KB Basisnormen · CERGA · BELAC ISO 17020
Rookkanaal in een technische koker: de brandveiligheidseisen in appartementsgebouwen
In een nieuw appartementsgebouw is de technische koker waarin de rookkanalen zitten geen gewone verticale doorgang: het is een volwaardig brandcompartiment, net zoals elk appartement en de trappenhal. Brandweerstand van de wanden volgens de gebouwhoogte (EI 60 of EI 120), verluchtingsopening van minstens 400 cm² bovenaan, ventilatie, toegangsluik, scheiding EI 30 van de andere technieken, beheerste doorvoeringen door de kokerwand: deze Atlas-fiche bundelt alles wat een syndicus, promotor of installateur moet weten voor hij een gasketel aansluit op een kanaal in de koker.
3 aparte compartimenten
Appartement, trappenhal en technische koker vormen elk een afzonderlijk brandcompartiment in nieuw gebouwde appartementsgebouwen.
EI 60 of EI 120
EI 60 voor de kokerwanden in lage en middelhoge gebouwen (tot 25 m), EI 120 boven 25 m gebouwhoogte.
2 goedgekeurde oplossingen
Typeoplossing (onbrandbare materialen + rotswol) of brandwerende voorziening (brandklep, brandmof) bij elke doorboring van de wand.
Het principe: de technische koker is een brandcompartiment
Een brandcompartiment is een volume in het gebouw dat zo ontworpen is dat een brand er gedurende een bepaalde tijd niet in of uit kan. Dat is de basis van de brandveiligheid in appartementsgebouwen: het vuur binnenhouden in de woning waar het ontstond, zolang de bewoners evacueren en de hulpdiensten aanrijden. In nieuw gebouwde appartementsgebouwen vormen drie volumes elk hun eigen compartiment: elk appartement, de trappenhal en de technische koker.
De technische koker is van nature de achilleshiel van deze compartimentering in een appartementsgebouw: ze loopt verticaal door alle verdiepingen en staat via de ketelaansluitingen in verbinding met elk appartement. Een brand die erin doordringt, kan zich via het schouweffect in enkele minuten van één woning naar alle andere verspreiden. Daarom gelden er precieze regels, zowel voor de aansluiting van een rookkanaal op een technische koker als voor de plaatsing van een rookkanaal in een technische koker.
Die regels vallen uiteen in vijf luiken, die we hieronder overlopen: de brandweerstand van de kokerwanden, de verluchting en ventilatie van de koker, het toegangsluik, de scheiding van het rookkanaal van de andere technieken, en de doorvoeringen door brandwerende wanden. Ze vormen de concrete toepassing op rookkanalen van de Belgische brandreglementering uit het KB Basisnormen.
Toepassingsgebied: welke gebouwen vallen eronder?
Deze eisen zijn verplicht van toepassing op:
- nieuw op te richten gebouwen;
- uitbreidingen van bestaande gebouwen — maar enkel voor het uitgebreide deel;
- op voorwaarde dat de datum van de bouwaanvraag na 18 september 2014 ligt.
Ze gelden niet voor eengezinswoningen. Toch één aandachtspunt: ook buiten het toepassingsgebied moet de veiligheidsafstand tussen het rookgasafvoerkanaal en brandbare materialen altijd gerespecteerd worden — dat is een eis die losstaat van de compartimentering.
En bij renovatie?
Voor renovatiewerken in een bestaand gebouw hebben deze uitvoeringsregels het statuut van regels van goede praktijk: er kan van afgeweken worden in overleg met de opdrachtgever en/of de bevoegde brandweerdienst. Belangrijke nuance: het louter vervangen van een toestel (bv. de ketel) geldt niet als renovatie in de zin van deze regels.
Absolute ondergrens: het brandveiligheidsniveau na renovatie mag nooit lager liggen dan voordien.
Brandweerstand van de wanden: EI 60 of EI 120 volgens de hoogte
De meest voorkomende configuratie is een technische koker die over de volledige hoogte van het gebouw doorloopt, waarvan de verticale wanden het brandcompartiment afbakenen. De vereiste brandweerstand van de technische koker hangt rechtstreeks af van de gebouwhoogte. Het toegangsluik, onmisbaar voor de inspectie en het onderhoud van de uitrusting in de koker, volgt zijn eigen tabel — zijn brandweerstand hangt af van het gebouwtype en van de wand waarin het luik geplaatst wordt.
| Gebouwtype | Hoogte | Wanden van de koker | Toegangsluik |
|---|---|---|---|
| Laag gebouw | h < 10 m | EI 60 | EI1 30 |
| Middelhoog gebouw | 10 m – 25 m | EI 60 | EI1 60 |
| Hoog gebouw | h > 25 m | EI 120 | EI1 60 |
Ter herinnering: E = vlamdichtheid (etanchéité), I = thermische isolatie, het cijfer = duur in minuten. EI 60 betekent dus dat de wand het vuur minstens 60 minuten tegenhoudt. De index EI1 bij het luik verwijst naar de specifieke classificatie voor deuren en afsluitingen.
Verluchting van de koker: rook afvoeren bij brand
Eerste verplichte voorziening: de technische koker moet bovenaan een verluchtingsopening hebben die bij brand de rook kan afvoeren. De kenmerken:
- doorsnede van minstens 10% van de doorsnede van de koker;
- met een absoluut minimum van 400 cm²;
- permanente opening, of bediend door een gemotoriseerde klep die bij brand opent;
- de uitmonding bovenaan beschermd tegen inregenen.
Gemotoriseerde klep + gasleiding: de valkuil van artikel 26
Het KB Basisnormen (art. 26) bepaalt dat wanneer de vrije verluchtingsdoorsnede van een koker is uitgerust met gemotoriseerde verluchtingskleppen, de eventuele gasleidingen in die koker moeten voldoen aan de voorschriften van de NBN D 51-003 voor leidingen en verbindingen in een niet-verluchte technische koker — de strengere eisen dus. Een punt dat bij de Atlas-gaskeuring in appartementsgebouwen systematisch wordt nagekeken.
Telkens wanneer een opening voor verluchting of ventilatie in een kokerwand wordt aangebracht, moet er bovendien op toegezien worden dat de vereiste brandweerstand van de doorboorde wand behouden blijft (indien van toepassing) — en hou rekening met UV-stralen die door de opening kunnen binnenvallen en bepaalde kunststofmaterialen kunnen aantasten.
Ventilatie van de koker: de temperatuur onder 40 °C houden
Tweede voorziening: een koker met een of meer rookgasafvoerkanalen moet in normaal bedrijf geventileerd worden, om te vermijden dat de temperatuur er door de warmteafgifte van de kanalen boven 40 °C stijgt. Concreet:
- een ventilatieluchtafvoeropening van minstens 50 cm² bovenaan, uitmondend in de buitenlucht;
- een ventilatieluchttoevoeropening van minstens 50 cm² onderaan, uitmondend in de buitenlucht;
- bij mechanische afvoer mag de toevoeropening in het gebouw zelf uitmonden;
- is de verluchtingsopening (die van de 400 cm²) permanent geopend, dan kan ze dienstdoen als bovenste ventilatieopening.
Twee configuraties zonder ventilatieplicht
In twee gevallen is ventilatie niet vereist — maar de verluchtingsopening om rook bij brand af te voeren blijft ook dan altijd verplicht:
1. Vrije ruimte = verbrandingsluchttoevoer
Wanneer afzonderlijke rookkanalen in de koker staan en de vrije ruimte errond gebruikt wordt voor de toevoer van verbrandingslucht naar de toestellen, kan de temperatuur niet oplopen: de koker wordt voortdurend gekoeld door de aanzuig van buitenlucht.
2. Enkel concentrische kanalen
Een koker die enkel concentrische rookgasafvoerkanalen bevat, hoeft niet geventileerd te worden: de verbrandingslucht in de buitenste ring koelt het centrale rookkanaal zelf af.
Deze configuraties zijn typisch voor moderne gesloten ketels — zie onze fiche over ventilatie en luchttoevoer van gastoestellen voor het luik "installatielokaal", en onze typologie van toestellen A/B/C om de betrokken C-types te herkennen.
Scheiding van het rookkanaal van de andere technieken: de EI 30-regel
Een rookgasafvoerkanaal mag in een technische koker samen zitten met de andere netten van het gebouw — watertoevoer- en waterafvoerleidingen, gasleidingen, elektrische en telecomkabels, ventilatiekanalen — maar nooit in vrij contact. Er zijn twee manieren om aan de eis te voldoen:
- ofwel wordt binnen de koker een scheidingswand EI 30 gebouwd tussen het rookkanaal en de andere technieken;
- ofwel heeft de wand van het rookgasafvoerkanaal zelf een brandweerstand EI 30 — dan is de scheidingswand overbodig.
Deze eis geldt voor alle types rookgasafvoerkanalen (enkelwandig, dubbelwandig, dubbelwandig geïsoleerd, concentrisch...) en alle materialen (aluminium, RVS, kunststof...). Ze geldt ook als de andere leidingen of kanalen zelf EI 30 zijn — hun eigen brandweerstand ontslaat niet van de scheiding.
Twee nuances die op de werf alles veranderen
- Het rookgasafvoerkanaal en het verbrandingsluchttoevoerkanaal hoeven niet van elkaar gescheiden te worden door een wand EI 30.
- Waar sprake is van een "rookkanaal", wordt dat altijd samen met zijn luchttoevoerkanaal bekeken: beide vormen één ondeelbaar geheel.
De koker die uitsluitend voor rookkanalen is voorbehouden
Bevindt het rookgasafvoerkanaal zich in een uitsluitend daartoe voorbehouden koker, dan gelden vier cumulatieve voorwaarden:
- de wanden hebben de brandweerstand van de algemene tabel: EI 60 in lage en middelhoge gebouwen, EI 120 in hoge gebouwen;
- er bevinden zich geen andere leidingen of kanalen in de koker;
- de koker wordt geventileerd — behalve als hij enkel concentrische kanalen bevat of als de ruimte tussen rookkanaal en koker dient als verbrandingsluchttoevoer;
- de koker wordt verlucht om de rook bij brand te kunnen afvoeren.
Doorvoeringen door de brandwerende kokerwand: het kritieke punt
In recente appartementsgebouwen krijgt elk appartement steeds vaker zijn eigen gesloten gasketel, aangesloten op een collectief systeem in de koker (CLV, 3CE of LAS). De rookgasafvoer- en luchttoevoerkanalen van alle ketels komen dan samen in de gemeenschappelijke technische koker — en de brandwerende wand van de koker wordt op elke verdieping doorboord, soms op meerdere plaatsen.
Twee fundamentele eisen gelden voor deze doorvoeringen:
- Eis 1 — de doorvoeringen mogen geen nadelige invloed hebben op de brandweerstand van de kokerwand;
- Eis 2 — bij brand in een appartement kan ook de ketel zelf vuur vatten: het vuur of de hitte mag zich niet via het luchttoevoer- en rookgaskanaal naar de koker en zo naar de andere appartementen verspreiden.
De Hoge Raad voor beveiliging tegen brand en ontploffing heeft, samen met het WTCB (vandaag Buildwise) en de normcommissie "Schoorstenen", twee verantwoorde doorvoeroplossingen vastgelegd.
Oplossing 1 — de typeoplossing
Ze steunt op de materiaalkeuze en een strikte geometrie van de doorvoering:
- Hard en onbrandbaar materiaal (aluminium, RVS, beton, keramiek) voor de buitenwand van het kanaal in de koker en voor de kanaalelementen die de kokerwand doorboren — in lage (h < 10 m) en middelhoge (10 tot 25 m) gebouwen.
- In hoge gebouwen (h > 25 m) komt daar een eis bij: het materiaal moet een smeltpunt boven 727 °C hebben. Aluminium (smeltpunt 660 °C) is daar dus uitgesloten.
- Geen materiaaleis voor de binnenste buis van een concentrisch kanaal: kunststof mag, als het bestand is tegen de rookgastemperatuur.
- Concentrisch kanaal door de brandwerende wand: Ø ≤ 125 mm.
- Twee parallelle kanalen door de wand: elk Ø ≤ 80 mm, met een tussenafstand ≥ 40 mm.
- De spleet tussen het aansluitkanaal en de opening in de kokerwand bedraagt 10 tot 25 mm en wordt over de volledige diepte van de wand opgevuld met goed aangedrukte rotswol.
- Geen bijkomende materiaaleisen voor het deel van het aansluitkanaal dat zich buiten de kokerwand, in het appartement bevindt.
Luchttoevoer via de gevel (opstelling type C5)
Voorziet de opstelling een verbrandingsluchttoevoer via de gevel — bijvoorbeeld een ketel aangesloten als type C5, of de configuraties C8, C(12) en C(13) op een collectief kanaal — dan moet die geveldoorvoering zo worden uitgevoerd dat de brandweerstand van de gevel behouden blijft, indien van toepassing.
De typeoplossing dekt de gangbare aansluitschema's: toestellen C4, C(10) of C(11) met concentrische of parallelle aansluiting op een collectief concentrisch kanaal of op twee parallelle kanalen, toestellen C8, C(12) of C(13) op een collectief kanaal met luchttoevoer via de gevel, en meerdere C5-toestellen op individuele rookkanalen.
Oplossing 2 — de alternatieve oplossing: brandwerende voorzieningen
Het alternatief bestaat erin ter hoogte van elke doorvoering een brandwerende voorziening te plaatsen die op zichzelf de compartimentering verzekert. Twee families:
Brandklep (brandwerende klep)
Sluit wanneer de temperatuur in het kanaal stijgt. Enkel op verbrandingsluchtkanalen — nooit op het rookgasafvoerkanaal. Ze moet gemakkelijk bereikbaar blijven voor nazicht en onderhoud, en het drukverlies moet in het ontwerp van de installatie verrekend worden.
Test NBN EN 1366-2, prestatie NBN EN 13501-2: EI 60 (ho i→o) voor een kokerwand EI 60 (gebouw ≤ 25 m), EI 120 (ho i→o) voor een kokerwand EI 120 (gebouw > 25 m).
Brandmof (wurgmof)
Bevat schuim dat bij contact met vuur opzwelt en het kanaal dichtknijpt. Werkt alleen op een kunststofkanaal — nooit rond een metalen kanaal, want de kracht is onvoldoende om dat dicht te knijpen. Ook de mof moet vlot bereikbaar zijn, en vraag de fabrikant na of de warmte van het naburige rookkanaal de mof kan beschadigen.
Test NBN EN 1366-3, prestatie NBN EN 13501-2: EI 60-U/U voor een kokerwand EI 60 (gebouw ≤ 25 m), EI 120-U/U voor een kokerwand EI 120 (gebouw > 25 m).
Met een brandwerende voorziening vervallen de voorwaarden van de typeoplossing: geen materiaaleisen voor de kanalen in de koker, geen maximale diameter voor de doorvoering, geen minimale afstand tussen twee aangrenzende doorvoeringen. Eén voorbehoud: controleer of de fabrikant van de voorziening geen eigen voorwaarden oplegt om de werking van de klep of mof te garanderen — zijn instructies moeten altijd gerespecteerd worden. De typeoplossing kan ook gecombineerd worden met deze alternatieven — bijvoorbeeld meerdere C(15)-toestellen met het rookgaskanaal op een collectief kanaal en de verbrandingslucht uit de koker.
Gedocumenteerd bijzonder geval: het collectieve drievoudig concentrische kanaal dat van binnen naar buiten de rookafvoer, de verbrandingsluchttoevoer en de afvoer van vervuilde lucht verzorgt. In de koker moeten de drie wanden en de aansluitkanalen uit hard, onbrandbaar materiaal bestaan; het kanaal voor de afvoer van vervuilde lucht moet voorzien zijn van een brandwerende klep ter hoogte van de brandwerende kokerwand.
Wat Atlas controleert bij de gaskeuring in een appartementsgebouw
Bij een BELAC ISO 17020 gaskeuring (instelling nr. 663-INSP) in een appartementsgebouw bekijkt de Atlas-inspecteur de combinatie technische koker / rookkanaal vanuit meerdere invalshoeken:
Kant kanaal en aansluiting
- Toesteltype (C4, C5, C8, C(10)–C(15)) compatibel met het aanwezige collectieve kanaal
- Staat van de doorvoeringen: rotswolopvulling, materialen van het aansluitkanaal
- Brandwerende voorzieningen aanwezig, bereikbaar en aan de juiste kant geplaatst (klep enkel op de luchttoevoer)
- Afstand rookkanaal ↔ brandbare materialen
Kant koker en gasleiding
- Scheiding EI 30 tussen rookkanaal en gasleiding in de koker
- Gasleiding conform NBN D 51-003 "niet-verluchte koker" bij gemotoriseerde verluchtingsklep
- Aanwezigheid van de verluchtingsopening (400 cm²) en de ventilatieopeningen (50 cm²)
- Toegangsluik aanwezig en bedienbaar
De compartimentering zelf (EI-classificatie van de wanden, conformiteit met het KB Basisnormen) valt onder de brandkeuring van het gebouw, niet onder de gaskeuring — maar elke duidelijke anomalie die ter plaatse wordt vastgesteld, wordt in het verslag vermeld. Voor een overzicht van het volledige verloop: raadpleeg de complete gids van de gaskeuring.
Veelgestelde vragen
Wat is een technische koker in het kader van brandveiligheid?
Het is het verticale volume dat door het gebouw loopt en waarin de rookkanalen, gas- en waterleidingen, elektrische kabels en ventilatiekanalen naar boven gaan. In nieuw gebouwde appartementsgebouwen vormt de technische koker een volwaardig brandcompartiment, net zoals elk appartement en de trappenhal: een brand mag er gedurende een bepaalde tijd niet in of uit kunnen. De verticale wanden moeten daarom een gecertificeerde brandweerstand hebben (EI 60 of EI 120 volgens de hoogte van het gebouw).
Welke brandweerstand moeten de wanden van de technische koker hebben?
De vereiste brandweerstand hangt af van de gebouwhoogte: EI 60 voor de kokerwanden van lage gebouwen (minder dan 10 m) en middelhoge gebouwen (10 tot 25 m), EI 120 voor hoge gebouwen (meer dan 25 m). Het toegangsluik volgt zijn eigen tabel: EI1 30 in lage gebouwen, EI1 60 in middelhoge en hoge gebouwen. Dezelfde waarden gelden voor een koker die uitsluitend voor rookkanalen is voorbehouden.
Geldt dit ook voor mijn eengezinswoning?
Nee. De brandveiligheidseisen voor rookkanalen in technische kokers zijn niet van toepassing op eengezinswoningen. Ze zijn verplicht voor nieuw op te richten gebouwen en voor uitbreidingen van bestaande gebouwen (enkel voor het uitgebreide deel), met een bouwaanvraag na 18 september 2014. Let wel: ook in een eengezinswoning blijft de veiligheidsafstand tussen het rookgasafvoerkanaal en brandbare materialen altijd van toepassing.
Moet de technische koker altijd geventileerd worden?
In principe wel: een koker met een of meer rookgasafvoerkanalen moet geventileerd worden om te vermijden dat de temperatuur er boven 40 °C stijgt, via een bovenste ventilatieopening van minstens 50 cm² en een onderste ventilatieopening van minstens 50 cm² die in de buitenlucht uitmonden. Twee uitzonderingen: een koker die enkel concentrische kanalen bevat, en een koker waarvan de vrije ruimte rond de afzonderlijke kanalen dienstdoet als verbrandingsluchttoevoer (de aanzuig van buitenlucht koelt ze voortdurend af). In alle gevallen blijft de verluchtingsopening bovenaan — 10% van de doorsnede, minimum 400 cm² — om rook bij brand af te voeren verplicht.
Mogen het rookkanaal, water, gas en elektriciteit samen in dezelfde koker?
Ja, op één voorwaarde: het rookgasafvoerkanaal moet gescheiden zijn van de andere technieken (waterleidingen, gasleidingen, elektrische en telecomkabels, ventilatiekanalen), ofwel door een scheidingswand EI 30 binnen de koker, ofwel doordat de wand van het rookgasafvoerkanaal zelf een brandweerstand EI 30 heeft. Deze eis geldt voor alle kanaaltypes (enkel- of dubbelwandig, geïsoleerd, concentrisch) en alle materialen, en zelfs als de andere leidingen zelf EI 30 zijn. Enige uitzondering: het verbrandingsluchttoevoerkanaal, dat één geheel vormt met het rookkanaal en er niet van gescheiden hoeft te worden.
Wat is de "typeoplossing" voor de doorvoering door de brandwerende kokerwand?
Dat is de eerste van de twee goedgekeurde oplossingen om een gesloten ketel aan te sluiten op een kanaal in de koker zonder de compartimentering aan te tasten: buitenwand van het kanaal in hard, onbrandbaar materiaal (RVS, aluminium, beton, keramiek) in lage en middelhoge gebouwen, maximale diameter van 125 mm voor een concentrische doorvoering (of 80 mm per kanaal met 40 mm tussenafstand bij twee parallelle kanalen), en een spleet van 10 tot 25 mm tussen kanaal en wand, opgevuld met goed aangedrukte rotswol over de volledige diepte. In hoge gebouwen (meer dan 25 m) moet het materiaal bovendien een smeltpunt boven 727 °C hebben, waardoor aluminium (660 °C) uitgesloten is. Het alternatief is een brandwerende voorziening (brandklep of brandmof) ter hoogte van de doorvoering.
Wat controleert Atlas Contrôle aan de technische koker bij de gaskeuring in een appartementsgebouw?
Bij een BELAC ISO 17020 gaskeuring in een appartementsgebouw bekijkt de Atlas-inspecteur de configuratie van het rookkanaal ten opzichte van de koker: compatibiliteit van de ketelaansluiting (CLV, 3CE, LAS), staat van de doorvoeringen door de brandwerende wand (rotswol, materialen, bereikbare brandwerende voorzieningen), scheiding van rookkanalen en gasleidingen in de koker, en aanwezigheid van de verluchtings- en ventilatieopeningen. Een gasleiding in een koker met gemotoriseerde verluchtingsklep moet bovendien voldoen aan de NBN D 51-003 voorschriften voor een niet-verluchte koker — een punt dat installateurs vaak over het hoofd zien.
Ketels in een appartementsgebouw? Laat de gasinstallatie keuren door Atlas
Gaskeuring BELAC ISO 17020 vanaf 165 € — offerte binnen 4u, afspraak binnen 24-48u, rechtsgeldig verslag.
Bereken uw offerte in 30 seconden
Indicatieve prijs onmiddellijk, vrijblijvend.
Cluster gaskeuring — gerelateerde pagina's
Complete gids gaskeuring
NBN D51-003, CERGA, verloop, prijs.
Gasschoorsteen in appartementsgebouw
Systemen CLV, 3CE, LAS en mede-eigendom.
Collectief shuntkanaal
Compatibiliteit condensatieketel in appartementsgebouw.
Schoorsteenrenovatie gas
Een bestaand kanaal renoveren voor gas.
Ventilatie en luchttoevoer
Verbrandingslucht en verluchting van het installatielokaal.
Typologie toestellen A/B/C
C4, C5, C8, C(10)-C(15): identificeer uw toestel.