Naar de inhoud

Hoofdstuk 3 · HS-handleiding

Beschermingsmaatregelen en veiligheid

Definities en algemene maatregelen tegen directe en indirecte aanrakingen in hoogspanning.

Preventie van elektrische schokken door indirecte aanraking ten gevolge van potentiaalverspreiding (AREI Boek 2 art. 4.2.4.1)

Definities

- Gevaarlijke potentiaalverschillen: zijn die welke aanrakingsspanningen kunnen veroorzaken die de toegelaten waarde "UTP" overschrijden.

UE: aardingspotentiaalstijging: spanning aanwezig tussen een aardingsinstallatie en de neutrale (referentie-)aarde ten gevolge van een aardfoutstroom.

ZE: aardingsimpedantie: impedantie tussen de aardingsinstallatie, eventueel onderling verbonden met andere aardingsinstallaties, en de referentie-aarde.

ZEB: luspedantie van een aardingsstel: impedantie van het circuit gevormd door de weerstand "RE" van het aardingsstel in serie met de impedantie "ZB" die wordt gevormd door alle andere terugkeerwegen naar de aarde.

UTP: toegelaten aanrakingsspanning: maximaal toegelaten waarde van de aanrakingsspanning in functie van de duur van de foutstroom (veiligheidskromme).

USTP: toegelaten aanrakingsspanning (V) tussen de handen en de aarde, rekening houdend met de weerstand van het schoeisel en de vloerbekleding.

Algemene maatregelen

De aardingen in een hoogspanningscabine:

- Het sterpunt van de transformator;

- De vreemde geleidende delen;

- Het laagspanningsgedeelte;

- Het zeer laagspanningsgedeelte.

In de TT- en IT-netten bestaan er uitzonderingen:

De massa's van het laagspanningsmateriaal bevinden zich in hetzelfde lokaal als de hoogspanningsinstallatie. De massa's worden verbonden met de hoogspanningsaarding indien:

- Er geen gevaarlijke aanrakingsspanning kan ontstaan ten gevolge van potentiaalverspreiding;

- Alle massa's en vreemde geleidende delen in de hoogspanningscabine zijn verbonden met de HS-aarding;

- De LS-aardingsrail is geïsoleerd van de HS-aarding;

Of:

- De installatie geniet van een globale aarding.

De massa's van het LS-materiaal en de vreemde geleidende delen die zich in hetzelfde gebouw bevinden als de HS-massa's mogen worden verbonden met de HS-aarding voor zover een doeltreffende equipotentiaalverbinding wordt gerealiseerd.

De meting van ZE — volgens punten 2.1.1 en 2.1.2 — is een aanwijzing dat de luspedantie van de fout voldoende laag is, waaruit men kan besluiten dat de equipotentiaalverbindingen doeltreffend zijn.

Bij een globale aarding: doorsnede van de equipotentiaalgeleider minstens 6 mm², beperkt tot 25 mm².

Voorwaarden om de sterpuntaarding en de hoogspanningsaarding te verbinden.

TN-net: geen risico op gevaarlijke aanrakingsspanningen:

- Zonder BA4/BA5: max. 50 VAC — droog lokaal (kromme Boek II 2.4.1); veiligheidskromme BB1, BB2 en BB3Veiligheidskromme aanrakingsspanning TN

- met BA4/BA5: max. 80 VAC — droge lokalen (kromme Boek II 2.4.1).

Toegelaten aanrakingsspanning (UTP) in functie van de duur van de foutstroom.

Toegelaten aanrakingsspanning grafiek

Figuur 3: in functie van de duur van de foutstroom

Opmerking:

- de kromme heeft betrekking op aardfouten in hoogspanningsinstallaties;

- indien de duur van de foutstroom groter is dan 10 s, mag een waarde van 75 V worden gebruikt voor UTP.

TN: met equipotentiaalzone: equipotentialiteit van de bodem (vermaast netwerk verbonden met de aarding), HS-massa's, sterpunt en LS-massa's vereisen geen bijkomende maatregelen.

TT: er mag geen risico zijn op overschrijding van de doorslagspanning van de isolatie van het laagspanningsmateriaal:

De installatie geniet van een globale aarding (foutstroom relatief laag — verhoogde aanrakingsspanning is mogelijk).

Door de metingen van RE, ZE en ZEB kan worden vastgesteld dat de maatregelen tegen aanrakingsspanningen doeltreffend zijn.

Heeft u een HS-cabinekeuring nodig?

Atlas Contrôle is BELAC ISO 17020 geaccrediteerd voor AREI Boek 2. Offerte binnen 24 uur.