In gewone plaatsen toegankelijk voor het publiek
De bescherming gebeurt door omhulsels of door hindernissen; deze beschermingen mogen niet van buitenaf gedemonteerd kunnen worden (bv. deur gesloten met slot).


In de plaatsen van de elektrische dienst
De bescherming gebeurt door afstand, met verschillende maatregelen naargelang de afmetingen van de omheiningen of afscheidingen.
Plaats van de elektrische dienst | |
|---|---|
Omheining 50 mm | Binnen / buiten |
Omheining 120 mm | Enkel in open lucht |
Geen mogelijkheid om over te klimmen Minimumhoogte van 2 m | |


Bescherming door omhulsels
- Elke aanraking met de actieve delen wordt onmogelijk gemaakt;
- Bestaande uit metaal of isolerend materiaal;
- Verwijdering of opening is enkel mogelijk met een werktuig of sleutel, of door automatische uitschakeling, of door de aanwezigheid van interne schermen.

Bescherming door hindernissen
- Elke aanraking met de actieve delen wordt onmogelijk gemaakt;
- Hindernissen zijn samengesteld uit metaal en/of isolerend materiaal;
- Verwijdering of opening is enkel mogelijk met een werktuig of sleutel, of door automatische uitschakeling, of door de aanwezigheid van interne schermen;
- Afstand hindernissen / niet-beschermde actieve delen: d = 50 + 6,75 (UN − 1).


Bescherming door hindernissen in de exclusieve plaatsen van de elektrische dienst
Afstanden: 
Indien IP2X: d0 = 0,05 + 0,00675 (UN − 1)
d0 = 0,05 + 0,00675 (UN − 1)
Indien IP1X:
d0 = 0,10 + 0,00675 (UN − 1)
Afstand x tot de bovenrand van de hindernis:
x = 2 + 0,01 (UN − 20) − y
Afstanden uitgedrukt in m en UN in kV.

Bescherming door isolatie
- De actieve delen zijn bedekt met isolerend materiaal dat permanent is bevestigd of op zijn plaats wordt gehouden;
- Kan enkel verwijderd worden door vernietiging.

Bescherming door afstand
- Actieve delen buiten het toegankelijkheidsvolume;
- Binnen het toegankelijkheidsvolume, maar er zijn geen tegelijkertijd toegankelijke delen op gevaarlijke potentialen (absolute conventionele grensspanningen, AREI Boek 2 art. 2.4.1).
In gewone plaatsen
Keuze van beschermingsmodi. Voor hoogspanning wordt de bescherming tegen elektrische schokken door directe aanrakingen verzekerd:
− hetzij door middel van omhulsels (art. 4.2.2.1.b.);
− hetzij door isolatie (art. 4.2.2.1.c.);
− hetzij door middel van hindernissen (art. 4.2.2.1.e.1.).
De beschermingsgraad van de omhulsels en hindernissen is minstens IPXX-D.
De beschermingsgraden waarvan hierboven sprake zijn niet vereist voor de functionele openingen (bv. ventilatieopeningen of die nodig voor de werking van het materiaal) op voorwaarde dat constructieve maatregelen worden genomen opdat een willekeurig lang voorwerp de niet-beschermde actieve delen niet kan raken.
Soepele kabels voorzien van een bescherming door isolatie mogen worden gebruikt voor de voeding van hoogspanningsmachines en -toestellen, mits zo nodig maatregelen worden genomen om het gevaar van elektrostatische ladingen te vermijden.
Gewone plaatsen toegankelijk voor het publiek
In de gewone plaatsen toegankelijk voor het publiek zijn de samenstellende delen van de omhulsels en hindernissen zodanig dat ze niet van buitenaf gedemonteerd kunnen worden. De aanwezige deur(en) zijn gesloten met een veiligheidsslot of elk ander sluitsysteem dat ten minste dezelfde garanties biedt.
In de plaatsen van de elektrische dienst — Voorschriften betreffende de plaats van de elektrische dienst
a.1. Afscheidingen en omheiningen.
De hindernissen, hierna omheining/50 mm of omheining/120 mm genoemd, laten respectievelijk niet de doorgang toe van een lange rechte staaf van 50 mm of 120 mm diameter.
De plaats van de elektrische dienst wordt afgebakend door afscheidingen of omheiningen/50 mm. De omheiningen/120 mm zijn enkel toegelaten indien de plaats van de elektrische dienst in open lucht is opgesteld.
De afscheidingen of omheiningen van de afgesloten plaatsen mogen niet gemakkelijk overklimbaar zijn en hebben een minimumhoogte van 2 meter.
a.2. Functionele openingen.
De voornoemde afscheidingen of omheiningen mogen functionele openingen bevatten.
Voor de functionele openingen worden passende maatregelen genomen om de afscheidingen of omheiningen de beschermingsgraad te laten behouden t.o.v. het binnendringen van vreemde lichamen.
Voor de tussenruimten gelaten door deze openingen worden maatregelen genomen om te vermijden dat een willekeurig lang voorwerp niet-beschermde actieve delen kan raken.
Vensters zijn verboden tenzij maatregelen worden genomen om hetzij glasbreuk te vermijden, hetzij het gevaar dat uit een glasbreuk kan voortvloeien uit te sluiten. Ze zijn vast of zo ontworpen dat bij opening elk gevaar van contact met een onbeschermd actief deel onmogelijk is.
De toegangsdeuren in de afscheidingen openen naar buiten. Ze moeten te allen tijde van binnenuit zonder sleutel geopend kunnen worden.
Bescherming tegen elektrische schokken door directe aanrakingen van personen die zich buiten de plaats van de elektrische dienst bevinden
a.3.1. Maatregel betreffende het overspringen langs boven van de afscheidingen of omheiningen. Geen enkel niet-beschermd actief deel mag zich in de plaats van de elektrische dienst die niet bedekt is bevinden op een afstand kleiner dan 2,5 m + 0,01 (UN − 20) − h met een minimum van 2,5 − h, ten opzichte van de bovenrand van de afscheidingen of omheiningen, waarbij h de hoogte van deze afscheidingen of omheiningen in m is. UN is de nominale spanning tussen fasen van het net of de installatie, uitgedrukt in kV en naar boven afgerond op de eenheid.
a.3.2. Maatregel betreffende het binnenbrengen van lange voorwerpen door de openingen van de omheiningen. Geen enkel niet-beschermd actief deel mag zich op een horizontale afstand dh van het vlak van de omheiningen bevinden, waarbij dh gelijk is aan:
− 2,5 m + 0,01 (UN − 20) met een minimum van 2,5 m in het geval van omheiningen/50 mm;
− 5 m + 0,01 (UN − 20) met een minimum van 5 m in het geval van omheiningen/120 mm.
a.3.3. Maatregel betreffende de voor het publiek toegankelijke deuren of barrières. Wanneer een plaats van de elektrische dienst rechtstreeks aansluit op een gewone plaats toegankelijk voor het publiek, zijn de deur(en) of barrière(s) die deze twee plaatsen scheiden hetzij bewaakt, hetzij gesloten met een veiligheidsslot of elk ander sluitsysteem dat ten minste dezelfde garanties biedt.