Naar de inhoud

Uw verslag begrijpen

Hoogspanning en cabines: de vaststellingen uitgelegd

De 113 vaststellingen uit de keuringsverslagen van hoogspanningsinstallaties, één voor één uitgelegd.

Deze vaststellingen verwijzen naar het AREI, Boek 2. Typ de code (bijvoorbeeld RHT-6.1.1) of een woord uit uw verslag en open de fiche.

Deze uitleg is algemeen. Ze helpt u uw verslag te lezen, zonder het ondertekende verslag te vervangen, dat als enige bewijskracht heeft, en ze zegt niet hoe de werken uit te voeren: richt u tot een gekwalificeerde vakman. Een vraag over uw verslag? Stuur ons een WhatsApp-bericht.

113 van 113 vaststellingen weergegeven

Aarding

Inbreuken (17)

RHT-1.1.14 Geleidende delen die geen gevaarlijke potentiaalverschillen kunnen veroorzaken, mogen niet geaard worden (metalen deuren of ventilatieroosters die in het metselwerk zijn ingewerkt…).

Concreet

De inspecteur stelde vast dat metalen delen die geen gevaarlijk potentiaalverschil kunnen veroorzaken, zoals een deur of een verluchtingsrooster in het metselwerk, geaard zijn terwijl dat niet mag.

Het risico

Als die delen geaard zijn, kunnen ze de spanning die bij een fout op de aarding verschijnt tot buiten de cabine overbrengen en wie ze aanraakt in gevaar brengen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt geleidende delen die geen gevaarlijke potentiaalverschillen kunnen veroorzaken, niet te aarden.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.3.3.f. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.3 De aardingsscheider(s) markeren.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de aardingsscheider of de aardingsscheiders niet gemarkeerd zijn. Een aardingsscheider laat toe de aardverbinding van de installatie te scheiden, onder meer om ze te meten.

Het risico

Zonder markering kan die scheider met een andere verward of per vergissing geopend worden, waardoor de aarding van de installatie onderbroken is.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat het elektrisch materieel en de scheidingsinrichtingen duidelijk, goed zichtbaar en onuitwisbaar gemarkeerd zijn, tenzij elke verwarring uitgesloten is.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 3.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.1 De aardingsscheider is niet toegankelijk.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de aardingsscheider, waarmee de aardverbinding van de installatie gescheiden wordt om haar te meten, niet toegankelijk is.

Het risico

Zonder toegang tot de scheider kan de aardverbinding niet gemeten worden, en wie hem toch probeert te bereiken, kan zich in gevaar brengen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de aardingsscheider geïnstalleerd is op een plaats die veilig toegankelijk is.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met de uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 5.4.2.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.2 Er moet een aardingsscheider voorzien worden, geïnstalleerd op een plaats die veilig toegankelijk is.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat er geen aardingsscheider is. Die inrichting laat toe de aardverbinding van de installatie te scheiden, onder meer om haar weerstand te meten.

Het risico

Zonder scheider kan de aardverbinding niet afzonderlijk gemeten worden en kan haar werkelijke toestand bij de keuringen niet nagegaan worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt, behalve in bijzondere gevallen, dat de aardverbinding verbonden is met een aardingsscheider op een plaats die veilig toegankelijk is.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.4.2.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.5 Er is continuïteit over de geopende aardingsscheider: verhelpen om de aardingsmeting mogelijk te maken.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de aardverbinding, ook met geopende aardingsscheider, via een andere weg met de installatie verbonden blijft. Die scheider dient om de aardverbinding af te zonderen en haar weerstand te meten, wat hier onmogelijk is.

Het risico

Zonder betrouwbare meting van de aardverbinding kan men niet nagaan of ze bij een fout nog goed beschermt.

Wat de regel vraagt

Het AREI voorziet bij de keuringen de meting van de spreidingsweerstand van de aardverbindingen, wat veronderstelt dat de aardverbinding met haar scheider afgezonderd kan worden.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L1: 6.4.5.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.6 De spreidingsweerstand van de aardverbinding mag maximaal 10 Ω bedragen.

Concreet

De inspecteur mat een spreidingsweerstand van de aardverbinding van meer dan 10 Ω. Die waarde geeft aan hoe gemakkelijk de aardverbinding een foutstroom in de grond afvoert.

Het risico

Met een te hoge aardingsweerstand wordt de foutstroom minder goed afgevoerd en kunnen gevaarlijke spanningen op de metalen delen ontstaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) beperkt de spreidingsweerstand van de aardverbinding van de hoogspanningsinstallatie in de regel tot maximaal 10 Ω.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.7 De spreidingsweerstand van de aardverbinding mag maximaal 15 Ω bedragen wanneer de installatie op een globale aarding is aangesloten.

Concreet

De inspecteur mat een spreidingsweerstand van de aardverbinding van meer dan 15 Ω, terwijl de installatie aangesloten is op een globale aarding, dus verbonden met andere aardverbindingen van het net.

Het risico

Met een te hoge aardingsweerstand wordt de foutstroom minder goed afgevoerd en kunnen gevaarlijke spanningen op de metalen delen ontstaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) beperkt de spreidingsweerstand van de aardverbinding in de regel tot maximaal 15 Ω wanneer de installatie op een globale aarding aangesloten is.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.8 De waarde van ZEB moet groter zijn dan ZE en kleiner dan (RE + 1 Ω) of (RE + 50 %).

Concreet

De inspecteur mat de lusimpedantie van de aardverbinding, ZEB genoemd, en de waarde valt buiten de toegelaten grenzen. Die meting gaat de continuïteit na van de verbindingen tussen de aardverbinding en de andere aardingen van de installatie of het net.

Het risico

Buiten de grenzen kan de waarde wijzen op een onderbroken of aangetaste aardingsverbinding, die bij een fout niet meer goed beschermt.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat ZEB groter is dan ZE en kleiner dan de grootste van twee grenzen: de initiële waarde van de aardingsweerstand RE plus 1 Ω, of plus 50 %.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 6.5.6.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.9 De waarde van ZE moet kleiner zijn dan 1 Ω.

Concreet

De inspecteur mat een aardingsimpedantie, ZE genoemd, van 1 Ω of meer. Die waarde geeft aan hoe goed de hoogspanningsinstallatie met de aarde verbonden is, ook via haar verbindingen met andere aardverbindingen.

Het risico

Is de aardingsimpedantie te hoog, dan kunnen bij een fout in de hoogspanningsinstallatie gevaarlijke spanningen op de metalen delen ontstaan.

Wat de regel vraagt

Het verslag vraagt een aardingsimpedantie kleiner dan 1 Ω. Het AREI (Boek 2) gebruikt die drempel om de metingen van de aardverbinding bij de controlebezoeken te bepalen.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 6.5.6.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.10 Het nulpunt van een laagspanningsinstallatie mag op een aardingsinstallatie van een hoogspanningsinstallatie worden aangesloten op voorwaarde dat er, in een TN-laagspanningsnetschema, geen risico is op gevaarlijke contactspanningen ten gevolge van potentiaalverspreiding via de nulgeleider en de beschermingsgeleider buiten de potentiaalvereffeningszone.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat het nulpunt van de laagspanningsinstallatie, met TN-schema, met de hoogspanningsaarding verbonden is zonder waarborg dat een fout geen gevaarlijke spanning verspreidt buiten de zone waar de metalen delen onderling verbonden zijn.

Het risico

Bij een fout in de hoogspanningsinstallatie kunnen de nulgeleider en de beschermingsgeleider een gevaarlijke spanning meevoeren tot in verafgelegen delen van de laagspanningsinstallatie.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) laat die verbinding bij een TN-schema alleen toe als de nulgeleider en de beschermingsgeleider geen gevaarlijke aanrakingsspanningen buiten de potentiaalvereffeningszone kunnen meevoeren.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met het studiebureau van de installatie.

Referentie · L2: 4.2.4.2.b.3. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.11 De massa's van het LS- en ZLS-materieel en de vreemde geleidende delen die zich in hetzelfde gebouw bevinden als de HS-massa's, mogen met de HS-aarding verbonden worden voor zover een doeltreffende equipotentiale verbinding verwezenlijkt is.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat metalen delen van laag- of zeerlaagspanningsmaterieel, of vreemde metalen delen in hetzelfde gebouw als de hoogspanning, met de hoogspanningsaarding verbonden zijn zonder doeltreffende equipotentiale verbinding.

Het risico

Bij een fout in de hoogspanningsinstallatie kan de spanning die op de aarding verschijnt zich naar die delen voortplanten en gevaarlijke spanningsverschillen in het gebouw veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) laat die verbinding met de hoogspanningsaarding alleen toe als een doeltreffende equipotentiale verbinding verwezenlijkt is.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.4.2.b.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.12 Bij een globale aarding moet de doorsnede van de equipotentiale verbindingsgeleiders ten minste de helft van die van de beschermingsgeleider die met een massa verbonden is bedragen, de aardgeleider niet meegerekend, wanneer de equipotentiale verbinding deze massa met een vreemd geleidend deel verbindt.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat een equipotentiale verbindingsgeleider, die een metalen deel van een toestel met een vreemd metalen deel verbindt, een doorsnede heeft van minder dan de helft van die van de beschermingsgeleider van dat toestel. De installatie is aangesloten op een globale aarding.

Het risico

Is de geleider te dun, dan kan hij de stroom van een fout niet verdragen, opwarmen of breken, en een gevaarlijke spanning laten ontstaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt, bij een globale aarding, dat die geleider een doorsnede heeft van minstens de helft van die van de beschermingsgeleider die met het metalen deel verbonden is.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.4.2.b.2. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.13 Alle massa's en de gelijktijdig genaakbare vreemde geleidende delen moeten galvanisch met een lokale aardingsinstallatie verbonden zijn.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat metalen delen die iemand tegelijk kan aanraken, al dan niet van de installatie, niet allemaal met de lokale aardingsinstallatie verbonden zijn.

Het risico

Bij een fout kan een gevaarlijk spanningsverschil ontstaan tussen twee metalen delen die tegelijk aangeraakt worden, bijvoorbeeld met elke hand één.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat alle metalen delen die tegelijk aangeraakt kunnen worden, van de installatie of vreemd eraan, galvanisch verbonden zijn met een lokale aardingsinstallatie.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.3.3.f. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.15 Er moeten maatregelen genomen worden om te vermijden dat, ten gevolge van een isolatiefout in een hoogspanningsinstallatie, de potentiaalverspreiding via actieve geleiders, via de aardingsinstallatie of via vreemde geleidende delen aanleiding zou kunnen geven tot gevaarlijke contactspanningen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat niets verhindert dat een isolatiefout in de hoogspanningsinstallatie een gevaarlijke spanning op afstand overbrengt, via geleiders, via de aardingsinstallatie of via vreemde geleidende delen, zoals leidingen of omheiningen.

Het risico

Ook ver van de cabine kan iemand een gevaarlijke aanrakingsspanning oplopen door een metalen deel aan te raken dat met de zone van de fout verbonden is.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt maatregelen opdat een isolatiefout in de hoogspanningsinstallatie zich niet zo kan verspreiden dat gevaarlijke aanrakingsspanningen ontstaan.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met het studiebureau van de installatie.

Referentie · L2: 4.2.4.1. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.16 Onderbreking van de continuïteit van de beschermingsgeleiders.

Concreet

De inspecteur stelde een onderbreking vast van de continuïteit van een of meer beschermingsgeleiders, de geleiders die de metalen delen van de toestellen met de aarding verbinden.

Het risico

Zonder aarding kan een metalen deel bij een fout onder een spanning blijven staan die gevaarlijk is voor wie het aanraakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de metalen delen van elke machine en elk toestel met een beschermingsgeleider verbonden zijn, en dat het wegnemen van een toestel de continuïteit van de beschermingsstroombaan niet onderbreekt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.4.3.5. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.17 Er vloeit een foutstroom door de aardverbinding: dringend verhelpen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat er in normaal bedrijf een foutstroom door de aardverbinding vloeit: er lekt stroom van de installatie naar de aarde. Het verslag vraagt dit dringend te verhelpen.

Het risico

Die stroom wijst op een isolatiefout. Hij kan metalen delen onder een gevaarlijke spanning zetten, geleiders opwarmen en een brand veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt maatregelen opdat geen gevaarlijke lek- of foutstroom blijft bestaan, noch in normaal bedrijf, noch bij een fout.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.3.3.5.c. Link naar deze uitleg
RHT-1.1.18 De aardverbinding van de hoogspanningsinstallatie is afwezig.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de hoogspanningsinstallatie geen aardverbinding heeft, dus geen in de grond ingegraven elektrode waarmee haar metalen delen verbonden worden.

Het risico

Zonder aardverbinding kan een isolatiefout de metalen delen van de installatie onder een spanning zetten die gevaarlijk is voor wie ze aanraakt.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een aardingsinstallatie met een aardverbinding, waarmee alle genaakbare metalen delen van de hoogspanningsinstallatie verbonden zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.3.2.a. · L2: 5.4.2.2. Link naar deze uitleg

Signalisatie, plannen en schema’s

Inbreuken (15)

RHT-2.1.14 De situatieplannen van de aardverbindingen moeten geactualiseerd worden.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de situatieplannen van de aardverbindingen niet meer overeenstemmen met de installatie. Die plannen tonen waar de aardelektroden en hun verbindingen liggen.

Het risico

Verouderde plannen bemoeilijken de controle en het onderhoud van de aarding, en kunnen ertoe leiden dat een elektrode bij werken beschadigd wordt.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat elke installatie situatieplannen van de aardverbindingen heeft, die bijgewerkt en ter plaatse beschikbaar zijn.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar, samen met de elektricien of het studiebureau dat de installatie kent.

Referentie · L2: 3.1.2.1.a. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.8 De schema's, plannen, documenten en hun bijlagen moeten bijgewerkt worden.

Concreet

Bij de keuring bleek dat schema's, plannen of documenten van de installatie, of hun bijlagen, niet meer overeenstemmen met de installatie zoals ze is.

Het risico

Verouderde documenten kunnen wie de installatie nakijkt, onderhoudt of wijzigt misleiden en tot een gevaarlijke handeling brengen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de schema's, plannen, documenten en hun bijlagen bijgewerkt zijn en ter plaatse ter beschikking staan van wie gemachtigd is om aan de installatie te werken.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar, samen met het studiebureau of de elektricien die de installatie kent.

Referentie · L2: 3.1.2.1.c. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.17 Het kenplaatje van de transformator is niet zichtbaar.

Concreet

Het kenplaatje van de transformator, waarop de kenmerken staan, was tijdens de keuring niet zichtbaar.

Het risico

Zonder leesbare kenmerken kan wie in de cabine werkt zich vergissen in het aanwezige materiaal en in de voorzorgen die nodig zijn.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat het kenplaatje van de transformator zichtbaar en leesbaar blijft.

Bij wie terecht · De uitbater van de cabine, samen met de firma die het onderhoud verzorgt.

Referentie · L2: 2.11.1. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.13 Iedere elektrische installatie moet het voorwerp uitmaken van een of meer situatieplannen van de aardverbindingen.

Concreet

Bij de keuring was er geen situatieplan van de aardverbindingen beschikbaar. Dat plan toont waar de aardelektroden van de installatie en hun verbindingen liggen.

Het risico

Zonder dat plan is de aarding moeilijker te controleren en te onderhouden, en kan een elektrode bij werken beschadigd worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat elke elektrische installatie het voorwerp uitmaakt van een of meer situatieplannen van de aardverbindingen, die bijgewerkt en ter plaatse beschikbaar zijn.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar, samen met de elektricien of het studiebureau dat de installatie kent.

Referentie · L2: 3.1.2.1.a. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.7 De schema's, plannen, documenten en hun bijlagen moeten ter plaatse ter beschikking gehouden worden.

Concreet

Bij de keuring waren de schema's, plannen en documenten van de installatie, of hun bijlagen, niet ter plaatse beschikbaar.

Het risico

Zonder die documenten ter plaatse beschikt wie moet tussenkomen, soms dringend, niet over de informatie om dat veilig te doen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de schema's, plannen, documenten en hun bijlagen ter plaatse ter beschikking gehouden worden van iedereen die gemachtigd is tot toezicht, controle, onderhoud, herstelling of omvorming van de installatie.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van de installatie.

Referentie · L2: 3.1.2.1.c. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.4 In bebouwde kommen informatieborden aanbrengen met het telefoonnummer van de netbeheerder.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de cabine, die in een bebouwde kom staat, geen informatiebord heeft met het telefoonnummer van de netbeheerder.

Het risico

Wie een incident of schade vaststelt, weet niet wie snel te verwittigen om de installatie veilig te stellen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat in bebouwde kommen bepaalde hoogspanningsinstallaties, zoals transformatieposten, een bord hebben met minstens het volledige telefoonnummer van de netbeheerder.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie, samen met de netbeheerder.

Referentie · L2: 9.4.3. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.1 Op de toegangsdeur van de HS-cabine het verbodspictogram aanbrengen dat niet-gemachtigde personen de toegang tot de ruimten van de elektrische dienst verbiedt.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de toegangsdeur van de hoogspanningscabine geen verbodspictogram draagt dat niet-gemachtigde personen de toegang verbiedt.

Het risico

Zonder dat teken kan een niet-gemachtigde persoon denken dat hij binnen mag en zich blootstellen aan een gevaar dat niet meteen zichtbaar is.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een rond verbodsbord met rode rand en rode schuine balk op de deuren naar materieel waarvan het naderen gevaarlijk kan zijn, ook als dat gevaar niet meteen zichtbaar is.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 9.4.2. · SPF Économie, fiche 002 Link naar deze uitleg
RHT-2.1.2 Waarschuwingspictogram voor elektrisch gevaar aan te brengen op de toegangsdeur van de HS-cabine.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de toegangsdeur van de hoogspanningscabine geen waarschuwingspictogram voor elektrisch gevaar draagt, de gele driehoek met zwarte rand en een zwarte bliksemschicht.

Het risico

Zonder dat teken kan iemand de deur openen of binnengaan zonder te weten dat hij een hoogspanningsinstallatie nadert.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat een waarschuwingsbord de ruimten van de elektrische dienst aanduidt, al dan niet gesloten, zoals een hoogspanningscabine.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 9.4.1. · SPF Économie, fiche 002 Link naar deze uitleg
RHT-2.1.5 De bedrijfsspanning aanduiden op de toegangsdeur van de HS-cabine.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de bedrijfsspanning niet vermeld is op de toegangsdeur van de hoogspanningscabine.

Het risico

Wie de cabine betreedt, bijvoorbeeld een hulpdienst, kent de aanwezige spanning niet en kan het gevaar onderschatten.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de voedingsspanning duidelijk aangeduid is op oordeelkundig gekozen plaatsen. Het verslag bedoelt hier de toegangsdeur van de cabine.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 3.1.3.3. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.6 De bedrijfsspanning aanduiden op de HS-uitrusting.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de bedrijfsspanning niet vermeld is op hoogspanningsuitrusting, zoals de cellen of de transformator.

Het risico

Wie aan de installatie werkt, kan zich vergissen in de aanwezige spanning en materieel of voorzorgen kiezen die niet geschikt zijn.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat in de ruimten van de elektrische dienst de spanningen van de uitrustingen duidelijk aangeduid zijn op oordeelkundig gekozen plaatsen.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 3.1.3.3. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.9 De stroombaanschema's en/of hun bijlagen moeten de te verwachten maximale kortsluitstromen vermelden.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de stroombaanschema's van de installatie, of hun bijlagen, de te verwachten maximale kortsluitstromen niet vermelden, dus de hoogste stromen die een kortsluiting zou kunnen veroorzaken.

Het risico

Zonder dat gegeven kan men niet nagaan of het materieel en de beveiligingen een kortsluiting verdragen en onderbreken zonder vernield te worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de stroombaanschema's of hun bijlagen ten minste bepaalde gegevens vermelden, waaronder de te verwachten maximale kortsluitstromen.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar, samen met het studiebureau of de elektricien die de schema's opstelde.

Referentie · L2: 3.1.2.2. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.10 Instructies voor eerste hulp op een goed zichtbare plaats in de HS-cabine aan te brengen.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de instructies voor eerste hulp bij een elektrisch ongeval niet op een goed zichtbare plaats in de hoogspanningscabine hangen.

Het risico

Na een ongeval dreigen de aanwezigen tijd te verliezen of verkeerd te reageren, bijvoorbeeld door het slachtoffer aan te raken terwijl het nog onder spanning staat.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de eigenaar, beheerder of uitbater op zorgvuldig gekozen plaatsen onderrichtingen aanbrengt over de eerste zorgen bij een ongeval te wijten aan elektriciteit.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie of zijn preventiedienst.

Referentie · L2: 9.1.1. · SPF Économie, fiche 002 Link naar deze uitleg
RHT-2.1.11 Hoofdstroombanen te markeren in de HS-cabine.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de hoofdstroombanen in de hoogspanningscabine niet gemarkeerd zijn: niets geeft duidelijk aan wat elk vertrek of elke cel voedt.

Het risico

Zonder markering kan iemand de verkeerde stroombaan uit- of inschakelen en zichzelf of anderen in gevaar brengen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de schakel- en verdeelinrichtingen en de elektrische toestellen duidelijk, goed zichtbaar en onuitwisbaar gemarkeerd zijn, tenzij elke verwarring uitgesloten is.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 3.1.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-2.1.12 HS-leidingen die zich in gewone ruimten bevinden, moeten gesignaleerd worden.

Concreet

Bij de keuring bleek dat hoogspanningsleidingen die door gewone, voor iedereen toegankelijke ruimten lopen, niet met een waarschuwingsbord aangeduid zijn.

Het risico

Wie niet weet dat die leidingen er liggen, kan ze beschadigen, bijvoorbeeld bij het boren of bevestigen van iets, en een vlamboog of een elektrische schok oplopen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat een waarschuwingsbord, een gele driehoek met zwarte rand en een zwarte bliksemschicht, het hoogspanningsmaterieel en de hoogspanningsleidingen in gewone ruimten aanduidt.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 9.4.1. · SPF Économie, fiche 002 Link naar deze uitleg
RHT-2.1.15 Gelieve de aanwezigheid van deurcontacten op de deur van de cellen aan te duiden.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat deuren van cellen uitgerust zijn met deurcontacten zonder dat een aanduiding dit vermeldt. Een deurcontact reageert op het openen van de deur, bijvoorbeeld door de spanning uit te schakelen.

Het risico

Wie dat niet weet, kan bij het openen van de deur een onverwachte uitschakeling veroorzaken of zich vergissen in de toestand van de cel.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) regelt het openen van omhulsels die delen onder spanning beschermen. Het verslag vraagt dat de aanwezigheid van deurcontacten op de cellen aangeduid wordt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.2.1.b.3. Link naar deze uitleg

Opmerkingen en informatie (1)

RHT-2.1.16 Opmerking Gelieve de aanwezigheid van asbest aan te duiden met een gepast pictogram.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat er in de cabine asbesthoudende materialen aanwezig zijn zonder pictogram dat dit aanduidt. Zo'n aanduiding waarschuwt wie er werkt voor het risico om vezels vrij te maken als die materialen beschadigd worden. Het is geen inbreuk op het AREI.

Verlichting en hulpkringen

Inbreuken (11)

RHT-3.1.9 De verlichting van de cabine werkt niet.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de verlichting van de hoogspanningscabine niet werkt.

Het risico

Zonder licht ziet wie de cabine betreedt de delen onder spanning en de markeringen slecht, met een risico op een verkeerde bediening of een val.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een vaste kunstmatige verlichting in een ruimte van de elektrische dienst die in een lokaal ondergebracht is, wat veronderstelt dat ze werkt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.7. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.3 Isolerend bedieningsmiddel: isolerend krukje te vervangen.

Concreet

Bij de keuring bleek dat het isolerende krukje voor de bedieningen in slechte staat is of niet meer geschikt is, en het verslag vraagt het te vervangen. Dat krukje isoleert wie het hoogspanningsschakelmaterieel bedient van de grond.

Het risico

Een defect krukje kan wie bedient niet meer isoleren, zodat die een elektrische schok kan krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat bedieningen door rechtstreekse actie op hoogspanningsschakelmaterieel gebeuren met bedieningsmiddelen met minstens twee isolerende elementen in serie, geschikt voor de spanning van het net.

Bij wie terecht · De uitbater, die dat materieel ter beschikking stelt van het personeel.

Referentie · L2: 9.3.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.1 Isolerend bedieningsmiddel: handschoenen te vervangen.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de isolerende handschoenen voor de bedieningen op hoogspanningsschakelmaterieel in slechte staat zijn of niet meer geschikt zijn, en het verslag vraagt ze te vervangen.

Het risico

Beschadigde of ongeschikte handschoenen kunnen wie bedient niet meer isoleren, zodat die een elektrische schok kan krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat bedieningen door rechtstreekse actie op hoogspanningsschakelmaterieel gebeuren met bedieningsmiddelen met minstens twee isolerende elementen in serie, geschikt voor de spanning van het net.

Bij wie terecht · De uitbater, die dat materieel ter beschikking stelt van het personeel.

Referentie · L2: 9.3.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.2 Isolerend bedieningsmiddel: schakelstok te vervangen.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de schakelstok, de lange isolerende stok waarmee het hoogspanningsschakelmaterieel op afstand bediend wordt, in slechte staat is of niet meer geschikt is, en het verslag vraagt hem te vervangen.

Het risico

Een defecte schakelstok kan wie bedient niet meer isoleren, zodat die een elektrische schok of een vlamboog kan oplopen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat bedieningen door rechtstreekse actie op hoogspanningsschakelmaterieel gebeuren met isolerende bedieningsmiddelen die geschikt zijn voor de spanning van het net, zoals een schakelstok met voldoende isolatie.

Bij wie terecht · De uitbater, die dat materieel ter beschikking stelt van het personeel.

Referentie · L2: 9.3.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.4 Isolerend bedieningsmiddel: krukje te vervangen door een type voor buitengebruik.

Concreet

Bij de keuring bleek dat het isolerende krukje voor de bedieningen niet van een type voor buitengebruik is, zoals de plaats waar het dient dat vraagt. Dat krukje isoleert wie het hoogspanningsschakelmaterieel bedient van de grond.

Het risico

Een krukje dat niet geschikt is voor buitenomstandigheden, zoals vocht, kan de persoon niet meer goed isoleren, die dan een elektrische schok kan krijgen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat bedieningen door rechtstreekse actie op hoogspanningsschakelmaterieel gebeuren met bedieningsmiddelen met minstens twee isolerende elementen in serie, geschikt voor de spanning van het net.

Bij wie terecht · De uitbater, die dat materieel ter beschikking stelt van het personeel.

Referentie · L2: 9.3.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.5 Conforme noodverlichting aan te brengen (de bescherming door verwijdering wordt toegepast).

Concreet

In deze ruimte zijn de delen onder spanning beschermd door verwijdering, zonder omhulsel errond. De inspecteur stelde vast dat er geen conforme noodverlichting is om de ruimte te kunnen verlaten als de gewone verlichting uitvalt.

Het risico

Wie in het donker de uitgang zoekt, kan ongemerkt een niet-beschermd deel onder spanning naderen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt, in lokalen waar de bescherming door verwijdering toegepast wordt, maatregelen waarmee personen veilig naar buiten kunnen als de verlichting uitvalt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.7. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.6 De noodverlichting werkt niet: verhelpen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de noodverlichting van de cabine, die moet branden wanneer de gewone verlichting uitvalt, niet werkt.

Het risico

Als de gewone verlichting uitvalt, kan wie zich in de cabine bevindt in het donker staan en niet veilig naar buiten raken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt, in lokalen waar de delen onder spanning door verwijdering beschermd zijn, maatregelen waarmee personen veilig naar buiten kunnen als de verlichting uitvalt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.7. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.7 De noodverlichting is te zwak.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de noodverlichting van de cabine, die moet branden wanneer de gewone verlichting uitvalt, te weinig licht geeft.

Het risico

Als de gewone verlichting uitvalt, kan wie zich in de cabine bevindt niet genoeg zien om veilig naar buiten te gaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt, in lokalen waar de delen onder spanning door verwijdering beschermd zijn, maatregelen waarmee personen veilig naar buiten kunnen als de verlichting uitvalt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.7. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.10 De verlichting is te zwak (minimaal 120 lux).

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de verlichting van de ruimte van de elektrische dienst te zwak is, onder het minimum van 120 lux. Lux is de eenheid die de hoeveelheid licht op een oppervlak meet.

Het risico

In een slecht verlichte ruimte kan iemand de markeringen slecht lezen, een verkeerde handeling uitvoeren of tegen een deel van de installatie stoten.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een vaste kunstmatige verlichting in een ruimte van de elektrische dienst die in een lokaal ondergebracht is. Het verslag hanteert voor die verlichting een minimum van 120 lux.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.7. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.11 Gelieve de stroombaan “verlichting en noodverlichting” van de cabine te markeren.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de stroombaan die de verlichting en de noodverlichting van de cabine voedt, niet gemarkeerd is, bijvoorbeeld in het bord dat ze beveiligt.

Het risico

Zonder markering kan die stroombaan per vergissing uitgeschakeld worden, zodat de cabine tijdens een tussenkomst zonder verlichting zit.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de bedienings-, beveiligings- en scheidingsinrichtingen van de stroombanen duidelijk, goed zichtbaar en onuitwisbaar gemarkeerd zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 3.1.3.1. Link naar deze uitleg
RHT-3.1.12 De HS-verklikkerlamp werkt niet meer: te vervangen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de hoogspanningsverklikkerlamp, het lampje dat de aanwezigheid van de hoogspanning aangeeft, niet meer werkt.

Het risico

Zonder dat lampje kan men ten onrechte denken dat een deel van de installatie spanningsloos is, wat bij een bediening of een werk een elektrische schok kan veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig elektrisch materieel die correct onderhouden wordt, wat verklikkerlampen veronderstelt die werken.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg

Lokalen en toegang

Inbreuken (15)

RHT-4.1.14 Alle materialen die vreemd zijn aan de elektrische dienst moeten verwijderd worden.

Concreet

Bij de keuring bleek dat in de ruimte van de elektrische dienst voorwerpen of materialen liggen die niets met de elektrische installatie te maken hebben, zoals meubels, archief of producten.

Het risico

Die voorwerpen versperren de toegang en de doorgangen, kunnen een brand voeden en trekken personen aan die er niet thuishoren.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) behoudt de toegang tot de ruimte van de elektrische dienst voor aan gewaarschuwde (BA4) of vakbekwame (BA5) personen. Het verslag vraagt alles te verwijderen wat vreemd is aan de elektrische dienst.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.5. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.20 Binnendringen van dieren mogelijk: verhelpen.

Concreet

Bij de keuring bleek dat dieren, zoals knaagdieren, vogels of insecten, de cabine of het elektrisch materieel kunnen binnendringen.

Het risico

Dieren kunnen kabels aanknagen, een kortsluiting veroorzaken door delen onder spanning te raken of resten achterlaten die de isolatie aantasten.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt rekening te houden met de aanwezigheid van dieren als uitwendige invloed, en de installatie te beschermen wanneer dieren er schade kunnen aanrichten.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie, samen met een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 2.10.8. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.19 Schadelijke groei of overvloed van vegetatie.

Concreet

Bij de keuring bleek dat er rond de cabine of de installatie hinderlijke begroeiing is, bijvoorbeeld planten die de toegang, de verluchtingsroosters of het materieel overwoekeren.

Het risico

Begroeiing kan de toegang en de verluchting hinderen, vocht vasthouden, het materieel beschadigen en, als ze uitdroogt, het brandrisico verhogen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt rekening te houden met de aanwezigheid van begroeiing als uitwendige invloed, en de installatie te beschermen wanneer de begroeiing haar kan schaden.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 2.10.8. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.1 De geïnstalleerde toegangsdeuren moeten op elk ogenblik van binnenuit zonder sleutel geopend kunnen worden.

Concreet

Bij de keuring bleek dat een toegangsdeur van de ruimte van de elektrische dienst niet zonder sleutel van binnenuit geopend kan worden.

Het risico

Wie zich in de ruimte bevindt, kan bij een vlamboog of een brand, of als hij onwel wordt, niet snel naar buiten.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de toegangsdeuren van een ruimte van de elektrische dienst te allen tijde zonder sleutel van binnenuit geopend kunnen worden.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van de cabine, samen met een aannemer.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.2. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.2 De toegangsdeuren in de wanden moeten naar buiten opendraaien.

Concreet

Bij de keuring bleek dat een toegangsdeur van de ruimte van de elektrische dienst naar binnen opendraait.

Het risico

Wie de ruimte bij een incident dringend moet verlaten, raakt minder vlot buiten langs een deur die naar binnen opendraait.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de toegangsdeuren in de wanden van een ruimte van de elektrische dienst naar buiten opendraaien.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van de cabine, samen met een aannemer.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.2. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.3 Alleen gewaarschuwde (BA4) of vakbekwame (BA5) personen hebben toegang tot een ruimte van de elektrische dienst.

Concreet

Bij de keuring bleek dat personen die noch gewaarschuwd (BA4) noch vakbekwaam (BA5) zijn, de ruimte van de elektrische dienst kunnen betreden, zoals de hoogspanningscabine. Een gewaarschuwde of vakbekwame persoon kreeg de nodige informatie of opleiding over de elektrische risico's.

Het risico

Wie die opleiding niet heeft, herkent de gevaren niet altijd en kan delen onder spanning naderen, met een ernstig risico op een schok of een vlamboog.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat alleen gewaarschuwde (BA4) of vakbekwame (BA5) personen een ruimte van de elektrische dienst kunnen betreden.

Bij wie terecht · De uitbater of de werkgever, die de toegang tot de ruimte regelt.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.5. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.4 De toegangsweg naar de cabine moet uitgevoerd zijn met een niet-geleidende bekleding.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de toegangsweg naar de cabine niet bedekt is met een bekleding die geen elektriciteit geleidt.

Het risico

Bij een fout in de hoogspanningsinstallatie kan wie bij de cabine aankomt en de deur of de wanden aanraakt, aan een gevaarlijke spanning blootgesteld worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt de spanningen te beheersen die aan de rand van de cabine in de bodem kunnen optreden. Het verslag vraagt daarvoor een niet-geleidende toegangsweg.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met de uitbater of de eigenaar.

Referentie · L2: 4.2.3.2.f.2. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.5 De cabine moet over een breedte van ten minste 1 m omgeven zijn door een niet-geleidende vloerbekleding.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de grond rond de cabine niet over minstens 1 m breedte bedekt is met een bekleding die geen elektriciteit geleidt.

Het risico

Bij een fout in de hoogspanningsinstallatie kan wie naast de cabine staat en de wanden aanraakt, aan een gevaarlijke spanning blootgesteld worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt de spanningen te beheersen die aan de rand van de cabine in de bodem kunnen optreden. Het verslag vraagt daarvoor een niet-geleidende vloerbekleding van minstens 1 m rond de cabine.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met de uitbater of de eigenaar.

Referentie · L2: 4.2.3.2.f.2. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.9 Onderhouds- of bedieningsgangen die langer zijn dan 20 m moeten aan beide uiteinden toegankelijk zijn.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat een onderhouds- of bedieningsgang van meer dan 20 m in de ruimte van de elektrische dienst maar langs één uiteinde toegankelijk is.

Het risico

Bij een incident kan iemand zich ver van de enige uitgang bevinden en zich niet snel van het gevaar verwijderen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat onderhouds- of bedieningsgangen van meer dan 20 m aan beide uiteinden toegankelijk zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met de uitbater of de eigenaar.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.6. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.10 Vensters zijn verboden tenzij schikkingen worden getroffen hetzij om glasbraak te voorkomen, hetzij om het gevaar als gevolg van glasbreuk uit te sluiten.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de ruimte van de elektrische dienst een of meer vensters heeft zonder schikkingen tegen glasbraak of tegen het gevaar dat glasbraak kan meebrengen.

Het risico

Een gebroken ruit kan een toegang naar delen onder spanning openen, water of voorwerpen binnenlaten en iemand verwonden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) laat vensters in een ruimte van de elektrische dienst alleen toe als schikkingen glasbraak voorkomen of het gevaar ervan uitsluiten.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van de cabine, samen met een aannemer.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.2. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.12 Gelieve de metalen buitenwanden en -plafonds van de HS-cabine tegen onrechtstreekse aanraking te beschermen door een isolerende bekleding aan te brengen op de metalen wanden.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de metalen buitenwanden of het metalen plafond van de hoogspanningscabine niet beschermd zijn tegen onrechtstreekse aanraking, dus tegen aanraking van een metalen deel dat door een fout onder spanning komt.

Het risico

Bij een fout in de hoogspanningsinstallatie kan wie de metalen wanden van buitenaf aanraakt, aan een gevaarlijke spanning blootgesteld worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat wie de cabine van buitenaf aanraakt, niet aan een gevaarlijke spanning blootgesteld kan worden. Het verslag vraagt daarom dat de metalen buitenwanden geïsoleerd zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met de fabrikant van de cabine.

Referentie · L2: 4.2.3.2.f.2. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.13 De anticondensatiecoating aan de binnenkant van de cabine is beschadigd: verhelpen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de anticondensatiecoating aan de binnenkant van de cabine beschadigd is. Die coating beperkt de vorming van condensatie op de wanden.

Het risico

Waar de coating ontbreekt, kan condensatie ontstaan en op het materieel druppelen, wat corrosie en isolatiefouten bevordert.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt rekening te houden met de aanwezigheid van water als uitwendige invloed. Het verslag vraagt dat de bescherming van de cabine tegen condensatie in goede staat is.

Bij wie terecht · Een aannemer of de fabrikant van de cabine, samen met de uitbater of de eigenaar.

Referentie · L2: 2.10.3. Link naar deze uitleg
RHT-4.1.18 Occasionele condensatie van vocht of occasionele aanwezigheid van waterdamp zou vermeden moeten worden.

Concreet

De inspecteur stelde sporen van condensatie of waterdamp vast in de cabine of op het elektrisch materieel.

Het risico

Vocht dat zich op het materieel afzet, kan de isolatie aantasten, corrosie bevorderen en overslagen tussen delen onder spanning veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt rekening te houden met de aanwezigheid van water als uitwendige invloed. Het verslag vraagt condensatie en waterdamp in de cabine te vermijden.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met de uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 2.10.3. Link naar deze uitleg
RHT-4.2.0 Een gewoon (hang)slot met een cijfercode wordt niet als een veiligheidsslot beschouwd.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de deur van de ruimte van de elektrische dienst gesloten wordt met een gewoon slot of hangslot met cijfercode. Zo'n sluiting wordt niet als een veiligheidsslot beschouwd.

Het risico

Een code kan doorgegeven, geraden of afgekeken worden, en een gewone sluiting kan geforceerd worden, zodat niet-gemachtigde personen binnen kunnen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de deuren van een ruimte van de elektrische dienst die aan een voor het publiek toegankelijke ruimte grenst, bewaakt worden of gesloten zijn met een veiligheidsslot of een sluitsysteem met minstens dezelfde waarborgen.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 4.2.2.3.a.3. · SPF Économie, fiche 008 Link naar deze uitleg
RHT-4.2.1 De (exclusieve) ruimten van de elektrische dienst die uitsluitend dienen voor de uitbating van elektrische installaties, zouden gesloten moeten zijn met een sleutel of met elk ander middel dat de toegang belet voor niet-gemachtigde personen.

Concreet

Bij de keuring bleek dat een ruimte die uitsluitend dient voor de uitbating van de elektrische installatie, zoals een hoogspanningscabine, niet gesloten is met een sleutel of met een ander middel dat de toegang belet voor niet-gemachtigde personen.

Het risico

Een niet-gemachtigde persoon kan de ruimte betreden en delen onder spanning naderen, met een ernstig risico op een elektrische schok of een vlamboog.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat een ruimte van de elektrische dienst die uitsluitend voor de uitbating dient, en waar de bescherming tegen aanraking beperkter mag zijn, gesloten is met een sleutel of een ander middel dat niet-gemachtigden de toegang belet.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 4.2.2.3.c.1. Link naar deze uitleg

Opmerkingen en informatie (3)

RHT-4.1.15 Opmerking Er moeten maatregelen genomen worden om het parkeren van voertuigen voor de HS-cabine te verhinderen.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat voertuigen voor de hoogspanningscabine kunnen parkeren. Een voertuig dat voor de deur staat, kan de toegang hinderen, zeker in een noodgeval. Het is geen inbreuk.

RHT-4.1.16 Opmerking Gelieve aanrijdbeveiliging voor de cabine te plaatsen.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat de cabine blootgesteld is aan een aanrijding door een voertuig, bijvoorbeeld aan de rand van een parking of een rijweg, en dat er een aanrijdbeveiliging voor verwacht wordt. Het is geen inbreuk.

RHT-4.1.17 Opmerking Gelieve de omgeving van de cabine te onderhouden.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat de onmiddellijke omgeving van de cabine onderhoud vraagt. Een vrije omgeving vergemakkelijkt de toegang tot de cabine en het toezicht erop. Het is geen inbreuk.

Leidingen en brand

Inbreuken (22)

RHT-5.1.12 Er is verlies van diëlektricum aan de transformator: te verhelpen.

Concreet

De inspecteur stelde een lek vast van het diëlektricum van de transformator, dus van de isolerende vloeistof die hij bevat, meestal olie.

Het risico

Door een lek daalt het peil van de isolerende vloeistof, wat opwarming of een inwendige fout kan veroorzaken, en gemorste olie verhoogt het risico op brand en vervuiling.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig elektrisch materieel die correct onderhouden wordt, zodat de veiligheid van personen en het behoud van goederen niet in gevaar komen.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning of een onderhoudsbedrijf voor transformatoren.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.1 Materieel opnieuw te bevestigen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat elektrisch materieel niet meer correct bevestigd is, bijvoorbeeld een toestel, een drager of een leiding die beweegt of losgekomen is.

Het risico

Slecht bevestigd materieel kan verschuiven, aan zijn aansluitingen trekken, de isolatie beschadigen of te dicht bij delen onder spanning komen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat het schakelmaterieel gekozen en geplaatst wordt rekening houdend met de omstandigheden van de ruimte, waaronder stoten en trillingen, wat stevig bevestigd materieel veronderstelt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.3.1. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.3 Opvangbak (of gelijkwaardig) aan te brengen onder de uitrusting die olie bevat; er mag geen brandbaar materiaal gebruikt worden.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat niets verhindert dat de olie van een uitrusting die olie bevat, zoals een transformator, zich bij een lek verspreidt. Het verslag bedoelt een opvangbak of een gelijkwaardige voorziening.

Het risico

Gemorste olie kan vuur vatten, een brand voeden en de bodem of de naburige ruimten vervuilen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt constructieve maatregelen die verhinderen dat de olie zich bij een lek verspreidt, zonder gebruik van brandbaar materiaal.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met de uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 4.3.3.7.b. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.4 Doofbak aan te brengen onder de uitrusting die olie bevat.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat er geen doofbak is onder een uitrusting die olie bevat, zoals een transformator. Zo'n bak vangt de olie op bij een lek en zorgt voor de natuurlijke doving als ze vuur vat.

Het risico

Bij een lek of een fout kan de olie zich verspreiden en een moeilijk te beheersen brand voeden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt maatregelen die verhinderen dat de olie zich bij een lek verspreidt. Het verslag bedoelt hier een bak die de olie opvangt en de doving ervan verzekert.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning, samen met de uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 4.3.3.7.b. · SPF Économie, fiche 004 Link naar deze uitleg
RHT-5.1.5 Rupto-smeltzekeringen, slagpin van de gesprongen zekering: te vervangen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat een hoogspanningszekering van een rupto-smeltzekering gesmolten is: de slagpin, een staafje dat vrijkomt wanneer de zekering smelt, is uitgestoken. Het verslag vraagt ze te vervangen.

Het risico

Na het smelten beveiligt de zekering de stroombaan niet meer, en de installatie kan zonder voeding vallen of op slechts een deel van de fasen gevoed blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig elektrisch materieel die correct onderhouden wordt, wat zekeringen veronderstelt die in werkende staat zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.6 Rupto-smeltzekeringen, zekering omgekeerd geplaatst: dringend verhelpen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat een hoogspanningszekering van een lastschakelaar met zekeringen, een rupto-smeltzekering genoemd, omgekeerd geplaatst is. Het verslag vraagt dit dringend te verhelpen.

Het risico

Als de zekering omgekeerd geplaatst is, kan ze de schakelaar niet laten openen wanneer ze smelt, waardoor de installatie op slechts een deel van de fasen gevoed kan blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig materieel die overeenstemt met haar bestemming, wat zekeringen veronderstelt die in de juiste richting geplaatst zijn.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.7 Stroombanen te balanceren: de HS-zekeringen moeten dezelfde nominale stroom hebben.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat de hoogspanningszekeringen van eenzelfde stroombaan niet allemaal dezelfde nominale stroom hebben, dus niet hetzelfde kaliber.

Het risico

Met verschillende kalibers zijn de fasen van de stroombaan niet op dezelfde manier beveiligd, en kan de beveiliging bij een fout anders reageren dan voorzien.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig materieel dat overeenstemt met zijn bestemming. Voor dit punt moeten de hoogspanningszekeringen van eenzelfde stroombaan dezelfde nominale stroom hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.9 Het peil van het diëlektricum van de vermogensschakelaar is te laag.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat het peil van het diëlektricum van een hoogspanningsvermogensschakelaar, dus van de isolerende stof waarmee hij de stroom onderbreekt, te laag is.

Het risico

Met te weinig isolerende stof kan de vermogensschakelaar de stroom niet meer correct onderbreken, zeker bij een fout, met een risico op een vlamboog en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig elektrisch materieel die correct onderhouden kan worden, zodat de veiligheid niet in gevaar komt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.10 Elektrische installaties moeten uitgevoerd worden met veilig elektrisch materieel: er is verlies van diëlektricum aan de vermogensschakelaar.

Concreet

De inspecteur stelde een lek vast van het diëlektricum van een hoogspanningsvermogensschakelaar, dus van de isolerende stof waarmee hij de stroom onderbreekt, zoals olie of een isolerend gas.

Het risico

Met minder isolerende stof kan de vermogensschakelaar de stroom niet meer correct onderbreken, zeker bij een fout, met een risico op een vlamboog en brand.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig elektrisch materieel die correct onderhouden kan worden, zodat de veiligheid niet in gevaar komt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.11 Het peil van het diëlektricum van de transformator is te laag.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat het peil van het diëlektricum van de transformator, dus van de isolerende vloeistof die hij bevat, meestal olie, te laag is.

Het risico

Met te weinig isolerende vloeistof zijn delen onder spanning minder goed geïsoleerd en gekoeld, wat opwarming of een inwendige fout kan veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig elektrisch materieel die correct onderhouden wordt, zodat de veiligheid van personen en het behoud van goederen niet in gevaar komen.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning of een onderhoudsbedrijf voor transformatoren.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.13 De aansluitingen van elke HS/LS-transformator moeten zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts voorzien zijn van scheidingsinrichtingen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat een HS/LS-transformator aan een of beide zijden geen scheidingsinrichting heeft. De scheiding laat toe de transformator veilig af te zonderen voordat eraan gewerkt wordt.

Het risico

Zonder scheiding aan beide zijden kan de transformator tijdens een tussenkomst gevoed blijven, door het net of door terugvoeding vanuit de laagspanning.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de aansluitingen van elke HS/LS-transformator zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts voorzien zijn van scheidingsinrichtingen die aan de normen voldoen.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.3.3.1.a.2. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.14 Cellen of elektrisch materieel zeer stoffig, risico op foutstromen.

Concreet

Bij de keuring stelde de inspecteur een sterke stofophoping vast in cellen of op elektrisch materieel van de hoogspanningsinstallatie. De cellen zijn de compartimenten waarin het hoogspanningsschakelmaterieel ondergebracht is.

Het risico

Stof, zeker vochtig stof, kan isolerende oppervlakken geleidend maken en foutstromen, overslagen of opwarming veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt een installatie met veilig materieel die in al haar delen correct onderhouden kan worden, zodat de veiligheid niet in gevaar komt.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie, samen met een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 1.4.1.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.1.17 Alle elektrisch materieel moet gemakkelijk toegankelijk blijven voor toezicht en onderhoud.

Concreet

Bij de keuring bleek dat elektrisch materieel niet gemakkelijk toegankelijk is voor toezicht of onderhoud, bijvoorbeeld omdat voorwerpen de toegang versperren of omdat het op een moeilijk bereikbare plaats staat.

Het risico

Moeilijk bereikbaar materieel wordt minder goed nagekeken en onderhouden, en een dringende tussenkomst, zoals een uitschakeling, kan vertraagd of gevaarlijk worden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat elektrische machines en toestellen zo geïnstalleerd zijn dat hun bediening, het toezicht, het onderhoud en de toegang tot hun aansluitingen gemakkelijk blijven.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie, samen met een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.1.5.1. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.1 Het elektrisch materieel moet zo opgesteld en geïnstalleerd worden dat de afvoer van de warmte die het in normaal bedrijf voortbrengt, niet belemmerd wordt.

Concreet

Bij de keuring bleek dat de warmte die elektrisch materieel in bedrijf voortbrengt, niet goed kan worden afgevoerd, bijvoorbeeld omdat er voorwerpen omheen staan of verluchtingsopeningen verstopt zijn.

Het risico

Oververhit materieel veroudert sneller, kan defect raken en in ernstige gevallen een brand veroorzaken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat elektrisch materieel zo opgesteld en geïnstalleerd wordt dat de afvoer van de warmte die het in normaal bedrijf voortbrengt, niet belemmerd wordt.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie, samen met een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.1.1.2. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.2 De schakel- en verdeelinrichtingen en de bedieningstoestellen moeten duidelijk geïdentificeerd zijn.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat schakel- en verdeelinrichtingen of bedieningstoestellen geen duidelijke markering hebben die aangeeft wat ze zijn of wat ze bedienen.

Het risico

Zonder markering kan iemand het verkeerde toestel bedienen en een onverwacht deel van de installatie onder of buiten spanning zetten.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat die inrichtingen en toestellen duidelijk, goed zichtbaar en onuitwisbaar gemarkeerd zijn, tenzij elke verwarring uitgesloten is.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 3.1.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.3 Elektrisch materieel dat warmte concentreert of focusseert, moet hetzij geïnstalleerd worden op of in materialen die een dergelijke concentratie of focussering van warmte verdragen en een lage thermische geleidbaarheid hebben, hetzij van deze voorwerpen of delen van een bouwwerk gescheiden worden door materialen die een dergelijke concentratie of focussering van warmte verdragen en een lage thermische geleidbaarheid hebben.

Concreet

Elektrisch materieel dat warmte concentreert of focust, zoals sommige verlichtings- of verwarmingstoestellen, is niet geplaatst op of in materialen die die warmte verdragen, en ook niet door zulke materialen gescheiden van de voorwerpen in de buurt.

Het risico

Geconcentreerde warmte kan voorwerpen en delen van het gebouw in de buurt doen ontbranden of aantasten.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat dit materieel geplaatst wordt op of in materialen die die warmte verdragen en ze weinig geleiden, of dat het door zulke materialen gescheiden is van de voorwerpen in de buurt.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.3.3.5.a. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.4 Indien het elektrisch materieel, hetzij in normaal bedrijf, hetzij bij een defect of een verkeerde bediening, vonken of vlammen kan uitwerpen, moet het hetzij van deze voorwerpen of delen van een bouwwerk gescheiden worden door een thermisch isolerend scherm uit onbrandbaar, onbrandbaar gemaakt, zelfdovend of boogbestendig materiaal, hetzij volledig ingesloten worden in boogbestendige materialen.

Concreet

Elektrisch materieel dat in normaal bedrijf, bij een defect of bij een verkeerde bediening vonken of vlammen kan uitwerpen, is niet door een geschikt scherm gescheiden van de voorwerpen en wanden in de buurt, en ook niet ingesloten in boogbestendige materialen.

Het risico

Vonken of vlammen kunnen voorwerpen of delen van het gebouw in de buurt van het materieel doen ontbranden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat dit materieel van zijn omgeving gescheiden is door een thermisch isolerend scherm dat bestand is tegen vuur of bogen, of volledig ingesloten is in boogbestendige materialen.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.3.3.5.a. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.5 De in bundel of in laag geïnstalleerde geïsoleerde geleiders en kabels moeten ten minste het kenmerk F2 of ten minste de klasse Cca hebben.

Concreet

Kabels die in bundel of in laag liggen, dus gegroepeerd of naast elkaar, hebben niet het vereiste brandgedrag. De codes F2 en Cca duiden kabels aan die, ook gegroepeerd, de verspreiding van de vlam beperken.

Het risico

Gegroepeerde kabels zonder dat brandgedrag kunnen een brand langs hun traject verspreiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat in ruimten met verhoogd brandgevaar de kabels in bundel of in laag ten minste het kenmerk F2 of de klasse Cca hebben.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.2.7.3. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.6 In ruimten met een verhoogd brandgevaar (behalve BE3) moeten afzonderlijk geïnstalleerde geïsoleerde geleiders en kabels ten minste het kenmerk F1 of ten minste de klasse Eca hebben, en in bundel of in laag geïnstalleerde geïsoleerde geleiders en kabels ten minste het kenmerk F2 of ten minste de klasse Cca.

Concreet

In een ruimte met verhoogd brandgevaar hebben kabels niet het vereiste brandgedrag. De codes F1, F2, Eca en Cca rangschikken kabels volgens hun vermogen om de vlam niet te verspreiden, alleen of in groep gelegd.

Het risico

Bij brand kunnen kabels die de vlam verspreiden het vuur langs hun traject en naar andere ruimten uitbreiden.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt in die ruimten, behalve bij ontploffingsgevaar, ten minste F1 of klasse Eca voor afzonderlijk gelegde kabels en ten minste F2 of Cca voor kabels in bundel of in laag.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 4.3.3.4. · L2: 5.2.7. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.7 De uitbreiding van een brand naar het (de) aangrenzende compartiment(en) moet verhinderd worden.

Concreet

Bij de keuring bleek dat een brand zich naar een of meer aangrenzende compartimenten zou kunnen uitbreiden, bijvoorbeeld via een opening of een kabeldoorvoer in een wand. Een compartiment is een deel van een gebouw waarvan de wanden een brand een bepaalde tijd moeten tegenhouden.

Het risico

Een brand die in de elektrische installatie ontstaat, kan zich naar de naburige ruimten verspreiden, of omgekeerd, en zo de gebruikers en het gebouw in gevaar brengen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de wanden die een compartiment begrenzen gedurende een bepaalde tijd verhinderen dat een brand zich naar de aangrenzende compartimenten uitbreidt.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar, samen met een aannemer gespecialiseerd in brandbeveiliging.

Referentie · L2: 4.3.3.2. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.10 Er moeten bijzondere voorzorgen genomen worden wanneer geïsoleerde geleiders of eenaderige kabels elk afzonderlijk door een magnetisch materiaal lopen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat eenaderige kabels elk afzonderlijk door een stuk magnetisch metaal lopen, zoals een stalen buis of plaat, zonder de vereiste voorzorgen.

Het risico

Bij wisselstroom veroorzaakt een geleider die alleen door magnetisch metaal loopt een opwarming van dat metaal, die de isolatie van de kabels kan beschadigen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de geleiders van eenzelfde wisselstroombaan samen in dezelfde buis lopen wanneer die buis uit magnetisch metaal bestaat.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.2.9. Link naar deze uitleg
RHT-5.2.11 Wanneer leidingen bijzonder blootgesteld zijn aan mechanische beschadigingen, moeten ze van het gewapende type zijn of voorzien zijn van een bijzondere bescherming tegen mechanische beschadigingen.

Concreet

De inspecteur stelde vast dat kabels die blootgesteld zijn aan stoten of andere mechanische beschadiging, niet van het gewapende type zijn en er ook niet tegen beschermd zijn. Dat komt bijvoorbeeld voor waar voertuigen of materieel passeren.

Het risico

Door een stoot kan een kabel zijn isolatie verliezen, een kortsluiting veroorzaken of genaakbare delen onder spanning zetten.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat leidingen die bijzonder blootgesteld zijn aan mechanische beschadiging, van het gewapende type zijn of een bescherming hebben die hen daartegen beschut.

Bij wie terecht · Een elektricien gespecialiseerd in hoogspanning.

Referentie · L2: 5.2.3.4. Link naar deze uitleg

Opmerkingen en informatie (2)

RHT-5.1.8 Opmerking HS-reservezekeringen voorzien (Synergrid).

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat er geen reservezekeringen voor hoogspanning beschikbaar waren. De technische voorschriften van Synergrid, de federatie van de netbeheerders, voorzien dat ze er zijn om een gesmolten zekering snel te vervangen. Het is geen inbreuk op het AREI.

RHT-5.1.16 Opmerking Gelieve de aankomstcellen met een hangslot te vergrendelen (op vraag van de distributienetbeheerder).

Concreet

Deze opmerking geeft een vraag van de distributienetbeheerder door: de aankomstcellen, waarlangs zijn net de cabine voedt, moeten met een hangslot vergrendeld worden. Het is geen inbreuk op het AREI.

Documenten, onderhoud en registers

Inbreuken (11)

RHT-6.1.1 Gelieve ons de verslagen van de indienststelling en/of van de eerste controle van uw installaties te bezorgen.

Concreet

Om de keuring af te ronden, heeft de inspecteur de verslagen van de indienststelling of van de eerste keuring van de hoogspanningsinstallatie nodig. Ze werden niet voorgelegd.

Het risico

Zonder die verslagen kan de keuring niet vaststellen dat de installatie gecontroleerd werd voor ze in dienst ging.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat die verslagen deel uitmaken van het dossier van de installatie en bij de keuring voorgelegd kunnen worden.

Bij wie terecht · De eigenaar of de uitbater van de installatie, die de verslagen bezorgt.

Referentie · L2: 9.1.1. · SPF Économie, fiche 001 Link naar deze uitleg
RHT-6.1.10 Register van de routinebezoeken in de cabine te bewaren.

Concreet

Bij de keuring lag het register van de routinebezoeken niet in de hoogspanningscabine. Dat register bevat de vaststellingen van de regelmatige bezoeken aan de installatie.

Het risico

Als het register niet in de cabine ligt, kunnen de personen die de installatie nakijken of controleren het ter plaatse niet raadplegen of aanvullen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat het register van de routinebezoeken ter beschikking gehouden wordt van de betrokken personen. Het verslag vraagt dat het in de cabine ligt.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie.

Referentie · L2: 9.1.1.5.c. Link naar deze uitleg
RHT-6.1.6 Om een volledige controle te kunnen uitvoeren, gelieve ons de bevoegdheidsverklaring BA4/BA5 van uw werknemers te bezorgen.

Concreet

Om de keuring af te ronden, heeft de inspecteur de documenten nodig die aantonen dat de werknemers die in de hoogspanningsinstallatie tussenkomen gewaarschuwde (BA4) of vakbekwame (BA5) personen zijn. Ze werden niet voorgelegd.

Het risico

Wie niet de vereiste opleiding heeft, kan bij het betreden van de cabine of het bedienen van het materieel een elektrische schok of een vlamboog oplopen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) behoudt de toegang tot de ruimten van de elektrische dienst, zoals de cabine, en de bediening van hoogspanningsmaterieel voor aan gewaarschuwde (BA4) of vakbekwame (BA5) personen.

Bij wie terecht · De werkgever of de uitbater, die de bevoegdheidsverklaringen van zijn personeel bezorgt.

Referentie · L2: 9.2. Link naar deze uitleg
RHT-6.1.4 Om een volledige controle te kunnen uitvoeren, gelieve ons een plan met de uitwendige invloeden te bezorgen, opgesteld door de uitbater.

Concreet

Om de keuring af te ronden, heeft de inspecteur het plan met de uitwendige invloeden nodig dat de uitbater opstelt. Het werd niet voorgelegd. Dat document vermeldt per ruimte de omstandigheden die er gelden, zoals vocht, stof of brandgevaar.

Het risico

Zonder dat document kan de keuring niet nagaan of het geïnstalleerde materieel geschikt is voor de omstandigheden van de ruimten waar het zich bevindt.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de uitwendige invloeden bepaald worden op basis van gegevens van de uitbater en vastgelegd worden in een document, plan, tabel of lijst, dat hij parafeert.

Bij wie terecht · De uitbater van de ruimten waar de installatie zich bevindt.

Referentie · L2: 9.1.5. Link naar deze uitleg
RHT-6.1.7 Om een volledige controle te kunnen uitvoeren, gelieve ons de berekeningsnota's van uw installaties te bezorgen.

Concreet

Om de keuring af te ronden, heeft de inspecteur de berekeningsnota's van de installatie nodig. Ze werden niet voorgelegd. Die documenten verantwoorden met berekeningen de dimensionering van de installatie.

Het risico

Zonder die nota's kan de keuring niet nagaan of de installatie gedimensioneerd is voor de stromen en belastingen die ze moet verdragen.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de eventuele berekeningsnota's deel uitmaken van het dossier van de installatie en bij de keuring geraadpleegd kunnen worden.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar, samen met het studiebureau dat de installatie ontwierp.

Referentie · L2: 9.1.1. Link naar deze uitleg
RHT-6.1.2 Gelieve ons de risicoanalyse van uw installaties te bezorgen.

Concreet

Om de keuring af te ronden, heeft de inspecteur de risicoanalyse van de installatie nodig. Ze werd niet voorgelegd. Dat document beoordeelt de gevaren van de installatie en verantwoordt bepaalde keuzes die voor de veiligheid gemaakt werden.

Het risico

Zonder dat document kan de keuring de veiligheidskeuzes die op die analyse steunen niet nagaan.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de eventuele risicoanalyses deel uitmaken van het dossier van de installatie en bij de keuring geraadpleegd kunnen worden.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van de installatie, die de analyse bezorgt.

Referentie · L2: 9.1.1. Link naar deze uitleg
RHT-6.1.3 Elke installatie die een belangrijke wijziging of uitbreiding heeft ondergaan, moet het voorwerp uitmaken van een gelijkvormigheidscontrole.

Concreet

Aan de hoogspanningsinstallatie werd een belangrijke wijziging of uitbreiding uitgevoerd zonder gelijkvormigheidscontrole. Een wijziging is belangrijk wanneer ze een nieuwe invloed heeft op de veiligheid van personen of goederen, die nog niet door een controle gedekt is.

Het risico

Een gewijzigd of toegevoegd deel zonder controle kan gebreken vertonen die niemand vóór de indienststelling heeft nagekeken.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat elke belangrijke wijziging of uitbreiding van een hoogspanningsinstallatie vóór de ingebruikname het voorwerp uitmaakt van een gelijkvormigheidscontrole.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van de installatie.

Referentie · L2: 6.4.1. Link naar deze uitleg
RHT-6.1.5 Het plan met de uitwendige invloeden moet goedgekeurd en geparafeerd worden door de uitbater of zijn vertegenwoordiger en door het erkend organisme.

Concreet

Bij de keuring was het plan met de uitwendige invloeden niet goedgekeurd en geparafeerd zoals voorzien. Dat document beschrijft de omstandigheden van elke ruimte van de installatie, zoals vocht, stof of brandgevaar.

Het risico

Zonder die bekrachtiging is er geen waarborg dat de omstandigheden waarvan het ontwerp en de keuring uitgaan, overeenstemmen met de werkelijkheid ter plaatse.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de uitbater of zijn afgevaardigde het document met de uitwendige invloeden parafeert vóór het ontwerp van de installatie, en dat het erkend organisme het bij de keuring parafeert voor ontvangst.

Bij wie terecht · De uitbater of zijn vertegenwoordiger.

Referentie · L2: 9.1.5. Link naar deze uitleg
RHT-6.1.8 Dossier van de elektrische installatie niet aanwezig bij de controle.

Concreet

Bij de keuring was het dossier van de elektrische installatie niet ter plaatse beschikbaar. Dat dossier bevat onder meer de schema's en plannen, de vorige keuringsverslagen en het overzicht van de wijzigingen.

Het risico

Zonder dossier kan de inspecteur de installatie niet met haar documenten vergelijken, en missen de personen die eraan werken informatie die nodig is voor hun veiligheid.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat het dossier van de installatie samengesteld wordt, ter plaatse bewaard blijft en vóór de keuring ter beschikking staat van het erkend organisme.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van de installatie.

Referentie · L2: 9.1.1. · SPF Économie, fiche 001 Link naar deze uitleg
RHT-6.1.9 Om een volledige controle te kunnen uitvoeren, gelieve het dossier van de elektrische installatie aan te vullen.

Concreet

Om de keuring af te ronden, heeft de inspecteur het volledige dossier van de installatie nodig, en het voorgelegde dossier was onvolledig. Het bevat onder meer de schema's en plannen, de keuringsverslagen en het overzicht van de wijzigingen.

Het risico

Zonder volledig dossier kan de keuring niet de hele installatie omvatten en ook niet nagaan of ze overeenstemt met haar documenten.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de eigenaar, beheerder of uitbater het dossier van de installatie samenstelt, ter plaatse bewaart en ter beschikking stelt van het erkend organisme.

Bij wie terecht · De uitbater of de eigenaar van de installatie, die het dossier aanvult en bezorgt.

Referentie · L2: 9.1.1. · SPF Économie, fiche 001 Link naar deze uitleg
RHT-6.1.11 Register van de routinebezoeken bij te werken.

Concreet

Bij de keuring was het register van de routinebezoeken niet bijgewerkt. Dat register bevat de vaststellingen van de bezoeken die de uitbater regelmatig in de hoogspanningsinstallatie uitvoert of laat uitvoeren.

Het risico

Zonder bijgewerkt register blijkt nergens dat de installatie regelmatig nagekeken wordt, en kan een gebrek dat bij een bezoek werd vastgesteld zonder gevolg blijven.

Wat de regel vraagt

Het AREI (Boek 2) vraagt dat de hoogspanningsinstallatie minstens om de drie maanden een routinebezoek krijgt, en dat de waarnemingen in een register worden bijgehouden dat ter beschikking blijft.

Bij wie terecht · De uitbater van de installatie of de persoon die hij met de routinebezoeken belast.

Referentie · L2: 9.1.1.5.c. Link naar deze uitleg

Opmerkingen en informatie (4)

RHT-6.1.12 Opmerking Wij raden u aan relaistesten te laten uitvoeren op uw HS-installaties.

Concreet

Deze opmerking vestigt de aandacht op het testen van de beveiligingsrelais van de hoogspanningsinstallatie, de toestellen die bij een fout de uitschakeling sturen. Die test gaat na of ze reageren zoals voorzien. Het is geen inbreuk.

RHT-6.1.13 Opmerking Wij raden u aan een analyse van de vloeibare diëlektrica van uw HS-installaties te laten uitvoeren.

Concreet

Deze opmerking vestigt de aandacht op de analyse van de isolerende vloeistof, meestal olie, in sommige hoogspanningstoestellen zoals transformatoren. Die analyse geeft informatie over de toestand van de vloeistof en van het toestel. Het is geen inbreuk.

RHT-6.1.14 Opmerking Wij raden u aan uw HS-installaties te laten onderhouden.

Concreet

Deze opmerking vestigt de aandacht op het onderhoud van de hoogspanningsinstallaties. Het AREI (Boek 2) belast de eigenaar, beheerder of uitbater met dat onderhoud en met het documenteren van elke tussenkomst. Het is geen inbreuk.

RHT-6.1.15 Opmerking Dit inspectiebezoek heeft ook tot doel het dossier van de elektrische installatie opnieuw aan te vullen. De eigenaar, beheerder of uitbater is ertoe gehouden controlebezoeken van de installatie te laten uitvoeren.

Concreet

Deze opmerking herinnert eraan dat het verslag van dit bezoek het dossier van de elektrische installatie opnieuw aanvult, en dat de eigenaar, beheerder of uitbater de controlebezoeken van de installatie moet laten uitvoeren. Het is geen inbreuk.

Cabine en netaansluiting

Opmerkingen en informatie (12)

HTE2-A1 Opmerking Openingen van de cabine zijn niet goed afgesloten (bijv. ventilatierooster).

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat openingen van de cabine, bijvoorbeeld een verluchtingsrooster, niet goed afgesloten zijn. Dieren, water of voorwerpen kunnen dan de cabine binnendringen. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A2 Opmerking Geen branddeur aanwezig voor een cabine in een gebouw.

Concreet

Deze opmerking betreft een cabine in een gebouw: de deur is geen branddeur die een brand een bepaalde tijd kan tegenhouden. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A3 Opmerking Er is condensatie of waterinfiltratie in de cabine.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat er condensatie of waterinfiltratie is in de cabine. Vocht kan de isolatie van het materieel aantasten en corrosie bevorderen. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A4 Opmerking De cabine en/of de kabelgoot zijn niet schoon, of er zijn materialen in de cabine opgeslagen.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat de cabine of de kabelgoot niet schoon is, of dat er materiaal in de cabine opgeslagen is. Vuil en voorwerpen hinderen de toegang en het toezicht, en kunnen een brand voeden. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A5 Opmerking De kabelgoot is niet voorzien van een afdekking.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat de kabelgoot, de sleuf in de vloer van de cabine waarin de kabels lopen, niet afgedekt is. Iemand kan erin struikelen of vallen, en de kabels liggen bloot. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A6 Opmerking Openingen tussen de cabine en de privatieve delen zijn niet zodanig afgesloten dat een brandweerstand Rf 1 h gewaarborgd is (cabine in een gebouw).

Concreet

Deze opmerking betreft een cabine in een gebouw: openingen naar de privatieve delen zijn niet zo afgesloten dat een brandweerstand van een uur, genoteerd Rf 1 h, gewaarborgd is. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A7 Opmerking Geen situatieplan van de meterlokalen en van de ligging van de laagspanningskabels ten opzichte van de cabine en het gebouw.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat er geen situatieplan is van de meterlokalen en van de ligging van de laagspanningskabels ten opzichte van de cabine en het gebouw. Dat plan helpt die elementen bij een tussenkomst terug te vinden. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A8 Opmerking Materialen die asbest kunnen bevatten, zijn niet aangeduid met een A-sticker.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat materialen die asbest kunnen bevatten, niet aangeduid zijn met de A-sticker. Die markering waarschuwt wie er werkt voor het risico om vezels vrij te maken als die materialen beschadigd worden. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A9 Opmerking Er ontbreken pictogrammen in de cabine (niet schakelen, aarding, …).

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat er pictogrammen ontbreken in de cabine, bijvoorbeeld het verbod om te schakelen of de aanduiding van de aarding. Die tekens helpen vergissingen bij tussenkomsten te vermijden. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-A11 Opmerking Open HS-cellen zijn niet beschermd (plexiglas) bij een gedeeltelijke renovatie.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat open hoogspanningscellen tijdens een gedeeltelijke renovatie van de cabine niet beschermd waren tegen toevallige aanraking. In dit verslag is het geen inbreuk.

HTE2-I1 Opmerking De netbeheerder heeft geen permanente toegang tot de cabine.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat de distributienetbeheerder geen permanente toegang heeft tot de cabine, bijvoorbeeld om bij een storing aan zijn eigen uitrusting te werken. Het is geen inbreuk.

HTE2-I2 Opmerking De etiketten op de telecontrole komen niet overeen met die op de cellen.

Concreet

Deze opmerking geeft aan dat de etiketten van de telecontrole, waarmee de cabine op afstand bediend of bewaakt wordt, niet overeenkomen met die van de cellen. Zo'n verschil kan tot een verkeerde bediening leiden. Het is geen inbreuk.

En daarna?

  1. 1. Laat herstellen

    Een gekwalificeerde vakman herstelt de vastgestelde punten. Bij een vraag naar een document bezorgt u het gevraagde document.

  2. 2. Vraag de herkeuring aan

    Een nieuw bezoek stelt vast dat de inbreuken verholpen zijn, binnen de termijn vermeld op uw verslag.

  3. 3. Ontvang het nieuwe verslag

    De keurder controleert de herstelde punten en stelt een nieuw verslag op.