Naar de inhoud

Educatieve gids · Normen

Oude en nieuwe NBN S 21-100: wat verandert er

De Belgische referentienorm voor branddetectie is grondig geëvolueerd: van de oude NBN S 21-100 (1986) en haar addenda naar de nieuwe NBN S 21-100-1 & -2 (2015, gewijzigd 2018). Atlas Contrôle, door BELAC ISO 17020 erkend organisme (nr. 663-INSP), legt u uit wie wat doet, de grote nieuwigheden, en vooral hoe u oud en nieuw combineert zonder in non-conformiteit te vervallen.

📘 NBN S 21-100-1 & -2 · 2015 / A1:2018

Twee normen, twee rollen

De oude NBN S 21-100 (1986) en haar addenda (1992 tot 2008) werden vervangen door twee onafscheidelijke documenten, gepubliceerd in 2015:

📐 NBN S 21-100-1

De technische regels: risicoanalyse, studie en ontwerp, plaatsing, indienststelling, keuring, gebruik, verificatie en onderhoud. Gewijzigd door de A1:2018 (toevoeging van draadloos).

👥 NBN S 21-100-2

De kwalificaties en competenties: wie bevoegd is om elke opdracht uit te voeren. Dat is de structurerende nieuwigheid — de norm zegt niet langer enkel « wat », maar « door wie ».

📌 Deze norm is de Belgische omzetting van de Europese technische specificatie CEN/TS 54-14. Ze blijft « onsplitsbaar »: men kan deel 1 niet toepassen zonder deel 2.

Wie doet wat? De vier rollen

De nieuwe norm wijst elke opdracht duidelijk toe aan een bevoegde actor:

OpdrachtDoor wie
Risicoanalyse & evaluatie van de behoeftenDe klant of zijn gemachtigde (art. 5)
Studie, ontwerp, plaatsing, indienststellingEen gespecialiseerde en gecertificeerde onderneming (art. 6-7-8)
Keuring van de installatieEen geaccrediteerd organisme van type A (NBN EN ISO 17020) met detectie in zijn domein (art. 9)
Verificatie & onderhoudEen gespecialiseerde en gecertificeerde onderneming (art. 11)

🛡️ Atlas Contrôle, het geaccrediteerde organisme van type A

De keuring is, per definitie, onafhankelijk van de studie, de plaatsing en het onderhoud. Dat is precies de rol van Atlas Contrôle (nr. 663-INSP): oplevering en periodieke keuring volgens de NBN S 21-100-1, met een verslag aanvaard door brandweer en verzekeraars.

Een keuring aanvragen →

De grote nieuwigheden

Ten opzichte van de oude norm voert de NBN S 21-100-1 onder meer in:

  • Een verplichte risicoanalyse vooraf, die de hele dimensionering bepaalt;
  • Een classificatie in 6 bewakingsniveaus: totaal, gedeeltelijk, van de evacuatiewegen, van een lokaal, van de uitrustingen, en manueel;
  • Geformaliseerde begrippen van zones voor detectie en alarm (zie onze zonegids);
  • Regels voor verlies bij enkele en dubbele fout en de mogelijkheid om alle functies op één transmissieweg te bundelen (zie onze gids lussen & netwerken);
  • Het in rekening brengen van de ventilatie en nieuwe regels voor balken en obstakels;
  • De expliciete doelstelling om ongewenste alarmen te vermijden (detectie per coïncidentie, multicriteria…);
  • Uitgebreide onderhoudseisen, preventief en curatief;
  • De integratie van nieuwe technologieën (draadloze detectie EN 54-25, compatibiliteit van de componenten EN 54-13).

Oude en nieuwe norm combineren: de regels

Dat is het meest delicate punt op het terrein. De logica: geen mengeling.

  • Geen terugwerkende kracht a priori: een installatie conform de oude norm blijft geldig.
  • Vervanging identiek (behoud van de bekabeling): de oude norm mag behouden blijven.
  • Ingrijpende vervanging of uitbreiding = nieuwe installatie: men past de nieuwe norm toe, per volledig compartiment of per volledige kring.
  • Verbod om te mengen oude en nieuwe norm: ① op eenzelfde kring, ② in eenzelfde compartiment.
  • Na 2008 moet elke vervanging rekening houden met addendum 3 → toepassing van de EN 54-13 (compatibiliteit van de componenten).
  • Alles moet gedocumenteerd worden in het technisch dossier en het logboek nabij de ECS.

💡 Kort gezegd: men « renoveert » geen oude lus met componenten die onder de nieuwe norm vallen. Men schakelt een volledig compartiment of een volledige kring om, of men blijft coherent met het bestaande.

Is mijn oude installatie achterhaald?

Niet noodzakelijk. Er is geen automatische omschakeling: een installatie ontworpen volgens de oude NBN S 21-100 blijft geldig zolang ze correct onderhouden wordt en zolang geen ingrijpende wijziging de nieuwe norm oplegt. De periodieke keuring controleert het behoud van de conformiteit met het referentiekader dat op uw installatie van toepassing is — niet de terugwerkende toepassing van de laatste versie.

Zodra u echter uitbreidt, wanden verplaatst, van bestemming verandert of een ingrijpend deel vervangt, stelt zich de vraag van de nieuwe norm. Dat is het juiste moment om de balans op te maken met een keuringsorganisme.

Veelgestelde vragen — NBN S 21-100

NBN S 21-100-1 of -2?

De -1 = technische regels (risicoanalyse → onderhoud). De -2 = kwalificaties en competenties (wie doet wat). Onafscheidelijk, vervangen ze de versie 1986.

Wie keurt de installatie?

Een geaccrediteerd organisme van type A (NBN EN ISO 17020) met detectie in zijn domein — los van de installateur en de onderhoudsfirma. Atlas Contrôle (663-INSP) is er een van.

Welke grote nieuwigheden?

Verplichte risicoanalyse, 6 bewakingsniveaus, geformaliseerde zones, regels enkele/dubbele fout, ventilatie, anti-ongewenste alarmen, uitgebreid onderhoud, draadloos.

Mag men de twee normen mengen?

Neen: geen mengeling op eenzelfde kring noch in eenzelfde compartiment. Vervanging identiek → oude OK; uitbreiding/ingrijpende wijziging → nieuwe norm per volledig compartiment of kring.

Is mijn oude installatie onwettig?

Neen, geen automatische terugwerkende kracht. Ze blijft geldig indien onderhouden en niet ingrijpend gewijzigd. De periodieke keuring controleert de conformiteit met het toepasselijke referentiekader.

Oude of nieuwe norm: laten we de balans opmaken

Atlas Contrôle · Door BELAC ISO 17020 erkend organisme · Oplevering & periodieke keuring NBN S 21-100 · Verslag aanvaard door brandweer & verzekeraars