Naar de inhoud

Uw verslag begrijpen

Inbreuken bij de elektrische keuring, eenvoudig uitgelegd

Laagspanning, zonnepanelen en laadpalen: de 478 vaststellingen uit de verslagen, één voor één, met wat de inspecteur vaststelde, het risico en wat de regel vraagt.

Elke inbreuk verwijst naar het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties). Typ de code, het artikel of een woord uit uw verslag en open de fiche.

Deze uitleg is algemeen. Ze helpt u uw verslag te lezen, zonder het ondertekende verslag te vervangen, dat als enige bewijskracht heeft, en ze zegt niet hoe de werken uit te voeren: richt u tot een gekwalificeerde vakman. Een vraag over uw verslag? Stuur ons een WhatsApp-bericht.

478 van 478 vaststellingen weergegeven

Schema’s & administratief (26)

102 Situatieplan is niet aanwezig, is onvolledig of komt niet overeen met de installatie.
Links een verdeelbord zonder enig document ernaast, rechts hetzelfde verdeelbord met een eendraadsschema en een situatieplan.
✗ Vastgesteld · Eendraadsschema en situatieplan ontbreken ✓ Wat de regel vraagt · Eendraadsschema en situatieplan aanwezig en in overeenstemming met de installatie

Concreet

Tijdens de keuring ontbrak het situatieschema van de installatie, was het onvolledig of kwam het niet overeen met wat geïnstalleerd is. Dat plan situeert de borden, contactdozen, lichtpunten, schakelaars en vaste toestellen in het gebouw.

Het risico

Zonder betrouwbaar plan kunnen de onderdelen van de installatie niet gelokaliseerd of gecontroleerd worden, en wordt een tussenkomst moeilijker en minder veilig.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een volledig en bijgewerkt situatieschema dat op elk moment de bestaande toestand van de installatie weergeeft en deel uitmaakt van het dossier van de eigenaar, beheerder of uitbater.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die verantwoordelijk is voor de werken en het schema opstelt.

Referentie · L1: 3.1.2. · 9.1.1. · 9.1.2. Link naar deze uitleg
108 Eendraadsschema is niet aanwezig, is onvolledig of komt niet overeen met de installatie.
Links een verdeelbord zonder enig document ernaast, rechts hetzelfde verdeelbord met een eendraadsschema en een situatieplan.
✗ Vastgesteld · Eendraadsschema en situatieplan ontbreken ✓ Wat de regel vraagt · Eendraadsschema en situatieplan aanwezig en in overeenstemming met de installatie

Concreet

Tijdens de keuring ontbrak het eendraadschema van de installatie, was het onvolledig of kwam het niet overeen met wat geïnstalleerd is. Dat schema toont elke stroombaan met haar beveiligingen, haar kabels en de onderdelen die ze voedt.

Het risico

Zonder betrouwbaar schema kan niet nagegaan worden of elke stroombaan correct beveiligd is, en wordt elke tussenkomst of storingszoeking moeilijker en minder veilig.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een volledig eendraadschema dat overeenkomt met de installatie, deel uitmaakt van het dossier van de eigenaar, beheerder of uitbater en beschikbaar blijft voor keuringen en werken.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die verantwoordelijk is voor de werken en het schema opstelt.

Referentie · L1: 2.12 · 2.13 · 3.1.2.1 · 9.1.1 · 9.1.2 Link naar deze uitleg
102.1 De schakel- en verdeelborden, schakelaars, verbindingsdozen, aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en/of vaste machines en toestellen worden niet vermeld of zijn onvolledig op het situatieplan.

Concreet

Op het situatieschema ontbreken bepaalde onderdelen van de installatie of zijn ze onvolledig: borden, schakelaars, verbindings- of aftakdozen, contactdozen, lichtpunten of vaste toestellen.

Het risico

Zonder volledig plan kunnen niet alle onderdelen van de installatie gelokaliseerd worden, kan ze niet volledig gecontroleerd worden en is veilig werken moeilijker.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het situatieschema de plaats aangeeft van de borden, schakelaars, verbindings- en aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en vaste machines of toestellen die op het eendraadschema vermeld zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.3.a Link naar deze uitleg
117 Het stroombaanschema / principeschema ontbreekt, is onvolledig of komt niet overeen met de werkelijkheid.
Links een verdeelbord zonder enig document ernaast, rechts hetzelfde verdeelbord met een eendraadsschema en een situatieplan.
✗ Vastgesteld · Eendraadsschema en situatieplan ontbreken ✓ Wat de regel vraagt · Eendraadsschema en situatieplan aanwezig en in overeenstemming met de installatie

Concreet

In een niet-huishoudelijke installatie toont het stroombaanschema, of principeschema, hoe de installatie is opgebouwd en hoe de stroombanen met elkaar verbonden zijn. De inspecteur stelde vast dat het ontbreekt, onvolledig is of niet overeenkomt met wat werkelijk geïnstalleerd is.

Het risico

Zonder betrouwbaar schema kan de installatie niet in haar geheel gecontroleerd worden, en wordt elke tussenkomst, zoals een storing opsporen of een kring uitschakelen, moeilijker en minder veilig.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een volledig en bijgewerkt stroombaanschema dat onder meer de spanningen, het aardverbindingssysteem, de stroombanen en de kenmerken van de beveiligingen en de leidingen vermeldt, en dat ter plaatse beschikbaar is.

Bij wie terecht · Een elektricien of een studiebureau, op vraag van de uitbater.

Referentie · L1: 3.1.2.1.b / 3.1.2.2.b. Link naar deze uitleg
104 Het (de) plan(nen) van de uitwendige invloeden is (zijn) op te stellen of aan te vullen.

Concreet

Tijdens de keuring ontbrak het plan van de uitwendige invloeden of was het onvolledig. Dat document geeft per ruimte aan aan welke omstandigheden het elektrisch materieel blootgesteld is, zoals vocht, stof, schokken of de aanwezigheid van publiek.

Het risico

Zonder dat plan kan niet nagegaan worden of het geplaatste materieel geschikt is voor de omstandigheden in elke ruimte. Ongeschikt materieel kan achteruitgaan en een defect veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt voor een niet-huishoudelijke installatie een document van de uitwendige invloeden dat ze voor elke plaats bepaalt, op basis van gegevens van de uitbater, en dat door hem geparafeerd is.

Bij wie terecht · De uitbater van de ruimten, die de gegevens levert, samen met een elektricien of een studiebureau.

Referentie · L1: ND 2.10 · 3.1.2.1 Link naar deze uitleg
108.5 De schakelaars, verbindingsdozen, aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en/of vaste machines en toestellen worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema.

Concreet

Op het eendraadschema ontbreken bepaalde onderdelen die door de stroombanen gevoed worden, of zijn ze onvolledig: schakelaars, verbindings- of aftakdozen, contactdozen, lichtpunten of vaste toestellen.

Het risico

Zonder die onderdelen toont het schema niet wat elke stroombaan voedt, en kan de controle van de installatie niet volledig zijn.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het eendraadschema minstens de schakelaars, verbindings- en aftakdozen, contactdozen, lichtpunten en vaste machines of toestellen van elke stroombaan weergeeft.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.1.e Link naar deze uitleg
108.4 Het type en de kenmerken van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema.

Concreet

Op het eendraadschema ontbreken het type en de kenmerken van de beveiligingen tegen overstroom van elke stroombaan, dus de automaten of smeltzekeringen en hun nominale stroom, of zijn ze onvolledig.

Het risico

Zonder die gegevens kan op het schema niet nagegaan worden of elke stroombaan correct beveiligd is tegen overbelasting en kortsluiting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het eendraadschema het type en de kenmerken van de beveiligingsinrichtingen tegen overstroom van elke stroombaan vermeldt.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.1.d Link naar deze uitleg
111 Niet elke elementaire stroombaan wordt met een hoofdletter aangeduid op het ééndraadsschema en verdeelbord. Niet elke lichtpunt, contactdoos en sturingseenheid is genummerd in volgorde, vertrekkende vanaf de beschermingsinrichting tegen overstroom van de elementaire stroombaan.
Links automaten en een eendraadsschema zonder letters, rechts dezelfde automaten en hetzelfde schema aangeduid met A, B, C en D.
✗ Vastgesteld · Automaten en eendraadsschema zonder aanduiding met letters ✓ Wat de regel vraagt · Dezelfde letters op het verdeelbord en op het eendraadsschema

Concreet

De inspecteur stelde vast dat niet alle stroombanen met een hoofdletter aangeduid zijn op het eendraadschema en op het verdeelbord, of dat de lichtpunten, contactdozen en bedieningen niet in volgorde genummerd zijn.

Het risico

Zonder duidelijke aanduiding weet men niet welke automaat welke stroombaan voedt. Dat bemoeilijkt herstellingen en vergroot het risico dat iemand werkt aan een stroombaan die nog onder spanning staat.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke stroombaan met een hoofdletter aangeduid wordt op het eendraadschema en op het verdeelbord, en dat elk lichtpunt, elke contactdoos en elke bedieningseenheid in volgorde genummerd wordt vanaf de beveiliging van de stroombaan.

Bij wie terecht · Een elektricien, of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.1. Link naar deze uitleg
106 De lijst van de kritische kringen en de veiligheidskringen is op te stellen of te bezorgen.

Concreet

Wanneer een niet-huishoudelijke installatie veiligheidsstroombanen of kritische stroombanen bevat, moeten die in een lijst opgenomen zijn. Die stroombanen voeden uitrusting die essentieel is voor de veiligheid van personen of de continuïteit van de activiteit. Deze lijst kon niet worden voorgelegd.

Het risico

Zonder die lijst kan de keuring niet nagaan of die stroombanen voldoen aan de strengere eisen die voor hen gelden, en kunnen ze bij een tussenkomst per vergissing uitgeschakeld worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de veiligheidsinstallaties en de kritische installaties opgenomen worden in een lijst die de uitbater opstelt en ter beschikking houdt voor de keuring.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie of zijn afgevaardigde, die de lijst opstelt.

Referentie · L1: ND 3.1.2.1 Link naar deze uitleg
105 De lijst van de evacuatiewegen en de moeilijk evacueerbare ruimten ontbreekt. Indien deze niet aanwezig zijn in het gebouw moet dit bevestigd worden.

Concreet

Bij de keuring ontbrak de lijst van de evacuatiewegen en van de moeilijk te evacueren ruimten van het gebouw. De elektrische leidingen die zich daar bevinden, moeten aan bijzondere eisen voldoen. Als het gebouw er geen heeft, moet dat bevestigd worden.

Het risico

Zolang die lijst, of de bevestiging dat ze niet van toepassing is, ontbreekt, kan de keuring niet nagaan of de leidingen in die ruimten de risico's bij brand beperken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de schema's en plannen zo nodig aangevuld worden met de lijst van de evacuatiewegen en van de moeilijk te evacueren ruimten, en dat hun afwezigheid in voorkomend geval bevestigd wordt.

Bij wie terecht · De uitbater of de beheerder van het gebouw, die de lijst opstelt of bevestigt dat zulke ruimten er niet zijn.

Referentie · L1: 3.1.2.1:a/b Link naar deze uitleg
109 Gegevens adres, eigenaar, installateur en/of handtekening(en) ontbreken of zijn onvolledig op de schema’s en plannen.

Concreet

Op de schema's en plannen stelde de inspecteur vast dat identificatiegegevens geheel of gedeeltelijk ontbreken, zoals het adres van de installatie, de eigenaar of de installateur, of handtekeningen.

Het risico

Zonder die gegevens kunnen de schema's niet aan deze installatie gekoppeld worden en is niet duidelijk wie ze opgesteld en goedgekeurd heeft.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de schema's en plannen de gegevens vermelden die de installatie en de betrokkenen identificeren, zoals het adres en de installateur, en dat ze de voorziene handtekeningen dragen.

Bij wie terecht · De installateur of de elektricien die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 6.3.7. · L1:6.4.4. Link naar deze uitleg
108.2 De plaatsingswijze van de elektrische leidingen worden niet vermeld of zijn onvolledig op de eendraadsschema.

Concreet

Op het eendraadschema zijn de plaatsingswijze van de leidingen, bijvoorbeeld ingebouwd, in opbouw of in een buis, en het gebruikte kabeltype niet of onvolledig vermeld.

Het risico

Zonder die vermelding kan niet nagegaan worden of elke kabel past bij de manier waarop hij geplaatst is, wat onder meer bepaalt hoeveel stroom hij kan voeren.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het eendraadschema de plaatsingswijze van de elektrische leidingen en hun kenmerken vermeldt, waaronder het kabeltype.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.1.b Link naar deze uitleg
108.1 De kenmerken van de elektrische leidingen zoals het type, doorsnede en het aantal geleiders worden niet vermeld of zijn onvolledig op het.

Concreet

Op het eendraadschema ontbreken de kenmerken van de leidingen van elke stroombaan, dus het kabeltype, de doorsnede en het aantal geleiders, of zijn ze onvolledig.

Het risico

Zonder die gegevens kan op het schema niet nagegaan worden of elke kabel beveiligd is door een automaat of smeltzekering die bij zijn doorsnede past.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het eendraadschema de kenmerken van de elektrische leidingen vermeldt, namelijk hun type, hun doorsnede en het aantal geleiders.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.1.a Link naar deze uitleg
108.3 Het type en de kenmerken van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema.

Concreet

Op het eendraadschema ontbreken het type en de kenmerken van de differentieelschakelaars, zoals hun gevoeligheid en hun nominale stroom, of zijn ze onvolledig.

Het risico

Zonder die gegevens kan op het schema niet nagegaan worden of de differentieelschakelaars geschikt zijn voor de stroombanen die ze beschermen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het eendraadschema het type en de kenmerken van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen vermeldt.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.1.c Link naar deze uitleg
112 De aanwezigheid van een gemeenschappelijke aardverbinding en de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker is niet vermeld op het eendraadsschema en het situatieplan van een elektrische installatie die gebruik maakt van een gemeenschappelijke aardverbinding.

Concreet

De installatie gebruikt een gemeenschappelijke aardverbinding die gedeeld wordt met andere installaties van het gebouw. Het eendraadschema en het situatieschema vermelden die gemeenschappelijke aardverbinding niet, en ook niet de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker.

Het risico

Zonder die aanduiding is de gemeenschappelijke aardingsonderbreker bij metingen of werken moeilijk terug te vinden, en kan de installatie niet volledig gecontroleerd worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het eendraadschema en het situatieschema van elke installatie op een gemeenschappelijke aardverbinding die aardverbinding vermelden, net als de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 5.4.2.1. c.2. Link naar deze uitleg
103 Schakelaar in volume. 2 van badkamer is niet toegelaten.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat er een schakelaar geplaatst is in volume 2 van de badkamer, de zone dicht bij het bad of de douche waar het elektrisch materieel beperkt is.

Het risico

Dicht bij een bad of een douche verhogen water en een nat lichaam sterk het risico op een elektrische schok bij het bedienen van een toestel.

Wat de regel vraagt

Het AREI beperkt het elektrisch materieel dat in elk volume van een badkamer toegelaten is. Volgens de regels die voor deze installatie gelden, is een schakelaar in volume 2 niet toegelaten.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 9.1.2. Link naar deze uitleg
116 De plannen van de kritische installaties en/of de lijst hiervan ontbreken (indien deze aanwezig zijn), is onvolledig of komen niet overeen met de werkelijkheid.

Concreet

In dit gebouw voeden kritische installaties uitrusting die moet blijven werken om andere redenen dan de veiligheid van personen, zoals een productielijn of een serverlokaal. De plannen of de lijst ervan ontbreken, zijn onvolledig of komen niet overeen met de werkelijkheid.

Het risico

Zonder actuele plannen en lijst kunnen die installaties niet correct geïdentificeerd of gecontroleerd worden, en kunnen ze bij een tussenkomst per vergissing uitgeschakeld worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de kritische installaties opgenomen zijn in een lijst en op een of meer plannen, die volledig zijn, overeenkomen met de werkelijkheid en beschikbaar zijn voor de keuring.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie of zijn afgevaardigde, die de lijst en de plannen opstelt.

Referentie · L1: 3.1.2.1.a/b Link naar deze uitleg
113 De juiste symbolen werden niet gebruikt bij het opstellen van een eedraadsschema en het situatieplan van een huishoudelijke elektrische installatie

Concreet

Op het eendraadschema en het situatieschema stelde de inspecteur vast dat niet de voorgeschreven symbolen gebruikt zijn. Die symbolen zorgen ervoor dat elke vakman de schema's eenduidig kan lezen.

Het risico

Symbolen die niet voorgeschreven zijn, kunnen verkeerd begrepen worden. Dat verhindert een betrouwbare controle van de installatie en kan wie eraan werkt op een dwaalspoor brengen.

Wat de regel vraagt

Het AREI legt de symbolen vast voor de eendraadschema's en situatieschema's van huishoudelijke installaties. Een ander symbool is alleen toegelaten als het AREI er geen voorziet, en moet dan in de legende omschreven zijn.

Bij wie terecht · De installateur of de elektricien die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.1. Link naar deze uitleg
107 Het gelijkvormigheidsverslag en/of het verslag van de eerste controle bezorgen.

Concreet

Om de keuring af te ronden, heeft de inspecteur het gelijkvormigheidsverslag nodig, opgemaakt bij de keuring vóór de ingebruikname van de installatie, of het verslag van de eerste keuring. Dat document kon niet worden voorgelegd.

Het risico

Zonder dat verslag kan de keuring niet vaststellen dat de installatie vóór de ingebruikname conform werd bevonden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het verslag van het gelijkvormigheidsonderzoek deel uitmaakt van het dossier van de installatie, dat de eigenaar, beheerder of uitbater bewaart, en dat het bij de keuring voorgelegd kan worden.

Bij wie terecht · De persoon die het dossier van de installatie bewaart: de eigenaar, de beheerder of de uitbater.

Referentie · L1: 6.4.6.2 Link naar deze uitleg
115 De plannen van de veiligheidsinstallaties en/of de lijst hiervan ontbreken (indien deze aanwezig zijn), is onvolledig of komen niet overeen met de werkelijkheid.

Concreet

In dit gebouw voeden veiligheidsinstallaties uitrusting die een bepaalde tijd in dienst moet blijven om personen te beschermen, zoals de veiligheidsverlichting of de rook- en warmteafvoer. De plannen of de lijst ervan ontbreken, zijn onvolledig of komen niet overeen met de werkelijkheid.

Het risico

Zonder actuele plannen en lijst kunnen die installaties niet correct geïdentificeerd of gecontroleerd worden, en dreigt een veiligheidsstroombaan bij een tussenkomst per vergissing uitgeschakeld te worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de veiligheidsinstallaties opgenomen zijn in een lijst en op een of meer plannen, die volledig zijn, overeenkomen met de werkelijkheid en beschikbaar zijn voor de keuring.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie of zijn afgevaardigde, die de lijst en de plannen opstelt.

Referentie · L1: 3.1.2.1.a Link naar deze uitleg
107a De laatste verslagen van de periodieke controle bezorgen.

Concreet

Om de keuring af te ronden, heeft de inspecteur de laatste verslagen van de periodieke keuring van de installatie nodig. Ze konden tijdens het bezoek niet worden voorgelegd.

Het risico

Zonder die verslagen kan de keuring de opvolging van de installatie niet nagaan, en ook niet of eerder vastgestelde inbreuken weggewerkt zijn.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de keuringsverslagen deel uitmaken van het dossier van de installatie, dat de eigenaar, beheerder of uitbater bewaart, en dat ze bij de keuring voorgelegd kunnen worden.

Bij wie terecht · De persoon die het dossier van de installatie bewaart: de eigenaar, de beheerder of de uitbater.

Referentie · L1: 6.4.6.2 Link naar deze uitleg
114 Een van de volgende element ontbreken; De stroombaanschema's zijn onvolledig, De spanning en/of de aard van de stroom worden niet vermeld, Het aardverbindingssysteem, De te verwachten maximale kortsluitstromen (> 3kA) aan de oorsprong van de installatie en/of ter hoogte van elk schakel- en verdeelbord worden niet, De aard, de samenstelling en/of de kenmerken van de stroombanen worden niet vermeld.

Concreet

Minstens één verplicht element ontbreekt in de schema's van de installatie: volledige stroombaanschema's, de spanning en de aard van de stroom, het aardverbindingssysteem, de te verwachten kortsluitstromen boven 3 kA of de kenmerken van de stroombanen.

Het risico

Zonder die gegevens kan niet nagegaan worden of de beveiligingen bij de installatie passen, en vooral of ze de hoogste kortsluitstroom veilig kunnen onderbreken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de stroombaanschema's minstens de spanning en de aard van de stroom, het aardverbindingssysteem, de te verwachten kortsluitstromen boven 3 kA en de kenmerken van de stroombanen vermelden.

Bij wie terecht · Een elektricien of een studiebureau, op vraag van de uitbater.

Referentie · L1: B1:3.1.2.1. · L1:3.1.2.2.b. Link naar deze uitleg
110 Elk oud deel van de elektrische installatie waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen voor 01.10.1981 en vermeld op een eendraadschema is niet aangeduid door een kader met de vermelding “oude installatie”.

Concreet

Delen van de installatie werden uitgevoerd vóór 1 oktober 1981 en vallen onder bijzondere regels. Op het eendraadschema zijn ze niet als oude delen afgebakend, terwijl dat wel moet.

Het risico

Zonder die afbakening is niet duidelijk welke regels voor elk deel van de installatie gelden. Dat verhindert een correcte beoordeling en kan bij werken tot vergissingen leiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elk oud deel van de installatie, waarvan de uitvoering ter plaatse vóór 1 oktober 1981 begonnen is, als dusdanig aangeduid wordt op de eendraadschema's.

Bij wie terecht · De installateur of de elektricien die de schema's opstelt.

Referentie · L1: 3.1.2.1.a Link naar deze uitleg
102.2 De bronnen (transformator, fotovoltaïsch paneel, omvormer, batterij,… ) worden niet vermeld of zijn onvolledig op het situatieplan.
Links een verdeelbord zonder enig document ernaast, rechts hetzelfde verdeelbord met een eendraadsschema en een situatieplan.
✗ Vastgesteld · Eendraadsschema en situatieplan ontbreken ✓ Wat de regel vraagt · Eendraadsschema en situatieplan aanwezig en in overeenstemming met de installatie

Concreet

Op het situatieschema, dat de elektrische onderdelen in het gebouw situeert, staan de bronnen van de installatie, zoals een transformator, fotovoltaïsche panelen, een omvormer of een batterij, niet of slechts gedeeltelijk vermeld.

Het risico

Zonder die vermelding weet wie aan de installatie werkt misschien niet dat een deel ervan gevoed blijft door panelen of een batterij, ook nadat het net uitgeschakeld is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het situatieschema de plaats aangeeft van alle bronnen van de installatie, zoals een transformator, zonnepanelen, een omvormer of een batterij.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.3.b Link naar deze uitleg
108.6 De bronnen (transformator, fotovoltaïsch paneel, omvormer, batterij,… ) worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema.

Concreet

Op het eendraadschema staan de bronnen van de installatie, zoals een transformator, fotovoltaïsche panelen, een omvormer of een batterij, niet of slechts gedeeltelijk vermeld.

Het risico

Zonder vermelding van de bronnen is niet duidelijk van waaruit de installatie gevoed kan worden, wat veilig werken bemoeilijkt en een volledige controle verhindert.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het eendraadschema alle bronnen van de installatie vermeldt, zoals een transformator, zonnepanelen, een omvormer of een batterij.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de schema's opgesteld heeft.

Referentie · L1: 3.1.2.1.f Link naar deze uitleg
104a Het zoneringsplan is op te stellen of te wijzigen (kenmerken van de zones, emissiebron, ventilatie, materiaalcategorieën, enz.).

Concreet

Tijdens de keuring ontbrak het zoneringsplan of moest het aangepast worden. Dat plan bakent de zones af waar een explosieve atmosfeer van gassen, dampen of stof kan ontstaan, met hun emissiebronnen, de ventilatie en het toegelaten materieel.

Het risico

Zonder correct zoneringsplan kan niet nagegaan worden of het elektrisch materieel in die zones geschikt is. Ongeschikt materieel kan een explosieve atmosfeer doen ontbranden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een zoneringsplan dat onder meer de kenmerken van de producten, de emissiebronnen, het type ventilatie, de afbakening van de zones en de categorie van het toelaatbare materieel vermeldt.

Bij wie terecht · De uitbater van de ruimten, samen met een persoon die bevoegd is voor explosieve atmosferen, zoals een studiebureau.

Referentie · L1: ND 3.1.2.4 Link naar deze uitleg

Elektrische kast(en) (53)

201 De nominale spanning dient duidelijk vermeld te worden op een oordeelkundig gekozen plaats.
Links een verdeelbord zonder enige vermelding, rechts hetzelfde verdeelbord met een etiket 230 V en de driehoek voor elektrisch gevaar.
✗ Vastgesteld · Verdeelbord zonder vermelding van de nominale spanning ✓ Wat de regel vraagt · Nominale spanning en pictogram voor elektrisch gevaar aangebracht op het verdeelbord

Concreet

De inspecteur vond op of naast het verdeelbord geen vermelding van de nominale spanning van de installatie, bijvoorbeeld 230 V of 400 V.

Het risico

Wie aan de installatie werkt, kan zich vergissen in de aanwezige spanning en materiaal of voorzorgen kiezen die niet geschikt zijn.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de nominale spanning duidelijk en duurzaam vermeld wordt op een goed gekozen plaats, zodat iedereen die aan de installatie werkt ze ziet.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 3.1.3.3 Link naar deze uitleg
208 De niet-gebruikte invoeringen van het schakelbord of kast dienen afgedicht te worden.
Links een verdeelbord met een lege moduleplaats die toegang geeft tot delen onder spanning, rechts dezelfde plaats afgesloten met een blindplaatje.
✗ Vastgesteld · Lege moduleplaats waardoor delen onder spanning genaakbaar zijn ✓ Wat de regel vraagt · Opening afgesloten, geen enkel deel onder spanning genaakbaar

Concreet

Niet-gebruikte openingen van het bord of de kast, zoals lege kabelinvoeren of vrije moduleplaatsen, zijn niet afgedicht. De omhulling beschermt dus niet meer volledig.

Het risico

Via die openingen kan men met de vingers of een voorwerp delen onder spanning raken, en kunnen stof, vocht of kleine dieren binnendringen en defecten veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat niet-gebruikte openingen gesloten zijn, zodat de omhulling beschermt tegen rechtstreekse aanraking, met minstens IPXX-B of IPXX-D in ruimten die toegankelijk zijn voor het publiek, en tegen uitwendige invloeden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2.3. · 5.1.4. · 5.3.5.1. Link naar deze uitleg
235 Het elektrische materiaal is te bevestigen volgens de regels van het goed vakmanschap.
Links een opbouwcontactdoos die half loskomt van de muur met een loshangende kabel, rechts dezelfde contactdoos bevestigd en de kabel vastgezet langs de muur.
✗ Vastgesteld · Contactdoos half los van de muur, kabel hangt los ✓ Wat de regel vraagt · Contactdoos bevestigd, kabel over het hele traject vastgezet

Concreet

De inspecteur stelde vast dat elektrisch materieel, zoals een toestel, een kabel of een kast, niet correct volgens de regels van goed vakmanschap bevestigd is.

Het risico

Loszittend materiaal trekt aan de aansluitingen: die kunnen loskomen, opwarmen of delen onder spanning blootleggen, met risico op kortsluiting of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel geplaatst wordt volgens zijn voorschriften en de regels van goed vakmanschap, wat een stevige en duurzame bevestiging inhoudt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4.1.2. · L1:1.4.1.3 Link naar deze uitleg
210 De aanduiding van de stroomkringen en/of apparatuur, aansluitklemmen, enz. dient aangebracht of vervolledigd te worden. Aanduiden met letters niet met cijfers.
Links automaten en een eendraadsschema zonder letters, rechts dezelfde automaten en hetzelfde schema aangeduid met A, B, C en D.
✗ Vastgesteld · Automaten en eendraadsschema zonder aanduiding met letters ✓ Wat de regel vraagt · Dezelfde letters op het verdeelbord en op het eendraadsschema

Concreet

In het bord ontbreekt de aanduiding van de stroombanen of is ze onvolledig: elke stroombaan moet een letter dragen, en de onderdelen van een stroombaan een cijfer dat hun plaats aangeeft, in overeenstemming met de schema's.

Het risico

Zonder samenhangende aanduiding kan men de verkeerde stroombaan uitschakelen en werken aan onderdelen die men ten onrechte spanningsloos waant. De overeenstemming met de schema's valt evenmin te controleren.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de bedienings-, beveiligings- en scheidingstoestellen van de stroombanen duidelijk, goed zichtbaar en onuitwisbaar aangeduid zijn, in overeenstemming met de schema's van de installatie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.8.1. · 3.1.3. · 5.3.6.1. · 5.3.6.2. · L3: 2.8.1.2. · 3.1.3. · 5.3.6.1. Link naar deze uitleg
201a Pictogram "levensgevaar" dient op degelijke wijze aangebracht te worden.
Links een verdeelbord zonder enige vermelding, rechts hetzelfde verdeelbord met een etiket 230 V en de driehoek voor elektrisch gevaar.
✗ Vastgesteld · Verdeelbord zonder vermelding van de nominale spanning ✓ Wat de regel vraagt · Nominale spanning en pictogram voor elektrisch gevaar aangebracht op het verdeelbord

Concreet

Op het elektrisch bord vond de inspecteur de vermelding van de nominale spanning of het pictogram levensgevaar, de zwarte bliksemschicht in een gele driehoek, niet terug.

Het risico

Zonder zichtbare waarschuwing kan iemand die het gevaar niet kent het bord openen of bedienen zonder het risico in te schatten, en kan wie eraan werkt zich vergissen in de aanwezige spanning.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de spanning duidelijk zichtbaar op het bord vermeld wordt en, in de gevallen die het voorziet, een waarschuwingsbord voor elektrisch gevaar.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 3.1.3.3 + ND Link naar deze uitleg
207 De genaakbare, naakte onder spanning staande delen zijn niet op een afdoende wijze afgeschermd.
Links een verdeelbord met een lege moduleplaats die toegang geeft tot delen onder spanning, rechts dezelfde plaats afgesloten met een blindplaatje.
✗ Vastgesteld · Lege moduleplaats waardoor delen onder spanning genaakbaar zijn ✓ Wat de regel vraagt · Opening afgesloten, geen enkel deel onder spanning genaakbaar

Concreet

De inspecteur stelde vast dat naakte delen onder spanning aanraakbaar zijn, bijvoorbeeld onbeschermde klemmen of geleiders in of rond de kast.

Het risico

Zelfs een korte rechtstreekse aanraking van een deel onder spanning kan een elektrische schok veroorzaken, vooral bij personen die het gevaar niet kennen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat actieve delen beschermd zijn tegen rechtstreekse aanraking door een omhulling of een isolatie, met een beschermingsgraad van minstens IPXX-B, en IPXX-D in ruimten die toegankelijk zijn voor het publiek.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2.3. · 5.1.4. · L3: 4.2.2.2. · 5.1.4 Link naar deze uitleg
204 Deur of afschermplaat van het schakelbord (terug)plaatsen. Aanraking van naakte onder spanning staande delen is mogelijk.
Links een verdeelbord met een lege moduleplaats die toegang geeft tot delen onder spanning, rechts dezelfde plaats afgesloten met een blindplaatje.
✗ Vastgesteld · Lege moduleplaats waardoor delen onder spanning genaakbaar zijn ✓ Wat de regel vraagt · Opening afgesloten, geen enkel deel onder spanning genaakbaar

Concreet

De deur of de afschermplaat van het bord ontbreekt of is niet teruggeplaatst. Naakte delen onder spanning, zoals klemmen of aansluitingen, zijn daardoor rechtstreeks aanraakbaar.

Het risico

Iedereen die bij het bord komt, kan een deel onder spanning aanraken en een elektrische schok krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de delen onder spanning van een bord beschermd zijn tegen rechtstreekse aanraking door de omhulling, waartoe de deur of de afschermplaat behoort.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2.3. · 5.1.4. · 5.3.5.1. · L3: 4.2.2.2. · 5.1.4. Link naar deze uitleg
202a Aanduidingen kringen in letters ontbreekt .
Links automaten en een eendraadsschema zonder letters, rechts dezelfde automaten en hetzelfde schema aangeduid met A, B, C en D.
✗ Vastgesteld · Automaten en eendraadsschema zonder aanduiding met letters ✓ Wat de regel vraagt · Dezelfde letters op het verdeelbord en op het eendraadsschema

Concreet

In het bord zijn de stroombanen niet met letters aangeduid: men ziet niet in één oogopslag welke automaat welke stroombaan bedient.

Het risico

Zonder aanduiding schakelt men bij een herstelling of noodgeval snel de verkeerde stroombaan uit of weer in, en kan iemand werken aan een deel van de installatie dat hij ten onrechte spanningsloos waant.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke stroombaan met een hoofdletter aangeduid wordt, in het bord en op het eendraadschema, op een duidelijke, goed zichtbare en onuitwisbare manier.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1. · L3: 5.3.5.1. Link naar deze uitleg
202 De toegankelijkheid van het schakelbord is te verbeteren.
Links een verdeelbord verborgen achter een kast en dozen, rechts hetzelfde verdeelbord vrijgemaakt, met de kast opzij.
✗ Vastgesteld · Verdeelbord verborgen achter een kast en voorwerpen ✓ Wat de regel vraagt · Verdeelbord vrij en gemakkelijk bereikbaar

Concreet

Tijdens de keuring was het bord niet vlot toegankelijk, bijvoorbeeld omdat het versperd, verborgen of moeilijk bereikbaar was.

Het risico

In een noodgeval vertraagt een slecht bereikbaar bord het uitschakelen van de stroom. Het bemoeilijkt ook het onderhoud en de herstellingen van de installatie.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de borden zo geplaatst worden dat bediening, toezicht en onderhoud vlot verlopen, en dat ze in huishoudelijke installaties gemakkelijk bereikbaar zijn zonder bijzondere middelen.

Bij wie terecht · De bewoner of de eigenaar van de ruimte, en een elektricien als de plaats van het bord zelf het probleem is.

Referentie · L1: 5.3.5.1. · 5.1.5 · L3: 5.3.5.1. Link naar deze uitleg
206 Het schakelbord dient vervangen te worden, de beschermingsgraad tegen rechtstreekse aanraking is onvoldoende.
Links een verdeelbord met een lege moduleplaats die toegang geeft tot delen onder spanning, rechts dezelfde plaats afgesloten met een blindplaatje.
✗ Vastgesteld · Lege moduleplaats waardoor delen onder spanning genaakbaar zijn ✓ Wat de regel vraagt · Opening afgesloten, geen enkel deel onder spanning genaakbaar

Concreet

De inspecteur stelde vast dat het bord zelf onvoldoende beschermt tegen rechtstreekse aanraking van delen onder spanning. Daarom spreekt de lijn in het verslag van vervanging.

Het risico

Bij gewoon gebruik van het bord kunnen delen onder spanning aangeraakt worden, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt borden die aan hun norm voldoen en waarvan de omhulling beschermt tegen rechtstreekse aanraking van delen onder spanning, met een beschermingsgraad van minstens IPXX-B.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1. Link naar deze uitleg
236 De genaakbare, naakte delen onder spanning (actieve delen) in het schakel- en verdeelbord zijn onvoldoende afgeschermd.
Links een verdeelbord met een lege moduleplaats die toegang geeft tot delen onder spanning, rechts dezelfde plaats afgesloten met een blindplaatje.
✗ Vastgesteld · Lege moduleplaats waardoor delen onder spanning genaakbaar zijn ✓ Wat de regel vraagt · Opening afgesloten, geen enkel deel onder spanning genaakbaar

Concreet

In het bord zijn naakte delen onder spanning aanraakbaar: ze zijn onvoldoende afgeschermd tegen rechtstreekse aanraking.

Het risico

Wie het bord opent, al is het maar om een automaat opnieuw in te schakelen, riskeert een deel onder spanning aan te raken en een elektrische schok te krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat delen onder spanning buiten bereik gebracht worden door een omhulling of een isolatie, met een beschermingsgraad van minstens IPXX-B, die aanraking met de vinger verhindert.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2.3. · L1:5.3.5.1.a. Link naar deze uitleg
219a De verdeelkast(en) kon(den) niet geopend worden door de smeltveiligheden en/of penautomaten die niet of moeilijk verwijderd kunnen worden. De interne bedrading kon niet gecontroleerd worden.

Concreet

De inspecteur kon de verdeelkast of verdeelkasten niet openen, omdat smeltveiligheden of penautomaten niet of slechts zeer moeilijk verwijderd kunnen worden. De interne bedrading kon daardoor niet gecontroleerd worden.

Het risico

Zolang de kast niet geopend kan worden, blijft de staat van de bedrading onbekend en kunnen eventuele gebreken niet uitgesloten worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een installatie die zo uitgevoerd is dat ze in al haar onderdelen correct onderhouden kan worden, wat inhoudt dat de bedrading van de kasten bereikbaar is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4 Link naar deze uitleg
218 De invoer van de kabels in het schakelbord dient volgens de regels van goed vakmanschap te worden uitgevoerd.
Links kabels die een kast binnenkomen via een te grote, ruwe opening, rechts komt elke kabel binnen via een invoer op maat.
✗ Vastgesteld · Kabels ingevoerd door een te grote, ruwe opening ✓ Wat de regel vraagt · Elke kabel ingevoerd via een aangepaste, passende invoer

Concreet

De invoer van de kabels in het bord is niet volgens de regels van goed vakmanschap uitgevoerd, bijvoorbeeld kabels die niet vastzitten of doorvoeren zonder bescherming op de plaats waar ze de kast binnengaan.

Het risico

Slecht ingevoerd kan een kabel zijn mantel beschadigen tegen de rand van de kast. Op termijn kan dat leiden tot een isolatiefout, oververhitting of zelfs een beginnende brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de bescherming van de kabels ononderbroken doorloopt tot aan hun invoer in het bord, zo nodig met een dichte invoer, volgens de regels van goed vakmanschap.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4 Link naar deze uitleg
226 De dienstspanning is niet op elk bord vermeld.
Links een verdeelbord zonder enige vermelding, rechts hetzelfde verdeelbord met een etiket 230 V en de driehoek voor elektrisch gevaar.
✗ Vastgesteld · Verdeelbord zonder vermelding van de nominale spanning ✓ Wat de regel vraagt · Nominale spanning en pictogram voor elektrisch gevaar aangebracht op het verdeelbord

Concreet

Elk elektrisch bord moet duidelijk zijn dienstspanning vermelden, dus de spanning waarop het werkt. Die vermelding ontbrak bij de keuring op één of meer borden.

Het risico

Zonder die vermelding weet wie aan het bord werkt niet meteen welke spanning aanwezig is, wat de kans op fouten vergroot.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de voedingsspanning duidelijk en zichtbaar vermeld wordt op elk schakel- en verdeelbord.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 3.1.3.3. Link naar deze uitleg
211 De nominale stroomsterkte (In) van de beveiliging dient aangepast te worden aan de toelaatbare stroomsterkte van de stroomafwaarts geïnstalleerde leiding en/of verbruiker.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat een automaat of smeltveiligheid een te hoge nominale stroom heeft voor de leiding of het toestel dat hij beveiligt. Bij overbelasting zou hij niet tijdig uitschakelen.

Het risico

Zonder tijdige onderbreking kan de leiding sterk opwarmen, haar isolatie beschadigen en brand veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke beveiliging de stroom onderbreekt voor er een gevaarlijke opwarming optreedt, wat een nominale stroom vereist die past bij de toelaatbare stroom van de leiding en bij het toestel stroomafwaarts.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · (L1: 4.4.1.1. · 4.4.1.5. · 4.4.3.2. · L3:4.4.1.1. · 4.4.1.5. · 4.4.4.2.) Link naar deze uitleg
208a De niet-gebruikte invoeringen van het schakelbord of kast dienen afgedicht te worden.
Links een verdeelbord met een lege moduleplaats die toegang geeft tot delen onder spanning, rechts dezelfde plaats afgesloten met een blindplaatje.
✗ Vastgesteld · Lege moduleplaats waardoor delen onder spanning genaakbaar zijn ✓ Wat de regel vraagt · Opening afgesloten, geen enkel deel onder spanning genaakbaar

Concreet

Niet-gebruikte openingen van het bord of de kast, zoals lege kabelinvoeren of vrije moduleplaatsen, zijn niet afgedicht. De omhulling beschermt dus niet meer volledig.

Het risico

Via die openingen kan men met de vingers of een voorwerp delen onder spanning raken, en kunnen stof, vocht of kleine dieren binnendringen en defecten veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat niet-gebruikte openingen gesloten zijn, zodat de omhulling beschermt tegen rechtstreekse aanraking, met minstens IPXX-B of IPXX-D in ruimten die toegankelijk zijn voor het publiek, en tegen uitwendige invloeden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 4.2.2.3. · 5.1.4. · 5.3.5.1. · L3: 4.2.2.2. · 5.1.4. · 5.3.5.1. Link naar deze uitleg
211a De doorsnede van de bruggen van de interne bekabeling of van de verdeelrails in het bord is niet aangepast aan de stroomopwaartse beschermingsinrichting tegen overstroom.

Concreet

In het bord hebben de bruggen of de verdeelrails tussen de toestellen een te kleine doorsnede voor de beveiliging stroomopwaarts. Ze kunnen niet alle stroom aan die die beveiliging kan doorlaten.

Het risico

Bij zware belasting kunnen die verbindingen oververhitten zonder dat de beveiliging ingrijpt, met schade aan het bord en mogelijk brand tot gevolg.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beveiligingen de stroom onderbreken voor er een gevaarlijke opwarming optreedt. De bruggen en verdeelrails moeten dus een doorsnede hebben die past bij de beveiliging stroomopwaarts.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.5 · L1:4.4.1.1. · L1:4.4.1.2. Link naar deze uitleg
203 De verdeelkast(en) is (zijn) niet van klasse 1 of 2.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de verdeelkast of verdeelkasten niet van klasse I zijn, met geaarde metalen delen, en ook niet van klasse II, met dubbele isolatie.

Het risico

Als een inwendig defect de omhulling van de kast onder spanning zet, beschermt niets wie ze aanraakt, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de borden van huishoudelijke installaties van klasse I of klasse II zijn en aan hun norm voldoen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.4.2 Link naar deze uitleg
219 De verdeelkast(en) kan (kunnen) niet geopend worden zonder beschadigingen aan de ondergrond (bepleistering, behangpapier, ...). De interne bedrading kon niet gecontroleerd worden.

Concreet

De inspecteur kon de verdeelkast of verdeelkasten niet openen zonder de ondergrond errond te beschadigen, zoals de bepleistering of het behangpapier. De interne bedrading kon daardoor niet gecontroleerd worden.

Het risico

Zolang de binnenkant van de kast niet onderzocht kan worden, kunnen eventuele inwendige gebreken niet opgespoord of uitgesloten worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een installatie die zo uitgevoerd is dat ze in al haar onderdelen correct onderhouden kan worden, wat inhoudt dat de kasten geopend kunnen worden.

Bij wie terecht · Een elektricien, of een vakman voor de ondergrond rond de kast.

Referentie · L1: 1.4 Link naar deze uitleg
224 Inwendige bekabeling is uitgevoerd met soepele geleiders: de uiteinden zijn van gepaste samenknijpende hulzen te voorzien.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de interne bekabeling van het bord uitgevoerd is met soepele geleiders waarvan de uiteinden niet voorzien zijn van gepaste samenknijpende hulzen.

Het risico

Zonder huls worden de draadjes van een soepele geleider onder de schroef geplet of uiteengedrukt: het contact wordt slecht en kan opwarmen, of een draadje kan een naburig deel raken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt verbindingen volgens de regels van goed vakmanschap. Als de interne bekabeling soepele geleiders gebruikt, moeten hun uiteinden voorzien zijn van gepaste samenknijpende hulzen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.6.1. Link naar deze uitleg
216 De volgende toestellen een exclusief toegekende stroombaan: de wasmachine / de afwasmachine / de droogkast / het elektrisch fornuis / de elektrische kookplaat / de elektrische oven / elk (verplaatsbaar) toestel met vaste standplaats met Pnom >= 2600 W. De toestellen van een elektrische verwarming met vaste standplaats worden gevoegd door een of meerdere exclusief toegekende stroombanen. De doorsnede van de elektrische leidingen bestemd voor de voeding van deze elektrische toestellen of machines wordt in functie van het vermogen van deze elektrische toestellen of machines gekozen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat sommige grote toestellen geen eigen stroombaan hebben, bijvoorbeeld een wasmachine, een vaatwasser, een oven of een toestel met vaste standplaats van 2600 W of meer.

Het risico

Gedeeld door meerdere grote toestellen dreigt een stroombaan overbelast te raken, met opwarming van de leidingen, herhaald uitschakelen of zelfs brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een eigen stroombaan voor de wasmachine, de vaatwasser, de droogkast, het fornuis, de kookplaat, de oven, de vaste verwarming en elk toestel met vaste standplaats van minstens 2600 W. De doorsnede volgt hun vermogen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.1.2. Link naar deze uitleg
223 Aantal aangesloten geleiders en doorsnede van deze moet beperkt worden (maximum 2 aders per klem), zo niet aangepaste verdeelklemmen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat te veel geleiders, of geleiders met een te grote doorsnede, onder één klem van het bord aangesloten zijn.

Het risico

Overbelast maakt een klem slecht contact: de verbinding kan opwarmen, beschadigd raken en op termijn een beginnende brand in het bord veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt verbindingen volgens de regels van goed vakmanschap, dus ten hoogste twee geleiders met een passende doorsnede per klem, tenzij aangepaste verdeelklemmen voor meer geleiders voorzien zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
229 De sectie van de interne bekabeling van het elektrisch bord is niet aangepast aan de te verwachten stroom.

Concreet

De bekabeling binnen in het elektrisch bord heeft een te kleine doorsnede, dus een te kleine dikte, voor de stroom die erdoor kan vloeien.

Het risico

Te dun warmt een geleider op bij een hoge stroom: de isolatie kan smelten en een kortsluiting of zelfs brand in het bord veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beveiligingen de stroom onderbreken voor er een gevaarlijke opwarming optreedt, wat betekent dat elke geleider in het bord de stroom aankan die zijn beveiliging doorlaat.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1 & 4.4.1.2. Link naar deze uitleg
219d De afdekplaat (frontplaat) van de verdeelkast kon niet gedemonteerd worden: een bevestigingsschroef is gebroken of geblokkeerd, waardoor ze niet kan worden weggenomen. De interne bedrading kon niet gecontroleerd worden.

Concreet

De inspecteur kon de afdekplaat, de frontplaat die de binnenkant van de verdeelkast afschermt, niet wegnemen omdat een bevestigingsschroef gebroken of geblokkeerd is. De interne bedrading kon daardoor niet gecontroleerd worden.

Het risico

Zolang de binnenkant van de kast niet onderzocht kan worden, kunnen eventuele gebreken aan de bedrading, zoals een aansluiting die opwarmt, niet opgespoord worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat borden zo geplaatst worden dat hun bediening, toezicht en onderhoud gemakkelijk zijn, net als de toegang tot het materieel erin.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1.c. · 5.1.5.1. Link naar deze uitleg
230 De schakel- en verdeelborden moeten op een duidelijke, goed zichtbare en onuitwisbare wijze worden gemarkeerd door middel van individuele markeringen. De individuele markering op elk schakel- en verdeelbord duidt aan: het volgnummer van het schakel- en verdeelbord, spanning, het aardverbindingssysteem, de te verwachten maximale kortsluitstroom, het gebruik van de filiatietechniek.

Concreet

Op een of meer borden ontbrak de vereiste individuele markering of was ze onvolledig. Die markering identificeert het bord en geeft de nuttige gegevens aan iedereen die eraan werkt.

Het risico

Zonder die gegevens weet wie aan het bord werkt niet meteen welke spanning, welk aardverbindingssysteem of welke kortsluitstroom er geldt, wat het risico op vergissingen vergroot.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt op elk bord een duidelijke en onuitwisbare markering met het volgnummer, de voedingsspanning, het aardverbindingssysteem, de te verwachten maximale kortsluitstroom en, als dat van toepassing is, het gebruik van de filiatietechniek.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 3.1.3.3. Link naar deze uitleg
222 De IP-graad van het bord is niet in overeenstemming met de aanwezige uitwendige invloedsfactoren.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de IP-beschermingsgraad van het bord, die aangeeft hoe goed het bestand is tegen binnendringend stof en water, niet overeenstemt met de omstandigheden in de ruimte waar het staat.

Het risico

Stof of vocht kan in het bord binnendringen en corrosie of kortsluiting veroorzaken, of ervoor zorgen dat bereikbare delen onder spanning komen te staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel gekozen wordt in functie van de uitwendige invloeden van de plaats, zoals vocht of stof, zoals het document van de uitwendige invloeden ze bepaalt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.4. & 9.1.6. Link naar deze uitleg
209 Een algemene alpolige scheidingsschakelaar te voorzien.

Concreet

De installatie heeft geen algemene alpolige scheidingsschakelaar, de schakelaar die in één beweging alle geleiders onderbreekt, de fasen en de nulgeleider.

Het risico

Zonder algemene uitschakeling kan de hele installatie bij een noodgeval of vóór werken niet snel spanningsloos gemaakt worden, en dreigt men te werken aan stroombanen die nog onder spanning staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het hoofdbord uitgerust is met een algemene scheidingsschakelaar die alle lijngeleiders en in voorkomend geval de nulgeleider tegelijk onderbreekt, met een nominale stroom die bij de installatie past.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1. · L3: 5.3.5.1. Link naar deze uitleg
220 Alle componenten van de elektrische kast moeten stevig bevestigd worden in de verdeelkast(en).

Concreet

Sommige onderdelen van de kast, zoals automaten of klemmenstroken, zijn niet stevig bevestigd: ze bewegen of zitten los.

Het risico

Los zittend kan een onderdeel slechte contacten, opwarming of vonken veroorzaken en de aangesloten geleiders beschadigen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat alle onderdelen van de verdeelkasten stevig bevestigd zijn, volgens de regels van goed vakmanschap.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 9.5 · 1.4 Link naar deze uitleg
227 Het verdeelbord is niet voorzien van een hoofdschakelaar.

Concreet

Dit bord is niet uitgerust met een algemene scheidingsschakelaar, de hoofdschakelaar waarmee de hele installatie in één beweging uitgeschakeld kan worden.

Het risico

Bij een noodgeval of vóór werken is er geen eenvoudige en snelle manier om het bord spanningsloos te maken, wat het risico op een ongeval vergroot.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de hoofdborden uitgerust zijn met een algemene scheidingsschakelaar die alle lijngeleiders tegelijk onderbreekt, met een nominale stroom die bij de installatie past.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1.b Link naar deze uitleg
219b De verdeelkast(en) kan (kunnen) niet geopend worden zonder de muur, verf of andere te beschadigen. De interne bedrading kon niet gecontroleerd worden.

Concreet

De inspecteur kon de verdeelkast of verdeelkasten niet openen zonder de muur, de verf of een andere afwerking te beschadigen. De interne bedrading kon daardoor niet gecontroleerd worden.

Het risico

Zolang de kast niet geopend kan worden, kunnen eventuele inwendige gebreken, zoals een aansluiting die opwarmt, niet opgespoord worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een installatie die zo uitgevoerd is dat ze in al haar onderdelen correct onderhouden kan worden, wat inhoudt dat de kasten geopend kunnen worden.

Bij wie terecht · Een elektricien, of een vakman voor de afwerking rond de kast.

Referentie · L1: 1.4 Link naar deze uitleg
210a Automatische schakelaar(s), contactor(en) dienen geplaatst te worden volgens de instructies van de fabrikant.

Concreet

Bepaalde toestellen in het bord, zoals automaten of contactoren, zijn niet geplaatst zoals hun fabrikant voorschrijft, bijvoorbeeld wat hun stand, bevestiging of aansluiting betreft.

Het risico

Verkeerd gemonteerd kan een toestel niet uitschakelen wanneer het moet, of net zonder reden uitschakelen, en kunnen de aansluitingen opwarmen tot er brand ontstaat.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel geplaatst wordt volgens de regels van goed vakmanschap, wat het naleven van de installatie-instructies van de fabrikant inhoudt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4. · 2.8.1. · 3.2.2.4. · 5.3.6.1. · 5.3.6.2. · L3: 1.4. · 2.8.1.2 · 3.2.2.4. · 5.3.6.1. Link naar deze uitleg
234 Wanneer een geleider met blauwe isolatie aanwezig is moet die voor nulgeleider gereserveerd worden indien deze aanwezig is in de betrokken stroomkring.

Concreet

In een stroombaan met een nulgeleider moet de blauwe kleur voor die nulgeleider voorbehouden blijven. De inspecteur stelde vast dat een geleider met blauwe isolatie voor een ander doel gebruikt werd.

Het risico

Als blauw niet met de nulgeleider overeenstemt, kan men niet meer op de draadkleuren vertrouwen, wat aansluitfouten en onbedoeld contact met een geleider onder spanning in de hand werkt.

Wat de regel vraagt

Het AREI behoudt de blauwe isolatie voor aan de nulgeleider in stroombanen die er een hebben. Zonder nulgeleider mag de blauwe geleider van een meeraderige kabel voor iets anders dienen, maar nooit als beschermingsgeleider.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.6.2. Link naar deze uitleg
205 De beschermingsgraad (IP) van het schakelbord wordt niet gerespecteerd in functie van de uitwendige invloeden.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat het bord niet de IP-beschermingsgraad heeft die zijn omgeving vereist, bijvoorbeeld een vochtige of stoffige ruimte. Die graad geeft aan hoe goed het bord bestand is tegen binnendringend stof en vocht.

Het risico

Vocht of stof kan in het bord binnendringen en corrosie of kortsluiting veroorzaken, of ervoor zorgen dat bereikbare delen onder spanning komen te staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beschermingsgraad van het bord gekozen wordt in functie van de uitwendige invloeden van de plaats, zoals de aanwezigheid van water of stof.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.4.3 Link naar deze uitleg
213 De leidingen waarvan de doorsnede van de geleider 1 mm² bedraagt, moeten door smeltveiligheden met een nominale stroomsterkte (In) van maximum 6A of automaten van maximum 10A beschermd worden.

Concreet

Sommige stroombanen zijn uitgevoerd met geleiders van 1 mm², een doorsnede die in bepaalde oude installaties toegelaten is. De inspecteur stelde vast dat hun smeltveiligheid of automaat een te hoge nominale stroom heeft voor die doorsnede.

Het risico

Beveiligd met een te hoge nominale stroom kan zo'n dunne geleider bij overbelasting oververhitten zonder dat de beveiliging uitschakelt, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat geleiders van 1 mm² beveiligd worden door een smeltveiligheid van ten hoogste 6 A of een automaat van ten hoogste 10 A.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 8.2.1. Link naar deze uitleg
219c De afdekplaat (frontplaat) van de verdeelkast kon niet gedemonteerd worden: de ruimte vóór het bord is ingenomen door opgeslagen materiaal, waardoor een vrije en veilige toegang niet mogelijk is. De interne bedrading kon niet gecontroleerd worden.

Concreet

Bij de keuring kon de inspecteur de afdekplaat van de verdeelkast niet wegnemen, omdat opgeslagen materiaal vóór het bord een vrije en veilige toegang verhinderde. De interne bedrading kon daardoor niet gecontroleerd worden.

Het risico

Zolang de binnenkant van de kast niet onderzocht kan worden, kunnen eventuele gebreken aan de bedrading niet opgespoord worden. Een versperde toegang vertraagt ook het uitschakelen van de stroom in een noodgeval.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat borden gemakkelijk te bedienen, te controleren en te onderhouden blijven, met een vlotte toegang tot het materieel erin.

Bij wie terecht · De bewoner of de eigenaar van de ruimte, die de toegang tot het bord vrijhoudt.

Referentie · L1: 5.3.5.1.c. · 5.1.5.1. Link naar deze uitleg
238 De identificatie van de schakel- en verdeelborden door middel van individuele markeringen is niet aanwezig.

Concreet

Elk schakel- en verdeelbord moet een individuele markering dragen die het identificeert, onder meer om het aan de schema's van de installatie te koppelen. Die identificatie ontbrak bij de keuring.

Het risico

Zonder identificatie is het moeilijk elk bord aan de schema's te koppelen, wat de controles bemoeilijkt en het risico op vergissingen bij een tussenkomst vergroot.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elk schakel- en verdeelbord een individuele markering draagt die duidelijk, goed zichtbaar en onuitwisbaar is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 3.1.3.3.b. Link naar deze uitleg
228 Het verdeelbord is geplaatst in een ruimte toegankelijk voor publiek en is niet afgesloten met een veiligheidssleutel en/of heeft niet de beschermingsgraad IPXX-D.

Concreet

Dit bord staat in een ruimte die toegankelijk is voor het publiek, maar het is niet afgesloten met een veiligheidsslot of de omhulling haalt de beschermingsgraad IPXX-D niet, die verhindert dat men zelfs met een dunne draad delen onder spanning raakt.

Het risico

Iedereen zou het bord kunnen openen of delen onder spanning kunnen raken, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt in ruimten die toegankelijk zijn voor het publiek omhullingen van minstens IPXX-D, die niet van buitenaf gedemonteerd kunnen worden, en deuren die afgesloten zijn met een veiligheidsslot of een even veilig systeem.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2.3.d. Link naar deze uitleg
225 Bedieningshendel hoofdschakelaar is beschadigd of ontbreekt.

Concreet

De bedieningshendel van de hoofdschakelaar, de schakelaar die de hele installatie uitschakelt, is beschadigd of ontbreekt.

Het risico

Bij een noodgeval of vóór werken kan de installatie niet snel en veilig volledig uitgeschakeld worden, wat het risico op een ongeval vergroot.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een algemene scheidingsschakelaar waarmee de hele installatie uitgeschakeld kan worden, uitgevoerd met veilig materieel en in goede staat gehouden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4.1.3. & 5.3.5.1.b. Link naar deze uitleg
241 De hoofdvoedingskabel vertrekkende van de kWh-meter naar het elektrisch laagspanningsbord (klasse I) is niet van het type klasse 2 kabel tot op de aansluitklemmen van de hoofddifferentieelbeveiliging (klasse 2 kabels: kabels die geen enkele geleidende bekleding hebben)

Concreet

Tussen de kWh-meter en de klemmen van de hoofddifferentieelschakelaar is de voedingskabel door geen enkele differentieelschakelaar beschermd. Hij moet daarom van klasse 2 zijn, zonder geleidende bekleding zoals een metalen wapening. De vastgestelde kabel is niet van dat type.

Het risico

Op dat stuk zou geen enkele differentieelschakelaar een isolatiefout onderbreken. Met een ongeschikte kabel kan een geleidend deel onder spanning komen zonder dat er iets uitschakelt, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de leiding die het hoofdbord voedt, tot aan de klemmen van de hoofddifferentieelschakelaar in dat bord, van klasse 2 is of een gelijkwaardige isolatie heeft.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.3.a · L1:4.3.3-5.2.7. Link naar deze uitleg
215 De leidingen waarvan de doorsnede van de geleiders minder dan 1 mm² bedraagt, moeten verwijderd of vervangen worden of voorzien te worden van een afdoende beveiliging voor de betrokken toepassing.

Concreet

De inspecteur stelde leidingen vast waarvan de geleiders een doorsnede van minder dan 1 mm² hebben, zonder beveiliging die bij hun gebruik past. Zulke geleiders zijn te dun voor een gewone stroombaan.

Het risico

Te dun warmt een geleider snel op zodra er stroom door vloeit, wat de isolatie kan beschadigen en brand kan veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat geleiders van minder dan 1 mm² enkel toe in welbepaalde gevallen, zoals bepaalde stuurstroombanen, met een beveiliging die bij hun doorsnede past.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 8.2.1. Link naar deze uitleg
233 Verboden om de geel/groene geleider te gebruiken als actieve geleider.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat een geel-groene geleider als actieve geleider dient, dus stroom voert. Die kleurencombinatie is voorbehouden aan de bescherming, dus aan de aarding en de equipotentiaalverbindingen.

Het risico

Die kleurverwarring is misleidend: iemand kan de draad aanraken in de overtuiging dat het de aarding is, terwijl hij onder spanning staat, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI behoudt geel-groene geleiders voor aan de beschermingsgeleider en de equipotentiaalverbindingen. Het verbiedt die kleuren voor actieve geleiders, behalve in het bijzondere geval van een geaarde actieve geleider.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.6.2. Link naar deze uitleg
212 De metalen schakelborden en kasten met apparatuur aan de voorzijde moeten geaard worden.

Concreet

Dit metalen bord of deze metalen kast heeft toestellen aan de voorzijde, maar de omhulling is niet geaard.

Het risico

Bij een inwendig defect kan de metalen omhulling onder spanning komen te staan, en wie de kast aanraakt, riskeert dan een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat metalen borden en kasten met toestellen aan de voorzijde via de beschermingsgeleider geaard worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.3.4 Link naar deze uitleg
240 De bijkomdende differnetieelstroombeschermingsinrichtingen kunnen overbelast worden t.g.v. aanwezigheid van parallele bronnen (PV-panelen,….)

Concreet

De installatie heeft een bron die parallel met het net werkt, zoals fotovoltaïsche panelen. De bijkomende differentieelschakelaars kunnen dan tegelijk stroom van het net en van die bron te verwerken krijgen, meer dan ze aankunnen.

Het risico

Overbelast kan een differentieelschakelaar opwarmen, beschadigd raken en niet meer betrouwbaar beschermen tegen elektrische schokken, met bovendien risico op opwarming in het bord.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel niet doorlopen wordt door stromen die er schadelijk voor zijn. De differentieelschakelaars moeten alle stromen aankunnen die erdoor kunnen vloeien, ook die van parallelle bronnen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1. Link naar deze uitleg
232 De stroombanen die stroomopwaarts van de algemene schakelaar van het schakel –en verdeelbord aangesloten zijn moeten als dusdanig gemarkeerd zijn.

Concreet

Bepaalde stroombanen zijn stroomopwaarts van de algemene schakelaar van het bord aangesloten: ze blijven dus onder spanning, ook als die schakelaar uitstaat. Ze zijn niet als dusdanig gemarkeerd.

Het risico

Wie de algemene schakelaar uitschakelt, kan denken dat de hele installatie spanningsloos is terwijl deze stroombanen nog gevoed worden, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de stroombanen die stroomopwaarts van de algemene schakelaar van het bord aangesloten zijn, als dusdanig gemarkeerd worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 3.1.3.1. Link naar deze uitleg
217 De stroomkring(en) moet(en) zo uitgevoerd worden dat hij (zij) niet ongewild door andere stroombanen gevoed kan (kunnen) worden. De kringen aangesloten op meerdere stroombanen zijn te scheiden.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat één of meer kringen tegelijk op verschillende stroombanen aangesloten zijn, zodat een stroombaan ongemerkt door een andere gevoed kan worden.

Het risico

Wie denkt dat een stroombaan uitgeschakeld is, kan eraan werken terwijl ze nog door een andere gevoed wordt, met risico op een elektrische schok. De beveiligingen kunnen ook omzeild worden, waardoor de kabels opwarmen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat stroombanen zo ontworpen en uitgevoerd worden dat ze niet ongewild door een andere stroombaan gevoed kunnen worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 3.2.4.1. · L3: 3.2.5.1. Link naar deze uitleg
242 De schakel- en verdeelborden in huishoudelijke ruimten moeten voorzien zijn van een achterwand die tijdens de volledige levensduur van het materieel niet kan worden weggenomen.

Concreet

In een huishoudelijke installatie moet het schakel- en verdeelbord een vast bevestigde achterwand hebben. De inspecteur stelde vast dat die achterwand ontbreekt of kan worden weggenomen.

Het risico

Zonder vaste achterwand ligt de achterkant van het bord open. Delen onder spanning kunnen dan bereikbaar worden, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de borden in huishoudelijke ruimten een achterwand hebben die tijdens de volledige levensduur van het materieel, vanaf de installatie en de aansluiting, niet kan worden weggenomen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1.a Link naar deze uitleg
239 De interne bekabeling van het elektrisch bord kan overbelast worden t.g.v. aanwezigheid van parallele bronnen (PV-panelen,….)

Concreet

De installatie heeft een bron die parallel met het net werkt, zoals fotovoltaïsche panelen. De interne bekabeling van het bord kan dan tegelijk stroom van het net en van die bron te verwerken krijgen, zonder daarvoor berekend te zijn.

Het risico

Overbelaste bekabeling warmt op: de isolatie kan aangetast raken en tot kortsluiting of zelfs brand in het bord leiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel niet doorlopen wordt door stromen die er schadelijk voor zijn. De interne bekabeling van het bord moet alle stromen aankunnen die erdoor kunnen vloeien, ook die van parallelle bronnen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1. Link naar deze uitleg
221 Abnormale opwarming van de beveiligingen, schakelapparatuur, aansluitklemmen, na te zien.

Concreet

De inspecteur stelde een abnormale opwarming vast van automaten, schakelapparatuur of aansluitklemmen in de kast. Dat wijst meestal op onvoldoende aangespannen klemmen, een slecht contact of een overbelasting, en moet nagezien worden.

Het risico

Na verloop van tijd kan een plaats die abnormaal opwarmt erger worden en tot beschadigde apparatuur, kortsluiting of zelfs brand leiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat personen en goederen beschermd worden tegen de thermische effecten van het elektrisch materieel, en dat de beveiligingen de stroom onderbreken voor er een gevaarlijke opwarming optreedt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.3.1.1. & 4.4.1.1. Link naar deze uitleg
244 De elektriciteitskast heeft geen bodem, zoals voorgeschreven voor huishoudelijke elektriciteitskasten.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de elektriciteitskast geen bodem heeft, dus geen achterwand. In een huishoudelijke installatie moet de omhulling van de kast er nochtans een hebben.

Het risico

Zonder bodem is de omhulling van de kast niet volledig en beschermt ze niet meer helemaal tegen aanraking van delen onder spanning, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de borden van huishoudelijke installaties een achterwand hebben die tijdens de volledige levensduur van het materieel niet kan worden weggenomen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

237 Het verdeelbord in publiekelijke ruimte moet heeft geen veiligheidsslot.

Concreet

Dit verdeelbord bevindt zich in een ruimte die toegankelijk is voor het publiek, maar de deur is niet afgesloten met een veiligheidsslot.

Het risico

Iedereen zou het bord kunnen openen, delen onder spanning aanraken of de installatie bedienen, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat in ruimten die toegankelijk zijn voor het publiek de deuren van de borden afgesloten zijn met een veiligheidsslot of een systeem met minstens dezelfde waarborgen, behalve in de uitzonderingen die het voorziet.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2.3. Link naar deze uitleg
231 De beschermings- en bedieningstoestellen betreffende stroombanen waarvan de energie tegen verschillende tarieven geleverd wordt, moeten op afzonderlijke panelen gegroepeerd worden, die ten minste 10cm van elkaar verwijderd zijn of in aparte kasten. Duidelijke opsplitsing is dus noodzakelijk.

Concreet

De installatie bevat stroombanen waarvan de energie tegen verschillende tarieven geleverd wordt, bijvoorbeeld een uitsluitend nachtcircuit. Hun beschermings- en bedieningstoestellen zijn niet duidelijk van de andere gescheiden.

Het risico

Zonder duidelijke scheiding kan men denken dat een deel van het bord spanningsloos is terwijl het nog via de andere voeding gevoed wordt, met risico op een elektrische schok bij werken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die toestellen gegroepeerd worden op afzonderlijke panelen die minstens 10 cm van elkaar staan, of in afzonderlijke borden, behalve met toestemming of volgens de voorschriften van de distributienetbeheerder.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1.C. Link naar deze uitleg
214 Op de aansluitklemmenstroken van de kringen moeten de fasen aangeduid worden.

Concreet

Op de aansluitklemmenstroken van de stroombanen in de kast zijn de fasegeleiders niet aangeduid. Die aanduiding laat toe meteen te zien welke geleiders fasen zijn.

Het risico

Zonder aanduiding kan wie in de kast werkt de geleiders verwisselen, met risico op een verkeerde aansluiting of een elektrische schok bij werken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat stroombanen zo aangelegd worden dat ze bij controles, onderhoud en werken geïdentificeerd kunnen worden. Op de aansluitklemmenstroken moeten de fasen aangeduid zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.2.2 Link naar deze uitleg
243 De schakel- en verdeelborden moeten uitgevoerd zijn in onbrandbaar en niet-hygroscopisch materiaal.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat het schakel- en verdeelbord uitgevoerd is in een brandbaar materiaal of in een materiaal dat vocht opneemt. Dat komt bijvoorbeeld voor bij oude borden die op een houten plaat gemonteerd zijn.

Het risico

Brandbaar materiaal kan vuur vatten als een toestel in het bord opwarmt of een vlamboog veroorzaakt. Materiaal dat vocht opneemt, kan stroom doorlaten tussen delen die geïsoleerd moeten blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat schakel- en verdeelborden uitgevoerd zijn in onbrandbaar en niet-hygroscopisch materiaal, dus materiaal dat niet brandt en geen vocht opneemt, met voldoende mechanische sterkte.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1.a Link naar deze uitleg

Metingen en testen (14)

304 De waarde van de isolatieweerstand, gemeten onder de testspanningen, moet voor elke kring, waarbij de verbruikstoestellen afgekoppeld zijn, minstens gelijk zijn aan 1000 maal de waarde in V van de testspanning (minimum 0,5MΩ bij een testspanning van 500V).
Links een isolatiemeter die een lage waarde in het rood toont, rechts dezelfde meter die minstens 0,5 MΩ toont.
✗ Vastgesteld · Gemeten isolatieweerstand te laag ✓ Wat de regel vraagt · Isolatieweerstand van minstens 0,5 MΩ bij 500 V

Concreet

De inspecteur mat de isolatieweerstand van de stroombanen, die aangeeft of de kabels de stroom goed binnenhouden. Voor minstens één stroombaan, met afgekoppelde toestellen, lag de waarde onder het vereiste minimum, namelijk 0,5 MΩ bij een test op 500 V. Dat wijst op verzwakte isolatie, bijvoorbeeld door vocht of slijtage.

Het risico

Bij onvoldoende isolatie lekt er stroom weg. Dat kan ongewenste uitschakelingen, een risico op een elektrische schok en op termijn oververhitting met brandgevaar veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de isolatieweerstand van elke stroombaan, met afgekoppelde toestellen, minstens 1000 maal de testspanning in volt bedraagt, dus minstens 0,5 MΩ bij een test op 500 V.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 6.4.5.1. Link naar deze uitleg
301 De waarde van spreidingsweerstand van de aarding dient kleiner te zijn dan 30 Ohm.
Links een aardgeleider die in de grond eindigt zonder aardelektrode, rechts een aardelektrode die via een toegankelijke aardingsonderbreker verbonden is met de hoofdaardingsklem.
✗ Vastgesteld · Aardgeleider zonder aardelektrode in de grond ✓ Wat de regel vraagt · Aardelektrode, toegankelijke aardingsonderbreker en hoofdaardingsklem

Concreet

De aardverbinding voert foutstromen af naar de grond. De inspecteur mat de spreidingsweerstand ervan: die ligt boven 30 ohm, terwijl voor deze installatie een waarde lager dan 30 ohm gevraagd wordt. Hoe lager die weerstand, hoe beter foutstromen afgevoerd worden.

Het risico

Met een te zwakke aardverbinding wordt een foutstroom slecht afgevoerd en kunnen de beveiligingen te laat uitschakelen, met risico op een elektrische schok bij aanraking van een toestel.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een spreidingsweerstand die zo laag mogelijk is. Volgens de vaststelling in het verslag moet de aardverbinding van deze installatie onder 30 ohm blijven.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.2 · 5.4.2.1 Link naar deze uitleg
303 De continuïteit van de equipotentiale verbindingen en/of van de beschermingsgeleiders is niet gewaarborgd.
Links water- en gasleidingen die het gebouw binnenkomen zonder geleider naar de aardingsklem, rechts dezelfde leidingen met geel-groene geleiders verbonden met de hoofdaardingsklem.
✗ Vastgesteld · Water- en gasleidingen zonder hoofdequipotentiale verbinding ✓ Wat de regel vraagt · Leidingen met een geel-groene geleider verbonden met de hoofdaardingsklem

Concreet

De beschermingsgeleiders, of aardingsdraden, en de equipotentiaalverbindingen moeten een ononderbroken elektrisch pad tot aan de aarding vormen. Uit de metingen blijkt dat dit pad op één of meer plaatsen in de installatie onderbroken of onbetrouwbaar is.

Het risico

Bij een fout kan de metalen behuizing van een toestel of een leiding onder spanning komen te staan zonder dat de beveiliging de stroom onderbreekt, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beschermingsgeleiders en de equipotentiaalverbindingen de massa's en de metalen delen ononderbroken verbinden met de hoofdaardingsklem en de aardverbinding.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.2 , 4.2.4.3 Link naar deze uitleg
306 Eén of meerdere differentieelschakelaars werken niet met de testknop en/of door stroominjectie.
Links drukt een vinger op de testknop van een differentieelschakelaar waarvan de hendel boven blijft, rechts staat de hendel onder, de differentieelschakelaar is uitgeschakeld.
✗ Vastgesteld · Testknop ingedrukt, de differentieelschakelaar schakelt niet uit ✓ Wat de regel vraagt · De differentieelschakelaar schakelt uit bij het indrukken van de testknop

Concreet

Tijdens de keuring schakelden één of meer differentieelschakelaars niet uit bij minstens één van de twee tests: het indrukken van hun testknop of het injecteren van een kleine lekstroom.

Het risico

Als een differentieelschakelaar bij de test niet uitschakelt, zal hij wellicht ook een echte lekstroom niet onderbreken, en is de bescherming tegen elektrische schokken en bepaalde brandrisico's niet meer verzekerd.

Wat de regel vraagt

Het AREI voorziet bij de keuring de test van elke differentieelschakelaar met zijn testknop en door een foutstroom op te wekken. Elke differentieelschakelaar moet dan de voeding onderbreken.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 6.5.5 · 6.5.7.2 Link naar deze uitleg
305 De beschermingsgeleider (PE) over de hele installatie verdelen.

Op verslagen genummerd als 112.774: code 410

Een contactdoos in vooraanzicht en zijaanzicht, links met de aardingsklem zonder geleider, rechts met een geel-groene geleider aangesloten op die klem.
✗ Vastgesteld · Aardingsklem van de contactdoos zonder beschermingsgeleider ✓ Wat de regel vraagt · Geel-groene beschermingsgeleider aangesloten op de aardingsklem

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de beschermingsgeleider, de PE of aardingsdraad, niet in de hele installatie aanwezig is: sommige stroombanen of gebruikspunten hebben er geen.

Het risico

Zonder aardingsdraad kan een toestel met metalen behuizing niet geaard worden. Bij een defect kan de behuizing onder spanning blijven staan, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beschermingsgeleider over de hele installatie verdeeld wordt om de massa's met de aarde te verbinden, op enkele uitzonderingen na, zoals de leidingen die naar schakelaars lopen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.3. · 5.4.3.6. · L3: 5.4.3.6. Link naar deze uitleg
306a De werking van de differentieelschakelaar via de eigen testknop is niet in orde.
Links drukt een vinger op de testknop van een differentieelschakelaar waarvan de hendel boven blijft, rechts staat de hendel onder, de differentieelschakelaar is uitgeschakeld.
✗ Vastgesteld · Testknop ingedrukt, de differentieelschakelaar schakelt niet uit ✓ Wat de regel vraagt · De differentieelschakelaar schakelt uit bij het indrukken van de testknop

Concreet

Elke differentieelschakelaar heeft een testknop die hem onmiddellijk moet doen uitschakelen. Tijdens de keuring werkte de test met die knop niet bij de betrokken differentieelschakelaar.

Het risico

Als hij via zijn testknop niet uitschakelt, dreigt de differentieelschakelaar ook een echte lekstroom niet te onderbreken, en is de bescherming tegen elektrische schokken niet meer verzekerd.

Wat de regel vraagt

Het AREI voorziet bij de keuring de test van elke differentieelschakelaar met zijn eigen testknop. De differentieelschakelaar moet dan de voeding onderbreken.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 6.5.7.2. Link naar deze uitleg
301a De spreidingsweerstand van de aarding van een huishoudelijke elektrische installatie moet lager zijn dan 100Ω. Indien de spreidingsweerstand van de aarding hoger is dan 30Ω, moeten bijkomende differentieelschakelaars voorzien worden: 1 x max. 30mA voor het geheel van de verlichtingskringen, 1 x max. 30mA voor elke andere kring of groep van kringen met maximaal 16 enkelvoudige of meervoudige contactdozen, 1 x max. 100mA voor de kringen van elektrische fornuizen, koelkasten en diepvriezers. Het is aanbevolen een aarding te voorzien met een spreidingsweerstand lager dan 30Ω.

Concreet

De spreidingsweerstand van de aardverbinding van deze huishoudelijke installatie bereikt 100 Ω, of ligt boven 30 Ω zonder de voorziene bijkomende differentieelschakelaars: ten hoogste 30 mA voor de verlichting en voor elke groep van ten hoogste 16 contactdozen, ten hoogste 100 mA voor fornuis, koelkast en diepvriezer.

Het risico

Met een te zwakke aardverbinding en zonder die differentieelschakelaars wordt een foutstroom mogelijk niet snel genoeg onderbroken, met risico op een elektrische schok bij aanraking van een defect toestel.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt in een huishoudelijke installatie een spreidingsweerstand lager dan 100 Ω. Boven de drempel van 30 Ω eist het bovendien bijkomende differentieelschakelaars van ten hoogste 30 mA of 100 mA, naargelang de stroombanen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.2 · L1: 4.2.4.3.b Link naar deze uitleg
309 De meetwaarde van de spreidingsweerstand van de gemeenschappelijke aardverbinding heeft een spreidingsweerstand groter dan 30Ω.

Concreet

Bij de meting had de gemeenschappelijke aardverbinding van het gebouw, gedeeld door meerdere installaties, een spreidingsweerstand groter dan 30 Ω.

Het risico

Een te zwakke gemeenschappelijke aardverbinding voert de foutstromen van alle aangesloten installaties slecht af, en de beveiligingen kunnen te traag reageren, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de gemeenschappelijke aardverbinding van meerdere huishoudelijke installaties een spreidingsweerstand van ten hoogste 30 Ω heeft.

Bij wie terecht · De mede-eigenaars of hun syndicus, samen met een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.2.1.c.2.1° · L1: 4.2.4.3.b Link naar deze uitleg
307 Eén of meerdere differentieelstroominrichtingen werken niet met testknop en/of stroominjectie.

Concreet

Tijdens de keuring schakelden één of meer differentieelschakelaars niet uit, ofwel toen de inspecteur op hun testknop drukte, ofwel toen hij een testlekstroom injecteerde.

Het risico

Als een differentieelschakelaar bij de test niet uitschakelt, dreigt hij ook een echte lekstroom niet te onderbreken, en is de bescherming tegen elektrische schokken niet meer verzekerd.

Wat de regel vraagt

Het AREI voorziet bij de keuring de test van elke differentieelschakelaar met zijn testknop en door een foutstroom op te wekken. Elke differentieelschakelaar moet dan de voeding onderbreken.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 6.5.7.2. Link naar deze uitleg
302 De meting van de spreidingsweerstand kon niet uitgevoerd worden wegens een vastgestelde continuïteit tussen de klemmen van de scheidingsschakelaar in open stand.

Concreet

Om de aardverbinding te meten, opent de inspecteur de aardingsonderbreker zodat de aarding losgekoppeld wordt van de rest van de installatie. Toch bleef er continuïteit tussen de klemmen in open stand, een teken van een ongewenste verbinding, en kon de meting niet gebeuren.

Het risico

Zolang die meting onmogelijk is, kan de werkelijke kwaliteit van de aardverbinding niet gecontroleerd worden, en zou een onvoldoende aarding onopgemerkt blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een installatie die zo uitgevoerd is dat ze correct onderhouden en gecontroleerd kan worden. De open aardingsonderbreker moet de aardverbinding echt loskoppelen, zodat ze gemeten kan worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4 Link naar deze uitleg
311 De controle van de foutlussen en de juiste aansluiting van de differentieelstroombeschermingsinrichtingen via de opwekking van een foutstroom voldoet niet.

Concreet

Tijdens de keuring wekt de inspecteur een foutstroom op om de foutlussen te controleren, dus het pad dat een lekstroom zou volgen, en de juiste aansluiting van de differentieelschakelaars. Deze test gaf geen conform resultaat.

Het risico

Als een foutlus of de aansluiting van een differentieelschakelaar niet correct is, wordt een echte lekstroom mogelijk niet onderbroken, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI voorziet dat de foutlussen en de juiste aansluiting van de differentieelschakelaars gecontroleerd worden door een foutstroom op te wekken. De betrokken differentieelschakelaar moet dan de voeding onderbreken.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 6.5.7.2.b.4 Link naar deze uitleg
308 De spreidingsweerstand van de aardverbinding is groter dan 30Ω, maar de aanvullende differentieelstroominrichtingen zijn niet voorzien: 1 x max. 30mA voor het geheel van verlichtingsstroombanen, 1 x max. 30mA voor elke andere stroombaan of groep van stroombanen die ten hoogste 16 enkel- of meervoudige contactdozen bevat, 1 x max. 100mA voor de stroombanen van elektrisch kookfornuis, koelkast en diepvriezer. Het is aangeraden om een aardverbinding te voorzien met spreidingsweerstand kleiner dan 30Ω.

Concreet

De spreidingsweerstand van de aardverbinding is groter dan 30 Ω, maar de bijkomende differentieelschakelaars die dan vereist zijn, ontbreken: ten hoogste 30 mA voor de verlichting en voor elke groep van ten hoogste 16 contactdozen, ten hoogste 100 mA voor fornuis, koelkast en diepvriezer.

Het risico

Boven die drempel en zonder die differentieelschakelaars wordt een foutstroom mogelijk niet tijdig onderbroken, met risico op een elektrische schok bij aanraking van een defect toestel.

Wat de regel vraagt

Het AREI legt voor de aardverbinding van een huishoudelijke installatie een drempel van 30 Ω vast. Daarboven eist het bijkomende differentieelschakelaars van ten hoogste 30 mA of 100 mA, naargelang de stroombanen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.3.b. Link naar deze uitleg
310 De meetwaarde van de spreidingsweerstand Ra van de aardverbinding komt niet overeen met de gevoeligheid van de geplaatste differentieelschakelaar.

Concreet

De bescherming steunt op het samenspel van aardverbinding en differentieelschakelaar: hoe hoger de spreidingsweerstand, hoe gevoeliger de differentieelschakelaar moet zijn. De gemeten spreidingsweerstand past niet bij de gevoeligheid van de geplaatste differentieelschakelaar.

Het risico

Met deze combinatie kan bij een fout een gevaarlijke spanning op metalen delen ontstaan zonder dat de differentieelschakelaar uitschakelt, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de gevoeligheid van de differentieelschakelaar afgestemd is op de spreidingsweerstand van de aardverbinding, zodat een fout op de massa's geen spanning boven de toegelaten grensspanning laat staan.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.4.d. Link naar deze uitleg
307a Meting van een abnormale spanning tussen de uiteinden van de aardingsonderbreker in open stand.

Op verslagen genummerd als 112.774: code 307

Concreet

Tijdens de keuring mat de inspecteur een abnormale spanning tussen de twee klemmen van de aardingsonderbreker in open stand. Normaal is er op die plaats geen spanning. Deze meting wijst op een afwijking in de installatie, bijvoorbeeld een lekstroom of een verkeerde aansluiting.

Het risico

Deze spanning kan wijzen op een foutstroom die voortdurend vloeit, met risico op een elektrische schok. Ze verhindert ook een correcte controle van de aardverbinding.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de installatie zo uitgevoerd en onderhouden wordt dat ze de veiligheid van personen niet in gevaar brengt. Als de aardingsonderbreker open staat, mag er geen abnormale spanning tussen zijn klemmen staan.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4 Link naar deze uitleg

Equipotentiale verbindingen (1)

300 Hoofd-equipotentiale verbindingen ontbreken, zijn onvolledig of doornsnede is onvoldoende (metalen hoofdleidingen van water en gas, hoofdkolommen van centrale verwarming en airconditioning, vaste en bereikbare metalen delen van de constructie).
Links water- en gasleidingen die het gebouw binnenkomen zonder geleider naar de aardingsklem, rechts dezelfde leidingen met geel-groene geleiders verbonden met de hoofdaardingsklem.
✗ Vastgesteld · Water- en gasleidingen zonder hoofdequipotentiale verbinding ✓ Wat de regel vraagt · Leidingen met een geel-groene geleider verbonden met de hoofdaardingsklem

Concreet

De hoofdequipotentiaalverbindingen verbinden de metalen leidingen van water, gas, centrale verwarming en airconditioning, en de bereikbare metalen delen van de constructie met de hoofdaardingsklem. Ze ontbreken, zijn onvolledig of hun doorsnede is onvoldoende.

Het risico

Bij een elektrisch defect kunnen die metalen delen onder spanning komen te staan. Wie dan een kraan, leiding of radiator aanraakt, riskeert een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die delen met de hoofdaardingsklem verbonden zijn door een hoofdequipotentiaalgeleider met voldoende doorsnede, minstens de helft van die van de dikste beschermingsgeleider en minstens 6 mm² koper.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.4.1. Link naar deze uitleg

Aarding (32)

401 Een aarding verwezenlijken overeenkomstig de voorschriften.
Links een aardgeleider die in de grond eindigt zonder aardelektrode, rechts een aardelektrode die via een toegankelijke aardingsonderbreker verbonden is met de hoofdaardingsklem.
✗ Vastgesteld · Aardgeleider zonder aardelektrode in de grond ✓ Wat de regel vraagt · Aardelektrode, toegankelijke aardingsonderbreker en hoofdaardingsklem

Concreet

De installatie heeft geen aardverbinding, of die is niet volgens de voorschriften uitgevoerd. De aardverbinding is het deel in de grond dat foutstromen naar de aarde afvoert.

Het risico

Zonder doeltreffende aarding kan de metalen behuizing van een defect toestel onder spanning blijven, en schakelen de beveiligingen de fout mogelijk niet uit.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de installatie een aardverbinding heeft die volgens de voorschriften uitgevoerd is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.5 · 5.4.2.1 · 8.2.1.11 Link naar deze uitleg
402 Een demonteerbaar aansluitstuk (aardingsonderbreker) moet steeds gemakkelijk toegankelijk zijn.
Links een aardgeleider die in de grond eindigt zonder aardelektrode, rechts een aardelektrode die via een toegankelijke aardingsonderbreker verbonden is met de hoofdaardingsklem.
✗ Vastgesteld · Aardgeleider zonder aardelektrode in de grond ✓ Wat de regel vraagt · Aardelektrode, toegankelijke aardingsonderbreker en hoofdaardingsklem

Concreet

Bij de keuring ontbrak de aardingsonderbreker, het demonteerbare stuk waarmee de aarding losgekoppeld kan worden om ze te meten, of was hij moeilijk of niet bereikbaar, of kon hij niet geopend worden.

Het risico

Zonder bereikbaar stuk kan de aarding niet in goede omstandigheden gemeten worden, en is er geen zekerheid dat ze bij een fout echt beschermt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de aardingsonderbreker aanwezig is en altijd gemakkelijk toegankelijk en bedienbaar blijft.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.5 · 5.4.2.1 · 5.4.3.5 Link naar deze uitleg
405 De aansluitingen van de hoofd-equipotentiaalverbindingen (water-, gasleiding, vertrek- en terugvoerleiding van verwarming) dienen vervolledigd te worden.
Links water- en gasleidingen die het gebouw binnenkomen zonder geleider naar de aardingsklem, rechts dezelfde leidingen met geel-groene geleiders verbonden met de hoofdaardingsklem.
✗ Vastgesteld · Water- en gasleidingen zonder hoofdequipotentiale verbinding ✓ Wat de regel vraagt · Leidingen met een geel-groene geleider verbonden met de hoofdaardingsklem

Concreet

De hoofdequipotentiaalverbindingen, die de metalen leidingen die het gebouw binnenkomen, zoals water, gas of verwarming, met de aarding verbinden, ontbreken of zijn niet conform.

Het risico

Wanneer een leiding niet aangesloten is, kan ze bij een fout onder spanning komen te staan, en wie ze aanraakt, kan een elektrische schok krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de hoofdequipotentiaalverbindingen aangelegd zijn en aan de voorschriften voldoen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.2 · 5.4.2 Link naar deze uitleg
418 De continuïteit van de beschermingsgeleider van het stopcontact is te herzien
Een contactdoos in vooraanzicht en zijaanzicht, links met de aardingsklem zonder geleider, rechts met een geel-groene geleider aangesloten op die klem.
✗ Vastgesteld · Aardingsklem van de contactdoos zonder beschermingsgeleider ✓ Wat de regel vraagt · Geel-groene beschermingsgeleider aangesloten op de aardingsklem

Concreet

Uit de meting bij de keuring blijkt dat de aardingspen van een of meer stopcontacten niet ononderbroken met de aardingsinstallatie verbonden is.

Het risico

Aangesloten op zo'n stopcontact is een toestel niet echt geaard: bij een fout kan de metalen behuizing onder spanning blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beschermingsgeleider ononderbroken doorloopt, van de aardingspen van elk stopcontact tot de aardingsinstallatie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.3.g. & 5.4.3.5 Link naar deze uitleg
411 De continuïteit van de beschermingsgeleider(s) naar de aarde dient verzekerd te worden.
Een contactdoos in vooraanzicht en zijaanzicht, links met de aardingsklem zonder geleider, rechts met een geel-groene geleider aangesloten op die klem.
✗ Vastgesteld · Aardingsklem van de contactdoos zonder beschermingsgeleider ✓ Wat de regel vraagt · Geel-groene beschermingsgeleider aangesloten op de aardingsklem

Concreet

De continuïteit van de aarding is niet verzekerd: tussen bepaalde beschermingsgeleiders en de aardelektrode is de verbinding onderbroken of van slechte kwaliteit.

Het risico

Stopcontacten of toestellen lijken geaard maar zijn het niet: bij een fout wordt de stroom niet afgevoerd en blijft een elektrische schok mogelijk.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beschermingsgeleiders ononderbroken met de aarde verbonden zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.3.5. · L3:&5.4.3.5. Link naar deze uitleg
400 Een demonteerbaar aansluitstuk (aardingsonderbreker) dient aangebracht te worden in de aardgeleider teneinde de meting van de verspreidingsweerstand mogelijk te maken.
Links een aardgeleider die in de grond eindigt zonder aardelektrode, rechts een aardelektrode die via een toegankelijke aardingsonderbreker verbonden is met de hoofdaardingsklem.
✗ Vastgesteld · Aardgeleider zonder aardelektrode in de grond ✓ Wat de regel vraagt · Aardelektrode, toegankelijke aardingsonderbreker en hoofdaardingsklem

Concreet

Er is geen aardingsonderbreker, het demonteerbare aansluitstuk in de aardgeleider: de aarding kan niet losgekoppeld worden om haar verspreidingsweerstand te meten.

Het risico

Zonder aardingsonderbreker kan de aardingsweerstand niet gemeten worden, en kan de kwaliteit van de aarding niet gecontroleerd worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een demonteerbaar aansluitstuk, de aardingsonderbreker, in de aardgeleider geplaatst wordt om de verspreidingsweerstand te kunnen meten.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.5. · 4.2.3.3. · 5.4.2.1. Link naar deze uitleg
415 De aardingsonderbreker ontbreekt of is niet op een normale manier bereikbaar.
Links een aardgeleider die in de grond eindigt zonder aardelektrode, rechts een aardelektrode die via een toegankelijke aardingsonderbreker verbonden is met de hoofdaardingsklem.
✗ Vastgesteld · Aardgeleider zonder aardelektrode in de grond ✓ Wat de regel vraagt · Aardelektrode, toegankelijke aardingsonderbreker en hoofdaardingsklem

Concreet

Bij de keuring ontbrak de aardingsonderbreker, het demonteerbare stuk in de aardgeleider, of was hij moeilijk bereikbaar. Hij dient om de aarding los te koppelen en haar weerstand te meten.

Het risico

Zonder bereikbare aardingsonderbreker kan de aardingsweerstand niet correct gemeten worden, en kan de goede werking van de aarding niet gecontroleerd worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een aardingsonderbreker op een gemakkelijk bereikbare plaats.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.1&L1:5.4.2.1. Link naar deze uitleg
401a De bijkomende equipotentiale verbindingen zijn onvolledig, niet aangesloten of hebben niet de vereiste doorsnede

Concreet

De bijkomende equipotentiaalverbindingen, die de metalen delen van eenzelfde ruimte, vaak de badkamer, onderling en met de aarding verbinden, zijn onvolledig, niet aangesloten of hebben niet de vereiste doorsnede.

Het risico

Tussen metalen delen die men tegelijk aanraakt, kan een spanningsverschil ontstaan, met gevaar voor een elektrische schok, zeker in een vochtige ruimte.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt bijkomende equipotentiaalverbindingen die volledig en aangesloten zijn en de vereiste doorsnede hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.4.2. Link naar deze uitleg
423 Aardelektrode is niet volgens de voorschriften geplaatst en aangesloten (aanraking beton,diepte...).

Concreet

De aardelektrode, een pen of een lus in de grond, is niet volgens de voorschriften geplaatst of aangesloten, bijvoorbeeld in contact met beton of op onvoldoende diepte.

Het risico

Is de aardelektrode slecht geplaatst, dan voert ze foutstromen slecht af naar de grond en kunnen de beveiligingen te laat of helemaal niet ingrijpen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de aardelektrode volgens de voorschriften geplaatst en aangesloten wordt, onder meer wat haar diepte en omgeving betreft.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.2.1. Link naar deze uitleg
406 Bijkomende equipotentiaalverbinding(en) in de badkamer of douche is (zijn) te installeren.

Concreet

De bijkomende equipotentiaalverbindingen, die de metalen delen van een ruimte zoals een badkamer onderling en met de aarding verbinden, ontbreken of zijn niet conform.

Het risico

Zonder die verbindingen kan er een spanningsverschil ontstaan tussen metalen delen die men tegelijk aanraakt, met gevaar voor een elektrische schok, zeker in een vochtige ruimte.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de bijkomende equipotentiaalverbindingen aangelegd zijn en aan de voorschriften voldoen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.2 · 5.4.2 Link naar deze uitleg
407 De aansluiting van de equipotentiaal- en/of de beschermingsgeleiders is uit te voeren d.m.v. las- of klemverbinding. Deze konden niet worden vastgesteld tijdens de keuring.

Concreet

De aansluitingen van de equipotentiaalverbindingen en beschermingsgeleiders zijn niet volgens de voorschriften bevestigd, of hun bevestiging kon bij de keuring niet vastgesteld worden.

Het risico

Mettertijd kan een slecht bevestigde verbinding loskomen: de aarding wordt dan onderbroken zonder dat iemand het merkt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die aansluitingen volgens de voorschriften duurzaam en betrouwbaar bevestigd zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.2 · 5.4.3 Link naar deze uitleg
426 De aansluitingen van equipotentiaalverbindingen en/of beschermingsgeleiders moeten gebeuren door gebruik te maken van gepaste klemverbindingen.

Concreet

Equipotentiaalverbindingen of beschermingsgeleiders, bijvoorbeeld naar de water- en gasleidingen, zijn niet aangesloten met gepaste klemverbindingen.

Het risico

Is een verbinding slecht aangesloten, dan kan ze loskomen of oxideren: de aarding kan dan onderbroken worden zonder dat iemand het merkt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat equipotentiaalverbindingen en beschermingsgeleiders aangesloten worden met gepaste klemverbindingen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.4. Link naar deze uitleg
422 Er wordt geen hoofdbeschermingsgeleider aangetroffen in het bord, aarding is verwezenlijkt m.b.v. water en/of gasleiding.

Concreet

In het bord is geen hoofdbeschermingsgeleider aanwezig: de aarding van de installatie verloopt via de water- of gasleiding.

Het risico

Leidingen vormen geen betrouwbare aarding, bijvoorbeeld nadat een stuk door kunststof vervangen werd, en kunnen bij een fout onder spanning komen te staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de installatie via een hoofdbeschermingsgeleider met een aardverbinding verbonden is, en niet via de water- of gasleiding.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3 Link naar deze uitleg
404 Het verbruikstoestel met geleidend omhulsel en enkel basisisolatie (klasse I) moet d.m.v. een beschermingsgeleider (PE- met geel/groene isolatiekleur) aangesloten worden op het aardingsnet.

Concreet

Verbruikstoestellen van klasse I met een geleidend omhulsel en enkel basisisolatie zijn niet via een beschermingsgeleider op het aardingsnet aangesloten.

Het risico

Bij een inwendige fout kan het metalen omhulsel onder spanning komen te staan, en wie het aanraakt, kan een elektrische schok krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat toestellen van klasse I met een geleidend omhulsel via een beschermingsgeleider op het aardingsnet aangesloten zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.4.3. · 5.4.3.6. · L3: 2.4.3. · 5.4.3.6. Link naar deze uitleg
412 De aardingscontacten van de contactdozen moeten ontdaan worden van alle verf en/of pleister. Een slecht contact met de aardingsinstallatie is mogelijk.

Concreet

De aardingscontacten van sommige stopcontacten zitten onder verf of pleister, wat een goed contact met de stekker van het aangesloten toestel kan verhinderen.

Het risico

Aangesloten op zo'n stopcontact is een toestel mogelijk niet echt geaard: de bescherming lijkt aanwezig maar werkt niet.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het aardingscontact van stopcontacten een betrouwbare verbinding met de stekker verzekert, zonder verf of pleister.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.2. Link naar deze uitleg
421 Het onderbreken van de PE of de PEN-geleider is verboden.

Concreet

Op de beschermingsgeleider (PE) of de PEN-geleider, die nulgeleider en bescherming combineert, werd een onderbreking vastgesteld, bijvoorbeeld een schakelaar of zekering op die geleider.

Het risico

Voorbij de onderbreking zijn de metalen delen niet meer geaard en kunnen ze bij een fout onder spanning komen te staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt elke onderbreking van de beschermingsgeleider of de PEN-geleider, die over zijn hele traject ononderbroken moet doorlopen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.3.1. Link naar deze uitleg
420 De aansluiting van de aardingsonderbreker is te herzien. Deze dient aan de ene zijde verbonden te zijn met de aardgeleider en aan de andere zijde met de hoofdaardingsklem, equipotentiale verbindingen, beschermingsgeleiders, enz...

Concreet

Op de aardingsonderbreker zijn de aansluitingen niet in de juiste volgorde: aan de ene zijde hoort de aardgeleider, aan de andere de equipotentiaalverbindingen en de beschermingsgeleiders.

Het risico

Met een omgekeerde of gemengde aansluiting geeft de meting van de aarding een vertekend resultaat, en valt niet te garanderen dat de hele installatie correct geaard is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de aardgeleider stroomopwaarts van de aardingsonderbreker aangesloten is, en de equipotentiaalverbindingen en beschermingsgeleiders stroomafwaarts.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L15: 4.2.1&L1:2.5 Link naar deze uitleg
408 De beschermingsgeleiders evenals de hoofd- en bijkomende equipotentiale verbindingen moeten gekenmerkt worden door de kleurencombinatie groen-geel.

Concreet

Beschermingsgeleiders of hoofd- en bijkomende equipotentiaalverbindingen zijn niet gekenmerkt door de kleurencombinatie groen-geel.

Het risico

Is een beschermingsgeleider slecht herkenbaar, dan kan hij bij werken verward worden met een andere draad en per vergissing losgekoppeld of anders gebruikt worden, waardoor de bescherming wegvalt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat beschermingsgeleiders en hoofd- en bijkomende equipotentiaalverbindingen gekenmerkt zijn door de kleurencombinatie groen-geel.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.3.3. · L1: 5.4.4.2.b Link naar deze uitleg
403 De minimale doorsnede en/of de aard van de aardgeleider worden niet gerespecteerd.

Concreet

De doorsnede of de aard van de aardgeleider, de kabel tussen de aardelektrode in de grond en de rest van de installatie, voldoet niet aan het voorgeschreven minimum.

Het risico

Bij een fout kan die geleider de stroom slecht afvoeren, opwarmen of beschadigd raken, en wordt de aarding minder betrouwbaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI bepaalt welke materialen voor de aardgeleider toegelaten zijn, met voor elk een minimale doorsnede.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.2.2 Link naar deze uitleg
406a De sectie van de hoofdbeschermingsgeleider is ontoereikend.

Concreet

De doorsnede van de hoofdbeschermingsgeleider, de belangrijkste verbinding tussen de aarding en de rest van de installatie, is kleiner dan voorgeschreven.

Het risico

Is die geleider te dun, dan voert hij een foutstroom minder goed af en kan hij opwarmen, wat de bescherming via de aarding minder betrouwbaar maakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de hoofdbeschermingsgeleider een voldoende doorsnede heeft, volgens de voorschriften.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.2.2. Link naar deze uitleg
427 Het is niet toegestaan dat beschermingsgeleider zich buiten de elektrische leidingen bevinden (installatie > 1981). Beschermingsgeleiders bevinden zich niet in de dezelfde leiding als de actieve geleiders en volgen niet dezelfde weg als de actieve geleider.

Concreet

In een installatie van na 1981 loopt de beschermingsgeleider buiten de elektrische leidingen, of volgt hij een ander traject dan de actieve geleiders.

Het risico

Los van de andere geleiders raakt de aardingsdraad makkelijker beschadigd en kan hij bij werken vergeten worden: de aarding kan dan wegvallen zonder dat iets dat aangeeft.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt voor installaties van na 1981 dat de beschermingsgeleider in dezelfde leiding zit als de actieve geleiders en hetzelfde traject volgt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.3.1 · L1:5.4.3.6. · L1:8.2.1. Link naar deze uitleg
409 Beschermingsgeleider(s) (PE) is (zijn) te voorzien in een doorsnede van minstens 4 mm² (aderisolatiekleur geel/groen) indien niet mechanisch beschermd of met een doorsnede van minstens 2,5 mm² (aderisolatiekleur geel/groen) onder buis.

Concreet

Apart geplaatste geel-groene beschermingsgeleiders, buiten de voedingskabel, hebben een doorsnede van minder dan 4 mm² zonder bescherming, of minder dan 2,5 mm² onder buis.

Het risico

Is zo'n geleider te dun, dan is hij kwetsbaarder voor beschadiging en kan hij een foutstroom slecht verdragen, wat de bescherming tegen elektrische schokken verzwakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een aparte beschermingsgeleider een doorsnede heeft van minstens 4 mm² als hij niet beschermd is, of minstens 2,5 mm² onder buis.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.3.1 Link naar deze uitleg
410 Het gebruik van gas- en/of waterleiding als aardelektrode, is niet toegestaan.

Concreet

De water- of gasleidingen dienen als aardelektrode van de installatie.

Het risico

Leidingen zijn geen betrouwbare aarding, zeker als er ooit een stuk in kunststof geplaatst wordt, en kunnen bij een fout onder spanning komen te staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat het gebruik van water- of gasleidingen als aardelektrode niet toe.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.3.1. Link naar deze uitleg
428 Er zijn twee afzonderlijke aardingsonderbrekers aanwezig, aangesloten op twee afzonderlijke aardelektroden die onderling niet elektrisch verbonden zijn; de aardingsinstallatie is niet conform.

Concreet

De inspecteur vond twee afzonderlijke aardingsonderbrekers, elk aangesloten op een eigen aardelektrode, zonder elektrische verbinding tussen die twee aardelektroden. De installatie heeft dus twee gescheiden aardingen.

Het risico

Toestellen op gescheiden aardingen kunnen bij een fout een spanningsverschil vertonen, en de beveiligingen reageren dan mogelijk niet zoals voorzien.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de aarding van de installatie één geheel vormt: afzonderlijke aardelektroden moeten elektrisch met elkaar verbonden zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

404a De verlichtingstoestellen van klasse I moeten via de beschermingsgeleider verbonden worden met de algemene aardingsinstallatie.

Concreet

Verlichtingstoestellen van klasse I, waarvan de veiligheid steunt op de aarding van hun metalen delen, zijn niet via de beschermingsgeleider met de aardingsinstallatie verbonden.

Het risico

Bij een isolatiefout kan de metalen behuizing van het toestel onder spanning komen te staan zonder dat de beveiliging de stroom onderbreekt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat verlichtingstoestellen van klasse I via de beschermingsgeleider verbonden zijn met de algemene aardingsinstallatie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.4.3. · 5.4.3.6. Link naar deze uitleg
425 De minimum doorsnede van de aardgeleider is niet overeenkomstig met de voorschriften (min. 16 mm² geïsoleerd cu,/ 25 mm² niet geïsoleerd cu / 50 mm² Al/St), zie tabel 5.10.

Concreet

De doorsnede van de aardgeleider, die de aardelektrode met de aardingsonderbreker verbindt, is kleiner dan het voorgeschreven minimum.

Het risico

Is de aardgeleider te dun, dan voert hij foutstromen minder goed af en is hij kwetsbaarder voor beschadiging, wat de aarding minder betrouwbaar maakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een doorsnede van minstens 16 mm² voor geïsoleerd koper, 25 mm² voor niet-geïsoleerd koper en 50 mm² voor aluminium of staal.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.2.2. Link naar deze uitleg
419 Deur van het schakelbord met montage van elektrische toestellen, beschermingsgeleider ontbreekt.

Concreet

Op de deur van het bord zijn elektrische toestellen gemonteerd, maar die deur is niet via een beschermingsgeleider met de aarding van het bord verbonden.

Het risico

Bij een fout kan de deur van het bord onder spanning komen te staan, en wie ze opent of aanraakt, kan een elektrische schok krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een borddeur waarop elektrische toestellen gemonteerd zijn, met de beschermingsgeleider verbonden is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.6.2. Link naar deze uitleg
414 In een TN-C netsysteem dient de PEN geleider een minimum doorsnede van 10 mm² Cu of 16 mm² aluminium te bezitten.

Concreet

De installatie is aangesloten volgens een TN-C-systeem, waarbij één geleider, de PEN-geleider, tegelijk nulgeleider en beschermingsgeleider is. Die PEN-geleider heeft een kleinere doorsnede dan het minimum.

Het risico

Is de PEN-geleider te dun, dan kan hij oververhitten of breken, en een breuk kan de metalen behuizingen van de toestellen onder spanning zetten.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de PEN-geleider in een TN-C-systeem een doorsnede heeft van minstens 10 mm² koper of 16 mm² aluminium.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.4.b.3 Link naar deze uitleg
413 De hoofdequipotentiale verbindingen zijn onvolledig, niet aangesloten of hebben niet de vereiste doorsnede

Concreet

De hoofdequipotentiaalverbindingen, die de metalen leidingen die het gebouw binnenkomen met de aarding verbinden, zijn onvolledig, niet aangesloten of te dun.

Het risico

Bij een fout kan een water-, gas- of verwarmingsleiding onder spanning komen en bij aanraking een elektrocutie veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de metalen leidingen die het gebouw binnenkomen met de hoofdaardingsklem verbonden zijn door geleiders met de vereiste doorsnede.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.4.1. Link naar deze uitleg
416 De secundaire zijde van de stuurtransfo is niet met de beschermingsgeleider.

Concreet

De installatie bevat een stuurtransfo, die bijvoorbeeld contactoren of relais voedt. De secundaire zijde ervan is niet met de beschermingsgeleider verbonden.

Het risico

Bij een fout in de stuurkring kan de beveiliging niet correct ingrijpen, en kunnen onderdelen onder spanning blijven zonder dat iets uitschakelt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de secundaire zijde van een stuurtransfo met de beschermingsgeleider verbonden is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.3.2. Link naar deze uitleg
417 De kabelomvlechting en/of mantel is niet met de aardingsinstallatie verbonden.

Concreet

Kabels hebben een metalen omvlechting of mantel die niet met de aardingsinstallatie verbonden is.

Het risico

Als een fout die omvlechting of mantel onder spanning zet, wordt de stroom niet naar de aarde afgevoerd, en kan wie de kabel aanraakt een elektrische schok krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de metalen omvlechting of mantel van kabels met de aardingsinstallatie verbonden is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.3.g. · L1:5.4.3.5 Link naar deze uitleg
424 Het is verboden om gas- en/of waterleiding te gebruiken als een aardelektrode.

Concreet

De gas- of waterleiding wordt als aardelektrode van de installatie gebruikt.

Het risico

Leidingen vormen geen betrouwbare aarding, bijvoorbeeld als een stuk door kunststof vervangen wordt, en kunnen bij een fout zelf onder spanning komen te staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt gas- of waterleidingen als aardelektrode te gebruiken.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.2.1. Link naar deze uitleg

Differentieel (17)

502 Een afzonderlijke differentieelschakelaar met een gevoeligheid van 30 mA voorzien voor badkamer, wasmachine, afwasmachine en/of droogkast en gelijkaardige toestellen.
Links de kring van de badkamer en de wasmachine zonder afzonderlijke differentieelschakelaar, rechts dezelfde kring beveiligd door een differentieelschakelaar van 30 mA.
✗ Vastgesteld · Kring voor badkamer en wasmachine zonder afzonderlijke differentieelschakelaar ✓ Wat de regel vraagt · Kring beveiligd door een afzonderlijke differentieelschakelaar van 30 mA

Concreet

De badkamer en toestellen zoals de wasmachine, de afwasmachine of de droogkast zijn niet beveiligd door een afzonderlijke differentieelschakelaar van 30 mA.

Het risico

Water verhoogt het elektrische gevaar: zonder differentieelschakelaar van 30 mA wordt een lekstroom door een persoon mogelijk niet snel genoeg onderbroken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een of meer afzonderlijke differentieelschakelaars van 30 mA voor de badkamer, de wasmachine, de afwasmachine, de droogkast en gelijkaardige toestellen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.3 Link naar deze uitleg
501 Een algemene differentieelschakelaar voorzien met een nominale stroomsterkte van minstens In = 40A, een maximale gevoeligheid van 300mA, type A en een verzegelingsinrichting.
Links de voeding van de meter rechtstreeks aangesloten op de automaten, rechts een algemene differentieelschakelaar van 300 mA aan het begin van de installatie.
✗ Vastgesteld · Kringen gevoed zonder algemene differentieelschakelaar aan het begin ✓ Wat de regel vraagt · Algemene differentieelschakelaar van 300 mA aan het begin van de installatie

Concreet

Aan het begin van de installatie ontbreekt de algemene differentieelschakelaar, of hij heeft niet de vereiste kenmerken: minstens 40 A, een gevoeligheid van ten hoogste 300 mA, type A en een verzegelingsinrichting.

Het risico

Zonder conforme algemene differentieelschakelaar wordt een isolatiefout ergens in de installatie mogelijk niet uitgeschakeld, met gevaar voor een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een algemene differentieelschakelaar met een nominale stroomsterkte van minstens 40 A, een gevoeligheid van ten hoogste 300 mA, van het type A en met een verzegelingsinrichting.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.4 Link naar deze uitleg
503 Een afzonderlijke differentieelschakelaar met een gevoeligheid van 30 mA voorzien voor de kringen uitgerust met contactdozen zonder aardingscontact.
Links de kring van de badkamer en de wasmachine zonder afzonderlijke differentieelschakelaar, rechts dezelfde kring beveiligd door een differentieelschakelaar van 30 mA.
✗ Vastgesteld · Kring voor badkamer en wasmachine zonder afzonderlijke differentieelschakelaar ✓ Wat de regel vraagt · Kring beveiligd door een afzonderlijke differentieelschakelaar van 30 mA

Concreet

Kringen met contactdozen zonder aardingscontact zijn niet beveiligd door een differentieelschakelaar van 30 mA.

Het risico

Op een stopcontact zonder aarding kan een defect toestel zijn behuizing onder spanning zetten zonder dat iets uitschakelt, en de differentieelschakelaar van 30 mA is dan de belangrijkste bescherming.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat kringen met contactdozen zonder aardingscontact beveiligd zijn door een of meer differentieelschakelaars van 30 mA.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 8.2.1.6 Link naar deze uitleg
509 Contactdozen zonder aardingscontact in bestaande oude delen (< vóór oktober 1981) zijn niet beveiligd door een algemene of bijkomende differentieelstroombeschermingsinrichting van ten hoogste 30mA.
Links een contactdoos zonder aardingspen, rechts een contactdoos met aardingspen.
✗ Vastgesteld · Contactdoos zonder aardingspen ✓ Wat de regel vraagt · Contactdoos met aardingspen

Concreet

In de oude delen van de installatie, van vóór oktober 1981, zijn contactdozen zonder aardingscontact niet beveiligd door een algemene of bijkomende differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA.

Het risico

Op een stopcontact zonder aarding kan een defect toestel zijn behuizing onder spanning zetten, en zonder differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA wordt de stroom door een persoon niet onderbroken.

Wat de regel vraagt

Het AREI duldt contactdozen zonder aardingscontact in delen van vóór oktober 1981, op voorwaarde dat ze beveiligd zijn door een differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 8.2.1. Link naar deze uitleg
505 De nominale stroomsterkte van de differentieelschakelaar dient aangepast te worden aan de beveiliging tegen overstroom.

Concreet

Bij een differentieelschakelaar is de nominale stroom, de stroom die hij blijvend verdraagt, niet afgestemd op de beveiliging tegen overstroom op dezelfde lijn.

Het risico

Als er meer stroom door de differentieelschakelaar gaat dan hij aankan, kan hij oververhitten of beschadigd raken en zijn beschermende functie verliezen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de nominale stroom van de differentieelschakelaar aangepast is aan de beveiliging tegen overstroom.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.3 Link naar deze uitleg
512 De werking van de differentieelschakelaar(s) voldoen niet met testknop en/of stroominjectie.

Concreet

Bij de keuring schakelde minstens één differentieelschakelaar niet correct uit, bij de proef met de testknop of bij het injecteren van een gekalibreerde lekstroom.

Het risico

Als de differentieelschakelaar niet uitschakelt zoals voorzien, wordt een echte lekstroom niet onderbroken, met gevaar voor een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke differentieelschakelaar correct werkt, zowel bij de proef met zijn testknop als bij stroominjectie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.6.4-5.1.3.3-5.3.5.3-6.4.6.1-6.4.6.5 Link naar deze uitleg
511 Een differentieelinrichting met vertraagde werking (selectief) met grote (30mA) of zeer grote gevoeligheid (10mA) mag niet voorzien worden voor de bescherming van douche- en badkamers, wasmachines, droogkasten en afwasmachines.

Concreet

Douche- en badkamers, wasmachines, droogkasten en afwasmachines zijn beveiligd door een differentieelschakelaar met vertraagde werking, selectief genoemd, die even wacht voor hij uitschakelt.

Het risico

In die ruimten en bij die toestellen, vaak in contact met water, verlengt een vertraagde uitschakeling de stroomdoorgang bij een lekstroom, wat het risico op een elektrische schok verhoogt.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat geen differentieelschakelaar met vertraagde werking toe, ook niet met grote (30 mA) of zeer grote gevoeligheid (10 mA), voor de beveiliging van die ruimten en toestellen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.4. (a.1)). Link naar deze uitleg
517 Een differentieelinrichting van het type AC is niet meer toegelaten; deze moet vervangen worden door een inrichting van minstens het type A.

Concreet

De installatie bevat een differentieelschakelaar van het type AC. Dat type detecteert bepaalde lekstromen van elektronische toestellen niet.

Het risico

Bij zulke lekstromen schakelt een differentieelschakelaar van het type AC mogelijk niet uit, en dan is de bescherming tegen elektrische schokken niet meer verzekerd.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat differentieelschakelaars van het type AC niet meer toe: de inrichting moet minstens van het type A zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.3.a · L1: 8.2.1. Link naar deze uitleg
506 differentieelstroominrichting testknop werkt niet.

Concreet

Aan het begin van de installatie, net na de meter, is er geen differentieelschakelaar, terwijl die de stroom onderbreekt bij een lekstroom in de installatie.

Het risico

Zonder differentieelschakelaar aan het begin van de installatie kan een isolatiefout onder spanning blijven zonder onderbroken te worden, met gevaar voor een elektrische schok en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat er aan het begin van de installatie een differentieelschakelaar geplaatst is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.2. Link naar deze uitleg
516 Aan het begin van de installatie een differentieelstroominrichting voorzien waarvan de nominale stroom minstens gelijk is aan de nominale waarde van de overstroombeveiliging van de netbeheerder, met een minimum van 40 A

Concreet

Aan het begin van de installatie ontbreekt de differentieelschakelaar, of zijn nominale stroom is lager dan de waarde van de beveiliging van de netbeheerder, of lager dan 40 A.

Het risico

Als er meer stroom door de differentieelschakelaar gaat dan zijn nominale stroom, kan hij opwarmen, beschadigd raken en de installatie niet meer correct beveiligen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt aan het begin van de installatie een differentieelschakelaar met een nominale stroom die minstens gelijk is aan de waarde van de beveiliging van de netbeheerder, met een minimum van 40 A.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.3.a Link naar deze uitleg
504 Het is niet toegelaten om meer dan 8 eindstroombanen (voedingskringen) te voeden vanuit een differentieelschakelaar met een grote of zeer grote gevoeligheid (vanaf 01 juni 2023).

Concreet

Meer dan 8 eindstroombanen hangen af van eenzelfde differentieelschakelaar met grote of zeer grote gevoeligheid.

Het risico

Als te veel stroombanen van één differentieelschakelaar afhangen, valt bij een lekstroom op één ervan een groot deel van de installatie uit, en kunnen opgetelde kleine normale lekstromen ongewenste uitschakelingen veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat niet meer toe dat meer dan 8 eindstroombanen gevoed worden vanuit eenzelfde differentieelschakelaar met grote of zeer grote gevoeligheid.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.4 Link naar deze uitleg
507 Markering “3000A, 22.5KA²s” is niet aanwezig op differentieelschakelaar (niet verplicht voor installatie < 7/05/2000).

Concreet

Op de differentieelschakelaar ontbreekt de markering 3000A, 22,5kA²s. Die geeft aan dat het toestel gebouwd is om een zware kortsluiting te doorstaan zonder vernield te worden.

Het risico

Zonder die markering is er geen bewijs dat de differentieelschakelaar een zware kortsluiting aankan, waarna hij misschien niet meer tegen lekstromen beschermt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt die markering op de differentieelschakelaar. Zoals het verslag vermeldt, is ze niet verplicht voor installaties van vóór de vermelde datum.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5.e. Link naar deze uitleg
518 Een differentieelinrichting met grote gevoeligheid (30 mA), ondergeschikt aan deze aan de oorsprong van de installatie, is niet voorzien voor de verlichtingskringen.

Concreet

De verlichtingskringen zijn niet beveiligd door een differentieelschakelaar met grote gevoeligheid van 30 mA, geplaatst na die aan het begin van de installatie.

Het risico

Zonder die gevoeligere beveiliging wordt een lekstroom door een persoon, bijvoorbeeld bij het vervangen van een lamp, mogelijk niet snel genoeg onderbroken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de verlichtingskringen aangesloten zijn op een differentieelschakelaar met grote gevoeligheid (30 mA), onmiddellijk na de differentieelschakelaar aan het begin van de installatie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.3.b. Link naar deze uitleg
501a Alle massa's beschermd door eenzelfde differentieelschakelaar moeten verbonden zijn met dezelfde aarding.

Concreet

De metalen delen van toestellen, massa's genoemd, die door eenzelfde differentieelschakelaar beveiligd worden, zijn niet allemaal met dezelfde aarding verbonden.

Het risico

Met gescheiden aardingen kan de differentieelschakelaar een fout slecht detecteren, en kunnen er spanningsverschillen tussen toestellen ontstaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat alle massa's die door eenzelfde differentieelschakelaar beveiligd worden, met dezelfde aarding verbonden zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.4. Link naar deze uitleg
513 Differentieelschakelaars zijn niet voorzien van een CE aanduiding of keurmerk.

Concreet

Differentieelschakelaars dragen geen CE-markering en geen keurmerk, die aantonen dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Het risico

Zonder die markeringen is er geen garantie dat de differentieelschakelaar volgens de regels gebouwd en getest werd, of dat hij bij een lekstroom correct uitschakelt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat differentieelschakelaars een CE-markering of een keurmerk dragen dat hun veiligheid aantoont.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.3. Link naar deze uitleg
508 Uitschakelvermogen algemene diff. schakelaar en de onmiddellijk stroomafwaartse beschermingstoestellen tegen overstroom is kleiner dan 3000 A (installatie < 7/05/2000 niet verplicht).

Concreet

De algemene differentieelschakelaar en de beveiligingen die er onmiddellijk na komen, hebben een uitschakelvermogen van minder dan 3000 A, de grootste stroom die ze veilig kunnen onderbreken.

Het risico

Bij een zware kortsluiting kan een toestel met een te laag uitschakelvermogen de stroom mogelijk niet onderbreken en vernield worden, met gevaar voor een vlamboog en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt voor die toestellen een uitschakelvermogen van minstens 3000 A. Zoals het verslag vermeldt, is dat niet verplicht voor installaties van vóór de vermelde datum.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5. Link naar deze uitleg
510 De verwarmingsweerstanden verzonken in wanden gevoed op een spanning hoger dan 25 V wisselspanning zijn niet uitgerust met een afzonderlijke differentieelstroombeschermingsinrichting met een aanspreekstroom van ten hoogste 100 mA.

Concreet

Verwarmingsweerstanden die in wanden zitten, zoals vloer-, muur- of plafondverwarming, gevoed op meer dan 25 V wisselspanning, hebben geen eigen differentieelschakelaar van ten hoogste 100 mA.

Het risico

Zonder afzonderlijke differentieelschakelaar kan een onzichtbare isolatiefout in het verwarmingselement de wand onder spanning zetten of plaatselijk oververhitting veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die verwarmingsweerstanden beveiligd zijn door een afzonderlijke differentieelschakelaar met een aanspreekstroom van ten hoogste 100 mA.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.3. b. Link naar deze uitleg

Overstroombeveiliging (27)

608 De calibreerelementen voorzien op de voetstukken voor smeltveiligheden en/of penautomaten.
Links een zekeringhouder in vooraanzicht zonder kalibreerelement, rechts dezelfde houder met het kalibreerelement op zijn plaats.
✗ Vastgesteld · Zekeringhouder zonder kalibreerelement ✓ Wat de regel vraagt · Kalibreerelement aangebracht in de houder

Concreet

De voetstukken voor de smeltveiligheden of penautomaten hebben geen kalibreerelementen, die enkel een beveiliging met het voorziene kaliber toelaten.

Het risico

Zonder die elementen kan per vergissing een te zware zekering geplaatst worden, waardoor de kring niet meer correct tegen overbelasting beveiligd is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt kalibreerelementen op de voetstukken van smeltveiligheden en penautomaten.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5.a Link naar deze uitleg
611 De houder van de beveiliging is niet voorzien van aangepaste kalibreerelementen.
Links een zekeringhouder in vooraanzicht zonder kalibreerelement, rechts dezelfde houder met het kalibreerelement op zijn plaats.
✗ Vastgesteld · Zekeringhouder zonder kalibreerelement ✓ Wat de regel vraagt · Kalibreerelement aangebracht in de houder

Concreet

Op de houder van één of meer beveiligingen ontbreken de aangepaste kalibreerelementen. Die onderdelen verhinderen dat er een zekering of automaat met een hoger kaliber dan voorzien in geplaatst wordt.

Het risico

Zonder die elementen kan bij een vervanging een te zware beveiliging geplaatst worden, waardoor de kring niet meer correct tegen overbelasting beveiligd is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de houders van smeltveiligheden en penautomaten voorzien zijn van kalibreerelementen die aangepast zijn aan het kaliber van de kring.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5. Link naar deze uitleg
601 De overbrugde smeltveiligheid(en) en/of automaat (automaten) vervangen.

Concreet

Smeltveiligheden of automaten werden overbrugd, zodat ze de stroom niet meer onderbreken. De beveiliging van die kringen werkt dus niet meer.

Het risico

Zonder werkende beveiliging blijft een kring gevoed bij overbelasting of kortsluiting, met gevaar voor oververhitting en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke kring beveiligd is door een werkende smeltveiligheid of automaat, zonder overbrugging.

Bij wie terecht · Een elektricien.

606 De nominale stroomsterkte van de beveiliging (smeltveiligheid/automaat/differentieelschakelaar) aanpassen aan de doorsnede van de geleiders.

Concreet

Minstens één beveiliging, smeltveiligheid, automaat of differentieelschakelaar, heeft een te hoge nominale stroom voor de doorsnede van de geleiders die ze beveiligt.

Het risico

Te dunne geleiders achter een te zware beveiliging kunnen oververhitten zonder dat er iets uitschakelt, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de nominale stroom van elke beveiliging aangepast is aan de doorsnede van de geleiders die ze beveiligt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.5 · 5.2.4 Link naar deze uitleg
605a De automaten (behalve penautomaten) zijn niet van klasse 3.

Concreet

De automaten van de installatie, behalve de penautomaten, zijn niet van klasse 3, de klasse die aantoont dat ze de energie bij een kortsluiting voldoende beperken.

Het risico

Met een lagere klasse laat een automaat bij kortsluiting meer energie door, wat de geleiders zwaarder belast en het risico op oververhitting verhoogt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die automaten, behalve de penautomaten, van energiebeperkingsklasse 3 zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 8.2.1.3 · 8.2.2.3 Link naar deze uitleg
612 Geshunteerde beveiligingen zijn te vervangen.

Concreet

Smeltveiligheden zijn geshunteerd, dus overbrugd zodat de stroom blijft doorgaan, ook wanneer ze zouden moeten onderbreken. Die kringen zijn daardoor niet meer beveiligd.

Het risico

Zonder werkende beveiliging blijft een kring bij overbelasting of kortsluiting gevoed en kan hij ongemerkt oververhitten, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke kring beveiligd is door een werkende beveiliging: geshunteerde smeltveiligheden moeten vervangen worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 9.5. Link naar deze uitleg
618 Het elektrisch materieel is niet afdoend beveiligd tegen overbelasting.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat elektrisch materieel onvoldoende beveiligd is tegen overbelasting: de geplaatste beveiliging schakelt niet tijdig uit wanneer een te hoge stroom blijft vloeien.

Het risico

Leidingen en materieel kunnen oververhitten, wat de isolatie aantast en brandgevaar veroorzaakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke stroombaan en het materieel dat ze voedt, met een aangepaste beveiliging tegen overbelasting beschermd zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1. & 4.4.1.2. Link naar deze uitleg
628 De markeringen (de nominale stroomsterkte, het onderbrekingsvermogen, de energiebeperkingsklasse, …) op de smeltzekeringen en/of de vermogensschakelaars ontbreken of zijn onleesbaar.

Concreet

De aanduidingen op smeltveiligheden of automaten, zoals de nominale stroom, het onderbrekingsvermogen of de energiebeperkingsklasse, ontbreken of zijn onleesbaar.

Het risico

Zonder die aanduidingen kan niet nagegaan worden of de beveiliging bij de kring past, en een ongeschikte beveiliging schakelt mogelijk niet tijdig uit.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat smeltveiligheden en automaten leesbaar de markeringen dragen waarmee hun kenmerken gecontroleerd kunnen worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4.1.3. · L1:1:5.3.5.5. · L1: 3.1.2.2. Link naar deze uitleg
603 Te equilibreren kringen: de smeltveiligheden moeten dezelfde nominale stroomsterkte hebben.

Concreet

Op zogenaamde te equilibreren kringen hebben de smeltveiligheden die de verschillende geleiders beveiligen niet allemaal hetzelfde kaliber.

Het risico

Met verschillende kalibers is een deel van de kring minder goed beveiligd, en kan een geleider gevoed blijven terwijl een andere al onderbroken is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de smeltveiligheden van te equilibreren kringen allemaal dezelfde nominale stroomsterkte hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.3 Link naar deze uitleg
622 Smeltveiligheden met schroefbasis, type D (Diazed) met kalibreerringen, pensmeltveiligheden en kleine automatische schakelaars met pennen (conform NBN 481:1969) zijn niet meer toegelaten in huishoudelijke installaties.

Concreet

De installatie bevat nog oude types beveiligingen: smeltveiligheden met schroefbasis van het type D (Diazed) met kalibreerringen, pensmeltveiligheden of kleine automaten met pennen.

Het risico

Die beveiligingen van een oudere generatie bieden niet meer het veiligheidsniveau dat vandaag verwacht wordt, en een betrouwbare uitschakeling bij een zware fout is niet gegarandeerd.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat die smeltveiligheden met schroefbasis en kalibreerringen, pensmeltveiligheden en kleine automaten met pennen niet meer toe in huishoudelijke installaties.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5. Link naar deze uitleg
604 De contactdozen met randaarding is niet toegelaten in België

Concreet

De installatie bevat stopcontacten van het type Schuko, met randaarding via zijdelingse contacten. Dat model, gangbaar in andere landen, is in België niet toegelaten.

Het risico

Met een Belgische stekker in zo'n stopcontact is de verbinding met de aarding niet gegarandeerd: bij een fout kan het toestel onder spanning blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat geen stopcontacten met randaarding toe: gewone stopcontacten moeten beantwoorden aan de Belgische norm NBN C 61-112.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.2 Link naar deze uitleg
602 Het uitschakelvermogen van de beveiliging tegen overstroom is lager dan 3000A.

Concreet

Beveiligingen tegen overstroom hebben een uitschakelvermogen van minder dan 3000 A: ze kunnen een kortsluitstroom van die grootte niet veilig onderbreken.

Het risico

Bij een zware kortsluiting kan een te zwakke beveiliging de stroom mogelijk niet onderbreken en zelf vernield worden, met gevaar voor een vlamboog en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die beveiligingen tegen overstroom een uitschakelvermogen van minstens 3000 A hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5.e Link naar deze uitleg
620 Zekeringen en automaten ter bescherming van éénzelfde stroombaan moeten dezelfde nominale stroomsterkte hebben.

Concreet

Op eenzelfde stroombaan hebben de zekeringen of automaten niet allemaal dezelfde nominale stroomsterkte.

Het risico

Daardoor kan een deel van de stroombaan minder goed beveiligd zijn dan voorzien: bij overbelasting kan de uitschakeling te laat komen en warmen de geleiders op.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de zekeringen en automaten die eenzelfde stroombaan beveiligen, dezelfde nominale stroomsterkte hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.5. Link naar deze uitleg
625 Smeltveiligheden of kleine automatische schakelaars met pennen ter bescherming van eenzelfde stroombaan moeten dezelfde karakteristiek hebben.

Concreet

Op eenzelfde stroombaan hebben de smeltveiligheden of kleine automaten met pennen niet allemaal dezelfde karakteristiek.

Het risico

De beveiliging van de stroombaan is niet samenhangend: een deel kan minder goed beveiligd zijn, en de uitschakeling kan te laat komen bij overbelasting of kortsluiting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de smeltveiligheden of kleine automaten met pennen die eenzelfde stroombaan beveiligen, dezelfde karakteristiek hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.5. Link naar deze uitleg
621 De waarde van de beveiliging tegen kortsluiting is niet in overeenstemming met de geplaatste leiding stroomafwaarts.

Concreet

Op een stroombaan is de waarde van de beveiliging tegen kortsluiting niet afgestemd op de kabel die erna aangesloten is, zodat die kabel niet correct beveiligd is.

Het risico

Bij een kortsluiting kan de kabel oververhitten voordat de beveiliging ingrijpt, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beveiliging tegen kortsluiting aangepast is aan de leiding die ze stroomafwaarts beveiligt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.2.1. Link naar deze uitleg
613 De waarde van de beveiliging tegen overbelasting is niet in overeenstemming met de leiding of verbruiker stroomafwaarts.

Concreet

Op een stroombaan is de waarde van de beveiliging niet afgestemd op de leiding of het toestel dat ze voedt: ze laat meer stroom door dan die aankunnen.

Het risico

Daardoor kan een overbelasting onopgemerkt blijven: de leiding of het toestel warmt op zonder dat de beveiliging uitschakelt, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de nominale stroom van een beveiliging aangepast is aan de leiding en het toestel die ze stroomafwaarts beveiligt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1. & 4.4.1.2. Link naar deze uitleg
607 De eenfasige kringen moeten op beide actieve geleiders beveiligd worden.

Concreet

Op één of meer eenfasige kringen is maar één van de twee actieve geleiders beveiligd.

Het risico

Als maar één geleider onderbroken wordt, kan de andere na de uitschakeling onder spanning blijven, met gevaar voor een elektrische schok bij werken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat eenfasige kringen op hun beide actieve geleiders beveiligd zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.4.2 Link naar deze uitleg
623 In huishoudelijke ruimten moeten de eerste automatische schakelaars (uitzondering penautomaten en smeltzekeringen) stroomafwaarts van de beschermingsinrichting tegen overstroom van de distributienetbeheerder, met uitzondering van de penautomaten, voorzien zijn van een conforme markering voor energiebeperkingsklasse 3.

Concreet

In de woning dragen de eerste automaten na de beveiliging van de netbeheerder niet de markering van energiebeperkingsklasse 3.

Het risico

Zonder die garantie kunnen de automaten en de bedrading bij een zware kortsluiting meer energie te verwerken krijgen dan voorzien en beschadigd raken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat in huishoudelijke installaties die eerste automaten, behalve penautomaten en smeltveiligheden, een conforme markering voor energiebeperkingsklasse 3 dragen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5.e. Link naar deze uitleg
616 De beveiliging tegen overbelasting is niet gegarandeerd. De aM zekeringen realiseren enkel de beveiliging tegen kortsluiting.

Concreet

De installatie bevat smeltveiligheden van het type aM. Die schakelen enkel uit bij kortsluiting en beveiligen niet tegen overbelasting, dus tegen een te hoge stroom die blijft duren.

Het risico

Bij langdurige overbelasting kunnen de kabels oververhitten zonder dat de zekering uitschakelt, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beveiliging tegen overbelasting verzekerd is, wat aM-zekeringen, die enkel voor kortsluiting bedoeld zijn, niet doen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.4. Link naar deze uitleg
609 Het onderbrekingsvermogen van de beveiliging is ontoereikend.

Concreet

Eén of meer beveiligingen hebben een te laag onderbrekingsvermogen: de grootste stroom die ze bij een kortsluiting veilig kunnen onderbreken, is op die plaats onvoldoende.

Het risico

Bij een zware kortsluiting kan de beveiliging de stroom mogelijk niet onderbreken en zelf vernield worden, met gevaar voor een vlamboog en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het onderbrekingsvermogen van elke beveiliging volstaat voor de kortsluitstroom die op haar plaats kan optreden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5.e. Link naar deze uitleg
624 Een vermogensschakelaar met automatische wederinschakeling is verboden in huishoudelijk installaties.

Concreet

De installatie bevat een vermogensschakelaar met automatische wederinschakeling, die zichzelf weer inschakelt nadat hij de stroom onderbroken heeft.

Het risico

Als het toestel opnieuw inschakelt op een echte fout, wordt de installatie telkens weer onder spanning gezet op die fout, met gevaar voor oververhitting, brand of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt vermogensschakelaars met automatische wederinschakeling in huishoudelijke installaties.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.3.5.a · L1:5.3.3.5.b Link naar deze uitleg
617 Vermindering van de sectie van de geleiders: een aangepaste overstroombeveiliging is te voorzien.

Concreet

Op een bepaalde plaats in de installatie vermindert de doorsnede van de geleiders, zonder dat er een beveiliging voorzien is die op die kleinere doorsnede afgestemd is.

Het risico

De bestaande beveiliging is berekend op de dikkere geleiders: de dunnere kunnen oververhitten zonder dat ze uitschakelt, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat er op de plaats waar de doorsnede van de geleiders vermindert, een overstroombeveiliging aanwezig is die op de nieuwe doorsnede afgestemd is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1, 4.4.1.2 & 4.4.3.1. Link naar deze uitleg
615 Kringen uitgevoerd door middel van parallel verbonden leidingen dienen dezelfde kenmerken te hebben zoals type, sectie, lengte, plaatsingswijze.

Concreet

In een kring met meerdere parallel verbonden kabels hebben die kabels niet dezelfde kenmerken: type, doorsnede, lengte of plaatsingswijze.

Het risico

Als de kabels verschillen, verdeelt de stroom zich slecht: één ervan kan meer stroom voeren dan voorzien en oververhitten zonder dat de beveiliging ingrijpt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat parallel verbonden leidingen dezelfde kenmerken hebben: hetzelfde type, dezelfde plaatsingswijze, dezelfde lengte en dezelfde doorsnede.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.3.4. Link naar deze uitleg
629 De kringen met contactdozen, alleen of gemengd, moeten beveiligd worden door een automaat met een maximale nominale stroom van 20 A of door een smeltveiligheid met een maximale nominale stroom van 16 A.

Concreet

Bij de keuring was een kring met stopcontacten beveiligd door een automaat van meer dan 20 A of door een smeltveiligheid van meer dan 16 A.

Het risico

Met een te zware beveiliging kunnen de kabels van de kring overbelast raken en opwarmen zonder dat de beveiliging uitschakelt.

Wat de regel vraagt

Het AREI beperkt de beveiliging van een kring met stopcontacten, alleen of gemengd, tot een automaat van ten hoogste 20 A of een smeltveiligheid van ten hoogste 16 A.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1. Link naar deze uitleg
619 De minimale kortsluitstroom (Icc) is te laag in functie van de stroomopwaartse beveiliging.

Concreet

Bij een kortsluiting aan het einde van de stroombaan zou de stroom die dan vloeit, de minimale kortsluitstroom, te laag zijn om de stroomopwaartse beveiliging snel te laten uitschakelen.

Het risico

Tijdens een kortsluiting kan de beveiliging te laat of helemaal niet uitschakelen: de geleiders warmen sterk op en er kan brand ontstaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beveiliging afgestemd is op de stroombaan, zodat zelfs de kleinste kortsluitstroom ze tijdig doet uitschakelen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.2.1. Link naar deze uitleg
610 Bij 3-fasige kringen met verdeelde nulleider is het beveiligen van de nulleider door middel van een zekering of éénfazige automaat niet toegestaan.

Concreet

Op een driefasige kring met verdeelde nulgeleider is een zekering of eenpolige automaat op de nulgeleider alleen geplaatst.

Het risico

Als die beveiliging enkel de nulgeleider onderbreekt, blijven de fasen onder spanning en kunnen toestellen een abnormale spanning krijgen, met gevaar voor schade en een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat op een driefasige kring met verdeelde nulgeleider geen zekering of eenpolige automaat op de nulgeleider toe.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.4.4. Link naar deze uitleg
614 De secundaire kring van de transformator is niet voorzien van een aangepaste overstroombeveiliging.

Concreet

Op de secundaire kring van de transformator, dus de kring die hij voedt, is geen beveiliging tegen overbelasting voorzien.

Het risico

Bij overbelasting onderbreekt niets de stroom: de transformator en de geleiders kunnen oververhitten, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de secundaire kring van een transformator met een aangepaste beveiliging tegen overbelasting beschermd is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 3.2.2.2. Link naar deze uitleg

Onrechtstreekse aanraking (8)

605 Alle stroomkringen moeten voorzien zijn van een beveiliging tegen overstroom.

Concreet

Minstens één stroombaan van de installatie is niet correct beveiligd tegen overstroom door een smeltveiligheid of een automaat.

Het risico

Zonder aangepaste beveiliging kan er te veel stroom door een kabel gaan: hij raakt oververhit, zijn isolatie gaat achteruit en er kan brand ontstaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat alle stroombanen voorzien zijn van een beveiliging tegen overstroom.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1 · 5.2.4 Link naar deze uitleg
1003 De beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking is niet gegarandeerd : lengte - sectie, beveiliging en/of instelling zijn niet in overeenstemming.

Concreet

Bij een isolatiefout moet de beveiliging de stroom automatisch en snel genoeg onderbreken. De inspecteur stelde vast dat dit niet gewaarborgd is: de lengte of de doorsnede van een leiding, de beveiliging of de instelling ervan is niet geschikt.

Het risico

Tijdens een fout kunnen metalen delen onder spanning blijven staan zonder snelle onderbreking van de stroom, met risico op een elektrische schok en op oververhitting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de bescherming tegen onrechtstreekse aanraking de voeding automatisch onderbreekt binnen de tijd van zijn veiligheidscurve, rekening houdend met de leidingen, de beveiligingen en hun instellingen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.1. Link naar deze uitleg
1002 In een niet- huishoudelijke installatie dient in een TT-net te gebeuren door hetzij differentieel schakelaars of dubbele isolatie.

Concreet

Deze niet-huishoudelijke installatie is uitgevoerd als TT-net. De bescherming tegen onrechtstreekse aanraking, dus tegen het aanraken van een metalen deel dat door een fout onder spanning staat, moet er verzekerd zijn door differentieelschakelaars of door dubbele isolatie. Dat is niet overal het geval.

Het risico

Bij een fout kan de metalen behuizing van een toestel onder spanning blijven staan zonder dat de stroom onderbroken wordt, en wie ze aanraakt, riskeert een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat in een niet-huishoudelijke installatie met een TT-net de bescherming tegen onrechtstreekse aanraking verzekerd wordt door differentieelschakelaars of door materieel met dubbele isolatie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.4. Link naar deze uitleg
1006 Alle massa's beschermd door een zelfde automatische verliesstroomschakelaar dienen met dezelfde aardverbinding te worden verbonden.

Concreet

Massa's zijn de metalen delen van toestellen die bij een defect onder spanning kunnen komen. De inspecteur stelde vast dat massa's die door dezelfde differentieelschakelaar beschermd worden, niet allemaal op dezelfde aardverbinding aangesloten zijn.

Het risico

Bij een fout kan er een gevaarlijke spanning blijven staan tussen naburige toestellen, zonder garantie dat de differentieelschakelaar tijdig uitschakelt, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat alle massa's die door eenzelfde differentieelschakelaar beschermd worden, op dezelfde aardverbinding aangesloten zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.3 (g)). Link naar deze uitleg
1005 Het isolatiebewakingstoestel is buiten dienst geplaatst.

Concreet

De installatie heeft een isolatiebewakingstoestel, dat de isolatie voortdurend bewaakt en een eerste fout meldt. De inspecteur stelde vast dat het niet meer aangesloten is en zijn functie dus niet meer vervult.

Het risico

Zonder die bewaking blijft een eerste isolatiefout onopgemerkt. Komt er een tweede fout bij, dan kan die zonder waarschuwing een gevaarlijke situatie veroorzaken, zoals een elektrische schok of oververhitting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt in een IT-net een permanente bewaking die de eerste fout naar de massa of de aarde meldt, en dat die fout daarna zonder uitstel weggewerkt wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.4.d.3. Link naar deze uitleg
1001 Leidingen van de klasse I ( XFVB, EVAVB, … ): de verliesstroomschakelaar dient stroomopwaarts geplaatst te worden.

Concreet

Leidingen van klasse I, met een geleidende bekleding zoals een metalen wapening, moeten door de differentieelschakelaar beschermd zijn. De inspecteur stelde vast dat een deel van die leidingen vóór de differentieelschakelaar ligt en er dus niet door beschermd wordt.

Het risico

Bij een isolatiefout op dat stuk merkt de differentieelschakelaar niets en wordt de lekstroom niet onderbroken, met risico op een elektrische schok bij aanraking van de bekleding.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat leidingen van klasse I beschermd worden door een differentieelschakelaar die stroomopwaarts ervan geplaatst is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.1. Link naar deze uitleg
1000 Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking : de gevoeligheid van de verliesstroomschakelaar is te hoog ingesteld.

Concreet

De verliesstroomschakelaar schakelt de voeding uit wanneer hij een lekstroom naar de aarde meet. Zijn gevoeligheid is instelbaar, en de inspecteur trof ze te hoog ingesteld aan: hij zou pas uitschakelen bij een grotere lekstroom dan toegelaten is.

Het risico

Bij een isolatiefout schakelt de verliesstroomschakelaar mogelijk niet of te laat uit, en wie een defect toestel aanraakt, riskeert een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt in een niet-huishoudelijke installatie dat de gevoeligheid van de verliesstroomschakelaar gekozen wordt in functie van de spreidingsweerstand van de aardverbinding, zodat de foutspanning onder de toegelaten grens blijft.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.4.d Link naar deze uitleg
1004 Een isolatiebewakingstoestel (IT net) is niet aanwezig.

Concreet

In een deel van de installatie is een IT-net toegepast, een aardingsschema waarbij een eerste fout de stroom niet onderbreekt. Dat schema vereist een isolatiebewakingstoestel, dat die eerste fout meldt. De inspecteur stelde vast dat het ontbreekt.

Het risico

Zonder die bewaking blijft een eerste fout onopgemerkt. Komt er een tweede fout bij, dan kan die zonder waarschuwing een elektrische schok, oververhitting of een onverwachte uitschakeling veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt in een IT-net een permanente bewaking die de eerste fout naar de massa of de aarde meldt met een waarschuwing die blijft tot die fout opgezocht wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.3 (g)) Link naar deze uitleg

Installatie (38)

705a Contactdozen conform NBN C61-112 voorzien met aardingscontact en kinderbeveiliging.
Links een contactdoos zonder aardingspen, rechts een contactdoos met aardingspen.
✗ Vastgesteld · Contactdoos zonder aardingspen ✓ Wat de regel vraagt · Contactdoos met aardingspen

Concreet

Stopcontacten voldoen niet aan de Belgische norm NBN C 61-112: ze missen het aardingscontact of de kinderbeveiliging, de schuifjes voor de openingen.

Het risico

Zonder aardingscontact wordt een fout in een toestel niet afgevoerd, en zonder kinderbeveiliging kan een kind een voorwerp in het stopcontact steken, telkens met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt stopcontacten volgens de norm NBN C 61-112, met aardingscontact en kinderbeveiliging.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4.2.3. · 4.2.2.3. · 5.3.5.2. · L3: 1.4.2.3. · 4.2.2.2. Link naar deze uitleg
703 De schakelaars, contactdozen en aansluitdozen moeten aangepast of bevestigd worden.
Links een open aftakdoos met zichtbare verbindingen en het uiteinde van een geleider, rechts dezelfde doos afgesloten met het deksel.
✗ Vastgesteld · Open doos met blootliggende verbindingen en uiteinden van geleiders ✓ Wat de regel vraagt · Aftakdoos afgesloten met het deksel

Concreet

Schakelaars, stopcontacten of aansluitdozen zijn niet correct bevestigd of aangepast: ze bewegen of komen los van de wand.

Het risico

Loskomend materieel kan draden onder spanning blootleggen en slechte contacten veroorzaken die opwarmen, met gevaar voor een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat schakelaars, contactdozen en aansluitdozen stevig bevestigd en goed aangepast zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.6 Link naar deze uitleg
721 Bepaalde stopcontacten zijn beschadigd en/of zijn niet degelijk bevestigd.
Links een opbouwcontactdoos die half loskomt van de muur met een loshangende kabel, rechts dezelfde contactdoos bevestigd en de kabel vastgezet langs de muur.
✗ Vastgesteld · Contactdoos half los van de muur, kabel hangt los ✓ Wat de regel vraagt · Contactdoos bevestigd, kabel over het hele traject vastgezet

Concreet

Sommige stopcontacten zijn beschadigd of slecht bevestigd: ze zijn gebarsten, gebroken, zitten los of komen uit de muur.

Het risico

Zo'n stopcontact kan delen onder spanning bereikbaar maken of slechte contacten veroorzaken die opwarmen, met gevaar voor een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat enkel veilig elektrisch materieel toe: stopcontacten moeten in goede staat zijn en stevig vastzitten.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4.2.1. Link naar deze uitleg
703a Alle schakelaars, contactdozen, enz. moeten voorzien zijn van de nodige afdekplaten.
Links een open aftakdoos met zichtbare verbindingen en het uiteinde van een geleider, rechts dezelfde doos afgesloten met het deksel.
✗ Vastgesteld · Open doos met blootliggende verbindingen en uiteinden van geleiders ✓ Wat de regel vraagt · Aftakdoos afgesloten met het deksel

Concreet

Schakelaars, stopcontacten of andere toestellen missen hun afdekplaat, waardoor de binnenkant van het toestel bereikbaar is.

Het risico

Zonder afdekplaat kunnen delen onder spanning rechtstreeks aangeraakt worden, bijvoorbeeld door een kind, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat alle schakelaars, contactdozen en gelijkaardige toestellen de nodige afdekplaten hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2.3 Link naar deze uitleg
706 De verbindingen moeten uitgevoerd worden in de verdeelborden, de verbindingsdozen of aftakdozen, aan de klemmen van de schakelaars en contactdozen, in de plafondrozetten voor verlichting en aftakking.
Links een open aftakdoos met zichtbare verbindingen en het uiteinde van een geleider, rechts dezelfde doos afgesloten met het deksel.
✗ Vastgesteld · Open doos met blootliggende verbindingen en uiteinden van geleiders ✓ Wat de regel vraagt · Aftakdoos afgesloten met het deksel

Concreet

Verbindingen tussen geleiders zijn buiten de voorziene plaatsen gemaakt, zonder doos of bord.

Het risico

Zo'n vliegende verbinding kan ongemerkt loskomen of opwarmen, met brandgevaar, en delen onder spanning bereikbaar laten.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat verbindingen gemaakt worden in verdeelborden, verbindings- of aftakdozen, aan de klemmen van schakelaars en contactdozen of in de plafondrozetten voor verlichting.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.6 Link naar deze uitleg
704 De invoer van de kabels in het elektrisch materiaal dient herzien te worden.
Links kabels die een kast binnenkomen via een te grote, ruwe opening, rechts komt elke kabel binnen via een invoer op maat.
✗ Vastgesteld · Kabels ingevoerd door een te grote, ruwe opening ✓ Wat de regel vraagt · Elke kabel ingevoerd via een aangepaste, passende invoer

Concreet

De manier waarop kabels in toestellen of dozen binnenkomen, is niet correct: een ongeschikte invoer, een mantel die vóór de doos stopt of een kabel die op de opening trekt.

Het risico

Door een slechte kabelinvoer kan de isolatie beschadigd raken of een aansluiting loskomen, met gevaar voor een elektrische schok of oververhitting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat kabels zo in het elektrisch materieel ingevoerd worden dat ze beschermd blijven en hun aansluitingen niet belast worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.1 Link naar deze uitleg
722 De verbindingen dienen verwezenlijkt te worden in borden, verbindings- of aftakdozen, aan de klemmen van schakelaars, contactdozen of verlichtingsarmaturen.
Links een open aftakdoos met zichtbare verbindingen en het uiteinde van een geleider, rechts dezelfde doos afgesloten met het deksel.
✗ Vastgesteld · Open doos met blootliggende verbindingen en uiteinden van geleiders ✓ Wat de regel vraagt · Aftakdoos afgesloten met het deksel

Concreet

Verbindingen tussen geleiders zijn buiten de voorziene plaatsen gemaakt, bijvoorbeeld losse aftakkingen zonder doos.

Het risico

Buiten een doos of bord kan een verbinding loskomen en ongezien opwarmen, met brandgevaar, en kunnen delen onder spanning bereikbaar blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat verbindingen gemaakt worden in kasten, borden, verbindings- of aftakdozen, aan de klemmen van schakelaars en contactdozen of in verlichtingsarmaturen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.6.1. Link naar deze uitleg
705b Contactdozen met kinderbeveiliging voorzien.
Links een contactdoos met open contactopeningen, rechts een contactdoos met kinderbeveiliging die de openingen afsluit.
✗ Vastgesteld · Contactdoos zonder kinderbeveiliging ✓ Wat de regel vraagt · Contactdoos met kinderbeveiliging in de openingen

Concreet

Sommige stopcontacten hebben geen kinderbeveiliging, dus geen schuifjes die verhinderen dat men een voorwerp in de openingen van het stopcontact steekt.

Het risico

Zonder die schuifjes kan een kind een metalen voorwerp in een stopcontact steken en een deel onder spanning raken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt stopcontacten met kinderbeveiliging, die de toegang tot delen onder spanning verhindert.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.2.a. · 4.2.2.3. Link naar deze uitleg
723a Het gebruik van stekkerdozen en/of verlengkabels in vaste opstelling is niet toegelaten.

Op verslagen genummerd als 112.774: code 723

Links voeden twee stekkerdozen in cascade een wasmachine en een koelkast, rechts is elk toestel aangesloten op een eigen contactdoos in de muur.
✗ Vastgesteld · Stekkerdozen in cascade op elkaar aangesloten ✓ Wat de regel vraagt · Elk vast toestel rechtstreeks aangesloten op een contactdoos in de muur

Concreet

De inspecteur stelde vast dat stekkerdozen of verlengkabels als vaste bekabeling gebruikt worden, bijvoorbeeld aan de muur bevestigd om toestellen blijvend te voeden.

Het risico

Bij permanent gebruik kan een stekkerdoos overbelast raken en opwarmen, met brandgevaar, en de soepele kabels zijn kwetsbaarder voor schade.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat niet toe dat stekkerdozen of verlengkabels in vaste opstelling gebruikt worden, als blijvend deel van de installatie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.4.7 Link naar deze uitleg
701 Kring(en) met stopcontacten, de sectie van de geleiders dient min. 2,5 mm² te zijn.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat minstens één kring met stopcontacten bedraad is met geleiders met een doorsnede van minder dan 2,5 mm².

Het risico

Te dunne geleiders kunnen oververhitten wanneer de aangesloten toestellen veel verbruiken, wat de isolatie beschadigt en brand kan veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat kringen met stopcontacten uitgevoerd worden met geleiders met een doorsnede van minstens 2,5 mm².

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.1.2. Link naar deze uitleg
725 De contactdozen voorzien van een aardingscontact moeten verbonden worden via de beschermingsgeleider met de algemene aardingsinstallatie.
Een contactdoos in vooraanzicht en zijaanzicht, links met de aardingsklem zonder geleider, rechts met een geel-groene geleider aangesloten op die klem.
✗ Vastgesteld · Aardingsklem van de contactdoos zonder beschermingsgeleider ✓ Wat de regel vraagt · Geel-groene beschermingsgeleider aangesloten op de aardingsklem

Concreet

Stopcontacten met een aardingscontact zijn niet via de beschermingsgeleider verbonden met de algemene aardingsinstallatie.

Het risico

Zo'n stopcontact lijkt geaard maar is het niet: bij een fout in een toestel wordt de stroom niet afgevoerd en is een elektrische schok mogelijk.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat stopcontacten met een aardingscontact via de beschermingsgeleider verbonden zijn met de algemene aardingsinstallatie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.2.b. Link naar deze uitleg
707a Het elektrisch materiaal geïnstalleerd in de badkamer(s) of douchekamer is niet aangepast aan het volume waarin het geïnstalleerd is.
Doorsnede van een badkamer, links met een contactdoos vlak bij het bad, rechts met de volumes 0, 1 en 2 aangeduid en de contactdoos erbuiten.
✗ Vastgesteld · Contactdoos vlak bij het bad ✓ Wat de regel vraagt · Contactdoos buiten de volumes 0, 1 en 2

Concreet

In een badkamer of douchekamer bakent het AREI volumes af rond het bad of de douche. Elektrisch materieel voldoet niet aan de eisen van het volume waarin het staat.

Het risico

Water en elektriciteit vormen een gevaarlijke combinatie: ongeschikt materieel in die zones verhoogt het risico op een elektrische schok sterk.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel in een badkamer of douchekamer aangepast is aan het volume waarin het geïnstalleerd is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.1.3.1 Link naar deze uitleg
714 Het gesmolten, verbrande of gebroken elektrisch materiaal moet vervangen worden en de oorzaak moet opgespoord en verholpen worden.

Concreet

De inspecteur zag gesmolten, verbrand of gebroken elektrisch materieel, een teken van oververhitting, een slechte verbinding of een schok.

Het risico

Gesmolten of verbrand materieel wijst op een fout die zich kan herhalen, met brandgevaar, en gebroken onderdelen kunnen delen onder spanning bereikbaar maken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat dit materieel vervangen wordt en dat de oorzaak van de schade opgespoord en weggenomen wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4 Link naar deze uitleg
716 Materiaal voorzien in gewone lokalen waarvan de omhulsels minstens beschermingsgraad IP2X (IPXX-B) hebben en voor publieke lokalen minstens IP4X (IPXX-D).

Concreet

Omhulsels halen de minimale beschermingsgraad niet: IP2X (IPXX-B) in gewone lokalen, waar een vinger geen deel onder spanning mag raken, en IP4X (IPXX-D) in publieke lokalen.

Het risico

Door een onvoldoende omhulsel kan men, al dan niet bewust, delen onder spanning aanraken, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt omhulsels van minstens IP2X (IPXX-B) in gewone lokalen en minstens IP4X (IPXX-D) in publieke lokalen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.4. · 4.2.2.3. · 4.2.2.2. Link naar deze uitleg
720 Het elektrisch materiaal is niet geplaatst conform de voorschriften van de fabrikant.

Concreet

Elektrisch materieel is geïnstalleerd zonder de montagevoorschriften van de fabrikant te volgen, bijvoorbeeld voor de bevestiging, de positie, de aansluiting of de verluchting.

Het risico

Is een toestel anders gemonteerd dan voorzien, dan kan het slecht werken, oververhitten of zijn beveiligingen verliezen, met gevaar voor brand of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel geplaatst wordt volgens de voorschriften van de fabrikant.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.102.8.2 Link naar deze uitleg
710 Opbouw schakelaars en stopcontacten is niet toegelaten op brandbaar ondergrond.

Concreet

Opbouwschakelaars of -stopcontacten zijn rechtstreeks op een brandbare ondergrond bevestigd, zoals hout.

Het risico

Bij een slecht contact of een fout kan het materiaal opwarmen of vonken, waardoor de brandbare ondergrond vuur kan vatten.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat opbouwschakelaars en -stopcontacten niet rechtstreeks op een brandbare ondergrond toe.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.3.3.5 Link naar deze uitleg
713 De materialen zijn niet gekozen in functie van de uitwendige invloedsfactoren.

Concreet

Elektrisch materieel is niet aangepast aan de omstandigheden van de plaats waar het zich bevindt, zoals vocht, stof of een buitenopstelling, die het AREI uitwendige invloeden noemt.

Het risico

Ongeschikt materieel kan vocht of stof binnenlaten, met gevaar voor kortsluiting, corrosie, een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het materieel gekozen wordt in functie van de uitwendige invloeden van de plaats waar het geïnstalleerd is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.4. Link naar deze uitleg
726 Penautomaten en zekeringen mogen niet onderling uitwisselbaar zijn. De houders van smeltveiligheden en automaten zijn niet voorzien van kalibreerelementen.

Concreet

De houders van smeltveiligheden en automaten hebben geen kalibreerelementen: beveiligingen met verschillende kalibers blijven er onderling uitwisselbaar.

Het risico

Wordt er ooit een te zware zekering geplaatst, dan is de bedrading niet meer correct tegen overbelasting beveiligd en kan ze oververhitten zonder dat de beveiliging ingrijpt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat smeltveiligheden en penautomaten van verschillende kalibers niet onderling uitwisselbaar zijn, door kalibreerelementen op hun houders.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5.a. Link naar deze uitleg
719 Elektrische uitrustingen mogen niet op brandbare materialen bevestigd worden zonder hun montageplaten.

Concreet

Elektrische uitrustingen zijn rechtstreeks op een brandbaar materiaal bevestigd, zoals hout, zonder hun montageplaat, die ze van die ondergrond moet scheiden.

Het risico

Bij opwarming of een fout kan het brandbare materiaal vuur vatten.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat niet toe dat elektrische uitrustingen zonder hun montageplaat op brandbare materialen bevestigd worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.3.3 Link naar deze uitleg
715 Niet-gebruikte wartels moeten behoorlijk afgesloten worden.

Concreet

Wartels, de kabelinvoeren van kasten of materieel, zijn niet in gebruik en staan open.

Het risico

Via een open invoer kunnen stof, vocht of kleine voorwerpen bij delen onder spanning komen, met gevaar voor kortsluiting of onbedoelde aanraking.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat niet-gebruikte wartels behoorlijk afgesloten zijn, zodat het omhulsel zijn bescherming behoudt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2 · 4.2.3 Link naar deze uitleg
702 Het elektrisch materieel is niet geschikt voor de Belgische markt.

Concreet

Bepaald elektrisch materieel is niet bestemd voor de Belgische markt, bijvoorbeeld stopcontacten of schakelmateriaal dat in een ander land gekocht werd.

Het risico

Dat materieel past mogelijk niet bij de stekkers en de aarding die in België gebruikt worden: het aardingscontact werkt dan misschien niet, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt elektrisch materieel dat voldoet aan de eisen die in België gelden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.8.1 Link naar deze uitleg
705 De in de wand ingebouwde schakelaars en contactdozen moeten in passende inbouwdozen geplaatst worden.

Concreet

Inbouwschakelaars of -stopcontacten zijn rechtstreeks in de wand geplaatst, zonder passende inbouwdoos.

Het risico

Zonder passende doos zit het toestel niet stevig en kunnen de geleiders tegen de wand schuren en beschadigd raken, met gevaar voor een elektrische schok en oververhitting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat in de wand ingebouwde schakelaars en contactdozen in passende inbouwdozen zitten.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.2. · 5.3.5.4. Link naar deze uitleg
711 Per wartel (contactdozen, schakelaars, verbindingsdoos of aftakdoos) is slechts één elektrische kabel toegelaten.

Concreet

Meerdere kabels lopen door één wartel, de invoer die de kabel klemt aan een stopcontact, schakelaar of verbindings- of aftakdoos.

Het risico

Met meerdere kabels klemt en dicht de wartel niet goed af: de mantel kan beschadigd raken en vocht of stof kan binnendringen, met gevaar voor kortsluiting.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat slechts één elektrische kabel per wartel toe.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.6.1 Link naar deze uitleg
723 Hoogte wandcontactdozen niet gerespecteerd, as derhulzen bij droge lokalen =min. 15cm, bij vochtige lokalen =min. 25cm.

Concreet

Wandcontactdozen zijn te laag geplaatst: de as van de contactbussen ligt minder dan 15 cm boven de vloer in een droog lokaal, of minder dan 25 cm in een vochtig lokaal.

Het risico

Te dicht bij de vloer kan een stopcontact in contact komen met schoonmaakwater, een lek of wateroverlast, met gevaar voor kortsluiting of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de as van de contactbussen van wandcontactdozen minstens 15 cm boven de vloer ligt in droge lokalen en minstens 25 cm in vochtige lokalen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.2. Link naar deze uitleg
724 In huishoudelijke installaties, zijn de schakel- en verdeelborden gemakkelijk bereikbaar zonder speciale middelen.

Concreet

In de woning is het schakel- en verdeelbord niet gemakkelijk bereikbaar zonder speciale middelen, bijvoorbeeld omdat het versperd is of te hoog hangt.

Het risico

Als het bord moeilijk bereikbaar is, kan de stroom in een noodgeval niet snel uitgeschakeld worden, en worden onderhoud en controle bemoeilijkt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat in huishoudelijke installaties de schakel- en verdeelborden gemakkelijk bereikbaar zijn, zonder speciale middelen.

Bij wie terecht · De bewoner of de eigenaar, en zo nodig een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.1.c. Link naar deze uitleg
708 Elke schakelaar die een contactdoos met een nominale stroom groter dan 16 A bedient, moet de actieve geleiders onderbreken.

Concreet

Bij een stopcontact van meer dan 16 A, voor krachtige toestellen, onderbreekt de bedieningsschakelaar de actieve geleiders niet.

Het risico

Als de schakelaar de actieve geleiders niet onderbreekt, blijft een deel van de kring onder spanning terwijl alles uitgeschakeld lijkt, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke schakelaar die een stopcontact van meer dan 16 A bedient, de actieve geleiders onderbreekt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.4. · L3: 5.3.5.4. Link naar deze uitleg
727 De circuit(s) met verlichting moet(en) worden uitgevoerd met geleiders die een minimale doorsnede hebben van 1,5 mm².

Concreet

De inspecteur stelde vast dat minstens één verlichtingskring bedraad is met geleiders met een doorsnede van minder dan 1,5 mm².

Het risico

Te dunne geleiders warmen meer op wanneer er stroom door vloeit, wat de isolatie kan beschadigen en op termijn brand kan veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat verlichtingskringen uitgevoerd worden met geleiders met een doorsnede van minstens 1,5 mm².

Bij wie terecht · Een elektricien.

718 Op materiaal en omhulsels met dubbele isolatie mogen enkel isolerende wartels en stoppen gebruikt worden.

Concreet

Op materieel met dubbele isolatie (klasse II), dat zonder aarding veilig hoort te zijn, zijn wartels of stoppen niet isolerend, bijvoorbeeld van metaal.

Het risico

Door het omhulsel heen kan een geleidend onderdeel bij een inwendige fout onder spanning komen en, zonder aarding, een elektrische schok veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat op materieel en omhulsels met dubbele isolatie enkel isolerende wartels en stoppen toe.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.2 · 5.2.6.1 Link naar deze uitleg
717 Wanneer de onderbreking van een kring door een eenpolige schakelaar geschiedt, moet de fase en niet de nulgeleider door deze schakelaar onderbroken worden.

Concreet

Op een kring die bediend wordt door een eenpolige schakelaar, die maar één draad onderbreekt, wordt de nulgeleider onderbroken in plaats van de fase.

Het risico

Als de schakelaar de nulgeleider onderbreekt, blijft het toestel of de verlichting onder spanning, ook in de uit-stand, bijvoorbeeld bij het vervangen van een lamp.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een eenpolige schakelaar de fase onderbreekt, en niet de nulgeleider.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.4. · L3: 5.3.5.4. Link naar deze uitleg
730 De beschermingsgraad van het elektrisch materieel in de sauna is lager dan IPX4.

Concreet

In de sauna heeft het elektrisch materieel een beschermingsgraad lager dan IPX4: het is onvoldoende beschermd tegen opspattend water.

Het risico

Water kan in het materieel binnendringen en delen onder spanning bereiken, met gevaar voor kortsluiting of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel van een sauna minstens beschermingsgraad IPX4 heeft.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.3.4.1. Link naar deze uitleg
709 Toestellen met enkel basisisolatie en zonder aardingsvoorziening (klasse 0) zijn niet toegelaten in huishoudelijke installaties.

Concreet

Bij de keuring werden een of meer toestellen van klasse 0 aangetroffen: ze hebben enkel een basisisolatie en geen aardingsvoorziening. Het gaat vaak om oudere toestellen.

Het risico

Als de isolatie van zo'n toestel achteruitgaat, kan de behuizing onder spanning komen zonder dat de aarding kan ingrijpen.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt toestellen van klasse 0 in huishoudelijke en gelijkgestelde installaties.

Bij wie terecht · De gebruiker of de eigenaar van het toestel, en zo nodig een elektricien.

Referentie · L1: 2.4.3. · 4.2.4.3. · L3: 2.4.3. Link naar deze uitleg
712a Er zijn meer dan 8 punten (enkel en/of meervoudig) op één stroombaan.

Concreet

Meer dan 8 punten, zoals enkelvoudige of meervoudige stopcontacten, zijn op eenzelfde stroombaan aangesloten.

Het risico

Te veel punten op één stroombaan verhogen het risico op overbelasting: de geleiders kunnen opwarmen en de beveiliging kan herhaaldelijk uitschakelen.

Wat de regel vraagt

Het AREI beperkt het aantal enkelvoudige of meervoudige stopcontacten op eenzelfde stroombaan tot 8.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.2. Link naar deze uitleg
733 Het principe van de uitvoering van het aangekondigde TN-S-schema is niet correct toegepast: de Neuter geleider moet na de scheiding aan de bron apart blijven van de beschermingsgeleider (PE).

Concreet

De installatie wordt als TN-S-systeem aangegeven, maar dat systeem is niet correct toegepast: na hun scheiding aan de bron blijven de nulgeleider en de beschermingsgeleider niet overal gescheiden.

Het risico

Als nulgeleider en beschermingsgeleider verderop weer samenkomen, kan er stroom door de beschermingsgeleider vloeien en kunnen metalen delen onder spanning komen te staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat in een TN-S-systeem de nulgeleider en de beschermingsgeleider (PE) na hun scheiding aan de bron over hun hele traject gescheiden blijven.

Bij wie terecht · Een elektricien.

728 De contactdozen waarvan het aardingscontact gebroken of verwijderd werd, zijn niet meer conform de CE-markering en zijn niet toegelaten; zij moeten vervangen worden.

Concreet

Bij sommige stopcontacten is de aardingspen afgebroken of verwijderd. Een zo aangepast stopcontact komt niet meer overeen met het CE-gemarkeerde materieel en is niet toegelaten.

Het risico

Zonder aardingspen is het aangesloten toestel niet meer geaard: bij een fout kunnen zijn metalen delen onder spanning blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat geen stopcontact toe waarvan het aardingscontact gebroken of verwijderd is: enkel intacte stopcontacten die aan hun CE-markering beantwoorden, zijn toegelaten.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 1.4.1.1. · L1: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
712 Minstens twee verlichtingskringen voorzien.

Concreet

De woning heeft maar één verlichtingskring, zodat alle verlichting van één enkele kring afhangt.

Het risico

Bij een fout of een uitschakeling valt alle verlichting in één keer uit, wat tot vallen of gevaarlijke situaties kan leiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt minstens twee afzonderlijke verlichtingskringen in een wooneenheid met meer dan twee lokalen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.2. Link naar deze uitleg
729 In de sauna is elektrisch materieel geplaatst dat er niet toegelaten is (enkel de verwarmingstoestellen met hun bedieningsinrichtingen, de verlichtingstoestellen, hun aansluitleidingen en de aansluitdozen zijn er toegelaten).

Concreet

In de sauna is elektrisch materieel geplaatst dat er niet toegelaten is. Enkel de verwarmingstoestellen met hun bediening, de verlichtingstoestellen, hun aansluitleidingen en de aansluitdozen horen er thuis.

Het risico

Dat materieel is niet gemaakt voor de warmte en het vocht van een sauna: het kan beschadigd raken en een elektrische schok of brand veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat in een sauna enkel de verwarmingstoestellen met hun bedienings- en regelinrichtingen, de verlichtingstoestellen, hun aansluitleidingen en de aansluitdozen toe. Alle andere toestellen staan buiten de sauna.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.3.4.3. Link naar deze uitleg
731 De elektrische leidingen van de sauna zijn niet van klasse II (of gelijkwaardig) of hebben een metalen buitenomhulsel.

Concreet

De elektrische leidingen van de sauna zijn niet van klasse II of van een gelijkwaardige veiligheid, of ze hebben een metalen buitenomhulsel.

Het risico

In de warmte en het vocht van een sauna kan een onvoldoende isolatie of een metalen omhulsel bij een fout onder spanning komen en een elektrische schok veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de leidingen van een sauna een bijkomende isolatie hebben, van klasse II of van een gelijkwaardige veiligheid zijn en geen metalen buitenomhulsel hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.3.4.2. Link naar deze uitleg
732 Het elektrisch materieel in de volumes 3 en 4 van de sauna is niet bestand tegen een temperatuur van 125 °C.

Concreet

In de sauna is elektrisch materieel in de volumes 3 en 4, zones die het AREI onderscheidt volgens de temperatuur, niet bestand tegen een temperatuur van 125 °C.

Het risico

Materieel dat niet tegen de warmte van die zones bestand is, kan vervormen of zijn isolatie verliezen, met gevaar voor een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel in de volumes 3 en 4 van een sauna een temperatuur van 125 °C kan doorstaan.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.3.2.2. Link naar deze uitleg

Badkamer (12)

4007 De volume van de badkamer is niet gerespecteerd.
Doorsnede van een badkamer, links met een contactdoos vlak bij het bad, rechts met de volumes 0, 1 en 2 aangeduid en de contactdoos erbuiten.
✗ Vastgesteld · Contactdoos vlak bij het bad ✓ Wat de regel vraagt · Contactdoos buiten de volumes 0, 1 en 2

Concreet

In een badkamer gelden veiligheidsvolumes, zones rond het bad of de douche met elk hun eigen regels. Er staat materieel in een zone waar het niet toegelaten is.

Het risico

Elektrisch materieel dat te dicht bij water staat, stelt de bewoners bloot aan een risico op een elektrische schok of kortsluiting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het elektrisch materieel van een badkamer de veiligheidsvolumes en de regels van elk volume respecteert.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.1.4. Link naar deze uitleg
4005 De geplaatste elektrische materieel in de badkamer (stopcontact, licht,…) is niet in overeenstemming met zijn volume.

Concreet

Elektrisch materieel in de badkamer, zoals een stopcontact of verlichting, staat in een veiligheidsvolume waar het niet toegelaten of onvoldoende beschermd is.

Het risico

De nabijheid van water en elektriciteit kan een elektrische schok of kortsluiting veroorzaken, zeker met een natte huid.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het materieel in een badkamer voldoet aan de eisen van het volume waarin het staat.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.1 · L1: 7.1.4.3. Link naar deze uitleg
4000 De beschermingsgraad IP van het gebruikte elektrisch materiaal dat in de badkamer is geplaatst is niet aangepast aan het volume.

Concreet

Elektrisch materieel in de badkamer heeft niet de beschermingsgraad IP die vereist is voor het volume waarin het staat, dus een voldoende weerstand tegen vocht en waterspatten.

Het risico

Water kan in het materieel binnendringen en kortsluiting, een elektrische schok of oververhitting met brandgevaar veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI legt voor elk volume van de badkamer een minimale beschermingsgraad IP op, die het geplaatste materieel moet halen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.4. · L1:7.1. · L1:7.1.4.3 Link naar deze uitleg
707 De beschermingsgraad (IP) van het elektrisch materiaal geplaatst in de badkamer(s) aanpassen aan het volume waarin het geïnstalleerd is.

Concreet

Bij de keuring had elektrisch materieel in de badkamer een te lage beschermingsgraad IP voor zijn volume. De IP-code geeft de weerstand tegen stof en water aan, en de eis wordt strenger dicht bij bad of douche.

Het risico

Als water of damp in een toestel onder spanning binnendringt, kan dat kortsluiting, een beginnende brand of een elektrische schok veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beschermingsgraad IP van het materieel in een badkamer aangepast is aan het volume waarin het geïnstalleerd is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.1.3.1 Link naar deze uitleg
4008 De volume(s) in de ruimte(n) met een zwembad worden niet gerespecteerd.

Concreet

Net zoals een badkamer is een ruimte met een zwembad opgedeeld in volumes, zones rond het bad die bepalen welk elektrisch materieel er mag staan en met welke bescherming. De inspecteur stelde vast dat die volumes niet gerespecteerd worden.

Het risico

Rond een zwembad zijn mensen nat en vaak blootsvoets: een elektrische fout houdt er een groter risico op een elektrische schok in.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat in een ruimte met een zwembad het elektrisch materieel in elk volume voldoet aan de eisen van dat volume.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 7.100 Link naar deze uitleg
4004 Toestellen van klasse 1 (bv. wasmachine…) dienen buiten het volume 2 opgesteld te worden.

Concreet

In de badkamer staat een toestel van klasse I, waarvan de veiligheid steunt op de aarding van de metalen behuizing, zoals een wasmachine, in volume 2.

Het risico

Als de isolatie van het toestel achteruitgaat, kan de behuizing gevaarlijk worden bij aanraking, en in een vochtige zone is het risico op een elektrische schok groter.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat toestellen van klasse I, zoals een wasmachine, buiten volume 2 opgesteld worden.

Bij wie terecht · De bewoner of de eigenaar, en zo nodig een elektricien.

Referentie · L1: 7.1.5.3. Link naar deze uitleg
626 In éénfasige stroombanen van huishoudelijke installaties, is de bescherming tegen overstroom niet voorzien op de twee actieve geleiders.

Concreet

In de huishoudelijke installatie werkt de beveiliging tegen overstroom op eenfasige stroombanen maar op één van de twee actieve geleiders.

Het risico

Op de niet-beveiligde geleider wordt een overbelasting of kortsluiting mogelijk niet onderbroken, en kunnen de kabels oververhitten, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat in huishoudelijke installaties de beveiliging tegen overstroom van eenfasige stroombanen op beide actieve geleiders werkt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.4.2. Link naar deze uitleg
4006 De installatie van vast elektrisch materieel bestemd voor de voeding of bescherming van andere lokalen is verboden in de volumes 0,1, 1bis en 2.

Concreet

Vast elektrisch materieel dat dient om andere lokalen te voeden of te beveiligen, bijvoorbeeld een aftakdoos voor een andere ruimte, bevindt zich in de volumes 0, 1, 1bis of 2 van de badkamer.

Het risico

Elk bijkomend elektrisch element in de zones die aan water blootstaan, verhoogt het risico op een fout, kortsluiting of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt in de volumes 0, 1, 1bis en 2 vast elektrisch materieel dat bestemd is voor de voeding of de beveiliging van andere lokalen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.1.5.3a Link naar deze uitleg
4002 Bijkomende equipotentiale verbindingen in volumes 0 tot 3 ontbreken, zijn onvolledig of doorsnede is onvoldoende.

Op verslagen genummerd als 112.774: code 305

Concreet

In de badkamer ontbreekt de bijkomende equipotentiaalverbinding, die de metalen delen van de volumes 0 tot 3 onderling en met de aarding verbindt, of ze is onvolledig of heeft een te kleine doorsnede.

Het risico

Zonder die verbinding kan bij een fout een gevaarlijke spanning ontstaan tussen twee metalen delen die men tegelijk aanraakt, in een vochtige ruimte.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt in de volumes 0 tot 3 van de badkamer bijkomende equipotentiaalverbindingen die volledig zijn en een voldoende doorsnede hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.4.2 · L1:7.1.4.4 Link naar deze uitleg
4001 Er zijn leidingen met metalen omhulsel/pantsering gebruikt in de badkamer.

Concreet

In de badkamer zijn leidingen met een metalen omhulsel of pantsering gebruikt, wat daar niet toegelaten is.

Het risico

Als een fout dat metalen omhulsel onder spanning zet, riskeert wie het aanraakt, in een badkamer vaak met een vochtige huid, een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat in een badkamer geen leidingen met een metalen omhulsel of pantsering toe.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.1.5.2. Link naar deze uitleg
4003 Veiligheidstransformators moeten buiten zones 1 en 2 geplaatst worden.

Concreet

In de badkamer staat een veiligheidstransformator, die de spanning verlaagt om bijvoorbeeld verlichting op zeer lage spanning te voeden, in volume 1 of 2.

Het risico

Ook al levert hij een veilige spanning, de transformator zelf hangt aan het net: blootgesteld aan waterspatten kan hij een elektrische schok of kortsluiting veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat veiligheidstransformatoren buiten de volumes 1 en 2 geplaatst worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.1.3. Link naar deze uitleg
4009 De differentieelinrichting die de stroombanen van de badkamer beveiligt, moet buiten de badkamer geïnstalleerd worden.

Concreet

Bij de keuring bevond de differentieelschakelaar die de stroombanen van de badkamer beveiligt, zich in de badkamer zelf.

Het risico

Blootgesteld aan het vocht van de badkamer kan dit beveiligingstoestel achteruitgaan of met natte handen bediend worden, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de differentieelschakelaars die de stroombanen van een badkamer beveiligen, buiten de badkamer geplaatst worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.1.4.3. Link naar deze uitleg

Leidingen (27)

808a De geleiders van het type VOB moeten in daarvoor bestemde buizen geïnstalleerd worden; plaatsing in kabelgoten is enkel toegelaten indien deze volle wanden hebben en een deksel dat enkel met een werktuig kan worden geopend.
Links drie geïsoleerde geleiders rechtstreeks op de muur, rechts dezelfde geleiders in een buis.
✗ Vastgesteld · Geïsoleerde geleiders zonder buis op de muur ✓ Wat de regel vraagt · Dezelfde geleiders in een buis

Concreet

Geleiders van het type VOB, draden met enkel een basisisolatie, liggen niet in daarvoor bestemde buizen, of liggen in kabelgoten zonder volle wanden of met een deksel dat zonder werktuig opengaat.

Het risico

Zonder aangepast omhulsel kan de enkele isolatie van die draden beschadigd of aangeraakt worden, met gevaar voor een elektrische schok of kortsluiting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat VOB-geleiders in daarvoor bestemde buizen liggen. Een kabelgoot is enkel toegelaten met volle wanden en een deksel dat alleen met een werktuig opengaat.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.9.3. · L1: 5.2.9.6. Link naar deze uitleg
803a De leidingen moeten over hun gehele traject bevestigd worden met aangepaste bevestigingsmiddelen.

Op verslagen genummerd als 112.774: code 803

Links een opbouwcontactdoos die half loskomt van de muur met een loshangende kabel, rechts dezelfde contactdoos bevestigd en de kabel vastgezet langs de muur.
✗ Vastgesteld · Contactdoos half los van de muur, kabel hangt los ✓ Wat de regel vraagt · Contactdoos bevestigd, kabel over het hele traject vastgezet

Concreet

Elektrische leidingen zijn niet of slecht bevestigd over hun traject: kabels hangen los of liggen er zomaar bij.

Het risico

Losse kabels kunnen blijven haken, uitgetrokken of geplet worden: de aansluitingen komen los en de isolatie raakt beschadigd, met gevaar voor kortsluiting of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de leidingen over hun hele traject bevestigd zijn met aangepaste bevestigingsmiddelen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.1.5 Link naar deze uitleg
801 De kabels van het type naast-elkaar (VTLmB), platte kabel onder PVC-mantel (LMVVR), COAX, VVT, H05VVF, H07RN-F en R2V (NF) zijn verboden en moeten vervangen worden door kabels van het type XVB.
Links een platte kabel met twee geleiders naast elkaar, rood doorstreept, rechts een ronde kabel met mantel en zijn geleiders.
✗ Vastgesteld · Platte kabel met geleiders naast elkaar ✓ Wat de regel vraagt · Ronde kabel met mantel, van een toegelaten type

Concreet

De vaste installatie bevat kabels van een type dat er niet toegelaten is: naast-elkaarkabel (VTLmB), platte kabel onder pvc-mantel (LMVVR), COAX, VVT, H05VVF, H07RN-F of R2V.

Het risico

Die kabels bieden niet de vereiste garanties voor een vaste installatie, qua isolatie of stevigheid, en kunnen opwarmen of verslijten, met gevaar voor brand of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt die kabeltypes in de vaste installatie en vraagt dat ze vervangen worden door kabels van een type dat voor dat gebruik toegelaten is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.1.2 Link naar deze uitleg
816 De niet-gebruikte geleiders moeten verwijderd of aan hun uiteinden geïsoleerd worden.
Links een open aftakdoos met zichtbare verbindingen en het uiteinde van een geleider, rechts dezelfde doos afgesloten met het deksel.
✗ Vastgesteld · Open doos met blootliggende verbindingen en uiteinden van geleiders ✓ Wat de regel vraagt · Aftakdoos afgesloten met het deksel

Concreet

De inspecteur zag draden die niet meer gebruikt worden en nergens op aangesloten zijn, met uiteinden die niet geïsoleerd zijn.

Het risico

Zo'n blootliggende draad kan onder spanning staan of komen, met gevaar voor een elektrische schok bij aanraking of voor kortsluiting bij contact met andere delen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat niet-gebruikte geleiders verwijderd of aan hun uiteinden geïsoleerd worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.1.3 Link naar deze uitleg
811 De kabels van het type XVB, VVB, XGB en/of VGVB moeten mechanisch beschermd worden tot op minimale hoogte van 10 cm boven vloerniveau.

Concreet

Kabels van het type XVB, VVB, XGB of VGVB zijn niet mechanisch beschermd tot minstens 10 cm boven het vloerniveau.

Het risico

Vlak boven de vloer kan een kabel geraakt worden door een meubel, een stofzuiger of voorbijgangers: beschadigde isolatie kan delen onder spanning blootleggen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die kabels mechanisch beschermd zijn tot een hoogte van minstens 10 cm boven het vloerniveau.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.1.5. Link naar deze uitleg
818 Geleiders die aangetast zijn door overbelasting/slecht contact, dient men te vervangen.

Concreet

De inspecteur zag geleiders waarvan de isolatie door warmte beschadigd is, met verkleuring of smeltsporen, als gevolg van een slecht contact of overbelasting.

Het risico

Door warmte beschadigde isolatie blijft zwak: het risico op kortsluiting en brand blijft bestaan, zeker omdat de oorzaak van de opwarming nog aanwezig kan zijn.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt leidingen in goede staat: leidingen die door een slecht contact of overbelasting beschadigd zijn, moeten vervangen worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.6.1. Link naar deze uitleg
817 Elektrische leidingen zijn niet ingevoerd, zodat een continue bescherming verzekerd is.

Concreet

Op de plaatsen waar kabels een kast, doos of toestel binnengaan, verzekert de invoer geen continue bescherming: de mantel stopt te vroeg of de doorvoer is niet aangepast.

Het risico

Ter hoogte van die doorvoeren kunnen de geleiders beschadigd raken door wrijving of een scherpe rand, met gevaar voor kortsluiting of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de leidingen zo in het materieel ingevoerd worden dat de bescherming tot binnenin ononderbroken blijft.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.6.1. Link naar deze uitleg
814 De kabel(s) XVB, VVB en/of C/VGVB mechanisch beschermen op blootgestelde plaatsen, tot een minimale hoogte van 10 cm boven het vloerpeil.

Concreet

Op blootgestelde plaatsen zijn kabels van het type XVB, VVB of C/VGVB niet mechanisch beschermd tot minstens 10 cm boven het vloerpeil.

Het risico

Vlak boven de vloer kan een kabel geraakt worden bij het schoonmaken, het verschuiven van meubels of het voorbijlopen, en beschadigde isolatie kan delen onder spanning blootleggen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die kabels op blootgestelde plaatsen mechanisch beschermd zijn tot een hoogte van minstens 10 cm boven het vloerpeil.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.1.5. Link naar deze uitleg
810 De kleurencode van de leidingen dient gerespecteerd te worden. De voormelde kleurcombinatie dient aanwezig te zijn over de gehele lengte van de geïsoleerde geleieder.

Concreet

Sommige geleiders respecteren de kleurencode niet, of hun kleur is niet over hun hele lengte aanwezig, met bijvoorbeeld enkel een markering aan de uiteinden.

Het risico

Foute kleuren kunnen wie aan de installatie werkt misleiden, en een verkeerde aansluiting kan een elektrische schok veroorzaken of een toestel zijn bescherming ontnemen.

Wat de regel vraagt

Het AREI legt een kleurencode op waarmee de functie van elke geleider herkend wordt, met een kleur die over de hele lengte van de geïsoleerde geleider aanwezig is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.6.2. Link naar deze uitleg
802 De kabel geplaatst in holle wanden is niet van klasse Cca.

Concreet

In holle wanden, zoals lichte wanden met een lege ruimte erin, ligt een kabel die niet van klasse Cca is, een brandklasse die de verspreiding van vlammen beperkt.

Het risico

Binnen een holle wand kan een brand zich ongezien ontwikkelen, en een kabel die niet aan die klasse voldoet, kan hem verspreiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat kabels in holle wanden van klasse Cca zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.7.3 Link naar deze uitleg
821 De dubbele isolatie (klasse II) moet over de volledige lengte van de kabel worden gehandhaafd, inclusief op het punt van doorvoer in een kast, een toestel of een omhulsel.

Concreet

Op de plaats waar een kabel met dubbele isolatie een kast, toestel of omhulsel binnengaat, is de buitenmantel te vroeg verwijderd. De dubbele isolatie is daardoor niet tot het einde verzekerd.

Het risico

Waar nog maar één isolatielaag overblijft, kan een beschadiging metalen delen onder spanning zetten of rechtstreeks contact mogelijk maken, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de dubbele isolatie (klasse II) over de volledige lengte van de kabel behouden blijft, ook op het punt waar hij een kast, toestel of omhulsel binnengaat.

Bij wie terecht · Een elektricien.

806 De leiding (type) is niet in overeenstemming met de aanwezige bijzondere uitwendige invloedsfactoren.

Concreet

Op sommige plaatsen is het geplaatste leidingtype niet geschikt voor de omstandigheden ter plaatse, die het AREI uitwendige invloeden noemt, zoals vocht, warmte of stoten.

Het risico

Wanneer een leiding niet tegen haar omgeving bestand is, verslijt ze sneller: de isolatie kan aangetast raken, met gevaar voor kortsluiting, brand of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het leidingtype gekozen wordt in functie van de uitwendige invloeden op de plaats waar de leiding ligt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.4. & 9.1.6. Link naar deze uitleg
802a De bedrading uitgevoerd in nappe en/of in bundel is niet van klasse Cca.

Concreet

Gegroepeerde kabels, naast elkaar in een vlak of samen in een bundel, zijn niet van klasse Cca, een brandklasse die de verspreiding van de vlam beperkt.

Het risico

Bij een beginnende brand kunnen gegroepeerde kabels van een lagere klasse de vlammen snel langs hun traject verspreiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat kabels die naast elkaar of in bundel geplaatst zijn, van klasse Cca zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.7.3 Link naar deze uitleg
805 De kleurencombinatie voor de PE of PEN geleider dient geel/groen te zijn.

Concreet

Beschermingsgeleiders (PE) of PEN-geleiders zijn niet gekenmerkt door de kleurencombinatie geel-groen.

Het risico

Is de aardingsdraad slecht herkenbaar, dan kan hij bij werken verward worden met een draad onder spanning, met gevaar voor een verkeerde aansluiting of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de beschermingsgeleider en de PEN-geleider gekenmerkt zijn door de kleurencombinatie geel-groen, die voor dat gebruik voorbehouden is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.6.2. Link naar deze uitleg
809 Bij aansluiting van meeraderige kabels dient men aangepaste adereindhulzen te gebruiken.

Concreet

Soepele geleiders, opgebouwd uit vele fijne draadjes, zijn aangesloten zonder dat hun uiteinden verstevigd zijn.

Het risico

Als de draadjes los blijven, is het contact in de klem slecht en warmt het op, wat de isolatie kan doen smelten en brand kan veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de uiteinden van soepele geleiders verstevigd zijn, voor een veilige aansluiting in de klemmen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.6.1. · L1:1.4.1.2. Link naar deze uitleg
813 De kleurcode van de geleiders wordt niet gerespecteerd; de groene en/of gele geleider wordt als actieve geleider gebruikt.

Concreet

Groene of gele draden worden als actieve geleiders gebruikt, dus als draden die stroom voeren, als fase of als nulgeleider.

Het risico

Wie aan de installatie werkt, verwacht dat een draad in die kleuren bij de bescherming hoort: die verwarring kan een elektrische schok of een verkeerde aansluiting veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt een groene, gele of groen-gele geleider als actieve geleider te gebruiken, dus als fase of als nulgeleider.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.6.2 Link naar deze uitleg
807 Bij het gebruik van kabels type F1/Eca mogen deze niet in bundel geplaatst worden.

Concreet

Kabels van het type F1 of van klasse Eca, een basisklasse voor het brandgedrag, liggen samen in bundel.

Het risico

In bundel kunnen die kabels bij brand de vlammen snel van de ene naar de andere doorgeven.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt kabels van het type F1 of van klasse Eca in bundel te plaatsen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.7 · 5.2.7.2 Link naar deze uitleg
804 De onderbreking van de PEN of PE geleider is niet toegestaan.

Concreet

Op een plaats in de installatie is de beschermingsgeleider (PE) of de PEN-geleider onderbroken, bijvoorbeeld door een schakelaar, een zekering of een niet doorverbonden klem.

Het risico

Als de verbinding met de aarde wegvalt, kan de metalen behuizing van een defect toestel onder spanning komen zonder dat de beveiliging ingrijpt.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat geen enkele onderbreking van de beschermingsgeleider of de PEN-geleider toe, die ononderbroken moet doorlopen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.3.5. Link naar deze uitleg
803 Het plaatsen van elektrische leidingen in schoorstenen, ventilatie- of ontluchtingskokers is niet toegestaan.

Concreet

Elektrische leidingen lopen door een schoorsteen, een ventilatiekanaal of een ontrokingskanaal, wat niet toegelaten is.

Het risico

Warmte, rook of vocht in zo'n kanaal tast de isolatie van de kabels aan, met gevaar voor kortsluiting en brand, op een plaats waar niets te zien is.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt elektrische leidingen in schoorstenen en in ventilatie- of ontrokingskanalen te plaatsen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.8. Link naar deze uitleg
805a De elektrische leidingen (in opbouwmontage) verplaatsen op voldoende afstand van elke andere niet-elektrische leiding.

Op verslagen genummerd als 112.774: code 805

Concreet

Elektrische leidingen in opbouw lopen te dicht bij andere, niet-elektrische leidingen, zoals die van water, gas of verwarming.

Het risico

Vocht, een lek of de warmte van een naburige leiding kan de kabels beschadigen, en werken aan de ene leiding kunnen de andere beschadigen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elektrische leidingen op voldoende afstand van andere leidingen blijven, zodat werken aan de ene leiding de andere niet kunnen beschadigen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.8. · L3: 5.2.9.2. Link naar deze uitleg
823 De geleiders met rubber-isolatie bedekt met een textielvlechtwerk vertonen een verouderde, uitgedroogde en brosse isolatie die de basisbeveiliging tegen rechtstreekse aanraking en kortsluiting niet langer waarborgt.

Concreet

Oude geleiders met rubberisolatie en een textielvlechtwerk hebben een uitgedroogde en brosse isolatie. Men vindt ze vooral in zeer oude installaties.

Het risico

Wanneer de isolatie barst, beschermt ze niet meer tegen aanraking van delen onder spanning en tegen kortsluiting, met gevaar voor een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de isolatie van de geleiders blijvend beschermt tegen rechtstreekse aanraking en kortsluiting.

Bij wie terecht · Een elektricien.

815 Het gebruik van groene en/of gele geleider is verboden voor kringen die geen stuurkringen zijn.

Concreet

Volledig groene of volledig gele draden worden in gewone kringen gebruikt, terwijl die kleuren enkel in stuurkringen toegelaten zijn.

Het risico

Die kleuren doen denken aan de beschermingsgeleider: een groene of gele draad onder spanning kan wie aan de installatie werkt misleiden, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt groene of gele geleiders in kringen die geen stuurkringen zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.6.2 Link naar deze uitleg
822 De ondergrondse elektrische leidingen moeten over hun volledige ondergrondse lengte beschermd worden door een geaard beschermingsscherm of door een doorlopende mantelbuis, en zichtbaar en duurzaam gesignaleerd worden.

Concreet

Ondergrondse elektrische kabels zijn niet over hun volledige lengte beschermd, door een geaard beschermingsscherm of door een doorlopende mantelbuis, of ze zijn niet zichtbaar en duurzaam gesignaleerd.

Het risico

Bij graaf- of tuinwerken kan een slecht beschermde of niet gesignaleerde kabel geraakt worden, met gevaar voor een elektrische schok of kortsluiting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat ondergrondse kabels over hun volledige ondergrondse lengte beschermd zijn door een geaard beschermingsscherm of een doorlopende mantelbuis, en zichtbaar en duurzaam gesignaleerd worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.9.2. Link naar deze uitleg
819 De kabels, buizen, open en gesloten goten, kabelrekken en aftakdozen geplaatst zijn in een omgeving zoals vermeld in tabel 4.10 van boek 1 of een moeilijk evacueerbare ruimte bezitten niet de secundaire brandeigenschap a1,s1. Tevens zijn deze niet verzonken of bieden deze geen equivalent veiligheidsniveau.

Concreet

In een ruimte waar het AREI de rookontwikkeling bij brand beperkt, of in een moeilijk evacueerbare ruimte, hebben kabels, buizen, goten, kabelrekken of aftakdozen niet de eigenschap a1,s1 en zijn ze niet verzonken.

Het risico

Bij brand kan dat materiaal dichte en corrosieve rook ontwikkelen, wat de evacuatie van de aanwezigen en het werk van de hulpdiensten bemoeilijkt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het kabelmateriaal in die ruimten de eigenschap a1,s1 heeft, die rook en corrosieve gassen beperkt, of verzonken is, of een gelijkwaardig veiligheidsniveau biedt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.3.3.7. Link naar deze uitleg
812 De minimale diepte van de ondergrondse kabels is minder dan 60 cm.

Concreet

Ondergrondse kabels liggen minder dan 60 cm diep, terwijl dat de minimale diepte is voor ingegraven kabels.

Het risico

Te ondiep ingegraven kabels kunnen bij tuin- of graafwerken geraakt worden, met gevaar voor een elektrische schok of kortsluiting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat ondergrondse kabels in de regel op minstens 60 cm diepte ingegraven worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.3.3 Link naar deze uitleg
808 De ontdubbeling van de PEN geleider is niet conform.

Concreet

Op de plaats waar de PEN-geleider, die nulgeleider en bescherming combineert, gesplitst wordt in een afzonderlijke nulgeleider en beschermingsgeleider, is die ontdubbeling niet volgens de regels uitgevoerd.

Het risico

Door een slecht uitgevoerde ontdubbeling kan de aarding onbetrouwbaar worden: bij een fout kunnen metalen delen onder spanning komen te staan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de ontdubbeling van de PEN-geleider een rechtstreekse en blijvende verbinding met de beschermingsgeleider verzekert, en verbiedt nulgeleider en beschermingsgeleider stroomafwaarts opnieuw te verbinden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.4.b.4. Link naar deze uitleg
820 De externe invloedsfactor AN (zonnestraling) wordt niet gerespecteerd.

Concreet

Elektrisch materieel dat aan de zon blootstaat, zoals kabels, is niet aangepast aan zonnestraling, een omstandigheid die het AREI de uitwendige invloed AN noemt.

Het risico

Uv-straling droogt de isolatie langzaam uit en doet ze barsten: op termijn kunnen delen onder spanning bloot komen te liggen, met gevaar voor kortsluiting, brand of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het materieel gekozen en geplaatst wordt rekening houdend met de uitwendige invloed AN, dus met de zonnestraling waaraan het blootstaat.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 5.3.2.10 Link naar deze uitleg

Gemeenschappelijke delen (1)

800 De gemeenschappelijke aardingsonderbreker -enkel van toepassing vanaf 01 juni 2020- is niet geïnstalleerd volgens de geldende voorschriften en/of is niet vermeld op de ééndraadschema en het situatieplan.

Concreet

In een gebouw waar meerdere installaties een gemeenschappelijke aardverbinding delen, is de gemeenschappelijke aardingsonderbreker niet volgens de voorschriften geplaatst, of staat hij niet op het eendraadschema en het situatieplan.

Het risico

Zonder conforme en gedocumenteerde aardingsonderbreker kan de gemeenschappelijke aardverbinding niet correct losgekoppeld en gemeten worden, en kan een gebrek aan de aarding onopgemerkt blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt voor gemeenschappelijke aardverbindingen vanaf 1 juni 2020 een gemeenschappelijke aardingsonderbreker die volgens de voorschriften geplaatst is en op het eendraadschema en het situatieplan staat.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.4.2.1.c. Link naar deze uitleg

Kritische installatie (8)

1200 De kritische installatie is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de kritische installatie niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd. Een kritische installatie voedt uitrusting die moet blijven werken om andere redenen dan de veiligheid van personen, zoals een serverlokaal.

Het risico

Slecht uitgevoerd dreigt een kritische installatie onverwacht stil te vallen bij een fout of een onderbreking, en de activiteit te onderbreken die ze moet verzekeren.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de kritische installatie zijn voorschriften en de regels van goed vakmanschap volgt, zodat haar functie behouden blijft bij een elektrische fout en, volgens de risicoanalyse, bij verlies van de normale bron of bij brand.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.6. Link naar deze uitleg
1207 Alle onderdelen van de kritische installaties moeten geïdentificeerd worden aan de hand van de nodige markeringen (vb. "Kritische installatie niet uitschakelen").

Concreet

De onderdelen van de kritische installatie, zoals de borden, de bedienings- en beveiligingstoestellen en de verbruikers, dragen niet allemaal de vereiste markering, die bijvoorbeeld meldt dat de kritische installatie niet uitgeschakeld mag worden.

Het risico

Zonder markering kan iemand die aan de installatie werkt onbewust een kritische stroombaan uitschakelen en zo uitrusting stilleggen die essentieel is voor de activiteit, zoals een productielijn of een serverlokaal.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de vervangingsbronnen, borden, bedienings- en beveiligingstoestellen en verbruikers van de kritische installaties geïdentificeerd worden, met een markering die waarschuwt voor het risico van een buitendienststelling.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.8. Link naar deze uitleg
1201 De risicoanalyse van de kritische installaties is onvolledig (bepaling van de kritische bronnen, het functiebehoud van elke kritische installatie, eventuele storingsmeldingen,…).

Concreet

Bij de keuring werd een onvolledige risicoanalyse van de kritische installaties voorgelegd. Er ontbreekt bijvoorbeeld de bepaling van de bronnen, het functiebehoud van elke kritische installatie of de melding van storingen.

Het risico

Zolang de analyse onvolledig is, is er geen zekerheid dat alle storingssituaties in rekening gebracht zijn om de werking van de kritische installaties te behouden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de uitbater de kritische installaties en de maatregelen voor hun functiebehoud bepaalt op basis van een volledige risicoanalyse, opgenomen in de lijst van die installaties.

Bij wie terecht · De uitbater of zijn afgevaardigde, die de risicoanalyse uitvoert.

Referentie · L1: 5.6.1. Link naar deze uitleg
1202 De risicoanalyse van de kritische installaties is niet aanwezig.

Concreet

Bij de keuring kon geen risicoanalyse van de kritische installaties worden voorgelegd. Op basis daarvan bepaalt de uitbater welke installaties kritisch zijn en hoe hun werking behouden blijft.

Het risico

Zonder risicoanalyse kan niet nagegaan worden of de kritische installaties zoals voorzien blijven werken bij een fout, een onderbreking van het net of een brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de uitbater de kritische installaties bepaalt op basis van een risicoanalyse, er de lijst van opstelt en die documenten ter beschikking houdt voor de keuring.

Bij wie terecht · De uitbater of zijn afgevaardigde, die de risicoanalyse uitvoert.

Referentie · L1: 5.6.1. Link naar deze uitleg
1203 De bescherming tegen kortsluiting in de kritische stroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de bescherming van de kritische stroombanen tegen kortsluiting niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd. Die stroombanen voeden uitrusting die essentieel is voor de activiteit, zoals een productielijn.

Het risico

Bij kortsluiting kan een ongeschikte beveiliging de geleiders sterk laten opwarmen, met brandgevaar, of net de kritische installatie onnodig uitschakelen op het moment dat ze moet werken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een bescherming tegen kortsluiting voor alle kritische stroombanen, behalve in de uitzonderingen die het voorziet, uitgevoerd volgens zijn voorschriften en de regels van goed vakmanschap.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.6.2.4.c Link naar deze uitleg
1204 De bescherming tegen overbelasting in de kritische stroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de bescherming van de kritische stroombanen tegen overbelasting niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd. Die stroombanen voeden uitrusting die essentieel is voor de activiteit, zoals een productielijn.

Het risico

Bij niet-beheerste overbelasting warmen de geleiders op en kan er brand ontstaan. Een verkeerd gekozen beveiliging kan de kritische installatie ook uitschakelen terwijl ze moet blijven werken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een bescherming tegen overbelasting voor alle kritische stroombanen, behalve in de uitzonderingen die het voorziet, uitgevoerd volgens zijn voorschriften en de regels van goed vakmanschap.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.6.2.4. $b. Link naar deze uitleg
1205 De bescherming tegen aardfouten in de kritische stroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de bescherming van de kritische stroombanen tegen aardfouten, dus tegen lekstromen naar de aarde, niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd. Die stroombanen voeden uitrusting die essentieel is voor de activiteit.

Het risico

Slecht beheerst kan een aardfout een elektrische schok of oververhitting veroorzaken, en een ongeschikte bescherming kan de kritische installatie zonder reden stilleggen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een bescherming tegen aardfouten voor alle kritische stroombanen, volgens zijn voorschriften en de regels van goed vakmanschap, dus de geldende normen of even veilige bepalingen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.6.2.4.d. Link naar deze uitleg
1206 Het functiebehoud van een kritische verbruiker mag niet door een eerste aardfout in de kritische eindstroombaan beïnvloed worden (niet van toepassing voor de elektrische installaties in wooneenheden).

Concreet

In een kritische installatie moet elke verbruiker, zoals een productielijn of een server, blijven werken bij een eerste aardfout in zijn eindstroombaan. De inspecteur stelde vast dat dit niet gewaarborgd is.

Het risico

Bij een fout zou de kritische verbruiker onverwacht kunnen stilvallen, met gevolgen voor de activiteit die hij verzekert, bijvoorbeeld een onderbroken productie.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een eerste aardfout in een kritische eindstroombaan de werking van de gevoede verbruiker niet in het gedrang brengt. Deze eis geldt niet voor de installaties van wooneenheden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.7.5.a. Link naar deze uitleg

Veiligheidsinstallatie (19)

1100 De veiligheidsinstallatie is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de veiligheidsinstallatie niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd. Dat deel van de installatie voedt de uitrusting die in dienst moet blijven om personen te beschermen, zoals de veiligheidsverlichting of de rook- en warmteafvoer.

Het risico

Bij brand of stroomuitval dreigt de veiligheidsuitrusting niet te werken op het moment dat ze de aanwezigen moet beschermen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de veiligheidsinstallatie zijn voorschriften en de regels van goed vakmanschap volgt, zodat haar functie behouden blijft bij verlies van de normale bron, bij brand of bij een elektrische fout.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5. Link naar deze uitleg
1114 De bescherming tegen overbelasting in de veiligheidsstroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de bescherming van de veiligheidsstroombanen tegen overbelasting niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd. Die stroombanen voeden uitrusting die in dienst moet blijven om personen te beschermen.

Het risico

Bij overbelasting kan een onaangepaste beveiliging de kabels gevaarlijk laten opwarmen, of net een veiligheidsstroombaan onnodig uitschakelen terwijl die gevoed moet blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een bescherming tegen overbelasting voor alle veiligheidsstroombanen, behalve in de uitzonderingen die het voorziet, uitgevoerd volgens zijn voorschriften en de regels van goed vakmanschap.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.7.3. Link naar deze uitleg
1112 De hoofdveiligheidsborden moeten rechtstreeks gekoppeld worden aan de normale bron via het algemeen laagspanningsbron én aan de veiligheidsbron via een afzonderlijke stroombaan.

Concreet

Tijdens de keuring was het hoofdveiligheidsbord niet aangesloten zoals voorgeschreven. Het moet rechtstreeks gevoed worden vanaf het hoofdlaagspanningsbord, via beveiligingen die ervoor voorbehouden zijn, en vanaf de veiligheidsbron via een afzonderlijke stroombaan.

Het risico

Zonder die scheiding kan één fout of onderbreking op een gedeelde stroombaan het veiligheidsbord van beide voedingen tegelijk afsnijden, waardoor de veiligheidsverbruikers uitvallen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de hoofdveiligheidsborden rechtstreeks aangesloten zijn op de normale bron via het hoofdlaagspanningsbord, met voorbehouden beveiligingen, en op de veiligheidsbron via een eigen stroombaan.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.7.2. Link naar deze uitleg
1104 Een onafhankelijke aansluiting op het distributienet kan niet als veiligheisbron toegelaten worden.

Concreet

De veiligheidsinstallatie gebruikt als veiligheidsbron een tweede, afzonderlijke aansluiting op het distributienet. Het AREI laat dat niet toe, want een netpanne kan tegelijk de normale voeding en de veiligheidsvoeding onderbreken.

Het risico

Bij een algemene onderbreking van het net blijven de veiligheidsverbruikers, zoals de veiligheidsverlichting, zonder voeding op het moment dat ze nodig zijn.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat een afzonderlijke, onafhankelijke aansluiting op een distributienet niet toe als veiligheidsbron. De veiligheidsbron moet beschikbaar blijven, ook als de normale voeding wegvalt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.5.2. Link naar deze uitleg
1115 De bescherming tegen kortsluiting in de veiligheidsstroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de bescherming van de veiligheidsstroombanen tegen kortsluiting niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd. Die stroombanen voeden uitrusting die in dienst moet blijven om personen te beschermen.

Het risico

Bij kortsluiting kan een slecht onderbroken fout sterke opwarming en brandgevaar veroorzaken, en alle veiligheidsverbruikers van de stroombaan zonder voeding zetten.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een bescherming tegen kortsluiting voor alle veiligheidsstroombanen. Als een stroombaan meerdere veiligheidsverbruikers voedt, mag een kortsluiting ze niet allemaal zonder voeding zetten.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.7.4. Link naar deze uitleg
1101 De risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties is niet aanwezig.

Concreet

Bij de keuring kon geen risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties worden voorgelegd. Dat document bepaalt onder meer welke veiligheidsinstallaties nodig zijn, hoelang elk ervan moet werken en welke bronnen ze voeden.

Het risico

Zonder die analyse kan niet nagegaan worden of de veiligheidsinstallatie beantwoordt aan de noden van het gebouw, en ook niet hoelang ze moet werken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de uitbater een risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties uitvoert en ze samen met de lijst van die installaties ter beschikking houdt voor de keuring.

Bij wie terecht · De uitbater of zijn afgevaardigde, die de risicoanalyse uitvoert.

Referentie · L1: 5.5.1. Link naar deze uitleg
1102 De risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties is onvolledig (bepaling van de veiligheidsbronnen, het functiebehoud van elke veiligheidsinstallatie, eventuele storingsmeldingen,…).

Concreet

Er bestaat een risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties, maar ze is onvolledig. Er ontbreken elementen zoals de bepaling van de veiligheidsbronnen, de tijd van functiebehoud van elke installatie of de melding van storingen.

Het risico

Zolang die elementen ontbreken, kan niet nagegaan worden of de veiligheidsinstallatie ontworpen is om bij een incident zo lang als nodig te blijven werken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de uitbater een risicoanalyse van de veiligheidsinstallaties uitvoert die minstens die installaties, de tijd van functiebehoud van elke verbruiker en de kenmerken van de veiligheidsbronnen bepaalt.

Bij wie terecht · De uitbater of zijn afgevaardigde, die de risicoanalyse uitvoert.

Referentie · L1: 5.5.1. Link naar deze uitleg
1103 De veiligheidsborden moeten een brandweerstand RF bezitten gedurende een tijd ten minste gelijk aan de tijd van functiebehoud van elke veiligheidsverbruiker die hij voedt, tenzij deze opgesteld staan in een uitsluitend voor dit doel bestemd lokaal, met eenzelfde brandweerstand.

Concreet

Tijdens de keuring had het veiligheidsbord niet zo lang brandweerstand als de verbruikers die het voedt moeten blijven werken, en het stond ook niet in een uitsluitend daarvoor bestemd lokaal met die brandweerstand.

Het risico

Bij brand zou het veiligheidsbord vernield kunnen worden voor de veiligheidsverlichting en de andere verbruikers die het voedt hun taak hebben vervuld.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het veiligheidsbord brandweerstand heeft gedurende minstens de tijd van functiebehoud van elke verbruiker die het voedt, of dat het opgesteld staat in een uitsluitend daarvoor bestemd lokaal met die brandweerstand.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.6.3. Link naar deze uitleg
1105 Andere stroombanen dan veiligheidsstroombanen die in veiligheidsborden geïnstalleerd worden moeten afgeschermd worden door een tussenschot met brandweerstand gelijk aan deze van het veiligheidsbord.

Concreet

Dit veiligheidsbord bevat ook gewone stroombanen, die niet tot de veiligheidsinstallatie behoren. De inspecteur stelde vast dat ze daarvan niet gescheiden zijn door een tussenschot met dezelfde brandweerstand als het bord zelf.

Het risico

In een gewone stroombaan kan opwarming, een kortsluiting of een beginnende brand overslaan en de veiligheidsstroombanen ernaast buiten dienst stellen.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat andere stroombanen in een veiligheidsbord enkel toe als dat bord brandweerstand heeft en als die stroombanen van de veiligheidsstroombanen gescheiden zijn door een tussenschot met minstens dezelfde brandweerstand.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.6.3. Link naar deze uitleg
1106 De veiligheidsbron moet op een vaste standplaats geïnstalleerd worden, in een geschikte en uitsluitend daarvoor bestemde ruimte, enkel toegankelijk voor BA4/BA5 personen, en voldoende geventileerd.

Concreet

Een veiligheidsbron, zoals een batterij of een stroomgroep, moet op een vaste plaats staan, in een geschikte ruimte die uitsluitend daarvoor bestemd is, goed geventileerd en enkel toegankelijk voor gewaarschuwde of vakbekwame personen. Die voorwaarden waren niet allemaal vervuld.

Het risico

Slecht opgesteld of vrij toegankelijk kan de veiligheidsbron beschadigd, slecht geventileerd of ontregeld raken, en dus onbeschikbaar zijn wanneer de veiligheidsinstallatie moet overnemen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de veiligheidsbron op een vaste plaats geïnstalleerd wordt, in een geschikte ruimte die er uitsluitend voor bestemd is, enkel toegankelijk voor gewaarschuwde of vakbekwame personen en voldoende geventileerd.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie, samen met een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.5.2. Link naar deze uitleg
1107 Het functiebehoud van de veiligheidsstroombanen moet verwezenlijkt worden ofwel aan de hand van redundantie van de elektrische leidingen, ofwel aan de hand van brandweerstand van de elektrische leidingen.

Concreet

Veiligheidsstroombanen moeten tijdens een brand blijven werken. De inspecteur stelde vast dat hun leidingen niet redundant zijn, dus niet verdubbeld via gescheiden tracés, en ook geen brandweerstand hebben.

Het risico

Bij brand kunnen de leidingen vernield worden, waardoor de voeding van de veiligheidsverbruikers wegvalt voor ze hun taak hebben vervuld.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het functiebehoud van de veiligheidsstroombanen verzekerd wordt ofwel door redundante leidingen, ofwel door leidingen met brandweerstand.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.6.4.a. Link naar deze uitleg
1108 Het opstellingslokaal van de niet-geïntegreerde veiligheidsbron moet een RF brandweerstand bezitten gedurende een tijd ten minste gelijk aan de tijd van functiebehoud van elke veiligheidsverbruiker die hij voedt.

Concreet

De veiligheidsbron, bijvoorbeeld een centrale batterij of een stroomgroep, staat in een afzonderlijk lokaal. De inspecteur stelde vast dat dit lokaal niet zo lang brandweerstand biedt als de veiligheidsverbruikers die de bron voedt moeten blijven werken.

Het risico

Als een brand dit lokaal bereikt, kan de veiligheidsbron uitvallen voor de veiligheidsverlichting en de andere verbruikers hun taak hebben vervuld.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het lokaal van een niet-geïntegreerde veiligheidsbron ten opzichte van de aangrenzende lokalen brandweerstand biedt gedurende minstens de tijd van functiebehoud van elke verbruiker die de bron voedt.

Bij wie terecht · Een bouwprofessional, samen met een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.6.2. Link naar deze uitleg
1109 In uitsluitend voor de veiligheidsinstallatie bestemde lokalen, met een brandweerstand gedurende een tijd ten minste gelijk aan de tijd van functiebehoud van elke veiligheidsverbruiker die hij voedt, is de brandweerstand van de elektrische leidingen in deze lokalen niet vereist, voor zover de lengte van de leiding in deze lokalen 10m niet overschrijdt

Concreet

In een lokaal dat uitsluitend voor de veiligheidsinstallatie bestemd is en zelf brandweerstand heeft, mogen de leidingen zonder brandweerstand zijn als hun lengte in dat lokaal niet meer dan 10 m bedraagt. De inspecteur stelde vast dat die voorwaarde niet vervuld is.

Het risico

Op het onbeschermde deel kan een brand de voeding van de veiligheidsverbruikers onderbreken voor ze hun taak hebben vervuld.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat leidingen zonder brandweerstand in een lokaal dat uitsluitend voor de veiligheidsinstallatie bestemd is en zelf brandweerstand heeft, enkel toe als hun lengte in dat lokaal niet meer dan 10 m bedraagt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.6.4.a. Link naar deze uitleg
1110 De geïsoleerde geleiders, kabels en toebehoren voor de niet-redundante voeding van veiligheidsborden of -verbruikers moeten van het type FR2 of gelijkwaardig zijn.

Concreet

De voeding van een veiligheidsbord of veiligheidsverbruiker is niet redundant uitgevoerd. De geïsoleerde geleiders, kabels en toebehoren moeten dan van het type FR2 of gelijkwaardig zijn, dus bij brand nog een bepaalde tijd blijven werken. De vastgestelde exemplaren zijn dat niet.

Het risico

Bij brand worden gewone kabels snel vernield, waardoor de voeding van de veiligheidsverbruikers te vroeg wegvalt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de geïsoleerde geleiders, kabels en toebehoren van een niet-redundante voeding van veiligheidsborden of veiligheidsverbruikers de eigenschap FR2 of een gelijkwaardige eigenschap hebben, die het functiebehoud waarborgt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.6.4. b. Link naar deze uitleg
1111 In de compartimenten waarin een veiligheidsverbruiker is geïnstalleerd is de brandweerstand RF van de elektrische leidingen in deze compartimenten niet vereist, voor zover de lengte van de leiding in deze compartimenten 10 m niet overschrijdt én de veiligheidsverbruiker geen brandweerstand bezit.

Concreet

De inspecteur trof in het compartiment van een veiligheidsverbruiker een leiding zonder brandweerstand aan die niet voldoet aan de voorwaarden van de uitzondering: meer dan 10 m leiding in het compartiment, of een verbruiker die zelf brandweerstand bezit.

Het risico

Bij brand in dat compartiment kan de voeding van de veiligheidsverbruiker wegvallen voor hij zijn taak heeft vervuld.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat een leiding zonder brandweerstand in het compartiment van een veiligheidsverbruiker enkel toe als ze daar niet langer is dan 10 m en de verbruiker zelf geen brandweerstand bezit.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.6.4.a. Link naar deze uitleg
1113 De goede werking van een stroombaan met veiligheidsverbruikers mag niet nadelig beïnvloed worden door een elektrische fout in een andere stroombaan (selectiviteit is vereist).

Concreet

Tijdens de keuring was de selectiviteit van de beveiligingen niet gewaarborgd. Die afstemming zorgt ervoor dat enkel de beveiliging van de stroombaan met de fout uitschakelt. Zonder selectiviteit kan een fout in een andere stroombaan ook een stroombaan met veiligheidsverbruikers uitschakelen.

Het risico

Door één gewone fout elders in de installatie zouden de veiligheidsstroombanen uitgeschakeld kunnen worden, waardoor veiligheidsverbruikers buiten dienst raken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de werking van een veiligheidsstroombaan niet verstoord kan worden door een elektrische fout in een andere stroombaan, wat selectiviteit tussen de beveiligingsinrichtingen vereist.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.7.1. Link naar deze uitleg
1116 De bescherming tegen aardfouten in de veiligheidsstroombanen is niet uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap.

Concreet

De installatie bevat veiligheidsstroombanen, die uitrusting voeden die in dienst moet blijven om personen te beschermen. De inspecteur stelde vast dat hun bescherming tegen aardfouten, dus tegen lekstromen naar de aarde, niet volgens de regels van goed vakmanschap is uitgevoerd.

Het risico

Slecht beheerst kan een aardfout een elektrische schok of oververhitting veroorzaken, of de veiligheidsinstallatie buiten dienst stellen op het moment dat ze nodig is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een bescherming tegen aardfouten voor alle veiligheidsstroombanen, volgens zijn voorschriften en de regels van goed vakmanschap, dus de geldende normen of even veilige bepalingen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.7.5. Link naar deze uitleg
1117 Alle onderdelen van de veiligheidsinstallaties moeten geïdentificeerd worden aan de hand van de nodige markeringen (vb. "Veiligheidsinstallatie niet uitschakelen").

Concreet

De onderdelen van de veiligheidsinstallatie, zoals de bron, de borden, de bedienings- en beveiligingstoestellen en de verbruikers, dragen niet allemaal de vereiste markering, die bijvoorbeeld meldt dat de veiligheidsinstallatie niet uitgeschakeld mag worden.

Het risico

Zonder markering kan iemand een veiligheidsstroombaan per vergissing uitschakelen omdat hij die voor een gewone stroombaan aanziet, waardoor de veiligheidsverlichting ongemerkt buiten dienst raakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de bronnen, borden, bedienings- en beveiligingstoestellen, kabeldragers en verbruikers van de veiligheidsinstallaties geïdentificeerd worden, met een markering die waarschuwt voor het risico van een buitendienststelling.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.8. Link naar deze uitleg
1118 Het functiebehoud van een veiligheidsverbruiker mag niet door een eerste aardfout in de eindveiligheidsstroombaan beïnvloed worden (niet van toepassing voor de elektrische installaties in wooneenheden).

Concreet

In een veiligheidsinstallatie moet elke veiligheidsverbruiker, zoals een ventilator voor rook- en warmteafvoer, blijven werken bij een eerste aardfout in zijn eindstroombaan. De inspecteur stelde vast dat dit niet gewaarborgd is: één fout zou die verbruiker kunnen uitschakelen.

Het risico

Bij een fout zou de veiligheidsverbruiker kunnen uitvallen op het moment dat hij personen moet beschermen, bijvoorbeeld tijdens een evacuatie.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een eerste aardfout in een eindveiligheidsstroombaan de gevoede veiligheidsverbruiker niet belet te blijven werken. Deze eis geldt niet voor de installaties van wooneenheden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.5.7.5.a. Link naar deze uitleg

Brandbeveiliging (9)

901 De toestellen zonder bodem bevestigen op montageplaten of geschikte rozetten (schakelaars, contactdozen, verlichtingsarmaturen, …).

Concreet

Toestellen zonder bodem, zoals schakelaars, stopcontacten of verlichtingsarmaturen, zijn rechtstreeks op hun ondergrond bevestigd, zonder montageplaat of geschikte rozet.

Het risico

De aansluitingen raken dan rechtstreeks de wand: warmte of een vonk kan die vaak brandbare ondergrond bereiken en brand veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat toestellen zonder bodem op montageplaten of geschikte rozetten bevestigd worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.3.3.5. · 5.3.4.2. · 5.3.5.2. · L3: 4.3.3.5 Link naar deze uitleg
954 De stroomsterkte van de differentieelschakelaars, de overbruggingen en/of een begrenzer aanpassen in functie van de som van de injectie in de installatie.

Concreet

In het verdeelbord is de stroomsterkte van de differentieelschakelaars of de overbruggingen niet aangepast aan de som van de stromen, die van het net en die van een productie zoals zonnepanelen, en er is geen begrenzer voorzien.

Het risico

Die onderdelen kunnen meer stroom te verwerken krijgen dan ze aankunnen, opwarmen en op termijn brand veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de differentieelschakelaars en de overbruggingen de som van de stromen aankunnen, ook die van de injectie, of dat die stroom navenant beperkt wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · L1: 5.3.5.3 Link naar deze uitleg
Opbouw Opbouw schakelaars en stopcontacten zonder onderlegplaatje is niet toegelaten.

Concreet

Opbouwschakelaars en -stopcontacten zijn geplaatst zonder onderlegplaatje tussen het toestel en de ondergrond.

Het risico

Zonder dat plaatje kan warmte of een vonk aan de aansluitingen rechtstreeks de vaak brandbare ondergrond bereiken, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat geen opbouwschakelaars en -stopcontacten zonder onderlegplaatje toe, dat de achterkant van het toestel afsluit en het van de wand scheidt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.1.3 Link naar deze uitleg
951 De markering DC / AC en/of de markering "niet onder belasting schakelen" is niet aanwezig.

Concreet

Op de fotovoltaïsche installatie ontbreken verplichte markeringen: de aanduiding van de delen op gelijkstroom (DC) en wisselstroom (AC), of de waarschuwing om niet onder belasting te onderbreken.

Het risico

Zonder die markeringen kan wie aan de installatie werkt een gelijkstroomkring onder belasting openen, met gevaar voor een vlamboog, brandwonden en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de DC- en AC-delen van een fotovoltaïsche installatie gemarkeerd zijn en dat de waarschuwing om niet onder belasting te onderbreken aanwezig is.

Bij wie terecht · De installateur van de zonnepanelen of een elektricien.

Referentie · L1: 2.3.1 · 7.112.2 Link naar deze uitleg
904 Het toestel geplaatst in de nabijheid van brandbare materialen verplaatsen; brandgevaar.

Concreet

Bij de keuring stond een elektrisch toestel te dicht bij brandbare materialen, zoals hout, papier, kunststof of textiel.

Het risico

Warmte van het toestel of een vonk kan die materialen doen ontbranden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elektrische toestellen op afstand van brandbare materialen geplaatst worden, om elk brandgevaar te vermijden.

Bij wie terecht · De gebruiker van de ruimte of een elektricien.

Referentie · L1: 4.3.3.5. · L3: 4.3.3.5. Link naar deze uitleg
902 Een overbelastingsbeveiliging voorzien aan de secundaire zijde van de transformator.

Concreet

Er is geen overbelastingsbeveiliging, automaat of smeltveiligheid, geplaatst aan de secundaire zijde van de transformator, op de kring die hij voedt.

Het risico

Bij overbelasting kunnen de transformator en de gevoede geleiders sterk opwarmen zonder dat iets de stroom onderbreekt, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een overbelastingsbeveiliging aan de secundaire zijde van de transformator.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1. · 4.4.4.1. · L3: 4.4.1.1. · 4.4.5.1. Link naar deze uitleg
903 De warmteafvoer van de transformator bij normaal bedrijf wordt belemmerd door een te hoge omgevingstemperatuur wegens onvoldoende verluchting; de transformator verplaatsen of de verluchting van de ruimte verbeteren.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de transformator in een te slecht verluchte ruimte staat: de temperatuur is er te hoog om de warmte af te voeren die hij bij normaal bedrijf produceert.

Het risico

Zonder voldoende warmteafvoer raakt de transformator oververhit: zijn isolatie veroudert sneller, met kans op defecten en zelfs brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de transformator de warmte die hij bij normaal bedrijf produceert kan afvoeren, door een geschikte plaats en verluchting.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.1.2 · 5.3.6.2. · L3: 5.1.1.2. · 5.3.6.1. Link naar deze uitleg
952 De ENS-test (onderbreking van de injectie na 5 sec.) is niet geslaagd.

Concreet

Bij de proef van de ontkoppelingsinrichting (ENS) van de fotovoltaïsche installatie werkte de onderbreking niet correct: valt het net weg, dan moet de omvormer de injectie binnen 5 seconden stoppen.

Het risico

Als het net voor een panne of werken spanningsloos gemaakt wordt, kan de installatie het blijven voeden, wat de technici in gevaar brengt die eraan werken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de injectie automatisch binnen 5 seconden stopt wanneer de netspanning wegvalt, en pas hervat wanneer ze terug is.

Bij wie terecht · De installateur van de zonnepanelen of een elektricien.

Referentie · L1: 7.112 Link naar deze uitleg
953 De plaatsing van de omvormer respecteert niet de technische specificaties van de fabrikant (afstand tot de wanden, ontbreken van ventilatie, …).

Concreet

Bij de fotovoltaïsche installatie is de omvormer niet geplaatst zoals de fabrikant voorschrijft, bijvoorbeeld wat de afstand tot de wanden of de ventilatie betreft.

Het risico

Kan de omvormer zijn warmte niet goed kwijt, dan kan hij oververhitten, vroegtijdig defect raken en op termijn brand veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de omvormer geplaatst wordt volgens de technische specificaties van de fabrikant, onder meer voor de afstand tot de wanden en de ventilatie.

Bij wie terecht · De installateur van de zonnepanelen of een elektricien.

Referentie · L1: 7.102.8.2 Link naar deze uitleg

Transformator (7)

6000 Toestellen zijn niet voorzien van CE-aanduiding of keurmerk.

Concreet

Bepaalde toestellen van de installatie dragen geen CE-markering en geen ander keurmerk, die aantonen dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Het risico

Zonder keurmerk is er geen garantie dat het toestel volgens de veiligheidsregels ontworpen en getest werd: een fabricagefout kan onopgemerkt blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat enkel veilig elektrisch materieel toe, waarvan de overeenstemming met de veiligheidseisen aangetoond is, onder meer door de CE-markering of een keurmerk.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.1.3.1 · L1:1.4.2.1. Link naar deze uitleg
6001 De secundaire zijde van de transformator is niet voorzien van een aangepaste beveiligingsmaatregel tegen overstroom.

Concreet

Aan de secundaire zijde, dus op de kring die hij voedt, heeft de transformator geen aangepaste beveiliging tegen overstroom door overbelasting of kortsluiting.

Het risico

Bij overbelasting of kortsluiting aan de secundaire zijde onderbreekt niets de stroom: de kabels en de transformator kunnen oververhitten, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de secundaire zijde van een transformator een aangepaste beveiliging tegen overstroom heeft.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1. Link naar deze uitleg
6002 Transfo is niet gekozen in functie van spanning en gebruiksvoorwaarden.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de geplaatste transformator niet past bij de spanning van de kring of bij de gebruiksomstandigheden, bijvoorbeeld het soort lokaal of de gevoede belasting.

Het risico

Is de transformator niet geschikt, dan kan hij oververhitten, vroegtijdig verslijten of uitvallen, met gevaar voor brand of een elektrisch defect.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de transformator gekozen wordt in functie van de spanning en van de omstandigheden waarin hij gebruikt wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.1.1. Link naar deze uitleg
6003 Secundaire zijde van ZLVS transfo is verbonden met de aarde en is niet conform met de voorschriften.

Concreet

Zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS) beschermt omdat de kring gescheiden blijft van de aarde en van de andere kringen. Hier is de secundaire zijde van de ZLVS-transformator met de aarde verbonden.

Het risico

Door die verbinding met de aarde verliest de kring zijn bescherming door scheiding: een fout elders in de installatie kan er een gevaarlijke spanning in brengen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de secundaire zijde van een ZLVS-transformator niet met de aarde verbonden is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.5.5..c Link naar deze uitleg
6004 Overstroombeveiliging met m.b.v. automaten/zekeringen in de primair en secundair kring ontbreekt of is foutief.

Concreet

De primaire kring (ingang) en de secundaire kring (uitgang) van de transformator zijn niet of niet correct tegen overstroom beveiligd met automaten of zekeringen.

Het risico

Zonder correcte beveiliging wordt een overbelasting of kortsluiting niet tijdig onderbroken: de geleiders en de transformator kunnen oververhitten, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de primaire en de secundaire kring van de transformator met aangepaste automaten of zekeringen tegen overstroom beveiligd zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.4.3.1 · L1:4.4.1.1. Link naar deze uitleg
6005 Transfo is gebouwd op brandbare materialen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de transformator op een ondergrond van brandbaar materiaal bevestigd is, zoals hout of een ontvlambaar paneel.

Het risico

Tijdens de werking, en nog meer bij overbelasting of een fout, wordt de transformator warm en kan hij zijn ondergrond doen ontbranden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een transformator niet op brandbare materialen gemonteerd wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.7. Link naar deze uitleg
6006 De secundaire zijde van de stuurtransfo is niet verbonden met de beschermingsgeleider.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de secundaire zijde van de stuurtransfo, die de stuurkringen van een machine of installatie voedt, niet met de beschermingsgeleider verbonden is.

Het risico

Zonder die verbinding kan een isolatiefout in de stuurkring onopgemerkt blijven, metalen delen onder spanning zetten of een ongewenste werking veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de secundaire zijde van een stuurtransfo met de beschermingsgeleider verbonden is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.3.2. Link naar deze uitleg

Fotovoltaïsch (22)

9011 Eendraadsschema is niet aanwezig, is onvolledig of komt niet overeen met de installatie.
Links een verdeelbord zonder enig document ernaast, rechts hetzelfde verdeelbord met een eendraadsschema en een situatieplan.
✗ Vastgesteld · Eendraadsschema en situatieplan ontbreken ✓ Wat de regel vraagt · Eendraadsschema en situatieplan aanwezig en in overeenstemming met de installatie

Concreet

Bij de keuring was het eendraadschema, dat alle stroombanen met hun beveiligingen en de doorsnede van hun geleiders weergeeft, niet aanwezig, onvolledig of verschillend van de werkelijke installatie.

Het risico

Zonder correct eendraadschema kan de installatie niet volledig gecontroleerd worden, en weet wie later aan de installatie werkt niet precies waaraan hij werkt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een volledig eendraadschema dat overeenkomt met de werkelijke installatie en deel uitmaakt van haar dossier.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de installatie heeft uitgevoerd.

Referentie · L1: 2.12 · 2.13 · 3.1.2.1 · 9.1.1 · 9.1.2 Link naar deze uitleg
9012 Situatieplan is niet aanwezig, is onvolledig of komt niet overeen met de installatie.

Concreet

Bij de keuring was het situatieplan, dat aanduidt waar de borden, stopcontacten, lichtpunten en aftakdozen zich bevinden, niet aanwezig, onvolledig of verschillend van de werkelijke installatie.

Het risico

Zonder correct plan kan de installatie niet volledig gecontroleerd worden, en weet wie later aan de installatie werkt niet waar de onderdelen zich bevinden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een volledig situatieplan dat overeenkomt met de werkelijke installatie en deel uitmaakt van haar dossier.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de installatie heeft uitgevoerd.

Referentie · L1: 3.1.2. · 9.1.1. · 9.1.2. Link naar deze uitleg
9009 Er zijn geen maatregelen genomen tegen de gevaren van de injectiestroom. De interne bekabeling van het verdeelbord en/of de nominale stroomwaarde In van de differentieelstroominrichting(en) is (zijn) niet in overeenstemming met de stromen afkomstig van de teller en de decentrale productie-eenheid (bv. PV-installtie). Deze moet(en) aangepast worden, of er moet voorzien worden in een "remautomaat" met nominale waarde aangepast aan de bestaande installatie.

Concreet

Met een productie-eenheid zoals zonnepanelen krijgt het verdeelbord stroom van de meter en van die eenheid. Er zijn geen maatregelen genomen: de interne bedrading van het bord of de nominale stroom van de differentieelschakelaars is niet aangepast aan die stromen.

Het risico

Delen van het verdeelbord kunnen meer stroom te verwerken krijgen dan ze aankunnen, zonder dat een beveiliging uitschakelt, met gevaar voor oververhitting en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt maatregelen tegen de gevaren van de injectiestroom: de bedrading van het bord en de differentieelschakelaars moeten die stromen aankunnen, of de stroom moet beperkt worden tot wat de bestaande installatie aankan.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · L1: 4.4.1.5 · L1:2.6.4. · L12.6.5. · L1:3.3.5.3.5 Link naar deze uitleg
9003 De aarding van de metalen structuur van de fotovoltaïsche installatie moet verbonden worden met de hoofdaardingsklem, en mag niet verbonden worden aan de aardingsklem van de omvormer (de continuïteit mag niet onderbroken worden bij het wegnemen van het toestel).

Concreet

De aarding van de metalen structuur van de panelen loopt via de aardingsklem van de omvormer, in plaats van aangesloten te zijn op de hoofdaardingsklem.

Het risico

Wordt de omvormer weggenomen, voor een herstelling of vervanging, dan is de structuur niet meer geaard en kan ze bij een fout onder spanning komen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de metalen structuur op de hoofdaardingsklem aangesloten is, zodat het wegnemen van een toestel de continuïteit van de aarding nooit onderbreekt.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · L1: 5.4.3.1.) Link naar deze uitleg
9004 Er zijn geen waarschuwingsborden die de gevaren van de elektriciteit aanduiden. De opschriften “ Niet onderbreken bij belasting” en “Elektrische installatie altijd onder spanning” of hiermee equivalent moeten op oordeelkundig gekozen plaats aangebracht worden.

Concreet

Er ontbreken waarschuwingsborden voor de gevaren van elektriciteit, en ook de opschriften die verbieden onder belasting te onderbreken en melden dat de installatie altijd onder spanning staat.

Het risico

Wie aan de installatie werkt, zoals een elektricien of de brandweer, kan denken dat alles spanningsloos is, of een kring onder belasting openen en een vlamboog veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt waarschuwingsborden voor de elektrische gevaren, aangevuld met opschriften die verbieden onder belasting te onderbreken en melden dat de installatie altijd onder spanning staat, op oordeelkundig gekozen plaatsen.

Bij wie terecht · De installateur van de zonnepanelen of een elektricien.

Referentie · L1: 7.112.2. Link naar deze uitleg
9019 De interne bedrading van het bord en/of de DDR komen niet overeen met de stromen van de meter en/of de decentrale productie-eenheid. Het bord aanpassen of een overbruggingsautomaat voorzien met dezelfde nominale stroom als de aansluitautomaat.

Concreet

Met een decentrale productie-eenheid, zoals zonnepanelen, krijgt het verdeelbord stroom van het net en van die eenheid. De interne bedrading of de differentieelschakelaar van het bord is niet aangepast aan die stromen.

Het risico

Bedrading of een differentieelschakelaar die meer stroom te verwerken krijgt dan ze aankan, kan oververhitten, met brandgevaar in het verdeelbord.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de interne bedrading van het verdeelbord en de differentieelschakelaar bestand zijn tegen de stromen van de meter en van de productie-eenheid, of dat die stromen beperkt worden tot wat ze aankunnen.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · 5.3.5.3.a Link naar deze uitleg
9015 De bronnen (transformator, fotovoltaïsch paneel, omvormer, batterij,… ) worden niet vermeld of zijn onvolledig op het eendraadsschema.

Concreet

De energiebronnen van de installatie, zoals een transformator, zonnepanelen, een omvormer of een batterij, staan niet of onvolledig op het eendraadschema.

Het risico

Wie op het schema vertrouwt, weet misschien niet dat een andere bron een deel van de installatie onder spanning houdt, ook wanneer het net uitgeschakeld is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het eendraadschema alle bronnen van de installatie vermeldt, zoals de zonnepanelen, de omvormer of de batterij.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · L1: 3.1.2.1.f Link naar deze uitleg
9002 De PV-modules (indien klasse I), batterij en hun structuur dienen geaard te zijn op de aardingsklem (tenzij verboden door de fabrikant, klasse II) met een beschermingsgeleider van een doorsnede ten minste equivalent met deze van de beschermingsgeleider van de AC-voeding, met een minimum doorsnede gelijk aan: - 2,5 mm² wanneer de geleiders mechanisch beschermd zijn; - 4 mm² wanneer de geleiders niet mechanisch beschermd zijn.

Concreet

De pv-modules van klasse I of hun structuur zijn niet correct op de aardingsklem aangesloten met een beschermingsgeleider van voldoende doorsnede.

Het risico

Als een fout de kaders van de panelen of de structuur onder spanning zet, wordt de stroom niet naar de aarde afgevoerd, en kan wie ze aanraakt een elektrische schok krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt, tenzij de fabrikant het verbiedt, modules en structuur op de aardingsklem aan te sluiten met een geleider die minstens gelijkwaardig is aan die van de wisselstroomvoeding, met minstens 2,5 mm² indien mechanisch beschermd en anders 4 mm².

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · L1: 7.112.2 Link naar deze uitleg
9000 Solarkabels en de beschermingsgeleiders geplaatst in bundel dienen van de klasse min. van het type Cca te zijn.

Concreet

Solarkabels en beschermingsgeleiders die samen in bundel liggen, hebben niet minstens klasse Cca, een brandklasse die de verspreiding van de vlam beperkt.

Het risico

Bij een beginnende brand kunnen kabels van een lagere klasse de vlammen langs hun traject verspreiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat solarkabels en beschermingsgeleiders die in bundel liggen, minstens van klasse Cca zijn.

Bij wie terecht · De installateur van de zonnepanelen of een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.7.3. Link naar deze uitleg
9021 De batterij is niet aan de vloer en/of de muur bevestigd volgens de installatie-instructies van de fabrikant. De batterij bevestigen volgens de montagehandleiding.

Concreet

Bij de keuring bleek de batterij niet aan de vloer of de muur bevestigd zoals de installatie-instructies van de fabrikant voorschrijven.

Het risico

Als de batterij kantelt of valt, kunnen haar aansluitingen of de batterij zelf beschadigd raken, met gevaar voor oververhitting of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het materieel volgens de regels van goed vakmanschap geplaatst wordt, met inbegrip van de bevestiging van de batterij volgens de montagehandleiding van de fabrikant.

Bij wie terecht · De installateur van de batterij of een elektricien.

Referentie · L1: 1.4.1.2 · 1.4.1.3 Link naar deze uitleg
9020 De stroombaan gevoed door de AC-BACKUP-uitgang van de PV-omvormer is niet beveiligd door een differentieelstroombeschermingsinrichting met een aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA, noch door een aangepaste overstroombeveiligingsinrichting.

Concreet

Sommige pv-omvormers hebben een noodstroomuitgang, AC-BACKUP genoemd, die een stroombaan voedt tijdens een onderbreking van het net. Die stroombaan is niet beveiligd door een differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA, noch door een aangepaste overstroombeveiliging.

Het risico

Zonder die beveiligingen wordt een fout op die stroombaan mogelijk niet onderbroken, met gevaar voor een elektrische schok of oververhitting van de kabels.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat die stroombaan, zoals de andere, beveiligd is door een differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA en door een aangepaste overstroombeveiliging.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · L1: 4.2.4.3 · 4.4.1.1 Link naar deze uitleg
9018 De werking van de differentieelschakelaar(s) voldoen niet met testknop en/of stroominjectie.

Concreet

De inspecteur testte de differentieelschakelaars met hun testknop en door een foutstroom te injecteren. Minstens één toestel schakelde daarbij niet uit zoals het hoort.

Het risico

Als de differentieelschakelaar niet uitschakelt, onderbreekt hij de stroom niet bij een lekstroom, bijvoorbeeld wanneer iemand een deel onder spanning aanraakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke differentieelschakelaar correct uitschakelt, zowel met zijn testknop als bij een proef met stroominjectie.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.6.4-5.1.3.3-5.3.5.3-6.4.6.1-6.4.6.5 Link naar deze uitleg
9014 Een demonteerbaar aansluitstuk (aardingsonderbreker) moet steeds gemakkelijk toegankelijk zijn.

Concreet

De aardingsonderbreker, het demonteerbare aansluitstuk in de aardgeleider waarmee de aarding gemeten kan worden, ontbrak bij de keuring, was moeilijk of niet bereikbaar, of kon niet geopend worden.

Het risico

Zonder toegang tot dat stuk kan de aardingsweerstand niet correct gemeten worden, en blijft de goede staat van de aarding onbevestigd.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een aardingsonderbreker in de aardgeleider die altijd gemakkelijk toegankelijk en bedienbaar is, zodat de aarding gemeten kan worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 2.5 · 5.4.2.1 · 5.4.3.5 Link naar deze uitleg
9013 Het (de) plan(nen) van de uitwendige invloeden is (zijn) op te stellen of aan te vullen.

Concreet

Er ontbreekt een plan van de uitwendige invloeden, of het is onvolledig. Dat document beschrijft per lokaal de omstandigheden die de keuze van het materieel bepalen, zoals vocht, stof of stoten.

Het risico

Zonder dat plan kan niet nagegaan worden of het geplaatste materieel geschikt is voor de omstandigheden van elk lokaal.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het dossier van de installatie een volledig en bijgewerkt plan van de uitwendige invloeden bevat.

Bij wie terecht · Een elektricien of de ontwerper van de installatie.

Referentie · L1: ND 2.10 · 3.1.2.1 Link naar deze uitleg
9006 De onderbreking van het scheidingssysteem (binnen de 5 seconden) wanneer er geen netspanning aanwezig is en/of de afwezigheid van de fotovoltaïsche productie op het net zolang de spanning op het net niet opnieuw aanwezig is, is niet conform.

Concreet

Bij de proef werkte het scheidingssysteem, dat de omvormer van het net loskoppelt, niet zoals vereist: bij een netonderbreking moet de installatie binnen 5 seconden onderbreken en mag ze pas opnieuw injecteren wanneer de spanning terug is.

Het risico

Als de installatie tijdens een onderbreking stroom op het net blijft zetten, brengt ze de mensen in gevaar die werken aan een net waarvan ze denken dat het spanningsloos is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het scheidingssysteem de installatie bij afwezigheid van netspanning binnen 5 seconden onderbreekt, en dat er geen productie naar het net gaat zolang de netspanning niet terug is.

Bij wie terecht · De installateur van de zonnepanelen of een elektricien.

Referentie · L1: 7.112.3. Link naar deze uitleg
9005 Het administratief dossier van de fotovoltaïsche installatie is niet volledig, gebruiksinstructies en/of veiligheidsinstructies ontbreken.

Concreet

In het dossier van de fotovoltaïsche installatie ontbreken de gebruiksinstructies of de veiligheidsinstructies. Die documenten leggen uit hoe men de installatie gebruikt en veilig uitschakelt.

Het risico

Zonder die documenten beschikken de gebruikers en wie aan de installatie werkt niet over de instructies om dat veilig te doen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de documenten van de fotovoltaïsche installatie, waaronder de gebruiks- en veiligheidsinstructies, ter beschikking staan van de betrokken personen.

Bij wie terecht · De installateur van de zonnepanelen, die deze documenten bezorgt.

Referentie · L1: 7.112.2. Link naar deze uitleg
9001 De markering van de gelijkstroomgeleiders (DC) en van de actieve wisselstroomgeleiders (AC) van een fotovoltaïsche installatie is niet aanwezig.

Concreet

Bij de fotovoltaïsche installatie dragen de gelijkstroomgeleiders, tussen de panelen en de omvormer, en de actieve wisselstroomgeleiders niet de vereiste markering.

Het risico

Zonder duidelijke markering kan wie aan de installatie werkt de DC- en AC-kringen verwarren en werken aan een deel dat nog onder spanning staat.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de gelijkstroomgeleiders en de actieve wisselstroomgeleiders van een fotovoltaïsche installatie gemarkeerd zijn.

Bij wie terecht · De installateur van de zonnepanelen of een elektricien.

Referentie · L1: 7.112.2. Link naar deze uitleg
9007 De uitschakeltest van het scheiddingssysteem kon niet uitgevoerd worden wegens onvoldoende zonlicht.

Concreet

Dit punt wijst niet op een vastgesteld gebrek: er was bij de keuring te weinig zonlicht om de automatische loskoppeling van de omvormer te testen, zodat dit punt niet gecontroleerd kon worden.

Het risico

Zolang de test niet uitgevoerd is, is niet aangetoond dat de installatie zich bij een netonderbreking loskoppelt, wat de mensen beschermt die aan het net werken.

Wat de regel vraagt

Volgens het AREI moet de keuring de automatische onderbreking van het scheidingssysteem bij afwezigheid van netspanning controleren.

Bij wie terecht · De eigenaar van de fotovoltaïsche installatie.

Referentie · L1: 5.3.3.1. Link naar deze uitleg
9008 De doorsnede van de geleiders is NIET in functie van het vermogen van de omvormer.

Concreet

De doorsnede van de geleiders die op de omvormer aangesloten zijn, is niet aangepast aan zijn vermogen: ze zijn te dun voor de stroom die de omvormer kan leveren.

Het risico

Ondergedimensioneerde geleiders warmen abnormaal op, waardoor hun isolatie achteruitgaat en er op termijn brand kan ontstaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de doorsnede van de geleiders gekozen wordt in functie van de stroom die ze voeren, hier dus van het vermogen van de omvormer.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · L1: 5.2.1.2 · L1:4.4.3.2. Link naar deze uitleg
9010 De omvormer van de pv-installatie is niet beschermd door een differentieelstroominrichting van het type A. (Deze differentieelstroominrichting is dezelfde differentieelstroominrichting zijn die in het begin van de installatie is geïnstalleerd.

Concreet

De omvormer van de pv-installatie is niet beveiligd door een differentieelschakelaar van het type A, het type dat ook bepaalde lekstromen van zo'n toestel detecteert.

Het risico

Met een differentieelschakelaar van een ander type worden bepaalde lekstromen van de omvormer mogelijk niet gedetecteerd of onderbroken, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de omvormer beveiligd is door een differentieelschakelaar van het type A, die dezelfde mag zijn als die aan het begin van de installatie.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur van de zonnepanelen.

Referentie · L1: 5.3.5.3. Link naar deze uitleg
9016 Een algemene differentieelschakelaar voorzien met een nominale stroomsterkte van minstens In = 40A, een maximale gevoeligheid van 300mA, type A en een verzegelingsinrichting.

Concreet

De installatie heeft geen algemene differentieelschakelaar die aan alle vereisten voldoet: minstens 40 A, een gevoeligheid van ten hoogste 300 mA, type A en een verzegelingsinrichting.

Het risico

Zonder geschikte algemene differentieelschakelaar wordt een lekstroom mogelijk niet tijdig onderbroken, en ontbreekt die bescherming voor de hele installatie.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt aan het begin van de installatie een algemene differentieelschakelaar van minstens 40 A, met een gevoeligheid van ten hoogste 300 mA, van het type A en met een verzegelingsinrichting.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.3.4 Link naar deze uitleg
9017 Markering “3000A, 22.5KA²s” is niet aanwezig op differentieelschakelaar (niet verplicht voor installatie < 7/05/2000).

Concreet

Op de differentieelschakelaar staat de markering 3000A, 22,5kA²s niet, die aantoont dat hij een zware kortsluiting kan doorstaan zonder vernield te worden.

Het risico

Zonder die garantie kan een kortsluiting de differentieelschakelaar beschadigen, waarna hij misschien niet meer tegen elektrische schokken beschermt, zonder dat iets dat aangeeft.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt die markering op de differentieelschakelaar. Zoals het verslag vermeldt, is ze niet verplicht voor installaties van vóór de vermelde datum.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.3.5.5.e. Link naar deze uitleg

Laadpalen (15)

1315 De differentieelstroombeschermingsinrichting van het type B die aan het laadpunt is toegekend, is stroomafwaarts van een differentieelstroombeschermingsinrichting van het type A geplaatst: de stroomopwaartse inrichting blijft blootgesteld aan de storende gelijkstroomcomponent, zonder zo gebouwd te zijn dat haar werking gewaarborgd blijft, noch gekoppeld te zijn aan een detectie-inrichting voor differentiële gelijkstroom.

Concreet

In deze installatie heeft het laadpunt een eigen differentieelschakelaar van type B, maar die staat stroomafwaarts van een differentieelschakelaar van type A. Een fout tijdens het laden kan een gelijkstroomcomponent bevatten, waaraan die differentieelschakelaar van type A blootgesteld blijft zonder daarvoor bedoeld te zijn.

Het risico

Door een gelijkstroomcomponent kan een differentieelschakelaar van type A niet meer aanspreken. De stroombanen die hij beschermt, worden dan bij een fout misschien niet meer uitgeschakeld, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de gelijkstroomcomponent van een fout geen enkele differentieelschakelaar verstoort. Een differentieelschakelaar die eraan blootgesteld is, moet ondanks die component blijven werken of gekoppeld zijn aan een detectie-inrichting voor gelijkstroom.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.4.1. · 5.3.5.3.f. Link naar deze uitleg
1300 Niet elke toegekende stroombaan in wisselstroom van een laadinrichting wordt individueel door een differentieelstroombeschermingsinrichting met een aanspreekstroom van ten hoogste 30mA beschermd.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de stroombaan die het laadpunt voedt, geen eigen differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA heeft, of die deelt met andere stroombanen. Die beveiliging schakelt de stroom uit zodra een kleine lekstroom optreedt.

Het risico

Zonder die eigen differentieelschakelaar wordt een lekstroom, bijvoorbeeld via een beschadigde laadkabel, mogelijk niet tijdig onderbroken, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke toegekende stroombaan in wisselstroom van een laadpunt individueel beschermd wordt door een differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA, in de vaste installatie of in de laadpaal.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.4.1. Link naar deze uitleg
1304 Niet elke toegekende stroombaan van een conductieve laadinrichting wordt individueel beschermd door een aangepaste beschermingsinrichting tegen overstroom.

Concreet

Elk laadpunt moet een eigen stroombaan hebben, individueel beveiligd tegen overstroom door een aangepaste automaat of smeltzekering. De inspecteur stelde vast dat dit niet het geval is.

Het risico

Bij overbelasting of kortsluiting wordt de stroom niet correct onderbroken en kunnen de kabels oververhitten, met brandgevaar.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat elke toegekende stroombaan van een laadpunt individueel beschermd wordt door een aangepaste beveiliging tegen overstroom, in de vaste installatie of in de laadpaal.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.4.2. Link naar deze uitleg
1301 Het is verboden een laadinrichting op een vaste elektrische installatie door middel van een stopcontact aan te sluiten

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de laadpaal via een stopcontact op de vaste installatie aangesloten is, in plaats van vast op haar stroombaan aangesloten te zijn.

Het risico

Stopcontact en stekker zijn niet gemaakt om urenlang de hoge laadstroom te dragen. Ze kunnen oververhitten, smelten en zelfs brand veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt een laadpaal via een stopcontact op de vaste elektrische installatie aan te sluiten.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.3. Link naar deze uitleg
1303 Niet voor elke verbindingspunt van een laadpaal is er een exclusieve stroombaan toegekend.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat een verbindingspunt van de laadpaal zijn stroombaan deelt met andere toestellen of andere verbindingspunten, in plaats van een eigen, voorbehouden stroombaan te hebben.

Het risico

Op een gedeelde stroombaan komt het langdurige laden van het voertuig bovenop het andere verbruik en kan het de stroombaan overbelasten, met oververhitting van de kabels of herhaalde uitschakelingen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een eigen stroombaan voor elk verbindingspunt van een laadpaal, met eigen beveiligingen in de vaste installatie of in de laadpaal.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.3. Link naar deze uitleg
1305. De conductieve laadinrichting is onvoldoende beschermd tegen de te verwachten uitwendige invloeden van de ruimte waarin de laadinrichting geplaatst is.

Concreet

Deze laadpaal is onvoldoende beschermd tegen de te verwachten omstandigheden van de plaats waar ze staat, zoals vocht, stof, opspattend water of schokken.

Het risico

Water of stof kan in de laadpaal binnendringen en er isolatiefouten veroorzaken, met risico op een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de laadpaal beschermd is tegen de te verwachten uitwendige invloeden van de ruimte waarin ze geplaatst is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.5.1. Link naar deze uitleg
1306. Er zijn geen bijkomende maatregelen getroffen ter bescherming tegen mechanische belasting van de laadinrichting veroorzaakt door redelijkerwijs te verwachten aanrijding.

Concreet

De laadpaal staat op een plaats waar een voertuig ze redelijkerwijs kan aanrijden, bij het parkeren of manoeuvreren, en geen enkele bijkomende maatregel beschermt ze tegen zo'n aanrijding.

Het risico

Bij een aanrijding kunnen de laadpaal of haar bekabeling beschadigd raken, waardoor delen onder spanning bereikbaar worden, met risico op een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt, naast de bescherming tegen uitwendige invloeden, bijkomende maatregelen die de laadpaal beschermen tegen de mechanische belasting van elke redelijkerwijs te verwachten aanrijding.

Bij wie terecht · Een elektricien, samen met de beheerder van de ruimte.

Referentie · L1: 7.22.5.1. Link naar deze uitleg
1307 De laadinrichting in open lucht heeft geen beschermingsgraad van min. IP44.

Concreet

Deze laadpaal staat in open lucht, maar het materieel heeft niet de beschermingsgraad IP44, die het binnendringen verhindert van vaste voorwerpen groter dan 1 mm en van opspattend water uit alle richtingen.

Het risico

Regen of stof kan in de laadpaal binnendringen en er isolatiefouten veroorzaken, met risico op een elektrische schok of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het materieel van een laadpaal in open lucht een beschermingsgraad van minstens IP44 heeft.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: B1:7.22.5.1. Link naar deze uitleg
1308 De elektrische noodonderbreking van de conductieve laadinrichting, geplaatst op een gemeenschappelijke parkeerplaats & gevoed vanuit een gemeenschappelijke voeding, voldoet niet aan de eisen (niet huishoudelijke installatie).

Concreet

Deze laadpaal staat op een gemeenschappelijke parkeerplaats, bijvoorbeeld van een gebouw of een bedrijf, en hangt af van een gemeenschappelijke voeding. De noodonderbreking waarmee de laadpalen snel spanningsloos gemaakt moeten kunnen worden, ontbreekt of voldoet niet aan de eisen.

Het risico

Bij oververhitting, een beschadigde kabel of een beginnende brand kan de voeding van de laadpalen niet snel en veilig onderbroken worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een elektrische noodonderbreking van de laadpalen die zichtbaar, duidelijk aangeduid, goed bereikbaar en snel bedienbaar is, aan elke toegang tot de gemeenschappelijke parking of op de plaats die met de brandweer afgesproken is.

Bij wie terecht · Een elektricien, samen met de beheerder van de parking.

Referentie · L1: 7.22.5.2. Link naar deze uitleg
1309 In geval dat de laadinrichting elektrische energie in de vaste stroomopwaartse elektrische installatie kan terugleveren, is er geen opschrift voorzien of niet voldoende zichtbaar: “Opgelet , mogelijke teruglevering van elektrische energie in de installatie!”

Concreet

Deze laadpaal kan energie uit de batterij van het voertuig terugsturen naar de installatie. De waarschuwing die deze mogelijke teruglevering van elektrische energie meldt, ontbreekt of is onvoldoende zichtbaar.

Het risico

Wie aan de installatie werkt, zou kunnen denken dat een uitgeschakelde stroombaan spanningsloos is, terwijl de laadpaal er nog stroom in kan terugleveren, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een waarschuwing voor mogelijke teruglevering van elektrische energie in de installatie, aangebracht op de laadpaal en op het betrokken verdeelbord of de betrokken verdeelborden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.5.4. Link naar deze uitleg
1310 De laadinrichting voldoet niet aan de eisen voor een decentrale productie-eenheid.

Concreet

Deze laadpaal kan energie uit de batterij van het voertuig terugleveren aan de installatie. Ze moet dan voldoen aan de eisen voor een decentrale productie-eenheid, zoals een installatie met zonnepanelen, en dat is niet het geval.

Het risico

Zonder die beveiligingen kan de laadpaal de installatie blijven voeden terwijl die spanningsloos zou moeten zijn, met risico op een elektrische schok voor wie eraan werkt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een laadpaal die energie aan de installatie kan terugleveren, voldoet aan de voorschriften voor decentrale productie-eenheden, onder meer voor de bescherming tegen elektrische schokken en overstroom en de veiligheidsonderbreking.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.5.2. Link naar deze uitleg
1311 Laadinrichtingen en hun bijhorende parkeerplaatsen mogen niet gelegen zijn in ruimten die door uitwendige invloed BE3 wordt gekenmerkt.

Concreet

De laadpaal of de bijbehorende parkeerplaats bevindt zich in een ruimte die gekenmerkt wordt door de uitwendige invloed BE3, dus met ontploffingsgevaar door de stoffen die er verwerkt of opgeslagen worden.

Het risico

Door een vonk of opwarming tijdens het laden kan er een explosieve atmosfeer ontbranden, met risico op ontploffing en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI verbiedt laadpalen en hun bijbehorende parkeerplaatsen in ruimten die gekenmerkt worden door de uitwendige invloed BE3, waar ontploffingsgevaar bestaat.

Bij wie terecht · Een elektricien, samen met de uitbater van de ruimten.

Referentie · L1: 7.22.5.5. Link naar deze uitleg
1312 Het verbindingspunt is niet zo dicht mogelijk bij de parkeerlaadplaats van het elektrisch voertuig geplaatst.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat het verbindingspunt, de plaats waar de laadkabel aangesloten wordt, niet zo dicht mogelijk bij de parkeerplaats staat waar het voertuig laadt.

Het risico

Over een lange afstand sleept de laadkabel over de grond. Hij kan geplet of beschadigd raken of iemand doen struikelen, met risico op een elektrisch defect en op een val.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het verbindingspunt zo dicht mogelijk bij de parkeerplaats voor het laden van het elektrisch voertuig ligt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.5.3. Link naar deze uitleg
1313 Een verbindingspunt wordt slechts met één elektrisch voertuig tegelijkertijd elektrisch verbonden.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat meerdere elektrische voertuigen tegelijk op hetzelfde verbindingspunt aangesloten kunnen worden, bijvoorbeeld via een adapter of een verdeelstuk.

Het risico

Meerdere voertuigen laden via een punt dat voor één voertuig voorzien is, kan de stroombaan en haar beveiligingen overbelasten, met risico op oververhitting en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een verbindingspunt slechts met één elektrisch voertuig tegelijk elektrisch verbonden wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien, samen met de beheerder of de gebruiker van de laadpaal.

Referentie · L1: 7.22.5.3. Link naar deze uitleg
1314 Het verbindingspunt wordt beschermd door een diff. van type A en er is geen detectieapparaat dat de laadinrichting uitschakelt bij het ontstaan van een isolatiefout met vertsorende gelijkstroomcomponent.

Concreet

Bij deze laadpaal wordt het verbindingspunt beschermd door een differentieelschakelaar van type A, zonder inrichting die de laadpaal uitschakelt bij een fout met een gelijkstroomcomponent. Zo'n fout kan optreden tijdens het laden van een voertuig.

Het risico

Door een gelijkstroomcomponent kan een differentieelschakelaar van type A niet meer aanspreken. De lekstroom blijft dan bestaan, met risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat het verbindingspunt beschermd wordt ofwel door een differentieelschakelaar die blijft werken ondanks een gelijkstroomcomponent, ofwel door een differentieelschakelaar samen met een detectie-inrichting voor gelijkstroom die de laadpaal uitschakelt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 7.22.4.1. Link naar deze uitleg

Opmerkingen en informatie (111)

RDE4 Informatie Deze controle is beperkt tot de zichtbare en normaal toegankelijke delen van de installatie. Tenzij anders vermeld, maken de toestellen en apparaten aangesloten op de vaste installatie geen deel uit van de controle.

Concreet

Deze opmerking verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: de inspecteur onderzoekt de zichtbare en toegankelijke delen van de installatie, zonder demontage, en niet de toestellen die erop aangesloten zijn. Het is geen inbreuk.

RDE5 Informatie Deze inspectie is enkel beperkt tot de delen van de elektrische installatie die op de overeenkomstige (en ondertekende) delen van de schema’s aangegeven zijn.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze heeft enkel betrekking op de delen van de installatie die op het ondertekende deel van de schema's staan. De rest werd niet gekeurd. Het is geen inbreuk.

RDE6 Informatie Dit rapport is slechts een weergave van de elektrische installatie op het moment van de controle.

Concreet

Het verslag beschrijft de installatie zoals ze was op het moment van de keuring. Een latere wijziging of beschadiging staat er niet in. Het is geen inbreuk.

RDE2 Informatie De schema's van de elektrische installatie moeten in het elektrische installatiedossier bewaard worden. Het wordt ook ten zeerste aanbevolen een kopie van de schema's in de buurt van het hoofdverdeelbord te bewaren.

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat de schema's van de installatie in het dossier van de elektrische installatie bewaard moeten worden. Het verslag stelt ook voor een kopie bij het hoofdverdeelbord te bewaren. Het is geen inbreuk.

RDE15 Informatie De eenheid was gemeubileerd ten tijde van de inspectie.

Concreet

De ruimten waren tijdens de keuring gemeubeld. Meubelen kunnen delen van de installatie verbergen, zoals stopcontacten of kabels, die dan niet onderzocht konden worden. Het is geen inbreuk.

RDE3 Informatie De schema's van de elektrische installatie zijn op het tijdstip van de inspectie aanwezig en werden ter plaatse gecontroleerd. Deze moeten opnieuw worden getoond bij de volgende (her)inspectie.

Concreet

De schema's van de elektrische installatie waren aanwezig en de inspecteur heeft ze ter plaatse nagekeken. Ze moeten opnieuw voorgelegd worden bij de volgende keuring of herkeuring. Het is geen inbreuk.

RDE10 Informatie Deze inspectie heeft alleen betrekking op het bewoonbare gedeelte van het gebouw.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze heeft enkel betrekking op het bewoonbare deel van het gebouw. De andere delen van het gebouw zijn niet inbegrepen. Het is geen inbreuk.

RDE12 Informatie Het is niet uitgesloten dat bij de presentatie van de schema's nog andere inbreuken vastgesteld zullen worden.

Concreet

Deze vermelding voegt geen inbreuk toe. Ze wijst erop dat het onderzoek van de schema's, wanneer die voorgelegd worden, nog andere inbreuken aan het licht kan brengen.

RDE7 Opmerking De verlichting is nog niet permanent geïnstalleerd.

Concreet

De verlichting was tijdens de keuring nog niet definitief geïnstalleerd. Ze kon dus niet in haar definitieve toestand onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-1 Opmerking Geen inbreuken.

Concreet

De inspecteur stelde geen enkele inbreuk vast in de delen van de installatie die deze keuring omvat.

RDE11 Opmerking Niet alle apparaten van klasse I (b.v. wasmachines, droogtrommels, ...) zijn geïnstalleerd ten tijde van de inspectie.

Concreet

Sommige toestellen van klasse I, die met de aarde verbonden moeten zijn, zoals een wasmachine of een droogkast, waren tijdens de keuring nog niet geïnstalleerd. Het is geen inbreuk.

RDE18 Opmerking De elektrische installatie is spanningsloos. De goede werking van de differentieelstroominrichtingen kunnen niet getest worden.

Concreet

De installatie was tijdens de keuring spanningsloos. De goede werking van de differentieelschakelaars kon dus niet getest worden. Het is geen inbreuk.

RDE9 Opmerking De keuken (en de toestellen) zijn nog niet geplaatst.

Concreet

De keuken en de toestellen waren tijdens de keuring nog niet geplaatst. De elektrische installatie ervan kon dus niet in haar definitieve toestand onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

RDEP3 Opmerking Niet alle administratieve gegevens kunnen nagekeken worden (bv. merk en type van panelen en/of serienummers van micro-invertors en/of ...). De huidige controle wordt uitgevoerd op basis van de door de klant of de installateur verstrekte informatie.

Concreet

Sommige administratieve gegevens, zoals het merk en het type van de panelen of de serienummers van de micro-omvormers, konden niet nagekeken worden. Voor die gegevens steunt de keuring op de informatie van de klant of de installateur. Het is geen inbreuk.

RDE8 Opmerking De badkamer is nog niet klaar: bad en/of douche zijn nog niet geïnstalleerd. Bij de definitieve plaatsing van het bad en/of de douche moet rekening worden gehouden met de volumes in de badkamer of de doucheruimte.

Concreet

De badkamer was niet afgewerkt: het bad of de douche was nog niet geïnstalleerd. Bij de definitieve plaatsing moet rekening gehouden worden met de volumes, de zones waar het AREI het elektrisch materieel beperkt. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-95 Informatie Het is mogelijk dat er bij een volgende controle bijkomende inbreuken worden vastgesteld.

Concreet

Deze vermelding voegt geen inbreuk toe. Ze wijst erop dat bij een volgende keuring andere inbreuken vastgesteld kunnen worden dan die in dit verslag.

RDE29 Opmerking De gehele elektrische installatie komt niet overeen met de eisen van Boek 1. Een volledige herziening van de installatie is vereist. Een nieuwe keuring moet uitgevoerd worden eenmaal de werken zijn beëindigd.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de installatie in haar geheel niet voldoet aan de eisen van het AREI (Boek 1). Het verslag vraagt een volledige herziening, en daarna een nieuwe keuring zodra de werken klaar zijn.

RDEP1 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de fotovoltaïsche installatie.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze heeft enkel betrekking op de fotovoltaïsche installatie, niet op de rest van de elektrische installatie. Het is geen inbreuk.

RDE19 Opmerking De elektrische installatie is spanningsloos. De juistheid van de elektrische installatieschema's (eendraads- en situatieschema’s) kan niet volledig gecontroleerd worden (b.v. daadwerkelijke aansluiting van de elektrische componenten op de afgebeelde zekeringen/automatische schakelaars).

Concreet

De installatie was tijdens de keuring spanningsloos. De inspecteur kon de juistheid van het eendraadschema en het situatieschema dus niet volledig nagaan, bijvoorbeeld of de elementen echt aangesloten zijn op de aangeduide zekeringen of automaten. Het is geen inbreuk.

RDE39 Informatie Alle differentieelstroominrichtingen in de elektrische installatie moeten periodiek (bijv. maandelijks) worden getest met behulp van de testknop (zie de instructies van de fabrikant).

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat alle differentieelschakelaars van de installatie regelmatig getest moeten worden, bijvoorbeeld maandelijks, met hun testknop, volgens de instructies van de fabrikant. Die test gaat na of ze de stroom goed onderbreken. Het is geen inbreuk.

RDE23 Opmerking De spreidingsweerstand van de aardverbinding kan niet gemeten worden. Deze moet bij voorkeur minder dan 30 Ohm zijn.

Concreet

De inspecteur kon de spreidingsweerstand van de aardverbinding niet meten. Die toont of de installatie goed met de aarde verbonden is. Ze moet bij voorkeur kleiner zijn dan 30 Ω. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-98 Informatie De keuring heeft uitsluitend betrekking op de conformiteit en veiligheid van de thuisbatterij en/of de fotovoltaïsche installatie, en omvat geen andere elektrische installaties of componenten die niet rechtstreeks verband houden met de thuisbatterij en/of de fotovoltaïsche installatie.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze heeft enkel betrekking op de conformiteit en de veiligheid van de thuisbatterij, in voorkomend geval met de fotovoltaïsche installatie, en op wat er rechtstreeks mee verbonden is. Het is geen inbreuk.

RDE50 Opmerking De EAN-code van de installatie kon op het ogenblik van de controle niet meegedeeld worden door de klant of de installateur.

Concreet

De klant of de installateur kon de EAN-code van de installatie tijdens de keuring niet meedelen. Die code identificeert het aansluitpunt op het elektriciteitsnet. Het is geen inbreuk.

RDE14 Informatie Er moeten ten minste drie exemplaren van de schema's van de elektrische installatie aanwezig zijn.

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat er minstens drie exemplaren van de schema's van de elektrische installatie aanwezig moeten zijn. Het is geen inbreuk.

RDE45 Informatie Deze controle heeft enkel betrekking op de laadpaal(en) voor elektrische voertuigen.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze heeft enkel betrekking op de laadpaal of laadpalen voor elektrische voertuigen, niet op de rest van de elektrische installatie. Het is geen inbreuk.

RDE24 Opmerking De isolatieweerstand kan niet gemeten worden. Die moet groter zijn dan 0,5 MOhm.

Concreet

De inspecteur kon de isolatieweerstand niet meten. Die toont of de geleiders goed geïsoleerd zijn ten opzichte van elkaar en van de aarde. Ze moet groter zijn dan 0,5 MΩ. Het is geen inbreuk.

RDEP5 Informatie De fotovoltaïsche installatie is in gebruik genomen; neem contact op met de installateur en/of de beheerder van de installatie voor verdere opvolging, eventuele storingen of technische vragen.

Concreet

Deze informatie geeft aan dat de fotovoltaïsche installatie in gebruik genomen is. Voor de opvolging, een storing of een technische vraag is de installateur of de beheerder van de installatie het aanspreekpunt. Het is geen inbreuk.

RDEP7 Opmerking De equipotentiale verbindingen van het frame is OK.

Concreet

De inspecteur controleerde de equipotentiaalverbinding van het frame, die de metalen kaders van de zonnepanelen en hun structuur met de aarde verbindt. Dit punt is in orde.

RDEP6 Opmerking De gebruikershandleiding + CE-certificaat zijn OK.

Concreet

De inspecteur controleerde de gebruikershandleiding en het CE-certificaat. Dit punt is in orde.

RDEP8 Opmerking ENS-beveiliging (eilandwerking) is OK.

Concreet

De inspecteur controleerde de ENS-beveiliging van de fotovoltaïsche installatie: als het net uitvalt, stopt ze de levering van de productie aan het net, zodat er geen eilandwerking ontstaat. Dit punt is in orde.

ELEC-REM-86 Informatie De afwijkende bepalingen van punt 1 (bescherming tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking) van onderafdeling 6.5.8.1 van het AREI worden toegepast.

Concreet

De inspecteur paste een afwijkende bepaling van het AREI toe voor de bestaande delen van huishoudelijke installaties die vanaf 1 juni 2020 uitgevoerd werden. Ze betreft de bescherming tegen elektrische schokken bij aanraking van een deel dat door een fout onder spanning komt. Het is geen inbreuk.

RDEP2 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de uitbreiding van de installatie.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze heeft enkel betrekking op de uitbreiding van de installatie, niet op het bestaande deel. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-91 Opmerking Woning was niet volledig toegankelijk, bemeubeld.

Concreet

De woning was tijdens de keuring niet volledig toegankelijk. De niet-toegankelijke delen konden niet onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

RDE13 Opmerking De elektrische installatie is niet volledig toegankelijk voor inspectie. Niet alle lokalen zijn toegankelijk.

Concreet

Niet alle lokalen waren tijdens de keuring toegankelijk. Een deel van de elektrische installatie kon dus niet onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

RDE44 Informatie De keuring heeft enkel betrekking op de uitbreiding die op de schema’s is opgenomen

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze heeft enkel betrekking op de uitbreiding die op de schema's staat, niet op de rest van de elektrische installatie. Het is geen inbreuk.

RND5 Informatie Alle differentieelstroominrichtingen in de elektrische installatie moeten periodiek (bijv. maandelijks) worden getest met behulp van de testknop (zie de instructies van de fabrikant).

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat alle differentieelschakelaars van de installatie regelmatig getest moeten worden, bijvoorbeeld maandelijks, met hun testknop, volgens de instructies van de fabrikant. Die test gaat na of ze de stroom goed onderbreken. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-87 Informatie Het is niet uitgesloten dat bij een nacontrole bijkomende inbreuken worden vastgesteld bij voorleggen schema's.

Concreet

Deze informatie waarschuwt dat het onderzoek van de schema's bij een nacontrole andere inbreuken aan het licht kan brengen. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-107 Opmerking Verlichting nog op te hangen.

Concreet

De verlichting was tijdens de keuring nog niet geplaatst. De verlichtingstoestellen konden dus niet onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

RND7 Opmerking Tijdens de huidige inspectie werd de installatie niet spanningsloos gemaakt wegens de continuïteit van de activiteiten. Bij de volgende periodieke inspectie, zal de installatie volledig spanningsloos gemaakt worden, zodat de differentieelstroominrichtingen kunnen getest worden en zodat de totale isolatieweerstand kan gemeten worden.

Concreet

De installatie werd tijdens de keuring niet spanningsloos gemaakt, om de activiteiten niet te onderbreken. Bij de volgende periodieke keuring moet dat wel gebeuren, om de differentieelschakelaars te testen en de isolatieweerstand van de hele installatie te meten. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-88 Informatie We kunnen niet uitsluiten dat er bij na controle bijkomende inbreuken zullen zijn

Concreet

Deze informatie waarschuwt dat een nacontrole andere inbreuken dan die van het verslag aan het licht kan brengen. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-106 Opmerking Badkamer nog niet afgewerkt.

Concreet

De badkamer was tijdens de keuring nog niet afgewerkt. De elektrische installatie ervan kon dus niet in haar definitieve toestand onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

RDEC2 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de werfinstallatie. Ten tijde van de inspectie staat de algemene keuzeschakelaar op 3X400V+N.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: alleen de werfinstallatie werd gekeurd. Ze vermeldt ook dat de algemene keuzeschakelaar tijdens de keuring op 3x400V+N stond. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-93 Informatie Il est possible que d’autres infractions soient constatées lors d’un prochain contrôle suite à la présentation des schémas de l’installation.

Concreet

Deze informatie waarschuwt dat het onderzoek van de schema's, zodra ze voorgelegd worden, bij een volgende keuring andere inbreuken aan het licht kan brengen. Het is geen inbreuk.

RDEP9 Opmerking MID-markering van de groene meter is OK.

Concreet

De inspecteur ging na dat de groene energiemeter van de fotovoltaïsche installatie de MID-markering draagt, die zijn conformiteit met de Europese richtlijn over meetinstrumenten aantoont. Dit punt is in orde.

RND15 Opmerking Volgens de door de klant verstrekte informatie zijn de standaard externe invloeden van toepassing op de gehele elektrische installatie (zie schema's): AA4/AD1/AE1/AF1/AG1/AH1/AK1/AL1/AM1/AN1/BA1/BB1/BC1/BE1/CA1/CB1.

Concreet

Volgens de informatie van de klant gelden de standaard uitwendige invloeden voor de hele installatie. De vermelde codes duiden die omstandigheden aan, zoals de temperatuur, de aanwezigheid van water of stof en de bekwaamheid van personen, die bepalen welk elektrisch materieel toegelaten is. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-104 Opmerking Badkamer nog in te richten. Keuken nog te plaatsen. Verlichtingen nog op te hangen.

Concreet

Tijdens de keuring was de badkamer nog niet ingericht, de keuken nog niet geplaatst en de verlichting nog niet opgehangen. Die delen konden dus niet in hun definitieve toestand onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-99 Opmerking De panelen waren niet zichtbaar

Concreet

De zonnepanelen waren tijdens de keuring niet zichtbaar. De inspecteur kon ze dus niet onderzoeken. Het is geen inbreuk.

RDE25 Opmerking De plaats van de aardingsonderbreker in het gebouw moet aangegeven worden. Het moet zich bevinden in de gemeenschappelijke ruimten van het gebouw (meterruimte, kelder, ...), en is gemeenschappelijk voor alle wooneenheden.

Concreet

De plaats van de aardingsonderbreker, waarmee de aardverbinding gemeten wordt, moet aan de inspecteur getoond worden. Hij is gemeenschappelijk voor alle woningen en moet zich in de gemeenschappelijke delen bevinden, bijvoorbeeld de meterruimte of de kelder. Het is geen inbreuk.

RDE28 Opmerking De teller kast was ten tijde van de inspectie niet toegankelijk.

Concreet

De meterruimte of meterkast was tijdens de keuring niet toegankelijk. Wat zich daar bevindt, kon dus niet onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-105 Opmerking Keuken nog te plaatsen

Concreet

De keuken was tijdens de keuring nog niet geplaatst. De elektrische installatie ervan kon dus niet in haar definitieve toestand onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-97 Informatie Deze keuring is geldig enkel voor de werfkast.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze geldt enkel voor de werfkast, en niet voor andere delen van de installatie. Het is geen inbreuk.

RDEP12 Opmerking Tijdens de inspectie werden overtredingen vastgesteld in het bestaande gedeelte van de elektrische installatie (dat geen deel uitmaakt van de huidige inspectie). Het wordt aanbevolen de gehele installatie aan een technische controle te onderwerpen.

Concreet

Tijdens deze keuring merkte de inspecteur inbreuken op in het bestaande deel van de installatie, dat niet in de keuring begrepen was. Hij meldt dat met deze opmerking, en het verslag nodigt uit om de hele installatie te laten keuren.

RND1 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de installatie van de algemene sanitaire kast.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: alleen de installatie van de algemene sanitaire kast werd gekeurd, niet de rest van de installatie. Het is geen inbreuk.

RND8 Opmerking De elektrische installatie is spanningsloos. Niet alle metingen/controles (b.v. continuïteit van de aardverbinding) konden worden uitgevoerd.

Concreet

De elektrische installatie was tijdens de keuring spanningsloos. Sommige metingen en controles, bijvoorbeeld van de aardverbinding, konden dus niet uitgevoerd worden. Het is geen inbreuk.

RDEP11 Opmerking De EAN-code werd aan de klant of de installateur gevraagd maar die konden het ons niet doorgeven.

Concreet

De EAN-code werd aan de klant of de installateur gevraagd, maar zij konden hem niet bezorgen. Die code identificeert het aansluitpunt op het elektriciteitsnet. Het is geen inbreuk.

RDE27 Informatie Het wordt aanbevolen om voor gas- en waterinstallaties equipotentiale verbindingen aan te brengen.

Concreet

Deze informatie vestigt de aandacht op de equipotentiaalverbindingen van de gas- en waterinstallaties, die hun metalen leidingen met de aarding van de elektrische installatie verbinden. Het verslag stelt voor ze aan te brengen. Het is geen inbreuk.

RND14 Informatie Deze keuring is enkel beperkt tot de elektrische installatie voor niet-huishoudelijke laagspanning en extra-laagspanning, met uitzondering van die delen in de risicogebieden.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze heeft enkel betrekking op de elektrische installatie op laagspanning en zeer lage spanning, zonder de delen in de risicogebieden. Het is geen inbreuk.

RDEC5 Informatie De installatie wordt gecontroleerd zonder enige verbinding met het openbaar verdeelnet. Een extra controle kan noodzakelijk zijn voordat het systeem ter plaatse in gebruik genomen wordt.

Concreet

De installatie werd gekeurd zonder aansluiting op het openbare net. Een bijkomende keuring kan nodig zijn voor de indienststelling, voor ze ter plaatse in gebruik genomen wordt. Het is geen inbreuk.

R_EV_PERIMETER Opmerking De huidige controle heeft geen betrekking op de firmware noch op de communicatiefuncties van het laadpunt.

Concreet

Deze opmerking verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: de interne software van het laadpunt, de firmware, en de communicatiefuncties ervan werden niet gekeurd. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-102 Informatie De keuring heeft enkel betrekking op de uitbreiding van de elektrische installatie.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze had enkel betrekking op de uitbreiding van de elektrische installatie, niet op het bestaande deel. Het is geen inbreuk.

RDE29.1 Informatie Indien nodig moeten de ontvangen schema’s aangepast worden na de beoogde werkzaamheden aan de elektrische installatie ( zie opmerking/ inbreuken op het verslag)

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat de aan de inspecteur bezorgde schema's zo nodig aangepast moeten worden na de geplande werken aan de installatie, in verband met de opmerkingen en inbreuken in het verslag. Het is geen inbreuk.

RND17 Informatie Bij de volgende periodieke inspectie (volgens het nalevingsonderzoek) moet een risicoanalyse van de installatie worden voorgelegd (Welzijnscode).

Concreet

Bij de volgende periodieke keuring, na deze gelijkvormigheidscontrole, moet een risicoanalyse van de installatie voorgelegd worden, zoals de Codex over het welzijn op het werk voorschrijft. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-114 Opmerking De spreidingsweerstand van de aarding is gemeenschappelijk met de andere woningen in het gebouw

Concreet

De aardverbinding van de installatie is gemeenschappelijk met de andere woningen in het gebouw. De gemeten aardingsweerstand is dus die van deze gemeenschappelijke aardverbinding. Het is geen inbreuk.

RDE37 Opmerking De equipotentiaalverbindingen zijn gepland, maar kunnen nog niet worden aangesloten omdat de desbetreffende installaties ontbreken.

Concreet

De equipotentiaalverbindingen, die metalen delen zoals water- of gasleidingen met de aarde verbinden, zijn voorzien maar nog niet aangesloten, omdat de betrokken installaties nog niet geplaatst zijn. Het is geen inbreuk.

RDE36 Informatie Het wordt aanbevolen contact op te nemen met de distributienetbeheerder, om het stroomopwaartse deel van de oorsprong van de installatie te wijzigen in overeenstemming met de goede praktijken.

Concreet

Deze informatie gaat over het deel stroomopwaarts van de installatie, aan de kant van het net, dat onder de distributienetbeheerder valt. Het verslag nodigt uit om met hem contact op te nemen, zodat dat deel volgens de goede praktijk aangepast wordt. Het is geen inbreuk.

RDE31 Informatie Alle afdekplaten van stopcontacten en schakelaars moeten worden vervangen zodra het pleister- en schilderwerk is voltooid.

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat de afdekplaten van stopcontacten en schakelaars vervangen moeten worden zodra het pleister- en schilderwerk klaar is. Het is geen inbreuk.

RDE17 Opmerking Geen toestemming om de elektrische installatie spanningsloos te maken. Niet alle metingen/controles konden uitgevoerd worden.

Concreet

De inspecteur kreeg geen toestemming om de installatie spanningsloos te maken. Sommige metingen en controles konden dus niet uitgevoerd worden. Het is geen inbreuk.

RDE33 Opmerking De wooneenheid bevat alleen stopcontacten zonder aardcontacten. Geen klasse I apparaten zijn aangesloten op het moment van de test.

Concreet

De wooneenheid heeft alleen stopcontacten zonder aardcontact. Tijdens de keuring was er geen toestel van klasse I, dat met de aarde verbonden moet zijn, op aangesloten. Het is geen inbreuk.

RDEC4 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de werfinstallatie. Ten tijde van de inspectie staat de algemene keuzeschakelaar op 2X230V.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: alleen de werfinstallatie werd gekeurd. Ze vermeldt ook dat de algemene keuzeschakelaar tijdens de keuring op 2x230V stond. Het is geen inbreuk.

RDE26 Informatie Het wordt aanbevolen de aardingsonderbreker te beschermen tegen invloeden van buitenaf (vocht, corrosie, mechanische schade).

Concreet

Deze informatie gaat over de aardingsonderbreker, waarmee de aardverbinding gemeten kan worden. Het verslag benadrukt dat hij beschermd zou moeten zijn tegen vocht, corrosie en mechanische schade. Het is geen inbreuk.

RDE51 Opmerking De isolatieweerstand van de toegekende stroombaan van de laadinrichting werd gemeten onder een testspanning van 250 V in gelijkstroom, overeenkomstig de technische fiche van de fabrikant.

Concreet

Deze opmerking verduidelijkt een meting: de isolatieweerstand van de stroombaan die voor de laadpaal bestemd is, werd gemeten met een testspanning van 250 V gelijkstroom, zoals de technische fiche van de fabrikant bepaalt. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-81 Informatie De keuring is just voor de uitbreiding (Zie schema)

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: ze had enkel betrekking op de aangegeven uitbreiding, niet op de rest van de elektrische installatie. Het is geen inbreuk.

RND9 Informatie De isolatieweerstand wordt gemeten voor de gehele te testen installatie, met uitzondering van gebruikers of elementen die elektrische componenten bevatten (b.v. invertors, gebouwautomatiseringssystemen, enz.).

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt hoe de isolatieweerstand gemeten werd: over de hele gekeurde installatie, behalve de elementen met elektronische componenten, zoals omvormers of gebouwautomatiseringssystemen. Het is geen inbreuk.

RDE38 Informatie De installatie wordt gecontroleerd zonder enige verbinding met het openbaar verdeelnet. Een extra controle kan noodzakelijk zijn voordat het systeem ter plaatse in gebruik genomen wordt.

Concreet

De installatie werd gekeurd zonder aansluiting op het openbare net. Een bijkomende keuring kan nodig zijn voor de indienststelling, voor ze ter plaatse in gebruik genomen wordt. Het is geen inbreuk.

RDEP10 Opmerking Geen groene energiemeter aanwezig in de fotovoltaïsche installatie.

Concreet

De inspecteur vond geen groene energiemeter, de meter die de productie van de fotovoltaïsche installatie meet. Het is geen inbreuk.

RDE30 Opmerking Niet alle relevante delen van de elektrische installatie waren toegankelijk tijdens de inspectie. De conformiteit van die delen kon niet gecontroleerd worden. Voor volgende bezoek moten die delen toegankelijk gemaakt worden.

Concreet

Sommige delen van de installatie die belangrijk zijn voor de eindbeoordeling van de keuring, waren niet toegankelijk. Hun conformiteit kon dus niet nagegaan worden. Bij een nieuw bezoek moeten ze toegankelijk gemaakt worden. Het is geen inbreuk.

RDE21 Informatie Er wordt aangeraden om aan het begin van de installatie een differentieel-stroominrichting met gemiddelde gevoeligheid (300mA) te installeren, en de bestaande differentieel-stroominrichtingen te gebruiken als aanvullende beveiliging voor installaties in badkamers, wasmachines, vaatwasmachines, droogtrommels of soortgelijke apparaten.

Concreet

Deze informatie stelt een indeling van de differentieelschakelaars voor: een differentieelschakelaar van 300 mA aan het begin van de installatie, waarbij de bestaande differentieelschakelaar dient als bijkomende bescherming voor de badkamer, de wasmachine, de vaatwasser, de droogkast of gelijkaardige toestellen. Het is geen inbreuk.

RDE20 Informatie Voor de beveiliging van installaties in badkamers, wasmachines, vaatwassers, droogtrommels of soortgelijke apparaten wordt een differentieel-stroominrichting met een hoge gevoeligheid (30 mA) aanbevolen, die ondergeschikt is aan die welke aan het begin van de installatie is geplaatst.

Concreet

Deze informatie stelt een differentieelschakelaar van 30 mA voor, geplaatst na die welke de hele installatie beveiligt, voor de badkamer, de wasmachine, de vaatwasser, de droogkast of gelijkaardige toestellen. Het is geen inbreuk.

Recprov Opmerking Voorlopige oplevering opening meter voor afwerking van de werken

Concreet

Deze opmerking wijst op een voorlopige oplevering: de keuring gebeurde om de opening van de meter mogelijk te maken, zodat de werken afgewerkt kunnen worden. Het is geen inbreuk.

Isolatie Opmerking De isolatie weerstand kan niet gemeten worden.

Concreet

De inspecteur kon de isolatieweerstand niet meten. Die toont of de geleiders goed geïsoleerd zijn ten opzichte van elkaar en van de aarde. Het is geen inbreuk.

RND16 Informatie De risicoanalyse (van toepassing op niet-huishoudelijke elektrische installaties, zie Welzijnscode) is aanwezig op het moment van de inspectie. Deze risicoanalyse moet regelmatig opnieuw worden bezien en bijgewerkt, afhankelijk van de toepassing en het gebruik van de elektrische installatie.

Concreet

De risicoanalyse van de elektrische installatie, die de Codex over het welzijn op het werk voor niet-huishoudelijke installaties voorschrijft, was tijdens de keuring beschikbaar. Ze moet regelmatig herzien en bijgewerkt worden, volgens het gebruik van de installatie. Het is geen inbreuk.

RND11 Informatie Er wordt ten zeerste aangeraden alle ongebruikte openingen in de bestaande installatie (kabelinvoeren, openingen in de afdekplaat...) volledig te dichten.

Concreet

Deze informatie vestigt de aandacht op de ongebruikte openingen in de bestaande installatie, zoals kabelinvoeren of andere openingen, die volledig gedicht zouden moeten worden. Het is geen inbreuk.

RDE43 Informatie Verf en/of pleisterwerk op de aardcontacten van wandcontactdozen moeten worden verwijderd voordat de (nieuwe) installatie in gebruik wordt genomen.

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat verf of pleister op de aardcontacten van de stopcontacten verwijderd moet worden voor de nieuwe installatie in gebruik genomen wordt, zodat de aangesloten toestellen met de aarde verbonden zijn. Het is geen inbreuk.

RDEP4 Opmerking Het merk en type van de invertor zijn (ten tijde van de inspectie) niet opgenomen in de Synergrid-lijst C10/26 (Lijst van goedgekeurde stroomopwekkingseenheden overeenkomstig bijlage D "Technische basiseisen voor de stroomopwekkingseenheid" van het Synergrid C10/11 ed2.1 (01/09/2019)).

Concreet

Ten tijde van de keuring stonden het merk en het type van de omvormer niet op de lijst C10/26 van Synergrid, met de goedgekeurde productie-eenheden volgens de voorschriften van de netbeheerders. Het is geen inbreuk op het AREI.

ELEC-REM-84 Opmerking VOLUME VAN DE BADKAMER IS NIET GERESPECTEERD ( in volume 2 van de bad mag er geen schakelaars geplaats worden )

Concreet

Deze opmerking meldt dat er een schakelaar in volume 2 van het bad staat, de zone rond het bad waar het AREI geen schakelaars toelaat.

RND18 Opmerking De risicoanalyse (van toepassing op elektrische installaties voor niet-huishoudelijk gebruik, zie Welzijnscode) kan niet worden voorgelegd op het moment van de inspectie. Deze risicoanalyse moet worden toegevoegd aan het dossier van de elektrische installatie.

Concreet

De risicoanalyse die de Codex over het welzijn op het werk voor niet-huishoudelijke elektrische installaties voorschrijft, kon tijdens de keuring niet voorgelegd worden. Ze moet bij het dossier van de elektrische installatie gevoegd worden. Dit punt staat in het verslag als opmerking, niet als inbreuk.

RND12 Informatie Verf en/of pleisterwerk op de aardcontacten van wandcontactdozen moeten worden verwijderd voordat de (nieuwe) installatie in gebruik wordt genomen.

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat verf of pleister op de aardcontacten van de stopcontacten verwijderd moet worden voor de nieuwe installatie in gebruik genomen wordt, zodat de aangesloten toestellen met de aarde verbonden zijn. Het is geen inbreuk.

RND6 Opmerking Stopcontacten in vloeren of plinten zijn nog niet geplaatst.

Concreet

De voorziene stopcontacten in de vloeren of plinten waren tijdens de keuring nog niet geplaatst. Ze konden dus niet onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

RDE34 Informatie Alle klasse I apparaten moeten verplicht gevoed worden door een contactdoos met aardcontact dat is aangesloten op het aardingssysteem.

Concreet

Deze informatie herinnert eraan dat toestellen van klasse I, waarvan de bereikbare metalen delen met de aarde verbonden worden, aangesloten moeten worden op een stopcontact met aardcontact dat met de aarding van de installatie verbonden is. Het is geen inbreuk.

RDEC3 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de werfinstallatie. Ten tijde van de inspectie staat de algemene keuzeschakelaar op 1X400V+N.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: alleen de werfinstallatie werd gekeurd. Ze vermeldt ook dat de algemene keuzeschakelaar tijdens de keuring op 1x400V+N stond. Het is geen inbreuk.

RDEC1 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de werfinstallatie. Ten tijde van de inspectie staat de algemene keuzeschakelaar op 3X230V.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: alleen de werfinstallatie werd gekeurd. Ze vermeldt ook dat de algemene keuzeschakelaar tijdens de keuring op 3x230V stond. Het is geen inbreuk.

RDE49 Opmerking De nominale stroom van de aansluitautomaat van de elektriciteitsmeter kon niet bepaald worden; de waarde moet bij de distributienetbeheerder opgevraagd worden, bij voorkeur schriftelijk.

Concreet

De inspecteur kon de nominale stroom van de aansluitautomaat van de elektriciteitsmeter niet bepalen. Die waarde moet bij de distributienetbeheerder opgevraagd worden, bij voorkeur schriftelijk. Het is geen inbreuk.

RDE46 Opmerking Niet alle differentieelinrichtingen konden getest worden door het creëren van een foutstroom, omdat dit technisch niet mogelijk is (bv. geen contactdoos aanwezig in het betrokken deel van de installatie).

Concreet

Niet alle differentieelschakelaars konden getest worden door een foutstroom op te wekken, omdat dat technisch niet mogelijk was, bijvoorbeeld omdat er geen stopcontact is in het betrokken deel van de installatie. Het is geen inbreuk.

RDE9001 Opmerking Omvormers met een vermogen > 5 kVA is niet aangesloten over meerdere fasen. Bovendien dient het onevenwicht tussen de fasen steeds beperkt te zijn tot maximaal 20 A (voorschriften Synergrid C10/11).

Concreet

Omvormers van meer dan 5 kVA zijn niet over meerdere fasen aangesloten, terwijl de voorschriften Synergrid C10/11 van de netbeheerders dat vragen. Die voorschriften beperken ook het onevenwicht tussen de fasen tot 20 A. Het is geen inbreuk op het AREI.

RDE9000 Opmerking De omvormer is niet opgenomen is de C10/26 homologatielijst van Synergrid.

Concreet

Deze opmerking meldt dat de omvormer van de fotovoltaïsche installatie niet voorkomt op de lijst van gehomologeerde omvormers van Synergrid, het referentiekader van de netbeheerders.

Voedingskabel Opmerking Na goedkeuring van installatie voedingskabel tussen meter en zekeringkast door Fluvius laten vervangen, gebruik van lusterklemmen om voedingskabel te verlengen is niet toegelaten.

Concreet

Deze opmerking gaat over de voedingskabel tussen de meter en de zekeringkast. De inspecteur zag dat ze met lusterklemmen verlengd was en herinnert eraan dat die kabel onder de netbeheerder valt.

ELEC-REM-85 Informatie Elektrische installaties en belangrijke wijzigingen of uitbreidingen die uitgevoerd zijn of waarvan de uitvoering aangevangen is vóór 1 juni 2020, worden gekeurd rekening houdend met Deel 8 van het nieuwe AREI.

Concreet

Deze informatie legt uit dat installaties en hun belangrijke wijzigingen of uitbreidingen die vóór 1 juni 2020 uitgevoerd of aangevat werden, gekeurd worden rekening houdend met de bepalingen van het AREI voor bestaande installaties. Het is geen inbreuk.

RND13 Informatie Deze installatie wordt gecontroleerd als een huishoudelijke elektrische eenheid. Indien het huis als een werkende eenheid moet worden beschouwd, moet de volgende periodieke keuring na een periode van maximaal 5 jaar worden uitgevoerd.

Concreet

De installatie werd gekeurd als een huishoudelijke installatie. Als het gebouw als professioneel beschouwd moet worden, moet de volgende keuring binnen maximaal 5 jaar plaatsvinden. Het is geen inbreuk.

RND10 Informatie Het wordt sterk aanbevolen om de technische specificaties van de distributienetbeheerder te raadplegen en op te volgen (bv. type hoofdvoedingskabel, doorsnede van de hoofdvoedingskabel, plaats van de meter…).

Concreet

Deze informatie vestigt de aandacht op de eigen technische voorschriften van de distributienetbeheerder, bijvoorbeeld over het type en de doorsnede van de hoofdvoedingskabel of de plaats van de meter. Het is geen inbreuk.

RDN4 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de werfinstallatie. Ten tijde van de inspectie staat de algemene keuzeschakelaar op 2X230V.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: alleen de werfinstallatie werd gekeurd. Ze vermeldt ook dat de algemene keuzeschakelaar tijdens de keuring op 2x230V stond. Het is geen inbreuk.

RND3 Informatie Deze controle is enkel beperkt tot de werfinstallatie. Ten tijde van de inspectie staat de algemene keuzeschakelaar op 1X400V+N.

Concreet

Deze vermelding verduidelijkt de draagwijdte van de keuring: alleen de werfinstallatie werd gekeurd. Ze vermeldt ook dat de algemene keuzeschakelaar tijdens de keuring op 1x400V+N stond. Het is geen inbreuk.

RDE42 Informatie Er wordt ten zeerste aangeraden alle ongebruikte openingen in de bestaande installatie (kabelinvoeren, openingen in de afdekplaat...) volledig te dichten.

Concreet

Deze informatie vestigt de aandacht op de ongebruikte openingen in de bestaande installatie, zoals kabelinvoeren of andere openingen, die volledig gedicht zouden moeten worden. Het is geen inbreuk.

RDE35 Informatie (Installaties < 01/10/1981) Indien het circuit van de badkamer niet beveiligd is door een differentieel-stroominrichting met hoge (30mA) of zeer hoge (10mA) gevoeligheid, ondergeschikt aan degene die in het begin van de installatie geplaatst werd, wordt het volume 2 van de badkamer verlengd tot 1m ten opzichte van de rand van het bad en/of douche (in plaats van 0,60m).

Concreet

In een installatie van vóór oktober 1981 waarvan de badkamer geen bijkomende differentieelschakelaar van hoogstens 30 mA heeft, loopt volume 2 tot 1 m van het bad of de douche, in plaats van 0,60 m. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-94 Opmerking Elektrische meter niet toegankelijk.

Concreet

De elektriciteitsmeter was tijdens de keuring niet toegankelijk. Wat zich op die plaats bevindt, kon dus niet onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

ELEC-REM-96 Opmerking De installatie zit continu onder spanning kan niet worden afgezet

Concreet

De installatie staat permanent onder spanning en kon tijdens de keuring niet spanningsloos gemaakt worden. De controles waarvoor de stroom uitgeschakeld moet worden, konden dus niet uitgevoerd worden. Het is geen inbreuk.

RDE32 Opmerking (Wand)meubelen waarin stopcontacten, schakelaars en verlichting moeten worden aangebracht, zijn nog niet geplaatst.

Concreet

De meubelen, bijvoorbeeld wandmeubelen, waarin stopcontacten, schakelaars of verlichting moeten komen, waren tijdens de keuring nog niet geplaatst. Dat materieel kon dus niet ter plaatse onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

RDE40 Opmerking Stopcontacten in vloeren of plinten zijn nog niet geplaatst.

Concreet

De voorziene stopcontacten in de vloeren of plinten waren tijdens de keuring nog niet geplaatst. Ze konden dus niet onderzocht worden. Het is geen inbreuk.

RDE52 Opmerking Aarding vanuit een stopcontact gemeten, na plaatsen van een aardingsonderbreker kan het verschillen daar rekening mee houden.

Concreet

De inspecteur mat de aardingsweerstand vanaf een stopcontact. Na de plaatsing van een aardingsonderbreker, waarmee de aardverbinding afzonderlijk gemeten kan worden, kan de waarde verschillen. Het is geen inbreuk.

RDE9002 Opmerking De PV-installatie wordt niet afzonderlijk gevoed door een exclusief toegekende stroombaan. Andere verbruikers aangesloten op dezelfde beschermingsinrichting zijn niet toegelaten.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de fotovoltaïsche installatie niet gevoed wordt door een stroombaan die er uitsluitend voor bestemd is. De opmerking herinnert eraan dat andere toestellen niet op dezelfde beveiligingsinrichting aangesloten mogen worden. Dit punt staat in het verslag als opmerking, niet als inbreuk.

RDE_PHOTOS Opmerking De foto's bij dit verslag zijn niet uitputtend en definiëren niet de volledige lijst van vastgestelde inbreuken.

Concreet

De foto's bij het verslag illustreren bepaalde vaststellingen, zonder volledig te zijn: alleen de tekst van het verslag geeft de lijst van de inbreuken. Deze opmerking is zelf geen inbreuk.

R_EV_V2G_RECHECK Opmerking Aanbeveling: laat het laadpunt opnieuw controleren na elke wijziging van de V2G-configuratie (teruglevering).

Concreet

Deze opmerking gaat over de V2G-functie, waarmee het voertuig via het laadpunt elektriciteit kan terugleveren. Het verslag stelt voor het laadpunt opnieuw te laten controleren na elke wijziging van die configuratie. Het is geen inbreuk.

Eigen omschrijvingen van de Odoo-verslagen (31)

112 Situatieschema('s) van de installatie is (zijn) te voorzien.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De installatie beschikt niet over haar schema's, het situatieplan en het eendraadschema, die nog opgesteld moeten worden.

Het risico

Zonder die schema's kan de installatie niet volledig gecontroleerd worden, en weet wie er later aan werkt niet hoe ze uitgevoerd is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de installatie een eendraadschema en een situatieplan heeft die overeenkomen met de werkelijke installatie.

Bij wie terecht · Een elektricien of de installateur die de installatie heeft uitgevoerd.

224 Bord van klasse II: metalen invoerwartels en/of afdichtingen zijn te vervangen door types van de klasse II.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Op een bord van klasse II, met een volledig geïsoleerde omhulling, zijn metalen wartels of afdichtingen gemonteerd, wat die isolatie doorbreekt.

Het risico

Door de geïsoleerde omhulling heen kan een metalen onderdeel bij een inwendige fout onder spanning komen zonder geaard te zijn, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de wartels en afdichtingen van een bord van klasse II zelf van klasse II zijn, dus isolerend.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:5.2.6.1. Link naar deze uitleg
301 De continuïteit van de hoofdequipotentiale verbindingen is niet gewaarborgd.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Er zijn hoofdequipotentiaalverbindingen aanwezig, maar hun continuïteit is niet gewaarborgd: ergens is de verbinding onderbroken of zit een aansluiting los.

Het risico

Is de verbinding onderbroken, dan beschermt ze niet meer: bij een fout kunnen leidingen of metalen delen onder spanning komen te staan zonder dat iets dat aangeeft.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de continuïteit van de hoofdequipotentiaalverbindingen gewaarborgd is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:4.2.3.2. Link naar deze uitleg
302 De hoofdequipotentiale verbinding van de metalen hoofdleidingen van water is niet aanwezig.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De metalen hoofdleiding van het water is niet met de aarding van de installatie verbonden: de hoofdequipotentiaalverbinding die daarvoor moet zorgen, ontbreekt.

Het risico

Bij een elektrisch defect kan de waterleiding onder spanning komen te staan, bijvoorbeeld wanneer men een kraan aanraakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een hoofdequipotentiaalverbinding die de metalen hoofdleidingen van het water met de aarding verbindt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:4.2.3.2. Link naar deze uitleg
303 De hoofdequipotentiale verbinding van de metalen hoofdleidingen van centrale verwarming is niet aanwezig.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De metalen hoofdleidingen van de centrale verwarming zijn niet met de aarding van de installatie verbonden: de hoofdequipotentiaalverbinding die daarvoor voorzien is, ontbreekt.

Het risico

Bij een elektrisch defect kan het verwarmingscircuit, leidingen en radiatoren, onder spanning komen te staan, met gevaar voor een elektrische schok bij aanraking.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een hoofdequipotentiaalverbinding die de metalen hoofdleidingen van de centrale verwarming met de aarding verbindt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:4.2.3.2. Link naar deze uitleg
304 De hoofdequipotentiale verbinding van de genaakbare en vaste metalen delen van de constructie van het gebouw is niet aanwezig.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De genaakbare en vaste metalen delen van de constructie, zoals stalen balken of een metalen skelet, zijn niet via een hoofdequipotentiaalverbinding met de aarding verbonden.

Het risico

Bij een elektrisch defect kunnen die constructiedelen onder spanning komen te staan, en wie ze aanraakt, kan een elektrische schok krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een hoofdequipotentiaalverbinding die de genaakbare en vaste metalen delen van de constructie van het gebouw met de aarding verbindt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:4.2.3.2. Link naar deze uitleg
306 De continuïteit van de bijkomende quipotentiale verbindingen is niet gewaarborgd.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Er zijn bijkomende equipotentiaalverbindingen aanwezig, maar hun continuïteit is niet gewaarborgd: de verbinding is ergens onderbroken, of ze loopt via een toestel dat afgekoppeld kan worden.

Het risico

De betrokken metalen delen kunnen dan bij een fout onder spanning komen te staan zonder doeltreffende bescherming, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de continuïteit van de bijkomende equipotentiaalverbindingen altijd gewaarborgd is, zonder af te hangen van een toestel dat weggenomen kan worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:4.2.3.2. Link naar deze uitleg
307 De bijkomende equipotentiale verbinding van alle beschermingsgeleiders van machines en toestellen is niet aanwezig.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De beschermingsgeleiders van de machines en toestellen zijn niet onderling verbonden via een bijkomende equipotentiaalverbinding.

Het risico

Bij een defect aan een toestel kan de metalen behuizing een gevaarlijke spanning vertonen ten opzichte van omliggende delen, met gevaar voor een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een bijkomende equipotentiaalverbinding die de beschermingsgeleiders van alle machines en toestellen onderling verbindt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:4.2.3.2. Link naar deze uitleg
308 Bijkomende equipotentiale verbindingen in badkamer ontbreken, zijn onvolledig of doornsnede is onvoldoende in volume 0 tot volume III.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

In de badkamer ontbreken de bijkomende equipotentiaalverbindingen van volume 0 tot volume III, de zones rond het bad of de douche, of ze zijn onvolledig of hebben een te kleine doorsnede.

Het risico

Water en vocht verzwaren de gevolgen van een elektrisch contact: een metalen deel onder spanning in een badkamer verhoogt het risico op een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt in volume 0 tot volume III van de badkamer bijkomende equipotentiaalverbindingen die volledig zijn en een voldoende doorsnede hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:7.1.4.4. · L1:5.4.4.2. Link naar deze uitleg
309 De bijkomende- en hoofdequipotentiale verbindingen moeten gemarkeerd worden door de geel/groene kleur.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De geleiders van de equipotentiaalverbindingen, zowel de hoofd- als de bijkomende, zijn niet gemarkeerd met de geel-groene kleur.

Het risico

Is een verbindingsgeleider niet herkenbaar, dan kan hij bij werken met een andere draad verward en per vergissing losgekoppeld worden, waardoor de bescherming ongemerkt wegvalt.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de hoofd- en bijkomende equipotentiaalverbindingen gemarkeerd zijn met de kleurencombinatie geel-groen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:5.4.4.2.b Link naar deze uitleg
310 De bijkomende- en hoofdequipotentiale verbindingen moeten uitgevoerd worden door middel van de nodige aardingsbanden of gelijkwaardig. Dit kon niet worden vastgesteld tijdens de inspectie.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Voor de equipotentiaalverbindingen, zowel de hoofd- als de bijkomende, stelde de inspecteur geen aansluiting vast met de nodige aardingsbanden of een gelijkwaardig middel.

Het risico

Is de verbinding geïmproviseerd bevestigd, bijvoorbeeld met een draad die gewoon rond een leiding gewikkeld is, dan kan ze loskomen of slecht geleiden en haar werking verliezen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de equipotentiaalverbindingen aangesloten worden met de nodige aardingsbanden of een gelijkwaardig middel, die een betrouwbaar en duurzaam contact verzekeren.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:4.2.3.2. Link naar deze uitleg
408 Beschermingsgeleider geel/groen kleurcode voor aarding.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Beschermingsgeleiders, de aardingsdraden, hebben niet de geel-groene kleur, de combinatie die voor die functie voorbehouden is.

Het risico

Bij werken kan een slecht herkenbare aardingsdraad verward worden met een draad onder spanning, of omgekeerd, met gevaar voor een foute aansluiting en een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat beschermingsgeleiders gekenmerkt zijn door de kleurencombinatie geel-groen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 5.4.3.3 Link naar deze uitleg
513 De nodige markeringen op de automaat ontbreken of zijn onleesbaar.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De nodige markeringen op de differentieelschakelaar, zoals zijn gevoeligheid, zijn nominale stroom of zijn keurmerken, ontbreken of zijn onleesbaar.

Het risico

Zonder die aanduidingen kan niet nagegaan worden of de differentieelschakelaar bij de installatie past, en kan een ongeschikt toestel onopgemerkt blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de differentieelschakelaar leesbaar de markeringen draagt waarmee zijn kenmerken gecontroleerd kunnen worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:B1:5.3.5.5. Link naar deze uitleg
515 Algemene verlichting en stopcontacten zijn niet beveiligd via een bijkomende differentieelschakelaar van max. 30 mA (<01/06/2023).

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De kringen voor verlichting en stopcontacten waren, bovenop de algemene beveiliging, niet beveiligd door een differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA.

Het risico

Zonder die bijkomende beveiliging kan een isolatiefout of een toevallig contact met een deel onder spanning een elektrocutie veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt voor dit soort installatie dat verlichting en stopcontacten bijkomend beveiligd worden door een differentieelschakelaar van ten hoogste 30 mA.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 4.2.4.3 Link naar deze uitleg
610 Ontbreken van calibreerelementen voor de smeltveiligheidshouders, de penautomaten en de aansluitingsautomaten.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De houders van de smeltveiligheden, de penautomaten of de aansluitautomaat hebben geen kalibreerelementen, die verhinderen dat er een zwaardere beveiliging dan voorzien geplaatst wordt.

Het risico

Zonder die elementen kan bij een vervanging een te zware zekering geplaatst worden, waardoor de kring niet meer correct tegen overbelasting beveiligd is.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de houders van smeltveiligheden, penautomaten en aansluitautomaten voorzien zijn van kalibreerelementen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 5.3.5.5 Link naar deze uitleg
721 De regels van goed vakmanschap zijn niet toegepast schakelaar , stopcontacten, beveiliging en aftakdoos zijn niet volledig dicht, elektrocutie gevaar..

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De regels van goed vakmanschap zijn niet toegepast: een schakelaar of ander materieel, zoals een stopcontact, een beveiliging of een aftakdoos, is niet volledig gesloten.

Het risico

Binnenin blijven delen onder spanning bereikbaar, en wie het materieel bedient, kan ze aanraken en een elektrische schok krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een installatie volgens de regels van goed vakmanschap, met volledig gesloten materieel zodat geen enkel deel onder spanning bereikbaar is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 1.4 Link naar deze uitleg
722 De transformator(en) is (zijn) niet van het type "veiligheidstransformator"; de installatie aan de secundaire zijde moet uitgevoerd worden volgens de regels die gelden voor laagspanningsinstallaties.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Transformatoren van de installatie zijn geen veiligheidstransformatoren. De kring die ze voeden, moet dan aan de regels voor laagspanningsinstallaties voldoen, en dat is niet het geval.

Het risico

Wordt de secundaire kring als ongevaarlijk behandeld terwijl de transformator die garantie niet biedt, dan kan hij bij een fout een elektrische schok veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat, als de transformator geen veiligheidstransformator is, de installatie aan de secundaire zijde volgens de regels voor laagspanning uitgevoerd wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 : 2.6.3. · 4.2.3.3. · L3: 2.6.3. · 4.2.3.3. Link naar deze uitleg
724 De elektrische verwarmingstoestellen met vaste standplaats zijn niet geïnstalleerd.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Op het moment van de keuring waren de elektrische verwarmingstoestellen met vaste standplaats niet geïnstalleerd, zodat dit deel van de installatie niet gecontroleerd kon worden.

Het risico

Zolang die toestellen niet geïnstalleerd en gecontroleerd zijn, is er geen garantie dat ze correct gekozen, gemonteerd en aangesloten zijn.

Wat de regel vraagt

Volgens het AREI omvat de keuring ook het vast opgestelde materieel, zoals die verwarmingstoestellen, om de keuze en de correcte installatie ervan na te gaan.

Bij wie terecht · De eigenaar van de installatie, samen met de elektricien die de toestellen aansluit.

Referentie · L1: 6.4.6.4. Link naar deze uitleg
725 Gelieve ons de essentiële kenmerken mede te delen; deze gegevens staan niet (of onvolledig) op het toestel of de machine, zodat wij kennis kunnen nemen van de veiligheidswaarborgen.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Op het toestel of de machine staan de essentiële kenmerken, zoals de spanning, het vermogen of de beschermingsklasse, niet of onvolledig vermeld. De inspecteur vraagt die gegevens te ontvangen.

Het risico

Zonder die gegevens kan niet nagegaan worden of het toestel de vereiste veiligheidswaarborgen biedt voor het gebruik dat ervan gemaakt wordt.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat enkel veilig materieel toe, waarvan de veiligheid aangetoond kan worden, bijvoorbeeld met de gegevens van de fabrikant of het kenplaatje.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van het toestel, die deze gegevens bezorgt.

Referentie · L1: 1.4.2.1. · 1.4.2.2. · 5.1.3.1. · L3 : 1.4.2.1. · 1.4.2.2. · 5.1.3.1. Link naar deze uitleg
727 Contactdozen, conform NBN C61-112, met kinderbeveiliging en aardingscontact plaatsen.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De inspecteur stelde stopcontacten vast zonder kinderbeveiliging of zonder aardingscontact, terwijl de regel stopcontacten conform de norm NBN C 61-112 vraagt die beide hebben.

Het risico

Een kind kan een voorwerp in een opening steken en een deel onder spanning raken. Zonder aardingscontact kan een defect toestel zijn metalen behuizing onder spanning zetten.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt stopcontacten conform de norm NBN C 61-112, met een aardingscontact en een kinderbeveiliging.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · B1: 1.4.2.3. · 4.2.2.3. · 5.3.5.2. · B3: 1.4.2.3. · 4.2.2.2. Link naar deze uitleg
801 Een gemeenschappelijke aardverbinding mag enkel toegepast worden voor elk (nieuw) appartementsgebouw, voor nieuwbouw van individuele huizen/appartementsgebouwen met gemeenschappelijke funderingen of voor verschillende individuele wooneenheden gelegen in een vakantiedorp of campingterrein voor zover deze wooneenheden behoren aan de eigenaar van het vakantiedorp of campingterrein.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De installatie gebruikt een gemeenschappelijke aardverbinding buiten de toegelaten gevallen: appartementsgebouw, nieuwbouw met gemeenschappelijke funderingen, of wooneenheden in een vakantiedorp of op een camping die aan de eigenaar van het terrein toebehoren.

Het risico

Wordt de aardverbinding buiten die gevallen gedeeld, dan hangt de bescherming af van andere installaties: een fout of wijziging elders kan ze aantasten zonder dat men het merkt.

Wat de regel vraagt

Het AREI laat een gemeenschappelijke aardverbinding enkel in die welbepaalde gevallen toe. Daarbuiten moet elke installatie een eigen aardverbinding hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:5.4.2.1. c.1. Link naar deze uitleg
802 De gemeenschappelijke aardingsonderbreker -enkel van toepassing vanaf 01 juni 2020- is niet geïnstalleerd volgens de geldende voorschriften en/of is niet bereikbaar.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

In een gebouw met een gemeenschappelijke aardverbinding is de gemeenschappelijke aardingsonderbreker, waarmee die aarding losgekoppeld en gemeten kan worden, niet volgens de voorschriften geplaatst of niet bereikbaar.

Het risico

Is de aardingsonderbreker slecht geplaatst of onbereikbaar, dan kan de aarding niet correct gemeten of onderhouden worden, en kan een gebrek eraan onopgemerkt blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt voor gemeenschappelijke aardverbindingen vanaf 1 juni 2020 een gemeenschappelijke aardingsonderbreker die volgens de voorschriften geplaatst en bereikbaar is.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1:5.2.4.1.c.2. Link naar deze uitleg
803 De gemeenschappelijke aardverbinding heeft een spreidingsweerstand groter dan 30 Ω.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

De inspecteur mat de verspreidingsweerstand van de gemeenschappelijke aardverbinding, die aangeeft hoe vlot een foutstroom in de grond wegvloeit. Die weerstand is groter dan 30 Ω.

Het risico

Hoe hoger die weerstand, hoe slechter een foutstroom naar de aarde wegvloeit, en de beveiligingen kunnen dan te laat of helemaal niet reageren.

Wat de regel vraagt

Het AREI beperkt de verspreidingsweerstand van een gemeenschappelijke aardverbinding tot 30 Ω.

Bij wie terecht · Een elektricien.

804 De voorkeurstrajecten respecteren voor kabels van het type XVB, VVB ingebed zonder buis in de muren.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Kabels van het type XVB of VVB die zonder buis in de muren ingebed zijn, volgen niet de voorkeurstrajecten, horizontaal en verticaal, waardoor men kan voorspellen waar kabels lopen.

Het risico

Bij werken, zoals boren of nagelen, kan een kabel met een onvoorspelbaar traject geraakt worden, met gevaar voor een elektrische schok of kortsluiting.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat kabels die zonder buis in de muren ingebed zijn, enkel horizontale en verticale trajecten volgen, in welbepaalde zones.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.9.10. Link naar deze uitleg
804 Het ééndraadsschema en het situatieplan van elke elektrische installatie, die gebruik maakt van een gemeenschappelijke aardverbinding, moeten de aanwezigheid van een gemeenschappelijke aardverbinding en de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker vermelden.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Op het eendraadschema en het situatieplan staan de aanwezigheid van de gemeenschappelijke aardverbinding en de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker niet vermeld.

Het risico

Zonder die vermelding stemmen de schema's niet overeen met de werkelijke installatie, en kan de aarding niet gecontroleerd of bij werken snel teruggevonden worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de schema's van elke installatie op een gemeenschappelijke aardverbinding die aardverbinding en de plaats van de gemeenschappelijke aardingsonderbreker vermelden.

Bij wie terecht · Een elektricien of de opsteller van de schema's van de installatie.

Referentie · L1:5.2.4.1.c.2. Link naar deze uitleg
805 De gemeenschappelijke aardingsonderbreker van een aardverbinding moet gemarkeerd worden: "Gemeenschappelijke aardverbinding + adressen van de betrokken installaties.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Op de gemeenschappelijke aardingsonderbreker ontbreekt de markering die aangeeft dat het om een gemeenschappelijke aardverbinding gaat, met de adressen van de betrokken installaties, of ze is onvolledig.

Het risico

Zonder die markering kan iemand de aarding loskoppelen zonder te weten dat meerdere woningen ervan afhangen, en die zo zonder doeltreffende bescherming laten.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat de gemeenschappelijke aardingsonderbreker een markering draagt die een gemeenschappelijke aardverbinding aangeeft, met de adressen van de betrokken installaties.

Bij wie terecht · Een elektricien of de beheerder van het gebouw.

Referentie · L1:5.4.2.1.c.2. Link naar deze uitleg
806 De elektrische leidingen moeten geïnstalleerd worden op een minimale afstand van 3 cm ten opzichte van niet-elektrische leidingen.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Elektrische leidingen liggen op minder dan 3 cm van niet-elektrische leidingen, zoals die van water, gas of verwarming.

Het risico

Lekken, condensatie of de warmte van een naburige leiding kunnen de isolatie van de kabels beschadigen, met gevaar voor kortsluiting of een elektrische schok.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt een voldoende afstand tussen elektrische en andere leidingen, zodat werken aan de ene de andere niet beschadigen. Het verslag hanteert minstens 3 cm.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 5.2.8 Link naar deze uitleg
808 De geleiders van het type VOB moeten in daarvoor bestemde buizen, kabelgoten geïnstalleerd worden.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Geleiders van het type VOB, draden met enkel een basisisolatie, liggen niet in daarvoor bestemde buizen.

Het risico

Buiten een buis raakt een VOB-draad makkelijk beschadigd: de isolatie kan achteruitgaan en de geleider bloot komen te liggen, met gevaar voor een elektrische schok, kortsluiting of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat geleiders van het type VOB in daarvoor bestemde buizen liggen.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1: 5.2.9.3. · L1:5.2.9.6. Link naar deze uitleg
809 De niet-gepantserde kabel(s) beschermen op plaatsen vatbaar voor beschadiging, stoten, schokken.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Niet-gepantserde kabels, zonder ingebouwde metalen bescherming, liggen op plaatsen waar ze door stoten of schokken beschadigd kunnen worden, zonder mechanische bescherming.

Het risico

Raakt een kabel beschadigd, dan kan hij geleiders blootleggen, met gevaar voor een elektrische schok, kortsluiting of brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat niet-gepantserde kabels mechanisch beschermd zijn op plaatsen waar ze beschadigd, gestoten of geraakt kunnen worden.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 5.2.1.5 Link naar deze uitleg
810 Wanneer de blauwe geleider verdeeld wordt, dient deze uitsluitend voor de nulgeleider voorbehouden te worden indien deze in de kring bestaat.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

In een kring met een nulgeleider wordt een blauwe geleider voor een andere functie gebruikt, terwijl blauw voor de nulgeleider voorbehouden moet zijn.

Het risico

De kleur stemt niet meer overeen met de functie van de draad: bij werken kan die verwarring tot een foute aansluiting of een elektrische schok leiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat een blauwe geleider die in een kring met nulgeleider verdeeld wordt, uitsluitend voor de nulgeleider gebruikt wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 5.1.6 Link naar deze uitleg
811 De soepele geleiders moeten voorzien worden van geperste adereindhulzen of een gelijkwaardig systeem.

Omschrijving uit de verslagen genummerd als 112.774

Concreet

Soepele geleiders, opgebouwd uit vele fijne draadjes, zijn aangesloten zonder geperste adereindhuls of gelijkwaardig systeem dat de draadjes samenhoudt.

Het risico

Als de draadjes los blijven, is het contact in de klem slecht en warmt het op, wat de isolatie kan doen smelten en brand kan veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI vraagt dat soepele geleiders bij hun aansluiting voorzien zijn van geperste adereindhulzen of een gelijkwaardig systeem.

Bij wie terecht · Een elektricien.

Referentie · L1 5.3.5.1 Link naar deze uitleg

En daarna?

  1. 1. Laat herstellen

    Een gekwalificeerde vakman herstelt de vastgestelde punten. Bij een vraag naar een document bezorgt u het gevraagde document.

  2. 2. Vraag de herkeuring aan

    Een nieuw bezoek stelt vast dat de inbreuken verholpen zijn, binnen de termijn vermeld op uw verslag.

  3. 3. Ontvang het nieuwe verslag

    De keurder controleert de herstelde punten en stelt een nieuw verslag op.