen onder spanning zetten zonder dat de stroom tijdig wordt onderbroken, met risico op een elektrische schok en op oververhitting.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de combinatie van leidingen en beveiligingen nakijken en aanpassen: sectie vergroten, de beveiliging vervangen of de instelling corrigeren. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.1.
1004 Een isolatiebewakingstoestel (IT net) is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
Een deel van uw installatie is uitgevoerd als IT-net, een bijzonder aardingsschema waarvoor een isolatiebewakingstoestel verplicht is: dat toestel bewaakt de installatie voortdurend en meldt de eerste isolatiefout. Bij de keuring bleek dit toestel niet aanwezig.
⚠️ Het risico
Zonder die bewaking blijft een eerste isolatiefout onopgemerkt. Komt er een tweede fout bij, dan kan die zonder waarschuwing tot een gevaarlijke situatie leiden: elektrische schok, oververhitting of een onverwachte uitschakeling.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien met ervaring in IT-netten een isolatiebewakingstoestel plaatsen. Nadien volgt een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 5.3.5.3 (g))
1005 Het isolatiebewakingstoestel is buiten dienst geplaatst. ▼
💡 Concreet
Uw installatie beschikt over een isolatiebewakingstoestel, dat isolatiefouten voortdurend moet opsporen, maar het werd buiten dienst gesteld: het is niet meer aangesloten en vervult zijn functie dus niet meer.
⚠️ Het risico
Een eerste isolatiefout wordt niet meer gemeld en kan lang onopgemerkt blijven. Een tweede fout kan dan zonder waarschuwing een gevaarlijke situatie veroorzaken (elektrische schok, oververhitting).
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het isolatiebewakingstoestel opnieuw aansluiten of het vervangen als het defect is. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.4.d.3.
1006 Alle massa's beschermd door een zelfde automatische verliesstroomschakelaar dienen met dezelfde aardverbinding te worden verbonden. ▼
💡 Concreet
De 'massa's' zijn de metalen delen van toestellen en uitrustingen die bij een defect onder spanning kunnen komen. Alle massa's die door dezelfde automatische verliesstroomschakelaar beschermd worden, moeten op dezelfde aardverbinding aangesloten zijn, en dat was bij de keuring niet het geval.
⚠️ Het risico
Bij een fout kan er een gevaarlijk spanningsverschil ontstaan tussen naburige toestellen, zonder garantie dat de verliesstroomschakelaar tijdig afschakelt. Dat houdt een risico op elektrische schok in.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien alle betrokken aardgeleiders met dezelfde aardverbinding verbinden. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.3 (g)).
Installatie (35)
701 Kring(en) met stopcontacten, de sectie van de geleiders dient min. 2,5 mm² te zijn. ▼
💡 Concreet
Kringen die stopcontacten voeden, moeten bedraad zijn met geleiders met een sectie van minstens 2,5 mm². Bij de keuring werd vastgesteld dat minstens één kring met stopcontacten uitgevoerd is met dunnere geleiders dan dit minimum uit het AREI (Boek 1, 5.2.1.2).
⚠️ Het risico
Een te dunne geleider kan oververhitten wanneer de aangesloten toestellen veel verbruiken, met beschadigde isolatie en zelfs brand tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bedrading van de betrokken kring(en) vervangen door geleiders van minstens 2,5 mm². Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.2.1.2.
702 Aarding vanuit een stopcontact gemeten, na plaatsen van een aardingsonderbreker kan het verschillen daar rekening mee houden. ▼
💡 Concreet
De aarding werd tijdens de keuring gemeten via een stopcontact, bijvoorbeeld omdat er geen goed bereikbare aardingsonderbreker was. Wordt er later een aardingsonderbreker geplaatst, dan kan de waarde die daar gemeten wordt, verschillen van de waarde in dit verslag; hou daar rekening mee.
⚠️ Het risico
Een meting via een stopcontact geeft een betrouwbare indicatie, maar kan afwijken van een meting rechtstreeks aan de aardingsonderbreker. De werkelijke weerstand van de aarding kan dus licht verschillen van de vermelde waarde.
🔧 Hoe herstellen
Laat u later een aardingsonderbreker plaatsen, laat de aarding dan bij voorkeur daar opnieuw opmeten door een elektricien of bij een volgende keuring, zodat u over een correcte waarde beschikt.
📖 AREI L1: 2.8.1
721 Bepaalde stopcontacten zijn beschadigd en/of zijn niet degelijk bevestigd. ▼
💡 Concreet
Bepaalde stopcontacten zijn beschadigd of zitten niet stevig vast, wat in strijd is met de regels van goed vakmanschap uit het AREI (Boek 1, 1.4).
⚠️ Het risico
Een beschadigd of loszittend stopcontact kan onder spanning staande delen blootleggen of slechte contacten veroorzaken die opwarmen, met gevaar voor elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat de beschadigde of losse stopcontacten herstellen of vervangen en degelijk bevestigen door een elektricien. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 1.4
720 Het elektrisch materiaal is niet geplaatst conform de voorschriften van de fabrikant. ▼
💡 Concreet
Elektrisch materiaal werd geïnstalleerd zonder de montagevoorschriften van de fabrikant te volgen (bevestiging, positie, aansluiting of verluchting bijvoorbeeld).
⚠️ Het risico
Een toestel dat anders gemonteerd is dan de fabrikant voorschrijft, kan slecht werken, oververhitten of zijn ingebouwde beveiligingen verliezen, met gevaar voor brand of een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het betrokken materiaal opnieuw plaatsen volgens de voorschriften van de fabrikant. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 7.102.8.2
703 De schakelaars, contactdozen en aansluitdozen moeten aangepast of bevestigd worden. ▼
💡 Concreet
Sommige schakelaars, contactdozen of aansluitdozen zitten los of zijn niet correct bevestigd: ze bewegen, komen uit de wand of zitten niet meer goed op hun plaats.
⚠️ Het risico
Loszittend materiaal kan onder spanning staande draden blootleggen en slechte contacten veroorzaken die opwarmen, met gevaar voor elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken schakelaars, contactdozen en aansluitdozen stevig bevestigen of aanpassen; het is een beperkte ingreep, maar een elektricien is aangewezen. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6
704 De invoer van de kabels in het elektrisch materiaal dient herzien te worden. ▼
💡 Concreet
De manier waarop de kabels in het elektrisch materiaal binnenkomen is niet correct: een onaangepaste invoer, een kabelmantel die vóór de doos stopt of een kabel die op de opening trekt, bijvoorbeeld.
⚠️ Het risico
Een slechte kabelinvoer kan de isolatie beschadigen of een aansluiting doen lossen, met kans op contact met onder spanning staande delen of op oververhitting.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de kabelinvoeren herzien, met aangepaste invoeren of wartels en een kabelmantel die tot in het toestel doorloopt. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.1
703a Alle schakelaars, contactdozen, enz. moeten voorzien zijn van de nodige afdekplaten. ▼
💡 Concreet
Bepaalde schakelaars, contactdozen of andere toestellen missen hun afdekplaat, waardoor de binnenkant van het toestel bereikbaar blijft.
⚠️ Het risico
Zonder afdekplaat kunnen onder spanning staande delen rechtstreeks aangeraakt worden, bijvoorbeeld door een kind: gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Plaats de ontbrekende afdekplaten; een eenvoudige ingreep, al blijft de hulp van een elektricien aangewezen. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.2.3
705a Contactdozen conform NBN C61-112 voorzien met aardingscontact en kinderbeveiliging. ▼
💡 Concreet
Sommige stopcontacten voldoen niet aan de Belgische norm NBN C61-112: ze missen het aardingscontact en/of de kinderbeveiliging (de schuifjes die verhinderen dat een voorwerp in de openingen gestoken wordt).
⚠️ Het risico
Zonder aardingscontact kan een fout in een toestel niet veilig afgevoerd worden en kan de behuizing onder spanning blijven; zonder kinderbeveiliging kan een kind een voorwerp in het stopcontact steken. In beide gevallen dreigt elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken stopcontacten door een elektricien vervangen door modellen conform NBN C61-112, met aangesloten aardingscontact en kinderbeveiliging. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 1.4.2.3. · 4.2.2.3. · 5.3.5.2. · L3: 1.4.2.3. · 4.2.2.2.
706 De verbindingen moeten uitgevoerd worden in de verdeelborden, de verbindingsdozen of aftakdozen, aan de klemmen van de schakelaars en contactdozen, in de plafondrozetten voor verlichting en aftakking. ▼
💡 Concreet
Er werden verbindingen tussen geleiders gemaakt buiten de daarvoor voorziene plaatsen. Het AREI laat verbindingen enkel toe in de verdeelborden, in verbindings- of aftakdozen, aan de klemmen van schakelaars en contactdozen, of in de plafondrozetten voor verlichting.
⚠️ Het risico
Een "vliegende" verbinding buiten een doos kan ongemerkt lossen of opwarmen, met brandgevaar, en laat soms onder spanning staande delen bereikbaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze verbindingen onderbrengen in passende dozen. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6
712 Minstens twee verlichtingskringen voorzien. ▼
💡 Concreet
De installatie telt maar één verlichtingskring, terwijl het AREI er in een woning minstens twee vereist, zodat niet alle verlichting van één kring afhangt.
⚠️ Het risico
Bij een fout of een uitschakeling valt in één keer alle verlichting uit, met kans op vallen en gevaarlijke situaties in het donker.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de verlichting vanuit het verdeelbord over minstens twee aparte verlichtingskringen verdelen. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.2.
712a Er zijn meer dan 8 punten (enkel en/of meervoudig) op één stroombaan. ▼
💡 Concreet
Op één stroombaan zijn meer dan 8 punten (enkelvoudig en/of meervoudig) aangesloten, terwijl het AREI het aantal punten per stroombaan tot 8 beperkt.
⚠️ Het risico
Te veel punten op één stroombaan verhoogt het risico op overbelasting: de geleiders kunnen opwarmen en de beveiliging kan herhaaldelijk uitschakelen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de installatie herverdelen, met een bijkomende stroombaan of een andere verdeling van de bestaande punten. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.2.
713 De materialen zijn niet gekozen in functie van de uitwendige invloedsfactoren. ▼
💡 Concreet
Het geïnstalleerde elektrisch materiaal is niet aangepast aan de omstandigheden van de plaats waar het zich bevindt (vocht, stof, buitenopstelling…). Het AREI verplicht om het materiaal te kiezen in functie van die uitwendige invloedsfactoren.
⚠️ Het risico
Onaangepast materiaal laat vocht of stof binnendringen, wat kortsluiting, corrosie, elektrische schokken of brand kan veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het betrokken materiaal vervangen door materiaal met een beschermingsgraad die bij het lokaal past. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.4. ·
707a Het elektrisch materiaal geïnstalleerd in de badkamer(s) of douchekamer is niet aangepast aan het volume waarin het geïnstalleerd is. ▼
💡 Concreet
In een badkamer of douchekamer bakent het AREI volumes af rond het bad of de douche, en per volume gelden precieze eisen voor het elektrisch materiaal. Er werd materiaal vastgesteld dat niet voldoet aan de eisen van het volume waarin het geïnstalleerd is.
⚠️ Het risico
Water en elektriciteit vormen een bijzonder gevaarlijke combinatie: onaangepast materiaal in deze zones verhoogt het risico op elektrocutie sterk.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het materiaal buiten het betrokken volume verplaatsen of vervangen door materiaal dat er wel toegelaten is. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 7.1.3.1
716 Materiaal voorzien in gewone lokalen waarvan de omhulsels minstens beschermingsgraad IP2X (IPXX-B) hebben en voor publieke lokalen minstens IP4X (IPXX-D). ▼
💡 Concreet
Bepaalde omhulsels halen de vereiste minimale beschermingsgraad (IP) niet: IP2X (IPXX-B) in gewone lokalen — een vinger kan geen onder spanning staand deel raken — en IP4X (IPXX-D) in publieke lokalen, dat ook beschermt tegen fijne voorwerpen zoals een draad.
⚠️ Het risico
Een onvoldoende omhulsel maakt het mogelijk om, al dan niet bewust, onder spanning staande delen aan te raken: gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken omhulsels vervangen of aanvullen tot de vereiste beschermingsgraad. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.1.4. · 4.2.2.3. · 4.2.2.2.
705 De in de wand ingebouwde schakelaars en contactdozen moeten in passende inbouwdozen geplaatst worden. ▼
💡 Concreet
In de wand ingebouwde schakelaars of contactdozen werden rechtstreeks in de wand geplaatst, zonder passende inbouwdoos.
⚠️ Het risico
Zonder passende inbouwdoos zit het toestel niet stevig vast en kunnen de geleiders tegen de wand schuren en beschadigd raken: kans op contact met onder spanning staande delen en op oververhitting.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien passende inbouwdozen plaatsen voor deze schakelaars en contactdozen. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.2. · 5.3.5.4.
719 Elektrische uitrustingen mogen niet op brandbare materialen bevestigd worden zonder hun montageplaten. ▼
💡 Concreet
Elektrische uitrustingen zijn rechtstreeks op een brandbaar materiaal (bijvoorbeeld hout) bevestigd zonder hun montageplaten, die ze net van dat materiaal moeten scheiden.
⚠️ Het risico
Bij opwarming of een fout kan het brandbare materiaal vuur vatten: brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de voorziene montageplaten of een onbrandbare ondergrond plaatsen. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.3.3
718 Op materiaal en omhulsels met dubbele isolatie mogen enkel isolerende wartels en stoppen gebruikt worden. ▼
💡 Concreet
Uw installatie bevat materiaal met dubbele isolatie (klasse II), dat zonder aarding veilig hoort te zijn. Op dat materiaal mogen enkel isolerende wartels (de stukken die de kabel bij de invoer klemmen) en isolerende stoppen gebruikt worden; de inspecteur stelde onderdelen vast die niet isolerend zijn, bijvoorbeeld metalen exemplaren, waardoor de dubbele isolatie niet langer gegarandeerd is.
⚠️ Het risico
Een geleidend onderdeel door het omhulsel kan bij een inwendig defect onder spanning komen te staan en, zonder aarding, bij aanraking een elektrische schok veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze wartels en stoppen vervangen door isolerende exemplaren, bij voorkeur door een elektricien. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.2 · 5.2.6.1
711 Per wartel (contactdozen, schakelaars, verbindingsdoos of aftakdoos) is slechts één elektrische kabel toegelaten. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde vast dat meerdere kabels door één en dezelfde wartel lopen (de invoer die de kabel klemt aan een contactdoos, schakelaar, verbindings- of aftakdoos). Per wartel is slechts één elektrische kabel toegelaten, zodat de wartel de kabel goed kan klemmen en afdichten.
⚠️ Het risico
Een wartel met meerdere kabels klemt en dicht niet goed af: de kabelmantel kan beschadigd raken en vocht of stof kan binnendringen, met risico op kortsluiting of een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien extra kabelinvoeren voorzien zodat er per wartel maar één kabel doorgaat. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6.1
715 Niet-gebruikte wartels moeten behoorlijk afgesloten worden. ▼
💡 Concreet
Niet-gebruikte wartels (kabelinvoeren) werden open gelaten op kasten of elektrisch materiaal. Elke ongebruikte opening moet behoorlijk afgesloten worden, bijvoorbeeld met een aangepaste stop.
⚠️ Het risico
Via een open invoer kunnen stof, vocht of kleine voorwerpen bij onderdelen onder spanning terechtkomen, met risico op kortsluiting of onbedoelde aanraking.
🔧 Hoe herstellen
Laat de ongebruikte invoeren afsluiten met passende stoppen; dat is een eenvoudige ingreep die een elektricien snel uitvoert. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.2 · 4.2.3
723 Hoogte wandcontactdozen niet gerespecteerd, as derhulzen bij droge lokalen =min. 15cm, bij vochtige lokalen =min. 25cm. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde vast dat bepaalde wandcontactdozen te laag geplaatst zijn. De as van de contactbussen moet zich minstens 15 cm boven de vloer bevinden in droge lokalen en minstens 25 cm in vochtige lokalen.
⚠️ Het risico
Stopcontacten die te dicht bij de vloer zitten, kunnen in contact komen met schoonmaakwater, een lek of wateroverlast, met risico op kortsluiting of een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de te laag geplaatste wandcontactdozen verplaatsen tot op de vereiste hoogte. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.4.7
714 Het gesmolten, verbrande of gebroken elektrisch materiaal moet vervangen worden en de oorzaak moet opgespoord en verholpen worden. ▼
💡 Concreet
De inspecteur trof gesmolten, verbrand of gebroken elektrisch materiaal aan. Dat materiaal moet vervangen worden, en vooral: de oorzaak van de schade (overbelasting, slechte verbinding, defect…) moet opgespoord en verholpen worden om herhaling te vermijden.
⚠️ Het risico
Gesmolten of verbrand materiaal wijst op oververhitting of een fout die zich kan herhalen: risico op brand, en gebroken onderdelen kunnen delen onder spanning aanraakbaar maken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het beschadigde materiaal vervangen en de oorzaak opsporen en verhelpen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 1.4
708 Elke schakelaar die een contactdoos met een nominale stroom groter dan 16 A bedient, moet de actieve geleiders onderbreken. ▼
💡 Concreet
Een contactdoos met een nominale stroom groter dan 16 A (voor krachtige toestellen) wordt bediend door een schakelaar die de actieve geleiders van de kring niet onderbreekt. De regel vereist dat de schakelaar van zo'n contactdoos die geleiders wel degelijk onderbreekt.
⚠️ Het risico
Onderbreekt de schakelaar de actieve geleiders niet, dan blijft een deel van de kring onder spanning terwijl alles uitgeschakeld lijkt, met risico op een elektrische schok bij een ingreep.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de schakelaar vervangen of anders aansluiten zodat hij de actieve geleiders onderbreekt. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.4. · L3: 5.3.5.4.
717 Wanneer de onderbreking van een kring door een eenpolige schakelaar geschiedt, moet de fase en niet de nulgeleider door deze schakelaar onderbroken worden. ▼
💡 Concreet
Een kring wordt bediend door een eenpolige schakelaar, die maar één draad onderbreekt, maar die onderbreekt de nulgeleider in plaats van de fase. De regel vereist dat de fase — de draad die onder spanning staat — door deze schakelaar onderbroken wordt.
⚠️ Het risico
Als de schakelaar de nulgeleider onderbreekt, blijft het toestel of de verlichting via de fase onder spanning, ook in de uit-stand: u riskeert een elektrische schok, bijvoorbeeld bij het vervangen van een lamp.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aansluiting corrigeren zodat de schakelaar de fase onderbreekt; dat is doorgaans snel gebeurd. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.4. · L3: 5.3.5.4.
709 Toestellen met enkel basisisolatie en zonder aardingsvoorziening (klasse 0) zijn niet toegelaten in huishoudelijke installaties. ▼
💡 Concreet
De inspecteur trof een of meer toestellen van klasse 0 aan: toestellen met enkel basisisolatie en zonder aardingsvoorziening. Zulke, vaak oudere, toestellen zijn niet toegelaten in huishoudelijke installaties.
⚠️ Het risico
Raakt de isolatie van zo'n toestel beschadigd, dan kan de behuizing onder spanning komen te staan zonder dat de aarding kan ingrijpen, met een reëel risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Neem het betrokken toestel buiten gebruik en vervang het door een recent toestel met aarding of met dubbele isolatie; dat kunt u zelf doen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 2.4.3. · 4.2.4.3. · L3: 2.4.3.
724 In huishoudelijke installaties, zijn de schakel- en verdeelborden gemakkelijk bereikbaar zonder speciale middelen. ▼
💡 Concreet
Dit punt betekent dat de schakel- en verdeelborden in een huishoudelijke installatie gemakkelijk bereikbaar moeten zijn zonder speciale middelen; bij de keuring was dat niet het geval, bijvoorbeeld omdat het bord versperd of moeilijk te bereiken was.
⚠️ Het risico
Als het verdeelbord niet vlot bereikbaar is, kunt u in een noodgeval de stroom niet snel uitschakelen en wordt elk onderhoud of elke controle bemoeilijkt.
🔧 Hoe herstellen
Maak de toegang tot het bord vrij — dat kunt u zelf doen — of laat een elektricien het bord verplaatsen als de opstelling zelf het probleem is. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 6.4.6.4.
725 De contactdozen voorzien van een aardingscontact moeten verbonden worden via de beschermingsgeleider met de algemene aardingsinstallatie. ▼
💡 Concreet
Dit punt betekent dat contactdozen met een aardingscontact via de beschermingsgeleider verbonden moeten zijn met de algemene aardingsinstallatie; bij de keuring was dat niet of niet overal het geval.
⚠️ Het risico
Een stopcontact met een aardingscontact dat niet echt geaard is, geeft een vals gevoel van veiligheid: bij een defect toestel kan de foutstroom niet worden afgevoerd en riskeert u een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken contactdozen via de beschermingsgeleider aansluiten op de algemene aardingsinstallatie. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 1.4.2.1. · 1.4.2.2. · 5.1.3.1. · L3 : 1.4.2.1. · 1.4.2.2. · 5.1.3.1.
722 De verbindingen dienen verwezenlijkt te worden in borden, verbindings- of aftakdozen, aan de klemmen van schakelaars, contactdozen of verlichtingsarmaturen. ▼
💡 Concreet
Dit punt betekent dat elektrische verbindingen enkel gemaakt mogen worden in borden, verbindings- of aftakdozen, of aan de klemmen van schakelaars, contactdozen of verlichtingsarmaturen. De inspecteur stelde verbindingen vast die daarbuiten gemaakt zijn, bijvoorbeeld losse aftakkingen zonder doos.
⚠️ Het risico
Verbindingen buiten een doos of bord kunnen loskomen, oververhitten en brand veroorzaken, en delen onder spanning kunnen aanraakbaar blijven.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze verbindingen herwerken in geschikte verbindings- of aftakdozen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 2.6.3. · 4.2.3.3. · L3: 2.6.3. · 4.2.3.3.
710 Opbouw schakelaars en stopcontacten is niet toegelaten op brandbaar ondergrond. ▼
💡 Concreet
Dit punt betekent dat opbouwschakelaars en -stopcontacten niet rechtstreeks op een brandbare ondergrond gemonteerd mogen worden; bij de keuring was dat wel het geval.
⚠️ Het risico
Bij een slecht contact of een defect kan het materiaal opwarmen of vonken, waardoor de brandbare ondergrond vuur kan vatten.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het materiaal monteren op een onbrandbare tussenplaat of vervangen door materiaal dat geschikt is voor die ondergrond. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.2
721 Bepaalde stopcontacten zijn beschadigd en/of zijn niet degelijk bevestigd. ▼
💡 Concreet
Bepaalde stopcontacten van de installatie zijn beschadigd of zitten niet meer degelijk vast. Een stopcontact moet intact en stevig bevestigd zijn om veilig te blijven bij gebruik.
⚠️ Het risico
Een beschadigd stopcontact kan delen onder spanning blootgeven, en een loszittend stopcontact trekt bij elk gebruik aan de draden: risico op een elektrische schok, opwarming en op termijn brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat de beschadigde stopcontacten vervangen en de loszittende opnieuw bevestigen, bij voorkeur door een elektricien. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 1.4.2.1.
722 De verbindingen dienen verwezenlijkt te worden in borden, verbindings- of aftakdozen, aan de klemmen van schakelaars, contactdozen of verlichtingsarmaturen. ▼
💡 Concreet
Er werden elektrische verbindingen gemaakt buiten de voorziene plaatsen. Verbindingen horen thuis in borden, verbindings- of aftakdozen, of aan de klemmen van schakelaars, contactdozen of verlichtingsarmaturen — niet los in een muur, een holte of achter een meubel.
⚠️ Het risico
Een verbinding buiten een doos kan loskomen, opwarmen en brand veroorzaken, en delen onder spanning kunnen aanraakbaar blijven.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien deze verbindingen herwerken in geschikte verbindings- of aftakdozen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.6.1.
723 Hoogte wandcontactdozen niet gerespecteerd, as derhulzen bij droge lokalen =min. 15cm, bij vochtige lokalen =min. 25cm. ▼
💡 Concreet
Bepaalde wandcontactdozen zijn te laag geplaatst. De as van de contactbussen moet zich minstens 15 cm boven de vloer bevinden in droge lokalen en minstens 25 cm in vochtige lokalen.
⚠️ Het risico
Een stopcontact dat te dicht bij de vloer zit, kan in contact komen met schoonmaakwater, een lek of wateroverlast, met risico op kortsluiting of een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken wandcontactdozen hoger plaatsen tot op de vereiste hoogte. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.2.
724 In huishoudelijke installaties, zijn de schakel- en verdeelborden gemakkelijk bereikbaar zonder speciale middelen. ▼
💡 Concreet
Het schakel- en verdeelbord was op het moment van de keuring niet gemakkelijk bereikbaar. In een woning moet u er zonder speciale middelen bij kunnen: zonder ladder, zonder onvindbare sleutel en zonder zware voorwerpen te moeten verplaatsen.
⚠️ Het risico
Als het verdeelbord niet bereikbaar is, kunt u in een noodgeval (brand, elektrocutie, waterschade) de stroom niet snel uitschakelen en verloopt elke tussenkomst op de installatie moeizaam.
🔧 Hoe herstellen
Maak de toegang tot het bord vrij — dat kunt u zelf doen — of laat het bord door een elektricien verplaatsen als de opstelling zelf het probleem is. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.1.c.
725 De contactdozen voorzien van een aardingscontact moeten verbonden worden via de beschermingsgeleider met de algemene aardingsinstallatie. ▼
💡 Concreet
De inspecteur heeft vastgesteld dat contactdozen met een aardingscontact niet effectief met de aarding verbonden zijn. De beschermingsgeleider (groen-gele draad) ontbreekt, is onderbroken of niet aangesloten, terwijl elke contactdoos met aardingscontact via die geleider op de algemene aardingsinstallatie aangesloten moet zijn.
⚠️ Het risico
Zonder aarding kan bij een defect toestel de metalen behuizing onder spanning komen te staan zonder dat de beveiliging uitschakelt: wie het toestel aanraakt, riskeert elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de beschermingsgeleider van deze contactdozen door een elektricien op de algemene aardingsinstallatie aansluiten. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.3.5.2.b.
726 Penautomaten en zekeringen mogen niet onderling uitwisselbaar zijn. De houders van smeltveiligheden en automaten zijn niet voorzien van kalibreerelementen. ▼
💡 Concreet
In uw verdeelbord zijn de houders van de smeltveiligheden of automaten niet voorzien van kalibreerelementen. Die kleine onderdelen verhinderen dat men per vergissing een zekering of penautomaat met een te hoog kaliber plaatst: zonder kalibreerelementen blijven beveiligingen van verschillende kalibers onderling uitwisselbaar, wat niet toegelaten is.
⚠️ Het risico
Wordt ooit een te zware zekering geplaatst, dan is de bedrading niet meer correct beveiligd tegen overbelasting: de geleiders kunnen oververhitten en brand veroorzaken zonder dat de beveiliging ingrijpt.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de juiste kalibreerelementen plaatsen, afgestemd op het voorziene kaliber van elk circuit, of laat de betrokken houders vervangen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.a.
727 De circuit(s) met verlichting moet(en) worden uitgevoerd met geleiders die een minimale doorsnede hebben van 1,5 mm². ▼
💡 Concreet
De inspecteur heeft vastgesteld dat een of meer circuits met verlichting bedraad zijn met te dunne draden: voor die geleiders geldt een minimale doorsnede van 1,5 mm², en aan dat minimum was op het moment van de keuring niet voldaan.
⚠️ Het risico
Te dunne geleiders warmen sterker op dan voorzien wanneer er stroom doorheen vloeit, waardoor de isolatie op termijn beschadigd kan raken en er brand kan ontstaan.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken bedrading door een elektricien vervangen door geleiders van minstens 1,5 mm². Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
Kritische installatie (8)
1200 De kritische installatie is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
Een kritische installatie is een deel van de elektrische installatie dat moet blijven werken, omdat een onverwachte uitval personen in gevaar kan brengen. De inspecteur stelde vast dat deze installatie niet is uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap die het AREI (Boek 1, afdeling 5.6) oplegt.
⚠️ Het risico
Een slecht uitgevoerde kritische installatie dreigt haar rol niet te vervullen op het moment dat ze het hardst nodig is, met een reëel gevaar voor de betrokken personen.
🔧 Hoe herstellen
Laat de kritische installatie in orde brengen door een elektricien, bij voorkeur met ervaring in dit soort installaties. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.6.
1201 De risicoanalyse van de kritische installaties is onvolledig (bepaling van de kritische bronnen, het functiebehoud van elke kritische installatie, eventuele storingsmeldingen,…). ▼
💡 Concreet
Het AREI vereist een risicoanalyse van de kritische installaties: die moet onder meer de kritische bronnen bepalen, het functiebehoud van elke kritische installatie beschrijven en de storingsmeldingen regelen. Het document dat bij de keuring werd voorgelegd, dekte niet al deze punten.
⚠️ Het risico
Zolang de risicoanalyse onvolledig is, is er geen zekerheid dat alle storingsscenario's zijn afgedekt en kan de inspecteur de installatie niet volledig valideren: het verslag blijft niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat de risicoanalyse vervolledigen, zo nodig met hulp van uw elektricien of de ontwerper van de installatie, en leg het volledige document voor bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 5.6.1.
1202 De risicoanalyse van de kritische installaties is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
Het AREI eist dat er voor de kritische installaties een risicoanalyse wordt opgesteld: welke kritische bronnen er zijn, hoe het functiebehoud verzekerd wordt en hoe storingen gemeld worden. Bij de keuring kon geen enkel document van die aard worden voorgelegd.
⚠️ Het risico
Zonder risicoanalyse valt niet na te gaan of de kritische installatie zich bij een incident correct zal gedragen; de installatie kan dus niet gevalideerd worden en het verslag blijft niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze risicoanalyse opstellen, zo nodig met hulp van uw elektricien of een studiebureau, en leg ze voor bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 5.6.1.
1203 De bescherming tegen kortsluiting in de kritische stroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
De kritische stroombanen moeten volgens de regels van goed vakmanschap beschermd zijn tegen kortsluiting (AREI, Boek 1, afdeling 5.6.2.4). De inspecteur stelde vast dat de aanwezige bescherming niet aan die eisen voldoet.
⚠️ Het risico
Bij een kortsluiting kan een ongeschikte bescherming de geleiders sterk laten opwarmen, met brandgevaar, of net de kritische installatie onnodig uitschakelen op het moment dat ze moet werken.
🔧 Hoe herstellen
Laat de beveiligingen van de kritische stroombanen aanpassen door een elektricien. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.6.2.4.c
1204 De bescherming tegen overbelasting in de kritische stroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
De kritische stroombanen moeten volgens de regels van goed vakmanschap beschermd zijn tegen overbelasting (AREI, Boek 1, afdeling 5.6.2.4). De bescherming die bij de keuring werd vastgesteld, voldoet niet aan die eisen.
⚠️ Het risico
Een niet-beheerste overbelasting doet de geleiders opwarmen, wat de installatie kan beschadigen en brand kan veroorzaken; een verkeerd gekozen bescherming kan de kritische installatie ook uitschakelen terwijl ze net moet blijven werken.
🔧 Hoe herstellen
Laat de bescherming tegen overbelasting van de kritische stroombanen herbekijken door een elektricien. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.6.2.4. $b.
1205 De bescherming tegen aardfouten in de kritische stroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
De kritische stroombanen moeten volgens de regels van goed vakmanschap ook beschermd zijn tegen aardfouten, dat wil zeggen lekstromen naar de aarde of naar metalen delen (AREI, Boek 1, afdeling 5.6.2.4). De vastgestelde bescherming voldoet niet aan die eisen.
⚠️ Het risico
Een slecht gedetecteerde aardfout kan elektrocutie veroorzaken of tot opwarming en brand leiden; een ongeschikte bescherming kan de kritische installatie ook ongewild buiten dienst zetten.
🔧 Hoe herstellen
Laat de bescherming tegen aardfouten van de kritische stroombanen aanpassen door een elektricien. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.6.2.4.d.
1206 Het functiebehoud van een kritische verbruiker mag niet door een eerste aardfout in de kritische eindstroombaan beïnvloed worden (niet van toepassing voor de elektrische installaties in wooneenheden). ▼
💡 Concreet
Voor kritische installaties (deze regel geldt niet voor wooneenheden) eist het AREI dat een eerste aardfout in de kritische eindstroombaan het functiebehoud van de kritische verbruiker niet in het gedrang brengt: het toestel moet blijven werken. De inspecteur stelde vast dat dit in uw installatie niet gegarandeerd is.
⚠️ Het risico
Eén enkele isolatiefout zou dan een kritische verbruiker kunnen uitschakelen, net op het moment dat die nodig is voor de veiligheid van personen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de voeding en de beveiliging van de betrokken kritische stroombaan herbekijken zodat het vereiste functiebehoud gegarandeerd is. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.7.5.a.
1207 Alle onderdelen van de kritische installaties moeten geïdentificeerd worden aan de hand van de nodige markeringen (vb. "Kritische installatie niet uitschakelen"). ▼
💡 Concreet
De onderdelen van de kritische installaties (borden, automaten, bekabeling…) moeten duidelijke markeringen dragen, bijvoorbeeld "Kritische installatie – niet uitschakelen". Bij de keuring ontbraken die markeringen of waren ze onvolledig.
⚠️ Het risico
Zonder markering kan iemand die aan de installatie werkt onbewust een kritische stroombaan uitschakelen, waardoor een veiligheidsvoorziening buiten dienst raakt zonder dat iemand het merkt.
🔧 Hoe herstellen
Breng de nodige markeringen aan op alle betrokken onderdelen — dat kunt u zelf doen of aan uw elektricien overlaten. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme heft de inbreuk daarna op.
📖 AREI L1: 5.5.8.
Metingen en tests (14)
304 De waarde van de isolatieweerstand, gemeten onder de testspanningen, moet voor elke kring, waarbij de verbruikstoestellen afgekoppeld zijn, minstens gelijk zijn aan 1000 maal de waarde in V van de testspanning (minimum 0,5MΩ bij een testspanning van 500V). ▼
💡 Concreet
De inspecteur heeft de isolatieweerstand van uw kringen gemeten: die geeft aan of de kabels de stroom binnenhouden zonder lek. Voor minstens één kring lag de gemeten waarde (met afgekoppelde verbruikstoestellen) onder het vereiste minimum van 1000 maal de testspanning in volt, dus minstens 0,5 MΩ bij een testspanning van 500 V. Dat wijst op verzwakte isolatie, bijvoorbeeld door vocht, veroudering of beschadiging van de bekabeling.
⚠️ Het risico
Onvoldoende isolatie laat lekstroom door: dat kan leiden tot ongewenste uitschakelingen, elektrocutiegevaar bij aanraking en op termijn oververhitting met brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken kring opsporen en de oorzaak verhelpen (beschadigde kabel, vocht, slechte verbinding), en het foutieve gedeelte herstellen of vervangen. Na de herstelling is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 6.4.5.1.
301 De waarde van spreidingsweerstand van de aarding dient kleiner te zijn dan 30 Ohm. ▼
💡 Concreet
De aarding voert een foutstroom af naar de grond. De inspecteur heeft de spreidingsweerstand van uw aarding gemeten: de waarde ligt boven 30 Ohm, terwijl een aarding met een spreidingsweerstand kleiner dan 30 Ohm gevraagd wordt. Hoe lager die weerstand, hoe beter foutstromen worden afgevoerd.
⚠️ Het risico
Bij een te hoge spreidingsweerstand wordt een foutstroom slecht afgevoerd en kunnen de beveiligingen te traag reageren: metalen onderdelen van toestellen kunnen dan onder spanning blijven staan, met elektrocutiegevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat de aarding verbeteren door een elektricien (bijkomende of diepere aardingspen, aardingslus) tot een waarde kleiner dan 30 Ohm. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2 · 5.4.2.1
301a De spreidingsweerstand van de aarding van een huishoudelijke elektrische installatie moet lager zijn dan 100Ω. Indien de spreidingsweerstand van de aarding hoger is dan 30Ω, moeten bijkomende differentieelschakelaars voorzien worden: 1 x max. 30mA voor het geheel van de verlichtingskringen, 1 x max. 30mA voor elke andere kring of groep van kringen met maximaal 16 enkelvoudige of meervoudige contactdozen, 1 x max. 100mA voor de kringen van elektrische fornuizen, koelkasten en diepvriezers. Het is aanbevolen een aarding te voorzien met een spreidingsweerstand lager dan 30Ω. ▼
💡 Concreet
Bij een huishoudelijke installatie moet de spreidingsweerstand van de aarding lager blijven dan 100 Ω. Ligt ze boven 30 Ω, dan zijn bijkomende gevoelige differentieelschakelaars verplicht: max. 30 mA voor het geheel van de verlichtingskringen, max. 30 mA per kring of groep van kringen met maximaal 16 contactdozen, en max. 100 mA voor de kringen van fornuis, koelkast en diepvriezer. Aan deze eis was op het moment van de keuring niet voldaan.
⚠️ Het risico
Zonder die gevoelige differentieelschakelaars wordt een foutstroom mogelijk niet snel genoeg onderbroken ondanks de te zwakke aarding: elektrocutiegevaar bij aanraking van een defect toestel.
🔧 Hoe herstellen
Twee oplossingen, uit te voeren door een elektricien: de aarding verbeteren tot onder 30 Ω (aanbevolen), of de vereiste bijkomende differentieelschakelaars in het bord plaatsen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.4
302 De meting van de spreidingsweerstand kon niet uitgevoerd worden wegens een vastgestelde continuïteit tussen de klemmen van de scheidingsschakelaar in open stand. ▼
💡 Concreet
Om de aarding te meten, opent de inspecteur de scheidingsschakelaar zodat de aarding losgekoppeld wordt van de rest van de installatie. Hier bleef er continuïteit bestaan tussen de klemmen van de scheidingsschakelaar, zelfs in open stand — een teken van een ongewenste verbinding, bijvoorbeeld een tweede aardaansluiting — waardoor de meting van de spreidingsweerstand niet kon worden uitgevoerd.
⚠️ Het risico
Zolang die meting onmogelijk is, kan de werkelijke kwaliteit van uw aarding niet worden gecontroleerd: dit punt van het verslag blijft niet conform en een eventueel aardingsprobleem zou onopgemerkt blijven.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de ongewenste verbinding opsporen en verwijderen, zodat de scheidingsschakelaar de aarding echt kan loskoppelen. De meting kan dan gebeuren bij de herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 1.4
303 De continuïteit van de beschermingsgeleider(s) naar de aarde dient verzekerd te worden. ▼
💡 Concreet
De beschermingsgeleiders (aardingsdraden) en de equipotentiale verbindingen moeten een ononderbroken elektrisch pad vormen tot aan de aarde. Uit de metingen blijkt dat de continuïteit van de beschermingsgeleider(s) naar de aarde op één of meerdere plaatsen niet verzekerd is.
⚠️ Het risico
Bij een fout kan de metalen behuizing van een toestel of een leiding onder spanning komen te staan zonder dat de beveiliging de stroom onderbreekt: elektrocutiegevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de onderbreking opsporen (losse verbinding, ontbrekende of gebroken draad) en de continuïteit naar de aarde herstellen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.3.2 , 4.2.4.3
306 Eén of meerdere differentieelschakelaars werken niet met de testknop en/of door stroominjectie. ▼
💡 Concreet
Een differentieelschakelaar moet uitschakelen wanneer men op de testknop drukt en wanneer tijdens de keuring een kleine lekstroom wordt geïnjecteerd. Eén of meerdere differentieelschakelaars van uw installatie schakelden bij minstens één van deze tests niet uit.
⚠️ Het risico
Een differentieelschakelaar die bij de test niet uitschakelt, zal wellicht ook een echte lekstroom niet onderbreken: de bescherming tegen elektrocutie, en tegen bepaalde brandrisico's, is dan niet meer gewaarborgd.
🔧 Hoe herstellen
Laat de defecte differentieelschakelaar(s) vervangen door een elektricien. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 6.5.5 · 6.5.7.2
307 Eén of meerdere differentieelstroominrichtingen werken niet met testknop en/of stroominjectie. ▼
💡 Concreet
Tijdens de keuring werd een abnormale spanning gemeten tussen de klemmen van de scheidingsschakelaar terwijl die in open stand stond. Normaal mag daar geen spanning aanwezig zijn: deze meting wijst op een afwijking in de installatie, bijvoorbeeld een lekstroom of een bedradingsfout.
⚠️ Het risico
Die abnormale spanning wijst op een onderliggend defect — er kan voortdurend een foutstroom vloeien, met elektrocutiegevaar — en ze verhindert een correcte controle van de installatie: dit punt van het verslag blijft niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de oorzaak van deze spanning opsporen (isolatiefout, verkeerde aansluiting) en het probleem verhelpen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 1.4
305 De beschermingsgeleider (PE) over de hele installatie verdelen. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde vast dat de beschermingsgeleider (PE, de aardingsdraad) niet overal in de installatie aanwezig is: sommige kringen of gebruikspunten hebben er geen, terwijl hij over de hele installatie verdeeld moet zijn.
⚠️ Het risico
Zonder aardingsdraad kan een toestel met metalen behuizing niet geaard worden: bij een defect kan de behuizing onder spanning blijven staan, met elektrocutiegevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat de bekabeling aanvullen door een elektricien zodat de beschermingsgeleider in alle kringen aanwezig is. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt daarna de conformiteit.
📖 AREI L1: 4.2.4.3. · 5.4.3.6. · L3: 5.4.3.6.
306a De werking van de differentieelschakelaar via de eigen testknop is niet in orde. ▼
💡 Concreet
Elke differentieelschakelaar heeft een eigen testknop die het toestel onmiddellijk moet doen uitschakelen. Tijdens de keuring werkte de test via die eigen testknop niet bij het betrokken toestel.
⚠️ Het risico
Een differentieelschakelaar die via zijn testknop niet meer uitschakelt, is waarschijnlijk defect: hij dreigt ook een echte lekstroom niet te onderbreken, waardoor de bescherming tegen elektrocutie in het gedrang komt.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze differentieelschakelaar nakijken en zo nodig vervangen door een elektricien. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 6.5.7.2.
307 Eén of meerdere differentieelstroominrichtingen werken niet met testknop en/of stroominjectie. ▼
💡 Concreet
Tijdens de keuring schakelden één of meerdere differentieelstroominrichtingen niet uit via de testknop en/of bij de injectie van een kleine lekstroom door de inspecteur. Een goed werkend toestel moet in beide gevallen onmiddellijk uitschakelen.
⚠️ Het risico
Een differentieelstroominrichting die niet reageert op de tests, zal wellicht ook een echte lekstroom niet onderbreken: de bescherming van personen tegen elektrocutie is niet meer gegarandeerd.
🔧 Hoe herstellen
Laat de defecte differentieelstroominrichting(en) vervangen door een elektricien. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 6.5.7.2.
308 De spreidingsweerstand van de aardverbinding is groter dan 30Ω, maar de aanvullende differentieelstroominrichtingen zijn niet voorzien: 1 x max. 30mA voor het geheel van verlichtingsstroombanen, 1 x max. 30mA voor elke andere stroombaan of groep van stroombanen die ten hoogste 16 enkel- of meervoudige contactdozen bevat, 1 x max. 100mA voor de stroombanen van elektrisch kookfornuis, koelkast en diepvriezer. Het is aangeraden om een aardverbinding te voorzien met spreidingsweerstand kleiner dan 30Ω. ▼
💡 Concreet
De spreidingsweerstand van uw aardverbinding is groter dan 30 Ω. In dat geval zijn aanvullende gevoelige differentieelstroominrichtingen verplicht: max. 30 mA voor het geheel van de verlichtingsstroombanen, max. 30 mA per stroombaan of groep van stroombanen met ten hoogste 16 contactdozen, en max. 100 mA voor de stroombanen van elektrisch kookfornuis, koelkast en diepvriezer. Die aanvullende beveiligingen waren bij de keuring niet aanwezig.
⚠️ Het risico
Met een te zwakke aardverbinding en zonder die gevoelige differentieelstroominrichtingen wordt een foutstroom mogelijk niet snel genoeg onderbroken: elektrocutiegevaar bij aanraking van een defect toestel.
🔧 Hoe herstellen
Laat de vereiste aanvullende differentieelstroominrichtingen plaatsen door een elektricien, of — aangeraden — laat de aardverbinding verbeteren tot een spreidingsweerstand kleiner dan 30 Ω. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.4.3.b.
309 De meetwaarde van de spreidingsweerstand van de gemeenschappelijke aardverbinding heeft een spreidingsweerstand groter dan 30Ω. ▼
💡 Concreet
De gemeenschappelijke aardverbinding van het gebouw, gedeeld door meerdere installaties, heeft een gemeten spreidingsweerstand groter dan 30 Ω, boven de verwachte waarde.
⚠️ Het risico
Een te zwakke gemeenschappelijke aardverbinding voert foutstromen slecht af voor alle aangesloten woningen: de beveiligingen kunnen te traag reageren, met elektrocutiegevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat de gemeenschappelijke aardverbinding verbeteren door een elektricien (bijkomende aardingspennen, aardingslus); omdat het om een gemeenschappelijk deel gaat, verloopt dit meestal via de syndicus of de mede-eigenaars. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.4.3.b
310 De meetwaarde van de spreidingsweerstand Ra van de aardverbinding komt niet overeen met de gevoeligheid van de geplaatste differentieelschakelaar. ▼
💡 Concreet
De bescherming tegen elektrocutie steunt op het duo aardverbinding + differentieelschakelaar: hoe hoger de spreidingsweerstand Ra van de aarding, hoe gevoeliger de differentieelschakelaar moet zijn om een fout tijdig te onderbreken. De bij u gemeten waarde Ra komt niet overeen met de gevoeligheid van de geplaatste differentieelschakelaar.
⚠️ Het risico
Met deze combinatie kan bij een fout een gevaarlijke spanning op metalen delen blijven staan zonder dat de differentieelschakelaar uitschakelt: elektrocutiegevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een differentieelschakelaar plaatsen waarvan de gevoeligheid past bij de gemeten aardingswaarde, of laat de aardverbinding verbeteren. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.4.4.d.
311 De controle van de foutlussen en de juiste aansluiting van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen via de opwekking van een foutstroom voldoet niet. ▼
💡 Concreet
Tijdens de keuring wekt de inspecteur een kleine foutstroom op om de foutlussen — het pad dat een lekstroom zou volgen — en de juiste aansluiting van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen te controleren. Deze test gaf bij uw installatie geen conform resultaat.
⚠️ Het risico
Als een foutlus of de aansluiting van een differentieelstroombeschermingsinrichting niet correct is, wordt een echte lekstroom mogelijk niet gedetecteerd of onderbroken: elektrocutiegevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aansluiting van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen en de continuïteit van de foutlussen nakijken en de bedrading corrigeren. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 6.5.7.2.b.4
Brandbeveiliging (9)
Opbouw Opbouw schakelaars en stopcontacten zonder onderlegplaatje is niet toegelaten. ▼
💡 Concreet
Er zijn opbouwschakelaars en -stopcontacten geplaatst zonder onderlegplaatje tussen het toestel en de ondergrond. Het AREI (Boek 1, 5.3.1.3) vereist dat plaatje: het sluit de achterzijde van het toestel af en scheidt het van de wand.
⚠️ Het risico
Zonder onderlegplaatje kan warmte of een vonk aan de aansluitingen rechtstreeks de ondergrond bereiken, die vaak brandbaar is, met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat achter elke betrokken opbouwschakelaar en elk stopcontact een onderlegplaatje of geschikte montageplaat aanbrengen, bij voorkeur door een elektricien. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.1.3
902 Een overbelastingsbeveiliging voorzien aan de secundaire zijde van de transformator. ▼
💡 Concreet
Bij de controle bleek dat er geen overbelastingsbeveiliging (automaat of smeltzekeringen) aanwezig is aan de secundaire zijde van de transformator, dus op de kring die hij voedt. Het AREI vereist die beveiliging.
⚠️ Het risico
Bij overbelasting kunnen de transformator en de gevoede geleiders sterk opwarmen zonder dat iets de stroom onderbreekt, met risico op brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een correct gedimensioneerde overbelastingsbeveiliging plaatsen aan de secundaire zijde van de transformator. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1. · 4.4.4.1. · L3: 4.4.1.1. · 4.4.5.1.
903 De warmteafvoer van de transformator bij normaal bedrijf wordt belemmerd door een te hoge omgevingstemperatuur wegens onvoldoende verluchting; de transformator verplaatsen of de verluchting van de ruimte verbeteren. ▼
💡 Concreet
De transformator staat in een ruimte met onvoldoende verluchting: de omgevingstemperatuur is er te hoog, waardoor de warmte die het toestel bij normaal bedrijf produceert niet goed wordt afgevoerd.
⚠️ Het risico
Een transformator die zijn warmte niet kwijt kan, raakt oververhit: de isolatie veroudert sneller, met kans op defecten en zelfs brand.
🔧 Hoe herstellen
Verbeter de verluchting van de ruimte of laat de transformator verplaatsen naar een beter verluchte plaats, bij voorkeur door een elektricien. Laat de installatie nadien herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 5.1.1.2 · 5.3.6.2. · L3: 5.1.1.2. · 5.3.6.1.
904 Het toestel geplaatst in de nabijheid van brandbare materialen verplaatsen; brandgevaar. ▼
💡 Concreet
Een elektrisch toestel is opgesteld vlak bij brandbare materialen (bijvoorbeeld hout, papier, kunststof of textiel), wat het AREI niet toelaat.
⚠️ Het risico
De warmte van het toestel of een vonk kan die materialen doen ontbranden: er is rechtstreeks brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Verplaats het toestel weg van de brandbare materialen, of verwijder die materialen uit de buurt. Moet het toestel verplaatst of opnieuw bevestigd worden, doe dan bij voorkeur een beroep op een elektricien en laat de installatie nadien herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 4.3.3.5. · L3: 4.3.3.5.
901 De toestellen zonder bodem bevestigen op montageplaten of geschikte rozetten (schakelaars, contactdozen, verlichtingsarmaturen, …). ▼
💡 Concreet
Bepaalde toestellen zonder gesloten bodem (schakelaars, contactdozen, verlichtingsarmaturen…) zijn rechtstreeks op de ondergrond bevestigd, zonder montageplaat of geschikte rozet. De elektrische aansluitingen staan zo in rechtstreeks contact met de wand.
⚠️ Het risico
Warmte of een vonk aan de aansluitingen kan dan de ondergrond bereiken, die vaak brandbaar is, met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze toestellen op montageplaten of geschikte rozetten bevestigen, bij voorkeur door een elektricien. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.3.3.5. · 5.3.4.2. · 5.3.5.2. · L3: 4.3.3.5
951 De markering DC / AC en/of de markering "niet onder belasting schakelen" is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
Op uw fotovoltaïsche installatie ontbreken verplichte markeringen: de aanduiding van de delen op gelijkstroom (DC) en wisselstroom (AC) en/of de waarschuwing "niet onder belasting schakelen" op het betrokken toestel.
⚠️ Het risico
Zonder die markeringen kan iemand die aan de installatie werkt (elektricien, hulpdiensten) een gelijkstroomkring onder belasting openen, met kans op een gevaarlijke vlamboog die brandwonden en brand kan veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat de vereiste markeringen aanbrengen, bij voorkeur door uw installateur of een elektricien. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 2.3.1 · 7.112.2
953 De plaatsing van de omvormer respecteert niet de technische specificaties van de fabrikant (afstand tot de wanden, ontbreken van ventilatie, …). ▼
💡 Concreet
De omvormer van uw fotovoltaïsche installatie is niet geplaatst zoals de fabrikant voorschrijft: onvoldoende afstand tot de wanden, ontbrekende ventilatie, enzovoort.
⚠️ Het risico
Een omvormer die zijn warmte niet goed kwijt kan, kan oververhitten, vroegtijdig defect raken en in het slechtste geval brand veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat de omvormer door uw installateur of een elektricien herplaatsen volgens de handleiding (vrije afstanden, ventilatie) en laat de installatie nadien herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 7.102.8.2
952 De ENS-test (onderbreking van de injectie na 5 sec.) is niet geslaagd. ▼
💡 Concreet
De keurder heeft de ENS-test op uw fotovoltaïsche installatie uitgevoerd: valt het elektriciteitsnet weg, dan moet de omvormer de injectie binnen 5 seconden onderbreken. Tijdens de test gebeurde die automatische onderbreking niet correct.
⚠️ Het risico
Valt het net uit (panne, werken), dan zou uw installatie er stroom op blijven zetten: gevaarlijk voor de technici van de netbeheerder en voor uw eigen installatie.
🔧 Hoe herstellen
Laat uw installateur de omvormer nakijken en correct instellen — of indien nodig vervangen — en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 7.112
954 De stroomsterkte van de differentieelschakelaars, de overbruggingen en/of een begrenzer aanpassen in functie van de som van de injectie in de installatie. ▼
💡 Concreet
De stroom die in uw installatie wordt geïnjecteerd (bijvoorbeeld door zonnepanelen) komt bovenop de stroom uit het net. De keurder stelde vast dat de stroomsterkte van de differentieelschakelaars en/of de overbruggingen daar niet op berekend is, en dat er geen begrenzer is voorzien.
⚠️ Het risico
Die onderdelen kunnen dan meer stroom te verwerken krijgen dan ze aankunnen, opwarmen en op termijn brand veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de stroomsterkte van de differentieelschakelaars en de overbruggingen aanpassen, of een begrenzer plaatsen die rekening houdt met de som van de injectie. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.3
Schema's & administratief (26)
108 Eendraadsschema is niet aanwezig, is onvolledig of komt niet overeen met de installatie. ▼
💡 Concreet
Het eendraadsschema is het plan dat kring per kring de opbouw van uw elektrische installatie weergeeft: borden, differentieelschakelaars, automaten en bedrading. Bij de controle was dit document niet aanwezig, onvolledig of stemde het niet meer overeen met de werkelijke installatie, terwijl het AREI (Boek 1) vereist dat het beschikbaar en actueel is.
⚠️ Het risico
Zonder correct eendraadsschema kan de inspecteur uw installatie niet volledig nakijken: het verslag blijft niet conform zolang dit document niet wordt voorgelegd en met de werkelijkheid overeenstemt.
🔧 Hoe herstellen
Laat het eendraadsschema opstellen of bijwerken, zelf als u dat kunt, of door een elektricien. Leg het aangepaste schema daarna voor bij de hercontrole door een erkend organisme om de inbreuk te laten opheffen.
📖 AREI L1: 2.12 · 2.13 · 3.1.2.1 · 9.1.1 · 9.1.2
102 Situatieplan is niet aanwezig, is onvolledig of komt niet overeen met de installatie. ▼
💡 Concreet
Het situatieplan is een plattegrond van het gebouw waarop de plaats van de verdeelborden, contactdozen, schakelaars, lichtpunten en vaste toestellen staat aangeduid. Bij de controle was dit document niet aanwezig, onvolledig of stemde het niet overeen met de bestaande installatie, terwijl het deel uitmaakt van het verplichte dossier van uw installatie.
⚠️ Het risico
Zonder correct situatieplan kunnen niet alle onderdelen van de installatie teruggevonden en gecontroleerd worden: het verslag blijft niet conform zolang het document niet wordt voorgelegd en actueel is.
🔧 Hoe herstellen
Stel het situatieplan zelf op of vul het aan op basis van een plattegrond van het gebouw, of laat dit doen door een elektricien. Het aangepaste document wordt nagekeken bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 3.1.2. · 9.1.1. · 9.1.2.
104 Het (de) plan(nen) van de uitwendige invloeden is (zijn) op te stellen of aan te vullen. ▼
💡 Concreet
Voor bepaalde installaties, vooral niet-huishoudelijke, vraagt het AREI een plan van de uitwendige invloeden: een document dat aangeeft welke ruimten of zones aan bijzondere omstandigheden onderworpen zijn (vocht, stof, mechanische risico's, enz.), omdat het elektrisch materieel daaraan aangepast moet zijn. Dit plan was bij de controle niet aanwezig of onvolledig.
⚠️ Het risico
Zonder dit plan kan de inspecteur niet nagaan of het geplaatste materieel geschikt is voor zijn omgeving; het verslag blijft niet conform zolang het document niet is opgesteld of aangevuld.
🔧 Hoe herstellen
Laat het plan van de uitwendige invloeden opstellen of aanvullen, doorgaans met de hulp van een elektricien of een studiebureau dat het gebouw kent. Leg het daarna voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: ND 2.10 · 3.1.2.1
105 De lijst van de evacuatiewegen en de moeilijk evacueerbare ruimten ontbreekt. Indien deze niet aanwezig zijn in het gebouw moet dit bevestigd worden. ▼
💡 Concreet
Het dossier van de installatie moet de lijst van de evacuatiewegen en de moeilijk evacueerbare ruimten van het gebouw bevatten, omdat de elektrische kringen die zich daar bevinden aan bijzondere eisen moeten voldoen. Die lijst ontbrak bij de controle; als het gebouw geen dergelijke ruimten heeft, moet dat schriftelijk bevestigd worden.
⚠️ Het risico
Zolang deze lijst, of de bevestiging dat ze niet van toepassing is, niet wordt bezorgd, kan de inspecteur de betrokken kringen niet controleren en blijft het verslag niet conform.
🔧 Hoe herstellen
U kunt deze lijst zelf opstellen, eventueel samen met de beheerder van het gebouw, of schriftelijk bevestigen dat er geen dergelijke ruimten zijn. Bezorg het document daarna zodat het bij de hercontrole door een erkend organisme kan worden meegenomen.
📖 AREI L1: 3.1.2.1:a/b
104a Het zoneringsplan is op te stellen of te wijzigen (kenmerken van de zones, emissiebron, ventilatie, materiaalcategorieën, enz.). ▼
💡 Concreet
Het zoneringsplan beschrijft de zones waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan (gassen, dampen of stof): de kenmerken van de zones, de emissiebronnen, de ventilatie en de toegelaten materiaalcategorieën. Bij de controle was dit plan niet aanwezig of moest het worden aangepast.
⚠️ Het risico
Zonder correct zoneringsplan kan niet worden nagegaan of het elektrisch materieel in die zones daarvoor geschikt is, terwijl ongeschikt materieel er een ontstekingsbron kan vormen. Het verslag blijft niet conform zolang het plan niet is opgesteld of verbeterd.
🔧 Hoe herstellen
Laat het zoneringsplan opstellen of aanpassen door een bevoegd persoon, bijvoorbeeld een studiebureau of de uitbater die de producten en de lokalen kent, en leg het daarna voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: ND 3.1.2.4
106 De lijst van de kritische kringen en de veiligheidskringen is op te stellen of te bezorgen. ▼
💡 Concreet
Bepaalde installaties moeten beschikken over een lijst van de kritische kringen en de veiligheidskringen, dit zijn de kringen waarvan de werking essentieel is voor de veiligheid van personen of de continuïteit van de uitbating. Die lijst kon bij de controle niet worden voorgelegd.
⚠️ Het risico
Voor deze kringen gelden strengere eisen; zonder de lijst kan de inspecteur niet nagaan of die eisen nageleefd worden en blijft het verslag niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Stel deze lijst op of laat ze opstellen, zo nodig met de hulp van uw elektricien of de technisch verantwoordelijke van het gebouw, en bezorg ze met het oog op de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: ND 3.1.2.1
107 Het gelijkvormigheidsverslag en/of het verslag van de eerste controle bezorgen. ▼
💡 Concreet
Het gelijkvormigheidsverslag, of het verslag van de eerste controle, is het document dat werd opgemaakt bij de controle vóór de indienststelling van de installatie. Het kon tijdens het bezoek niet worden voorgelegd, terwijl het AREI oplegt deze verslagen te bewaren en ter beschikking te houden van het controleorganisme.
⚠️ Het risico
Zonder dit document kan de voorgeschiedenis van de installatie niet worden nagegaan: het gaat om een administratief punt, maar het verslag blijft niet conform zolang het niet in orde is.
🔧 Hoe herstellen
Zoek het verslag op in uw documenten of vraag een kopie aan het organisme dat de eerste controle uitvoerde of aan uw installateur; dat kunt u zelf doen. Leg het document daarna voor bij de hercontrole.
📖 AREI L1: 6.4.6.2
107a De laatste verslagen van de periodieke controle bezorgen. ▼
💡 Concreet
De verslagen van de vorige periodieke controles konden tijdens het bezoek niet worden voorgelegd. Het AREI vraagt dat deze documenten bewaard worden en ter beschikking blijven van het controleorganisme.
⚠️ Het risico
Zonder deze verslagen kan de opvolging van de installatie doorheen de tijd niet worden nagegaan: het huidige verslag blijft op dit administratieve punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Zoek de laatste verslagen van de periodieke controle op of vraag een kopie aan het organisme dat ze heeft opgemaakt; dat kunt u zelf doen. Leg ze daarna voor bij de hercontrole.
📖 AREI L1: 6.4.6.2
112 De aanwezigheid van een gemeenschappelijke aardverbinding en de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker is niet vermeld op het eendraadsschema en het situatieplan van een elektrische installatie die gebruik maakt van een gemeenschappelijke aardverbinding. ▼
💡 Concreet
Uw installatie maakt gebruik van een gemeenschappelijke aardverbinding, maar dat staat niet vermeld op het eendraadsschema en het situatieplan, en ook de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker is er niet op aangeduid. Die vermeldingen zijn nochtans verplicht.
⚠️ Het risico
Zonder die aanduiding kan men de gemeenschappelijke aardingsonderbreker bij metingen of werken niet snel terugvinden en kan de installatie niet volledig gecontroleerd worden; het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat het eendraadsschema en het situatieplan aanvullen met de gemeenschappelijke aardverbinding en de plaats van de aardingsonderbreker, zelf of door een elektricien, en leg de aangepaste schema's voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
108.1 De kenmerken van de elektrische leidingen zoals het type, doorsnede en het aantal geleiders worden niet vermeld of zijn onvolledig op het. ▼
💡 Concreet
Op het eendraadsschema moeten voor elke kring de kenmerken van de elektrische leidingen vermeld staan: het type, de doorsnede en het aantal geleiders. Die vermeldingen ontbraken of waren onvolledig bij de controle.
⚠️ Het risico
Zonder die gegevens kan de inspecteur niet nagaan of elke leiding correct beveiligd is door haar beschermingsinrichting; het verslag blijft niet conform zolang het schema niet is aangevuld.
🔧 Hoe herstellen
Vul het eendraadsschema aan met deze kenmerken, zelf of met de hulp van een elektricien, en leg het voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.a
108.2 De plaatsingswijze van de elektrische leidingen worden niet vermeld of zijn onvolledig op de eendraadsschema. ▼
💡 Concreet
Het eendraadsschema moet voor elke kring de plaatsingswijze van de elektrische leidingen (ingebouwd, in opbouw, in een buis, enz.) en het gebruikte kabeltype vermelden. Die informatie ontbrak of was onvolledig.
⚠️ Het risico
De plaatsingswijze bepaalt mee de gebruiksomstandigheden van de leidingen: zonder die vermelding kan de controle niet volledig zijn en blijft het verslag niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Vul het eendraadsschema aan met de plaatsingswijze van de leidingen en het kabeltype, zelf of via een elektricien, en leg het document voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.b
108.3 Het type en de kenmerken van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema. ▼
💡 Concreet
Het eendraadsschema moet voor elke differentieelstroombeschermingsinrichting (de differentieelschakelaar) het type en de kenmerken vermelden, zoals de gevoeligheid en de nominale stroom. Die vermeldingen ontbraken of waren onvolledig.
⚠️ Het risico
Zonder die gegevens kan op het schema niet worden nagegaan of de voorziene differentieelschakelaars geschikt zijn voor de installatie; het verslag blijft niet conform zolang het schema niet is aangevuld.
🔧 Hoe herstellen
Vul het eendraadsschema aan met het type en de kenmerken van elke differentieelschakelaar, zelf of met de hulp van een elektricien, en leg het voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.c
108.4 Het type en de kenmerken van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema. ▼
💡 Concreet
Het eendraadsschema moet het type en de kenmerken van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom (automaten of smeltzekeringen) van elke kring vermelden, bijvoorbeeld hun nominale stroom. Die vermeldingen ontbraken of waren onvolledig.
⚠️ Het risico
Zonder die gegevens kan op het schema niet worden nagegaan of elke kring correct beveiligd is tegen overbelasting en kortsluiting; het verslag blijft niet conform zolang het schema niet is aangevuld.
🔧 Hoe herstellen
Vul het eendraadsschema aan met het type en de kenmerken van elke beschermingsinrichting, zelf of met de hulp van een elektricien, en leg het voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.d
108.5 De schakelaars, verbindingsdozen, aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en/of vaste machines en toestellen worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema. ▼
💡 Concreet
Het eendraadsschema moet per kring de schakelaars, verbindingsdozen, aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en vaste machines en toestellen weergeven die erop aangesloten zijn. Sommige van die elementen ontbraken of waren onvolledig op het schema.
⚠️ Het risico
Met een onvolledig schema kan het verband tussen de kringen en wat ze voeden niet worden gelegd: de controle kan niet volledig zijn en het verslag blijft niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Vul het eendraadsschema aan met de ontbrekende elementen, zelf of met de hulp van een elektricien, en leg het voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.e
108.6 De bronnen (transformator, fotovoltaïsch paneel, omvormer, batterij,… ) worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema. ▼
💡 Concreet
Het eendraadsschema moet ook de bronnen van de installatie vermelden: transformator, fotovoltaïsche panelen, omvormer, batterij, enz. Die elementen ontbraken of waren onvolledig op het schema.
⚠️ Het risico
Zonder vermelding van de bronnen is niet duidelijk van waaruit de installatie gevoed kan worden, wat veilig werken bemoeilijkt en een volledige controle onmogelijk maakt; het verslag blijft niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Vul het eendraadsschema aan met alle aanwezige bronnen, zelf of met de hulp van een elektricien, en leg het voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.f
102.1 De schakel- en verdeelborden, schakelaars, verbindingsdozen, aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en/of vaste machines en toestellen worden niet vermeld of zijn onvolledig op het situatieplan. ▼
💡 Concreet
Het situatieplan moet de plaats in het gebouw aanduiden van de schakel- en verdeelborden, schakelaars, verbindingsdozen, aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en vaste machines en toestellen. Sommige van die elementen stonden er niet of onvolledig op.
⚠️ Het risico
Zonder volledig plan kunnen niet alle onderdelen van de installatie gelokaliseerd en gecontroleerd worden; het verslag blijft niet conform zolang het situatieplan niet is bijgewerkt.
🔧 Hoe herstellen
Vul het situatieplan aan met de ontbrekende elementen, zelf of met de hulp van een elektricien, en leg het voor bij de hercontrole door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.3.a
102.2 De bronnen (transformator, fotovoltaïsch paneel, omvormer, batterij,… ) worden niet vermeld of zijn onvolledig op het situatieplan. ▼
💡 Concreet
Het situatieplan is het grondplan van het gebouw dat aangeeft waar de elektrische onderdelen zich bevinden. Daarop moeten ook alle bronnen van de installatie vermeld staan: transformator, fotovoltaïsche panelen, omvormer, batterij, enzovoort. De inspecteur stelde vast dat die er niet of slechts gedeeltelijk op staan.
⚠️ Het risico
Zonder die vermelding is niet duidelijk vanwaar de installatie gevoed kan worden — bijvoorbeeld door panelen of een batterij die stroom blijven leveren — en kan het dossier niet gevalideerd worden: het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Vul het situatieplan aan met alle aanwezige bronnen, zelf of met hulp van uw installateur of elektricien, en leg de aangepaste schema's voor bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.3.b
109 Gegevens adres, eigenaar, installateur en/of handtekening(en) ontbreken of zijn onvolledig op de schema’s en plannen. ▼
💡 Concreet
Op de schema's en plannen van uw installatie moeten een aantal officiële gegevens staan: het adres van de installatie, de naam van de eigenaar en van de installateur, en de nodige handtekeningen. Een of meer van die gegevens ontbreken of zijn onvolledig.
⚠️ Het risico
Zonder die gegevens is niet aantoonbaar dat de schema's bij uw installatie horen; het dossier kan niet gevalideerd worden en het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
U kunt de ontbrekende gegevens zelf aanvullen en de schema's laten ondertekenen door de betrokkenen (eigenaar, installateur). De vervolledigde documenten worden nagekeken bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 6.3.7. · L1:6.4.4.
110 Elk oud deel van de elektrische installatie waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen voor 01.10.1981 en vermeld op een eendraadschema is niet aangeduid door een kader met de vermelding “oude installatie”. ▼
💡 Concreet
De delen van de installatie die vóór 1 oktober 1981 werden uitgevoerd, vallen onder oudere voorschriften. Ze moeten daarom op het eendraadschema afgebakend worden met een kader met de vermelding “oude installatie”. Dat kader ontbreekt op uw schema.
⚠️ Het risico
Zonder die afbakening is niet duidelijk welke regels op welk deel van de installatie van toepassing zijn; de installatie kan niet correct beoordeeld worden en het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Voeg op het eendraadschema een kader met de vermelding “oude installatie” toe rond de betrokken delen — zelf of via een elektricien — en leg het aangepaste schema voor bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.a
111 Niet elke elementaire stroombaan wordt met een hoofdletter aangeduid op het ééndraadsschema en verdeelbord. Niet elke lichtpunt, contactdoos en sturingseenheid is genummerd in volgorde, vertrekkende vanaf de beschermingsinrichting tegen overstroom van de elementaire stroombaan. ▼
💡 Concreet
Elke elementaire stroombaan (elk circuit) moet met een hoofdletter aangeduid worden op het ééndraadsschema én op het verdeelbord. Daarnaast moet elk lichtpunt, elke contactdoos en elke sturingseenheid in volgorde genummerd worden, vertrekkend vanaf de beschermingsinrichting tegen overstroom (automaat of zekering) van dat circuit. Die aanduiding ontbreekt of is onvolledig.
⚠️ Het risico
Zonder duidelijke aanduiding weet men niet welke automaat welk circuit voedt: dat bemoeilijkt en vertraagt elke tussenkomst (herstelling, afschakeling) en het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Vul de aanduiding aan — letters op het schema en op het verdeelbord, nummering van de punten — zelf of met hulp van een elektricien, en leg alles voor bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.
112 De aanwezigheid van een gemeenschappelijke aardverbinding en de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker is niet vermeld op het eendraadsschema en het situatieplan van een elektrische installatie die gebruik maakt van een gemeenschappelijke aardverbinding. ▼
💡 Concreet
Uw installatie maakt gebruik van een gemeenschappelijke aardverbinding, gedeeld met andere woningen of delen van het gebouw. In dat geval moeten de aanwezigheid ervan en de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker (het toestel waarmee de aarding losgekoppeld kan worden om ze te meten) vermeld staan op het eendraadsschema en op het situatieplan, wat hier niet het geval is.
⚠️ Het risico
Zonder die vermelding kan de aardverbinding bij een controle of tussenkomst niet gelokaliseerd of nagemeten worden; het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Vul beide schema's aan — zelf of via uw elektricien — met de vermelding van de gemeenschappelijke aardverbinding en de exacte plaats van de aardingsonderbreker, en leg ze voor bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 5.4.2.1. c.2.
113 De juiste symbolen werden niet gebruikt bij het opstellen van een eedraadsschema en het situatieplan van een huishoudelijke elektrische installatie ▼
💡 Concreet
Het eendraadsschema en het situatieplan van een huishoudelijke installatie moeten opgesteld worden met de geldende genormaliseerde symbolen, zodat elke vakman ze eenduidig kan lezen. De inspecteur stelde vast dat de gebruikte symbolen niet de juiste zijn.
⚠️ Het risico
Niet-genormaliseerde symbolen kunnen verkeerd geïnterpreteerd worden: de installatie kan niet met zekerheid gecontroleerd worden en het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Herteken de schema's met de juiste symbolen — dat kunt u zelf doen of aan een elektricien toevertrouwen — en leg ze voor bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.
114 Een van de volgende element ontbreken; De stroombaanschema's zijn onvolledig, De spanning en/of de aard van de stroom worden niet vermeld, Het aardverbindingssysteem, De te verwachten maximale kortsluitstromen (> 3kA) aan de oorsprong van de installatie en/of ter hoogte van elk schakel- en verdeelbord worden niet, De aard, de samenstelling en/of de kenmerken van de stroombanen worden niet vermeld. ▼
💡 Concreet
De documenten van uw installatie zijn onvolledig. Het kan gaan om onvolledige stroombaanschema's, het ontbreken van de spanning of de aard van de stroom, van het aardverbindingssysteem, van de te verwachten maximale kortsluitstromen wanneer die groter zijn dan 3 kA (aan de oorsprong van de installatie en aan elk schakel- en verdeelbord), of van de aard, de samenstelling en de kenmerken van de stroombanen. Minstens één van die elementen ontbreekt.
⚠️ Het risico
Zonder die gegevens kan niet nagegaan worden of de beveiligingen aangepast zijn aan de installatie; die kan niet gevalideerd worden en het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat de schema's en de ontbrekende gegevens aanvullen door uw elektricien of installateur, die over de nodige technische waarden beschikt, en leg het volledige dossier voor bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: B1:3.1.2.1. · L1:3.1.2.2.b.
115 De plannen van de veiligheidsinstallaties en/of de lijst hiervan ontbreken (indien deze aanwezig zijn), is onvolledig of komen niet overeen met de werkelijkheid. ▼
💡 Concreet
Als het gebouw veiligheidsinstallaties bevat (uitrusting die bij een incident moet blijven werken om personen te beschermen), dan moeten de plannen en de lijst ervan beschikbaar, volledig en in overeenstemming met de werkelijkheid zijn. Hier ontbreken die documenten, zijn ze onvolledig of kloppen ze niet meer met de werkelijke situatie.
⚠️ Het risico
Zonder actuele plannen en lijst kunnen die installaties niet geïdentificeerd of gecontroleerd worden, bij de keuring maar ook bij een tussenkomst; het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Verzamel of laat de plannen en de lijst van de veiligheidsinstallaties opmaken — uw installateur of elektricien kan daarbij helpen — en leg documenten voor die met de werkelijkheid overeenstemmen bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.a
116 De plannen van de kritische installaties en/of de lijst hiervan ontbreken (indien deze aanwezig zijn), is onvolledig of komen niet overeen met de werkelijkheid. ▼
💡 Concreet
Als het gebouw zogenaamde kritische installaties bevat (uitrusting waarvan een onverwachte uitval de werking van het gebouw of de activiteit verstoort), dan moeten de plannen en de lijst ervan bestaan, volledig zijn en overeenkomen met de werkelijkheid. Die documenten ontbreken, zijn onvolledig of kloppen niet met wat er geïnstalleerd is.
⚠️ Het risico
Zonder actuele plannen en lijst kunnen die installaties niet geïdentificeerd of correct gecontroleerd worden; het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Verzamel of laat de plannen en de lijst van de kritische installaties opmaken — uw installateur of elektricien kan daarbij helpen — en leg documenten voor die met de werkelijkheid overeenstemmen bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.a/b
117 Het stroombaanschema / principeschema ontbreekt, is onvolledig of komt niet overeen met de werkelijkheid. ▼
💡 Concreet
Het stroombaanschema (of principeschema) toont hoe de installatie is opgebouwd en hoe de stroombanen met elkaar verbonden zijn. De inspecteur stelde vast dat het ontbreekt, onvolledig is of niet overeenkomt met wat werkelijk geïnstalleerd is.
⚠️ Het risico
Zonder betrouwbaar schema kan de installatie niet volledig gecontroleerd worden en wordt elke latere tussenkomst moeilijker; het verslag blijft niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat het schema opmaken of bijwerken zodat het met de werkelijke installatie overeenstemt — uw elektricien of installateur is daarvoor het best geplaatst — en leg het voor bij de herkeuring door een erkend controleorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.b / 3.1.2.2.b.
Gemeenschappelijke delen (6)
800 De gemeenschappelijke aardingsonderbreker -enkel van toepassing vanaf 01 juni 2020- is niet geïnstalleerd volgens de geldende voorschriften en/of is niet vermeld op de ééndraadschema en het situatieplan. ▼
💡 Concreet
In een gebouw waar meerdere installaties een gemeenschappelijke aardverbinding delen, moet die aardverbinding uitgerust zijn met een gemeenschappelijke aardingsonderbreker: het onderdeel waarmee de aarding kan worden losgekoppeld om ze te meten. De inspecteur stelde vast dat deze aardingsonderbreker, verplicht voor deze installaties sinds 1 juni 2020, niet volgens de geldende voorschriften is geïnstalleerd en/of niet op het ééndraadschema en het situatieplan is vermeld.
⚠️ Het risico
Zonder correct geplaatste en gedocumenteerde aardingsonderbreker kan de aardverbinding niet afzonderlijk gemeten worden: een gebrek aan de aarding, die essentieel is voor de bescherming tegen elektrocutie, kan dan onopgemerkt blijven.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de gemeenschappelijke aardingsonderbreker plaatsen of in orde brengen, en laat het ééndraadschema en het situatieplan aanvullen. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig; de modaliteiten staan op uw verslag.
📖 AREI L1: 5.4.2.1.c.
801 Een gemeenschappelijke aardverbinding mag enkel toegepast worden voor elk (nieuw) appartementsgebouw, voor nieuwbouw van individuele huizen/appartementsgebouwen met gemeenschappelijke funderingen of voor verschillende individuele wooneenheden gelegen in een vakantiedorp of campingterrein voor zover deze wooneenheden behoren aan de eigenaar van het vakantiedorp of campingterrein. ▼
💡 Concreet
Uw installatie maakt gebruik van een gemeenschappelijke aardverbinding, terwijl het AREI dit enkel toelaat in welbepaalde gevallen: een (nieuw) appartementsgebouw, nieuwbouw met gemeenschappelijke funderingen, of individuele wooneenheden in een vakantiedorp of op een campingterrein die aan de eigenaar van het domein toebehoren. Buiten die situaties moet elke installatie een eigen aardverbinding hebben.
⚠️ Het risico
Een gedeelde aardverbinding buiten deze gevallen maakt uw aarding afhankelijk van een andere installatie: een gebrek of wijziging bij de buren kan uw bescherming tegen elektrocutie aantasten zonder dat u het merkt.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een eigen aardverbinding voor uw installatie aanleggen. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.2.1. c.1.
802 De gemeenschappelijke aardingsonderbreker -enkel van toepassing vanaf 01 juni 2020- is niet geïnstalleerd volgens de geldende voorschriften en/of is niet bereikbaar. ▼
💡 Concreet
De gemeenschappelijke aardingsonderbreker — het onderdeel waarmee de gemeenschappelijke aardverbinding kan worden losgekoppeld om ze te meten — is niet volgens de geldende voorschriften geïnstalleerd en/of is niet bereikbaar. Deze vereiste geldt voor deze installaties sinds 1 juni 2020.
⚠️ Het risico
Als de aardingsonderbreker slecht geplaatst of onbereikbaar is, kan de aarding niet correct gemeten of onderhouden worden: een gebrek aan de aardverbinding, die essentieel is voor de bescherming tegen elektrocutie, kan dan onopgemerkt blijven.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de gemeenschappelijke aardingsonderbreker conform plaatsen; gaat het enkel om de bereikbaarheid, dan kan het volstaan de toegang vrij te maken. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.4.1.c.2.
803 De gemeenschappelijke aardverbinding heeft een spreidingsweerstand groter dan 30 Ω. ▼
💡 Concreet
Bij de meting bleek de spreidingsweerstand van de gemeenschappelijke aardverbinding — een maat voor hoe vlot een foutstroom in de grond wordt afgevoerd — groter dan 30 Ω, het maximum dat voor een gemeenschappelijke aardverbinding is toegelaten.
⚠️ Het risico
Hoe hoger die weerstand, hoe slechter een foutstroom naar de aarde wordt afgevoerd: de beveiligingen kunnen dan te laat of helemaal niet reageren bij een gebrek, met gevaar voor elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat de aardverbinding verbeteren door een elektricien, bijvoorbeeld door bijkomende aardingspennen te plaatsen of de bestaande verbindingen te verbeteren. Daarna is een herkeuring met een nieuwe meting door een erkend keuringsorganisme nodig.
804 Het ééndraadsschema en het situatieplan van elke elektrische installatie, die gebruik maakt van een gemeenschappelijke aardverbinding, moeten de aanwezigheid van een gemeenschappelijke aardverbinding en de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker vermelden. ▼
💡 Concreet
Dit is een documentaire vereiste: wanneer een installatie gebruik maakt van een gemeenschappelijke aardverbinding, moeten het ééndraadsschema en het situatieplan dit vermelden, samen met de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker. Die vermelding ontbrak op de documenten die bij de keuring werden voorgelegd.
⚠️ Het risico
Zonder die vermelding stemmen de schema's niet overeen met de werkelijke installatie: de aardingsconfiguratie kan niet gecontroleerd of bij een interventie snel teruggevonden worden, en uw installatie blijft op dit punt niet-conform.
🔧 Hoe herstellen
Vul zelf het ééndraadsschema en het situatieplan aan (of laat dit doen door uw elektricien) met de gemeenschappelijke aardverbinding en de plaats van de aardingsonderbreker, en leg de bijgewerkte documenten voor bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 5.2.4.1.c.2.
805 De gemeenschappelijke aardingsonderbreker van een aardverbinding moet gemarkeerd worden: "Gemeenschappelijke aardverbinding + adressen van de betrokken installaties. ▼
💡 Concreet
De gemeenschappelijke aardingsonderbreker moet duidelijk gemarkeerd zijn met de vermelding "Gemeenschappelijke aardverbinding" gevolgd door de adressen van alle aangesloten installaties. Die markering ontbrak of was onvolledig bij de keuring.
⚠️ Het risico
Zonder die markering kan iemand de aarding loskoppelen zonder te beseffen dat meerdere woningen ervan afhangen, waardoor die installaties zonder doeltreffende bescherming tegen elektrocutie komen te staan.
🔧 Hoe herstellen
Breng zelf (of laat door een elektricien) een duurzaam etiket aan met de vermelding "Gemeenschappelijke aardverbinding" en de adressen van de betrokken installaties, en laat de correctie vaststellen bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 5.4.2.1.c.2.
Veiligheidsinstallatie (19)
1100 De veiligheidsinstallatie is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde vast dat de veiligheidsinstallatie — het deel van de elektrische installatie dat verbruikers voedt die bij een incident moeten blijven werken, zoals noodverlichting — niet volgens de regels van goed vakmanschap uit het AREI is uitgevoerd.
⚠️ Het risico
Bij brand of stroomuitval bestaat het risico dat de veiligheidsuitrusting het laat afweten op het moment dat ze de aanwezigen moet beschermen.
🔧 Hoe herstellen
Laat de installatie in orde brengen door een elektricien met ervaring in veiligheidsinstallaties. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.5.
1101 De risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
Het AREI vereist een risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties: dat document bepaalt onder meer welke veiligheidsbronnen nodig zijn en hoelang elke installatie moet blijven functioneren. Dit document kon bij de keuring niet worden voorgelegd.
⚠️ Het risico
Zonder risicoanalyse kan de inspecteur niet nagaan of de veiligheidsinstallatie beantwoordt aan de noden van het gebouw; het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat de risicoanalyse opstellen (of zoek ze op), doorgaans met hulp van uw installateur of een studiebureau, en leg ze voor bij de herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.5.1.
1102 De risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties is onvolledig (bepaling van de veiligheidsbronnen, het functiebehoud van elke veiligheidsinstallatie, eventuele storingsmeldingen,…). ▼
💡 Concreet
Er bestaat wel een risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties, maar ze is onvolledig: essentiële onderdelen ontbreken, zoals de bepaling van de veiligheidsbronnen, het functiebehoud van elke veiligheidsinstallatie of de storingsmeldingen.
⚠️ Het risico
Zolang die elementen ontbreken, kan de inspecteur niet nagaan of de veiligheidsinstallatie correct ontworpen en gedimensioneerd is; het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat het document vervolledigen door de opsteller (installateur, studiebureau of uitbater) en leg de volledige versie voor bij de herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.5.1.
1103 De veiligheidsborden moeten een brandweerstand RF bezitten gedurende een tijd ten minste gelijk aan de tijd van functiebehoud van elke veiligheidsverbruiker die hij voedt, tenzij deze opgesteld staan in een uitsluitend voor dit doel bestemd lokaal, met eenzelfde brandweerstand. ▼
💡 Concreet
Het veiligheidsbord moet een brandweerstand (RF) bezitten die minstens even lang standhoudt als de tijd van functiebehoud van elke veiligheidsverbruiker die het voedt, tenzij het opgesteld staat in een uitsluitend daarvoor bestemd lokaal met dezelfde brandweerstand. Bij de keuring was dat niet het geval.
⚠️ Het risico
Bij brand zou het veiligheidsbord kunnen uitvallen vóór de noodverlichting en de andere veiligheidsverbruikers die het voedt hun taak hebben vervuld.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een bord (of omhulsel) met de vereiste brandweerstand plaatsen, of laat het bord opstellen in een gelijkwaardig, uitsluitend daarvoor bestemd lokaal. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.6.3.
1104 Een onafhankelijke aansluiting op het distributienet kan niet als veiligheisbron toegelaten worden. ▼
💡 Concreet
Uw veiligheidsinstallatie steunt op een afzonderlijke, onafhankelijke aansluiting op het distributienet als veiligheidsbron. Het AREI laat dat niet toe: bij een netpanne valt zowel de normale voeding als de veiligheidsvoeding uit.
⚠️ Het risico
Bij een algemene stroomonderbreking van het net blijven de veiligheidsverbruikers (zoals noodverlichting) zonder voeding, net wanneer ze nodig zijn.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een echte, van het net onafhankelijke veiligheidsbron plaatsen (bijvoorbeeld een batterij of noodgroep, volgens de risicoanalyse). Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.5.2.
1105 Andere stroombanen dan veiligheidsstroombanen die in veiligheidsborden geïnstalleerd worden moeten afgeschermd worden door een tussenschot met brandweerstand gelijk aan deze van het veiligheidsbord. ▼
💡 Concreet
In het veiligheidsbord zijn ook andere stroombanen dan veiligheidsstroombanen ondergebracht. Het AREI eist in dat geval een tussenschot met dezelfde brandweerstand als het veiligheidsbord zelf, en dat ontbrak bij de keuring.
⚠️ Het risico
Een incident (oververhitting, kortsluiting, beginnende brand) in een gewone stroombaan zou kunnen overslaan en de veiligheidsstroombanen ernaast buiten dienst stellen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het vereiste brandwerende tussenschot plaatsen, of laat de stroombanen die niet tot de veiligheidsinstallatie behoren naar een ander bord verhuizen. Daarna volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.5.6.3.
1106 De veiligheidsbron moet op een vaste standplaats geïnstalleerd worden, in een geschikte en uitsluitend daarvoor bestemde ruimte, enkel toegankelijk voor BA4/BA5 personen, en voldoende geventileerd. ▼
💡 Concreet
De veiligheidsbron (batterij, noodgroep, …) moet op een vaste standplaats staan, in een geschikte en uitsluitend daarvoor bestemde ruimte die voldoende geventileerd is en enkel toegankelijk voor gewaarschuwde of vakbekwame personen (BA4/BA5). Bij de keuring was dat niet in orde.
⚠️ Het risico
Een slecht opgestelde of vrij toegankelijke veiligheidsbron kan beschadigd, slecht geventileerd of ontregeld raken, en dus onbeschikbaar zijn op het moment dat de veiligheidsinstallatie moet overnemen.
🔧 Hoe herstellen
Richt samen met uw elektricien een vaste, geventileerde en afgesloten ruimte in die uitsluitend voor de veiligheidsbron bestemd is. Laat de toestand nadien bevestigen bij een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.5.5.2.
1107 Het functiebehoud van de veiligheidsstroombanen moet verwezenlijkt worden ofwel aan de hand van redundantie van de elektrische leidingen, ofwel aan de hand van brandweerstand van de elektrische leidingen. ▼
💡 Concreet
Veiligheidsstroombanen moeten tijdens een brand blijven werken (functiebehoud). Het AREI legt daarvoor ofwel redundantie van de elektrische leidingen op (twee onafhankelijke tracés), ofwel leidingen met brandweerstand. Geen van beide oplossingen was bij de keuring aanwezig.
⚠️ Het risico
Bij brand kunnen de leidingen vernield worden, waardoor de voeding van de veiligheidsverbruikers wegvalt vóór ze hun taak hebben vervuld.
🔧 Hoe herstellen
Laat de bekabeling aanpassen door een elektricien: leidingen met brandweerstand of een redundante voeding via gescheiden tracés. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.6.4.a.
1108 Het opstellingslokaal van de niet-geïntegreerde veiligheidsbron moet een RF brandweerstand bezitten gedurende een tijd ten minste gelijk aan de tijd van functiebehoud van elke veiligheidsverbruiker die hij voedt. ▼
💡 Concreet
Wanneer de veiligheidsbron in een afzonderlijk lokaal staat (niet-geïntegreerd), moet dat opstellingslokaal een brandweerstand (RF) bezitten die minstens even lang standhoudt als de tijd van functiebehoud van elke veiligheidsverbruiker die de bron voedt. Het vastgestelde lokaal voldoet daar niet aan.
⚠️ Het risico
Bij een brand die dit lokaal bereikt, kan de veiligheidsbron uitvallen vóór de noodverlichting en de andere verbruikers hun taak hebben vervuld.
🔧 Hoe herstellen
Laat de brandweerstand van het lokaal (wanden, deur) verbeteren door een bouwprofessional, in overleg met uw elektricien. Nadien volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.5.6.2.
1109 In uitsluitend voor de veiligheidsinstallatie bestemde lokalen, met een brandweerstand gedurende een tijd ten minste gelijk aan de tijd van functiebehoud van elke veiligheidsverbruiker die hij voedt, is de brandweerstand van de elektrische leidingen in deze lokalen niet vereist, voor zover de lengte van de leiding in deze lokalen 10m niet overschrijdt ▼
💡 Concreet
In een uitsluitend voor de veiligheidsinstallatie bestemd lokaal met voldoende brandweerstand mogen de elektrische leidingen uitzonderlijk zonder eigen brandweerstand zijn, maar enkel als hun lengte in dat lokaal niet meer dan 10 m bedraagt. De inspecteur stelde vast dat die voorwaarde niet vervuld was.
⚠️ Het risico
Op het onbeschermde deel kan een brand de voeding van de veiligheidsverbruikers onderbreken vóór ze hun taak hebben vervuld.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bekabeling aanpassen: het tracé inkorten tot maximaal 10 m of leidingen met brandweerstand plaatsen. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.6.4.a.
1110 De geïsoleerde geleiders, kabels en toebehoren voor de niet-redundante voeding van veiligheidsborden of -verbruikers moeten van het type FR2 of gelijkwaardig zijn. ▼
💡 Concreet
Wanneer de voeding van veiligheidsborden of -verbruikers niet redundant is uitgevoerd, moeten de geïsoleerde geleiders, kabels en toebehoren van het type FR2 of gelijkwaardig zijn: kabels die bij brand nog een tijd blijven functioneren. De aangetroffen kabels zijn niet van dat type.
⚠️ Het risico
Bij brand worden gewone kabels snel vernield, waardoor de voeding van de veiligheidsverbruikers te vroeg wegvalt.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de betrokken kabels vervangen door kabels van het type FR2 of gelijkwaardig (of een redundante voeding aanleggen). Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.6.4. b.
1111 In de compartimenten waarin een veiligheidsverbruiker is geïnstalleerd is de brandweerstand RF van de elektrische leidingen in deze compartimenten niet vereist, voor zover de lengte van de leiding in deze compartimenten 10 m niet overschrijdt én de veiligheidsverbruiker geen brandweerstand bezit. ▼
💡 Concreet
In het compartiment waar een veiligheidsverbruiker staat, mogen de leidingen uitzonderlijk zonder brandweerstand (RF) zijn, maar enkel onder twee voorwaarden: de leidinglengte in dat compartiment bedraagt niet meer dan 10 m én de veiligheidsverbruiker bezit zelf geen brandweerstand. De inspecteur trof bekabeling zonder brandweerstand aan die niet aan die voorwaarden voldoet.
⚠️ Het risico
Bij brand in dat compartiment kan de voeding van de veiligheidsverbruiker wegvallen vóór hij zijn taak heeft vervuld.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bekabeling aanpassen (leidingen met brandweerstand of een conform tracé). Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.6.4.a.
1112 De hoofdveiligheidsborden moeten rechtstreeks gekoppeld worden aan de normale bron via het algemeen laagspanningsbron én aan de veiligheidsbron via een afzonderlijke stroombaan. ▼
💡 Concreet
Het hoofdveiligheidsbord moet twee duidelijk gescheiden voedingen krijgen: één rechtstreeks vanaf de normale bron via het algemeen laagspanningsbord, en één vanaf de veiligheidsbron via een afzonderlijke stroombaan. Die dubbele rechtstreekse koppeling was bij de keuring niet correct uitgevoerd.
⚠️ Het risico
Zonder die scheiding kan één fout of onderbreking op een gedeelde stroombaan het veiligheidsbord van beide voedingen tegelijk afsnijden, waardoor de veiligheidsverbruikers uitvallen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aansluiting aanpassen zodat het veiligheidsbord rechtstreeks vanaf het algemeen laagspanningsbord én via een afzonderlijke stroombaan vanaf de veiligheidsbron wordt gevoed. Daarna volgt een herkeuring door een erkend organisme.
📖 AREI L1: 5.5.7.2.
1113 De goede werking van een stroombaan met veiligheidsverbruikers mag niet nadelig beïnvloed worden door een elektrische fout in een andere stroombaan (selectiviteit is vereist). ▼
💡 Concreet
De beveiligingen moeten zo op elkaar afgestemd zijn (selectiviteit) dat een elektrische fout in een andere stroombaan nooit een stroombaan met veiligheidsverbruikers mee uitschakelt. Bij de keuring was die selectiviteit niet gewaarborgd.
⚠️ Het risico
Eén gewone fout elders in de installatie zou dan ook de veiligheidsstroombanen kunnen uitschakelen, waardoor de noodverlichting of andere essentiële verbruikers uitvallen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de keuze en de afstelling van de beveiligingen herbekijken zodat de selectiviteit gewaarborgd is. Daarna is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.7.1.
1114 De bescherming tegen overbelasting in de veiligheidsstroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
De bescherming tegen overbelasting van de veiligheidsstroombanen is niet volgens de regels van goed vakmanschap uitgevoerd: ze ontbreekt, is verkeerd gedimensioneerd of verkeerd geplaatst ten opzichte van wat het AREI voor deze bijzondere stroombanen voorschrijft.
⚠️ Het risico
Een onaangepaste beveiliging kan de kabels bij overbelasting gevaarlijk laten opwarmen, of omgekeerd een veiligheidsstroombaan onnodig uitschakelen terwijl die gevoed moet blijven.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze beveiligingen nakijken en aanpassen door een elektricien. Daarna bevestigt een herkeuring door een erkend organisme dat alles in orde is.
📖 AREI L1: 5.5.7.3.
1115 De bescherming tegen kortsluiting in de veiligheidsstroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
De bescherming tegen kortsluiting van de veiligheidsstroombanen is niet volgens de regels van goed vakmanschap uitgevoerd: de beveiliging ontbreekt, is verkeerd gekozen of niet goed afgestemd op de eisen van het AREI voor deze stroombanen.
⚠️ Het risico
Bij kortsluiting kan een slecht afgeschakelde fout tot sterke opwarming, schade en brandgevaar leiden, en valt de veiligheidsstroombaan bovendien uit.
🔧 Hoe herstellen
Laat deze beveiligingen nakijken en corrigeren door een elektricien. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.7.4.
1116 De bescherming tegen aardfouten in de veiligheidsstroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap. ▼
💡 Concreet
Uw installatie bevat veiligheidsstroombanen (bijvoorbeeld voor noodverlichting of een alarm) die ook bij problemen moeten blijven werken. De inspecteur heeft vastgesteld dat de bescherming van deze stroombanen tegen aardfouten — stroom die door een isolatiefout naar de aarde weglekt — niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd, zoals het AREI vereist (Boek 1, afdeling 5.5.7.5).
⚠️ Het risico
Een aardfout wordt mogelijk niet correct gedetecteerd of beheerst, met risico op elektrocutie of oververhitting, of de veiligheidsinstallatie valt uit net op het moment dat u ze nodig hebt.
🔧 Hoe herstellen
Laat de bescherming van deze veiligheidsstroombanen nakijken en aanpassen door een elektricien. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.5.7.5.
1117 Alle onderdelen van de veiligheidsinstallaties moeten geïdentificeerd worden aan de hand van de nodige markeringen (vb. "Veiligheidsinstallatie niet uitschakelen"). ▼
💡 Concreet
Alle onderdelen van uw veiligheidsinstallatie (borden, schakelaars, stroombanen…) moeten duidelijk gemarkeerd zijn, bijvoorbeeld met een label "Veiligheidsinstallatie niet uitschakelen". Op het moment van de keuring ontbraken deze markeringen of waren ze onvolledig, terwijl het AREI ze verplicht (Boek 1, afdeling 5.5.8).
⚠️ Het risico
Zonder markering kan iemand een veiligheidsstroombaan per vergissing uitschakelen omdat hij die voor een gewone stroombaan aanziet, waardoor de noodverlichting of het alarm ongemerkt buiten dienst raakt.
🔧 Hoe herstellen
Laat duurzame en leesbare labels aanbrengen op alle betrokken onderdelen; u kunt dit zelf doen, maar een elektricien weet met zekerheid welke onderdelen gemarkeerd moeten worden. Na de correctie kan een herkeuring door een erkend keuringsorganisme de inbreuk opheffen.
📖 AREI L1: 5.5.8.
1118 Het functiebehoud van een veiligheidsverbruiker mag niet door een eerste aardfout in de eindveiligheidsstroombaan beïnvloed worden (niet van toepassing voor de elektrische installaties in wooneenheden). ▼
💡 Concreet
Een veiligheidsverbruiker (zoals een noodverlichtingsblok) moet blijven werken, ook als er een eerste aardfout — een isolatiefout — optreedt in de eindveiligheidsstroombaan die hem voedt. De inspecteur heeft vastgesteld dat dit functiebehoud in uw installatie niet gegarandeerd is: één fout zou de voeding van de veiligheidsverbruiker al kunnen onderbreken (deze eis van het AREI, Boek 1, afdeling 5.5.7.5.a, geldt niet voor de elektrische installaties in wooneenheden).
⚠️ Het risico
Bij een fout kan de veiligheidsverbruiker uitvallen net op het moment dat hij onmisbaar is, bijvoorbeeld noodverlichting die niet brandt tijdens een evacuatie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het ontwerp en de beveiliging van deze veiligheidsstroombaan aanpassen, zodat een eerste aardfout de voeding van de verbruiker niet meer onderbreekt. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.5.7.5.a.
Fotovoltaïsch (20)
9000 Solarkabels en de beschermingsgeleiders geplaatst in bundel dienen van de klasse min. van het type Cca te zijn. ▼
💡 Concreet
Bij de keuring werd vastgesteld dat de solarkabels en de beschermingsgeleiders die samen in bundel geplaatst zijn, niet de vereiste brandklasse hebben. Het AREI (Boek 1) vereist hiervoor kabels van minstens de klasse Cca, een klasse die aangeeft dat de kabel weinig bijdraagt aan de verspreiding van brand.
⚠️ Het risico
Bij een beginnende brand kunnen kabels van een lagere klasse het vuur langs hun traject verder verspreiden en de brand snel verergeren.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken kabels door een elektricien of door uw installateur vervangen door kabels van minstens de klasse Cca. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.7.3.
9001 De markering van de automaat is niet aanwezig. ▼
💡 Concreet
De vereiste markering ontbreekt op uw installatie. Bij een fotovoltaïsche installatie moeten de gelijkstroomgeleiders (DC, tussen de panelen en de omvormer) en de actieve wisselstroomgeleiders (AC) duidelijk gemarkeerd zijn, zodat meteen duidelijk is bij welk deel van de installatie elke geleider hoort.
⚠️ Het risico
Zonder duidelijke markering kan wie aan de installatie werkt DC- en AC-kringen verwarren en ingrijpen op een deel dat nog onder spanning staat, met gevaar voor een elektrische schok of een verkeerde handeling.
🔧 Hoe herstellen
Laat de ontbrekende markering aanbrengen door een elektricien of door de installateur van uw zonnepanelen. Bij de herkeuring kan het erkend keuringsorganisme vaststellen dat dit punt in orde is.
📖 AREI L1: 7.112.2.
9002 De PV-modules (indien klasse I), batterij en hun structuur dienen geaard te zijn op de aardingsklem (tenzij verboden door de fabrikant, klasse II) met een beschermingsgeleider van een doorsnede ten minste equivalent met deze van de beschermingsgeleider van de AC-voeding, met een minimum doorsnede gelijk aan: - 2,5 mm² wanneer de geleiders mechanisch beschermd zijn; - 4 mm² wanneer de geleiders niet mechanisch beschermd zijn. Aardingskabel van voedingskabel vertrekkende vanuit hoofdbord is niet aangesloten op de aardingsrail. Zie foto ▼
💡 Concreet
Op het moment van de keuring waren de PV-modules (klasse I), de batterij en/of hun structuur niet correct geaard op de aardingsklem. De regel vraagt een beschermingsgeleider met een doorsnede die minstens gelijkwaardig is aan die van de beschermingsgeleider van de AC-voeding, met een minimum van 2,5 mm² wanneer de geleiders mechanisch beschermd zijn en 4 mm² wanneer dat niet zo is.
⚠️ Het risico
Als een fout de kaders van de panelen of de metalen structuur onder spanning zet, kan die spanning niet naar de aarde worden afgevoerd: wie ze aanraakt, riskeert een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien of uw installateur de modules en hun structuur met de vereiste doorsnede op de aardingsklem aansluiten. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.112.2
9003 De aarding van de metalen structuur van de fotovoltaïsche installatie moet verbonden worden met de hoofdaardingsklem, en mag niet verbonden worden aan de aardingsklem van de omvormer (de continuïteit mag niet onderbroken worden bij het wegnemen van het toestel). ▼
💡 Concreet
De aarding van de metalen structuur van uw zonnepanelen loopt via de aardingsklem van de omvormer in plaats van rechtstreeks naar de hoofdaardingsklem. Dat mag niet: wie de omvormer wegneemt (voor een herstelling of vervanging), onderbreekt daarmee ook de aarding van de structuur.
⚠️ Het risico
Zodra de omvormer wordt losgekoppeld, staat de structuur zonder aarding; bij een fout kan ze dan onder spanning komen en een elektrische schok veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aarding van de structuur rechtstreeks op de hoofdaardingsklem aansluiten, los van de omvormer. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.4.3.1.)
9004 Er zijn geen waarschuwingsborden die de gevaren van de elektriciteit aanduiden. De opschriften “ Niet onderbreken bij belasting” en “Elektrische installatie altijd onder spanning” of hiermee equivalent moeten op oordeelkundig gekozen plaats aangebracht worden. ▼
💡 Concreet
Bij uw installatie ontbreken de waarschuwingsborden die op de gevaren van elektriciteit wijzen. De opschriften "Niet onderbreken bij belasting" en "Elektrische installatie altijd onder spanning" (of gelijkwaardig) zijn verplicht, omdat de kant van de zonnepanelen ook onder spanning blijft wanneer het net uitgeschakeld is.
⚠️ Het risico
Wie aan de installatie werkt — een elektricien, de brandweer of uzelf — kan ten onrechte denken dat alles spanningsloos is, of een verbinding onder belasting openen en zo een gevaarlijke vlamboog veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
U kunt deze borden (in de handel verkrijgbaar) zelf of via uw installateur op goed zichtbare, oordeelkundig gekozen plaatsen aanbrengen. Bij de herkeuring stelt het erkend keuringsorganisme vast dat dit in orde is.
📖 AREI L1: 7.112.2.
9005 Het administratief dossier van de fotovoltaïsche installatie is niet volledig, gebruiksinstructies en/of veiligheidsinstructies ontbreken. ▼
💡 Concreet
Het administratief dossier van uw fotovoltaïsche installatie is niet volledig: de gebruiksinstructies en/of de veiligheidsinstructies ontbreken. Die documenten horen bij de installatie en leggen uit hoe u ze veilig gebruikt en uitschakelt.
⚠️ Het risico
Zolang deze documenten ontbreken, beschikt u niet over de nodige instructies om veilig met de installatie om te gaan en kan het dossier niet worden gevalideerd: het verslag blijft op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Vraag de ontbrekende gebruiks- en veiligheidsinstructies op bij uw installateur en voeg ze bij het dossier. Dit kunt u zelf in orde brengen en de documenten voorleggen bij de herkeuring.
📖 AREI L1: 7.112.2.
9006 De onderbreking van het scheidingssysteem (binnen de 5 seconden) wanneer er geen netspanning aanwezig is en/of de afwezigheid van de fotovoltaïsche productie op het net zolang de spanning op het net niet opnieuw aanwezig is, is niet conform. ▼
💡 Concreet
Het scheidingssysteem van uw installatie — de beveiliging die de omvormer van het net loskoppelt — werkt niet zoals voorgeschreven. Wanneer de netspanning wegvalt, moet de installatie binnen de 5 seconden onderbreken en mag ze pas opnieuw stroom op het net zetten zodra de netspanning terug aanwezig is.
⚠️ Het risico
Als de installatie tijdens een stroomonderbreking stroom op het net blijft zetten, brengt dat de technici in gevaar die werken aan een net dat verondersteld wordt spanningsloos te zijn.
🔧 Hoe herstellen
Laat uw installateur of een elektricien de instellingen van de omvormer en het scheidingssysteem nakijken en herstellen of vervangen wat nodig is. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.112.3.
9007 De uitschakeltest van het scheiddingssysteem kon niet uitgevoerd worden wegens onvoldoende zonlicht. ▼
💡 Concreet
Deze vaststelling wijst niet op een gebrek aan uw installatie: door onvoldoende zonlicht op het moment van de keuring produceerde de installatie te weinig om de uitschakeltest van het scheidingssysteem (de beveiliging die de omvormer van het net loskoppelt) uit te voeren. Dit veiligheidspunt kon dus niet worden gecontroleerd.
⚠️ Het risico
Zolang de test niet is uitgevoerd, is niet aangetoond dat de installatie zich bij een netonderbreking correct van het net loskoppelt: de installatie kan op dit punt niet worden gevalideerd.
🔧 Hoe herstellen
Er is in principe geen herstelling nodig: de test moet gewoon opnieuw worden uitgevoerd door een erkend keuringsorganisme op een moment met voldoende zonlicht.
📖 AREI L1: 5.3.3.1.
9008 De waarde van de spreidingsweerstand is te hoog mag Max 30 Ohm zijn. ▼
💡 Concreet
Bij de keuring werd vastgesteld dat de doorsnede van de geleiders die op de omvormer aangesloten zijn, niet afgestemd is op het vermogen van de omvormer. Te dunne geleiders kunnen de stroom die de omvormer kan leveren niet veilig transporteren.
⚠️ Het risico
Ondergedimensioneerde geleiders warmen abnormaal op, waardoor hun isolatie beschadigd raakt en er op termijn brandgevaar kan ontstaan.
🔧 Hoe herstellen
Laat de betrokken geleiders door een elektricien vervangen door geleiders met een doorsnede die aangepast is aan het vermogen van de omvormer. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.1.2 · L1:4.4.3.2.
9009 Er zijn geen maatregelen genomen tegen de gevaren van de injectiestroom. De interne bekabeling van het verdeelbord en/of de nominale stroomwaarde In van de differentieelstroominrichting(en) is (zijn) niet in overeenstemming met de stromen afkomstig van de teller en de decentrale productie-eenheid (bv. PV-installtie). Deze moet(en) aangepast worden, of er moet voorzien worden in een "remautomaat" met nominale waarde aangepast aan de bestaande installatie. Zie bord 2 ▼
💡 Concreet
Omdat uw zonnepanelen stroom injecteren, wordt uw verdeelbord langs twee kanten gevoed: via de teller én via de decentrale productie-eenheid (uw PV-installatie). Er zijn geen maatregelen genomen tegen de gevaren van die injectiestroom: de interne bekabeling van het bord en/of de nominale stroomwaarde In van de differentieelstroominrichting(en) zijn niet op de som van die stromen voorzien.
⚠️ Het risico
Delen van het verdeelbord kunnen meer stroom te verwerken krijgen dan waarvoor ze bedoeld zijn, zonder dat een beveiliging uitschakelt, met oververhitting en brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de bekabeling en/of de differentieelstroominrichtingen aanpassen, of een remautomaat met een nominale waarde aangepast aan de bestaande installatie plaatsen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.5 · L1:2.6.4. · L12.6.5. · L1:3.3.5.3.5
9010 De omvormer van de pv-installatie is niet beschermd door een differentieelstroominrichting van het type A. (Deze differentieelstroominrichting is dezelfde differentieelstroominrichting zijn die in het begin van de installatie is geïnstalleerd. ▼
💡 Concreet
De omvormer van uw pv-installatie is niet beschermd door een differentieelstroominrichting van het type A. Dat type is vereist voor dit soort toestel, omdat het ook foutstromen met een pulserende gelijkstroomcomponent herkent; de differentieelstroominrichting aan het begin van uw installatie mag die rol vervullen als ze van het juiste type is.
⚠️ Het risico
Met een differentieel van een verkeerd type worden bepaalde lekstromen van de omvormer mogelijk niet gedetecteerd en niet uitgeschakeld, waardoor het risico op een elektrische schok toeneemt.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien nagaan of de bestaande differentieelstroominrichting van het type A is en laat ze zo nodig vervangen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.5.3.
9011 Eendraadsschema is onvolledig en komt niet overeen met de installatie. ▼
💡 Concreet
Het eendraadsschema — het plan dat alle stroombanen van uw elektrische installatie weergeeft, met hun beveiligingen en kabeldoorsneden — ontbreekt, is onvolledig of komt niet overeen met de werkelijke installatie.
⚠️ Het risico
Zonder correct eendraadsschema kan de inspecteur de installatie niet volledig controleren en blijft het verslag op dit punt niet conform; ook een latere vakman weet niet precies waaraan hij werkt.
🔧 Hoe herstellen
Laat het eendraadsschema opstellen of bijwerken — zelf als u dat kunt, anders door een elektricien — en leg het voor bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 2.12 · 2.13 · 3.1.2.1 · 9.1.1 · 9.1.2
9012 Situatieplan is niet aanwezig, is onvolledig of komt niet overeen met de installatie. ▼
💡 Concreet
Het situatieplan — het plan van het gebouw dat aanduidt waar de borden, stopcontacten, lichtpunten en aftakdozen zich bevinden — is niet aanwezig, is onvolledig of komt niet overeen met de werkelijke installatie.
⚠️ Het risico
Zonder dit plan kan de inspecteur de installatie niet volledig controleren en blijft het verslag op dit punt niet conform; bij latere werken weet men bovendien niet waar de onderdelen van de installatie zich bevinden.
🔧 Hoe herstellen
Laat het situatieplan opstellen of aanvullen — zelf als u dat kunt, anders door een elektricien — en leg het voor bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2. · 9.1.1. · 9.1.2.
9013 Het (de) plan(nen) van de uitwendige invloeden is (zijn) op te stellen of aan te vullen. ▼
💡 Concreet
Het plan van de uitwendige invloeden — het document dat zone per zone de bijzondere omstandigheden van de lokalen beschrijft (vocht, stof, mechanische risico's…) en zo bepaalt welk elektrisch materieel er geschikt is — moet worden opgesteld of aangevuld.
⚠️ Het risico
Zonder dit plan kan niet worden nagegaan of het geplaatste materieel geschikt is voor de omstandigheden van elk lokaal; het dossier blijft onvolledig en het verslag op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat dit plan opstellen of aanvullen, doorgaans door uw elektricien of door de ontwerper van de installatie, en leg het voor bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: ND 2.10 · 3.1.2.1
9014 Een demonteerbaar aansluitstuk (aardingsonderbreker) moet steeds gemakkelijk toegankelijk zijn. Is verroest, vervangen. ▼
💡 Concreet
De aardingsonderbreker — het demonteerbaar aansluitstuk op de aardingsgeleider, dat onder meer dient om de kwaliteit van de aarding te meten — moet altijd gemakkelijk toegankelijk zijn. Bij de keuring ontbrak hij, was hij moeilijk of niet bereikbaar, of kon hij niet geopend worden (bijvoorbeeld omdat hij verroest is).
⚠️ Het risico
De inspecteur kan de aarding niet correct opmeten en de installatie kan zo nodig niet van haar aarding worden losgekoppeld: de goede staat van de aarding blijft daardoor onbevestigd.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de aardingsonderbreker plaatsen, vrijmaken of vervangen — zeker als hij verroest of geblokkeerd is — zodat hij vlot toegankelijk en bedienbaar blijft. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 2.5 · 5.4.2.1 · 5.4.3.5
9015 De bronnen (transformator, fotovoltaïsch paneel, omvormer, batterij,… ) worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema. ▼
💡 Concreet
De bronnen van uw installatie — transformator, fotovoltaïsche panelen, omvormer, batterij… — worden niet of onvolledig vermeld op het eendraadsschema, terwijl ze daar verplicht op moeten staan.
⚠️ Het risico
Wie op het schema vertrouwt, kan er zich niet van bewust zijn dat een andere bron (panelen, batterij) een deel van de installatie onder spanning houdt; bovendien kan het schema zo niet worden gevalideerd en blijft het verslag op dit punt niet conform.
🔧 Hoe herstellen
Laat het eendraadsschema aanvullen met alle aanwezige bronnen — zelf als u dat kunt, anders door uw elektricien of installateur — en leg het voor bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 3.1.2.1.f
9016 Een algemene differentieelschakelaar voorzien met een nominale stroomsterkte van minstens In = 40A, een maximale gevoeligheid van 300mA, type A en een verzegelingsinrichting. ▼
💡 Concreet
Uw installatie heeft geen algemene differentieelschakelaar die aan alle vereisten van het AREI voldoet: een nominale stroomsterkte van minstens 40 A, een gevoeligheid van maximaal 300 mA, type A (dat ook lekstromen met een pulserende gelijkstroomcomponent detecteert, zoals een omvormer van zonnepanelen die kan veroorzaken) en een verzegelingsinrichting. Deze schakelaar staat aan het begin van de installatie en beschermt het geheel.
⚠️ Het risico
Zonder geschikte algemene differentieelschakelaar wordt een lekstroom mogelijk niet tijdig onderbroken; die essentiële bescherming tegen elektrocutie en brand ontbreekt dan voor de hele installatie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een algemene differentieelschakelaar met deze kenmerken plaatsen of de bestaande vervangen. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 4.2.3.4
9017 Markering “3000A, 22.5KA²s” is niet aanwezig op differentieelschakelaar (niet verplicht voor installatie < 7/05/2000). ▼
💡 Concreet
Op de differentieelschakelaar van uw installatie staat de markering “3000A, 22.5kA²s” niet. Die markering bevestigt dat het toestel een kortsluiting kan doorstaan zonder vernield te worden; zoals in de vaststelling vermeld, is ze niet verplicht voor installaties van vóór 7 mei 2000.
⚠️ Het risico
Een differentieelschakelaar waarvan de kortsluitvastheid niet is aangetoond, kan bij een kortsluiting beschadigd raken en daarna niet meer betrouwbaar tegen elektrocutie beschermen, zonder dat u dat merkt.
🔧 Hoe herstellen
Dateert uw installatie van vóór 7 mei 2000, dan is deze markering niet verplicht. Zo niet, laat een elektricien het toestel vervangen door een differentieelschakelaar die deze markering wel draagt. Een herkeuring door een erkend organisme bevestigt nadien dat het punt in orde is.
📖 AREI L1: 5.3.5.5.e.
9018 De werking van de differentieelschakelaar(s) voldoen niet met testknop en/of stroominjectie. ▼
💡 Concreet
Tijdens de keuring heeft de inspecteur de differentieelschakelaar(s) getest met de testknop en/of via stroominjectie. Het toestel schakelde daarbij niet correct uit.
⚠️ Het risico
Een differentieelschakelaar die niet uitschakelt, onderbreekt de stroom niet bij een lekstroom — bijvoorbeeld wanneer iemand een onderdeel onder spanning aanraakt. De bescherming tegen elektrocutie en brand valt dan weg.
🔧 Hoe herstellen
Laat de defecte differentieelschakelaar(s) vervangen door een elektricien. Na de herstelling is een herkeuring door een erkend organisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 2.6.4-5.1.3.3-5.3.5.3-6.4.6.1-6.4.6.5
9019 De interne bedrading van het bord en/of de DDR komen niet overeen met de stromen van de meter en/of de decentrale productie-eenheid. Het bord aanpassen of een overbruggingsautomaat voorzien met dezelfde nominale stroom als de aansluitautomaat. ▼
💡 Concreet
Met zonnepanelen krijgt uw bord stroom van twee kanten: van het net, via de meter, en van de omvormer (de decentrale productie-eenheid). De inspecteur stelde vast dat de interne bedrading van het bord en/of de DDR (differentieelschakelaar) niet berekend zijn op die gecombineerde stromen. Er zijn twee oplossingen: het bord aanpassen, of een overbruggingsautomaat plaatsen met dezelfde nominale stroom als de aansluitautomaat om de stroom te begrenzen.
⚠️ Het risico
Bedrading of een differentieelschakelaar die meer stroom te verwerken krijgt dan waarvoor ze berekend zijn, kan oververhit raken, met gevaar voor schade en zelfs brand in het bord.
🔧 Hoe herstellen
Laat dit in orde brengen door een elektricien: hij past de bedrading en de differentieelschakelaar van het bord aan, of plaatst een overbruggingsautomaat met dezelfde nominale stroom als de aansluitautomaat. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI 5.3.5.3.a
Laadpalen (14)
1300 Niet elke toegekende stroombaan in wisselstroom van een laadinrichting wordt individueel door een differentieelstroombeschermingsinrichting met een aanspreekstroom van ten hoogste 30mA beschermd. ▼
💡 Concreet
De stroombaan die uw laadinrichting voedt, heeft geen eigen differentieelschakelaar met een aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA (of deelt die met andere stroombanen). Het AREI eist zo'n gevoelige beveiliging voor elke laadstroombaan: ze schakelt de stroom uit zodra een kleine lekstroom optreedt.
⚠️ Het risico
Zonder die aparte differentieel wordt een lekstroom — bijvoorbeeld via een beschadigde laadkabel of een fout in het voertuig — mogelijk niet tijdig uitgeschakeld, met risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien in het verdeelbord een differentieelschakelaar van 30 mA plaatsen die enkel de stroombaan van de laadpaal beschermt. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.22.4.1.
1301 Het is verboden een laadinrichting op een vaste elektrische installatie door middel van een stopcontact aan te sluiten ▼
💡 Concreet
De inspecteur stelde vast dat uw laadinrichting via een stopcontact op de vaste elektrische installatie is aangesloten. Het AREI verbiedt dat: een laadinrichting moet vast, rechtstreeks bekabeld, op haar stroombaan worden aangesloten.
⚠️ Het risico
Een stopcontact en stekker zijn niet gemaakt om urenlang de hoge laadstroom te dragen: ze kunnen oververhitten, smelten en zelfs brand veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de laadinrichting vast aansluiten op een eigen stroombaan. Laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 7.22.3.
1303 Niet voor elke verbindingspunt van een laadpaal is er een exclusieve stroombaan toegekend. ▼
💡 Concreet
Het verbindingspunt van uw laadpaal deelt zijn stroombaan met andere toestellen of verbindingspunten, terwijl het AREI voor elk verbindingspunt een exclusieve, voorbehouden stroombaan vereist.
⚠️ Het risico
Een gedeelde stroombaan kan overbelast raken doordat het langdurige laden bovenop het andere verbruik komt, met oververhitting van de kabels of ongewenste uitschakelingen tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien vanuit het verdeelbord voor elk verbindingspunt een aparte stroombaan met eigen beveiligingen trekken. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.22.3.
1304 Niet elke toegekende stroombaan van een conductieve laadinrichting wordt individueel beschermd door een aangepaste beschermingsinrichting tegen overstroom. ▼
💡 Concreet
De stroombaan van uw conductieve laadinrichting (laden via kabel) is niet individueel beveiligd door een aangepaste beschermingsinrichting tegen overstroom, dus een correct gedimensioneerde automaat of zekering.
⚠️ Het risico
Bij overbelasting of kortsluiting wordt de stroom niet correct onderbroken: de kabels kunnen oververhitten, met brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een correct gekalibreerde overstroombeveiliging plaatsen of vervangen voor de stroombaan van de laadpaal. Laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 7.22.4.2.
1305. De conductieve laadinrichting is onvoldoende beschermd tegen de te verwachten uitwendige invloeden van de ruimte waarin de laadinrichting geplaatst is. ▼
💡 Concreet
Uw laadinrichting is onvoldoende beschermd tegen de omstandigheden van de ruimte waarin ze geplaatst is: vocht, stof, opspattend water of andere te verwachten uitwendige invloeden.
⚠️ Het risico
Water of stof kan in de laadinrichting binnendringen en er isolatiefouten veroorzaken, met risico op elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de situatie aanpassen: ofwel een laadinrichting met een beschermingsgraad die bij de plaats past, ofwel een beter beschutte opstelling. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.22.5.1.
1306. Er zijn geen bijkomende maatregelen getroffen ter bescherming tegen mechanische belasting van de laadinrichting veroorzaakt door redelijkerwijs te verwachten aanrijding. ▼
💡 Concreet
De laadinrichting staat op een plaats waar een voertuig ze redelijkerwijs kan aanrijden (bij het parkeren of manoeuvreren), en er zijn geen bijkomende maatregelen zoals paaltjes of aanrijdbeveiliging getroffen.
⚠️ Het risico
Bij een aanrijding kunnen de laadinrichting of haar bekabeling beschadigd raken, waardoor delen onder spanning bereikbaar worden, met risico op elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een mechanische bescherming plaatsen (paaltjes, beugels, parkeerstops) of laat de laadinrichting door een elektricien buiten de risicozone verplaatsen. Laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 7.22.5.1.
1307 De laadinrichting in open lucht heeft geen beschermingsgraad van min. IP44. ▼
💡 Concreet
Uw laadinrichting staat in open lucht, maar de behuizing biedt niet de minimale beschermingsgraad IP44, die het binnendringen van kleine vaste voorwerpen (groter dan 1 mm) en van opspattend water uit alle richtingen moet verhinderen.
⚠️ Het risico
Regen of stof kan in de laadinrichting binnendringen en er isolatiefouten veroorzaken, met risico op elektrocutie of brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de laadinrichting vervangen door een model met minstens beschermingsgraad IP44, of ze op een geschikte, beschutte plaats installeren. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: B1:7.22.5.1.
1308 De elektrische noodonderbreking van de conductieve laadinrichting, geplaatst op een gemeenschappelijke parkeerplaats & gevoed vanuit een gemeenschappelijke voeding, voldoet niet aan de eisen (niet huishoudelijke installatie). ▼
💡 Concreet
Uw laadinrichting staat op een gemeenschappelijke parkeerplaats (bijvoorbeeld van een gebouw of bedrijf) en wordt gevoed vanuit een gemeenschappelijke voeding. Het AREI eist in dat geval een conforme elektrische noodonderbreking om de laadpunten snel spanningsloos te kunnen maken; die voldoet niet aan de eisen of ontbreekt.
⚠️ Het risico
Bij een incident — oververhitting, een beschadigde kabel, beginnende brand — kan de voeding van de laadpalen niet snel en veilig worden onderbroken, wat het gevaar voor personen vergroot.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de noodonderbreking plaatsen of conform maken, op een goed bereikbare plaats. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.22.5.2.
1309 In geval dat de laadinrichting elektrische energie in de vaste stroomopwaartse elektrische installatie kan terugleveren, is er geen opschrift voorzien of niet voldoende zichtbaar: “Opgelet , mogelijke teruglevering van elektrische energie in de installatie!” ▼
💡 Concreet
Uw laadinrichting kan elektrische energie terugleveren aan de vaste installatie, bijvoorbeeld vanuit de batterij van het voertuig. Het AREI eist dan een goed zichtbaar opschrift "Opgelet, mogelijke teruglevering van elektrische energie in de installatie!"; dat opschrift ontbreekt of is onvoldoende zichtbaar.
⚠️ Het risico
Wie aan de installatie werkt, zou kunnen denken dat een uitgeschakelde kring spanningsloos is, terwijl de laadinrichting er nog stroom in kan terugleveren — met risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
U kunt het vereiste opschrift zelf goed leesbaar aanbrengen bij de laadinrichting of het verdeelbord. Bij de herkeuring door het erkend keuringsorganisme wordt nagegaan of dit in orde is.
📖 AREI L1: 7.22.5.4.
1310 De laadinrichting voldoet niet aan de eisen voor een decentrale productie-eenheid. ▼
💡 Concreet
Uw laadinrichting kan energie terugleveren aan de installatie of het net (bidirectioneel laden). Ze moet dan aan dezelfde eisen voldoen als een decentrale productie-eenheid — zoals een zonnepaneleninstallatie — en dat is hier niet het geval.
⚠️ Het risico
Zonder die specifieke beveiligingen kan de laadinrichting de installatie of het net blijven voeden op een moment dat die spanningsloos zouden moeten zijn, met risico op elektrocutie voor wie eraan werkt en schade aan toestellen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de laadinrichting conform maken op basis van de documentatie van de fabrikant (vereiste beveiligingen en instellingen voor teruglevering). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.22.5.2.
1311 Laadinrichtingen en hun bijhorende parkeerplaatsen mogen niet gelegen zijn in ruimten die door uitwendige invloed BE3 wordt gekenmerkt. ▼
💡 Concreet
De laadinrichting en/of de bijbehorende parkeerplaats bevindt zich in een ruimte die door de uitwendige invloed BE3 wordt gekenmerkt, dat wil zeggen een ruimte met ontploffingsgevaar (mogelijke aanwezigheid van explosieve stoffen of dampen). Het AREI verbiedt daar laadinrichtingen.
⚠️ Het risico
Een vonk of opwarming tijdens het laden kan er een explosieve atmosfeer doen ontbranden: het risico is ontploffing en brand.
🔧 Hoe herstellen
Laat de laadinrichting en de laadplaats door een elektricien verplaatsen naar een ruimte of plek zonder ontploffingsgevaar. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.22.5.5.
1312 Het verbindingspunt is niet zo dicht mogelijk bij de parkeerlaadplaats van het elektrisch voertuig geplaatst. ▼
💡 Concreet
Het verbindingspunt — de plaats waar de laadkabel wordt aangesloten — is te ver van de parkeerplaats van het elektrisch voertuig geplaatst, terwijl het AREI vraagt het er zo dicht mogelijk bij te voorzien.
⚠️ Het risico
Een laadkabel die een lange afstand overbrugt, sleept over de grond: hij kan geplet of beschadigd raken of iemand doen struikelen, met risico op een elektrisch defect en valpartijen.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien het verbindingspunt (of de laadpaal) dichter bij de parkeerplaats plaatsen en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 7.22.5.3.
1313 Een verbindingspunt wordt slechts met één elektrisch voertuig tegelijkertijd elektrisch verbonden. ▼
💡 Concreet
De regel is dat een verbindingspunt met slechts één elektrisch voertuig tegelijk elektrisch verbonden mag worden, en de inspecteur stelde vast dat dit niet gerespecteerd wordt: er kunnen meerdere voertuigen tegelijk op aangesloten worden, bijvoorbeeld via een adapter of verdeelstuk.
⚠️ Het risico
Meerdere voertuigen laden via een punt dat voor één voertuig is voorzien, kan de stroombaan en haar beveiligingen overbelasten, met risico op oververhitting en brand.
🔧 Hoe herstellen
Verwijder elke splitsing (adapter, verdeelstuk) en laat, als u meerdere voertuigen wilt laden, door een elektricien extra verbindingspunten installeren, elk op een eigen stroombaan. Laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.
📖 AREI L1: 7.22.5.3.
1314 Het verbindingspunt wordt beschermd door een diff. van type A en er is geen detectieapparaat dat de laadinrichting uitschakelt bij het ontstaan van een isolatiefout met vertsorende gelijkstroomcomponent. ▼
💡 Concreet
De stroombaan van de laadinrichting is beveiligd met een differentieel van type A, die "verblind" kan worden door een foutstroom met een gelijkstroomcomponent — iets wat bij het laden van een voertuig kan voorkomen. Het AREI eist dan een bijkomend detectieapparaat dat de laadinrichting uitschakelt bij zo'n isolatiefout, en dat ontbreekt.
⚠️ Het risico
Bij een isolatiefout met een storende gelijkstroomcomponent kan de differentieel mogelijk niet aanspreken: de lekstroom blijft bestaan, met risico op elektrocutie.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de beveiliging aanpassen: ofwel een differentieel dat geschikt is voor dit type fout, ofwel een laadinrichting (of module) met ingebouwde detectie van gelijkstroomfoutstromen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.
📖 AREI L1: 7.22.4.1.
Transformator (7)
6000 Toestellen zijn niet voorzien van CE-aanduiding of keurmerk. ▼
💡 Concreet
De inspecteur heeft vastgesteld dat bepaalde toestellen (hier bij de transformator) geen CE-aanduiding of ander keurmerk dragen. Die aanduiding geeft aan dat het materieel aan de Europese veiligheidseisen voldoet; het AREI (Boek 1, secties 5.1.3.1 en 1.4.2.1) vereist conform materieel.
⚠️ Het risico
Zonder keurmerk is er geen garantie dat het toestel volgens de veiligheidsregels werd ontworpen en getest: een fabricagefout kan onopgemerkt blijven en oververhitting, brand of elektrocutie veroorzaken.
🔧 Hoe herstellen
Laat het betrokken materieel vervangen door een toestel met CE-aanduiding of een gelijkwaardig keurmerk. Een elektricien is aanbevolen om het juiste materieel te kiezen en te plaatsen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig om de inbreuk op te heffen.
📖 AREI L1: 5.1.3.1 · L1:1.4.2.1.
6001 De secundaire zijde van de transformator is niet voorzien van een aangepaste beveiligingsmaatregel tegen overstroom. ▼
💡 Concreet
Een transformator verlaagt of past de spanning aan om een deel van de installatie te voeden. De inspecteur heeft vastgesteld dat de secundaire zijde (de uitgangskring) van de transformator geen aangepaste beveiligingsmaatregel tegen overstroom heeft, dus tegen te hoge stromen door overbelasting of kortsluiting (AREI, Boek 1, sectie 4.4.1.1).
⚠️ Het risico
Bij overbelasting of kortsluiting aan de secundaire zijde wordt de stroom niet onderbroken: de leidingen en de transformator kunnen oververhitten, met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien een aangepaste beveiliging (correct gekalibreerde automaat of zekering) plaatsen op de secundaire kring van de transformator. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1.
6002 Transfo is niet gekozen in functie van spanning en gebruiksvoorwaarden. ▼
💡 Concreet
De inspecteur heeft vastgesteld dat de geplaatste transfo niet overeenstemt met de spanning van de kring of met de gebruiksvoorwaarden (bijvoorbeeld het type lokaal of de belasting die hij voedt). Het AREI (Boek 1, sectie 4.4.1.1) vereist dat het materieel in functie daarvan wordt gekozen.
⚠️ Het risico
Een ongeschikte transfo kan oververhitten, vroegtijdig verslijten of uitvallen, met risico op brand of een onbeheerst elektrisch defect.
🔧 Hoe herstellen
Laat de transfo vervangen door een model dat past bij de spanning en de werkelijke gebruiksvoorwaarden. Die beoordeling vergt technische kennis: vertrouw ze toe aan een elektricien. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.1.1.
6003 Secundaire zijde van ZLVS transfo is verbonden met de aarde en is niet conform met de voorschriften. ▼
💡 Concreet
ZLVS (zeer lage veiligheidsspanning) is een beschermingswijze waarbij een kring op zeer lage spanning volledig gescheiden moet blijven van de aarde en van andere kringen: net die scheiding maakt hem veilig. De inspecteur heeft vastgesteld dat de secundaire zijde van uw ZLVS-transfo met de aarde verbonden is, wat niet conform de voorschriften van het AREI is (Boek 1, sectie 4.2.5.5.c).
⚠️ Het risico
Door die verbinding met de aarde wordt de bescherming door scheiding tenietgedaan: een fout elders in de installatie kan een gevaarlijke spanning binnenbrengen in een kring die net veilig hoort te zijn, met risico op een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien die aardverbinding verwijderen zodat de vereiste scheiding van de ZLVS-kring hersteld wordt. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.2.5.5..c
6004 Overstroombeveiliging met m.b.v. automaten/zekeringen in de primair en secundair kring ontbreekt of is foutief. ▼
💡 Concreet
Zowel de primaire kring (ingang) als de secundaire kring (uitgang) van een transformator moet tegen overstroom — te hoge stromen door overbelasting of kortsluiting — beveiligd zijn met automaten of zekeringen. De inspecteur heeft vastgesteld dat die overstroombeveiliging ontbreekt of foutief is uitgevoerd (AREI, Boek 1, secties 4.4.3.1 en 4.4.1.1).
⚠️ Het risico
Zonder correcte beveiliging wordt een overbelasting of kortsluiting niet tijdig onderbroken: de geleiders en de transformator kunnen oververhitten, met brandgevaar tot gevolg.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de automaten of zekeringen van de primaire en secundaire kring plaatsen of corrigeren, met het juiste kaliber. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 4.4.3.1 · L1:4.4.1.1.
6005 Transfo is gebouwd op brandbare materialen. ▼
💡 Concreet
Een transformator geeft bij normale werking warmte af, en nog meer bij een defect. De inspecteur heeft vastgesteld dat uw transfo op brandbare materialen is gemonteerd (hout, ontvlambaar paneel…), wat het AREI verbiedt (Boek 1, sectie 5.2.7).
⚠️ Het risico
De warmte van de transfo kan, zeker bij overbelasting of een defect, de brandbare ondergrond doen ontbranden: een rechtstreeks brandgevaar.
🔧 Hoe herstellen
Laat de transfo op een onbrandbare ondergrond monteren. Een elektricien kan de meest geschikte oplossing voor uw installatie bepalen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.2.7.
6006 De secundaire zijde van de stuurtransfo is niet verbonden met de beschermingsgeleider. ▼
💡 Concreet
Een stuurtransfo voedt de stuurkringen van een machine of installatie. Zijn secundaire zijde moet verbonden zijn met de beschermingsgeleider — de aardingsdraad — zodat elk isolatiedefect gedetecteerd en uitgeschakeld wordt. De inspecteur heeft vastgesteld dat die verbinding ontbreekt (AREI, Boek 1, sectie 5.3.3.2).
⚠️ Het risico
Zonder verbinding met de beschermingsgeleider kan een isolatiedefect in de stuurkring onopgemerkt blijven, metalen delen onder spanning zetten of een ongewenste werking veroorzaken, met risico op een elektrische schok.
🔧 Hoe herstellen
Laat een elektricien de secundaire zijde van de stuurtransfo met de beschermingsgeleider verbinden. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.
📖 AREI L1: 5.3.3.2.
En na de herstelling?
Een elektricien herstelt de inbreuken op het verslag. Eenvoudige of administratieve punten kunt u vaak zelf in orde brengen.
Een nieuw bezoek door een erkend organisme is nodig om de inbreuken op te heffen, binnen de termijn vermeld op uw verslag.
De controleur controleert de herstelde punten en levert een conform verslag af, geldig voor verkoop, verhuur of uw verzekering.
Herkeuring nodig?
Atlas Contrôle is erkend door de FOD Economie en geaccrediteerd BELAC ISO 17020 nr. 663-INSP. Afspraak binnen 48u in Brussel, Wallonië en Vlaanderen — PV dezelfde dag ter plaatse bij huishoudelijke installaties.