Naar de inhoud

🔥 Uw verslag begrijpen

Inbreuken van de gaskeuring, helder uitgelegd

Vermeldt uw gaskeuringsverslag één of meerdere inbreuken? Hier vindt u de 199 vaststellingen die in de verslagen van Atlas Contrôle worden gebruikt — aardgas (NBN D 51-003) en propaan (NBN D 51-006) — stuk voor stuk uitgelegd.

Zoek op de code (bv. RGIG-145) of op enkele woorden uit de tekst op uw verslag, en klap de kaart open voor de uitleg: wat de inspecteur vaststelde, het risico en hoe u het herstelt. Sommige teksten beschrijven de eis van de norm zelf: staan ze op uw verslag, dan was aan die eis niet voldaan op het moment van de keuring.

ℹ️ Deze uitleg is louter informatief en helpt u uw verslag te begrijpen: enkel het door de controleur ondertekende verslag is bindend. De hersteltermijn hangt af van het type keuring en staat op uw verslag. Een vraag? Stuur ons een WhatsApp-bericht.

199 van 199 vaststellingen weergegeven

Aardgas NBN D 51-003

Meter, drukregeling & kranen (20)

RGIG-040 Het effectief drukverlies gemeten tussen de uitlaatopening van de gasmeter en elk van de verbruikstoestellen, de stopkraan niet inbegrepen, mag 1 mbar niet overschrijden. (NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.12

💡 Concreet

Bij de keuring lag het gemeten drukverlies tussen de uitlaat van de gasmeter en één of meer verbruikstoestellen boven de grens van 1 mbar die de norm oplegt. Concreet verliest het gas te veel druk in de leiding voor het de toestellen bereikt, vaak omdat de leiding te smal of te lang is of te veel hulpstukken telt.

⚠️ Het risico

Uw toestellen kunnen daardoor te weinig gasdruk krijgen, met een onstabiele werking of een slechte verbranding tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de leiding aanpassen door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen), bijvoorbeeld met een grotere diameter of een eenvoudiger tracé. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.12

RGIG-041 De gasteller is nog niet geplaatst, de gasleiding dient gemonteerd en afgewerkt te worden tot op de locatie waar de gasteller dient te komen. (beugels, T stuk ) NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.1.4

💡 Concreet

Op het moment van de keuring was de gasteller nog niet geplaatst en was de gasleiding niet afgewerkt tot op de voorziene locatie van de teller: onder meer de beugels en het T-stuk ontbreken. De installatie is dus onvolledig.

⚠️ Het risico

Zolang de leiding niet is afgewerkt en de teller niet is geplaatst, kan de installatie niet worden goedgekeurd of in dienst genomen: het verslag blijft niet-conform.

🔧 Hoe herstellen

Laat de leiding door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) afwerken tot aan de plaats van de gasteller, met de nodige beugels en het T-stuk; de teller zelf wordt door de netbeheerder geplaatst. Daarna is een nieuwe keuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.4

RGIG-072 De aanduiding van de verdieping en de betrokken verblijfseenheid moet worden aangebracht bij het verbinden van de gasmeter met de binnenleiding van die verblijfseenheid en dit op de gasbuis stroomafwaarts op maximum 50 cm na de gasmeter en op een duidelijke ondubbelzinnige en onuitwisbare wijze. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van het door de gemeente toegekende busnummer van de verblijfseenheid.(NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.10

💡 Concreet

Op de gasbuis net na de gasmeter ontbreekt de duidelijke, ondubbelzinnige en onuitwisbare aanduiding van de verdieping en de verblijfseenheid die erdoor bediend wordt (bijvoorbeeld het door de gemeente toegekende busnummer), terwijl de norm die aanduiding eist op maximum 50 cm stroomafwaarts van de meter.

⚠️ Het risico

Zonder die aanduiding kunnen meters of leidingen van verschillende verblijfseenheden verward worden: bij een interventie of noodgeval bestaat het risico dat de verkeerde leiding wordt afgesloten of bewerkt.

🔧 Hoe herstellen

Breng zelf, of laat door uw installateur of de syndicus, een duidelijke en onuitwisbare aanduiding van de verdieping en de verblijfseenheid aanbrengen op de buis net na de betrokken gasmeter. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme stelt daarna de regularisatie vast.

📖 NBN D 51-003 § 4.10.2

RGIG-075 Een T-stuk is te plaatsen : Stroomafwaarts van de gasmeter geplaatst binnen een gebouw, vóór de eventuele eerste aftakking of toestel NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.4

💡 Concreet

Vlak na de gasmeter die binnen het gebouw staat, vóór de eerste aftakking of het eerste toestel, hoort een T-stuk met stop te zitten: dat dient als aansluitpunt om de dichtheid van de installatie te testen (dichtheidsproef). De inspecteur stelde vast dat dit T-stuk daar ontbreekt.

⚠️ Het risico

Zonder dit meetpunt kan de dichtheid van de leidingen niet correct worden getest: een gaslek zou onopgemerkt kunnen blijven en de installatie kan niet worden goedgekeurd.

🔧 Hoe herstellen

Laat het T-stuk met stop plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.4

RGIG-076 Een T-stuk is te plaatsen : Stroomafwaarts van iedere tussengasmeter NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.4

💡 Concreet

Stroomafwaarts van elke tussengasmeter (bijvoorbeeld de individuele meter van een appartement) hoort een T-stuk met stop te zitten, zodat de dichtheid van dat deel van de installatie kan worden getest. De inspecteur stelde vast dat dit T-stuk ontbreekt.

⚠️ Het risico

Zonder dit meetpunt kan de dichtheid van de leidingen na deze meter niet correct worden getest, en zou een gaslek onopgemerkt kunnen blijven.

🔧 Hoe herstellen

Laat het T-stuk met stop plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.4

RGIG-077 Een T-stuk is te plaatsen : Stroomafwaarts van de gasmeter geplaatst buiten een gebouw, in de eerst bereikbare ruimte binnen het gebouw waar de binnenkomende gasleiding door loopt NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.4

💡 Concreet

Staat de gasmeter buiten het gebouw, dan hoort er een T-stuk met stop te zitten in de eerst bereikbare ruimte waar de binnenkomende gasleiding het gebouw binnenloopt: dat dient als aansluitpunt om de dichtheid van de binneninstallatie te testen. De inspecteur stelde vast dat dit T-stuk ontbreekt.

⚠️ Het risico

Zonder dit meetpunt kan de dichtheid van de binnenleidingen niet correct worden getest, en zou een gaslek onopgemerkt kunnen blijven.

🔧 Hoe herstellen

Laat het T-stuk met stop plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen), in de eerst bereikbare ruimte waar de leiding het gebouw binnenkomt. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.4

RGIG-078 Een T-stuk is te plaatsen : Stroomafwaarts van iedere sectioneerkraan NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.4

💡 Concreet

Stroomafwaarts van iedere sectioneerkraan (een kraan waarmee een deel van de installatie kan worden afgesloten) hoort een T-stuk met stop te zitten, zodat de dichtheid van dat leidinggedeelte kan worden getest. De inspecteur stelde vast dat dit T-stuk ontbreekt.

⚠️ Het risico

Zonder dit meetpunt kan de dichtheid van het leidinggedeelte na deze kraan niet correct worden getest, en zou een gaslek onopgemerkt kunnen blijven.

🔧 Hoe herstellen

Laat het T-stuk met stop plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.4

RGIG-079 Het T-stuk is niet voorzien van een stop. NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.4

💡 Concreet

Een T-stuk is een T-vormige koppeling waarvan de vrije opening gasdicht moet worden afgesloten met een stop. De inspecteur stelde vast dat op een T-stuk van uw installatie die stop ontbreekt.

⚠️ Het risico

Een niet-afgesloten opening op een gasleiding kan gas laten ontsnappen, met gevaar voor brand of ontploffing.

🔧 Hoe herstellen

Laat een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) een gasdichte stop op het T-stuk plaatsen en de dichtheid van de koppeling nakijken. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.4

RGIG-080 In afwachting van het aansluiten van een toestel, moet elke leiding eindigen op een stopkraan die degelijk wordt afgesloten met een metalen geschroefde stop of dop NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.5

💡 Concreet

Een gasleiding die nog niet op een toestel is aangesloten (een wachtleiding), moet eindigen op een stopkraan die zelf gasdicht is afgesloten met een metalen geschroefde stop of dop. Bij de keuring was dat niet het geval op uw installatie.

⚠️ Het risico

Een niet-afgesloten kraan kan per vergissing worden geopend of licht lekken, waardoor gas in de ruimte kan ontsnappen, met gevaar voor brand of ontploffing.

🔧 Hoe herstellen

Laat een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) de wachtleiding afwerken met een stopkraan die met een metalen geschroefde stop of dop is afgesloten. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.5

RGIG-081 De stopkraan is verkeerd geplaatst. Het koppelstuk dat toelaat het toestel los te koppelen moet aan de uitlaatzijde geplaatstworden NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 6.4

💡 Concreet

Vóór elk gastoestel zit een stopkraan en een koppelstuk waarmee het toestel kan worden losgekoppeld. Dat koppelstuk moet aan de uitlaatzijde van de kraan zitten (de kant van het toestel), zodat het gas kan worden afgesloten vóór het loskoppelen. Bij uw installatie staan de kraan en het koppelstuk in de verkeerde volgorde.

⚠️ Het risico

Wordt het toestel losgekoppeld terwijl het koppelstuk vóór de kraan zit, dan blijft de leiding onder gas staan en ontsnapt er gas tijdens de werken, met gevaar voor brand of ontploffing.

🔧 Hoe herstellen

Laat een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) de stopkraan en het koppelstuk in de juiste volgorde monteren. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.4

RGIG-082 Elk toestel wordt voorafgegaan door een stopkraan dat zo dicht mogelijk bij het toestel geplaatst en is bereik- en bedienbaar NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 6.4

💡 Concreet

Elk gastoestel moet zijn eigen stopkraan hebben, zo dicht mogelijk bij het toestel geplaatst en goed bereikbaar en bedienbaar. Bij de keuring was dat voor minstens één toestel niet in orde: de kraan ontbrak, zat te ver, was moeilijk bereikbaar of kon niet worden bediend.

⚠️ Het risico

Bij een lek, een defect of werken aan het toestel kan de gastoevoer daar niet snel worden afgesloten, wat het gevaar voor brand of ontploffing vergroot.

🔧 Hoe herstellen

Laat de stopkraan plaatsen of verplaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen), zo dicht mogelijk bij het toestel en op een bereikbare plaats. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.4

RGIG-083 Een sectioneerkraan wordt voorzien bij het uitbreiden van een installatie ≥ 3m of naar een ander lokaal NBN 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.1.6

💡 Concreet

Wanneer een gasinstallatie wordt uitgebreid met een nieuw leidingstuk van 3 m of meer, of naar een ander lokaal, moet een sectioneerkraan die uitbreiding van de rest van de installatie kunnen afsluiten. De inspecteur stelde vast dat die kraan ontbreekt.

⚠️ Het risico

Zonder die kraan kan het toegevoegde deel niet apart worden afgesloten: bij een lek of bij werken moet de hele installatie zonder gas worden gezet, wat een interventie bemoeilijkt en vertraagt.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkraan plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.6 a)

RGIG-084 Een sectioneerkraan wordt voorzien net stroomopwaarts van iedere tussengasmeter NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.6

💡 Concreet

Net vóór iedere tussengasmeter (bijvoorbeeld de individuele meter van een appartement) moet een sectioneerkraan zitten waarmee de gastoevoer naar die meter kan worden afgesloten. De inspecteur stelde vast dat die kraan ontbreekt.

⚠️ Het risico

Zonder die kraan kan het gas van één wooneenheid niet worden afgesloten bij een lek, een onderhoud of de vervanging van de meter: dan moet een veel groter deel van de installatie zonder gas worden gezet.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkraan net stroomopwaarts van de tussengasmeter plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.6 b)

RGIG-085 Een sectioneerkraan wordt voorzien op oordeelkundig gekozen plaatsen van uitgebreide binneninstallaties, dit om de gastoevoer van belangrijke vertakkingen te kunnen onderbreken en op die manier het onderhoud, de interventie en het toezicht op de installatie te vergemakkelijken bv. aan de voet van een stijgkolom en aan de voet van een koker NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.6

💡 Concreet

In uitgebreide binneninstallaties moeten sectioneerkranen op oordeelkundig gekozen plaatsen zitten — bijvoorbeeld aan de voet van een stijgkolom of van een koker — zodat de gastoevoer van belangrijke vertakkingen kan worden onderbroken bij onderhoud, een interventie of toezicht. De inspecteur stelde vast dat die op uw installatie ontbreken.

⚠️ Het risico

Zonder die kranen kan een belangrijk deel van de installatie niet apart worden afgesloten: bij een lek of bij werken moet een veel groter deel zonder gas worden gezet, wat een interventie bemoeilijkt en vertraagt.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkranen op de gepaste plaatsen zetten door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme kan de correctie daarna valideren.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.6 c)

RGIG-086 Een sectioneerkraan en T stuk wordt voorzien in de eerst bereikbare ruimte waar de gasleiding ondergronds of bovengronds het gebouw binnenkomt NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.6

💡 Concreet

In de eerst bereikbare ruimte waar de gasleiding het gebouw binnenkomt (ondergronds of bovengronds), moeten een sectioneerkraan en een T-stuk met stop aanwezig zijn: de kraan om het gas voor het hele gebouw af te sluiten, het T-stuk als meetpunt voor de dichtheidsproef. De inspecteur stelde vast dat een van beide, of allebei, ontbreekt.

⚠️ Het risico

In een noodsituatie kan het gas niet snel aan de ingang van het gebouw worden afgesloten, en de dichtheid van de installatie kan niet correct worden getest.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkraan en het T-stuk met stop plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.6 d)

RGIG-087 Een sectioneerkraan en T stuk wordt voorzien in de inkomende leidingvan elke verblijfseenheid (bv. appartement) NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.6

💡 Concreet

Op de binnenkomende gasleiding van elke verblijfseenheid (bijvoorbeeld elk appartement) moeten een sectioneerkraan en een T-stuk met stop zitten, om het gas van die eenheid te kunnen afsluiten en de dichtheid van haar leidingen te kunnen testen. De inspecteur stelde vast dat die ontbreken.

⚠️ Het risico

Bij een lek of werken in één woning kan de gastoevoer ervan niet apart worden afgesloten, en de dichtheid van haar leidingen kan niet afzonderlijk worden getest.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkraan en het T-stuk met stop op de binnenkomende leiding van de verblijfseenheid plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.6 e)

RGIG-088 Een handmatig bediende sectioneerkraan wordt voorzien in de gastoevoer naar de stookplaats zodat de gastoevoer van buiten de stookplaats op een goed bereikbare plaats, op een afstand van maximum 20 m, zonder hulpmiddelen kan worden bediend in geval van nood NBN 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.1.6

💡 Concreet

De gastoevoer naar de stookplaats moet van buiten de stookplaats met de hand kunnen worden afgesloten, via een sectioneerkraan op een goed bereikbare plaats, op maximum 20 m, die in geval van nood zonder hulpmiddelen te bedienen is. Bij de keuring ontbrak die kraan of voldeed ze niet aan die voorwaarden.

⚠️ Het risico

Bij brand of een gaslek in de stookplaats zou het gas niet kunnen worden afgesloten zonder het lokaal binnen te gaan, wat de bewoners en de hulpdiensten in gevaar brengt.

🔧 Hoe herstellen

Laat een handmatig bediende sectioneerkraan plaatsen buiten de stookplaats, op een goed bereikbare plaats, door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.6 f)

RGIG-089 indien één gasmeter, eigendom van de DNB, meerdere gebouwen voedt, moet de gastoevoer van elk gebouw afzonderlijk kunnen worden afgesloten door middel van een afsluiter geplaatst buiten het betrokken gebouw. NBN 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.1.6

💡 Concreet

Wanneer één gasmeter, eigendom van de distributienetbeheerder (DNB), meerdere gebouwen voedt, moet de gastoevoer van elk gebouw afzonderlijk kunnen worden afgesloten met een afsluiter die buiten het betrokken gebouw is geplaatst. De inspecteur stelde vast dat dit niet het geval is.

⚠️ Het risico

Bij een lek of brand in één gebouw kan de gastoevoer ervan niet van buitenaf worden afgesloten zonder ook de andere gebouwen te treffen, wat een noodinterventie bemoeilijkt en vertraagt.

🔧 Hoe herstellen

Laat een afsluiter buiten elk betrokken gebouw plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.6 g)

RGIG-090 Een bijkomende sectioneerkraan moet worden voorzien indien in een ruimte de gastoestellen en hun stopkranen niet bereikbaar zijn zonder hulpmiddelen zoals bv. ladder, hoogtewerker, .... In deze ruimte moet de gastoevoer naar deze gastoestellen d.m.v. de sectioneerkraan kunnen onderbroken worden vanop een gemakkelijk, zonder hulpmiddelen, bereikbare plaats in deze ruimte. NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1.6

💡 Concreet

In een van de ruimtes zijn de gastoestellen en hun stopkranen enkel bereikbaar met een ladder of een ander hulpmiddel, en er is geen bijkomende sectioneerkraan die vanop een gemakkelijk bereikbare plaats bediend kan worden. De norm NBN D 51-003 eist dat u in dat geval de gastoevoer naar die toestellen zonder hulpmiddelen kunt afsluiten vanuit diezelfde ruimte.

⚠️ Het risico

Bij een lek of een incident kan niemand de gastoevoer naar deze toestellen snel afsluiten, waardoor een gevaarlijke situatie langer blijft duren.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur een bijkomende sectioneerkraan plaatsen op een vlot bereikbare plaats in de ruimte. Na de werken is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig; de termijn staat op uw verslag.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.6 h)

RGIG-178 Een T-stuk is te plaatsen : NBN 51-006 § 7.5

💡 Concreet

Op de plaats die uw verslag aangeeft, ontbreekt een T-stuk dat de norm op de gasleiding voorschrijft. Zo'n T-stuk, doorgaans afgesloten met een stop, dient onder meer als purgeerpunt en vangt onzuiverheden op die in de leiding kunnen meekomen.

⚠️ Het risico

Zonder dit T-stuk kunnen onzuiverheden of vocht in de leiding tot bij de kranen en branders van uw toestellen raken en de goede werking verstoren.

🔧 Hoe herstellen

Laat het ontbrekende T-stuk plaatsen door een erkende gasinstallateur (bij voorkeur met Cerga-label). Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme sluit dit punt daarna af.

📖 NBN D 51-003 § hors-norme (NBN 51-006); cf. équivalent [4.4.1.4]

Leidingen & verbindingen (53)

RGIG-008 De koperen leidingen en PLT-leidingen die ingewerkt zijn in een muur of onder de chape zijn over hun volledige lengte mechanisch beschermd tegen verplettering en accidentele doorboring door een stalen bescherming van minstens 2 mm dik.

💡 Concreet

Bij de keuring stelde de inspecteur vast dat koperen leidingen of PLT-leidingen (plooibare metalen leidingen) die ingewerkt zijn in een muur of onder de chape, niet over hun volledige lengte beschermd zijn door een stalen bescherming van minstens 2 mm dik. De norm NBN D 51-003 legt die bescherming op om verplettering of accidentele doorboring van de leiding te vermijden, bijvoorbeeld bij het boren in de muur.

⚠️ Het risico

Een ingewerkte gasleiding zonder bescherming kan bij werken (boren, nagels, schroeven) doorboord worden, met een verborgen gaslek in de muur en dus brand- of ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat het betrokken leidingdeel beschermen, verplaatsen of vervangen door een bevoegde gasinstallateur. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.5

RGIG-009 De stalen bescherming voor de koperen leidingen en PLT-leidingen die ingewerkt zijn in een muur of onder de chape is beschermd tegen corrosie.

💡 Concreet

De stalen bescherming rond de koperen leidingen of PLT-leidingen die ingewerkt zijn in de muur of onder de chape, is zelf niet tegen corrosie beschermd, zoals de norm NBN D 51-003 nochtans vereist.

⚠️ Het risico

Onbeschermd staal roest geleidelijk weg in een muur of chape: de bescherming verliest haar functie en op termijn kan de corrosie ook de gasleiding zelf aantasten.

🔧 Hoe herstellen

Laat de bescherming behandelen of vervangen door een bevoegde gasinstallateur, bijvoorbeeld met een corrosiewerende bekleding. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.5

RGIG-010 De afstand tussen de gasleidingen onderling of tussen een gasleiding en elke andere leiding of kabel die ingewerkt is in de muur of onder de chape bedraagt minstens 4 cm.

💡 Concreet

De inspecteur stelde vast dat de afstand tussen een gasleiding en een andere leiding of kabel die ingewerkt is in de muur of onder de chape, kleiner is dan de minimaal vereiste 4 cm uit de norm NBN D 51-003; die afstand geldt ook tussen gasleidingen onderling.

⚠️ Het risico

Een gasleiding die te dicht bij een elektrische kabel of een andere leiding ligt, kan beschadigd raken door opwarming, contactcorrosie of bij werken aan de naburige leiding, met een onzichtbaar gaslek in de muur tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat het tracé van de leidingen aanpassen door een bevoegde gasinstallateur zodat de minimumafstand van 4 cm hersteld wordt. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.2

RGIG-011 De overgang PE-metaal bevindt zich in de grond, buiten het gebouw (RS6) of in de mantelbuis onder het gebouw (RS8), op een afstand van 30 cm tot 1 m van het gebouw.

💡 Concreet

Een ingegraven gasleiding in PE (polyethyleen, een kunststof) moet op een welbepaalde plaats overgaan op metaal: in de grond buiten het gebouw (configuratie RS6) of in de mantelbuis onder het gebouw (RS8), op 30 cm tot 1 m van het gebouw. De inspecteur stelde vast dat de overgang PE-metaal zich niet op de voorgeschreven plaats bevindt.

⚠️ Het risico

PE is enkel bedoeld voor ondergronds gebruik: komt de leiding bovengronds of binnen in het gebouw, dan kan ze beschadigd raken door warmte, licht of een stoot, met een gaslek aan of in het gebouw tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de overgang PE-metaal naar de voorgeschreven plaats verleggen door een bevoegde gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.6 ; 4.3.2.8

RGIG-012 De ingraafdiepte van de ingegraven leidingen, gemeten tussen het maaiveld en de bovenzijde van de leiding, wachtkoker of mantelbuis, bedraagt meer dan 0,60 m.

💡 Concreet

Ingegraven gasleidingen moeten op meer dan 0,60 m diepte liggen, gemeten tussen het maaiveld en de bovenzijde van de leiding (of van de wachtkoker of mantelbuis). De inspecteur stelde vast dat die ingraafdiepte niet gehaald wordt.

⚠️ Het risico

Een leiding die te ondiep ligt, kan verpletterd of doorboord worden bij tuin- of graafwerken of door belasting aan de oppervlakte, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de leiding op de vereiste diepte leggen door een bevoegde gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.5.1

RGIG-013 De voorbereiding en de aanvulling van de sleuf (leidingen ingegraven buiten een gebouw) en de signalisatie van de leidingen met een geel signalisatielint dat op ongeveer 20 cm boven de leiding geplaatst wordt, zijn uitgevoerd volgens de regels van de norm.

💡 Concreet

Voor leidingen die buiten het gebouw ingegraven zijn, schrijft de norm voor hoe de sleuf voorbereid en aangevuld moet worden en hoe de leiding gesignaleerd wordt met een geel signalisatielint op ongeveer 20 cm boven de leiding. De inspecteur stelde vast dat die regels niet gevolgd zijn.

⚠️ Het risico

Zonder correct legbed en correcte aanvulling kan de leiding beschadigd raken door stenen of verzakkingen; zonder geel lint wordt wie later graaft niet gewaarschuwd en kan de leiding doorboord worden, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sleuf opnieuw openen en de aanleg volgens de regels uitvoeren (voorbereiding, aanvulling, signalisatielint) door een bevoegde gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.5.3 ; 4.4.5.4 ; 4.4.5.5

RGIG-014 De aanvulling van de sleuf (leidingen ingegraven buiten een gebouw) en de signalisatie van de leidingen met een geel signalisatielint dat op ongeveer 20 cm boven de leiding geplaatst wordt, moeten uitgevoerd worden volgens de regels van de norm.

💡 Concreet

De aanvulling van de sleuf van de leiding die buiten het gebouw ingegraven is en de signalisatie ervan met een geel signalisatielint op ongeveer 20 cm boven de leiding, zijn niet uitgevoerd volgens de regels van de norm.

⚠️ Het risico

Een slecht uitgevoerde aanvulling kan de leiding op termijn beschadigen, en zonder signalisatielint riskeert de leiding doorboord te worden bij latere graafwerken, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de aanvulling corrigeren en het signalisatielint plaatsen door een bevoegde gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.5.4 ; 4.4.5.5

RGIG-015 De doorgangen van de leidingen door massieve wanden zijn niet ingemetseld, en er is een vrije ruimte van ongeveer 3 cm rond de leiding voorzien.

💡 Concreet

Waar een gasleiding door een massieve wand gaat (dikke muur, betonvloer), mag ze niet ingemetseld worden: rond de leiding moet een vrije ruimte van ongeveer 3 cm blijven. De inspecteur stelde vast dat dat hier niet het geval is.

⚠️ Het risico

Een leiding die vastzit in het metselwerk kan niet meer bewegen: bewegingen van het gebouw of uitzetting kunnen ze onder spanning zetten en een scheur veroorzaken, dus een gaslek op een onzichtbare plaats.

🔧 Hoe herstellen

Laat de doorgang vrijmaken en de vereiste vrije ruimte rond de leiding herstellen door een bevoegde gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.5

RGIG-016 Alle doorgangen door een muur of vloer zijn uitgevoerd met een mantelbuis in metaal of kunststof. De metalen mantelbuis is zelf beschermd tegen corrosie door middel van een kunststof bekleding.

💡 Concreet

Elke doorgang van een gasleiding door een muur of vloer moet gebeuren in een mantelbuis (een beschermkoker) in metaal of kunststof; een metalen mantelbuis moet zelf tegen corrosie beschermd zijn met een kunststof bekleding. De inspecteur stelde vast dat deze regel niet nageleefd is.

⚠️ Het risico

Zonder mantelbuis staat de leiding in rechtstreeks contact met het metselwerk: ze kan er corroderen of onder spanning komen te staan, met een gaslek op een verborgen plaats tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken doorgangen uitrusten met een conforme mantelbuis door een bevoegde gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.5

RGIG-022 Leidingen moeten met RHT beugels bevestigd worden

💡 Concreet

De gasleidingen zijn niet bevestigd met RHT-beugels, dat zijn beugels die bestand zijn tegen hoge temperaturen, zoals de norm vereist. Zulke beugels houden de leiding op haar plaats, ook bij brand.

⚠️ Het risico

Een slecht bevestigde leiding kan bewegen en de koppelingen onder spanning zetten; bij brand begeven niet-hittebestendige bevestigingen het, waardoor de leiding kan breken en het vuur met gas gevoed wordt.

🔧 Hoe herstellen

Laat de bevestigingen vervangen of aanvullen met RHT-beugels door een bevoegde gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.1

RGIG-034 De equipotentiaalverbinding is nog aan te brengen op de gasleiding. NBN 51-003:2010+A2:2021 § 4.3.4

💡 Concreet

De metalen gasleiding moet met de aarding van uw elektrische installatie verbonden worden via een equipotentiaalverbinding. Op het moment van de keuring was die verbinding nog niet aangebracht.

⚠️ Het risico

Zonder die verbinding kan de metalen leiding bij een elektrisch defect onder spanning komen te staan: u riskeert een elektrische schok bij aanraking, en een vonk zou een eventueel gaslek kunnen doen ontbranden.

🔧 Hoe herstellen

Laat de equipotentiaalverbinding aanbrengen door een elektricien of door uw installateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.4

RGIG-043 Het geheel van de elementen van de binnenleiding (de leidingen, de hulpstukken en de verbindingen, de stopkraan inbegrepen) moet binnen in een gebouw bestand zijn tegen hoge temperatuur (type RHT) NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.2

💡 Concreet

Binnen in een gebouw moeten alle elementen van de binnenleiding (leidingen, hulpstukken, verbindingen, stopkraan inbegrepen) bestand zijn tegen hoge temperatuur: het zogenaamde type RHT. De inspecteur stelde vast dat bepaalde elementen van uw installatie daar niet aan voldoen.

⚠️ Het risico

Bij brand kan een element dat niet hittebestendig is het begeven en gas vrijgeven, wat het vuur zou aanwakkeren met ontploffingsgevaar.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken elementen vervangen door materiaal van het type RHT door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.2

RGIG-044 Niet RHT componenten (650°C) dienen: - ofwel te plaatsen in een kast met een max volume van 0,2m3 met wanden EL30. – ofwel in een gecompartimenteerde ruimte te plaatsen met wanden EL 120 en deuren EL 60 – ofwel te beschermen door een thermische beveiligingsklep (TAS) die stroomopwaarts zit nabij het niet RHT component – ofwel na de stopkraan te plaatsen - ofwel buiten het gebouw te plaatsen NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.2.2

💡 Concreet

Uw installatie bevat componenten die niet bestand zijn tegen hoge temperatuur (650 °C, zogenaamde niet-RHT-componenten) en die geen van de door de norm toegelaten beschermingen genieten: een kast van maximaal 0,2 m³ met brandwerende wanden (EI30), een gecompartimenteerde ruimte met wanden EI120 en deuren EI60, een thermische beveiligingsklep (TAS) vlak stroomopwaarts, plaatsing na de stopkraan, of plaatsing buiten het gebouw.

⚠️ Het risico

Bij brand kunnen deze componenten snel bezwijken en gas vrijgeven, wat het vuur sterk zou aanwakkeren met ontploffingsgevaar.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) kan een van de voorziene oplossingen toepassen (brandwerende bescherming, TAS-klep, verplaatsing van het component) of de componenten vervangen door RHT-materiaal. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.2

RGIG-045 De gebruikte mechanische verbindingen in de niet verluchte holle ruimte of technische schacht zijn niet toegestaan NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.3.2

💡 Concreet

De inspecteur trof mechanische verbindingen (demonteerbare koppelingen, bijvoorbeeld geschroefde) aan in een niet-verluchte holle ruimte of technische schacht. De norm laat dat daar niet toe, omdat een klein lek er niet opgemerkt en niet afgevoerd zou worden.

⚠️ Het risico

Bij een lek kan het gas zich in die afgesloten ruimte opstapelen, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze koppelingen vervangen door gelaste of hardgesoldeerde verbindingen, of laat het tracé aanpassen zodat ze buiten die ruimte vallen, door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.4

RGIG-046 Het gebruik van koppelingen in een bereikbaar, niet verluchte verticale schacht zijn niet toegestaan. een niet afsluitbare opening van 150cm2 is te plaatsen op het hoogte punt van de schacht op maximum 10cm van de bovenzijde die uitmond in de buitenlucht (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.3.2.2.)

💡 Concreet

Er werden koppelingen geplaatst in een bereikbare verticale schacht die niet verlucht is, wat de norm niet toelaat. Zo'n schacht moet verlucht worden via een permanente, niet-afsluitbare opening van 150 cm², aangebracht op het hoogste punt van de schacht, op maximaal 10 cm van de bovenzijde, en uitmondend in de buitenlucht.

⚠️ Het risico

Als een koppeling lekt, kan het gas zich in de schacht opstapelen zonder afgevoerd of opgemerkt te worden, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) kan ofwel de vereiste verluchtingsopening bovenaan de schacht aanbrengen, ofwel de koppelingen uit de schacht verwijderen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.2 ; 4.3.2.3

RGIG-047 In een holle ruimte (vals plafond, verticale wand, omkasting,toegankelijke kruipruimte) zijn enkel las- en harsoldeer verbindingen toegestaan. koppelingen dienen bereikbaar te zijn. Of er dient een niet-afsluitbare verluchting van minstens 150cm2 geplaatst te worden op het hoogste punt NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.3.2

💡 Concreet

In een holle ruimte (vals plafond, verticale wand, omkasting, toegankelijke kruipruimte) laat de norm enkel las- en hardsoldeerverbindingen toe, en moeten koppelingen bereikbaar blijven; zo niet moet er een permanente, niet-afsluitbare verluchting van minstens 150 cm² komen op het hoogste punt. Uw installatie voldoet niet aan deze voorwaarden.

⚠️ Het risico

Een lek in een holle ruimte kan onopgemerkt blijven, waardoor het gas zich er opstapelt, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de installatie in orde brengen door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen): las- of hardsoldeerverbindingen, koppelingen bereikbaar maken of de verluchtingsopening van minstens 150 cm² aanbrengen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.3 ; 4.3.2.4

RGIG-048 De gebruikte mechanische verbindingen ingewerkt in de muur of ondervloer zijn niet toegestaan NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.3.2

💡 Concreet

Er werden mechanische verbindingen (demonteerbare koppelingen) ingewerkt in de muur of in de ondervloer, wat de norm verbiedt: zulke verbindingen moeten altijd zichtbaar en controleerbaar blijven.

⚠️ Het risico

Een lek aan een verborgen verbinding in de muur of onder de vloer zou onopspoorbaar zijn, en het gas zou zich in het gebouw kunnen opstapelen met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) moet deze verbindingen vrijmaken en vervangen door gelaste of hardgesoldeerde verbindingen, of het tracé aanpassen zodat ze bereikbaar blijven. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.5

RGIG-049 De geplaatste Koperen of PLT leiding ingewerkt in de ondervloer zijn niet mechanisch beschermd door een stalen bescherming van 0,2 cm dik NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.3.2

💡 Concreet

Er werden koperen of PLT-leidingen (plooibare gegolfde inox buis) ingewerkt in de ondervloer zonder de vereiste mechanische bescherming: een stalen bescherming van 2 mm dik moet ze afdekken om ze te beschermen tegen stoten en doorboring.

⚠️ Het risico

Bij latere werken (boren, nagelen, vloer opschuren) kan de leiding doorboord worden, met een onzichtbaar gaslek onder de vloer tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de vereiste stalen bescherming plaatsen, of laat het tracé van de leiding aanpassen, door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.5

RGIG-050 Mechanische verbindingen op PLT- buissystemen dienen tenallen tijde verlucht en bereikbaar te zijn NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.3.2 + bijlage I

💡 Concreet

Bij een PLT-buissysteem moeten de mechanische verbindingen te allen tijde verlucht en bereikbaar zijn. De inspecteur stelde vast dat dit bij uw installatie niet het geval is: bepaalde verbindingen zitten verborgen of in een niet-verluchte ruimte.

⚠️ Het risico

Een lek aan een verborgen of niet-verluchte verbinding kan onopgemerkt blijven, waardoor het gas zich opstapelt, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) kan deze verbindingen bereikbaar en verlucht maken (bijvoorbeeld via een luik of een verluchtingsopening) of ze verplaatsen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.4 ; 4.3.2.2

RGIG-051 Het installatieleidingwerk boven de grond moet worden verbonden met de equipotentiaalverbinding van het gebouw in overeenstemming met het AREI. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.3.4

💡 Concreet

Het gasleidingwerk boven de grond moet verbonden zijn met de equipotentiaalverbinding van het gebouw, dus gekoppeld aan de aarding van de elektrische installatie zoals het AREI voorschrijft. Die verbinding ontbrak bij de keuring.

⚠️ Het risico

Zonder die verbinding kan het leidingwerk bij een elektrisch defect onder spanning komen te staan, met gevaar voor elektrisering of vonken in de buurt van gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat het leidingwerk aansluiten op de equipotentiaalverbinding van het gebouw, bij voorkeur door een elektricien. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.4

RGIG-052 De equipotentiaal verbinding moet steeds op de PLT-fitting worden aangebracht NBN D 51- 003:2010+A2:2021 bijlage I § I3

💡 Concreet

Bij een PLT-leiding moet de equipotentiaalverbinding (aarding) verplicht op de PLT-fitting zelf worden aangebracht, het enige punt dat een goed elektrisch contact garandeert. Bij de keuring ontbrak ze of was ze op een andere plaats bevestigd.

⚠️ Het risico

Een verkeerd geplaatste verbinding werkt niet: bij een elektrisch defect of blikseminslag kunnen stromen de dunwandige PLT-buis beschadigen en zelfs een gaslek veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de equipotentiaalverbinding op de PLT-fitting aanbrengen of verplaatsen; een elektricien of uw gasinstallateur kan dat doen. Na de correctie is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.4

RGIG-053 Een ondergrondse metalen leiding (koper, koolstofstaal, roestvast staal of PLT) moet galvanisch gescheiden zijn van de bovengrondse metalen leiding of van de leiding binnen het gebouw door isolatiekoppelingen of geïsoleerde isolatieflenzen. Dezescheiding behoort bovengronds te zijn aangebracht op ten hoogste 50 cm boven het maaiveld of bij binnenkomst in een gebouw. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.3.4

💡 Concreet

Een ondergrondse metalen leiding (koper, koolstofstaal, roestvast staal of PLT) moet galvanisch gescheiden zijn van de bovengrondse leiding of van de leiding binnen het gebouw, met isolatiekoppelingen of geïsoleerde flenzen, bovengronds aangebracht op ten hoogste 50 cm boven het maaiveld of bij de binnenkomst in het gebouw. Die scheiding ontbrak of zat op de verkeerde plaats bij uw installatie.

⚠️ Het risico

Zonder die scheiding lopen er corrosiestromen tussen het ondergrondse en het bovengrondse gedeelte: de ondergrondse leiding kan wegroesten en uiteindelijk onzichtbaar gaan lekken.

🔧 Hoe herstellen

Laat een isolatiekoppeling plaatsen op de voorgeschreven plaats door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.4

RGIG-054 Het buitengedeelte van de stijgleiding is elektrisch geïsoleerd van het ingegraven gedeelte. De bevestigingsbeugels zijn elektrisch geïsoleerd van de buis.NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.7.2

💡 Concreet

Het buitengedeelte van de stijgleiding moet elektrisch geïsoleerd zijn van het ingegraven gedeelte, en de bevestigingsbeugels mogen geen elektrisch contact maken met de buis. Bij de keuring ontbrak die isolatie.

⚠️ Het risico

Elektrisch contact tussen deze elementen werkt corrosie van de leiding in de hand, waardoor ze kan verzwakken en op termijn gaan lekken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de nodige isolatie aanbrengen (isolatiekoppeling, geïsoleerde beugels) door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.7.2

RGIG-055 Leidingwerk mag geen metallisch contact maken met ander leidingwerk of kabels ter voorkoming van galvanische corrosie, met uitzondering van equipotentiaal verbindingen. (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11)

💡 Concreet

Het gasleidingwerk maakt rechtstreeks metallisch contact met ander leidingwerk of met kabels. De norm verbiedt dat (met uitzondering van de equipotentiaalverbindingen), omdat contact tussen verschillende metalen galvanische corrosie veroorzaakt.

⚠️ Het risico

Op het contactpunt roest de leiding geleidelijk weg en kan ze uiteindelijk gaan lekken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de leidingen van elkaar scheiden door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen), bijvoorbeeld met afstandshouders of isolerend materiaal. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.1

RGIG-056 De leidingen en of verbindingen zijn niet correct beschermd tegen corrosie in functie van de ruimtelijke schikking en de corrosiviteit van het milieu. (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11.2.2)

💡 Concreet

De leidingen en/of hun verbindingen zijn onvoldoende beschermd tegen corrosie, rekening houdend met de plaats waar ze liggen en de corrosiviteit van de omgeving (bijvoorbeeld vocht). De norm vereist een bescherming die aan die omstandigheden is aangepast.

⚠️ Het risico

Corrosie verzwakt de leiding geleidelijk en kan op termijn een gaslek veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Laat een aangepaste bescherming aanbrengen (verf, coating, mantel) of laat de aangetaste stukken vervangen door een erkend gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.2.2

RGIG-057 Leidingen ingewerkt in de muur of vloer zijn niet voorzien van een vanuit de fabriek vooziene bekleding of een in artikel 4.11.3 omschreven alternatief. (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11.3)

💡 Concreet

Er zijn gasleidingen ingewerkt in de muur of vloer zonder de vanuit de fabriek aangebrachte bekleding, en ook zonder een van de alternatieven die de norm NBN D 51-003 toelaat. Die bekleding beschermt het metaal tegen corrosie door contact met de bouwmaterialen.

⚠️ Het risico

Zonder die bescherming kan de leiding onzichtbaar corroderen in de muur of vloer, wat op termijn tot een moeilijk op te sporen gaslek kan leiden.

🔧 Hoe herstellen

Laat een erkend gasinstallateur de ingewerkte leidingdelen vervangen of beschermen volgens de norm. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.3

RGIG-058 Verwijderde of beschadigde vanuit de fabriek aangebrachte bekleding moet bekleed worden zoals omschreven in NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11.2.3

💡 Concreet

De vanuit de fabriek aangebrachte bekleding van de gasleiding is op bepaalde plaatsen verwijderd of beschadigd, en werd niet hersteld zoals de norm het omschrijft. Het metaal van de buis ligt daar dus bloot.

⚠️ Het risico

Op de onbeschermde plaatsen kan de leiding corroderen, waardoor het metaal verzwakt en er op termijn een gaslek kan ontstaan.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur kan de bekleding op de beschadigde plaatsen herstellen volgens de werkwijze uit de norm. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna dat alles in orde is.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.2.3

RGIG-059 Koperen leidingen ingewerkt in de ondervloer dienen voorzien te zijn van een bekleding vanuit de fabriek. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11

💡 Concreet

Er liggen koperen gasleidingen in de ondervloer zonder de bekleding die vanuit de fabriek moet zijn aangebracht, terwijl de norm dit verplicht voor koperen leidingen die zo worden ingewerkt.

⚠️ Het risico

In rechtstreeks contact met de ondervloer en vocht kan onbeschermd koper onzichtbaar corroderen, met op termijn een gaslek onder de vloer tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken leidingdelen vervangen of beschermen door een erkend gasinstallateur, volgens de norm. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.3

RGIG-060 Koperen leidingen in vochtige ruimtes / verluchte holle ruimte / technische schacht of bovengronds buiten dienen vanuit de fabriek bekleed te zijn of zijn te voorzien van een verfsysteem NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11

💡 Concreet

Koperen gasleidingen in een vochtige ruimte, een verluchte holle ruimte, een technische schacht of bovengronds buiten zijn niet beschermd. In die omgevingen eist de norm een bekleding vanuit de fabriek of een geschikt verfsysteem, en dat was bij de keuring niet het geval.

⚠️ Het risico

Onbeschermd koper corrodeert geleidelijk in een vochtige omgeving, waardoor de leiding verzwakt en er een gaslek kan ontstaan.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur kan de vereiste bescherming aanbrengen (bekleding of verfsysteem) of te sterk aangetaste stukken vervangen. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna de conformiteit.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.2.2

RGIG-061 Koolstofstalen leidingen in vochtige ruimtes / verluchte holle ruimte / technische schacht of bovengronds buiten dienen beschermd te worden tegen corrosie volgens de voorschriften in NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11

💡 Concreet

Koolstofstalen gasleidingen in een vochtige ruimte, een verluchte holle ruimte, een technische schacht of bovengronds buiten zijn niet tegen corrosie beschermd zoals de norm het voorschrijft.

⚠️ Het risico

Onbeschermd koolstofstaal roest in een vochtige omgeving: de corrosie kan de leiding op termijn doorboren en een gaslek veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken leidingdelen beschermen (of indien nodig vervangen) door een erkend gasinstallateur, volgens de voorschriften van de norm. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.2.2

RGIG-062 Het bevestigen van vreemde leidingen of kabels aan gasleidingen is verboden. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1

💡 Concreet

De inspecteur stelde vast dat vreemde leidingen of kabels (water, elektriciteit…) rechtstreeks aan de gasleidingen bevestigd zijn. De norm verbiedt dat: een gasleiding mag niet als drager voor andere leidingen of kabels dienen.

⚠️ Het risico

Dat extra gewicht en die extra belasting kunnen de leiding vervormen of de verbindingen onder spanning zetten, met risico op een gaslek; een elektrische kabel in rechtstreeks contact kan de buis bovendien beschadigen.

🔧 Hoe herstellen

Laat die leidingen of kabels op hun eigen dragers bevestigen, los van de gasleiding — bij voorkeur door een vakman. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme heft de inbreuk daarna op.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.1

RGIG-063 zichtbare horizontale leidingen bevinden zich op minstens 5 cm boven het peil van de afgewerkte vloer. NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.3.1

💡 Concreet

Zichtbare horizontale gasleidingen liggen op minder dan 5 cm boven het peil van de afgewerkte vloer, terwijl de norm die minimumhoogte oplegt.

⚠️ Het risico

Zo dicht bij de vloer staat de leiding meer bloot aan vocht, schoonmaakwater en stoten, wat corrosie en beschadigingen in de hand werkt die tot een gaslek kunnen leiden.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur kan de betrokken leidingdelen op de juiste hoogte herplaatsen. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.1

RGIG-064 De beugels mogen de weerstand tegen hoge temperatuur (RHT) van het leidingwerk niet nadelig beïnvloeden. Daarom mogen enkel beugels uit koper of koperlegering, koolstofstaal, verzinkt staal of roestvast staal worden toegepast. NBN 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.1

💡 Concreet

De beugels die de gasleiding dragen, zijn niet uit een toegelaten materiaal. Om de weerstand tegen hoge temperatuur (RHT) van het leidingwerk te behouden — de leiding moet bij brand op haar plaats blijven — zijn enkel beugels uit koper of koperlegering, koolstofstaal, verzinkt staal of roestvast staal toegelaten.

⚠️ Het risico

Bij brand begeven ongeschikte beugels (bijvoorbeeld uit kunststof) het snel: de leiding kan dan breken en gas vrijgeven dat het vuur voedt.

🔧 Hoe herstellen

Laat de beugels vervangen door metalen beugels uit een van de toegelaten materialen, bij voorkeur door een erkend gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna de conformiteit.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.1

RGIG-065 Er moeten bevestigingsbeugels worden geplaatst ter hoogte van elke afsluitkraan, elke bocht of T- stuk, de maximale afstanden dienen gerespecteerd worden volgens NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1

💡 Concreet

De gasleiding is onvoldoende bevestigd: de norm eist een bevestigingsbeugel ter hoogte van elke afsluitkraan, elke bocht en elk T-stuk, en legt maximale afstanden tussen de beugels op — dat was bij de keuring niet in orde.

⚠️ Het risico

Een slecht ondersteunde leiding kan doorbuigen, bewegen of trillen, waardoor de verbindingen belast worden en er op termijn een gaslek kan ontstaan.

🔧 Hoe herstellen

Laat de ontbrekende bevestigingsbeugels plaatsen door een erkend gasinstallateur, met respect voor de afstanden uit de norm. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme heft de inbreuk daarna op.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.1 (Tableau 7)

RGIG-066 Leidingen dienen elektrisch geïsoleerd te zijn van hun bevestigingsbeugels indien deze van een ander metaal vervaardigd zijn. NBN 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.1

💡 Concreet

Bevestigingsbeugels uit een ander metaal dan de gasleiding staan in rechtstreeks contact met die leiding, zonder elektrische isolatie ertussen, terwijl de norm dat vereist.

⚠️ Het risico

Contact tussen twee verschillende metalen veroorzaakt zogenaamde galvanische corrosie, die de leiding plaatselijk aantast en uiteindelijk een gaslek kan veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur kan een isolerend tussenstuk plaatsen tussen buis en beugels, of de beugels vervangen door exemplaren uit een verenigbaar materiaal. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna dat alles in orde is.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.1

RGIG-067 Enkel PLT-buizen die op kabelbanen, kabelladders of in installatiekanalen zijn geplaatst, mogen bevestigd worden met kunststof beugels of strips. NBN 51- 003:2010+A2:2021 Bijlage I §2

💡 Concreet

Er zijn kunststof beugels of strips gebruikt om de gasleiding te bevestigen in een situatie waarin de norm dat niet toelaat: die bevestigingswijze mag enkel voor PLT-buizen die op kabelbanen, kabelladders of in installatiekanalen geplaatst zijn.

⚠️ Het risico

Bij brand smelten kunststof bevestigingen snel: de leiding wordt dan niet meer ondersteund, kan breken en gas vrijgeven dat het vuur voedt.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze strips of beugels vervangen door geschikte metalen beugels, bij voorkeur door een erkend gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna de conformiteit.

📖 NBN D 51-003 § ?

RGIG-069 De afstand tussen elke gasbuis of tussen een gasbuis en elke andere leiding of kabel moet minstens 4 cm zijn NBN 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.1

💡 Concreet

Gasbuizen liggen op minder dan 4 cm van elkaar, of op minder dan 4 cm van een andere leiding of kabel. De norm legt die minimumafstand op om elk contact te vermijden en de leiding bereikbaar te houden.

⚠️ Het risico

Leidingen die te dicht bij elkaar liggen zijn gevoeliger voor contactcorrosie en beschadiging (wrijving, opwarming door een elektrische kabel), en zijn moeilijker te inspecteren en te onderhouden.

🔧 Hoe herstellen

Een erkend gasinstallateur kan de leidingen verplaatsen zodat de afstand van minstens 4 cm gerespecteerd wordt. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme heft de inbreuk daarna op.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.2

RGIG-070 In een laag gasbuizen bevindt de verst verwijderde gasbuis zich op maximum 50 cm van de bereikbare rand van deze laag NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.1

💡 Concreet

Meerdere gasbuizen liggen samen in een laag, maar de verst verwijderde gasbuis bevindt zich op meer dan 50 cm van de bereikbare rand van die laag. De norm beperkt die diepte zodat elke gasbuis bereikbaar blijft.

⚠️ Het risico

Een onbereikbare gasbuis kan niet behoorlijk geïnspecteerd of hersteld worden: een gebrek of een beginnend lek kan zo onopgemerkt blijven.

🔧 Hoe herstellen

Laat het leidingtracé herschikken door een erkend gasinstallateur zodat elke gasbuis bereikbaar blijft. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.1.2

RGIG-071 Indien verwarring mogelijk is, hetzij tussen verschillende leidingen, hetzij over de aard van het doorstromende fluïdum, moeten de gasleidingen worden geïdentificeerd door een markering in gele kleur. (NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.10)

💡 Concreet

Op bepaalde plaatsen is verwarring mogelijk tussen de gasleiding en andere leidingen, of is niet duidelijk welk fluïdum erdoor stroomt. De norm eist dan een identificatie met een markering in gele kleur, en die ontbrak bij de keuring.

⚠️ Het risico

Zonder identificatie kan iemand die aan de installatie werkt de gasleiding voor een andere leiding aanzien en ze doorknippen, doorboren of aanpassen, met risico op een gaslek.

🔧 Hoe herstellen

Breng een gele markering aan (verf of aangepaste tape) op de betrokken leidingdelen — dat kunt u zelf doen of aan uw installateur toevertrouwen. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme stelt daarna de regularisatie vast.

📖 NBN D 51-003 § 4.10.1

RGIG-073 Bij elke doorgang van een gasleiding door een muur of vloer wordt deze leiding beschermd door een afzonderlijke mantelbuis (Of een ruimte van 3cm rond de leiding is overgelaten) De ruimte tussen de leiding en de mantelbuis wordt aan één zijde van de mantelbuis opgevuld met een niet-corrosief materiaal dat voldoende plastisch is om de gas- en waterdichtheid te verzekeren (NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11.5)

💡 Concreet

Waar de gasleiding door een muur of vloer gaat, is ze niet beschermd door een afzonderlijke mantelbuis en is er evenmin een ruimte van 3 cm rond de leiding overgelaten, of is de ruimte tussen leiding en mantelbuis niet aan één zijde opgevuld met een niet-corrosief, voldoende plastisch materiaal dat de gas- en waterdichtheid verzekert, zoals de norm het eist.

⚠️ Het risico

Zonder die bescherming kan de leiding in de doorgang ongemerkt beschadigd raken of corroderen, en kan een eventueel lek zich via muren of vloeren verspreiden in plaats van snel opgemerkt te worden.

🔧 Hoe herstellen

Laat de ontbrekende mantelbuizen plaatsen en de vereiste afdichting uitvoeren door een erkend gasinstallateur. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.5

RGIG-074 Aan de bovenzijde van de doorgang van een aan vochtigheid blootgestelde vloer (water voor de schoonmaak) steekt de mantelbuis minstens 5 cm boven de vloer uit. (NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.11.5)

💡 Concreet

Waar de gasleiding door een vloer loopt die nat kan worden (bijvoorbeeld bij het schoonmaken met water), moet ze in een mantelbuis zitten die minstens 5 cm boven de vloer uitsteekt. Bij de keuring was dat niet het geval: de mantelbuis kwam niet hoog genoeg boven de vloer uit of ontbrak, waardoor water tot bij de leiding kan komen.

⚠️ Het risico

Vocht dat tegen de leiding blijft staan, kan ze op termijn door corrosie aantasten en uiteindelijk een gaslek veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de mantelbuis aanpassen of plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen), zodat ze minstens 5 cm boven de vloer uitsteekt. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme kan de correctie daarna valideren.

📖 NBN D 51-003 § 4.11.5

RGIG-099 De ingraafdiepte van leidingen buiten een gebouw, gemeten tussen de bovenzijde van de buis en het maaiveld, bedraagt ten minste 60 cm. NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.5

💡 Concreet

De ingegraven gasleiding buiten het gebouw ligt niet diep genoeg: NBN D 51-003 eist minstens 60 cm tussen de bovenzijde van de buis en het maaiveld, en die ingraafdiepte was bij de controle niet gehaald.

⚠️ Het risico

Een leiding die te dicht bij het oppervlak ligt, kan geraakt worden bij tuin- of graafwerken, met een moeilijk op te merken gaslek in de grond als mogelijk gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur de leiding op de vereiste diepte leggen, of ze beschermen zoals de norm voorziet als dat echt niet kan. Nadien is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.5.1

RGIG-100 Wanneer de minimale ingraafdiepte van leidingen buiten een gebouw niet kan worden nageleefd dient de leiding zo diep mogelijkgeplaatst te worden - Boven de leiding moet over de hele lengte waarop de leiding onvoldoende diep ligt kunststof of metalen beschermingsplaten geplaatst te worden. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.5

💡 Concreet

De ingegraven leiding buiten het gebouw ligt onvoldoende diep en mist de vereiste extra bescherming: als de minimale ingraafdiepte niet haalbaar is, moet de leiding zo diep mogelijk liggen en over de hele te ondiepe lengte afgedekt worden met kunststof of metalen beschermingsplaten, en dat was niet het geval.

⚠️ Het risico

Zonder die platen kan een spade of graafmachine de leiding bij latere werken doorboren, met een gaslek in de grond tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur beschermingsplaten boven de leiding plaatsen over de hele te ondiepe lengte, of de leiding dieper leggen. Nadien is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.5.1

RGIG-101 De sleufbodem van leidingen buiten een gebouw moet verwezenlijkt worden op een grondsoort die vrij is van steenslag, corrosieve of snijdende materialen. Deze dient opgevuld te worden met neutraal zand rond de leidingen. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.5

💡 Concreet

De sleuf waarin de buitenleiding is ingegraven, is niet conform: de sleufbodem moet vrij zijn van steenslag en van corrosieve of snijdende materialen, en de leiding moet omgeven zijn door neutraal zand, wat bij de controle niet het geval was.

⚠️ Het risico

Stenen of scherpe voorwerpen tegen de leiding kunnen ze mettertijd beschadigen of doen corroderen, tot er een moeilijk op te sporen gaslek in de grond ontstaat.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur de sleuf opnieuw openen en de leiding herplaatsen op een bodem zonder stenen of scherp materiaal, aangevuld met neutraal zand. Nadien is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.5.3

RGIG-102 Op circa 20 cm boven de ingegraven leidingen buiten een gebouw moet een geel signalisatieband of -lint met aanduiding “gas- gaz” worden aangebracht, NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.5

💡 Concreet

Het gele signalisatielint met de aanduiding « gas-gaz », dat op circa 20 cm boven de ingegraven leiding buiten het gebouw moet liggen, ontbreekt. Dat lint waarschuwt iedereen die daar ooit graaft dat er een gasleiding zit.

⚠️ Het risico

Bij latere graafwerken waarschuwt niets voor de gasleiding: ze kan door een spade of machine geraakt worden, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een geel signalisatielint « gas-gaz » aanbrengen op circa 20 cm boven de leiding, wat betekent dat de sleuf gedeeltelijk opnieuw geopend moet worden; vertrouw dit toe aan een gekwalificeerde gasinstallateur of aan de grondwerker. Een herkeuring door een erkend controleorganisme sluit het punt daarna af.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.5.5

RGIG-103 De installaties met polyethyleen-buizen zijn slechts toegelaten voor de ingegraven gedeelten van een installatie buiten of onder het gebouw. De overgang van PE (buiten) naar binnen dient te gebeuren tussen de 30 – 100cm voor het gebouw NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.5

💡 Concreet

Er is een polyethyleen-buis (PE, een kunststof) gebruikt buiten wat de norm toelaat: PE is enkel toegelaten voor de ingegraven gedeelten buiten of onder het gebouw, en de overgang van PE naar een ander materiaal moet gebeuren tussen 30 en 100 cm vóór het gebouw. Die regel was bij de controle niet nageleefd.

⚠️ Het risico

Een PE-buis is niet bedoeld om bovengronds of binnen geplaatst te worden: ze is daar blootgesteld aan beschadiging en kan smelten, zeker bij brand, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur het tracé aanpassen, met de overgang van PE naar een toegelaten materiaal in de voorziene zone vóór het gebouw. Na de werken is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.6 ; 4.3.2.6

RGIG-104 Leidingen in koper en PLT dienen voorzien te zijn van een mechanische bescherming tot op een hoogte van 2m buiten het gebouw NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.3.2.7

💡 Concreet

De leiding in koper of PLT (plooibare metalen gegolfde buis) langs de buitenkant van het gebouw heeft geen mechanische bescherming tot op een hoogte van 2 m, zoals NBN D 51-003 dat eist voor dit blootgestelde deel.

⚠️ Het risico

Op mensenhoogte kan een onbeschermde leiding geplet of doorboord worden door een stoot (voertuig, werktuig, voorwerp), met een gaslek langs de gevel tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur een geschikte mechanische bescherming aanbrengen over het blootgestelde deel, tot 2 m hoogte. Nadien is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.2.7

RGIG-105 knelfittings zijn slechts toegelaten voor koperen buizen en roestvast stalen buizen met een buitendiameter tot en met 28 mm en dienen geschikt te zijn voor GAS (NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.5.1)

💡 Concreet

De installatie bevat een of meer knelfittings (mechanische koppelingen die op de buis worden aangespannen) die niet voldoen aan de voorwaarden van de norm: ze zijn enkel toegelaten op koperen of roestvast stalen buizen met een buitendiameter tot en met 28 mm, en alleen als ze geschikt zijn voor gas.

⚠️ Het risico

Een ongeschikte knelfitting kan mettertijd loskomen of zijn dichtheid verliezen, met een gaslek ter hoogte van de koppeling tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur de betrokken fittings vervangen door een toegelaten verbinding die geschikt is voor gas. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.5.1.2

RGIG-106 persfittings zijn slechts toegelaten voor koperen buizen en roestvast stalen buizen met een buitendiameter tot en met 54 mm en dienen geschikt te zijn voor GAS (NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 4.5.1

💡 Concreet

De inspecteur stelde persfittings vast die niet aan de voorwaarden van de norm voldoen: dit type verbinding is enkel toegelaten op koperen of roestvast stalen buizen met een buitendiameter tot en met 54 mm, en de fitting moet specifiek geschikt zijn voor gas (geen model dat voor water of verwarming bedoeld is).

⚠️ Het risico

Een ongeschikte persfitting kan na verloop van tijd zijn dichtheid verliezen, met een gaslek en dus brand- of ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken fittings vervangen door een erkend gasinstallateur, met fittings die voor gas gecertificeerd zijn. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.5.1.2

RGIG-107 Tijdens het persen mag er zich geen abnormale pletting van de koperen of roestvast stalen buis voordoen. (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.5.1)

💡 Concreet

De inspecteur stelde bij een persverbinding een abnormale pletting van de koperen of roestvast stalen buis vast. Bij het persen wordt de fitting op de buis samengedrukt, maar daarbij mag zich geen abnormale pletting van de buis voordoen.

⚠️ Het risico

Een geplette buis is verzwakt en de verbinding is mogelijk niet meer volledig gasdicht: op termijn kan een gaslek ontstaan, met brand- of ontploffingsgevaar.

🔧 Hoe herstellen

Laat het vervormde stuk buis vervangen en de verbinding correct opnieuw uitvoeren door een erkend gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.5.1.3.3

RGIG-108 Schroefdraadverbindingen uitgevoerd door gebruik te maken van hygroscopischevezels, bijvoorbeeld natuurlijke hennep, is verboden. (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.5 / NBN 51-004 § 5.1.4.3.1)

💡 Concreet

Een of meer schroefdraadverbindingen van uw installatie zijn afgedicht met hygroscopische vezels, zoals natuurlijke hennep, die vocht opnemen. Dat is verboden op een gasinstallatie: enkel afdichtingsmiddelen die voor gas bestemd zijn, zijn toegelaten.

⚠️ Het risico

Zulke vezels zwellen en krimpen naargelang de vochtigheid en verouderen: de verbinding kan daardoor haar dichtheid verliezen en gas laten ontsnappen.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze verbindingen opnieuw uitvoeren door een erkend gasinstallateur, met een afdichtingsmiddel dat geschikt is voor gas, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 4.5.2.1 ; D 51-004 §5.1.4.3.1

RGIG-109 De gebruikte onderdelen zijn niet geschikt voor gas installaties (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.5.1)

💡 Concreet

Bepaalde onderdelen van uw installatie (fittingen, kranen, buizen of andere componenten) zijn niet geschikt voor gas: het gaat bijvoorbeeld om materiaal dat voor water of verwarming bedoeld is. Op een gasinstallatie moet elk onderdeel specifiek voor gas geschikt zijn.

⚠️ Het risico

Een onderdeel dat niet voor gas bestemd is, kan corroderen of zijn dichtheid verliezen, met een gaslek en dus brand- of ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken onderdelen vervangen door materiaal dat geschikt is voor gas, door een erkend gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 4.5.1.2 ; 4.1.1

RGIG-203 Schroefdraadverbindingen uitgevoerd door gebruik te maken van hygroscopische vezels, bijvoorbeeld natuurlijke hennep, is verboden. 51.003 § 6.3.4.1

💡 Concreet

Op uw installatie zijn schroefdraadverbindingen dichtgemaakt met vezels die vocht opnemen (hygroscopische vezels), zoals natuurlijke hennep. Dat is voor gas verboden: de dichtheid moet verzekerd worden met materialen die daarvoor goedgekeurd zijn.

⚠️ Het risico

Vezels die vocht opnemen, zwellen en krimpen mettertijd: de verbinding kan daardoor gaan lekken en gas laten ontsnappen.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze verbindingen opnieuw maken met goedgekeurde afdichtingsmaterialen door een erkende gasinstallateur (bij voorkeur met Cerga-label), en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme, dat daarbij de dichtheid opnieuw controleert.

📖 NBN D 51-003 § hors-norme (cité 51.003 §6.3.4.1 erroné ; cf. D 51-003 §4.5.2.1 / D 51-004 §5.1.4.3.1)

Flexibels & toestelaansluitingen (9)

RGIG-024 Darm van de kookplaat moet volgens de norm aangesloten worden

💡 Concreet

De inspecteur stelde vast dat de darm (flexibele slang) van de kookplaat niet aangesloten is zoals de norm het voorschrijft, bijvoorbeeld door een niet-toegelaten type slang of een foute plaatsing.

⚠️ Het risico

De flexibele aansluiting is een gevoelig punt van de installatie: een niet-conforme aansluiting kan lekken of beschadigd raken door de warmte van het koken, met gevaar voor een gaslek en brand in de keuken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de kookplaat aansluiten met een geschikte, correct geplaatste slang door een bevoegde gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.6.2

RGIG-091 Metalen slangen mogen enkel gebruikt worden wanneer het gebruik van starre leidingen niet mogelijk is NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.4

💡 Concreet

De inspecteur stelde vast dat een metalen slang gebruikt is op een plaats waar een starre (vaste) leiding mogelijk was. Volgens NBN D 51-003 zijn metalen slangen enkel toegelaten als een starre leiding echt niet kan.

⚠️ Het risico

Een slang is kwetsbaarder dan een starre leiding: ze kan geplooid, geplet of beschadigd raken, met een gaslek als mogelijk gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur de slang vervangen door een correct geplaatste starre leiding. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.4

RGIG-092 Metalen slangen mogen niet ingewerkt worden in de muur of ondervloer NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.4

💡 Concreet

Een metalen slang is ingewerkt in de muur of in de ondervloer. Dat is verboden volgens NBN D 51-003: een slang moet zichtbaar en controleerbaar blijven.

⚠️ Het risico

Een ingewerkte slang kan niet meer nagekeken worden en kan ongemerkt beschadigd raken; een gaslek zou zich dan onopgemerkt in de constructie kunnen opstapelen.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur dit deel vervangen door een toegelaten leiding die volgens de regels geplaatst is. Nadien is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.4

RGIG-093 metalen slangen mogen niet in serie staan NBN 51-003:2010+A2:2021 § 4.4.4

💡 Concreet

Meerdere metalen slangen zijn achter elkaar (in serie) gekoppeld om het toestel te bereiken. Dat is verboden volgens NBN D 51-003: per aansluiting is maar één slang toegelaten.

⚠️ Het risico

Elke extra koppeling tussen slangen is een zwak punt waar een gaslek kan ontstaan.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur het geheel vervangen door één geschikte slang, of de vaste leiding verlengen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.4

RGIG-094 Metalen slangen mogen maximum 2m lang zijn. NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 4.4.4

💡 Concreet

De geplaatste metalen slang is te lang: volgens NBN D 51-003 mag een metalen slang maximum 2 m lang zijn.

⚠️ Het risico

Hoe langer de slang, hoe groter de kans dat ze geplooid, gekneld of beschadigd raakt, met een gaslek als mogelijk gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur de vaste leiding dichter bij het toestel brengen en een slang van maximum 2 m plaatsen. Nadien is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 4.4.4

RGIG-095 Een elastomeren slang mag enkel gebruikt worden voor de aansluiting van een komfoor NBN 51- 003:2010+A2:2021 § 6.6.2

💡 Concreet

Een elastomeren slang (rubberen slang) wordt gebruikt om een ander toestel dan een komfoor aan te sluiten. Volgens NBN D 51-003 mag dit type slang enkel dienen voor de aansluiting van een komfoor.

⚠️ Het risico

Op een toestel waarvoor ze niet bedoeld is, kan zo'n slang zwaarder belast worden dan voorzien of sneller verouderen, met een gaslek als mogelijk gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur de slang vervangen door de toegelaten aansluiting voor dit toestel (vaste leiding of een geschikte slang). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.6.2

RGIG-096 de elastomeren slang heeft zijn vervaldatum overschreden (max 10

💡 Concreet

De elastomeren slang (rubberen slang) die het toestel aansluit, is vervallen: de vervaldatum is overschreden, terwijl zo'n slang maximum 10 jaar gebruikt mag worden.

⚠️ Het risico

Een rubberen slang veroudert: na de vervaldatum kan ze verharden, barsten en gas laten ontsnappen.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur de slang vervangen door een nieuw exemplaar dat geschikt is voor aardgas. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.6.2

RGIG-097 Een stopkraan wordt stroomopwaarts van de slang gemonteerd op het vaste uiteinde van de binnenleiding NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 6.6.2

💡 Concreet

Er ontbreekt een stopkraan net vóór de slang, op het vaste uiteinde van de binnenleiding. NBN D 51-003 eist die stopkraan zodat het gas naar het toestel meteen stroomopwaarts van de slang kan worden afgesloten.

⚠️ Het risico

Zonder stopkraan op die plaats kan het gas niet snel afgesloten worden bij een lek aan de slang of het toestel, of wanneer het toestel vervangen wordt.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur een stopkraan plaatsen op het vaste uiteinde van de leiding, stroomopwaarts van de slang. Nadien is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.6.2

RGIG-098 een PLT-buissysteem mag niet toegepast worden stroomafwaarts van de stopkraan van een gastoestel. NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 6.6.1

💡 Concreet

Een PLT-buissysteem (plooibare metalen gegolfde buis) is gebruikt stroomafwaarts van de stopkraan van het gastoestel, dus voor de eindaansluiting van het toestel. NBN D 51-003 verbiedt PLT op die plaats.

⚠️ Het risico

Het stuk na de stopkraan wordt net gemanipuleerd bij onderhoud of vervanging van het toestel; een materiaal dat daar niet voor bedoeld is, verhoogt het risico op een gaslek.

🔧 Hoe herstellen

Laat een gekwalificeerde gasinstallateur dit stuk vervangen door een toegelaten aansluiting (vaste leiding of een geschikte slang). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend controleorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.6.1

Gastoestellen (6)

RGIG-021 Ketel mag niet gebruikt worden in de omgeving moet G20 zijn

💡 Concreet

De geplaatste ketel is niet geschikt voor het gas dat in uw streek verdeeld wordt: het net levert er gas van het type G20, en het toestel is daar niet voor voorzien of afgesteld. De ketel mag daarom in deze toestand niet gebruikt worden.

⚠️ Het risico

Een toestel dat werkt op een gas waarvoor het niet ontworpen is, kan slecht verbranden: daarbij kan koolstofmonoxide vrijkomen, een giftig en geurloos gas, en het toestel kan beschadigd raken.

🔧 Hoe herstellen

Gebruik de ketel niet en laat ze nakijken door een bevoegde gasinstallateur: afhankelijk van het geval kan ze afgesteld of omgebouwd worden voor G20, of moet ze vervangen worden. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.3 ; Annexe E §1.1.1.1

RGIG-036 Elk geplaatst verbruikerstoestel dient een CE-keurmerk , een BE markering te hebben en dient van het type cat I2E+, I2E(S) B, I2E(R)B, I2N, II2E+3+ of II2E+3P te zijn NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 3.3 / NBN DTD 61-002 § 6.3

💡 Concreet

Elk geplaatst verbruikerstoestel moet een CE-keurmerk en een BE-markering dragen en behoren tot een categorie die geschikt is voor het gas dat in België verdeeld wordt (cat. I2E+, I2E(S)B, I2E(R)B, I2N, II2E+3+ of II2E+3P). De inspecteur stelde vast dat minstens één toestel niet aan die eis voldoet.

⚠️ Het risico

Een toestel dat niet gecertificeerd of niet voorzien is voor het Belgische gas kan slecht werken of slecht verbranden, met gevaar voor een gaslek of de vorming van koolstofmonoxide, een giftig en geurloos gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat het kenplaatje van het toestel nakijken door een bevoegde gasinstallateur; is het toestel niet van het juiste type, dan moet het vervangen worden door een model met de vereiste markeringen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.3 ; Annexe E §1.1.1.1

RGIG-119 Toestellen van het type B mogen niet opgesteld worden in een slaapkamer, badkamer, stortbadruimte of WC NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 6 / NBN DTD 61-002 § 4.1.1.2

💡 Concreet

Een gastoestel van het type B — dat zijn verbrandingslucht uit de ruimte zelf haalt — staat opgesteld in een slaapkamer, badkamer, stortbadruimte of WC. Dat is in deze ruimtes verboden.

⚠️ Het risico

In deze afgesloten ruimtes waar u slaapt of zich wast, kan een slechte verbranding snel leiden tot een koolstofmonoxidevergiftiging, die dodelijk kan zijn.

🔧 Hoe herstellen

Laat het toestel verplaatsen naar een toegelaten ruimte of vervangen door een toestel met gesloten verbrandingskring, door een erkend gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme onontbeerlijk.

📖 NBN D 51-003 § 6.1

RGIG-120 Toestellen van het type B en een vermogen >30 kW en < 70kW zijn niet toegelaten in een ruimte die een woonfunctie heeft (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer, studeerkamer, speelkamer) of een toiletruimte / WC (NBN DTD 61-002 § 4.1.2)

💡 Concreet

Een toestel van het type B met een vermogen tussen 30 en 70 kW staat opgesteld in een ruimte met woonfunctie (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer, studeerkamer, speelkamer) of in een toiletruimte. Voor dat vermogen legt de norm een geschikte ruimte op, gescheiden van de leefruimtes.

⚠️ Het risico

Een toestel met zo'n vermogen verbruikt veel lucht: in een leefruimte kan een verstoorde verbranding de bewoners blootstellen aan koolstofmonoxide.

🔧 Hoe herstellen

Laat het toestel verplaatsen naar een geschikte ruimte (stookplaats, technisch lokaal) of laat samen met een erkend gasinstallateur een passende vervangoplossing uitwerken, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.1

RGIG-122 De toestellen van het type B11 met CE- keurmerk moeten van het type B11AS, B11BS of B11CS zijn uitgezonderd de toestellen die in open lucht geïnstalleerd zijn NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.3.1.1.1.4

💡 Concreet

Uw gastoestel dat op een schouw is aangesloten (type B11) is geen model met terugslagbeveiliging (type B11AS, B11BS of B11CS). Die beveiliging schakelt het toestel automatisch uit wanneer de verbrandingsgassen niet via het afvoerkanaal naar buiten gaan, maar terugslaan in de ruimte. Alleen toestellen die in open lucht geïnstalleerd zijn, vallen buiten deze eis.

⚠️ Het risico

Zonder die beveiliging kan terugslag van verbrandingsgassen onopgemerkt blijven en tot een koolstofmonoxidevergiftiging leiden — een onzichtbaar en geurloos gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat het toestel vervangen door een model met terugslagbeveiliging, of de installatie aanpassen, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.1.4

RGIG-132 De vrije ruimte rond het toestel is onvoldoende om onderhoud ofherstellingen te kunnen uitvoeren en of de plaatsingsvoorschriften van de fabrikant zijn niet nageleeft (NBN DTD 61- 002 § 4.4)

💡 Concreet

De inspecteur stelde vast dat er onvoldoende vrije ruimte rond het toestel is om onderhoud of herstellingen te kunnen uitvoeren, en/of dat de plaatsingsvoorschriften van de fabrikant (afstanden en vrije zones) niet zijn nageleefd.

⚠️ Het risico

Een moeilijk bereikbaar toestel kan niet behoorlijk onderhouden worden: gebreken kunnen onopgemerkt blijven en de veilige werking zoals de fabrikant ze voorziet, is niet langer gegarandeerd.

🔧 Hoe herstellen

Maak zelf de ruimte rond het toestel vrij als het om obstakels gaat; staat het toestel zelf verkeerd opgesteld, laat het dan verplaatsen door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 6.2

Ventilatie & rookgasafvoer (30)

RGIG-110 Een toevoeropening voor buitenlucht is voorzien in elke opstellingsruimte van een toestel met open verbrandingskring. Indien het toestel een vermogen betreft < 30 kW en in een bestaand gebouw opgesteld staat mag dit via maximum 2 doorstroomopeningen NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.2.1.2

💡 Concreet

In de opstellingsruimte van een gastoestel met open verbrandingskring — een toestel dat zijn verbrandingslucht uit de ruimte zelf haalt — ontbreekt de vereiste toevoeropening voor buitenlucht. Elke opstellingsruimte van zo'n toestel moet verse buitenlucht krijgen; voor een toestel van minder dan 30 kW in een bestaand gebouw mag dat via maximaal twee doorstroomopeningen.

⚠️ Het risico

Zonder voldoende luchttoevoer verloopt de verbranding onvolledig en kan er koolstofmonoxide (CO) ontstaan, een onzichtbaar en geurloos gas dat dodelijk kan zijn.

🔧 Hoe herstellen

Laat een conforme luchttoevoer aanbrengen (rooster naar buiten of doorstroomopeningen, afhankelijk van de situatie) door een erkend gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.1.2

RGIG-111 In elk nieuw gebouw waar een toestel met open verbrandingskring(type B) is opgesteld moet een toevoer van verbrandingslucht rechtstreeks vanuit de buitenlucht voorzien zijn. NBN DTD 61-002 § 6.1

💡 Concreet

Uw gebouw is een nieuw gebouw en het gastoestel van het type B (met open verbrandingskring) krijgt er zijn verbrandingslucht niet rechtstreeks vanuit de buitenlucht, terwijl de norm dat voor nieuwe gebouwen verplicht. Een onrechtstreekse toevoer via andere ruimtes volstaat daar niet.

⚠️ Het risico

Nieuwe gebouwen zijn zeer luchtdicht: zonder rechtstreekse luchttoevoer kan het toestel zuurstof tekortkomen, slecht verbranden en koolstofmonoxide produceren, een onzichtbaar gas dat dodelijk kan zijn.

🔧 Hoe herstellen

Laat een rechtstreekse toevoer van buitenlucht plaatsen door een erkend gasinstallateur, of overweeg de vervanging door een toestel met gesloten verbrandingskring. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.1.1

RGIG-112 De luchttoevoer van Type B1* toestel is niet conform of ontbreekt: Rechtstreeks naar buiten: 6cm2/kW / 1 doorstroomopeningen: 8cm2/kW / 2 doorstroomopeningen: 10cm2/kW en met een minimum grote van 50cm2 (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.2.1.4 + NBN DTD 61- 002 § 6.2)

💡 Concreet

De luchttoevoer van uw toestel van het type B1 (aangesloten op een schoorsteen, met trekonderbreker) ontbreekt of is te klein. De norm legt een doorlaat op in verhouding tot het vermogen: 6 cm² per kW bij toevoer rechtstreeks naar buiten, 8 cm² per kW via één doorstroomopening, 10 cm² per kW via twee doorstroomopeningen, telkens met een minimum van 50 cm².

⚠️ Het risico

Onvoldoende luchttoevoer leidt tot onvolledige verbranding en een risico op koolstofmonoxidevergiftiging; CO is onzichtbaar, geurloos en kan dodelijk zijn.

🔧 Hoe herstellen

Laat de luchttoevoer aanleggen of vergroten tot de vereiste afmetingen door een erkend gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.1.4 (Tableau 4)

RGIG-113 De luchttoevoer van Type B2* toestel is niet conform of ontbreekt: Rechtstreeks naar buiten: 3cm2/kW / 1 doorstroomopeningen: 4cm2/kW / 2 doorstroomopeningen: 5cm2/kW en met een minimum grote van 50cm2 (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.2.1.4 + NBN DTD 61- 002 § 6.2)

💡 Concreet

De luchttoevoer van uw toestel van het type B2 (aangesloten op een afvoerkanaal, zonder trekonderbreker) ontbreekt of is te klein. De norm legt een doorlaat op in verhouding tot het vermogen: 3 cm² per kW bij toevoer rechtstreeks naar buiten, 4 cm² per kW via één doorstroomopening, 5 cm² per kW via twee doorstroomopeningen, telkens met een minimum van 50 cm².

⚠️ Het risico

Onvoldoende luchttoevoer leidt tot onvolledige verbranding en een risico op koolstofmonoxidevergiftiging; CO is onzichtbaar, geurloos en kan dodelijk zijn.

🔧 Hoe herstellen

Laat de luchttoevoer aanleggen of vergroten tot de vereiste afmetingen door een erkend gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.1.4 (Tableau 4)

RGIG-114 Toestel type B geplaatst in een kelder voorzien van verse lucht via het keldergat : de diepte van de opstellingsruimte is niet groter dan 5m, en de vrije oppervlakte van het keldergat bedraagt minstens 5x de normaal berekende oppervlakte bepaald in NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.2.1.4

💡 Concreet

Uw toestel van het type B staat in een kelder die verse lucht krijgt via het keldergat, maar de voorwaarden voor die opstelling zijn niet vervuld: de opstellingsruimte mag niet dieper zijn dan 5 m en de vrije oppervlakte van het keldergat moet minstens 5 keer de normaal berekende toevoeroppervlakte bedragen.

⚠️ Het risico

In een kelder met te weinig luchttoevoer kan het toestel zuurstof tekortkomen en koolstofmonoxide produceren dat zich in de ruimte opstapelt, met vergiftigingsgevaar.

🔧 Hoe herstellen

Laat de luchttoevoer aanpassen (groter keldergat of een andere luchtinname) of het toestel verplaatsen door een erkend gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.1.1

RGIG-115 De luchttoevoeropeningen mogen niet afsluitbaar zijn . NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.2.1 + NBN DTD 61- 002 § 6.3

💡 Concreet

De luchttoevoeropeningen van de opstellingsruimte van uw toestel kunnen worden afgesloten of dichtgezet (regelbaar rooster, klep…). Dat is verboden: deze openingen moeten permanent open blijven.

⚠️ Het risico

Wordt een opening — zelfs onbedoeld — gesloten, dan krijgt het toestel te weinig lucht, verslechtert de verbranding en kan er koolstofmonoxide in de ruimte ontstaan.

🔧 Hoe herstellen

Laat het rooster of het afsluitmechanisme vervangen door een niet-afsluitbare opening, bij voorkeur door een erkend gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna de correctie.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.1.3

RGIG-116 De verbrandingslucht moet bij een verticaalluchttoevoerkanaal toegevoerd worden onderaan het lokaal, de luchtiname op het dak dient voorzien te worden van een kruiskap in de statische overdrukzone 3 NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.2.1.5

💡 Concreet

De verbrandingslucht van uw installatie komt toe via een verticaal luchttoevoerkanaal, maar de uitvoering is niet conform: de lucht moet onderaan het lokaal worden toegevoerd en de luchtinname op het dak moet voorzien zijn van een kruiskap, geplaatst in de statische overdrukzone 3 — de zone van het dak waar de wind de lucht op natuurlijke wijze het kanaal in duwt.

⚠️ Het risico

Een verkeerd geplaatste of verkeerd uitgeruste luchttoevoer kan omgekeerd werken of te weinig lucht aanvoeren, met onvolledige verbranding en risico op koolstofmonoxide.

🔧 Hoe herstellen

Laat het kanaal en de luchtinname op het dak aanpassen door een erkend gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.1.5

RGIG-117 NBN DTD 61-002 : In een verticaal luchtaanvoerkanaal moet de verbrandingslucht langs de onderzijde van het gebouw worden aangezogen en de opening voor luchtinname moet gesitueerd zijn in een gevelvlak dat aangrenzend is met het dakvlak waarin het bijhorend afvoerkanaal van de verbrandingsproducten uitmondt. (NBN DTD 61- 002 § 6.3)

💡 Concreet

Het verticale luchtaanvoerkanaal van uw installatie voldoet niet aan de regels van de norm NBN DTD 61-002: de verbrandingslucht moet langs de onderzijde van het gebouw worden aangezogen, en de opening voor luchtinname moet zich bevinden in een gevelvlak dat grenst aan het dakvlak waarin het bijhorende afvoerkanaal van de verbrandingsproducten uitmondt.

⚠️ Het risico

Een verkeerd geplaatste luchtinname kan de afgevoerde verbrandingsproducten opnieuw aanzuigen of een onstabiele trek veroorzaken, met risico op koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat het tracé van het kanaal of de plaats van de luchtinname corrigeren door een erkend gasinstallateur. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.1.5

RGIG-118 Toestellen type B1 mogen niet opgesteld staan in ruimtes die voorzien zijn van mechanische ventilatie. (NBN DTD 61-002 § 5.3.1) NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.2.3

💡 Concreet

Uw toestel van het type B1 (aangesloten op een schoorsteen, met trekonderbreker) staat opgesteld in een ruimte die voorzien is van mechanische ventilatie, wat de norm voor dit type toestel verbiedt.

⚠️ Het risico

Een mechanische afzuiging kan de trek van de schoorsteen omkeren en de rookgassen — waaronder koolstofmonoxide — de ruimte in stuwen.

🔧 Hoe herstellen

Laat een erkend gasinstallateur ofwel de mechanische ventilatie van de ruimte aanpassen, ofwel het toestel vervangen door een geschikt model, bijvoorbeeld met gesloten verbrandingskring. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.3.1

RGIG-121 Bij natuurlijke ventilatie van de opstellingsruimte voor CV ketels type B zonder ventilator dient de doorlaat van het luchtafvoerkanaal of van de afvoeropening minimaal 1/3 van de doorlaat van de luchttoevoer te zijn met een minimum van 50 cm2 (NBN DTD 61-002 § 5.2.1)

💡 Concreet

De opstellingsruimte van uw cv-ketel van het type B zonder ventilator wordt natuurlijk geventileerd, maar de luchtafvoer van de ruimte ontbreekt of is te klein: de doorlaat van het luchtafvoerkanaal of van de afvoeropening moet minstens een derde van die van de luchttoevoer bedragen, met een minimum van 50 cm².

⚠️ Het risico

Zonder voldoende luchtafvoer wordt de lucht in de ruimte slecht ververst: de verbranding kan verslechteren en verbrandingsproducten, waaronder koolstofmonoxide, kunnen zich opstapelen.

🔧 Hoe herstellen

Laat de afvoeropening of het luchtafvoerkanaal aanleggen of vergroten door een erkend gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § ?

RGIG-123 Het is verboden toestellen van de typen B22(P) en B23(P) aan te sluiten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal. NBN D51-003:2010+A2:2021 § 5.3.1.1.1.6 / NBN DTD 61-002 7.6.2

💡 Concreet

Een toestel van het type B22 of B23 — waarbij een ventilator de verbrandingsgassen wegblaast — is aangesloten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal dat met andere toestellen wordt gedeeld. Dat is verboden: zulke toestellen moeten een eigen afvoerkanaal hebben.

⚠️ Het risico

De onder druk geblazen verbrandingsgassen kunnen via de andere aansluitingen terugstromen en zich in andere ruimtes of woningen verspreiden, met gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat het toestel door een gekwalificeerde gasinstallateur op een eigen, geschikt afvoerkanaal aansluiten en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.1.6

RGIG-124 Het afvoerkanaal is niet lekdicht NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.3.1.1.4

💡 Concreet

Het afvoerkanaal dat de verbrandingsgassen van uw gastoestel afvoert, is niet lekdicht: de inspecteur stelde vast dat het niet lekdicht is (bijvoorbeeld slechte dichtingen, barsten of slordige verbindingen).

⚠️ Het risico

Een deel van de verbrandingsgassen kan in de woning terechtkomen in plaats van naar buiten te worden afgevoerd, met gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat het afvoerkanaal herstellen of vervangen door een gekwalificeerde gasinstallateur of een schouwspecialist, en laat de installatie nadien herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.1.4

RGIG-125 Toestellen type B1 met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kW hebben een aansluitkanaal met een verticaal gedeelte van minstens 50 cm. NBN D 51-003:2010+A2:2021 § 5.3.1.2.5.2 / NBN DTD 61-002 7.3.6

💡 Concreet

Het aansluitkanaal — de buis tussen uw toestel (type B1 met een vermogen kleiner dan 70 kW) en de schouw — heeft niet het vereiste verticale gedeelte van minstens 50 cm. Dat verticale stuk vlak boven het toestel is nodig om een goede trek op gang te brengen.

⚠️ Het risico

Bij onvoldoende trek kunnen de verbrandingsgassen in de ruimte terugslaan, met gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat het aansluitkanaal aanpassen door een gekwalificeerde gasinstallateur zodat het vereiste verticale gedeelte aanwezig is, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.2.5.2

RGIG-126 de totale lengte van het aansluitkanaal mag niet groter zijn dan één vierde van de trekhoogte van het afvoerkanaal. Indien deze trekhoogte kleiner dan 8 m is, mag de maximumlengte 2 m bedragen. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.3.1.2.5.2 / NBN DTD 61-002 7.3.6

💡 Concreet

Het aansluitkanaal tussen het toestel en de schouw is te lang in verhouding tot de trekhoogte van het afvoerkanaal. De norm beperkt de totale lengte tot één vierde van die trekhoogte; is de trekhoogte kleiner dan 8 m, dan is maximaal 2 m toegestaan.

⚠️ Het risico

Een te lang aansluitkanaal remt de afvoer van de verbrandingsgassen: de trek wordt onvoldoende en de gassen kunnen in de ruimte terugslaan, met gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat het aansluitkanaal inkorten of anders aanleggen door een gekwalificeerde gasinstallateur en laat de installatie nadien herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.2.5.2

RGIG-127 Toestel type B met natuurlijke trek : Geen enkel brandbaar materiaal mag onbeschermd gebruikt worden op minder dan 0,15 m van het losstaand afvoerkanaal. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.3.1.1.13.4

💡 Concreet

Er bevindt zich onbeschermd brandbaar materiaal (hout, platen, isolatie…) op minder dan 0,15 m (15 cm) van het afvoerkanaal van uw toestel type B met natuurlijke trek, terwijl de norm die veiligheidsafstand oplegt.

⚠️ Het risico

Het afvoerkanaal wordt warm wanneer het toestel werkt: brandbaar materiaal dat te dichtbij zit, kan geleidelijk opwarmen en uiteindelijk vuur vatten.

🔧 Hoe herstellen

Laat het brandbare materiaal verwijderen of een onbrandbare bescherming plaatsen; een gekwalificeerde gasinstallateur of schouwspecialist kan dit uitvoeren. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.1.13.4 ; 5.3.1.2.4

RGIG-128 Het verwijde uiteinde van de ineenschuifbare aansluitkanalen wordt steeds gericht in de zin van de afvoer van de verbrandingsgassen (+NBN DTD 61-002 7.3.6.5

💡 Concreet

De ineenschuifbare elementen van het aansluitkanaal zijn in de verkeerde richting gemonteerd: het verwijde uiteinde moet altijd in de zin van de afvoer van de verbrandingsgassen wijzen, en dat was bij de keuring niet het geval. Die montagerichting zorgt ervoor dat rookgassen en condens binnen het kanaal blijven.

⚠️ Het risico

Bij omgekeerde montage kunnen verbrandingsgassen of condens ontsnappen ter hoogte van de verbindingen, met risico op koolstofmonoxide in de ruimte.

🔧 Hoe herstellen

Laat de elementen in de juiste richting hermonteren, bij voorkeur door een gekwalificeerde gasinstallateur, en laat de installatie nadien herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.2.1 ; 5.3.1.1.13

RGIG-129 De uitmonding van het afvoerkanaal (type B) met natuurlijke trek moet steeds uitmonden in zone 1 of 2 . in zone 2 moet steeds een

💡 Concreet

De uitmonding van het afvoerkanaal van uw toestel type B met natuurlijke trek is niet correct geplaatst. De norm bakent op het dak zones af (zone 1 en 2) waar de uitmonding voldoende beschut is tegen windturbulentie; in zone 2 is bovendien een bijkomende voorziening aan de uitmonding vereist.

⚠️ Het risico

Een slecht geplaatste uitmonding verstoort de trek: bij ongunstige wind kunnen de verbrandingsgassen in de woning terugslaan, met gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat de uitmonding aanpassen (verhogen, verplaatsen of de vereiste voorziening plaatsen) door een gekwalificeerde gasinstallateur of schouwspecialist, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.2.2.1

RGIG-130 De uitmonding van het Type C toestel voldoet niet aan het “huisje in perspectief” . NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.3.4.1

💡 Concreet

De uitmonding van uw gesloten toestel (type C) is niet goed geplaatst: ze voldoet niet aan de regel van het “huisje in perspectief”, die minimumafstanden oplegt tussen de uitmonding en ramen, openingen, hoeken van het gebouw en naburige gebouwen.

⚠️ Het risico

Verbrandingsgassen die te dicht bij een opening worden uitgestoten, kunnen de woning (of die van de buren) binnendringen of opnieuw door het toestel worden aangezogen, met gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat de uitmonding naar een conforme plaats verleggen door een gekwalificeerde gasinstallateur en laat de installatie nadien herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.4.1 (annexe G)

RGIG-131 De inhoud van de opstellingsruimte is te klein (toesstel type C) (PN/m3 ≥35) extra boven- en onderverluchting is te voorzien van elk 1cm2/kW en min. 50 cm2 B61-002 § 5.2.2

💡 Concreet

De opstellingsruimte van uw gesloten toestel (type C) is te klein in verhouding tot het vermogen van het toestel: de verhouding tussen het nominaal vermogen en het volume van de ruimte bereikt of overschrijdt de drempel van 35 uit de norm. In dat geval is extra verluchting vereist: een boven- en een onderverluchting van elk minstens 1 cm² per kW, met een minimum van 50 cm².

⚠️ Het risico

Zonder die verluchting hoopt de vrijgekomen warmte zich op in de kleine ruimte: het toestel en zijn onderdelen kunnen oververhit raken en sneller defect gaan.

🔧 Hoe herstellen

Laat de vereiste boven- en onderverluchting aanbrengen door een gekwalificeerde gasinstallateur of een aannemer, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.4.4

RGIG-133 De schouw is niet afgewerkt of geplaatst NBN D 51- 003:2010+A2:2021

💡 Concreet

Op het moment van de keuring was de schouw niet afgewerkt of nog niet geplaatst. Het toestel beschikt dus niet over een conform kanaal om de verbrandingsgassen naar buiten af te voeren.

⚠️ Het risico

Zonder afgewerkte schouw kunnen de verbrandingsgassen niet correct worden afgevoerd en kunnen ze zich in de woning verspreiden, met gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging; de installatie kan in deze staat niet worden goedgekeurd.

🔧 Hoe herstellen

Laat de schouw afwerken of plaatsen door een vakman (gekwalificeerde gasinstallateur of schouwspecialist) en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.1.1

RGIG-134 Enkel toestellen van het type B11BS mogen worden aangesloten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal en dit voor zover aan alle voorwaarden is voldaan uit NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 5.3.1.4

💡 Concreet

Een toestel is aangesloten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal (gedeeld met andere toestellen of woningen) terwijl dat niet is toegelaten. Enkel toestellen van het type B11BS — met terugslagbeveiliging — mogen dat, en alleen als aan alle voorwaarden van de norm is voldaan.

⚠️ Het risico

Op een gemeenschappelijk afvoerkanaal kan een ongeschikt toestel terugslag van verbrandingsgassen veroorzaken bij u of bij de andere aangesloten bewoners, met gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat de aansluiting nakijken en aanpassen door een gekwalificeerde gasinstallateur: vervanging door een toestel type B11BS dat aan alle voorwaarden voldoet, of aansluiting op een eigen afvoerkanaal. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.4

RGIG-135 Een afvoerkanaal geplaatst in een technische koker dient aan alle zijden afgeschermd te worden met een brandweerstand EL30, de koker zelf dient EL60 te zijn (NBN DTD 61-002 § 7.1.2.2

💡 Concreet

Het afvoerkanaal loopt door een technische koker zonder de vereiste brandbescherming. De norm eist dat het kanaal aan alle zijden wordt afgeschermd met een brandweerstand EL30 en dat de koker zelf een brandweerstand EL60 heeft (respectievelijk 30 en 60 minuten weerstand).

⚠️ Het risico

Bij brand kan een onbeschermde technische koker vuur en rook snel van de ene verdieping naar de andere verspreiden.

🔧 Hoe herstellen

Laat de brandwerende afscherming van het kanaal en de koker uitvoeren door een gespecialiseerde firma of een gekwalificeerde gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § ?

RGIG-136 Het afvoerkanaal in een technische koker samen met : water- en - afvoerleidingen, elektriciteitskabels, gasleidingen enz.; zijn niet toegestaan, het afvoerkanaal dient aan alle zijden afgeschermd te worden met een brandweerstand EL30(NBN DTD 61-002 § 7.1.2.2

💡 Concreet

Het afvoerkanaal deelt een technische koker met andere leidingen (water- en afvoerleidingen, elektriciteitskabels, gasleidingen…), wat zo niet is toegestaan: het afvoerkanaal moet dan aan alle zijden van de andere installaties worden afgeschermd met een brandweerstand EL30, en dat was bij de keuring niet het geval.

⚠️ Het risico

Zonder brandwerende afscherming kan de warmte van het kanaal of een beginnende brand de naburige kabels en leidingen — ook gasleidingen — beschadigen en het vuur door het gebouw verspreiden.

🔧 Hoe herstellen

Laat de vereiste brandwerende afscherming rond het afvoerkanaal plaatsen, of het kanaal verleggen, door een gespecialiseerde firma of een gekwalificeerde gasinstallateur, en laat de installatie nadien herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § ?

RGIG-137 Het Kunstof afvoerkanaal behoord niet tot de temperatuursklasse T120, voldoet niet aan de norm NBN EN 1443 of draagt geen CE markering (NBN DTD 61- 002 § 7.1.2.2.3)

💡 Concreet

Het geplaatste kunststof afvoerkanaal biedt niet de vereiste garanties: het moet tot de temperatuursklasse T120 behoren (dus bestand zijn tegen rookgassen tot 120 °C), voldoen aan de norm NBN EN 1443 en een CE-markering dragen. Minstens één van die voorwaarden is niet vervuld.

⚠️ Het risico

Een niet-gecertificeerd kunststof kanaal kan vervormen of smelten door de warmte van de rookgassen, met rookgaslekken in de woning, gevaar voor koolstofmonoxidevergiftiging en zelfs brandgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat het kanaal vervangen door een gecertificeerd exemplaar (klasse T120, conform NBN EN 1443, met CE-markering) door een gekwalificeerde gasinstallateur, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.4.1

RGIG-138 Aansluit- en afvoerkanalen in kunststof dienen steeds tegen brand beschermd te zijn door een brandwerend omhulsel. (NBN DTD 61-002 § 7.1.2.2.3

💡 Concreet

Het afvoerkanaal voor de verbrandingsgassen van uw toestel (of het aansluitkanaal) is in kunststof uitgevoerd, maar is niet omgeven door een brandwerend omhulsel. De norm vereist die bescherming voor elk kunststof kanaal.

⚠️ Het risico

Bij brand kan een onbeschermd kunststof kanaal snel smelten of mee verbranden, waardoor het vuur zich makkelijker verspreidt en verbrandingsgassen in de woning kunnen vrijkomen.

🔧 Hoe herstellen

Laat een erkende gasinstallateur (bij voorkeur met Cerga-label) een brandwerend omhulsel rond het kanaal plaatsen of het kanaal vervangen. Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.1.13.4 ; 5.3.1.2.4

RGIG-139 de overgang van een metalen- naar kunststof afvoerkanaal moet steeds binnen de kokerruimte worden verwezenlijkt; bij een kunststof aansluitkanalen moet deze concentrisch omhuld te worden door een metalen kanaal tot binnen de koker. (NBN DTD 61-002 § 7.1.2.2.3)

💡 Concreet

De overgang tussen het metalen en het kunststof gedeelte van het afvoerkanaal zit niet op de juiste plaats. Die overgang moet binnen de kokerruimte gebeuren, en een kunststof aansluitkanaal moet tot binnen de koker concentrisch omhuld zijn door een metalen kanaal; dat was bij de keuring niet het geval.

⚠️ Het risico

Een kunststof gedeelte dat buiten de koker blijft, is minder goed beschermd tegen hitte en brand; bij een probleem kunnen verbrandingsgassen in de woning terechtkomen.

🔧 Hoe herstellen

Laat een erkende gasinstallateur (bij voorkeur met Cerga-label) het kanaal aanpassen zodat de overgang binnen de koker ligt, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § ?

RGIG-140 Elk afvoerkanaal waarin zich condensaten kunnen vormen is op zijn laagste punt verbonden met het afvoersysteem voor afvalwater van het gebouw (NBN DTD 61- 002 § 7.1.2.3)

💡 Concreet

In uw afvoerkanaal kunnen condensaten ontstaan (water dat zich vormt wanneer de verbrandingsgassen afkoelen), maar het laagste punt van het kanaal is niet verbonden met het afvoersysteem voor afvalwater van het gebouw, zoals de norm vraagt.

⚠️ Het risico

Zonder afvoer hopen de condensaten zich onderaan in het kanaal op; ze kunnen het kanaal aantasten (corrosie) en op termijn de goede afvoer van de verbrandingsgassen hinderen.

🔧 Hoe herstellen

Laat een erkende gasinstallateur (bij voorkeur met Cerga-label) het laagste punt van het kanaal aansluiten op de afvalwaterafvoer, en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.1.7 ; 5.3.1.5

RGIG-141 De classificatie van het aansluit- of afvoerkanaal is onvoldoende of voldoet niet aan de normen NBN EN 1443 en NBN EN 1856-1(NBN DTD 61-002 § 7.2)

💡 Concreet

Elk afvoerkanaal draagt een classificatie die aangeeft wat het aankan (temperatuur, vocht, corrosie…). De keurder stelde vast dat de classificatie van het geplaatste aansluit- of afvoerkanaal onvoldoende is voor uw toestel, of niet voldoet aan de normen NBN EN 1443 en NBN EN 1856-1.

⚠️ Het risico

Een kanaal met een ongeschikte classificatie kan sneller verslijten dan voorzien, met het risico dat verbrandingsgassen in de woning lekken of dat omliggende materialen te warm worden.

🔧 Hoe herstellen

Laat het aansluit- of afvoerkanaal vervangen door een model met de juiste classificatie, via een erkende gasinstallateur (bij voorkeur met Cerga-label), en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.3

RGIG-142 De afstand tussen het afvoerkanaal en brandbare materialen is onvoldoende. (NBN DTD)

💡 Concreet

Het afvoerkanaal voor de verbrandingsgassen loopt te dicht langs brandbare materialen (hout, isolatie…). De norm legt een veiligheidsafstand op tussen het kanaal, dat warm kan worden, en alles wat brandbaar is.

⚠️ Het risico

De warmte van het kanaal kan brandbare materialen in de buurt geleidelijk uitdrogen en uiteindelijk doen ontbranden: een reëel brandrisico.

🔧 Hoe herstellen

Laat de veiligheidsafstand herstellen — door het kanaal te verplaatsen, de materialen weg te nemen of een geschikte bescherming aan te brengen — via een erkende gasinstallateur (bij voorkeur met Cerga-label), en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.1.1.13.4 ; 5.3.1.2.4

RGIG-226 Positie van rookgasafvoer is niet toegestaan

💡 Concreet

De uitmonding van de rookgasafvoer — de plaats waar de verbrandingsgassen van uw toestel het gebouw verlaten, aan de gevel of op het dak — bevindt zich op een positie die de norm niet toelaat.

⚠️ Het risico

Een slecht geplaatste uitmonding kan verbrandingsgassen terug in de woning laten binnendringen, bijvoorbeeld via een raam of een verluchtingsopening, met risico op CO-vergiftiging (koolstofmonoxide).

🔧 Hoe herstellen

Laat de uitmonding verplaatsen of het afvoerkanaal aanpassen door een erkende gasinstallateur (bij voorkeur met Cerga-label), en laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 5.3.4.1 ; Annexe G

Dichtheid & beproeving (1)

RGIG-038 De dichtheidsproef heeft geen voldoening geschonken (NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.7.1)

💡 Concreet

Bij de dichtheidsproef worden de leidingen onder druk gezet om na te gaan of ze geen gas verliezen. Die proef heeft geen voldoening geschonken: de druk bleef niet stabiel, wat wijst op een lek in de installatie.

⚠️ Het risico

Een gaslek kan leiden tot een opeenhoping van gas in het gebouw, met gevaar voor ontploffing of brand; dit punt moet prioritair aangepakt worden.

🔧 Hoe herstellen

Sluit uit voorzorg de hoofdgaskraan en gebruik de installatie niet meer. Laat het lek opsporen en herstellen door een bevoegde gasinstallateur en laat daarna een herkeuring uitvoeren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 4.7.1

Documenten & schema's (1)

RGIG-037 Een isometrisch schema van de leidingen ontbreekt met daarop: de lengtes, diameters, type leidingdelen, toestellen(vermogen, debiet) en componenten. NBN D 51- 003:2010+A2:2021 § 4.3.5

💡 Concreet

Het isometrisch schema van de installatie — een tekening van de leidingen met de lengtes, diameters, het type leidingdelen, de toestellen (vermogen, debiet) en de componenten — kon bij de keuring niet voorgelegd worden, hoewel de norm dat vereist.

⚠️ Het risico

Zonder dit document kan de inspecteur de installatie niet volledig controleren, onder meer de dimensionering van de leidingen: het verslag blijft niet-conform zolang het schema ontbreekt.

🔧 Hoe herstellen

Vraag het schema op bij de installateur die de werken uitvoerde, of laat het opmaken; u mag het zelf bezorgen. Het wordt nagekeken bij de herkeuring door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-003 § 4.3.5

Propaan NBN D 51-006

Meter, drukregeling & kranen (9)

RGIG-146 Het effectief drukverlies gemeten tussen de uitlaatopening van de gasmeter en elk van de verbruikstoestellen, de stopkraan niet inbegrepen, mag 1 mbar nietoverschrijden. NBN 51.006 Bijlage C.2.1

💡 Concreet

Uit de meting blijkt dat de gasdruk tussen de uitlaatopening van de gasmeter en minstens één verbruikstoestel (de stopkraan niet inbegrepen) met meer dan 1 mbar daalt, wat de norm niet toelaat. Dat wijst meestal op een te smalle, te lange of gedeeltelijk verstopte leiding.

⚠️ Het risico

Een toestel dat te weinig gasdruk krijgt, werkt slecht: een onstabiele vlam, onvolledige verbranding en op termijn een risico op koolstofmonoxide.

🔧 Hoe herstellen

Een gekwalificeerde gasinstallateur moet de betrokken leiding aanpassen of herdimensioneren zodat het drukverlies onder 1 mbar blijft. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § C.2.1

RGIG-180 In afwachting van het aansluiten van een toestel, moet elke leiding eindigen op een stopkraan die degelijk wordt afgesloten met een metalen geschroefde stop of dop NBN 51-006 § 7.6

💡 Concreet

Een gasleiding in afwachting van de aansluiting van een toestel moet eindigen op een gesloten stopkraan die bovendien is afgesloten met een metalen geschroefde stop of dop. Bij de keuring bleek dat een wachtleiding niet correct was afgesloten.

⚠️ Het risico

Een stopkraan alleen kan per vergissing worden geopend of licht lekken: het gas zou dan rechtstreeks in de ruimte stromen, met gevaar voor brand of ontploffing.

🔧 Hoe herstellen

Laat een metalen geschroefde stop of dop op de wachtleiding plaatsen; dat is een eenvoudige ingreep voor een vakbekwame gasinstallateur. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.

📖 NBN D 51-006 § 7.6

RGIG-181 Elk toestel wordt voorafgegaan door een stopkraan dat zo dicht mogelijk bij het toestel geplaatst en is bereik- en bedienbaar NBN 51- 006 § 8.5.4.1

💡 Concreet

Elk gastoestel moet worden voorafgegaan door een eigen stopkraan, die zo dicht mogelijk bij het toestel staat en goed bereik- en bedienbaar is. Bij minstens één toestel van uw installatie ontbrak die stopkraan, of stond ze te ver weg of was ze moeilijk bereikbaar.

⚠️ Het risico

Bij een lek of een probleem aan het toestel moet u de gastoevoer meteen ter plaatse kunnen afsluiten. Zonder bereikbare stopkraan blijft het gas ontsnappen terwijl u een ander afsluitpunt zoekt.

🔧 Hoe herstellen

Laat de stopkraan plaatsen of verplaatsen door een vakbekwame gasinstallateur en laat de aanpassing daarna vaststellen bij een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-006 § 8.5.4.1

RGIG-182 Een sectioneerkraan wordt voorzien bij het uitbreiden van een installatie ≥ 3m of naar een ander lokaal NBN 51-006 § 7.4

💡 Concreet

Wanneer een gasinstallatie met 3 meter of meer wordt uitgebreid, of wordt doorgetrokken naar een ander lokaal, moet op die uitbreiding een sectioneerkraan worden geplaatst. Die kraan ontbrak bij de keuring.

⚠️ Het risico

Zonder die sectioneerkraan kan het nieuwe deel van de installatie niet apart worden afgesloten: bij een lek of bij werken aan de uitbreiding moet de gastoevoer van de hele installatie dicht.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkraan plaatsen door een vakbekwame gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme kan de inbreuk daarna opheffen.

📖 NBN D 51-006 § 7.4

RGIG-183 Een sectioneerkraan wordt voorzien net stroomopwaarts van iedere tussengasmeter NBN 51-006 § 7.4

💡 Concreet

Elke tussengasmeter, dus een meter die het verbruik van een deel van de installatie meet, moet net stroomopwaarts worden voorafgegaan door een sectioneerkraan. Die kraan ontbrak bij de keuring.

⚠️ Het risico

Zonder die kraan kan de meter niet apart worden afgesloten voor onderhoud, vervanging of bij een lek: de gastoevoer zou dan veel verder stroomopwaarts, voor het hele gebouw, moeten worden onderbroken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkraan plaatsen door een vakbekwame gasinstallateur en laat de inbreuk daarna opheffen bij een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-006 § 7.4

RGIG-184 Een sectioneerkraan wordt voorzien op oordeelkundig gekozen plaatsen van uitgebreide binneninstallaties, dit om de gastoevoer vanbelangrijke vertakkingen te kunnen onderbreken en op die manier het onderhoud, de interventie en het toezicht op de installatie te vergemakkelijken bv. aan de voet van een stijgkolom en aan de voet van een koker NBN 51-006 § 7.4

💡 Concreet

In een uitgebreide binneninstallatie moeten sectioneerkranen op oordeelkundig gekozen plaatsen staan, bijvoorbeeld aan de voet van een stijgkolom of van een koker, zodat de gastoevoer van belangrijke vertakkingen kan worden onderbroken voor onderhoud, interventie of toezicht. Die kranen ontbraken op één of meerdere plaatsen in uw installatie.

⚠️ Het risico

Zonder die kranen moet bij een lek of bij werken aan een deel van de installatie de gastoevoer van het geheel worden afgesloten, wat het beveiligen vertraagt en het onderhoud bemoeilijkt.

🔧 Hoe herstellen

Laat de nodige sectioneerkranen plaatsen door een vakbekwame gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme kan de inbreuk daarna opheffen.

📖 NBN D 51-006 § 7.4

RGIG-185 Een sectioneerkraan en T stuk wordt voorzien in de eerst bereikbare ruimte waar de gasleiding ondergronds of bovengronds het gebouw binnenkomt NBN 51-006 § 7.4

💡 Concreet

Op de plaats waar de gasleiding het gebouw binnenkomt, ondergronds of bovengronds, moeten in de eerst bereikbare ruimte een sectioneerkraan en een T-stuk aanwezig zijn. Eén van beide, of allebei, ontbrak bij de keuring.

⚠️ Het risico

Zonder die sectioneerkraan kan de gastoevoer van het hele gebouw in geval van nood niet snel worden afgesloten; zonder het T-stuk kan de installatie niet correct worden getest, onder meer op haar dichtheid.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkraan en het T-stuk plaatsen door een vakbekwame gasinstallateur en laat de inbreuk daarna opheffen bij een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-006 § 7.4

RGIG-186 Een sectioneerkraan en T stuk wordt voorzien in de inkomende leiding van elke verblijfseenheid (bv. appartement) BN 51- 006 § 7.4

💡 Concreet

De gasleiding die elke verblijfseenheid bevoorraadt, bijvoorbeeld elk appartement, moet een eigen sectioneerkraan en een T-stuk hebben. Dat was bij de keuring niet het geval.

⚠️ Het risico

Zonder die elementen kan de gastoevoer van één woning niet apart worden afgesloten bij een lek of bij werken: de toevoer van het hele gebouw moet dan dicht, en de installatie van de woning kan niet afzonderlijk worden getest.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sectioneerkraan en het T-stuk op de inkomende leiding van de woning plaatsen door een vakbekwame gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme kan de inbreuk daarna opheffen.

📖 NBN D 51-006 § 7.4

RGIG-187 Een handmatig bediende sectioneerkraan wordt voorzien in de gastoevoer naar de stookplaats zodat de gastoevoer van buiten de stookplaats op een goed bereikbare plaats, op een afstand van maximum 20 m, zonder hulpmiddelen kan worden bediend in geval van nood NBN 51-006 § 7.4

💡 Concreet

De gastoevoer naar de stookplaats moet in geval van nood van buiten de stookplaats kunnen worden afgesloten, via een handmatig bediende sectioneerkraan op een goed bereikbare plaats, op maximum 20 m, die zonder hulpmiddelen te bedienen is. Die kraan ontbrak of voldeed niet aan deze voorwaarden bij de keuring.

⚠️ Het risico

Bij brand of een gaslek in de stookplaats moet de gastoevoer kunnen worden afgesloten zonder het lokaal te betreden: zonder die kraan wordt het beveiligen vertraagd en mogelijk gevaarlijk.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze sectioneerkraan plaatsen of verplaatsen door een vakbekwame gasinstallateur en laat de aanpassing daarna vaststellen bij een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-006 § 7.4 f

Leidingen & verbindingen (41)

RGIG-148 Het geheel van de elementen van de binnenleiding (de leidingen, de hulpstukken en de verbindingen, de stopkraan inbegrepen) moet binnen in een gebouw bestand zijn tegen hoge temperatuur (type RHT) NBN51-006 § 5.7

💡 Concreet

Binnen in een gebouw moeten alle elementen van de binnenleiding (leidingen, hulpstukken en verbindingen, stopkraan inbegrepen) bestand zijn tegen hoge temperatuur — het zogenaamde type RHT. De inspecteur heeft vastgesteld dat dit voor een deel van uw installatie niet het geval is.

⚠️ Het risico

Bij brand kan een onderdeel dat niet hittebestendig is het begeven en gas vrijgeven, waardoor het vuur wordt aangewakkerd en er ontploffingsgevaar ontstaat.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken onderdelen vervangen door componenten van het type RHT, of laat een van de door de norm toegelaten beschermingen plaatsen, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 5.7

RGIG-149 Niet RHT componenten (650°C) dienen: - ofwel te plaatsen in een kast met een max volume van 0,2m3 met wanden EL30. – ofwel in een gecompartimenteerde ruimte te plaatsen met wanden EL 120 en deuren EL 60 – ofwel te beschermen door een thermische beveiligingsklep (TAS) die stroomopwaarts zit nabij het niet RHT component – ofwel na de stopkraan te plaatsen - ofwel buiten het gebouw te plaatsen NBN51-006 §5.7

💡 Concreet

Uw installatie bevat een of meer componenten die niet bestand zijn tegen hoge temperatuur (650 °C), zonder dat een van de door de norm voorziene beschermingen aanwezig is: een brandwerende kast (wanden EI30, maximaal volume 0,2 m³), een gecompartimenteerde ruimte (wanden EI120, deuren EI60), een thermische beveiligingsklep (TAS) vlak stroomopwaarts, een plaatsing na de stopkraan, of een plaatsing buiten het gebouw.

⚠️ Het risico

Bij brand kan zo'n component het begeven en gas vrijgeven, waardoor het vuur wordt aangewakkerd en er ontploffingsgevaar ontstaat.

🔧 Hoe herstellen

Een gekwalificeerde gasinstallateur kan de eenvoudigste oplossing voor uw situatie toepassen, bijvoorbeeld een thermische beveiligingsklep plaatsen of het component verplaatsen. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 5.7

RGIG-150 De gebruikte mechanische verbindingen in de niet verluchte holle ruimte of technische schacht zijn niet toegestaan NBN51- 006 § 8.2.4

💡 Concreet

De inspecteur heeft mechanische verbindingen (schroef- of klemkoppelingen) aangetroffen in een niet-verluchte holle ruimte of in een technische schacht, wat de norm verbiedt. In zulke gesloten ruimtes zijn enkel permanente verbindingen toegestaan, omdat een mechanische verbinding mettertijd kan lossen of gaan lekken.

⚠️ Het risico

Een klein lek zou daar onopgemerkt blijven en het gas zou zich in de gesloten ruimte kunnen ophopen, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze verbindingen vervangen door gelaste of gesoldeerde verbindingen, of laat ze verplaatsen naar een verluchte en bereikbare plaats, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.2.4

RGIG-151 Het gebruik van koppelingen in een bereikbaar, niet verluchte verticale schacht zijn niet toegestaan. NBN51-006 §8.2.4

💡 Concreet

Er zijn koppelingen vastgesteld in een bereikbare maar niet-verluchte verticale schacht, wat de norm niet toestaat. In zo'n schacht moet de leiding in één stuk doorlopen, zonder koppelingen, omdat een eventueel lek er niet weg kan.

⚠️ Het risico

Bij een lek aan een koppeling zou het gas zich onopgemerkt in de schacht ophopen, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze koppelingen wegwerken (doorlopende leiding) of laat de schacht verluchten volgens de norm, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.2.4

RGIG-152 In een holle ruimte (vals plafond, verticale wand, omkasting,toegankelijkekruipruimte) zijn enkel las- en harsoldeer verbindingen toegestaan. NBN 51006 §8.2.4

💡 Concreet

In een holle ruimte — vals plafond, verticale wand, omkasting of toegankelijke kruipruimte — zijn enkel las- en hardsoldeerverbindingen toegestaan. De inspecteur heeft er een ander type verbinding vastgesteld (bijvoorbeeld een schroefkoppeling), wat niet conform is.

⚠️ Het risico

Een niet-gelaste verbinding kan mettertijd gaan lekken; in een holle ruimte zou het gas zich onopgemerkt ophopen, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze verbindingen vervangen door las- of hardsoldeerverbindingen, of laat de verbinding buiten de holle ruimte brengen, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.2.4

RGIG-153 De gebruikte mechanische verbindingen ingewerkt in de muur of ondervloer zijn niet toegestaan NBN 51006 §8.2.6

💡 Concreet

Er zijn mechanische verbindingen (schroef- of klemkoppelingen) vastgesteld die ingewerkt zijn in de muur of de ondervloer, wat de norm verbiedt. Een ingewerkte verbinding kan niet meer geïnspecteerd worden en een lek zou er onzichtbaar blijven.

⚠️ Het risico

Een lek aan zo'n ingewerkte verbinding zou onopgemerkt blijven; het gas kan door de constructie migreren en zich ophopen, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat het betrokken leidingdeel op die plaats vervangen door een doorlopende leiding of door toegelaten verbindingen, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.2.6

RGIG-154 De geplaatste Koperen of PLT leiding ingewerkt in de ondervloer zijn niet mechanisch beschermd door een stalen bescherming van 0,2 cm dik BN51-0036 §8.2.6

💡 Concreet

Een koperen of PLT-leiding (plooibare gegolfde inoxbuis) is ingewerkt in de ondervloer zonder de vereiste mechanische bescherming: een stalen bescherming van 0,2 cm dik die de leiding afdekt. Die bescherming dient als schild tegen accidentele doorboring.

⚠️ Het risico

Zonder die bescherming kan de leiding bij werken in de vloer (boren, nagels, slijpen) doorboord worden, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de vereiste stalen bescherming aanbrengen, of laat de leiding via een ander tracé leggen, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de werken is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.2.6

RGIG-155 Mechanische verbindingen op PLT-buissystemen dienen ten allen tijde verlucht en bereikbaar te zijn NBN51-006 §8.2 + Bijlage H

💡 Concreet

Bij een PLT-buissysteem (plooibare gegolfde inoxbuis) moeten de mechanische verbindingen steeds verlucht en bereikbaar zijn. De inspecteur heeft vastgesteld dat minstens één PLT-verbinding van uw installatie daar niet aan voldoet, bijvoorbeeld omdat ze verborgen zit of in een niet-verluchte ruimte ligt.

⚠️ Het risico

Een lek aan een onbereikbare of niet-verluchte verbinding zou niet worden opgemerkt en niet kunnen ontsnappen, waardoor het gas zich kan ophopen, met ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de verbinding verplaatsen naar een bereikbare en verluchte plaats, of laat het leidingtracé aanpassen, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § Annexe H

RGIG-156 Het installatieleidingwerk boven de grond moet worden verbonden met de equipotentiaalverbinding van het gebouw in overeenstemming met het AREI. NBN 51-006 § 7.2

💡 Concreet

Het gasleidingwerk boven de grond moet aangesloten zijn op de equipotentiaalverbinding van uw gebouw, dus verbonden met de aarding van de elektrische installatie zoals het AREI vereist. De inspecteur heeft vastgesteld dat die verbinding ontbreekt of niet conform is.

⚠️ Het risico

Zonder die verbinding kan de metalen leiding bij een elektrisch defect onder spanning komen te staan, met risico op elektrocutie bij aanraking of op een vonk in de buurt van het gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat die equipotentiaalverbinding aanleggen door een elektricien, die de leiding met de aarding van het gebouw verbindt. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 7.2

RGIG-157 De equipotentiaal verbinding moet steeds op de PLT-fitting worden aangebracht NBN 51-006 bijlage H .3

💡 Concreet

Bij een PLT-leiding (plooibare gegolfde inoxbuis) moet de equipotentiaalverbinding — de verbinding met de aarding — op de PLT-fitting zelf worden aangebracht, en niet op de buis. De inspecteur heeft vastgesteld dat dit bij uw installatie niet het geval is.

⚠️ Het risico

De wand van een PLT-buis is dun: als er elektrische stroom doorheen loopt, kan de buis beschadigd of zelfs doorboord raken, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de aansluiting van de equipotentiaalverbinding verplaatsen naar de PLT-fitting, door een elektricien of een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § Annexe H (H.3)

RGIG-158 Het buitengedeelte van de stijgleiding is elektrisch geïsoleerd van het ingegraven gedeelte. De bevestigingsbeugels zijn elektrisch geïsoleerd van de buis. NBN51-006 §7.1 +9.1

💡 Concreet

Het buitengedeelte van de stijgleiding — de leiding die langs het gebouw omhoog loopt — moet elektrisch geïsoleerd zijn van het ingegraven gedeelte, en de bevestigingsbeugels mogen geen elektrisch contact maken met de buis. Bij de keuring bleek die elektrische scheiding niet correct uitgevoerd.

⚠️ Het risico

Zonder die isolatie kunnen zwerfstromen naar het ingegraven gedeelte vloeien en daar de corrosie versnellen, waardoor de leiding op termijn doorroest en er een gaslek ontstaat.

🔧 Hoe herstellen

Laat een isolerende koppeling plaatsen tussen het ingegraven en het bovengrondse gedeelte en/of elektrisch geïsoleerde bevestigingsbeugels, door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 9.1

RGIG-159 Leidingwerk mag geen metallisch contact maken met ander leidingwerk of kabels ter voorkoming van galvanische corrosie, met uitzondering van equipotentiaalverbindingen. NBN51-006 § 7.1 +9.1

💡 Concreet

De inspecteur heeft vastgesteld dat het gasleidingwerk metallisch contact maakt met ander leidingwerk of met kabels, wat de norm verbiedt (enkel equipotentiaalverbindingen vormen een uitzondering). Zulk contact tussen verschillende metalen werkt galvanische corrosie in de hand, een reactie die het metaal geleidelijk aantast.

⚠️ Het risico

Op termijn kan die corrosie de leiding doorboren en een gaslek veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de contactpunten scheiden of isoleren (bijvoorbeeld met afstandshouders of isolerende beugels) door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 9.1

RGIG-160 De leidingen en of verbindingen zijn niet correct beschermd tegen corrosie in functie van de ruimtelijke schikking en de corrosiviteit van het milieu. NBN 51-006 § 9.2

💡 Concreet

De keurder heeft vastgesteld dat leidingen of verbindingen onvoldoende beschermd zijn tegen corrosie, rekening houdend met de plaats waar ze lopen en de corrosiviteit van het milieu (bijvoorbeeld vocht). De norm NBN D 51-006 vraagt een bescherming die aan elke situatie is aangepast.

⚠️ Het risico

Een leiding die corrodeert, verzwakt mettertijd en kan uiteindelijk gaan lekken, met risico op brand of ontploffing.

🔧 Hoe herstellen

Laat een aangepaste bescherming (bekleding of verfsysteem) aanbrengen door een bevoegd gasinstallateur, bij voorkeur met het Cerga-label. Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.

📖 NBN D 51-006 § 9.2.2

RGIG-161 Leidingen ingewerkt in de muur of vloer zijn niet voorzien van een vanuit de fabriek vooziene bekleding of een in artikel 9.2 omschreven alternatief. NBN 51-006 § 8.2.6

💡 Concreet

Leidingen die in de muur of de vloer zijn ingewerkt, hebben geen vanuit de fabriek aangebrachte bekleding en ook geen door de norm toegelaten alternatief. Een ingewerkte leiding moet nochtans verplicht beschermd zijn voor ze wordt afgedekt.

⚠️ Het risico

Een onbeschermde ingewerkte leiding kan ongemerkt corroderen, en een gaslek in de muur of vloer kan lange tijd onopgemerkt blijven.

🔧 Hoe herstellen

Laat een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) de betrokken stukken volgens de norm beschermen of de leiding vervangen. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 9.3

RGIG-162 Verwijderde of beschadigde vanuit de fabriek aangebrachte bekleding moet bekleed worden zoals omschreven in NBN51-006 § 9.2.3

💡 Concreet

Op bepaalde plaatsen werd de vanuit de fabriek aangebrachte bekleding van de leiding verwijderd of beschadigd (bijvoorbeeld bij het maken van een verbinding) en niet opnieuw bekleed zoals de norm het voorschrijft. Die zones zijn dus niet meer beschermd tegen corrosie.

⚠️ Het risico

Corrosie slaat net toe op de blootliggende plekken, waardoor de leiding daar kan verzwakken en op termijn een gaslek kan ontstaan.

🔧 Hoe herstellen

Laat de bekleding op de betrokken plaatsen herstellen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de correctie kan een erkend keuringsorganisme de inbreuk bij een herkeuring opheffen.

📖 NBN D 51-006 § 9.2.3

RGIG-163 Koperen leidingen in vochtige ruimtes / verluchte holle ruimte / technische schacht of bovengronds buiten dienen vanuit de fabriek bekleed te zijn of zijn te voorzien van een verfsysteem NBN 51.006 § 9.2.2

💡 Concreet

Koperen leidingen in een vochtige ruimte, een verluchte holle ruimte, een technische schacht of bovengronds buiten bleken niet vanuit de fabriek bekleed en ook niet voorzien van een verfsysteem. In die omgevingen vraagt de norm een extra bescherming, ook voor koper.

⚠️ Het risico

Ook koper wordt in een vochtige of blootgestelde omgeving langzaam aangetast; op termijn kan de leiding verzwakken en gas laten ontsnappen.

🔧 Hoe herstellen

Laat op de betrokken stukken een geschikt verfsysteem aanbrengen, bij voorkeur door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna dat alles in orde is.

📖 NBN D 51-006 § 9.2.2

RGIG-164 Koolstofstalen leidingen in vochtige ruimtes / verluchte holle ruimte / technische schacht of bovengronds buiten dienen beschermd te worden tegen corrosie volgens de voorschriften in NBN51-006 § 9.2.2

💡 Concreet

Koolstofstalen leidingen in een vochtige ruimte, een verluchte holle ruimte, een technische schacht of bovengronds buiten zijn niet tegen corrosie beschermd zoals de norm het voorschrijft. Koolstofstaal is in die omgevingen erg roestgevoelig.

⚠️ Het risico

Een stalen leiding die roest, verliest geleidelijk aan wanddikte en kan uiteindelijk gaan lekken, met risico op brand of ontploffing.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze leidingen beschermen (conforme bekleding of verfsysteem) door een bevoegd gasinstallateur, bij voorkeur met het Cerga-label. Plan na de correctie een herkeuring door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-006 § 9.2.2

RGIG-165 Het bevestigen van vreemde leidingen of kabels aan gasleidingen is verboden. NBN 51-006 § 7.1 + 7.3

💡 Concreet

De keurder heeft vastgesteld dat vreemde leidingen of kabels (water, elektriciteit…) rechtstreeks aan de gasleidingen zijn bevestigd, wat de norm verbiedt: een gasleiding mag niet als drager voor andere leidingen of kabels dienen.

⚠️ Het risico

Het gewicht en de trillingen van vreemde elementen kunnen de gasleiding beschadigen of de verbindingen doen loskomen, met op termijn een lek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze leidingen of kabels losmaken en elk op eigen beugels bevestigen, bij voorkeur door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme heft de inbreuk daarna op.

📖 NBN D 51-006 § 7.1

RGIG-166 zichtbare horizontale leidingen bevinden zich op minstens 5 cm boven het peil van de afgewerkte vloer.

💡 Concreet

Dit punt betekent dat de eis bij de keuring niet vervuld was: zichtbare horizontale leidingen lopen op minder dan 5 cm boven de afgewerkte vloer, terwijl de norm die minimumafstand oplegt.

⚠️ Het risico

Een leiding die te dicht bij de vloer ligt, staat bloot aan stoten (poetsen, verplaatste voorwerpen) en aan vocht, waardoor ze beschadigd of aangetast kan raken en een lek kan ontstaan.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken stukken verhogen of verplaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de correctie is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 6.1

RGIG-167 De beugels mogen de weerstand tegen hoge temperatuur (RHT) van het leidingwerk niet nadelig beïnvloeden. Daarom mogen enkel beugels uit koper of koperlegering, koolstofstaal, verzinkt staal of roestvast staal worden toegepast. NBN 51-006 § 7.1

💡 Concreet

De beugels die het leidingwerk dragen, zijn niet in een toegelaten materiaal uitgevoerd. De norm aanvaardt enkel beugels uit koper of koperlegering, koolstofstaal, verzinkt staal of roestvast staal, zodat de bevestiging net als de leiding bestand is tegen hoge temperatuur (RHT).

⚠️ Het risico

Bij brand begeven ongeschikte beugels (bijvoorbeeld uit kunststof) het snel: de leiding kan dan doorbuigen of breken en het vuur van gas voorzien.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken beugels vervangen door metalen beugels uit een van de toegelaten materialen, bij voorkeur door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna de correctie.

📖 NBN D 51-006 § 7.1

RGIG-168 Er moeten bevestigingsbeugels worden geplaatst ter hoogte van elke afsluitkraan, elke bocht of T- stuk, de maximale afstanden dienen gerespecteerd worden volgens NBN 51-006 § 7.

💡 Concreet

Het leidingwerk is onvoldoende bevestigd: er ontbreken bevestigingsbeugels ter hoogte van afsluitkranen, bochten of T-stukken, of de afstand tussen twee beugels overschrijdt de maximale afstanden uit de norm.

⚠️ Het risico

Een slecht ondersteunde leiding kan bewegen of doorhangen, waardoor de verbindingen onder spanning komen te staan en er mettertijd een gaslek kan ontstaan.

🔧 Hoe herstellen

Laat de ontbrekende beugels op de juiste plaatsen aanbrengen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de correctie heft een herkeuring door een erkend keuringsorganisme de inbreuk op.

📖 NBN D 51-006 § 7.1

RGIG-169 Leidingen dienen elektrisch geïsoleerd te zijn van hun bevestigingsbeugels indien deze van een ander metaal vervaardigd zijn. NBN 1-006 § 7.1

💡 Concreet

Gasleidingen staan rechtstreeks in contact met bevestigingsbeugels uit een ander metaal, zonder elektrische isolatie ertussen. De norm verplicht in dat geval een isolatie tussen beugel en leiding.

⚠️ Het risico

Contact tussen twee verschillende metalen veroorzaakt zogenaamde galvanische corrosie: de leiding wordt plaatselijk aangetast op het contactpunt en kan uiteindelijk gaan lekken.

🔧 Hoe herstellen

Laat geïsoleerde beugels (met voering) plaatsen of een isolatie tussen beugel en buis aanbrengen, bij voorkeur door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 7.1

RGIG-170 Enkel PLT-buizen die op kabelbanen, kabelladders of in installatiekanalen zijn geplaatst, mogen bevestigd worden met kunststof beugels of strips. NBN 51-006 bijlage H .2

💡 Concreet

PLT-buizen (plooibare gegolfde gasleidingen) zijn bevestigd met kunststof beugels of strips terwijl dat hier niet toegelaten is. De norm laat dat enkel toe wanneer de PLT-buizen op kabelbanen, kabelladders of in installatiekanalen liggen.

⚠️ Het risico

Kunststof bevestigingen kunnen vervormen of het begeven, zeker bij warmte: de buis verliest dan haar steun, wat tot een gaslek kan leiden.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze bevestigingen vervangen door geschikte beugels, door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de correctie kan een erkend keuringsorganisme de inbreuk bij een herkeuring opheffen.

📖 NBN D 51-006 § Annexe H (H.2)

RGIG-171 Bij PLT-buissysteem installaties moeten de instructies van het PLT handboek, de instructies van de norm NBN EN 15266 en de “specifieke” instructies van de fabrikant van het systeem strikt gevolgd worden. NBN 51+-006 Bijlage H .3

💡 Concreet

De installatie van het PLT-buissysteem volgt niet strikt de geldende regels: het PLT-handboek, de norm NBN EN 15266 en de specifieke instructies van de fabrikant van het systeem. Zulke flexibele systemen zijn alleen veilig als ze exact volgens de voorschriften gemonteerd zijn.

⚠️ Het risico

Een niet-conforme montage garandeert noch de dichtheid noch de stevigheid op termijn: er kan een gaslek ontstaan en de installatie kan zo niet goedgekeurd worden.

🔧 Hoe herstellen

Laat de montage corrigeren door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) die het geplaatste PLT-systeem kent, volgens de instructies van de fabrikant. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § Annexe H (H.3)

RGIG-172 De afstand tussen elke gasbuis of tussen een gasbuis en elke andere leiding of kabel moet minstens 4 cm zijn NBN51-006 § 7.3

💡 Concreet

Een gasbuis loopt op minder dan 4 cm van een andere leiding (gas, water, verwarming…) of van een kabel. De norm legt minstens 4 cm tussenafstand op.

⚠️ Het risico

Leidingen die te dicht bij elkaar liggen, kunnen elkaar raken, doen slijten of aantasten, en maken elke ingreep aan de naburige leiding riskant voor de gasbuis, met kans op een lek.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken leidingen uit elkaar plaatsen of verleggen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna dat alles in orde is.

📖 NBN D 51-006 § 7.3

RGIG-173 In een laag gasbuizen bevindt de verst verwijderde gasbuis zich op maximum 50 cm van de bereikbare rand van deze laag NBN 51-006 §7.3

💡 Concreet

In een laag gasbuizen die naast elkaar liggen, bevindt een buis zich op meer dan 50 cm van de bereikbare rand. De norm beperkt die afstand tot 50 cm zodat elke buis bereikbaar blijft.

⚠️ Het risico

Een onbereikbare buis kan niet behoorlijk geïnspecteerd of onderhouden worden: beginnende corrosie of een lek zou onopgemerkt kunnen blijven.

🔧 Hoe herstellen

Laat de laag herschikken door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) zodat elke gasbuis op maximum 50 cm van een bereikbare rand ligt. Nadien is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 7.3

RGIG-174 Indien verwarring mogelijk is, hetzij tussen verschillende leidingen, hetzij over de aard van het doorstromende fluïdum, moeten de gasleidingen worden geïdentificeerd door een markering in gele kleur. NBN 51.006 § 9.7

💡 Concreet

Op plaatsen waar verwarring mogelijk is met andere leidingen (water, verwarming…) of over de aard van het doorstromende fluïdum, ontbreekt de markering in gele kleur die de gasleiding identificeert.

⚠️ Het risico

Bij latere werken zou iemand de gasleiding voor een andere leiding kunnen aanzien en ze doorzagen of doorboren, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Breng een duurzame gele markering aan (verf of gele kleefband) op de betrokken stukken; dat kunt u zelf doen of aan uw gasinstallateur overlaten. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme heft de inbreuk daarna op.

📖 NBN D 51-006 § 9.7

RGIG-175 De aanduiding van de verdieping en de betrokken verblijfseenheid moet worden aangebracht bij het verbinden van de gasmeter met de binnenleiding van die verblijfseenheid en dit op de gasbuis stroomafwaarts op maximum 50 cm na de gasmeter en op een duidelijke ondubbelzinnige en onuitwisbare wijze. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van het door de gemeente toegekende busnummer van de verblijfseenheid.

💡 Concreet

In een gebouw met meerdere verblijfseenheden moet de gasbuis stroomafwaarts van uw gasmeter, binnen de 50 cm na de meter, een duidelijke en onuitwisbare aanduiding dragen van de verdieping en de verblijfseenheid die ze bedient (bijvoorbeeld het door de gemeente toegekende busnummer). Die aanduiding ontbrak bij de keuring.

⚠️ Het risico

Zonder die aanduiding is niet met zekerheid te zeggen welke meter en welke binnenleiding bij welke verblijfseenheid horen: men zou de verkeerde leiding kunnen afsluiten of eraan werken, en de installatie kan zo niet goedgekeurd worden.

🔧 Hoe herstellen

Breng op de buis, net na de gasmeter, een duurzame aanduiding aan van de verdieping en de verblijfseenheid (bijvoorbeeld het busnummer); dat kunt u zelf doen of aan uw gasinstallateur vragen. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna dat alles in orde is.

📖 NBN D 51-006 § ?

RGIG-176 Bij elke doorgang van een gasleiding door een muur of vloer wordt deze leiding beschermd door een afzonderlijke mantelbuis. De ruimte tussen de leiding en de mantelbuis wordt aan één zijde van de mantelbuis opgevuld met een niet-corrosief materiaal dat voldoende plastisch is om de gas- en waterdichtheid te verzekeren NBN 51-006 § 9.5

💡 Concreet

Waar een gasleiding door een muur of vloer gaat, hoort ze in een afzonderlijke mantelbuis (een beschermbuis) te zitten, en moet de ruimte tussen de leiding en de mantelbuis aan één zijde opgevuld zijn met een niet-corrosief, voldoende plastisch materiaal dat gas- en waterdicht afsluit. Bij de keuring bleek dat minstens één doorgang niet aan deze regel voldeed.

⚠️ Het risico

Zonder mantelbuis kan de leiding op een onzichtbare plaats beschadigd raken door bewegingen van het gebouw of door vocht. Zonder dichte opvulling kan gas of water ongemerkt langs de doorgang migreren.

🔧 Hoe herstellen

Laat de mantelbuis en de opvulling plaatsen of aanpassen door een vakbekwame gasinstallateur. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.

📖 NBN D 51-006 § 9.5

RGIG-177 Aan de bovenzijde van dedoorgang van een aan vochtigheid blootgestelde vloer (water voor de schoonmaak) steekt de mantelbuis minstens 5 cm boven de vloer uit. NBN 51-006 § 9.

💡 Concreet

Waar de gasleiding door een vloer gaat die nat kan worden, bijvoorbeeld bij het schoonmaken met water, moet de mantelbuis minstens 5 cm boven de vloer uitsteken. Bij uw installatie was dat niet het geval.

⚠️ Het risico

Als de mantelbuis gelijk komt met de vloer, kan water tussen de leiding en de mantelbuis sijpelen en de leiding op een onzichtbare plaats aantasten, wat op termijn tot een gaslek kan leiden.

🔧 Hoe herstellen

Laat de mantelbuis aanpassen of vervangen door een vakbekwame gasinstallateur, zodat ze minstens 5 cm boven de vloer uitsteekt. Daarna kan een herkeuring door een erkend keuringsorganisme de inbreuk opheffen.

📖 NBN D 51-006 § 9.5

RGIG-179 Een T-stuk is te plaatsen : Stroomafwaarts van de installatie geplaatst buiten een gebouw, in de eerst bereikbare ruimte binnen het gebouw waar de binnenkomende gasleiding door loopt NBN 51-006 § 7.4

💡 Concreet

Na het gedeelte van de installatie dat buiten het gebouw ligt, moet er een T-stuk aanwezig zijn in de eerst bereikbare ruimte waar de gasleiding het gebouw binnenkomt. Dat T-stuk dient als controlepunt, onder meer om de dichtheid van de installatie te testen of ze te ontluchten. Het ontbrak bij de keuring.

⚠️ Het risico

Zonder dit T-stuk kan de installatie niet correct getest en onderhouden worden: dichtheidsmetingen en latere interventies worden bemoeilijkt en de installatie blijft niet conform.

🔧 Hoe herstellen

Laat het T-stuk plaatsen door een vakbekwame gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme kan de inbreuk daarna opheffen.

📖 NBN D 51-006 § 7.5

RGIG-194 De ingraafdiepte van leidingen buiten een gebouw, gemeten tussen de bovenzijde van de buis en het maaiveld, bedraagt ten minste 60 cm. NBN51-006 § 8.3.1.1

💡 Concreet

De ingegraven gasleiding buiten uw gebouw ligt op minder dan 60 cm diepte, gemeten tussen de bovenzijde van de buis en het maaiveld. De norm NBN D 51-006 vereist een ingraafdiepte van ten minste 60 cm om de leiding te beschermen.

⚠️ Het risico

Een leiding die te ondiep ligt, kan beschadigd raken door tuinwerken, een paaltje, zware lasten of vorst. Dat kan leiden tot een ondergronds gaslek dat moeilijk op te merken is.

🔧 Hoe herstellen

Laat een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) de leiding op de vereiste diepte leggen of, als dat technisch niet kan, de door de norm voorziene bescherming aanbrengen. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.3.1.1

RGIG-195 Wanneer de minimale ingraafdiepte van leidingen buiten een gebouw niet kan worden nageleefd dient de leiding zo diep mogelijk geplaatst te worden - Boven de leiding moet over de hele lengte waarop de leiding onvoldoende diep ligt kunststof of metalen beschermingsplaten geplaatst te worden. NBN51-006 § 8.3.1.1

💡 Concreet

Uw ingegraven buitenleiding haalt de minimale ingraafdiepte niet, en de compenserende maatregel uit de norm ontbrak: als de leiding niet diep genoeg kan liggen, moet ze zo diep mogelijk geplaatst worden en over de hele te ondiepe lengte afgedekt worden met kunststof of metalen beschermingsplaten. Die platen waren er niet op het moment van de keuring.

⚠️ Het risico

Zonder beschermingsplaten kan één spadesteek of graafwerk de leiding doorboren en een gaslek veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sleuf openen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) en beschermingsplaten plaatsen over de volledige lengte waar de leiding onvoldoende diep ligt. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.3.1.1

RGIG-196 De sleufbodem van leidingen buiten een gebouw moet verwezenlijkt worden op een grondsoort die vrij is van steenslag, corrosieve of snijdende materialen. Deze dient opgevuld te worden met neutraal zand rond de leidingen. NBN51-006§ § 8.3.1.3

💡 Concreet

De plaatsing van de ingegraven leiding voldoet niet aan de norm: de sleufbodem moet vrij zijn van steenslag en van corrosieve of snijdende materialen, en rond de leiding moet neutraal zand aangevuld worden. Dat was bij de keuring niet het geval.

⚠️ Het risico

Stenen of agressieve materialen tegen de buis kunnen die na verloop van tijd beschadigen of doen corroderen, met een onzichtbaar lek tot gevolg omdat de leiding onder de grond zit.

🔧 Hoe herstellen

Laat de sleuf herwerken door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen): een propere sleufbodem en aanvulling met neutraal zand rond de leiding. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.3.1.3

RGIG-197 Op circa 20 cm boven de ingegraven leidingen buiten een gebouw moet een geel signalisatieband of -lint met aanduiding “gas-gaz” volgens NBNEN 12613 worden aangebracht, NBN51-006 § 8.3.1.5

💡 Concreet

Het gele signalisatielint met de aanduiding « gas-gaz », dat op circa 20 cm boven de ingegraven gasleiding moet liggen, ontbreekt. Dat lint waarschuwt iedereen die graaft dat er vlak daaronder een gasleiding zit.

⚠️ Het risico

Zonder dat lint kunnen latere graafwerken de leiding raken zonder enige waarschuwing, met een gaslek als gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een conform signalisatielint aanbrengen op circa 20 cm boven de leiding, bij voorkeur door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen) omdat de sleuf gedeeltelijk moet worden geopend. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.3.1.5

RGIG-198 De installaties met polyethyleen-buizen zijn slechts toegelaten voor de ingegraven gedeelten van een installatie buiten of onder het gebouw (van tank tot trapkast). § 8.3.1.7

💡 Concreet

Er zijn polyethyleen-buizen (een kunststof) gebruikt op een plaats waar de norm dat niet toelaat. Dit materiaal mag enkel voor de ingegraven gedeelten van de installatie, buiten of onder het gebouw, tussen de tank en de kast aan het gebouw — nooit bovengronds of binnen.

⚠️ Het risico

Bovengronds is een kunststofbuis blootgesteld aan schokken, weersinvloeden en vooral vuur, waartegen ze niet bestand is: bij brand of beschadiging kan al het gas uit de leiding vrijkomen.

🔧 Hoe herstellen

Laat de niet-ingegraven polyethyleen-gedeelten vervangen door een toegelaten materiaal, door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.3.1.7

RGIG-199 Leidingen in koper en PLT dienen voorzien te zijn van een mechanische bescherming tot op een hoogte van -20cm à 40cm buiten het gebouw NBN 51.006 § 8.3.2

💡 Concreet

Waar uw leiding in koper of PLT (gegolfde roestvaststalen buis) buiten het gebouw uit de grond komt, ontbrak de vereiste mechanische bescherming. De norm schrijft voor dat de buis beschermd moet zijn van 20 cm onder het maaiveld tot 40 cm erboven.

⚠️ Het risico

Die zone vlak boven de grond is het meest blootgesteld aan stoten — grasmaaier, gereedschap, allerlei schokken. Een onbeschermde koperen of PLT-buis kan daar geplet of doorboord worden, met een gaslek tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een aangepaste mechanische bescherming (beschermkoker of -mantel) aanbrengen over de betrokken zone door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 8.3.2

RGIG-200 Knelfittings zijn slechts toegelaten voor koperen buizen en roestvast stalen buizen met een buitendiameter tot en met 28 mm en dienen geschikt te zijn voor GAS NBN 51.006 § 5.1.3.2.1

💡 Concreet

Eén of meer knelfittings in uw installatie voldoen niet aan de voorwaarden van de norm. Dit type fitting is enkel toegelaten op koperen of roestvast stalen buizen met een buitendiameter tot en met 28 mm, en de fitting moet specifiek geschikt zijn voor gas.

⚠️ Het risico

Een ongeschikte knelfitting, of een fitting op een te dikke buis, kan mettertijd loskomen of zijn dichtheid verliezen. Zo ontstaat een traag, onopvallend gaslek.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken fittings vervangen door conforme, voor gas geschikte fittings door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen), die ook de dichtheid controleert. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 5.1.3.2.1

RGIG-201 Ppersfittings zijn slechts toegelaten voor koperen buizen en roestvast stalen buizen met een buitendiameter tot en met 54 mm en dienen geschikt te zijn voor GAS 51.006 § 5.1.3.2.1

💡 Concreet

Eén of meer persfittings in uw installatie voldoen niet aan de voorwaarden van de norm. Dit type fitting is enkel toegelaten op koperen of roestvast stalen buizen met een buitendiameter tot en met 54 mm, en moet specifiek geschikt zijn voor gas — een persfitting voor sanitair water volstaat niet.

⚠️ Het risico

Een persfitting die niet voor gas bedoeld is, kan zijn dichtheid verliezen. Dat leidt tot een gaslek ter hoogte van de fitting, vaak zonder dat er iets te zien is.

🔧 Hoe herstellen

Laat de betrokken fittings vervangen door voor gas gecertificeerde persfittings door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 6.2

RGIG-202 Tijdens het persen mag er zich geen abnormale pletting van de koperen of roestvast stalen buis voordoen. NBN 51.006 § 6.3.3

💡 Concreet

Aan één of meer persfittings van uw installatie vertoont de koperen of roestvast stalen buis een abnormale pletting die tijdens het persen is ontstaan. De norm verbiedt dat: het persen moet de verbinding maken zonder de buis abnormaal te vervormen.

⚠️ Het risico

Een geplette buis is verzwakt en de dichtheid van de verbinding is niet langer gegarandeerd, wat op die plaats tot een gaslek kan leiden.

🔧 Hoe herstellen

Laat de fitting en het beschadigde stuk buis vervangen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen), die na de werken de dichtheid controleert. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 6.2

RGIG-204 De gebruikte onderdelen zijn niet geschikt voor gas installaties NBN 51.006 § 5.2

💡 Concreet

De inspecteur heeft vastgesteld dat bepaalde onderdelen van uw installatie (buizen, fittings, kranen of toebehoren) niet geschikt zijn voor gas. De norm NBN D 51-006 laat enkel materialen en onderdelen toe die specifiek geschikt zijn voor gasinstallaties.

⚠️ Het risico

Een onderdeel dat niet voor gas bedoeld is, biedt geen garantie op dichtheid of duurzaamheid: het kan aftakelen en gas laten ontsnappen, met brand- of ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat de niet-conforme onderdelen opsporen en vervangen door voor gas geschikt materiaal, door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 5.2

Flexibels & toestelaansluitingen (6)

RGIG-188 Metalen slangen mogen niet ingewerkt worden in de muur of ondervloer NBN 51-006 § 7.7 + 8.2.

💡 Concreet

Een metalen slang, dus een soepele aansluitleiding, was ingewerkt in de muur of in de ondervloer. Dat is verboden: zo'n slang moet altijd zichtbaar en bereikbaar blijven.

⚠️ Het risico

Een ingewerkte slang kan niet meer worden geïnspecteerd of vervangen, en een eventueel lek blijft onzichtbaar: het gas zou zich in de muur of vloer kunnen ophopen voor het wordt opgemerkt, met gevaar voor brand of ontploffing.

🔧 Hoe herstellen

Laat dit stuk vervangen door een vakbekwame gasinstallateur, bijvoorbeeld door een geschikte vaste leiding of een zichtbaar geplaatste slang. Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig om de inbreuk op te heffen.

📖 NBN D 51-006 § 7.7

RGIG-189 metalen slangen mogen niet in serie staan NBN 51-006 § 7.7

💡 Concreet

Meerdere metalen slangen waren achter elkaar gekoppeld (in serie geplaatst) om de gewenste lengte te bereiken. Dat is verboden: een aansluiting moet met één enkele, ononderbroken slang gebeuren.

⚠️ Het risico

Elke extra koppeling tussen slangen is een mogelijk lekpunt, en een samenstel van meerdere slangen is mechanisch kwetsbaarder dan één enkele slang.

🔧 Hoe herstellen

Laat het samenstel vervangen door één slang van de juiste lengte of door een vaste leiding, via een vakbekwame gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme kan de inbreuk daarna opheffen.

📖 NBN D 51-006 § 7.7

RGIG-190 Metalen slangen mogen maximum 2m lang zijn. NBN 51-006 § 7.7

💡 Concreet

De metalen slang op uw installatie is langer dan de toegelaten maximumlengte van 2 meter.

⚠️ Het risico

Een te lange slang is meer blootgesteld aan slijtage, beknelling en mechanische belasting, waardoor het risico op een gaslek na verloop van tijd toeneemt.

🔧 Hoe herstellen

Laat de slang vervangen door een exemplaar van maximum 2 meter, of laat de vaste leiding verlengen zodat een kortere slang volstaat, door een vakbekwame gasinstallateur. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme bevestigt daarna dat alles in orde is.

📖 NBN D 51-006 § 7.7

RGIG-191 Een elastomeren slang (orange) mag enkel gebruikt worden voor de aansluiting van een komfoor NBN51-003 § 6.6.2

💡 Concreet

Een elastomeren slang, de oranje soepele slang, werd gebruikt om een ander toestel dan een komfoor (kooktoestel) aan te sluiten. Dat type slang mag echter enkel voor de aansluiting van een komfoor worden gebruikt.

⚠️ Het risico

Op een ander toestel biedt deze slang niet de nodige garanties op vlak van sterkte en veroudering: ze kan aangetast raken en gas laten ontsnappen.

🔧 Hoe herstellen

Laat deze aansluiting vervangen door een oplossing die bij het toestel past, bijvoorbeeld een vaste leiding of een geschikte metalen slang, via een vakbekwame gasinstallateur. Laat de installatie daarna herkeuren door een erkend keuringsorganisme.

📖 NBN D 51-006 § 8.5.4.3

RGIG-192 de elastomeren slang (orange) heeft zijn vervaldatum overschreden (max 5 jaar) NBN51-006 § 5.1.2.1.1

💡 Concreet

De elastomeren slang, de oranje soepele slang, van uw installatie heeft haar vervaldatum overschreden: dit type slang mag maximum 5 jaar worden gebruikt en de uiterste vervangdatum staat op de slang zelf vermeld.

⚠️ Het risico

Met de jaren verhardt het elastomeer en kan het barsten: een vervallen slang kan gas laten ontsnappen vlak naast het toestel, met gevaar voor brand of ontploffing.

🔧 Hoe herstellen

Laat de slang vervangen door een nieuw exemplaar van hetzelfde type; het is een eenvoudige ingreep, maar we raden aan ze toe te vertrouwen aan een vakbekwame gasinstallateur, die ook de dichtheid van de aansluiting controleert. Een herkeuring door een erkend keuringsorganisme kan de inbreuk daarna opheffen.

📖 NBN D 51-006 § 5.1.2.1.1

RGIG-193 Een stopkraan wordt stroomopwaarts van de slang gemonteerd op het vaste uiteinde van de binnenleiding NBN51- 006 §5.1.2.1.1

💡 Concreet

De inspecteur heeft vastgesteld dat er geen stopkraan aanwezig is vóór de slang die uw toestel voedt. De norm NBN D 51-006 vereist zo'n kraan op het vaste uiteinde van de binnenleiding, stroomopwaarts van de slang, zodat het gas op dat punt kan worden afgesloten.

⚠️ Het risico

Zonder stopkraan kunt u het gas niet snel afsluiten bij een lek aan de slang of bij het vervangen van het toestel. Een lek kan dan blijven doorvoeden, met brand- of ontploffingsgevaar tot gevolg.

🔧 Hoe herstellen

Laat een voor gas geschikte stopkraan plaatsen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen), op het vaste uiteinde van de binnenleiding, vóór de slang. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig; de details vindt u in uw verslag.

📖 NBN D 51-006 § 8.5.4.3

Gastoestellen (3)

RGIG-143 Elk geplaatst verbruikerstoestel dient een CE-keurmerk , een BE markering te hebben en dient van het type cat I3P ou II2E+3P NBN51- 006 § 12.2 / NBN DTD 61- 002 § 6.3

💡 Concreet

De inspecteur heeft vastgesteld dat een verbruikerstoestel van uw installatie niet de vereiste markeringen draagt of niet geschikt is voor propaan. Elk geplaatst toestel moet een CE-keurmerk en een BE-markering hebben en tot de categorie I3P of II2E+3P behoren, wat garandeert dat het gecertificeerd en afgestemd is op het in België verdeelde propaan.

⚠️ Het risico

Een niet-gecertificeerd of niet voor propaan geschikt toestel kan het gas onvolledig verbranden, met risico op koolstofmonoxidevergiftiging of brand.

🔧 Hoe herstellen

Laat het toestel nakijken door een gekwalificeerde gasinstallateur: afhankelijk van het geval kan het worden omgebouwd voor propaan of moet het worden vervangen door een gecertificeerd toestel. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 3.4.35 / 12.1

RGIG-213 Toestellen van het type B mogen niet opgesteld worden in een slaapkamer, badkamer, stortbadruimte of WC NBN 51-006 § 12.1 NBN DTD 61-002 § 4.1.1

💡 Concreet

Een toestel van het type B haalt zijn verbrandingslucht uit de ruimte waarin het staat. De norm verbiedt de opstelling van zo'n toestel in een slaapkamer, badkamer, stortbadruimte of WC; de inspecteur stelde nochtans vast dat dit bij u het geval is.

⚠️ Het risico

In die gesloten, vochtige of tijdens de slaap gebruikte ruimtes kan terugslag van rookgassen een koolstofmonoxidevergiftiging veroorzaken zonder dat de bewoners het merken.

🔧 Hoe herstellen

Laat het toestel verplaatsen naar een toegelaten ruimte of vervangen door een gesloten toestel (type C) door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.1

RGIG-214 De toestellen van het type B11 met CE- keurmerk moeten van het type B11AS, B11BS of B11CS zijn uitgezonderd de toestellen die in open lucht geïnstalleerd zijn NBN51-006 § 11.3.1.1.1

💡 Concreet

Toestellen van het type B11 met CE-keurmerk moeten van het type B11AS, B11BS of B11CS zijn, dus uitgerust met een beveiliging die het toestel uitschakelt wanneer de rookgassen terugslaan in de ruimte; alleen toestellen die in open lucht geïnstalleerd zijn, zijn hiervan vrijgesteld. Het gecontroleerde toestel is niet zo'n beveiligde uitvoering.

⚠️ Het risico

Zonder die beveiliging wordt terugslag van verbrandingsgassen niet opgemerkt en niet gestopt, wat tot een koolstofmonoxidevergiftiging kan leiden.

🔧 Hoe herstellen

Laat het toestel vervangen door een conform model (B11AS, B11BS of B11CS) door een gekwalificeerde gasinstallateur. Na de vervanging is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.1.1.1

Ventilatie & rookgasafvoer (18)

RGIG-205 Een toevoeropening voor buitenlucht is voorzien in elke opstellingsruimte van een toestel met open verbrandingskring. Indien

💡 Concreet

De opstellingsruimte van uw toestel met open verbrandingskring — een toestel dat de lucht voor zijn verbranding uit de ruimte zelf haalt — moet een toevoeropening voor buitenlucht hebben. Bij de keuring ontbrak die opening of was ze niet conform.

⚠️ Het risico

Zonder voldoende luchttoevoer verloopt de verbranding onvolledig en kan het toestel koolstofmonoxide produceren, een onzichtbaar en geurloos gas dat een ernstige vergiftiging kan veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Laat een conforme toevoeropening voor buitenlucht aanbrengen in de betrokken ruimte door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.1.2

RGIG-206 In elk nieuw gebouw waar een toestel met open verbrandingskring (type B) is opgesteld moet een toevoer van verbrandingslucht rechtstreeks vanuit de buitenlucht voorzien zijn. NBN 51006 111.2.1.2 + DTD 61-002 § 6.1

💡 Concreet

Uw gebouw is nieuw en het toestel van type B dat er staat — een toestel dat op een afvoerkanaal is aangesloten maar zijn verbrandingslucht uit de ruimte haalt — krijgt die lucht niet rechtstreeks vanuit de buitenlucht, zoals de norm NBN D 51-006 en het document DTD 61-002 voor nieuwe gebouwen vereisen.

⚠️ Het risico

Nieuwe gebouwen zijn zeer luchtdicht: zonder rechtstreekse luchttoevoer kan het toestel lucht tekortkomen, onvolledig verbranden en koolstofmonoxide produceren, een giftig, onzichtbaar en geurloos gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat een rechtstreekse toevoer van verbrandingslucht vanuit de buitenlucht aanleggen door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.1.1

RGIG-207 De luchttoevoer van Type B1* toestel is niet conform of ontbreekt: Rechtstreeks naar buiten: 6cm2/kW / 1 doorstroomopeningen: 8cm2/kW / 2 doorstroomopeningen: 10cm2/kW en met een minimum grote van 50cm2 NBN51-006 § 11.2.1.4 + NBN DTD 61- 002 § 6.2

💡 Concreet

De luchttoevoer van de ruimte waar uw toestel van type B1 staat (een toestel met trekonderbreker, aangesloten op een afvoerkanaal maar dat zijn lucht uit de ruimte haalt) ontbreekt of is te klein. De norm bepaalt de vereiste doorsnede volgens het traject van de lucht: 6 cm² per kW als de opening rechtstreeks naar buiten geeft, 8 cm²/kW via één doorstroomopening, 10 cm²/kW via twee — telkens met een minimum van 50 cm².

⚠️ Het risico

Krijgt het toestel te weinig lucht, dan verloopt de verbranding onvolledig en kan er koolstofmonoxide ontstaan, een giftig, onzichtbaar en geurloos gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat de luchttoevoeropeningen aanleggen of vergroten tot de vereiste doorsnede door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.1.4

RGIG-208 De luchttoevoer van Type B2* toestel is niet conform of ontbreekt: Rechtstreeks naar buiten: 3cm2/kW / 1 doorstroomopeningen: 4cm2/kW / 2 doorstroomopeningen: 5cm2/kW en met een minimum grote van 50cm2 NBN 51-006 § 11.2.4.1 + NBN DTD 61- 002 § 6.2

💡 Concreet

De luchttoevoer van de ruimte waar uw toestel van type B2 staat (een toestel zonder trekonderbreker, aangesloten op een afvoerkanaal maar dat zijn lucht uit de ruimte haalt) ontbreekt of is te klein. De norm bepaalt de vereiste doorsnede volgens het traject van de lucht: 3 cm² per kW als de opening rechtstreeks naar buiten geeft, 4 cm²/kW via één doorstroomopening, 5 cm²/kW via twee — telkens met een minimum van 50 cm².

⚠️ Het risico

Een toestel dat lucht tekortkomt, verbrandt onvolledig en kan koolstofmonoxide produceren, een giftig, onzichtbaar en geurloos gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat de luchttoevoeropeningen aanleggen of vergroten tot de vereiste doorsnede door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Na de werken is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.1.4

RGIG-209 De luchttoevoeropeningen mogen niet afsluitbaar zijn .NBN51-006 § 11.2.1.1 + NBN DTD 61- 002 § 6.3

💡 Concreet

De openingen die de nodige lucht naar uw gastoestellen brengen, kunnen worden afgesloten (regelbaar rooster, klep of luik), wat de norm verbiedt. De verbrandingslucht moet permanent kunnen binnenkomen, zonder dat de opening kan worden geblokkeerd.

⚠️ Het risico

Sluit iemand de opening — bijvoorbeeld tegen de tocht — dan komt het toestel lucht tekort, verloopt de verbranding onvolledig en kan er zich koolstofmonoxide opstapelen in de ruimte.

🔧 Hoe herstellen

Laat de regelbare roosters of kleppen vervangen door niet-afsluitbare openingen, of laat de bestaande definitief in open stand vastzetten, bij voorkeur door een bevoegd gasinstallateur (Cerga-label aanbevolen). Daarna is een herkeuring door een erkend keuringsorganisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.1.3

RGIG-210 De verbrandingslucht moet bij een verticaal luchttoevoerkanaal toegevoerd wordenonderaan het lokaal, de luchtiname op het dak dient voorzien te worden van een kruiskap in de statische overdrukzone 3 NBN 51.006 §11.2.1.3 + DTD 61.002

💡 Concreet

Uw installatie heeft een verticaal luchttoevoerkanaal dat de verbrandingslucht naar het toestel brengt. De norm eist dat die lucht onderaan het lokaal wordt binnengebracht en dat de luchtinname op het dak in de statische overdrukzone 3 ligt en voorzien is van een kruiskap, een eindstuk dat de aanzuiging tegen windeffecten beschermt. Bij de controle was dat niet het geval.

⚠️ Het risico

Als wind de luchttoevoer verstoort, verbrandt het toestel slecht en kan het koolstofmonoxide vormen, een giftig, onzichtbaar en geurloos gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat het luchttoevoerkanaal aanpassen door een gekwalificeerde gasinstallateur: luchttoevoer onderaan het lokaal en een kruiskap op de juiste plaats op het dak. Na de aanpassing is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.1.3

RGIG-211 NBN DTD 61-002 : In een verticaal luchtaanvoerkanaal moet de verbrandingslucht langs de onderzijde van het gebouw worden aangezogen en de opening voor luchtinname moet gesitueerd zijn in een gevelvlak dat aangrenzend is met het dakvlak waarin het bijhorend afvoerkanaal van de verbrandingsproducten uitmondt. NBN 51.006 11.2.1.3 + NBN DTD 61- 002 § 6.3

💡 Concreet

De verbrandingslucht van uw toestel komt binnen via een verticaal luchtaanvoerkanaal. De norm eist dat die lucht langs de onderzijde van het gebouw wordt aangezogen en dat de opening voor luchtinname in een gevelvlak ligt dat grenst aan het dakvlak waarin het bijhorende afvoerkanaal van de verbrandingsproducten uitmondt. Bij de controle was dat niet het geval.

⚠️ Het risico

Een verkeerd geplaatste luchtinname staat bloot aan drukverschillen door de wind: het toestel kan lucht tekortkomen of zijn eigen rookgassen opnieuw aanzuigen, met risico op slechte verbranding en koolstofmonoxide.

🔧 Hoe herstellen

Laat de luchtinname verplaatsen door een gekwalificeerde gasinstallateur zodat ze aan deze plaatsingsregel voldoet. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.1.3

RGIG-212 Toestellen type B1 mogen niet opgesteld staan in ruimtes die voorzien zijn van mechanische ventilatie. NBN 51.006 § 11.2.2.3.1 DTD 61-002 § 5.3.1

💡 Concreet

Een toestel van het type B1 is een open toestel met natuurlijke trek: het haalt zijn verbrandingslucht uit de ruimte en voert de rookgassen af via een schoorsteen. De inspecteur stelde vast dat zo'n toestel opgesteld staat in een ruimte met mechanische ventilatie, wat de norm verbiedt.

⚠️ Het risico

De mechanische afzuiging kan de trek omkeren en de verbrandingsgassen de ruimte in duwen, met risico op koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat de installatie aanpassen door een gekwalificeerde gasinstallateur, bijvoorbeeld door het toestel te vervangen door een gesloten toestel (type C) of de ventilatie van de ruimte te herzien. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.2.3.1

RGIG-215 Het is verboden toestellen van de typen B22(P) en B23(P) aan te sluiten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal. NBN51- 006 § 3.1.1.1 / NBN DTD 61-002 7.6.2

💡 Concreet

Toestellen van de typen B22(P) en B23(P) voeren hun rookgassen af met een ingebouwde ventilator. De norm verbiedt om die toestellen aan te sluiten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal, dus een kanaal dat met andere toestellen wordt gedeeld; de inspecteur stelde zo'n aansluiting vast in uw installatie.

⚠️ Het risico

De ventilator van het ene toestel kan de verbrandingsgassen naar de andere aansluitingen duwen en ze in andere ruimtes of woningen terugblazen, met risico op koolstofmonoxidevergiftiging.

🔧 Hoe herstellen

Laat de installatie aanpassen door een gekwalificeerde gasinstallateur zodat elk toestel een geschikte en toegelaten afvoer heeft. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.1.1.1

RGIG-216 Het afvoerkanaal is niet lekdicht NBN51-006 § 11.3.1.1.4

💡 Concreet

De inspecteur stelde vast dat het afvoerkanaal dat de verbrandingsgassen van uw toestel afvoert niet lekdicht is: er kunnen rookgassen ontsnappen voordat ze buiten zijn.

⚠️ Het risico

Verbrandingsgassen kunnen zich in de woning verspreiden, met een reëel risico op koolstofmonoxidevergiftiging, een onzichtbaar en geurloos gas.

🔧 Hoe herstellen

Laat het afvoerkanaal herstellen of vervangen door een gekwalificeerde gasinstallateur en gebruik het toestel uit voorzorg liever niet tot dan. Na de herstelling is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.1.1.4

RGIG-217 Toestellen type B1 met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kW hebben een aansluitkanaal met een verticaal gedeelte van minstens 50 cm. NBN51- 006§ 3.1.2.4.2 / NBN DTD 61-002 7.3.6

💡 Concreet

Bij een toestel van het type B1 met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kW moet het aansluitkanaal — de buis tussen het toestel en de schoorsteen — een verticaal gedeelte van minstens 50 cm bevatten. Bij de controle was dat op uw installatie niet het geval.

⚠️ Het risico

Zonder dat verticale gedeelte komt de trek moeilijk op gang: de rookgassen kunnen blijven hangen of terugslaan in de ruimte, met risico op koolstofmonoxide.

🔧 Hoe herstellen

Laat het aansluitkanaal aanpassen door een gekwalificeerde gasinstallateur zodat het een verticaal gedeelte van minstens 50 cm bevat. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.1.2.4.2

RGIG-218 de totale lengte van het aansluitkanaal mag niet groter zijn dan één vierde van de trekhoogte van het afvoerkanaal. Indien deze trekhoogte kleiner dan 8 m is, mag de maximumlengte 2 m bedragen. NBN51-006 § 11.3.1.2.4.2/ NBN DTD 61-002 7.3.6

💡 Concreet

Het aansluitkanaal verbindt het toestel met de schoorsteen. De totale lengte ervan mag niet groter zijn dan een vierde van de trekhoogte van het afvoerkanaal; is die trekhoogte kleiner dan 8 m, dan mag de lengte maximaal 2 m bedragen. Het aansluitkanaal dat bij de controle werd vastgesteld, is te lang volgens deze regel.

⚠️ Het risico

Een te lang aansluitkanaal remt de rookgassen af en koelt ze af: de trek wordt onvoldoende en de verbrandingsgassen kunnen terugslaan in de ruimte, met risico op koolstofmonoxide.

🔧 Hoe herstellen

Laat het aansluitkanaal inkorten of het tracé herzien door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.1.2.4.2

RGIG-219 Toestel type B met natuurlijke trek : Geen enkel brandbaar materiaal mag onbeschermd gebruikt worden op minder dan 0,15 m van het losstaand afvoerkanaal. NBN51- 006 § 11.3.1.2.3

💡 Concreet

Bij een toestel van het type B met natuurlijke trek mag geen enkel brandbaar materiaal (hout, brandbare isolatie, enz.) onbeschermd op minder dan 0,15 m van het losstaande afvoerkanaal aanwezig zijn. De inspecteur stelde onbeschermd brandbaar materiaal te dicht bij het kanaal vast.

⚠️ Het risico

De warmte van het afvoerkanaal kan dat materiaal na verloop van tijd doen ontbranden en brand veroorzaken.

🔧 Hoe herstellen

Laat het materiaal verder dan 0,15 m van het kanaal verwijderen of een geschikte bescherming plaatsen, bij voorkeur door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.1.2.3

RGIG-220 Het verwijde uiteinde van de ineenschuifbare aansluitkanalen wordt steeds gericht in de zin van de afvoer van de verbrandingsgassen 51.006 § 11.3.1.2.1+NBN DTD 61-002 7.3.6.5.

💡 Concreet

Ineenschuifbare aansluitkanalen schuiven in elkaar. Het verwijde uiteinde moet daarbij altijd gericht zijn in de zin van de afvoer van de verbrandingsgassen; de inspecteur stelde vast dat dit bij uw installatie niet zo was.

⚠️ Het risico

Verkeerd om gemonteerd kunnen verbrandingsgassen of condensaat ter hoogte van de verbindingen ontsnappen, in de ruimte waar het toestel staat.

🔧 Hoe herstellen

Laat de elementen van het aansluitkanaal in de juiste richting hermonteren, bij voorkeur door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.1.2.4.1

RGIG-221 De uitmonding van het afvoerkanaal (type B) met natuurlijke trek moet steeds uitmonden in zone 1 of 2 . in zone 2 moet steeds een statische afvoerkap geplaatst worden NBN 51/006 § 11.3.1.1.6 + NBN DTD 61-002 § 7.4.7

💡 Concreet

Het afvoerkanaal van een toestel type B met natuurlijke trek moet uitmonden in een zone van het dak die gunstig is voor de trek, in de norm zone 1 of zone 2 genoemd; mondt het uit in zone 2, dan is bovendien een statische afvoerkap verplicht, een speciale kap die de trek bevordert. Bij de controle was aan deze eis niet voldaan.

⚠️ Het risico

Een slecht geplaatste uitmonding staat bloot aan de wind: de trek wordt onregelmatig en de rookgassen kunnen terugslaan in de woning, met risico op koolstofmonoxide.

🔧 Hoe herstellen

Laat de uitmonding aanpassen (verhogen of verplaatsen) of de vereiste statische afvoerkap plaatsen door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.1.1.5

RGIG-222 De uitmonding van het Type C toestel voldoet niet aan het “huisje in perspectief” . NBN 51- 006 § 11.3.3.1 + DTD 61.002

💡 Concreet

Uw toestel is van het type C, een gesloten toestel: het haalt zijn lucht buiten en blaast zijn rookgassen rechtstreeks naar buiten via een muur- of dakdoorvoer. De plaats van die uitmonding moet voldoen aan de regel van het "huisje in perspectief", een methode uit de norm die voldoende afstand garandeert tot ramen, luchtinnames en andere delen van het gebouw. De vastgestelde uitmonding voldoet daar niet aan.

⚠️ Het risico

De verbrandingsgassen kunnen opnieuw het gebouw in gezogen worden — via een raam, een verluchtingsopening of het toestel zelf — wat de luchtkwaliteit en de verbranding aantast, met risico op koolstofmonoxide.

🔧 Hoe herstellen

Laat de uitmonding verplaatsen naar een conforme plaats door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.3.3.1

RGIG-223 De inhoud van de opstellingsruimte is te klein (toesstel type C) (PN/m3 ≥35) extra boven- en onderverluchting is te voorzien van elk 1cm2/kW en min. 50 cm2 NBN 51.006 § 11.2.2 + 61-002 § 5.2.2

💡 Concreet

De opstellingsruimte van uw toestel type C is te klein in verhouding tot het vermogen van het toestel (verhouding vermogen/volume van 35 of meer). In dat geval legt de norm een extra boven- en onderverluchting op van elk 1 cm² per kW, met een minimum van 50 cm²; die openingen waren er bij de controle niet.

⚠️ Het risico

Zonder die verluchting hoopt de warmte van het toestel zich op in de kleine ruimte, die kan oververhitten, ten koste van het toestel en zijn omgeving.

🔧 Hoe herstellen

Laat de vereiste boven- en onderverluchting aanbrengen door een gekwalificeerde gasinstallateur. Nadien is een herkeuring door een erkend organisme nodig.

📖 NBN D 51-006 § 11.2.2

RGIG-224 De schouw is niet afgewerkt of geplaatst NBN51-006

💡 Concreet

De inspecteur stelde vast dat de schouw niet afgewerkt of nog niet geplaatst is: uw toestel beschikt dus niet over een volledige en conforme rookgasafvoer.

⚠️ Het risico

Zolang de schouw niet klaar is, kunnen de verbrandingsgassen niet correct worden afgevoerd: het toestel gebruiken zou de bewoners blootstellen aan rookgassen en koolstofmonoxide, en de installatie kan niet worden goedgekeurd.

🔧 Hoe herstellen

Laat de schouw afwerken of plaatsen door een gekwalificeerde gasinstallateur en gebruik het toestel tot dan niet. Een herkeuring door een erkend organisme kan de installatie daarna goedkeuren.

📖 NBN D 51-006 § 11.3

Dichtheid & beproeving (1)

RGIG-145 De dichtheidsproef heeft geen voldoening geschonken NBN 51.006 §10.2.2

💡 Concreet

Bij de keuring is de dichtheidsproef — een druktest die nagaat of de leidingen geen gas laten ontsnappen — niet geslaagd. Uw installatie vertoont dus ergens een lek.

⚠️ Het risico

Ontsnappend propaan kan zich ophopen, vooral op lage punten en in gesloten ruimtes, met een reëel risico op brand of ontploffing. Dit gebrek laat u best zonder uitstel verhelpen.

🔧 Hoe herstellen

Sluit de hoofdafsluitkraan en gebruik de installatie niet meer tot een gekwalificeerde gasinstallateur het lek heeft opgespoord en hersteld. Na de herstelling is een nieuwe keuring door een erkend organisme onontbeerlijk.

📖 NBN D 51-006 § 10.2.2

Documenten & schema's (1)

RGIG-144 een isometrisch schema van de leidingen ontbreekt met daarop: de lengtes, diameters, type leidingdelen, toestellen(vermogen, debiet) en componenten. NBN 51-006 § 8.1.2

💡 Concreet

Het isometrisch schema van uw installatie kon bij de keuring niet worden voorgelegd. Dat is een perspectieftekening van de leidingen met de lengtes, de diameters, het type van elk leidingdeel, de toestellen (met vermogen en debiet) en de componenten; de norm NBN D 51-006 vereist dit document.

⚠️ Het risico

Dit is vooral een administratief punt: zonder dit schema kan de inspecteur de dimensionering van de installatie niet volledig controleren en blijft het verslag niet-conform.

🔧 Hoe herstellen

Vraag dit schema op bij uw gasinstallateur, of laat het opmaken door een gekwalificeerde gasinstallateur als het niet meer bestaat. Daarna volstaat het om het bij de herkeuring voor te leggen.

📖 NBN D 51-006 § 8.1.2

En na de herstelling?

🔧
1. Laat herstellen

Een gasinstallateur herstelt de inbreuken — wij raden een professional met het Cerga-label aan. Administratieve punten (schema, attest) kunt u vaak zelf in orde brengen.

📅
2. Plan de herkeuring

Een nieuw bezoek door een erkend organisme is nodig om de inbreuken op te heffen, binnen de termijn vermeld op uw verslag.

3. Conform verslag

De controleur controleert de herstelde punten en levert een conform verslag af, nuttig voor verkoop, verhuur, opening van de meter of uw verzekering.

Herkeuring gas nodig?

Atlas Contrôle is erkend door de FOD Economie en geaccrediteerd BELAC ISO 17020 nr. 663-INSP. Onze controleurs komen binnen 24-48 u langs in Brussel, Wallonië en Vlaanderen.